Berichten

Zoete krakelingen van bladerdeeg

Hebben jullie dat ook zo vaak? Dat je in een winkel rondneust en allerlei leuke dingen ziet, helemaal enthousiast wordt en grootse plannen maakt, maar eenmaal gekocht het betreffende ingrediënt of voorwerp in de kast blijft liggen? Zo verging het de krakelingsteker die ik alweer een tijd terug aanschafte (en hij is niet het enige ding die dat lot onderging). Uiteindelijk wordt het allemaal wel gebruikt, daar niet van, maar vaak vraag ik me af waarom het zo lang moet duren. Dat vroeg ik me zeker af toen ik merkte hoe eenvoudig deze krakelingen te maken zijn en hoe heerlijk het resultaat is!
In dit geval maakte ik het bladerdeeg zelf, maar wil je het heel makkelijk doen? Dan kan je natuurlijk ook kant en klaar bladerdeeg nemen. Dit recept is goed voor ca. 15 zoete krakelingen, gestoken met een krakelingsteker van 8 cm. Heb je geen krakelingsteker? Geen nood, je kan ook reepjes van dit bladerdeeg snijden en dit in de vorm van een krakeling leggen. Wil je meer leren over het zelf maken van bladerdeeg? Dat kan! Ik geef een workshop ‘bladerdeeg en gerezen bladerdeeg’ waarin je alles leert over de theorie en van begin tot eind je producten helemaal zelf maakt.

Zoete krakelingen van bladerdeeg

Ingrediënten:

  • 200 gram korstbloem (verkrijgbaar bij o.a. de webshop van de Zuidmolen in Groesbeek)
  • 25 gram ongezouten roomboter
  • 105 gram koud water
  • 2 gram zout
  • 125 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur (Ik gebruik graag Melkan roomboter, deze wordt niet al te zacht op kamertemperatuur)
  • fijne kristalsuiker

Werkwijze:

  • Doe bloem, 25 gram roomboter, water en zout in een kom en kneed er een soepel deegje van waarvan je net geen stevig vlies kan trekken.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Leg een vel bakpapier op je aanrecht en snijd de 125 gram roomboter in dikke plakken en leg deze in 2 rijen naast elkaar op het bakpapier.
  • Leg hierop een tweede vel bakpapier en vouw aan alle kanten de randen dicht tot je een pakketje van 20 x 30 cm. krijgt.
  • Vouw de vouwen extra scherp aan door er stevig met je nagel overheen te gaan.
  • Leg het pakketje met de vouwen naar beneden en rol de boter uit tot een gelijkmatige plak van 20 x 30 cm. De vouwen zorgen ervoor dat de boter in een mooie, rechthoekige vorm komt.
  • Leg de boter in de koelkast gedurende 45 minuten.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een plak van 40 x 30 cm.
  • Haal nu pas de boter uit de koelkast en trek aan een kant voorzichtig het bakpapier eraf.
  • Leg de boter op de kop op het midden van het deeg, de lange zijde van de boter moet gelijk liggen met de korte zijde van het deeg.
  • Druk de boter aan op het deeg met een deegroller of deegschraper.
  • Trek nu voorzichtig en vlot het resterende vel bakpapier van de boter. Houd het papier dat je eraf trekt laag.
  • Vouw de nog niet bedekte zijkanten van het deeg naar het midden van de boter, als het goed is overlappen ze elkaar daar nét.
  • Vouw het deeg vanaf de korte kant in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw het nog eens in drieën.
  • Draai het deeg weer een kwartslag en rol het voorzichtig uit tot een formaat dat je nog eens in drieën kan vouwen.
  • Als het deeg het toelaat rol je het voorzichtig op een licht met bloem bestrooid werkblad uit tot 40 x 27 cm. Merk je dat het deeg steeds weer terugtrekt, dek het dan af met folie en laat het een kwartiertje rusten.
  • Steek de krakelingen uit met de krakelingensteker of snijd reepjes en vorm deze tot een krakeling. Werk zo dat je zo weinig mogelijk restdeeg overhoudt, dit is namelijk niet meer te gebruiken.
  • Strooi fijne kristalsuiker op een bord.
  • Bestrijk de krakelingen licht met water en haal ze aan de onder- en bovenkant door de fijne kristalsuiker en druk deze aan.
  • Leg de koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat ze een kwartier rusten en verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de krakelingen in het midden van de oven gedurende 13-15 minuten.
  • Wil je de krakelingen een glimmend suikerlaagje geven? Zet dan nog even de grill aan op 230 graden Celsius. Blijf het proces vanaf nu volgen en haal de krakelingen direct uit de oven zodra ze glanzend en goudbruin zijn.

