Berichten

Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Abrikozencake met banketbakkersroom

Heb je fruit wel eens bekeken alsof het een klein kunstwerkje is? Veel fruitsoorten zijn heerlijk om te eten en veel soorten zijn ook nog eens prachtig om te zien en bijna onmogelijk om niet even te “aaien”. Zo ook verse abrikozen. Heb jij je wel eens verwonderd over de prachtige kleurnuances de schil heeft en heb je wel eens gevoeld hoe zacht het schilletje is? Zoals je merkt: ik wel en ik raad het iedereen aan. Kunnen genieten van dat soort kleine dingen maken het leven rijk. Hoe mooi dat schilletje ook is, uiteindelijk heb ik mijn bakje met verse abrikozen toch maar “geslacht” en in deze abrikozencake met banketbakkersroom verwerkt. Geen slechte keuze, want zo hadden mijn smaakpapillen er ook nog eens plezier van! Ik heb deze cake gebakken in een springvorm met een diameter van 26 cm.

Ingrediënten:

banketbakkersroom:

  • 325 gram volle melk
  • 65 gram eidooier
  • 65 gram zelfgemaakte vanillesuiker van fijne kristalsuiker (lege vanillepeul 2 weken in een pot suiker laten staan)
  • 22 gram maïzena

cake:

  • 250 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram kristalsuiker
  • 250 gram ei (5 eieren maat M) op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 7 verse abrikozen (=ca. 500 gram)

Werkwijze:

  • Maak eerst de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Klop de eidooiers samen met de suiker goed door en voeg ten slotte de maïzena toe en meng dit goed.
  • Verwarm de melk tot de damp ervan af komt.
  • Voeg de warme melk al roerend (écht goed roeren anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm al roerend tot het schuim wegtrekt en het duidelijk begint in te dikken.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een schaal en dek af met huishoudfolie en laat terug koelen.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met boven- en onderwarmte.
  • Klop de roomboter op met de suiker tot het een licht en luchtig geheel is.
  • Mix beetje bij beetje het ei door het beslag. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige compleet opgenomen is.
  • Mix het zelfrijzend bakmeel door het geheel.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 26 cm met bakpapier en vet de vorm met bakspray in.
  • Giet het beslag over in de bakvorm en verdeel goed.
  • Roer de banketbakkersroom goed door tot deze glad is en verdeel dit mengsel over het cakebeslag.
  • Houd er rekening mee dat je een mooie egale laag krijgt en je de room goed tot tegen de rand van de vorm aan verdeelt.
  • Halveer de abrikozen en haal de pit eruit. Het velletje mag er om blijven zitten.
  • Leg de abrikozen met de snijkant naar boven in de banketbakkersroom.
  • Druk ze niet in de banketbakkersroom, anders zal het cakebeslag daar omhoog komen en over de abrikozen heen bakken.
  • Bak de cake net onder het midden van de oven op 170 graden Celsius gedurende 73-75 minuten. De cake is klaar als de kerntemperatuur tegen de 95 graden loopt of je er een satéprikker in kunt steken en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat de cake een kwartier afkoelen in de vorm en haal deze er vervolgens uit om verder af te laten koelen.

Bron: eigen recept.

Glutenvrije gevulde koeken

Bij het opruimen en controleren van mijn voorraad kwam er een pak glutenvrij zelfrijzend bakmeel opduiken die bijna aan de datum was. Deze was nog over de workshop oranjekoek bakken die ik had gegeven aan iemand met coeliakie. Pas kreeg ik ook de vraag of ik bij de workshop “koeken en koekjes” een glutenvrije variant kon doen. Dit samen maakte dat ik dat mooi eens kon proberen op deze glutenvrije gevulde koeken. Na een paar aanpassingen kreeg ik deze heerlijke gevulde koeken, ook erg lekker voor mensen voor wie het niet noodzakelijk is om glutenvrij te eten. Dit recept is goed voor 6 glutenvrije gevulde koeken.

