Berichten

Appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom

De herfst komt eraan; windstille ochtenden met mistflarden, spinnen die hun webben zo goed verborgen hadden, maar verraden worden door de aanhangende dauwdruppels, de koolmeesjes die in groepjes luid roepend de tuin afstruinen naar wat lekkers en vergeet natuurlijk vooral de overvloedige oogst niet! Onze appelbomen hangen ondanks de grote droogte van dit jaar vol met sappige appels. De appels aan onze Elstar boom zijn nog nooit zo rood geweest als dit jaar, en als ik ze een beetje opwrijf verschijnt er een glans en spiegeling waar menig spiegel stikjaloers op kan zijn! Zoals elk jaar moet die oogst wel op tijd verwerkt worden. Helaas hebben wij geen koele kelder waar we de appels goed kunnen houden. Dat betekent dat we moeten teruggrijpen op aloude conserveringstechnieken als het maken van appelmoes (en deze in potten stoppen), het drogen van schijfjes appel tot appelchips en natuurlijk het verwerken van appels in gebak! Uiteraard eten we hier niet elke dag appeltaart, al helpt zo’n appeltaart je wel weer een leuk deel van je voorraad te verwerken! Misschien is het toch zo’n gek idee nog niet om elke dag appeltaart te eten… 😉 Deze appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom heeft een lekkere hazelnotensmaak die perfect combineert met de friszure appelsmaak. De banketbakkersroom zorgt voor een zachte smaak op de achtergrond en de kruimels vormen samen met het knapperige deeg een heerlijk contrast in structuur. De taart wordt gebakken in een lage ronde vorm van 26 cm, liefst met uitneembare bodem.

Appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram tarwebloem
  • 100 gram ongezouten roomboter, koud en in kleine blokjes
  • 100 gram poedersuiker
  • 10 gram citroenrasppasta (potje dr. Oetker)
  • 25 gram losgeklopt ei (=1/2 ei maat M)
  • 20 gram eidooier (=1 eidooier)

Banketbakkersroom:

deel 1:

  • 160 gram volle melk
  • 16 gram ongezouten roomboter
  • 40 gram fijne kristalsuiker
  • het merg van een kwart van een goede, sappige vanillepeul

deel 2:

  • 40 gram volle melk
  • 22 gram losgeklopt ei
  • 14 gram maïzena

Appelvulling:

  • 600 gram geschilde Elstar appels, in blokjes gesneden
  • 30 gram citroensap
  • 60 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 4,5 gram gemalen kaneel
  • 3,5 gram gemalen kardemom
  • 50 gram geroosterde hazelnoten, grofgehakt
  • 60 gram ongezouten roomboter

Kruimels:

  • 75 gram witte basterdsuiker
  • 100 gram bloem
  • 12 gram aardappelzetmeel
  • 3 gram citroenrasppasta (dr. Oetker)
  • 75 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Meng in een kom de bloem met de blokjes koude roomboter. Wrijf de blokjes fijn tussen je vingers, zonder dat ze smelten. Er moet een zanderig mengsel ontstaan.
  • Meng nu de poedersuiker en citroenrasp door het mengsel.
  • Voeg tot slot het halve ei en de eidooier toe en knijp hier een samenhangende bal van.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg minstens een half uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden, hetelucht, onder- en bovenwarmte.
  • Maak nu de banketbakkersroom.
  • Doe de ingrediënten van deel 1 samen in een pan.
  • Doe de ingrediënten van deel 2 samen in een hittebestendige kom en roer deze goed door.
  • Verwarm de ingrediënten in de pan al roerend tot het nét kookt.
  • Giet dit al roerend (anders krijg je klontjes!) bij de ingrediënten in de kom.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm al roerend op een matig vuur tot het merkbaar begint in te dikken en begint te bubbelen.
  • Giet het geheel op een groot bord en dek af met huishoudfolie die je direct op de banketbakkersroom legt. Laat de room afkoelen.
  • Maak nu de appelvulling.
  • Doe de appelblokjes in een kom en meng met het citroensap.
  • Meng hier de basterdsuiker, kaneel, kardemom, en de grofgehakte geroosterde hazelnoten door.
  • Verhit in een grote koekenpan de roomboter en voeg het appelmengsel toe.
  • Verwarm ca. 10 minuten op halfhoog vuur tot de appels geslonken zijn en de suiker en boter gekarameliseerd zijn.
  • Maak de kruimels.
  • Meng basterdsuiker, bloem, aardappelzetmeel en citroenrasp door elkaar in een kom.
  • Voeg de blokjes roomboter toe en wrijf deze fijn door het bloemmengsel tot de boter goed verdeeld is en er een grofkorrelig mengsel ontstaat.
  • Haal het deeg uit de koelkast en kneed kort door tot het uit te rollen is.
  • Bekleed de bodem van de lage, ronde vorm van 26 cm. met uitneembare bodem met bakpapier. Ik knip het bakpapier niet op maat, maar steek het tussen de bodem en de vorm door. Spray na het bekleden de vorm in met bakspray.
  • Rol het deeg uit met een deegroller op een met bloem bestoven werkblad tot het precies groot genoeg is om de vorm mee te bekleden.
  • Bekleed de vorm en rol met een deegroller over de randen heen om de restanten deeg af te snijden.
  • Leg een vel bakpapier op het deeg en vul dit met keramische bakparels, rijst, of gedroogde peulvruchten.
  • Bak de bodem blind gedurende 20 minuten in het midden van de voorverwarmde oven.
  • Haal de vorm uit de oven, verwijder de steunvulling en het bakpapier waar de vulling op lag.
  • Roer de banketbakkersroom los met een spatel en verdeel dit egaal over de voorgebakken bodem.
  • Verdeel nu de appelvulling over de banketbakkersroom en dek af met een dekkend kruimelmengsel.
  • Bak de taart nog eens 25 minuten in het midden van de oven.
  • Haal de taart na het bakken uit de vorm door de vorm op een beker of glas te zetten. De bodem blijft staan en de rest van de vorm kan je zo naar beneden trekken. Haal de taart met een grote taartschep voorzichtig van de bodem en laat afkoelen op een rooster.
  • De taart smaakt het beste als hij een dag heeft gestaan (in de koelkast), de smaken zijn dan goed ingetrokken.

Bronnen: Deeg: Grigos hjemmebag, i tykke skiver og store mundfulde van Markus Grigo. Banketbakkersroom: Godt brød, våre beste økologische oppskrifter door Godt Brød. Appelvulling en kruimels: eigen recept

 

Blauwebessen-citroenbroodjes

Toen uitgeverij Becht mij vroeg of ik mijn mening wilde geven over het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes” van Daniel Lindeberg, hoefde ik dit keer niet lang na te denken. Zweden is immers het buurland van Noorwegen en het is de oplettende lezer vast opgevallen dat ik daar graag kom en het lekkers daar erg kan waarderen. Zweden ligt qua baksels niet op een heel andere koers dan Noorwegen, dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt! Het is een boekje uit een serie die ik al vaker in handen heb gehad: eenvoudige no-nonsense boekjes in een prijsklasse die het prima doen als cadeautje. Weinig theorie, gewoon de recepten volgen en gaan meet die banaan. Dit boekje heeft 71 pagina’s waarbij recepten worden vergezeld door mooie foto’s. Het boekje is ingedeeld in een aantal hoofd-hoofdstukken: basisrecepten en basiskennis, zoete broodjes, wallonbroodjes, briochebroodjes, saffraanbroodjes en croissants. Deze hoofdstukken bevatten stuk voor stuk weer recepten zoals: kardemomkrakelingen, vanillebroodjes, pain au suisse, saffraankrans en amandelcroissant. Niet alle broodjes vallen in de categorie “Zweeds” maar dat mag de pret niet drukken, want verrukkelijk (en daarmee ook niet heel bevorderlijk voor de  slanke lijn 😉 ) klinken ze allemaal. Na wikken en wegen besloot ik dat ik de blauwebessen-citroenbroodjes wilde maken. Een receptenboek kan je immers niet beoordelen zonder er wat uit gemaakt te hebben. Het is een typisch Scandinavisch broodje: met fruit geplukt in de natuur, het gebruik van boter en suiker wordt niet geschuwd en de porties zijn vrij groot. De hoeveelheid deeg was ook vrij groot, mijn machine kon het maar net aan. Voor de meeste mensen zal het handig zijn om het recept te halveren. Dit recept vond ik in het boek wat warrig opgeschreven, ik heb het hier dus in mijn eigen volgorde en op mijn eigen manier opgeschreven. Het recept was behoorlijk groot naar mijn mening: ik maakte er 37 broodjes mee. Ze kunnen gelukkig goed ingevroren worden zodat je lang kan genieten van deze overheerlijke broodjes, want lekker, dat waren ze absoluut!

