Berichten

Vruchtenkruimelvlaai

Hallo, Daar ben ik weer, Niels! Ik ben 11 jaar en de zoon van Mannin. Ik ben weer gaan bakken. En daar hoort natuurlijk ook een leuk stukje bij! Hoe het allemaal begon: Het was voorjaarsvakantie. Ik verveelde me. De vorige dag had ik per ongeluk het stukje oranjekoek van mijn vader opgegeten . (Nu denken jullie misschien: ‘Hij steelt van zijn vader!’) Nee, dat is het niet, ik wist niet dat dat stukje voor hem was. (Ik was bang dat binnen een paar minuten de politie ons huis zou omsingelen, maar dat viel gelukkig mee 😉 ) Dus leek het me een goed idee om een vruchtenkruimelvlaai te bakken voor mijn vader (daar is hij dol op) en toen heb ik zelf een recept bedacht. Veel plezier met bakken! Mijn vader was erg blij met de vlaai en heeft direct een heel groot stuk op zitten smikkelen! Deze vlaai wordt gebakken in een lage, ronde vorm van 22/24 cm. doorsnede.

vruchtenkruimelvlaai

Ingrediënten:

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 150 gram appel, geschild en in blokjes
  • 200 gram Hak vlaaifruit aardbei
  • 200 gram uitgelekte en drooggedepte abrikozen uit blik, in stukken gesneden

Kruimels:

  • 100 gram tarwebloem
  • 70 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 30 gram kristalsuiker

Werkwijze:

  • Meng tarwebloem, zout, vanillesuiker en instant gist met elkaar in een kom.
  • Voeg de roomboter en melk toe en kneed tot een samenhangend deeg.
  • Dek af met een kom en laat 30 minuten rusten op kamertemperatuur.
  • Meng ondertussen in een kom de ingrediënten voor de vulling.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak de kruimels door de bloem, boter en beide suikersoorten door elkaar heen te mengen en tot kruimels te vormen door het tussen je vingers samen te drukken.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot je de vorm ermee kan bekleden.
  • Vet de vorm in met bakspray.
  • Hang het deeg losjes om je rolstok en hevel het deeg over naar de vorm.
  • Druk voorzichtig aan en rol de randjes eraf door met de rolstok over de randen van de vorm te rollen.
  • Verdeel de vulling over het deeg.
  • Verdeel de kruimels over de vulling.
  • Zet in het midden van de oven op een rooster en bak in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat even afkoelen in de vorm en haal de vlaai er dan uit.
  • Ik heb hiervoor mijn hand op de bovenkant van de vlaai gelegd, deze met vorm en al op de kop gekiept, het afkoelrooster op de bodem van de vlaai gelegd en vervolgens de vlaai weer met rooster en al rechtop gezet om verder af te laten koelen.
  • Je zou ter decoratie nog iets poedersuiker over de vlaai kunnen strooien met een heel fijn zeefje.

Bron: eigen recept van Niels

Abrikozenkruimelvlaai

Hallo, daar ben ik weer (Niels). Ik dacht toen ik al die reacties op mijn vorige stuk zag:  “ik kan nog wel eens een keer wat bakken en posten”. Dus dat at heb ik gedaan met deze abrikozenkruimelvlaai!

We waren lekker aan het wandelen samen met een vriendin van mijn moeder, de man daarvan en de 2 honden. Samen gezellig op de dijk bij de Waddenzee. het zijn hele leuke honden je kunt ze trucjes laten doen zoals: poot, zit, knuffel, lig en nog veel meer! Na afloop waren we aan het eten bij een leuk eetcafétje toen zei die vriendin dat ik een leuk stukje had geschreven en toen dacht ik: ga er nog een maken! Thuis had ik nog een leuk recept liggen en ik ben dol op kruimelvlaai en abrikozen. Het leek mij wel leuk en lekker om daarmee te bakken! Toen de abrikozenkruimelvlaai klaar was had ik nog wat deeg over van de vlaai dus kneedde ik het in een beker vorm en deed er jam in. Het smaakte heel lekker net zoals de vlaai, succes met bakken!

De vlaai is een heerlijke combinatie tussen een zachte bodem, romige banketbakkersroom, sappig fruit en de brosse kruimels. De verschillende structuren en smaken maken het een genot om te eten. Gebruik een lage vorm van ca. 26 cm doorsnede.