glutenvrije gevulde koeken

Ingrediënten:

Deeg:

  • 130 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (Ik gebruikte Vrij van gluten, zelfrijzend bakmeel van Albert Heijn)
  • 70 gram ongezouten roomboter, koud en in blokjes
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 5 gram gemalen kaneel
  • 13 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 55 gram amandelmeel
  • 55 gram kristalsuiker
  • 5,5 gram citroenrasp
  • 30 gram losgeklopt ei

Afwerking:

  • 1/2 losgeklopt ei
  • 6 garneeramandelen

Werkwijze:

  • Doe het glutenvrije zelfrijzend bakmeel in een kom en wrijf de koude blokjes boter erdoorheen, ga door tot alle grote stukken boter klein zijn. Je krijgt nu een zanderig mengsel, het hoeft nog niet samen te komen.
  • Meng nu de basterdsuiker, zout en kaneel door het mengsel.
  • Voeg het ei toe en kneed tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast om terug te koelen.
  • Maak nu de spijs.
  • Meng amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom.
  • Voeg het ei toe en meng tot een dikke, gelijkmatige brij.
  • Verpak ook dit in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Ideaal gezien laat je de smaken een nachtje trekken. Heb je deze tijd niet, laat het deeg dan minimaal een half uur in de koelkast liggen.
  • Verwarm de oven voor op 215 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op 3 mm dikte op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad.
  • Steek met een geschulpte steker (glad mag natuurlijk ook) van 8,5 cm 12 cirkels uit.
  • Leg 6 deegplakjes met voldoende afstand tot elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Verdeel de spijs in 6 gelijke bolletjes en leg deze in het midden van de plakjes deeg.
  • Bevochtig met een vinger de randen van de plakjes en leg op elk plakje met spijs 1 van de 6 overgebleven plakjes.
  • Druk elk plakje aan zodat de spijs zich rustig verdeeld over de koek, tot een halve cm van de rand af.
  • Druk met een vork de randjes voorzichtig dicht; steek niet door het deeg heen.
  • Bestrijk de koeken met losgeklopt ei en druk de amandel in het midden van de koek.
  • Laat het eistrijksel aandrogen en bestrijk nog een keer. Doe dit zorgvuldig, want je ziet na het bakken precies waar je een plekje bent vergeten!
  • Bak de koeken in het midden van de oven gedurende 13-14 minuten tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Laat afkoelen op de bakplaat.

Bron: eigen recept

Suikervrije spritsen

Onlangs gaf ik een hele geslaagde workshop “koekjes en koeken”. We maakten daarbij gevulde koeken, Amsterdamse koggetjes en spritsen. Hoewel dat allemaal heerlijke koeken en koekjes zijn, zijn ze in de traditionele variant wat minder geschikt voor mensen die op hun suikerinname willen letten. Vanzelfsprekend kan je het ook bij één koekje laten en niet direct de hele trommel leegeten. Al is dat natuurlijk een behoorlijk lastige opgave met zulke smakelijke, zelfgemaakte koekjes 😉  Van één van de deelnemers -die het liefst suikerarm en/of suikervrij wil eten- kreeg ik de vraag of het niet wat minder kon met de suiker in koekjes. Op zich is dat een lastige omdat suiker een belangrijke functie vervult in het maken van een bros, knapperig en bruin koekje. Wetende wat de suiker voor functie vervult, had ik mijn twijfels, maar toen ik dit recept bedacht, bleek het heel erg mee te vallen! Het koekje ziet er iets hakkeliger uit dan een ‘normale’ sprits, maar wat heel belangrijk is; de lijnen van het spuitmondje bleven mooi staan! De buitenkant was lekker bros, de binnenkant iets zachter dan een “normale” sprits. De banaan zoet het koekje en proef je ook wel terug, maar dat is maar heel weinig. Dit recept is goed voor 12 suikervrije spritsen.