Bron: eigen recept

 

Broodkrans met frambozen en witte chocolade

Tijdens een workshop waarbij we een hartige pestobroodkrans maakten, kwamen we (de deelnemers en ik) al brainstormend op het idee om ook eens een zoete variant hierop te maken. Ik kwam uit op deze versie waarbij de friszoete smaak van de frambozen wordt gecombineerd met de volle, zachte smaak en crunch van de witte chocolade. Een prima combinatie, dat bleek wel toen alles heel snel op was… Zoonlief vond dat dit brood perfect bij een picknick zou passen. Dit recept is goed voor 1 broodkrans met frambozen en witte chocolade met een diameter van ca. 35 cm.

Broodkrans met frambozen en witte chocolade

Ingrediënten:

  • 250 gram (brood)bloem
  • 4 gram (bakkers)zout
  • 15 gram suiker
  • 5 gram citroenrasp
  • 4 gram instant gist
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram halfvolle melk op kamertemperatuur
  • 150-200 gram frambozenjam
  • 75 gram witte chocolade
  • Losgeklopt ei
  • grove kristalsuiker voor het decoreren

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, suiker en citroenrasp bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg nu boter en melk toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje tussen je vingers van kan trekken.
  • Leg het deeg in een licht ingevette kom (ik doe dit met bakspray) en sluit af met een deksel.
  • Laat het deeg tot dubbel volume rijzen in ca. een uur in een ruimte van 29 graden Celsius.
  • Rol het deeg uit de met een deegroller tot een rechthoekige lap van ca. 50 x 25 cm.
  • Besmeer met de jam. Hoe meer jam, hoe fruitiger en vochtiger je brood zal zijn, maar dit maakt het deeg wel iets lastiger op te rollen en de spiraal komt iets minder mooi uit. Minder jam geeft een brood dat iets minder uitzakt, maar ook wat minder fruitig en klef is. Aan jou de keuze!
  • Hak de chocolade in grove stukken (Ik sneed elk vierkant blokje in vieren en kreeg daarmee een goed formaat).
  • Strooi de chocolade over de jam heen.
  • Rol het deeg vanaf de lange kant op tot een mooie rol.
  • Buig rond tot een krans en maak de uiteindjes aan elkaar vast.
  • Leg de krans op een stuk bakpapier en snijd vanaf de buitenrand tot de binnenrand (elk plakje moet wel goed vast blijven zitten). Herhaal dit elke 1,5 cm.
  • Rek de krans een tikje op naar buiten en leg elk plakje schuin, dakpansgewijs neer.
  • Bestrijk het deeg met losgeklopt ei.
  • Laat ca. 40 minuten rijzen bij 31 graden Celsius.
  • Bak in een voorverwarmde oven op 210 graden Celsius conventioneel gedurende ongeveer 15-17 minuten.
  • Bestrijk licht met een kwastje met wat water en bestrooi met grove kristalsuiker ter decoratie.

Bron: eigen recept

Noorse skillingsboller of Zweedse kanelbullar

Trouwe lezers is vast wel opgevallen dat wij hier thuis een voorliefde voor Scandinavië hebben, in het bijzonder voor Noorwegen. Afgelopen zomer aten we daar bij een kneuterig dorpsbakkerijtje deze heerlijke Noorse skillingsboller, bij het grotere publiek beter bekend als de Zweedse kanelbullar. Dit zijn zoete, rijke broodjes waarbij het deeg bestreken wordt met een boter- kaneel- en suikermengsel om vervolgens opgerold te worden. De rolletjes zijn als losse broodjes te bakken. Deze broodjes zijn om je vingers bij op te eten. Ik wil wedden dat ze, eenmaal geserveerd (of misschien nog niet eens), niet lang zullen blijven liggen! Het recept is genoeg voor 20-22 losse Noorse skillingsboller of Zweedse kanelbullar.

kaneelbroodjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 850 gram bloem van goede kwaliteit
  • 8,5 gram zout
  • 5,5 gram gemalen kardemom
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram instantgist
  • 500 gram melk op kamertemperatuur
  • 50 gram ei op kamertemperatuur
  • 150 gram zachte boter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 165 gram zachte boter op kamertemperatuur
  • 110 gram fijne kristalsuiker
  • 12 gram gemalen kaneel

Afwerking:

  • 1 losgeklopt ei
  • grove suiker

Werkwijze:

  • Doe tarwebloem, zout, kardemom en suiker bij elkaar in een kom en roer met een garde goed door elkaar.
  • Voeg de gist toe en roer weer goed met een garde.
  • Voeg het ei en de melk toe en kneed in een standmixer (bijv. Bear Teddy Varimixer, KitchenAid etc.) gedurende ca. 15 minuten tot een soepel, elastisch deeg dat van de kom loslaat. Het deeg is goed als je er een vlies van kunt trekken. Voeg na 10 minuten kneden de boter toe.
  • Verdeel het deeg in twee gelijke stukken.
  • Bol de twee stukken deeg goed op, doe ze in twee licht ingevette kommen, dek deze af en laat gedurende 40 minuten bij 29 graden Celsius rijzen op een tochtvrije plek.
  • Haal het deeg uit de kommen en druk de deegstukken het voorzichtig plat.
  • Vouw elk stuk deeg in drieën: het bovenste deel naar het midden vouwen, doe dit ook met het onderste deel.
  • Rol het deeg uit tot een rechthoekige lap van ca. 30 x 40 cm.
  • Meng de boter, suiker en kaneel goed door elkaar en besmeer de deeglappen met dit mengsel.
  • Rol vanaf de lange kant de lap deeg op.
  • Snijd in 20-22 gelijke stukjes.
  • Draai de stukjes op hun kant, en leg het losse uiteindje onder het broodje.
  • Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat met voldoende tussenruimte.
  • Laat 25 min. op een vochtige, tochtvrije plek rijzen bij een temperatuur van 30 graden. Ik zet het in een oven of magnetron met onderin een schaaltje heet, dampend water.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bestrijk de broodjes voordat ze de oven in gaan met losgeklopt ei en bestrooi met grove suiker of greinsuiker.
  • Bak de losse broodjes in ca. 10-11 minuten goudbruin en gaar.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur boven de 95 graden Celsius is gekomen, dit kan je meten met een kernthermomter.
  • Laat het brood afkoelen op een rooster (alhoewel ze nog iets warm ook erg lekker smaken!)

Bron: “Het Scandinavisch kookboek” door Trine Hahnemann

Kerstchocolaatjes

Onlangs won ik bij Pauline van “Uit Paulines Keuken” een hele leuke mal om kerstchocolaatjes mee te maken. Chocolaatjes maken vind ik erg leuk om te doen. Als je mooie vormpjes hebt krijg je zulke leuke resultaten met relatief weinig inspanning. Bovendien kan je je fantasie de vrije loop laten en met wat kleurstof ook nog mooie gekleurde accenten van chocolade aanbrengen. Helaas zijn goede holvormen lastig te krijgen en bovendien erg duur. Gelukkig kan je tegenwoordig wél makkelijk aan siliconen (bonbon)vormen komen. Al veel vaker was ik met chocolade aan het “kliederen” geweest, maar ook even zovele keren kon ik de chocolade niet uit de vorm krijgen, sloeg de chocolade wit uit of werd deze dof en brokkelig. Net als met brood bakken komt het redelijk precies en heb je enige kennis nodig van wat je aan het doen bent eer je een goed resultaat krijgt. Het is niet enkel een kwestie van chocolade smelten en gieten. Belangrijk is om de chocolade te tempereren zodat de kristallen zo worden als zou moeten. Juist getempereerde chocolade wordt goed (en snel) hard na het gieten, glimt, is niet brokkelig en komt door iets krimp makkelijk uit de vorm. Het klinkt erg lastig allemaal, maar wie zich even in de theorie verdiept komt al snel een heel eind. Kort gezegd is het belangrijk dat de chocolade niet warmer wordt dan 50 graden Celsius (chocolade verbrandt namelijk snel) en dat er geen vocht bij komt. Au bain marie verwarmen is om die reden niet zo handig. (Maar bij gebrek aan een couverturesmeltbak natuurlijk wel een optie). Het eindresultaat valt of staat bij de juiste temperaturen. Maar als je dat eenmaal onder de knie hebt: kan je met trots deze geweldige, vrolijke en zelfgemaakte kerstchocolaatjes presenteren, en zeg nou zelf: wat is er feestelijker dan zoiets leuks op tafel te zetten?