blauwebessen-citroenbroodjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 1500 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 200 gram kristalsuiker
  • 25 gram bakpoeder (gezeefd)
  • 16 gram instant gist
  • 6,5 gram zout
  • 150 gram losgeklopt ei (= ongeveer 3 eieren maat M)
  • 350 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 500 gram water op kamertemperatuur

Vulling:

  • 200 gram poedersuiker
  • 120 gram citroensrasppasta (dr. Oetker) of de rasp van de schil van 3 verse, biologische citroenen
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (niet 1 op 1 vervangen door gekochte vanillesuiker, deze heeft dan een sterke nasmaak!)
  • 500 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 160 gram blauwe bessen

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten, gesmolten roomboter
  • 300 gram fijne kristalsuiker

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe de bloem, suiker, gezeefde bakpoeder, gist en zout in een kom (van een standmixer of deegkneder) en meng door elkaar.
  • Voeg nu de eieren, boter en water toe en kneed tot een soepel, elastisch deeg waar je een vliesje van kan trekken tussen je vingers. Door de grote hoeveelheid boter, kan dit even duren. Als dit mijn eigen recept was geweest had ik het deeg eerst zonder boter gedraaid en vervolgens aan het eind de boter beetje bij beetje toegevoegd.
  • Druk het deeg uit tot een lap van ca. 30 x 25 cm en leg dit op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Dek af met huishoudfolie en zet de plaat gedurende 2 uur in een koelkast.
  • Maak nu de vulling.
  • Doe de poedersuiker, de citroenrasp en de zelfgemaakte vanillesuiker in een kom en meng door elkaar.
  • Doe nu beetje bij beetje de boter erbij en meng tot een egaal geheel. Je kan hier het beste de deeghaak van een standmixer voor gebruiken. Het is niet de bedoeling dat je de boter luchtig klopt.
  • Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit op een werkblad tot 50 x 50 cm.
  • Bestrijk het deeg geheel met de citroenvulling. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een glaceermes of de rechte kant van een pannenlikker.
  • Strooi op de vulling de blauwe bessen en zorg dat ze goed verdeeld zijn.
  • Rol het deeg op en snijd in plakken van 1,5 cm breed. Gebruik hiervoor een vlijmscherp mes, druk niet hard naar beneden, maar maak rustig een zagende beweging zonder veel druk uit te oefenen. Je afgesneden plak blijft dan mooi rond.
  • Leg elke plak op een platgemaakt papieren cupcakevormpje en leg het vervolgens op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Vul zo meerdere bakplaten en zet deze weg op een tochtvrij, vochtig plekje van ca. 30 graden. (gebruik hiervoor bijvoorbeeld een zelfgemaakte rijskast of grote plastic bakken met daarbij een schaaltje dampend water.)
  • Laat het deeg ruim een uur rijzen tot het bijna verdubbeld is.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 210 graden Celsius. Hetelucht, boven- en onderwarmte.
  • Draai de oven terug tot 190 graden Celsius en bak de broodjes plaat voor plaat in het midden van de oven gedurende 12-13 minuten tot ze in het midden licht kleuren.
  • Bestrijk ze direct na het bakken met gesmolten boter en strooi hier gelijkmatig fijne kristalsuiker over.
  • Laat de broodjes afkoelen op een rooster.

Bron: door mij iets aangepast recept van Daniel Lindeberg uit het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes”.

Aardbeienjam met minder suiker

In Noorwegen kopen wij altijd heerlijke jam, voor gebruik daar maar er gaan ook zeker een aantal potten mee naar huis! De jam bevat minder suiker dan de standaard jam in Nederland, bevat hele aardbeien (niet altijd even praktisch tussen een boterham, maar wel erg lekker!) en is wat dunner dan de Nederlandse jam. Ook dit jaar sleepten wij een aantal potten jam mee naar huis. Maar ai…wat als die leeg zijn en je geen zin hebt om op de jam uit de schappen van de Nederlandse supers over te stappen? Het antwoord is natuurlijk: zelf maken! We kochten (de aardbeienplanten in onze tuin hebben de zeer droge zomer helaas niet overleefd) een partij heerlijk zomerse aardbeien en maakten daar net zo lekkere jam mee als we in onze vakantie aten! Ik had de Noorse potjes bewaard en deed hier de aardbeienjam in, net echt! De zomer(vakantie) gevangen in een potje. 🙂 Met dit recept vulde ik 3 (en een halve) potten van 400 gram.