suikervrije spritsen

Ingrediënten:

  • 100 gram zachte, ongezouten grasroomboter op kamertemperatuur
  • 5 gram citroenrasp
  • 0,8 gram zout
  • 14 gram losgeklopt ei
  • 90 gram rijpe banaan, geprakt
  • 125 gram patentbloem
  • 1,4 gram bakpoeder, gezeefd

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Wrijf de zachte roomboter samen met de citroenrasp en het zout luchtig op je werkbank. De boter moet heel licht van kleur worden en zalfig worden.
  • Voeg het ei toe en wrijf tot dit helemaal is opgenomen.
  • Wrijf de geprakte banaan door de boter tot het helemaal is opgenomen.
  • Meng het bakpoeder door de bloem heen.
  • Voeg het bloemmengsel bij de roomboter en wrijf een dikke minuut tot alles is opgenomen en je een glad, wit mengsel hebt.
  • Schep dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit ongeveer 12 rondjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in het midden van de oven gedurende ca. 48 minuten goudbruin. Doe een aantal minuten voor het einde van de baktijd de ovendeur even open om de stoom uit de oven te laten. Door de koekjes 48 minuten op 150 graden, krijg je brosse koekjes die nauwelijks naar banaan smaken. Je kan de koekjes ook op 160 graden Celsius bakken gedurende 33 minuten, dan zijn de koekjes wat zachter, maar ook wat zoeter.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster en bewaar in een trommel. Waarschijnlijk zijn deze koekjes door het gebrek aan suiker en het iets hogere vochtgehalte dan normaal wat minder lang houdbaar dan suikerrijke koekjes. Ik heb dit echter niet kunnen uitproberen, want de trommel was zó leeg!

Bron: eigen recept

Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept

 

Rabarbertaart met aardbeien en gember

In de moestuin groeit en bloeit het inmiddels dat het een lieve lust is. De rabarberplanten die ik twee jaar geleden heb gezaaid, zijn dit jaar groot genoeg om van te oogsten. En dan -iets dat mensen met een moestuin vast zullen herkennen- is het de vraag wat je met die plotselinge, grote aanvoer van een bepaalde fruit- of groentesoort moet. Mijn redder in nood bij seizoensfruit en -groenten is dan heel vaak een Noors boek: Slikkepott van Lise Finckenhagen. Helaas is dit boek niet in het Nederlands verkrijgbaar. In dit boek stond een rabarbertaart met aardbeien en gember. Ik heb het één en ander veranderd naar eigen inzicht en kreeg een heerlijke taart die vol smaak zat. Niet te zoet, niet te zuur, tikje kruidig en rijk en warm van smaak. Wie wat rabarber te verwerken heeft, kan ik deze taart zeker aanraden! Dit recept is goed voor 1 rabarbertaart met aardbeien en gember, gemaakt in een ronde, lage vorm (met uitneembare bodem) van 26 cm.

rabarbertaart met aardbeien en gember

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram bloem
  • 90 gram
  • 125 gram koude, ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 50 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 450 gram in blokjes gesneden rabarber
  • 300 gram aardbeien, in vieren gesneden
  • 300 gram suiker
  • 50 gram aardappelzetmeel
  • 20 gram fijngehakte bakgember uit een potje
  • 25 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 1/2 losgeklopt ei
  • Grove (of normale) kristalsuiker
  • 1/2-1 theelepel gemalen kardemom

Werkwijze:

  • Doe bloem, poedersuiker en de blokjes boter samen in een kom en knijp de boter met vlugge bewegingen (zodat de boter niet smelt) in kleine stukjes door de bloem heen.
  • Als je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt gekregen voeg je het ei toe en knijp je het deeg tot een glad geheel. Niet langer doorgaan dan nodig.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg een uurtje te rusten in de koelkast.
  • Maak in de tijd dat het deeg in de koelkast ligt de rabarber schoon, droog deze goed af en snijd deze in gelijke stukjes. Was de aardbeien, maak ze goed droog en snijd elke aardbei in ongeveer vier stukjes, afhankelijk van het formaat van de aardbei. Laat de bakgember iets uitlekken en snijd de gember fijn.
  • Meng de suiker met het aardappelmeel.
  • Meng hierbij de rabarber, aardbeien en gember en roer goed.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot benodigd formaat.
  • Bekleed de met bakspray ingevette vorm met het deeg.
  • Doe hierin alle vulling.
  • Verspreid gelijkmatig de blokjes roomboter over de vulling.
  • Rol het overgebleven deeg uit tot repen waarmee je een raster vlecht.
  • Bestrijk het raster met wat losgeklopt ei.
  • Bestrooi dit met (grove) kristalsuiker en zeef er gelijkmatig wat gemalen kardemom overheen.
  • Bak de taart net onder het midden in de voorverwarmde oven gedurende 50-55 minuten.
  • Laat de taart even staan en haal hem daarna uit de vorm. Een vorm met uitneembare bodem werkt hiervoor het beste. een grote taartschep helpt hierbij ook.
  • Zet de taart  op een rooster en zet dit rooster op een grote schaal oid.
  • Prik in het midden van de bodem een gaatje zodat het overtollige vocht eruit kan lopen en vang dit op in de schaal. Dit vocht is heerlijk voor over de vla of yoghurt.
  • Laat de taart verder afkoelen en zet in de koelkast.
  • Serveer koel.

Bron: naar eigen inzicht aangepast met inspiratie uit een recept van Lise Finckenhagen uit “Slikkepott”

Knipbrood wit

Een knipbrood is een brood dat ingeknipt is, dat zal -gezien de naam- weinig verrassend zijn. Dit geeft een decoratief brood met kleur-, structuur- en smaakverschil. De knippen worden in het midden van het brood gezet, over de volledige lengte. Dit geeft een decoratief patroon en scherpe randen die harder worden tijdens het bakken en hierdoor een ander mondgevoel en smaak geven aan het brood. Door het inknippen verlies je wel iets van de luchtige structuur van je brood waardoor een knipbrood iets droger aandoet. Daarnaast krijg je wel mooi gevormde boterhammen waarvan de bovenkant een beetje doet denken aan een hartvorm. Dit recept is goed voor 2 witte knipbroden.

knipbrood

Ingrediënten:

  • 1200 gram tarwebloem, geschikt voor brood
  • 18 gram (bakkers)zout
  • 20 gram witte basterdsuiker
  • 10 gram instant gist
  • 50 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 630 gram water op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, basterdsuiker en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, ei en water toe en kneed met de hand, standmixer of deegkneder tot een soepel, glad deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers.
  • Verdeel het deeg in tweeën en bol licht op.
  • Leg elke bol deeg in een apart kom welke licht ingevet is met wat bakspray of olie.
  • Dek de kommen af met een deksel.
  • Zet ca. een uur weg bij 29 graden Celsius tot het deeg in volume verdubbeld is. Denk erom: het deeg is altijd leidend en niet de tijd! Je kan het deeg ook prima op kamertemperatuur laten rijzen, je bent dan wat langer onderweg.
  • Druk elke bol deeg met de vlakke hand -waarbij je de druk puur van boven naar beneden uitoefent en het deeg niet opzij forceert-  plat tot een rechthoek waarbij de breedste kant naar je toe ligt.
  • Vouw de linkerkant tot het midden van het deeg.
  • Vouw de rechterkant net een halve centimeter over de helft van het deeg.
  • Druk de ingevouwen lucht er met de vlakke hand uit.
  • Rol het deeg van onderaf zo op dat er spanning op je deeg komt te staan.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen in twee met bakspray ingevette broodbakvormen van 30 x 11 cm.
  • Laat het brood ca. 80 minuten bij 30 graden Celsius staan in een tochtvrije, vochtige ruimte. Dit kan in een zelfgemaakte rijskast, maar ook in een ongebruikte magnetron of een plastic bak waar je een schaaltje dampend water bij in zet. Ook hier kan het deeg prima rijzen op kamertemperatuur, maar zorg ervoor dat het niet uitdroogt.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 230 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Knip de broden zeer diep in met een grote schaar. Begin bovenaan aan de kopse kant, duw de punt van de schaar diep in het deeg (tot minstens de helft van het deeg) en knip, haal de schaar terwijl deze dicht is omhoog en herhaal dit tot het hele brood geknipt is. In totaal passen er zo’n 7 knippen in/op.
  • Zet de broden op een rooster op de onderste richel van de oven, voeg wat water toe in de verdiepte opvangplaat van de oven zodat er stoom wordt gevormd en bak het brood in ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden of hoger is. Dit kan je meten met een kernthermometer.
  • Laat de stoom er de laatste 10 minuten voor de eindtijd uit door de ovendeur even op een klein kiertje te zetten.
  • Haal het knipbrood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Lemon curd