Ingrediënten:

Banketbakkersroom:

  • 175 gram volle melk
  • 1/2 vanillestokje  van goede kwaliteit
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram fijne kristalsuiker (of zelfgemaakte vanillesuiker i.p.v. suiker en de vanillepeul)
  • 12 gram maïzena

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram witte basterdsuiker
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 70 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 400 gram uitgelekte abrikozenhelften uit blik

Kruimels:

  • 100 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden
  • 100 gram basterdsuiker
  • 133 gram bloem
  • 14 gram aardappelzetmeel
  • 4 gram citroenrasp
  • poedersuiker of decoratiepoeder voor de afwerking

Werkwijze:

  • Maak de banketbakkersroom: doe het merg van het vanillestokje met de melk in een pan.
  • Klop de (vanille)suiker samen met de eidooiers op. Voeg de maïzena toe en roer ook deze door de eidooiers.
  • Verwarm al roerend de melk tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de melk straalsgewijs al roerend bij de eidooiers. (Blijf echt goed roeren anders krijg je roerei!)
  • Giet het hele mengsel weer terug in de pan en verwarm nog eens.
  • Het mengsel zal ineens dikker worden, blijf roeren tot het een gladde massa is die “blob” zegt.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een koele schaal of bord.
  • Dek af met huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Maak nu het deeg: doe bloem, zout en de basterdsuiker bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg de roomboter en de melk toe en kneed met de hand of in een kneedmachine/standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de kom.
  • Laat het deeg 15 minuten rusten in een licht ingevette en afgesloten kom op een tochtvrije plek.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot je er precies de vorm mee kan bekleden.
  • Rol de deeglap om de deegroller en ontrol boven de ingevette vorm.
  • Druk het deeg goed aan.
  • Laat het deeg nog eens 30 minuten staan op een warme, vochtige plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bedek de bodem van de vlaai gelijkmatig met de banketbakkersroom.
  • Dep de uitgelekte abrikozenhelften droog en verdeel deze over de banketbakkersroom.
  • Maak het kruimelmengsel door hiervan de droge ingrediënten met elkaar te vermengen en de blokjes boter hier doorheen te wrijven tot er grove brokjes ontstaan.
  • Verdeel het kruimelmengsel over de vlaai.
  • Bak de vlaai een stukje onder het midden in de oven gedurende ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Laat een aantal minuten afkoelen in de vorm en hevel dan over naar een rooster.
  • Bestrooi voor het serveren met een decoratief laagje poedersuiker of decoratiepoeder.

Bron: eigen recept

Rastervlaai met rode kruisbessen

De overvloed aan kruisbessen, ik had er al over geschreven. Ik denk dat ik in totaal van 2 struikjes wel zo’n 4 kg kruisbessen heb gehaald dit jaar! Het gevolg van die overvloed is ook een overvloed aan baksels met kruisbessen. Dit keer maakte ik een rastervlaai met rode kruisbessen. Door het inbakken lijken de kruisbessen zuurder te worden dan wanneer je ze vers uit de hand eet. Gelukkig zijn het deeg en de banketbakkersroom zoet genoeg om het ergste zuur te compenseren. Desalniettemin is dit geen vlaai voor zoetekauwen. Deze vlaai wordt gebakken in een vlaaipan van 22 cm.

rastervlaai met rode kruisbessen

Ingrediënten:

Voor de banketbakkersroom:

  • 210 gram volle melk
  • merg van 1/5 vanillestokje (gebruik niet die droge dingen uit de supermarkt maar een goede, buigzame van de groothandel of speciaalzaak)
  • 42 gram eigeel (is ca. 2 dooiers van eieren maat M)
  • 42 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena

Voor de bodem:

  • 160 gram broodbloem
  • 2,4 gram zout
  • 15 witte basterdsuiker
  • 4, gram instant gist
  • 63 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 76 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram (zelfgemaakte) vanillesuiker
  • 10 gram koud bindmiddel (te krijgen bij o.a. De Zuidmolen)
  • 400 gram rode kruisbessen, ontdaan van steeltjes en kroontjes
  • Losgeklopt ei en grove kristalsuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Maak eerst de banketbakkersroom.
  • Breng de melk met het vanillemerg langzaam aan de kook.
  • Klop ondertussen de eidooiers met de suiker luchtig en licht van kleur.
  • Meng door het eidooier mengsel de maïzena.
  • Als de melk kookt, giet dit dan al roerend bij het eidooier mengsel.
  • Als dit goed gemengd is giet je het hele mengsel terug in de pan en brengt het geheel nog eens al roerend aan de kook.
  • Laat zachtjes pruttelen tot de banketbakkersroom begint in te dikken. Het moet nu net zo dik zijn als dikke vanillevla.
  • Spoel een schaal af met koud water en giet hierin de banketbakkersroom. Dek af (direct op de room) met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat de banketbakkersroom afkoelen.
  • Maak nu de bodem.
  • Doe de bloem, het zout en de suiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg de boter en melk toe en kneed tot een soepel deeg.
  • Laat afgedekt een kwartier rusten en rol dan ca. 3/4 van het deeg dun uit op een licht met bloem bestoven werkblad.
  • Bekleed de met bakspray ingevette vorm met het deeg en rol met een deegrol de overtollige deegranden eraf.
  • Voeg de deegresten toe aan het deeg dat je apart had gehouden.
  • Meng de vanillesuiker met het koud bindmiddel in een kom en roer er vervolgens de kruisbessen doorheen.
  • Verdeel de banketbakkersroom over de vlaaibodem.
  • Verdeel er vervolgens de kruisbessenvulling over.
  • Rol dan het restant deeg uit en snijd met een rasterroller of ene vlaaistans het gewenste patroon in het deeg.
  • Heb je met een rasterroller gewerkt, trek het deeg dan voorzichtig uit tot een mooi “netje”.
  • Rol het deeg heel los om je deegrol en breng het over naar je vlaai.
  • Bedek de vlaai met het raster en druk rondom goed aan.
  • Bestrijk eventueel met iets losgeklopt ei.
  • Laat de vlaai een half uur rijzen in een tochtvrije, vochtige ruimte van 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel.
  • Bestrooi de vlaai met grove kristalsuiker.
  • Bak 20 minuten op 200 graden conventioneel met boven- en onderwarmte, dan nog 5-7 minuten met enkel onderwarmte of dek de vlaai af met aluminiumfolie tegen te donker kleuren als je bij je oven niet kan kiezen voor enkel onderwarmte.
  • Laat even afkoelen in de vorm en haal de vlaai er dan uit. Laar verder afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