aardbeienjam

Ingrediënten:

  • 1000 gram schoongemaakte en ontkroonde aardbeien
  • 400 gram Van Gilse geleisuiker speciaal (hiermee maak je minder zoete jam dan de standaardversie)

Werkwijze:

  • Steriliseer de schoongemaakt potten die je wilt gebruiken. Dit kan door de potten in een grote pan op een theedoek te zetten tot ze helemaal onder water staan en deze 15 minuten te koken. De potten kan je voorzichtig uit de pan halen met een pottentang, pas goed op dat er geen kokend water uit de potten klotst! Je kan de potten ook in de oven zetten en ze 15 minuten bij 160 graden Celsius verhitten.
  • Terwijl je de potten steriliseert, maak je de jam. Je kan de potten dan vullen terwijl ze nog warm (en steriel) zijn.
  • Doe de ontkroonde aardbeien in een ruime pan.
  • Doe hier de geleisuiker bij. We gebruiken geleisuiker in plaats van gewone suiker omdat hier pectine en citroenzuur in zit. Dit is bij de pectine-arme aardbeien nodig is om de jam te laten geleren.
  • Breng de aardbeien met de geleisuiker aan de kook en laat een aantal minuten zachtjes koken.
  • Steek een lepel in de jam en haal deze er weer uit. Laat de jam op de lepel afkoelen. Wordt de jam stevig? Dan is deze goed.
  • Afhankelijk van je voorkeur voor gladde jam of jam met hele aardbeien kan je nog even de staafmixer door het mengsel halen.
  • Giet de jam in de schone potjes die je op een schone handdoek hebt neergezet. Gebruik een brandschone vultrechter om het overgieten te vergemakkelijken.
  • Zorg ervoor dat de randjes van de potjes schoon blijven en draai direct na het vullen de deksels op de pot.
  • Zet de potten 5 minuten op de kop en keer dan weer om en laat rustig verder afkoelen.
  • Als je “klik” hoort zijn je potten goed vacuüm getrokken en zijn ze gesloten circa 6 maanden houdbaar.

 

 

Aardbeienijsjes met hangop

Naast de workshops die ik de afgelopen weken heb gegeven is de oven hier nauwelijks aan geweest. Bakken met buitentemperaturen van 37 graden en de bijbehorende oplopende binnentemperaturen, zie ik niet zo zitten. IJs maken daarentegen past beter bij de aanhoudende hitte. Je hoeft voor deze ijsjes gelukkig niet lang in de keuken te staan, de meeste tijd zit hem in het wachten tot de yoghurt uitgelekt is en tot het ijs bevroren is. Kan je ondertussen mooi in het zwembad duiken! Dit recept is goed voor ca. 8 aardbeienijsjes met hangop, afhankelijk van het formaat vormpje dat je gebruikt.

aardbeienijsjes met hangop

Ingrediënten:

  • 540 gram volle yoghurt
  • 355 gram verse aardbeien, ontkroond
  • 62 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Giet de yoghurt op een kaasdoek (of schone theedoek) die in een zeef boven een kom hangt.
  • Zet een aantal uren in de koelkast tot je in de doek een stevige massa over hebt en het vocht eruit gelekt is. Je hebt nu hangop gemaakt.
  • Doe de aardbeien in een pan en pureer met de staafmixer.
  • Voeg de suiker toe en breng het geheel aan de kook.
  • Laat ca. 10 minuten op een halfhoog vuur inkoken tot je een licht stroperig mengsel over hebt.
  • Laat afkoelen en zet daarna ook in de koelkast in afwachting tot de hangop klaar is.
  • Meng hangop en aardbeienpuree met elkaar in een kom en giet in een kom.
  • Vul de ijsvormpjes en tik deze een aantal keren op je werkblad zodat de luchtbellen naar boven komen.
  • Zet in de vriezer en wacht tot ze volledig bevroren zijn.