In mijn vorige blogpost schreef ik over het maken van citroenrasppasta. Zonde om van die mooie citroenen die ik had gekocht enkel de schil te gebruiken, dus zocht ik naar iets om van het sap te maken. Het werd lemon curd. Lemon curd is een typisch Engels recept. Het is als vulling te gebruiken in bijvoorbeeld taarten, cupcakes, tussen koekjes, door de yoghurt of de vla, op scones, als vulling voor macarons, cheesecake, op ijs enz. enz.
Lemon curd is een dikke pasta gemaakt met citroensap en schil. Het is ook te maken met andere vruchten. Zo heb ik voor deze lemon meringue pie met nectarine twist nectarines gebruikt: //www.baksels.net/site/lemon-meringue-pie/. Eenmaal gemaakt is het goed afgedekt ongeveer twee weken houdbaar in de koelkast.

Ingrediënten:

  • 250 gram suiker
  • 125 gram eidooiers
  • 125 gram citroensap
  • 8 gram verse citroenrasp
  • 100 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Roer in een hittebestendige (metalen) kom alle ingrediënten behalve de roomboter door elkaar.
  • Zet de kom op een pan met water en verwarm hiermee de kom met ingrediënten.
  • Blijf rustig roeren tot het mengsel begint in te dikken. Dit gebeurt bij ongeveer 80 graden Celsius.
  • Haal de kom van het vuur als deze duidelijk begint in te dikken.
  • Laat afkoelen tot ca. 30 graden Celsius en meng de roomboter erdoorheen.
  • Giet het geheel in een brandschone pot, doe het deksel erop en zet in de koelkast tot gebruik.

Bron: “Advanced bread an pastry, a professional approach” door Michael Suas.

 

Citroenrasp

Spittend door de (digitale) folders kwam ik een mooie aanbieding tegen voor biologische citroenen. Aangezien de betreffende Duitse grootgrutter tegenover de basisschool van onze kinderen een vestiging heeft, ben ik daar maar even in het voorbijgaan met een lege tas de winkel ingedoken en kwam met een volle tas met daarin een paar netten citroenen weer naar buiten. Ben ik zo’n zuurpruim dat ik zoveel netten citroenen nodig had? Nee, niet echt, wie hier een workshop heeft gevolgd weet dat ik serieus de stof kan uitleggen, maar ook van een grapje op zijn tijd houd! Wat moet je dan met zoveel citroenen zal je je misschien afvragen. Citroenrasppasta van maken! In recepten wordt vaak citroenrasp gebruikt om extra smaak aan bijvoorbeeld een cake, koekjes, amandelspijs of brood te geven. Verse citroenrasp kan je hiervoor prima gebruiken, maar waar ik vaak tegenaan loop is dat ik een beetje rasp gebruik en citroenen (die je vaak met meerdere in een net koopt) overhoudt. Die liggen dan te wachten tot het volgende baksel en voor je het weet kan je met het ineen geschrompelde, knetterharde en vaalgele restant een raam ingooien of beginnen er zich pluizige, grijze bossen te vormen op wat eens een gele, glimmende citroen was (en springt hij nog nét niet zelf van de fruitschaal..).
De oplossing hiervoor is citroenrasppasta. Het is kant en klaar te koop in de supermarkt, waar een welbekende Duitse bakdokter het voor je in een potje heeft gestopt. Maar zoals altijd kriebelt hier ook dan het zelfmaakvirus. Zo kwam het dat ik een net citroenen verwerkte tot een flinke pot citroenrasppasta. En zo simpel, dat je het bijna niet zelf kan verzinnen. Door de suiker trekken de smaakvolle oliën uit de schillen en verdelen zich. Twee eetlepels citroenrasppasta vervangen in een recept de geraspte schil van 1 citroen. Fijn is dat de citroenrasppasta heel erg lang houdbaar is.