Kerstchocolaatjes

Ingrediënten:

  • Melk, wit en/of pure (couverture) chocolade (hoeveelheid afhankelijk van je vormpjes)
  • kleurstof in poedervorm (ik kocht dit bij Bouwhuis)

Werkwijze:

  • Leg de vormpjes vast klaar en zorg dat ze schoon en droog zijn.
  • Ik verwarm de chocolade eerst in een couverturesmeltbak tot deze 45 graden Celisus is. Daarna 2/3 van de chocolade op een marmeren plaat gieten en in beweging houden tot deze 27 graden Celsius is. Voeg deze getableerde chocolade bij de 1/3 gesmolten chocolade die nog in de bak zat en roer goed door. De verwerkingstemperatuur van melkchocolade is 30 graden Celsius, witte chocolade verwerk je bij 28-29 graden Celsius en pure chocolade kan bij 31 graden verwerkt worden. Als de temperatuur lager is dan de gewenste verwerkingstemperatuur, verwarm je de chocolade iets bij. Voor wie geen couverturesmeltbak heeft: chocolade kan je ook smelten in de magnetron, maar op die manier heb je minder controle over de temperatuur. Voeg na het smelten in de magnetron 1/3 deel  niet gesmolten chocolade bij en roer goed tot alles gesmolten is en op de juiste verwerkingstemperatuur is gebracht.
  • Als je kleuraccenten wilt gebruiken doe dan een beetje kleurpoeder in een klein schaaltje en voeg hier witte chocolade bij.
  • Roer goed door tot het een egale kleur heeft.
  • Pak een lange satéprikker en dip de scherpe of de stompe kant in de gekleurde chocolade en kleur de vorm in.
  • Laat hard worden.
  • Giet vervolgens de getempereerde chocolade in de vormpjes.
  • Tik met de vormpjes op je werkblad om luchtbellen te laten ontsnappen.
  • Koel de chocolade terug tot 10-12 graden.
  • Als de chocolade voldoende is uitgehard kan je de kerstchocolaatjes uit de vorm halen.
  • Bewaar de chocolaatjes op een droge en koele plek.

De gebruikte vormpjes zijn van het merk Silicomart en worden onder andere verkocht bij Teitloos die deze vorm beschikbaar stelde.

Roomborstplaat

Eén van de sinterklaas lekkernijen die nog ontbrak op baksels.net was borstplaat. Omdat we morgen sinterklaas vieren én omdat er een vriendin op bezoek kwam die ook graag in de keuken vertoefd, leek me dit een mooie gelegenheid om dit zoete goedje te maken. Maar niet zonder me afgevraagd te hebben waar de naam “borstplaat” eigenlijk vandaan komt. Na een zoektocht op het internet kwam ik uit bij het “Genootschap van onze taal”. Volgens dit genootschap werd dit zoete snoepje in vroegere tijden gebruikt als middeltje tegen de hoest gebruikt. Het beschermde de borst en het hart. Pas later werd het medicijn gekoppeld als snoepgoed bij het Sinterklaasfeest. De snoepjes komen in diverse vormen voor, maar zijn altijd plat, vandaar ook de naam “plaat”. Daarnaast is er ook een deel van het harnas dat borstplaat heet en het hart beschermde. Zowel het “snoepje” en de metalen plaat van het harnast beschermden dus de borst. Er bestaan 3 soorten borstplaat: zachte-, harde- en roomborstplaat. Ik maakte vandaag roomborstplaat. Mijn vriendin en ik hadden verwacht dat het een heel simpel klusje zou zijn, maar uiteindelijk hadden we meer dan 1 poging nodig om het goed te krijgen. De eerste keer kwam de borstplaat bijv. niet goed uit de vormpjes. Maar met 2 kleine testertjes in de keuken die ons maar al te graag hielpen, werd ons snel duidelijk dat onze pogingen in ieder geval smakelijk waren. Geen kruimpje bleef er over en handen en gezichten kleefden. Heerlijk die gezelligheid!

Roomborstplaat

Ingrediënten:

  • 500 gram poedersuiker
  • 100 gram slagroom
  • 1 zakje (8 gram) vanillesuiker

Werkwijze:

  • Leg heel licht met olie ingevette uitsteekvormpjes of een natgemaakte en afgeschudde borstplaatmat op een siliconen bakmat.
  • Roer de poedersuiker, slagroom en vanillesuiker door elkaar tot een stroperige, klontvrije massa.
  • Neem een 1/3 van de massa en doe dit in een steelpan met dikke bodem.
  • Verwarm dit geheel al roerend op een matige warmtebron tot ca. 95 graden Celsius. Het mag beslist niet koken!
  • Vanaf nu moet je snel werken: neem de pan van de warmtebron en giet zo snel mogelijk het borstplaatmengsel in de koekvormpjes of de borstplaatmat. Het is ook mogelijk om zonder vormpjes kleine ronde plaatjes te gieten op de bakmat. Werk snel, want zodra het mengsel afkoelt is het niet meer te gieten.
  • Laat de borstplaat goed hard worden. Keer, indien je koekvormpjes gebruikt, de vormpjes na 15 minuten om en laat verder uitharden.
  • Zodra de borstplaat goed is uitgehard, kan je deze voorzichtig ontvormen.
  • Herhaal met de overige 2/3 van het suikergoedje nog 2 keer het proces van verwarmen, gieten en opstijven.