Bron: eigen recept

 

 

Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Abrikozencake met banketbakkersroom

Heb je fruit wel eens bekeken alsof het een klein kunstwerkje is? Veel fruitsoorten zijn heerlijk om te eten en veel soorten zijn ook nog eens prachtig om te zien en bijna onmogelijk om niet even te “aaien”. Zo ook verse abrikozen. Heb jij je wel eens verwonderd over de prachtige kleurnuances de schil heeft en heb je wel eens gevoeld hoe zacht het schilletje is? Zoals je merkt: ik wel en ik raad het iedereen aan. Kunnen genieten van dat soort kleine dingen maken het leven rijk. Hoe mooi dat schilletje ook is, uiteindelijk heb ik mijn bakje met verse abrikozen toch maar “geslacht” en in deze abrikozencake met banketbakkersroom verwerkt. Geen slechte keuze, want zo hadden mijn smaakpapillen er ook nog eens plezier van! Ik heb deze cake gebakken in een springvorm met een diameter van 26 cm.

Ingrediënten:

banketbakkersroom:

  • 325 gram volle melk
  • 65 gram eidooier
  • 65 gram zelfgemaakte vanillesuiker van fijne kristalsuiker (lege vanillepeul 2 weken in een pot suiker laten staan)
  • 22 gram maïzena

cake:

  • 250 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram kristalsuiker
  • 250 gram ei (5 eieren maat M) op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 7 verse abrikozen (=ca. 500 gram)

Werkwijze:

  • Maak eerst de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Klop de eidooiers samen met de suiker goed door en voeg ten slotte de maïzena toe en meng dit goed.
  • Verwarm de melk tot de damp ervan af komt.
  • Voeg de warme melk al roerend (écht goed roeren anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm al roerend tot het schuim wegtrekt en het duidelijk begint in te dikken.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een schaal en dek af met huishoudfolie en laat terug koelen.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met boven- en onderwarmte.
  • Klop de roomboter op met de suiker tot het een licht en luchtig geheel is.
  • Mix beetje bij beetje het ei door het beslag. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige compleet opgenomen is.
  • Mix het zelfrijzend bakmeel door het geheel.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 26 cm met bakpapier en vet de vorm met bakspray in.
  • Giet het beslag over in de bakvorm en verdeel goed.
  • Roer de banketbakkersroom goed door tot deze glad is en verdeel dit mengsel over het cakebeslag.
  • Houd er rekening mee dat je een mooie egale laag krijgt en je de room goed tot tegen de rand van de vorm aan verdeelt.
  • Halveer de abrikozen en haal de pit eruit. Het velletje mag er om blijven zitten.
  • Leg de abrikozen met de snijkant naar boven in de banketbakkersroom.
  • Druk ze niet in de banketbakkersroom, anders zal het cakebeslag daar omhoog komen en over de abrikozen heen bakken.
  • Bak de cake net onder het midden van de oven op 170 graden Celsius gedurende 73-75 minuten. De cake is klaar als de kerntemperatuur tegen de 95 graden loopt of je er een satéprikker in kunt steken en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat de cake een kwartier afkoelen in de vorm en haal deze er vervolgens uit om verder af te laten koelen.

Bron: eigen recept.

Glutenvrije gevulde koeken

Bij het opruimen en controleren van mijn voorraad kwam er een pak glutenvrij zelfrijzend bakmeel opduiken die bijna aan de datum was. Deze was nog over de workshop oranjekoek bakken die ik had gegeven aan iemand met coeliakie. Pas kreeg ik ook de vraag of ik bij de workshop “koeken en koekjes” een glutenvrije variant kon doen. Dit samen maakte dat ik dat mooi eens kon proberen op deze glutenvrije gevulde koeken. Na een paar aanpassingen kreeg ik deze heerlijke gevulde koeken, ook erg lekker voor mensen voor wie het niet noodzakelijk is om glutenvrij te eten. Dit recept is goed voor 6 glutenvrije gevulde koeken.

glutenvrije gevulde koeken

Ingrediënten:

Deeg:

  • 130 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (Ik gebruikte Vrij van gluten, zelfrijzend bakmeel van Albert Heijn)
  • 70 gram ongezouten roomboter, koud en in blokjes
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 5 gram gemalen kaneel
  • 13 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 55 gram amandelmeel
  • 55 gram kristalsuiker
  • 5,5 gram citroenrasp
  • 30 gram losgeklopt ei

Afwerking:

  • 1/2 losgeklopt ei
  • 6 garneeramandelen

Werkwijze:

  • Doe het glutenvrije zelfrijzend bakmeel in een kom en wrijf de koude blokjes boter erdoorheen, ga door tot alle grote stukken boter klein zijn. Je krijgt nu een zanderig mengsel, het hoeft nog niet samen te komen.
  • Meng nu de basterdsuiker, zout en kaneel door het mengsel.
  • Voeg het ei toe en kneed tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast om terug te koelen.
  • Maak nu de spijs.
  • Meng amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom.
  • Voeg het ei toe en meng tot een dikke, gelijkmatige brij.
  • Verpak ook dit in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Ideaal gezien laat je de smaken een nachtje trekken. Heb je deze tijd niet, laat het deeg dan minimaal een half uur in de koelkast liggen.
  • Verwarm de oven voor op 215 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op 3 mm dikte op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad.
  • Steek met een geschulpte steker (glad mag natuurlijk ook) van 8,5 cm 12 cirkels uit.
  • Leg 6 deegplakjes met voldoende afstand tot elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Verdeel de spijs in 6 gelijke bolletjes en leg deze in het midden van de plakjes deeg.
  • Bevochtig met een vinger de randen van de plakjes en leg op elk plakje met spijs 1 van de 6 overgebleven plakjes.
  • Druk elk plakje aan zodat de spijs zich rustig verdeeld over de koek, tot een halve cm van de rand af.
  • Druk met een vork de randjes voorzichtig dicht; steek niet door het deeg heen.
  • Bestrijk de koeken met losgeklopt ei en druk de amandel in het midden van de koek.
  • Laat het eistrijksel aandrogen en bestrijk nog een keer. Doe dit zorgvuldig, want je ziet na het bakken precies waar je een plekje bent vergeten!
  • Bak de koeken in het midden van de oven gedurende 13-14 minuten tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Laat afkoelen op de bakplaat.

Bron: eigen recept

Suikervrije spritsen

Onlangs gaf ik een hele geslaagde workshop “koekjes en koeken”. We maakten daarbij gevulde koeken, Amsterdamse koggetjes en spritsen. Hoewel dat allemaal heerlijke koeken en koekjes zijn, zijn ze in de traditionele variant wat minder geschikt voor mensen die op hun suikerinname willen letten. Vanzelfsprekend kan je het ook bij één koekje laten en niet direct de hele trommel leegeten. Al is dat natuurlijk een behoorlijk lastige opgave met zulke smakelijke, zelfgemaakte koekjes 😉  Van één van de deelnemers -die het liefst suikerarm en/of suikervrij wil eten- kreeg ik de vraag of het niet wat minder kon met de suiker in koekjes. Op zich is dat een lastige omdat suiker een belangrijke functie vervult in het maken van een bros, knapperig en bruin koekje. Wetende wat de suiker voor functie vervult, had ik mijn twijfels, maar toen ik dit recept bedacht, bleek het heel erg mee te vallen! Het koekje ziet er iets hakkeliger uit dan een ‘normale’ sprits, maar wat heel belangrijk is; de lijnen van het spuitmondje bleven mooi staan! De buitenkant was lekker bros, de binnenkant iets zachter dan een “normale” sprits. De banaan zoet het koekje en proef je ook wel terug, maar dat is maar heel weinig. Dit recept is goed voor 12 suikervrije spritsen.

suikervrije spritsen

Ingrediënten:

  • 100 gram zachte, ongezouten grasroomboter op kamertemperatuur
  • 5 gram citroenrasp
  • 0,8 gram zout
  • 14 gram losgeklopt ei
  • 90 gram rijpe banaan, geprakt
  • 125 gram patentbloem
  • 1,4 gram bakpoeder, gezeefd

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Wrijf de zachte roomboter samen met de citroenrasp en het zout luchtig op je werkbank. De boter moet heel licht van kleur worden en zalfig worden.
  • Voeg het ei toe en wrijf tot dit helemaal is opgenomen.
  • Wrijf de geprakte banaan door de boter tot het helemaal is opgenomen.
  • Meng het bakpoeder door de bloem heen.
  • Voeg het bloemmengsel bij de roomboter en wrijf een dikke minuut tot alles is opgenomen en je een glad, wit mengsel hebt.
  • Schep dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit ongeveer 12 rondjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in het midden van de oven gedurende ca. 48 minuten goudbruin. Doe een aantal minuten voor het einde van de baktijd de ovendeur even open om de stoom uit de oven te laten. Door de koekjes 48 minuten op 150 graden, krijg je brosse koekjes die nauwelijks naar banaan smaken. Je kan de koekjes ook op 160 graden Celsius bakken gedurende 33 minuten, dan zijn de koekjes wat zachter, maar ook wat zoeter.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster en bewaar in een trommel. Waarschijnlijk zijn deze koekjes door het gebrek aan suiker en het iets hogere vochtgehalte dan normaal wat minder lang houdbaar dan suikerrijke koekjes. Ik heb dit echter niet kunnen uitproberen, want de trommel was zó leeg!