Ingrediënten:

  • 1 biologische citroen (of een veelvoud hiervan)
  • 11 gram fijne kristalsuiker (of een veelvoud hiervan)

Werkwijze:

  • Boen de citroen(en) schoon en droog ze af.
  • Rasp met een hele fijne rasp (ik gebruik hiervoor een fijne rasp van het merk Microplane, deze bevalt heel goed) het gele deel van de schil van de citroen. Probeer zo weinig mogelijk wit mee te raspen, want dit is bitter.
  • Meng deze rasp met 11 gram fijne kristalsuiker per citroen.
  • Stamp goed aan, dek af en laat in ieder geval een dag staan.
  • Je zou eventueel het mengsel met de staafmixer kunnen gladroeren.
  • Het mengsel is nu klaar voor gebruik!

Tip: dit trucje kan je ook uitvoeren met biologische sinaasappelschillen, limoenschillen en grapefruitschillen.

 

Kwarktaart met granaatappel en sinaasappel

Onze jongste zoon van net 9 liep samen met mij door de grootgrutter die zegt op de kleintjes te letten. Nou viel dat iets tegen, want toen zoonlief een granaatappel in het vizier kreeg, lag deze zo hoog dat hij hem zelf niet kon pakken. Gelukkig is zijn moeder nog iets langer en kon ik er wel bij. De granaatappel, die moest hij hebben! Zodra hij hem zag begon zijn brein op volle toeren te draaien. Met de perzikkwarktaart van zijn verjaardag nog vers in het geheugen begon hij in zijn hoofd te bedenken welke smaken goed zouden combineren, ingrediënten weg te strepen, toe te voegen enz. Aan het einde van onze supermarkttour was de taart nog niet uitgekristalliseerd. We begonnen aan onze 8 km. lange fietstocht naar huis en de taart begon nog meer vorm te krijgen in zijn koppie. Hij zegt altijd dat hij in zijn hoofd de smaken bij elkaar “droomt”. Prachtig om te zien dat hij daarbij nog niet gehinderd wordt aan vaste verwachtingen van hoe het “hoort”, maar hij lekker buiten de kaders kan blijven denken, ik hoop dat hij dat blijft doen! Ook grappig dat hij voor deze taart granaatappel koos, waarschijnlijk niet iets waar de meeste kinderen voor hadden gekozen. Thuisgekomen hebben de we taart op papier uitgetekend en nog iets bijgesteld. De week erop hebben we de benodigde ingrediënten gekocht en zijn we samen aan de slag gegaan. Altijd gezellig samen met je kind iets lekkers maken! Samen maakten we deze heerlijke taart. En ik moet zeggen dat hij de smaken erg goed heeft gecombineerd, wat een lekkere taart is dit! Je moet wel van een taart met een beetje bite houden, de pitjes zijn niet erg hard, maar je merkt de structuur wel. Persoonlijk vonden wij dat geen probleem en zelfs lekker. Zo’n ‘slobber-maar-met-een-rietje-naar-binnen-taart’ trekt ons niet zo. De smaak was fris en licht en het uiterlijk prachtig. Ik ben benieuwd wat hij de volgende keer gaat bedenken! Deze kwarktaart met granaatappel en sinaasappel wordt gemaakt in een springvorm van 20 cm. en is goed voor maximaal 12 stukjes.

