Berichten

Haverbrood met kookstuk

Het mooie aan bakken is mede dat je er zoveel kanten mee op kan: zoet, hartig, neutraal. Maar ook de enorme hoeveelheid aan verschillende technieken houden het steeds weer interessant om nieuwe dingen te gaan ontdekken. Zo had ik al vaker gelezen over het gebruiken van een kookstuk, maar er tot nu toe nog nooit wat mee gedaan. Een kookstuk maak je met graankorrels of meel/bloem waarbij je dit samen met voldoende water tot maximaal 65 graden Celsius verwarmt. Het zetmeel gaat verstijfselen en neemt vocht op. Dit maakt dat je een malser brood met meer vocht (en dus een langere versbeleving) krijgt. Ook geeft het wat meer stevigheid aan het deeg bij gebruik van granen die minder sterke gluten hebben. Haver is een graan waar ik dol op ben, de rijke zachte smaak vind ik heerlijk. Toch had ik er moeite mee om het in brood te verwerken en een luchtig brood te houden. Dit komt omdat haver glutenvrij is. Verder dan 15% kwam ik niet, maar met deze methode kreeg ik een prachtig brood dat letterlijk het blik uitrees met 70% tarwe en 30% haver! Wel heb ik nog wat extra gluten toegevoegd, maar misschien was dat achteraf niet nodig geweest. Dat gaan we uitzoeken in een volgend experiment! Het brood heeft een heerlijke haversmaak en heeft een heerlijk zacht kruim en een knapperige korst. Dit recept is goed voor 1 haverbrood gebakken in een broodvorm van 30 x 10,5 cm.

haverbrood met kookstuk

Ingrediënten:

Kookstuk:

  • 180 gram havermout
  • 250 gram water
  • 50 gram heldere, vloeibare honing

Deeg:

  • 420 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 9 gram instant gist
  • 20 gram tarwegluten (evt.)
  • 230 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Decoratie:

  • havermout

Werkwijze:

  • Doe de ingrediënten voor het kookstuk in een pan en verwarm dit al roerend tot maximaal 65 graden Celsius.
  • Dek af met huishoudfolie en laat afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Doe de droge ingrediënten voor het deeg in een kom en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg nu het kookstuk, water en roomboter toe en kneed machinaal of met de hand tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met bakspray of olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet gedurende ca. 1 uur op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius. Je kan het deeg ook op kamertemperatuur laten rijzen, maar dan ben je langer bezig.
  • Als het deeg in volume verdubbeld is en je een kuiltje blijft zien als je er met je vinger in prikt, dan is het klaar.
  • Druk het deeg uit met de platte hand tot alle luchtbellen verdwenen zijn. Zorg dat je een rechthoekige lap krijgt.
  • Vouw de linkerkant van de lap naar het midden.
  • Vouw de rechterkant nét iets over het midden.
  • Druk weer aan en rol het deeg van onder af strak op.
  • Bevochtig het opgerolde deeg met wat water en rol het stevig door flink wat havermout dat je hebt uitgestrooid over je aanrecht.
  • Leg het deeg in een met bakspray ingevette bakvorm.
  • Laat het deeg in een vochtige (bakje dampend water er bij zetten) omgeving van 31 graden Celsius in 50-60 minuten rijzen tot dubbel volume. Volg deze link voor inspiratie voor het maken van je eigen rijsmogelijkheid.
  • Als je voorzichtig op het deeg drukt en het veert direct en krachtig terug, dan is je brood nog onvoldoende gerezen, veert het deeg langzaam terug, dan is je brood goed gerezen. Begint je brood deukjes te vertonen en blijft je vingerafdruk staan, dan is je deeg te lang gerezen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 230 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet het broodblik op een rooster onderin de oven, giet direct een klein scheutje water op de verdiepte opvangplaat onderin (of plaats daar een metalen braadslede waarin je het vocht giet) voor de stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 20 minuten terug naar 200 graden Celsius en bak nog 13 minuten op deze temperatuur tot de kerntemperatuur van het brood 95 graden Celsius is.
  • Haal het brood direct na het bakken uit de vorm en laat verder afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept.

 

 

 

Zoete krakelingen van bladerdeeg

Hebben jullie dat ook zo vaak? Dat je in een winkel rondneust en allerlei leuke dingen ziet, helemaal enthousiast wordt en grootse plannen maakt, maar eenmaal gekocht het betreffende ingrediënt of voorwerp in de kast blijft liggen? Zo verging het de krakelingsteker die ik alweer een tijd terug aanschafte (en hij is niet het enige ding die dat lot onderging). Uiteindelijk wordt het allemaal wel gebruikt, daar niet van, maar vaak vraag ik me af waarom het zo lang moet duren. Dat vroeg ik me zeker af toen ik merkte hoe eenvoudig deze krakelingen te maken zijn en hoe heerlijk het resultaat is!
In dit geval maakte ik het bladerdeeg zelf, maar wil je het heel makkelijk doen? Dan kan je natuurlijk ook kant en klaar bladerdeeg nemen. Dit recept is goed voor ca. 15 zoete krakelingen, gestoken met een krakelingsteker van 8 cm. Heb je geen krakelingsteker? Geen nood, je kan ook reepjes van dit bladerdeeg snijden en dit in de vorm van een krakeling leggen. Wil je meer leren over het zelf maken van bladerdeeg? Dat kan! Ik geef een workshop ‘bladerdeeg en gerezen bladerdeeg’ waarin je alles leert over de theorie en van begin tot eind je producten helemaal zelf maakt.