p.s. in plaats van vanillesuiker is ook een drup limonadesiroop en iets kleurstof te gebruiken voor borstplaat met een smaakje naar keuze. Ook cacaopoeder en instantkoffie worden wel gebruikt om borstplaat op smaak en kleur te brengen.

Dit recept komt uit: “Banketbakkersproducten” van het NBC.

Kerstkrans

December is voor veel mensen een drukke maand waarin velen tijd tekort komen. Maar iedereen wil ook iets lekkers op tafel zetten, iets wat ook er ook nog eens goed uit ziet. Voor wie dit probleem herkent, is deze kerstkrans misschien een idee. Door kant en klare plakjes bladerdeeg te gebruiken is de bereiding ervan erg eenvoudig en zo kun je binnen korte tijd iets heerlijks en moois presenteren aan je kerst-gasten!

Kerstkrans

Ingrediënten:

  • 7 plakjes roomboter bladerdeeg (uit de diepvries)
  • 300 gram amandelspijs
  • 7,5 gram citroenrasp
  • 1 klein ei
  • 1 losgeklopt ei voor het bestrijken
  • 2 eetlepels abrikozenjam
  • bigareaux
  • evt. poedersuiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Leg de plakjes bladerdeeg naast elkaar op je werkblad te ontdooien.
  • Doe ondertussen de amandelspijs, citroenrasp en het kleine ei in een kom. Klop dit met de platte klopper in een standmixer tot een egale mix zonder klontjes. Je kunt ook de spijs met een mes in kleine stukjes snijden en vervolgens met een vork alles goed door elkaar prakken.
  • Haal de beschermfolie van de plakjes bladerdeeg
  • Leg 6 plakjes op een rij.
  • Bevochtig een rand met een natte vinger en plak het volgende plakje erop vast. Goed aandrukken, anders gaat het straks lekken.
  • Plak zo ook het derde plakje vast. Je hebt nu een rijtje van 6 plakjes.
  • Rol van de spijs een gelijkmatig gevormde rol, iets minder breed dan het bladerdeeg.
  • Leg de spijs in het midden van het bladerdeeg en rol het deeg op.
  • De randen plak je weer vast met wat water, wederom goed aandrukken.
  • Vorm een “O” van de rol, bevochtig de uiteinden iets en plak de korte eindjes zo aan elkaar.
  • Steek met kerstkoekjesstekers hulstblaadjes en sterren uit het overgebleven plakje bladerdeeg.
  • Bevochtig de onderkant licht en druk ze goed vast op de “O”.
  • Zorg ervoor dat er geen puntjes omhoog steken, deze zullen snel zwart worden.
  • Draai kleine bolletjes van het deeg, dit zijn de hulstbessen, bevochtig ook deze licht en plak ze goed vast.
  • Leg de kerstkrans op een met water bevochtigde bakplaat met de naad naar onderen.
  • Zet een half uurtje weg in de koelkast om de kerstkrans op te laten stijven.
  • Verwarm de oven voor op 250 graden (elektrisch).
  • Bestrijk de kerstkrans met losgeklopt ei, laat dit even drogen en bestrijk dan nog eens met losgeklopt ei.
  • Snijd met een scherp de de nerven in de hulstblaadjes.
  • Bak de kerstkrans in 30-33 minuten goudbruin. Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 230 graden.
  • Verwarm wat abrikozenjam in een pannetje, voeg eventueel een theelepel water toe.
  • Haal de kerstkrans uit de oven en leg hem op een rooster.
  • Bestrijk de kerstkrans met abrikozenjam.
  • Druk halve bigareaux op de krans (deze blijven plakken door de abrikozenjam)
  • Laat de kerstkrans verder afkoelen.
  • Bestrooi eventueel voor het serveren met wat poedersuiker.

Tips:

  • Open de eerste helft van de baktijd de oven niet.
  • Voor het maken van een hartige kerstkrans kun je de krans vullen met gekruid gehakt i.p.v. amandelspijs
  • Deze kerstkrans is goed een tijd van tevoren te maken, je kunt hem prima invriezen.