Bron: eigen recept

Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept

 

Rabarbertaart met aardbeien en gember

In de moestuin groeit en bloeit het inmiddels dat het een lieve lust is. De rabarberplanten die ik twee jaar geleden heb gezaaid, zijn dit jaar groot genoeg om van te oogsten. En dan -iets dat mensen met een moestuin vast zullen herkennen- is het de vraag wat je met die plotselinge, grote aanvoer van een bepaalde fruit- of groentesoort moet. Mijn redder in nood bij seizoensfruit en -groenten is dan heel vaak een Noors boek: Slikkepott van Lise Finckenhagen. Helaas is dit boek niet in het Nederlands verkrijgbaar. In dit boek stond een rabarbertaart met aardbeien en gember. Ik heb het één en ander veranderd naar eigen inzicht en kreeg een heerlijke taart die vol smaak zat. Niet te zoet, niet te zuur, tikje kruidig en rijk en warm van smaak. Wie wat rabarber te verwerken heeft, kan ik deze taart zeker aanraden! Dit recept is goed voor 1 rabarbertaart met aardbeien en gember, gemaakt in een ronde, lage vorm (met uitneembare bodem) van 26 cm.

rabarbertaart met aardbeien en gember

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram bloem
  • 90 gram
  • 125 gram koude, ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 50 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 450 gram in blokjes gesneden rabarber
  • 300 gram aardbeien, in vieren gesneden
  • 300 gram suiker
  • 50 gram aardappelzetmeel
  • 20 gram fijngehakte bakgember uit een potje
  • 25 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 1/2 losgeklopt ei
  • Grove (of normale) kristalsuiker
  • 1/2-1 theelepel gemalen kardemom

Werkwijze:

  • Doe bloem, poedersuiker en de blokjes boter samen in een kom en knijp de boter met vlugge bewegingen (zodat de boter niet smelt) in kleine stukjes door de bloem heen.
  • Als je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt gekregen voeg je het ei toe en knijp je het deeg tot een glad geheel. Niet langer doorgaan dan nodig.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg een uurtje te rusten in de koelkast.
  • Maak in de tijd dat het deeg in de koelkast ligt de rabarber schoon, droog deze goed af en snijd deze in gelijke stukjes. Was de aardbeien, maak ze goed droog en snijd elke aardbei in ongeveer vier stukjes, afhankelijk van het formaat van de aardbei. Laat de bakgember iets uitlekken en snijd de gember fijn.
  • Meng de suiker met het aardappelmeel.
  • Meng hierbij de rabarber, aardbeien en gember en roer goed.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot benodigd formaat.
  • Bekleed de met bakspray ingevette vorm met het deeg.
  • Doe hierin alle vulling.
  • Verspreid gelijkmatig de blokjes roomboter over de vulling.
  • Rol het overgebleven deeg uit tot repen waarmee je een raster vlecht.
  • Bestrijk het raster met wat losgeklopt ei.
  • Bestrooi dit met (grove) kristalsuiker en zeef er gelijkmatig wat gemalen kardemom overheen.
  • Bak de taart net onder het midden in de voorverwarmde oven gedurende 50-55 minuten.
  • Laat de taart even staan en haal hem daarna uit de vorm. Een vorm met uitneembare bodem werkt hiervoor het beste. een grote taartschep helpt hierbij ook.
  • Zet de taart  op een rooster en zet dit rooster op een grote schaal oid.
  • Prik in het midden van de bodem een gaatje zodat het overtollige vocht eruit kan lopen en vang dit op in de schaal. Dit vocht is heerlijk voor over de vla of yoghurt.
  • Laat de taart verder afkoelen en zet in de koelkast.
  • Serveer koel.

Bron: naar eigen inzicht aangepast met inspiratie uit een recept van Lise Finckenhagen uit “Slikkepott”