Zoete krakelingen van bladerdeeg

Ingrediënten:

  • 200 gram korstbloem (verkrijgbaar bij o.a. de webshop van de Zuidmolen in Groesbeek)
  • 25 gram ongezouten roomboter
  • 105 gram koud water
  • 2 gram zout
  • 125 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur (Ik gebruik graag Melkan roomboter, deze wordt niet al te zacht op kamertemperatuur)
  • fijne kristalsuiker

Werkwijze:

  • Doe bloem, 25 gram roomboter, water en zout in een kom en kneed er een soepel deegje van waarvan je net geen stevig vlies kan trekken.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Leg een vel bakpapier op je aanrecht en snijd de 125 gram roomboter in dikke plakken en leg deze in 2 rijen naast elkaar op het bakpapier.
  • Leg hierop een tweede vel bakpapier en vouw aan alle kanten de randen dicht tot je een pakketje van 20 x 30 cm. krijgt.
  • Vouw de vouwen extra scherp aan door er stevig met je nagel overheen te gaan.
  • Leg het pakketje met de vouwen naar beneden en rol de boter uit tot een gelijkmatige plak van 20 x 30 cm. De vouwen zorgen ervoor dat de boter in een mooie, rechthoekige vorm komt.
  • Leg de boter in de koelkast gedurende 45 minuten.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een plak van 40 x 30 cm.
  • Haal nu pas de boter uit de koelkast en trek aan een kant voorzichtig het bakpapier eraf.
  • Leg de boter op de kop op het midden van het deeg, de lange zijde van de boter moet gelijk liggen met de korte zijde van het deeg.
  • Druk de boter aan op het deeg met een deegroller of deegschraper.
  • Trek nu voorzichtig en vlot het resterende vel bakpapier van de boter. Houd het papier dat je eraf trekt laag.
  • Vouw de nog niet bedekte zijkanten van het deeg naar het midden van de boter, als het goed is overlappen ze elkaar daar nét.
  • Vouw het deeg vanaf de korte kant in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw het nog eens in drieën.
  • Draai het deeg weer een kwartslag en rol het voorzichtig uit tot een formaat dat je nog eens in drieën kan vouwen.
  • Als het deeg het toelaat rol je het voorzichtig op een licht met bloem bestrooid werkblad uit tot 40 x 27 cm. Merk je dat het deeg steeds weer terugtrekt, dek het dan af met folie en laat het een kwartiertje rusten.
  • Steek de krakelingen uit met de krakelingensteker of snijd reepjes en vorm deze tot een krakeling. Werk zo dat je zo weinig mogelijk restdeeg overhoudt, dit is namelijk niet meer te gebruiken.
  • Strooi fijne kristalsuiker op een bord.
  • Bestrijk de krakelingen licht met water en haal ze aan de onder- en bovenkant door de fijne kristalsuiker en druk deze aan.
  • Leg de koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat ze een kwartier rusten en verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de krakelingen in het midden van de oven gedurende 13-15 minuten.
  • Wil je de krakelingen een glimmend suikerlaagje geven? Zet dan nog even de grill aan op 230 graden Celsius. Blijf het proces vanaf nu volgen en haal de krakelingen direct uit de oven zodra ze glanzend en goudbruin zijn.

Bron: eigen recept

 

Vruchtenkruimelvlaai

Hallo, Daar ben ik weer, Niels! Ik ben 11 jaar en de zoon van Mannin. Ik ben weer gaan bakken. En daar hoort natuurlijk ook een leuk stukje bij! Hoe het allemaal begon: Het was voorjaarsvakantie. Ik verveelde me. De vorige dag had ik per ongeluk het stukje oranjekoek van mijn vader opgegeten . (Nu denken jullie misschien: ‘Hij steelt van zijn vader!’) Nee, dat is het niet, ik wist niet dat dat stukje voor hem was. (Ik was bang dat binnen een paar minuten de politie ons huis zou omsingelen, maar dat viel gelukkig mee 😉 ) Dus leek het me een goed idee om een vruchtenkruimelvlaai te bakken voor mijn vader (daar is hij dol op) en toen heb ik zelf een recept bedacht. Veel plezier met bakken! Mijn vader was erg blij met de vlaai en heeft direct een heel groot stuk op zitten smikkelen! Deze vlaai wordt gebakken in een lage, ronde vorm van 22/24 cm. doorsnede.

vruchtenkruimelvlaai

Ingrediënten:

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 150 gram appel, geschild en in blokjes
  • 200 gram Hak vlaaifruit aardbei
  • 200 gram uitgelekte en drooggedepte abrikozen uit blik, in stukken gesneden

Kruimels:

  • 100 gram tarwebloem
  • 70 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 30 gram kristalsuiker

Werkwijze:

  • Meng tarwebloem, zout, vanillesuiker en instant gist met elkaar in een kom.
  • Voeg de roomboter en melk toe en kneed tot een samenhangend deeg.
  • Dek af met een kom en laat 30 minuten rusten op kamertemperatuur.
  • Meng ondertussen in een kom de ingrediënten voor de vulling.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak de kruimels door de bloem, boter en beide suikersoorten door elkaar heen te mengen en tot kruimels te vormen door het tussen je vingers samen te drukken.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot je de vorm ermee kan bekleden.
  • Vet de vorm in met bakspray.
  • Hang het deeg losjes om je rolstok en hevel het deeg over naar de vorm.
  • Druk voorzichtig aan en rol de randjes eraf door met de rolstok over de randen van de vorm te rollen.
  • Verdeel de vulling over het deeg.
  • Verdeel de kruimels over de vulling.
  • Zet in het midden van de oven op een rooster en bak in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat even afkoelen in de vorm en haal de vlaai er dan uit.
  • Ik heb hiervoor mijn hand op de bovenkant van de vlaai gelegd, deze met vorm en al op de kop gekiept, het afkoelrooster op de bodem van de vlaai gelegd en vervolgens de vlaai weer met rooster en al rechtop gezet om verder af te laten koelen.
  • Je zou ter decoratie nog iets poedersuiker over de vlaai kunnen strooien met een heel fijn zeefje.

Bron: eigen recept van Niels

Friese oranjekoek

Een verjaardag! Naast dat dit veel gezelligheid met zich mee brengt, geeft mij dit natuurlijk een heel goed excuus om  wat lekkers te bakken! Sinds we in Friesland wonen heeft manlief kennis gemaakt met de Friese Oranjekoek, één van de (hoop ik vele) aspecten die hem goed bevallen aan het leven hier. Al vele malen mocht hij op het werk een stukje oranjekoek ontvangen, als hij jarig is, gaat hij ze zelf uitdelen. Niet zomaar een gekochte oranjekoek, maar oranjekoek uit eigen keuken. Toen ik bezig was met het maken van deze koek, vroegen de kinderen mij waarom dit oranjekoek heette, de glazuurlaag erop was toch zeker niet oranje?! Tja, ik kan hun verwondering begrijpen. Oranjekoek dankt zijn naam aan de kleine stukjes gekonfijte sinaasappelschil die in de koek zitten, en heeft dus niks te maken met de kleur glazuur. Dit recept is goed voor een koek ter grootte van 22 X 22 cm, waar je in ieder geval 12 stukjes van kunt snijden.

Friese oranjekoek

Ingrediënten:

Deeg:

  • 325 gram Zeeuwse bloem (heb je dit niet, dan voldoet de goedkoopste bloem uit de supermarkt ook wel)
  • 100 gram koude ongezouten roomboter, in blokjes
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 2 gram zout
  • 2,5 gram bakpoeder
  • 3,5 gram heel anijszaad
  • 0,6 gram gemalen kardemom
  • 0,7 gram gemalen nootmuskaat
  • 50 gram gekonfijte sinaasappelsnippers
  • 50 gram losgeklopt ei
  • 58 gram water

Vulling:

  • 150 gram amandelmeel
  • 150 gram kristalsuiker
  • 60 gram losgeklopt ei

Glazuur:

  • 200 gram poedersuiker
  • 30 gram water (mogelijk minder afhankelijk van gebruikte kleurstof)
  • rode kleurstof, liefst poeder of gel

Crème:

  • 60 gram (gepasteuriseerd) eiwit
  • 120 gram fijne suiker
  • 180 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 1 theelepel vanillearoma

Of slagroom:

  • 500 ml slagroom
  • 55 gram poedersuiker
  • eventueel klop-fix naar dosering op de verpakking

Afwerking:

  • mandarijntjes uit blik, uitgelekt
  • chocolade e.d. om het geheel af te werken
  • beetje afdekgelei (bijv. Taartina)

Werkwijze:

  • Voeg de in blokjes gesneden boter toe en wrijf met je handen tot een zanderig mengsel. Dit kan ook met de platte klopper van een standmixer of met een keukenmachine.
  • Voeg de overige droge ingrediënten voor het deeg toe en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg het ei en water toe.
  • Kneed kort tot een samenhangende, egale massa.
  • Druk het deeg plat en verpak in huishoudfolie.
  • Leg dit gedurende een half uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak ondertussen de amandelspijs door amandelmeel, suiker en ei met elkaar te mengen tot één geheel.
  • Verdeel het deeg in twee stukken, de een iets groter dan de ander.
  • Rol eerst het grootste stuk uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot deze 25 x 25 cm. is.
  • Rol de lap losjes om je deegrol en rol weer af boven een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Neem steeds kleine beetjes amandelspijs tussen je vingers en bedek hiermee de deegplak. Laat 1 cm. rondom aan de rand vrij.
  • Vouw de niet bedekte deegrandjes omhoog. Je hebt nu een kleine opstaande rand.
  • Bevochtig de opstaande rand met iets water.
  • Rol het overgebleven deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 23 X 23 cm.
  • Neem deze deegplak op dezelfde manier op en leg deze op de eerste deegplak.
  • Knijp de randen goed dicht zodat de spijs niet kan lekken.
  • Maak het oppervlakte glad door er voorzichtig met de deegroller overheen te rollen.
  • Prik de bovenkant een aantal keer voorzichtig in met een vork
  • Bak de koek ca. 30 minuten in de voorverwarmde oven tot deze aan de randen heel licht goudbruin is en bovenop nog iets meegeeft. De koek blijft vrij bleek.
  • Laat de koek afkoelen, eerst op de plaat, zodra hij iets steviger is deze voorzichtig overhevelen naar een rooster en verder laten afkoelen.
  • Bereid het glazuur door de poedersuiker en water te mengen tot een mengsel dat ongeveer de dikte van yoghurt heeft.
  • Voeg kleurstof naar keuze toe en meng goed zodat je geen witte of rode strepen meer ziet.
  • Giet in het midden van de koek het glazuur in een lange streep en strijk direct glad met een pannenkoekmes of glaceermes. Werk vlot en stop met uitstrijken zodra de glazuur begint aan te drogen.
  • Laat het glazuur volledig uitharden en de koek volledig afkoelen.
  • Snijd aan alle kanten een randje af zodat je straks strakke stukjes krijgt. Deze “snoep”randjes belanden hier meestal vlot in een of meerdere monden 😉
  • Snijd de koek op in de gewenste aantal stukjes.
  • Maak nu de cème of klop de slagroom.
  • Crème: Verwarm de eiwitten met de suiker au bain marie tot 60 graden Celsius, zorg dat de suiker is opgelost.
  • Klop de eiwitten stijf in met een (stand)mixer.
  • Voeg vlokje voor vlokje de boter toe en mix tot een gladde crème.
  • Mix tot slot het vanillearoma door de crème tot alles is opgenomen.
  • Doe de crème in een spuitzak met een gekartelde spuitmond passend bij het formaat van je stukjes oranjekoek.
  • Spuit een rozet, streepjes of een s-vorm op ieder stukje.
  • Slagroom: klop de koude slagroom op met de poedersuiker (en eventueel de klopfix) tot er scherpe randen in blijven staan.
  • Doe de slagroom in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm. en spuit een s-vorm, rozet of streep op ieder stukje koek.
  • Versier met een drooggedept stukje mandarijn en bedek dit met afdekgelei tegen het verkleuren.
  • Eventueel versieren met een chocoladefiguurtje of eetbare confetti voor een kinderverjaardag.
  • Zet het gebak weg in de koelkast zodat de crème kan opstijven, hier krijgt deze een lekkere “bite” van.

P.s. Ik kon in de winkels geen gekonfijte sinaasappelschil vinden, dus maakte ik het zelf, dit deed ik zo:

  • 1 deel sinaasappelschil (of van een andere citrusvrucht)
  • 2 delen suiker
  • 2 delen water
  • Pel de schil van twee biologische sinaasappels en verwijder het wit zo goed mogelijk.
  • Snijd in reepjes van een halve cm breed.
  • Vul een pan met water en kook hierin de schillen 10 minuten en giet het water af.
  • Herhaal dit nog twee keer (dit is tegen de bitterheid)
  • Breng in een andere pan de suikersiroop aan de kook en doe hier de sinaasappelschilletjes in.
  • Kook gedurende 20 minuten en laat hierna een uur staan met het deksel op de pan.
  • Giet de schillen af (vang de siroop op, deze is nog goed bruikbaar)
  • Spreid de schillen uit op een bakplaat en laat deze drogen, eventueel met hulp van de heteluchtoven op een hele lage temperatuur.
  • Het is vrij bewerkelijk om dit te maken, maar ó zo lekker! Bovendien kan je een grote hoeveelheid maken, want deze gekonfijte schilletjes zijn lang houdbaar.

Oranjekoek

De oranjekoek is vrij naar een recept uit het leuke boek waar veel Nederlandse streekbaksels in staan: Het Nederlands Bakboek door G. Pagrach-Chandra

Het recept voor het zelf maken van de gekonfijte sinaasappelschilletjes haalde ik van deze leuke bakwebsite: //ikbakerietsvan.wordpress.com/2013/03/11/gekonfijte-sinasappel/

Stroopwafelcake

Alweer een hele tijd terug kreeg ik de vraag van een familielid die in Australië woont, de vraag of ik het recept voor een stroopwafelcake had. Dat had ik toen nog niet, maar inmiddels heb ik het gemaakt en kan ook down-under deze cake met een Hollands tintje gebakken worden! Natuurlijk mag je deze cake ook op elke andere plek van de wereld maken 😉 Dit recept is goed voor 1 cake, gebakken in een cakevorm van 24 cm lang.

stroopwafelcake

Ingrediënten:

  • 250 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 225 gram kristalsuiker
  • 25 gram Bourbon vanillesuiker
  • 250 gram ei (= ca. 5 eieren maat M)
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram stroopwafel als vulling, in blokjes gesneden van ca. 1 cm. bij 1 cm.
  • 100 gram stroopwafel ter decoratie, in blokjes gesneden van ca. 1 cm. bij 1 cm.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de boter met de suiker en de bourbon vanillesuiker met een mixer met gardes luchtig.
  • Voeg ei voor ei toe en wacht met het volgende ei toe te voegen tot de vorige volledig is opgenomen.
  • Klop na het toevoegen van het laatste ei nog dik 2 minuten flink door.
  • Spatel voorzichtig het zelfrijzend bakmeel door de opgeklopte boter tot deze volledig is opgenomen.
  • Spatel 100 gram in blokjes gesneden stroopwafel door het beslag tot deze goed verdeeld zijn. (Je hoeft deze niet door de bloem te halen, ze zullen nauwelijks zakken.)
  • Spuit een cakeblik in met bakspray (of vet deze goed in met roomboter en bestuif dit met bloem).
  • Hevel het beslag over in de bakvorm en strijk iets glad aan de bovenkant.
  • Bestrooi de bovenkant met de andere 100 gram in blokjes gehakte stroopwafel.
  • Bak net onder het midden van de oven gedurende 1,5 uur tot de cake diep goudbruin en gaar is. Als je een satéprikker in de cake steekt en deze er schoon uit komt, is deze gaar. Mijn ervaring is dat je de kerntemperatuur ook kan meten, ligt deze tussen de 93 en 95 graden Celsius, dan is je cake gaar.

Bron: eigen recept

 

 

Bananensoezen

Ik ben bezig om de wereld van de soes te verkennen. Zo’n kookdeeg is toch weer heel wat anders dan een koek- of brooddeeg! Wie soezen zegt, noemt waarschijnlijk in één adem ook de slagroomsoes en de Bossche bol, maar ook de bananensoes. Een eenvoudig in grote hoeveelheden te maken gebakje dat de meeste mensen ongetwijfeld kunnen waarderen! Dit recept is goed voor ca. 11 bananensoezen.

bananensoezen

Ingrediënten:

soezen:

  • 70 gram roomboter
  • 70 gram volle melk
  • 70 gram water
  • 70 gram tarwebloem
  • 140 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 500 gram slagroom
  • 65 gram poedersuiker
  • 15 gram klopfix (eventueel)
  • 4 á 5 bananen
  • citroensap

Decoratie:

  • 200 gram poedersuiker
  • water (of licht opgeslagen eiwit als je het glazuur minder doorzichtig wilt hebben)
  • gele kleurstof
  • 40 gram melk of pure chocolade

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Breng de roomboter, het water en de melk in een pan aan de kook.
  • Haal de pan van het vuur en roer de bloem onder.
  • Zet de pan terug op de hittebron en roer het deeg tot het begint aan te zetten op de bodem van de pan en verder een glad geheel vormt.
  • Haal de pan weer van de warmtebron en wacht tot het beslag 70 graden Celsius of kouder is.
  • Voeg nu beetje bij beetje het losgeklopte ei toe en roer dit door het deeg. Beter een ei te weinig dan te veel. Het deeg moet in een hele dikke druppel traag van je spatel afglijden.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van 15/17 mm. ca. 11 kromme “banaantjes” op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de bananensoezen 20 minuten in een gesloten oven. Laat na deze tijd de stoom ontsnappen door de ovendeur even op een kier te zetten en vervolgens nog met gesloten deur 5 minuten verder te bakken.
  • Laat de soezen afkoelen op een rooster.
  • Klop de slagroom op met de poedersuiker en (eventueel) de klop-fix op tot deze stevig en spuitbaar is.
  • Snijd alle soezen open.
  • Doe de slagroom over in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm.
  • Spuit de bodems van de soezen op met slagroom. Ik spoot half omhoogstaande rondjes die elkaar dakpansgewijs overlapten. (een beetje als een liggende springveer)
  • Tussen de slagroom’rondjes’ steek je plakjes banaan die met citroensap bestreken zijn zodat ze niet verkleuren. zo krijg je om en om een “plakje slagroom” en een plakje banaan.
  • Maak de glazuur aan door de poedersuiker te mengen met iets water tot je een nog vrij stevig, glimmend mengsel hebt. Wil je de glazuur wat minder doorzichtig hebben, dan kan je wat (gepasteuriseerd) eiwit licht opkloppen en dit mengen met poedersuiker en een paar druppels citroensap. Kleur in beide gevallen het glazuur naar wens met gele kleurstof.
  • Strijk met een kwast het glazuur over de losgesneden bovenkanten van de soezen of dip ze op de kop in het glazuur.
  • Leg de bovenkanten als het glazuur gedroogd is op de opgemaakte soezen.
  • Smelt nu au-bain marie, in een chocolade smelter of in de magnetron (op een lage stand!) de chocolade. Vouw van bakpapier een cornetje of vul een lepel met de gesmolten chocolade en trek streepjes over de soezen.
  • Zet in de koelkast om op te laten stijven. Eet smakelijk!