Ingrediënten:

Bodem:

  • 200 gram Bastogne koekjes
  • 55 gram kokosolie

Granaatappellaag:

  • 2 blaadjes gelatine
  • 150 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker

Kwarklaag:

  • 5 blaadjes gelatine
  • 500 gram volle kwark
  • 100 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • rasp van 1 biologische sinaasappel
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (60 gram)
  • merg van een 1/2 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 zakje klopklop
  • 80 gram volle melk

Spiegel:

  • 1,5 blaadje gelatine
  • Sap van 1 verse granaatappel (=100 gram)
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (=60 gram)
  • 25 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Verkruimel met een rolstok de bastognekoekjes, als je deze in een stevige diepvrieszak doet, schieten de kruimels niet overal heen.
  • Smelt de kokosolie in een pan op een laag vuurtje en meng dit met de kruimels.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 20 cm. met een vel bakpapier. Dit gaat heel simpel: haal de rand van de vorm, leg op de bodem een vel bakpapier en klem de rand weer om de bodem. Knip het papier ruim om de vorm heen af.
  • Bedek de bodem met het kruimelmengsel en strijk goed glad.
  • Maak nu de Granaatappellaag.
  • Leg de gelatineblaadjes in koud water te weken.
  • Verwarm in een pan de granaatappelpitjes samen met de zelfgemaakte vanillesuiker. Vervang deze suiker niet door evenveel fabriekssuiker, dit smaakt heel anders! Vanillesuiker maak je eenvoudig zelf door lege vanillepeulen in een pot suiker te leggen, na een paar weken is de smaak in de suiker getrokken en is je vanillesuiker klaar!
  • Smelt de gelatine in het warme pitjesmengsel en roer goed door.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen tot het mengsel lobbig wordt.
  • Bedek de koeklaag met het lobbige granaatappelmengsel en strijk ook deze goed glad.
  • Maak nu de kwarklaag.
  • Leg de blaadjes gelatine te weken in koud water.
  • Meng de kwark met de granatappelpitjes en de rasp van 1 biologische sinaasappel. Probeer alleen het gekleurde deel van de schil te gebruiken en vooral niet het wit eronder, want dat is bitter!
  • Verwarm het sinaasappelsap in een pannetje op laag vuur met de basterdsuiker en doe hier de geweekte gelatine bij. Roer tot deze goed opgelost is.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen.
  • Klop de Klopklop samen met de volle melk op tot een stevig mengsel.
  • Roer de opgeslagen klopklop door het kwarkmengsel.
  • Roer het sinaasappelsap pas door de kwark heen als deze goed is afgekoeld en een heel klein beetje lobbig begint te worden.
  • Giet het kwarkmengsel in de springvorm en strijk glad.
  • Maak tot slot de spiegel.
  • Laat de gelatineblaadjes weken in koud water.
  • Haal de pitjes uit een verse granaatappel en doe deze in een zeef en zet deze op een pan.
  • Druk hier met een houten lepel het sap uit. Je moet ca. 100 gram overhouden.
  • Meng dit sap met het versgeperste sinaasappelsap.
  • Doe de basterdsuiker erbij.
  • Verwarm in de pan en roer goed door tot de suiker is opgenomen.
  • Los de gelatine al roerend op en haal de pan van het fornuis.
  • Laat afkoelen tot het mengsel goed lobbig begint te worden, maar nog wel schenkbaar is.
  • Giet het mengsel heel voorzichtig op de kwarklaag.
  • Zet de taart met vorm en al in de koelkast om goed op te stijven.

Bron: eigen recept