Bron: eigen recept

Valentijnshartjes van chocolade

Het is weer bijna Valentijnsdag en dat betekent dat je je geliefde nog eens extra mag verwennen (al heeft hij of zij er vast geen moeite mee als je dit niet alleen op Valentijnsdag doet, maar het hele jaar door 😉 ). Mijn jongste zoon van 9 bedacht deze Valentijnshartjes van chocolade. De hartjes van chocolade zijn niet heel moeilijk om te maken en daardoor ook een prima cadeautje voor bijvoorbeeld moederdag. Belangrijk is om de temperaturen goed in de gaten te houden, dan krijg je de mooist glimmende en knapperige chocolade! Ik gebruik hiervoor een laserthermometer, maar je kan ook een kernthermometer gebruiken. Je hebt voor deze Valentijnshartjes van chocolade geen speciale chocoladevormen nodig, enkel wat hartvormige koekstekers. Ik maakte met dit recept 4 hartjes, maar dat aantal hangt natuurlijk mede af van het formaat van je koekstekers.

Valentijnshartjes van chocolade

Ingrediënten:

  • 80 gram witte chocolade, grofgehakt of bijvoorbeeld chocolade callets van Callebaut
  • 40 gram witte chocolade grofgehakt of bijvoorbeeld chocolade callets van Callebaut
  • Eventueel rode kleurstof welke geschikt is voor chocolade. Ik gebruikte poederkleurstof omdat chocolade geen waterhoudende kleurstoffen kan verdragen (Ik kocht het bij Bouwhuis.com, maar De Leukste taartenshop heeft het ook)
  • Een paar lepels roze/rode musketzaadjes of gevriesdroogde frambozen

Werkwijze:

  • Zet de hartvormige koekstekers op een vlakke plaat of schaal welke bekleed is met bakpapier.
  • Smelt de 80 gram witte chocolade in een couverture smeltbak, au bain marie of in de magnetron tot alles gesmolten is en een temperatuur van 40-42 graden Celsius heeft. Zorg ervoor dat de chocolade niet veel warmer wordt, dan verbrandt ze namelijk.
  • Haal de chocolade van de warmtebron en meng de overgebleven 40 gram chocolade door de gesmolten chocolade.
  • Houd de chocolade goed in beweging en ga door tot alle stukjes chocolade gesmolten zijn. De temperatuur zou nu ca. 30 graden Celsius moeten zijn.
  • Is de chocolade te koud geworden, warm dat dan een beetje bij.
  • Roer eventueel de kleurstof door de gesmolten chocolade tot alles egaal gekleurd is.
  • Verdeel de chocolade nu eerlijk over de vormpjes.
  • Verdeel direct het musketzaad of de gevriesdroogde frambozen over de nog zachte chocolade. Dit mag best ruim, het overtollige valt er na het uitharden zo vanaf.
  • Zet de hartjes in de koelkast en laat ze afkoelen tot ze 12 graden Celsius zijn.
  • Haal ze uit de koelkast en haal ze uit hun vormpjes.
  • Houd de hartjes even op de kop om het overtollige musketzaad eraf te laten vallen.
  • Bewaar droog en niet al te warm (maar niet in de koelkast). Verpak in een mooi doosje en maak je lief blij!

Bron: eigen recept

 

 

Friese keallepoat

Streekbaksels, ik vind ze altijd interessant. Er zijn zoveel varianten te vinden, en elke streek heeft zijn eigen ‘collectie’ waarbij al die baksels vaak ook nog eens hun eigen verhaal hebben. Zo heeft de Friese keallepoat (kalverpoot op zijn Nederlands) een lange geschiedenis. De Germanen offerden vroeger levende dieren aan de watergeest, als dank voor het vele water dat leven mogelijk maakte. Later werden deze levende offers vervangen door offers die symbool stonden voor, in dit geval,  levende kalveren. De keallepoat was geboren. Twee repen koek worden aan elkaar gehecht door hard te knijpen. De koek lijkt op de twee voorpoten van een kalf. Het is een taaitaai achtige koek, maar met een kortere afbeet dan taaitaai. Ook worden er als kruiden enkel wat steranijs en anijs gebruikt. Het bereiden van deze koek vraagt wat ervaring en precisie, maar als je het proces eenmaal onder de knie hebt, dan heb je ook iets heel lekkers en kan je ook aan de slag met andere rogge-koekdegen. Dit recept is geschikt voor 4 Friese keallepoaten en kan het beste gemaakt te worden met een solide standmixer of deegkneder.

Ingrediënten:

Gronddeeg:

  • 335 gram roggebloem (liefst type 00)
  • 120 gram water
  • 270 gram honing

Voor het doorbraken:

  • 90 gram witte basterdsuiker
  • 80 gram vloeibare, heldere honing
  • 4 gram gemalen steranijs
  • 2 gram gemalen anijs
  • 8 gram azijn
  • 12,5 gram bakpoeder (gezeefd)
  • zonnebloemolie om het deeg mee af te strijken

Werkwijze:

  • Zeef de roggebloem in een hittebestendige kom.
  • Zet deze kom boven een pan met water en verwarm deze au bain marie tot de bloem 30 graden Celsius is.
  • Verwarm ondertussen op matig vuur in een ruime steelpan (pas op, het mengsel gaat borrelen!) al roerend het water en de honing tot 103 graden Celsius.
  • Zet de kom in de standmixer met kneedhaak en giet er al draaiend de kokende honing bij.
  • Kneed tot alle droge stof is opgenomen en stop dan.
  • De deegtemperatuur moet minimaal 65 graden Celsius zijn.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het deeg in huishoudfolie en eg het deeg in de koelkast.
  • Laat het deeg minimaal 24 uur rusten.
  • Meng in een kom de basterdsuiker,  honing, steranijs, anijs en azijn.
  • Kneed dit door het gronddeeg tot alles goed verdeeld is. Ga niet langer door dan nodig, anders overkneed je het deeg en gaat het ontzettend plakken.
  • Kneed nu het bakpoeder door het deeg en stop wederom zodra het goed verdeeld is.
  • Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken.
  • Rol elk stuk uit tot een rol van ca. 16 cm. breed.
  • Leg de rollen twee aan twee op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht met zonnebloemolie.
  • Knijp de twee rollen deeg op drie plaatsen stevig aan elkaar.
  • Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak 9 minuten op 210 graden, bak vervolgens nog 8 minuten op 190 graden Celsius en daarna nog 5 minuten op 180.
  • Laat na het bakken even afkoelen op een rooster, maar zorg ervoor dat de koeken niet teveel uitdrogen.
  • Bewaarde koeken in een goed afgesloten trommel of plastic zak.

Bron: eigen recept geïnspireerd op een recept van Marten Boonstra

 

Sneeuwpop van soesjes

Vandaag sneeuwde het dat het een lieve lust was. Het plannetje, dat ik al geruime tijd in mijn hoofd had, moest nu echt eens uitgevoerd worden! Deze sneeuwpop van soesjes is vrij eenvoudig te maken en is leuk als traktatie bij een verjaardag of bij het kerstdiner. Dit recept is goed voor 14 sneeuwpoppen.

Ingrdiënten:

Soezen:

  • 150 gram water
  • 75 gram roomboter
  • 75 gram tarwebloem
  • 150-200 gram losgeklopt ei (=3 á 4 eieren maat M)

Vulling:

  • 65 gram frambozen (vers of diepvries)
  • 65 gram geleisuiker
  • 250 gram slagroom
  • 30 gram poedersuiker

Decoratie:

  • ca. 300 gram witte chocolade
  • krenten
  • gekonfijte sinaasappelschil of een klein stukje wortel
  • voor de mond: stukje zure mat, dropveter o.i.d.
  • zoute stengels

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe het water en de roomboter in een pan en breng dit aan de kook.
  • Haal de pan van het fornuis en roer de bloem er doorheen.
  • Zet terug op het fornuis en verwarm al roerend tot je een droge, gladde massa hebt. Verwarm niet te lang, want dan zullen de soezen niet omhoog komen tijdens het bakken.
  • Haal de pan weer van het fornuis en wacht tot de massa is afgekoeld tot 70 graden Celsius.
  • Roer nu beetje bij beetje het ei door het beslag tot het beslag traag in een hele dikke, glanzende druppel van je spatel af ‘valt’. Beter een ei te weinig, dan een ei te veel. Liever dus 150 gram ei dan 200.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van ca. 13 mm 28 dopjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Duw met een natte vinger de puntjes plat.
  • Zet de bakplaat net iets onder het midden in de oven.
  • Bak 15 minuten en zet daarna de ovendeur heel even op een klein kiertje om de stoom eruit te laten. Bak vervolgens nog 7-10 minuten tot de soezen mooi gekleurd zijn.
  • Laat ze afkoelen en begin ondertussen aan de vulling.
  • Verwarm de frambozen met de geleisuiker in een pan en laat een paar minuten koken. Laat een druppel vallen op een koud schoteltje. Geleert deze snel, dan is de frambozenjam goed.
  • Laat de jam afkoelen.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker tot deze stevig is.
  • Mix op de laagste stand de afgekoelde frambozenjam erdoor.
  • Prik met een smal, scherp voorwerp aan de onderkant een gaatje in ieder soesje.
  • Vul een spuitzak met de frambozenroom en gebruik een smal spuitmondje.
  • Steek het spuitmondje in het gemaakte gaatje en spuit de soezen vol frambozenroom.
  • Smelt vervolgens de witte chocolade au bain marie of in de magnetron. Pas op dat je de chocolade niet te heet laat worden, deze verbrandt snel!
  • Doop ieder soesje in de gesmolten witte chocolade en stapel steeds twee op elkaar.
  • Maak van krenten oogjes en knoopjes en een neus van gekonfijte sinaasappelschil of een stukje wortel.
  • Maak een mondje van een dun, lang stukje snoepgoed.
  • Steek aan beide kanten een half zout stokje in het lijfje.
  • Zet de soezen in de koelkast om uit te harden.

Bron: eigen recept

 

Ham-kaas croissantjes

Croissantjes zijn heerlijk, zeker als je ze zelf maakt. Heerlijk zonder vulling, maar ook erg lekker mét vulling. Ik maakte eerder al eens chocolade-croissantjes, maar vandaag ging ik op de hartige toer en maakte ik ham-kaas croissantjes. Dit was ingegeven door de reepjes ham die in de koelkast lagen en nodig op moesten. Uiteraard kan je ook plakjes ham gebruiken, dat rolt iets makkelijker op. Met dit recept maakte ik 12 croissantjes.
Aarzel je om zelf met bladerdeeg aan de slag te gaan of lukt het nog niet helemaal zoals je zou willen? Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” leer ik je graag alle kneepjes. Je doorloopt zelf alle stappen van het proces en ik vertel veel over de theorie zodat je een goede basis hebt om thuis aan de slag te gaan.

ham-kaas croissantjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 300 gram bloem (Frans T55, te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 4,5 gram zout
  • 60 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram instant gist
  • 110 gram koud water
  • 65 gram koude, volle melk
  • 12 gram ongezouten roomboter

Toeren:

  • 190 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur, geen grasboter! Ik gebruik het liefste roomboter van het merk Melkan, deze blijft redelijk stevig op kamertemperatuur
  • 75 gram geraspte oude kaas

Vulling/afwerking:

  • 60 gram kleine hamreepjes (of plakjes ham)
  • 20 gram geraspte oude kaas
  • eventueel geraspte oude kaas om de croissants mee af te werken

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, suiker en gist in een kom en roer dit goed door.
  • Voeg het water, de melk en het kleine beetje roomboter toe en kneed tot een soepel en glad deeg waar je net geen volledig vliesje van kan trekken.
  • Maak het deeg enigszins plat, verpak het in huishoudfolie en leg het in de koelkast.
  • Pak een vel bakpapier en leg in het midden, naast en boven elkaar plakken roomboter van ca. 0,5 cm dik.
  • Leg hier een vel bakpapier bovenop en vouw de randen precies in twee keer om tot je een binnenmaat van 30 x 35 cm hebt.
  • Maak de vouwen goed scherp en draai het geheel om, zodat de open naden naar de onderkant wijzen.
  • Rol nu met een deegroller de boter plat tot aan de gevouwen randen. Je hebt nu een gelijkmatig uitgerolde plak roomboter van precies 30 breed  x 35 cm. hoog
  • Leg deze plak in de koelkast, op een vlakke ondergrond.
  • Wacht 35 minuten.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot 60 cm. breed x 40 cm. hoog.
  • Haal de boter uit de koelkast en trek het bovenste vel bakpapier eraf, doe dit als de boter nog koud is.
  • Leg de plak boter met de onbedekte kant naar beneden in het midden op het uitgerolde deeg.
  • Druk de plak boter vast op het deeg met een deegschraper en trek vervolgens snel het papier eraf.
  • Verspreid de 75 gram geraspte kaas over de roomboter.
  • Vouw het vrij liggende deeg over de boter heen waarbij de beide kanten deeg elkaar in het midden nét overlappen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes deeg af waar geen boter tussen zit.
  • Vouw het deeg vanaf beneden en boven in drieën. (Borstel overtollige bloem tussendoor even weg.)
  •  Vouw het deeg nog eens vanaf links en rechts in drieën. (Borstel overtollige bloem tussendoor even weg.)
  • Verpak het getoerde deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast gedurende 35 minuten.
  • Rol het deeg uit tot je het vanaf de “open” kanten nogmaals in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg het 35 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven uit tot een rechthoekige plak van 60 x 18 cm.
  • Verdeel de onderkant in zes gelijke stukken van 10 cm breed, zet kleine streepjes met een mes aan de rand.
  • Begin met een streepje aan de bovenkant op 5 cm en ga dan verder met 10 cm breedte.
  • Snijd nu met een vlijmscherp mes driehoeken door de bovenste streepjes met de onderste te verbinden. Je krijgt nu 11 hele driehoeken en 2 halve driehoeken, deze kan je nog aan elkaar maken tot een hele driehoek. Moeders mooiste zal het niet worden, maar weggooien is ook zonde.
  • Bevochtig de lapjes deeg heel licht als ze zijn aangedroogd.
  • Verdeel nu het mengsel van de hamreepjes en de geraspte kaas  over de driehoeken en leg het daarbij op het breedste stuk van het deeg.
  • Trek het deeg iets uit en rol het deeg met spanning op vanaf de breedste kan naar het smalste puntje.
  • als je wilt kan je de buitenkant iets bevochtigen en de croissantjes door wat geraspte kaas rollen.
  • Leg 6 croissantjes op een met bakpapier beklede bakplaat en 6 stuks op een andere bakplaat.
  • Laat rijzen in een vochtige (ik zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 26 graden Celsius gedurende ca. 1 uur en 45 minuten tot ze mooi omhoog gekomen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 235 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet 1 van de bakplaten (de ander mag even wachten) net iets onder het midden in de oven en ze de temperatuur terug naar 225 graden Celsius.
  • Giet een klein beetje water op de verdiepte, metalen opvangplaat onderin de oven voor stoomvorming en bak de croissantjes gedurende ongeveer 14/15 minuten tot ze goudbruin zijn. Laat na 10 minuten de stoom ontsnappen.
  • Laat de croissantjes afkoelen op een rooster of eet ze warm.
  • De croissantjes zijn prima in te vriezen en later weer op te piepen: bij 185 in de oven gedurende een minuut of 5 en ze zijn weer lekker knisperend.

Bron: eigen recept