 

 

 

 

Appelkruimelvlaai

Een gebakssoort die áltijd en bij iedereen in de smaak valt, is de welbekende appelkruimelvlaai. Gemaakt met een dunne gistdeegbodem, een frisse appelvulling en krokante kruimellaag, vullen de verschillende smaken en texturen elkaar goed aan. Natuurlijk kan je bij de eerste de beste vlaaienboer binnenlopen en er één bestellen, maar waarom zou je dit juweeltje niet zelf maken? Dat geeft veel meer voldoening en zeer waarschijnlijk nog meer smaak ook! Om te voorkomen dat we hier dichtslibben heb ik mijn man, die een dagje ging wandelen met vrienden, een aantal stukken meegegeven. Maar dat kon niet voorkomen dat ik het puntje dat je hier op de foto ziet wél in mijn maag belandde. En nee, daar heb ik geen spijt van…mmm! Ik snap helemaal waarom appelkruimelvlaai bij de meeste mensen zo populair is!
Het recept is goed voor 1 appelkruimelvlaai, gebakken in een lage vorm met uitneembare bodem met een diameter van 26 cm.

Appelkruimelvlaai

Ingrediënten:

Deeg:

  • 190 gram tarwebloem
  • 2,75 gram zout
  • 17 gram basterdsuiker
  • 5 gram instant gist
  • 75 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 90 gram volle melk

Vulling:

  • 600 gram appel, geschild en in grove blokjes gesneden. Jonagold is erg lekker, maar ook erg sappig, dit kan een kleffe bodem veroorzaken. Royal Gala of Elstar hebben dit probleem minder en zijn ook smakelijk.
  • 140 gr suiker
  • 13 gram koud gelerend bindmiddel (o.a. te koop bij De Zuidmolen) (ook te vervangen door maïzena)
  • 5 gram gemalen kaneel

Kruimeldeeg:

  • 75 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden
  • 75 gram basterdsuiker
  • 100 gram bloem
  • 12 gram aardappelzetmeel
  • 3 gram citroenrasp

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, basterdsuiker en gist bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de roomboter en de melk toe en kneed met de hand of in een kneedmachine/standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de kom.
  • Laat het deeg 15 minuten rusten in een licht ingevette en afgesloten kom op een tochtvrije plek.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot je er precies de vorm mee kan bekleden.
  • Rol de deeglap om de deegroller en ontrol boven de ingevette vorm.
  • Druk het deeg goed aan.
  • Laat het deeg nog eens 30 minuten staan op een warme, vochtige en tochtvrije plaats.
  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Schil ondertussen de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in grove blokjes.
  • Meng de suiker met het koud bindmiddel en de kaneel.
  • Roer dit mengsel door de appelstukjes.
  • Maak nu de kruimels.
  • Roer de basterdsuiker, bloem, aardappelzetmeel en citroenrasp goed door elkaar.
  • Voeg de in kleine blokjes gesneden boter toe en wrijf tussen je vingers tot er een zanderig mengsel ontstaat.
  • Bedek de gistdeegbodem met de appelstukjes en verdeel dit gelijkmatig.
  • Verdeel hierover het kruimelmengsel en zet de vlaai in het midden van de oven.
  • Bak de vlaai onder het midden in de oven gedurende ca. 30-35 minuten op 200 graden Celsius (conventioneel) tot deze gaar is.
  • Haal de vlaai na het bakken uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit het boek “Banketbakkersproducten”  van het NBC.

Perenvlaai

Vandaag is mijn vader jarig, en naast het feit dat dit natuurlijk een feestje waard is, is dat ook een weer een goed excuus om wat lekkers uit de oven te toveren! Ik had dit keer mijn zinnen op een vlaai met peren gezet, maar kon hier weinig recepten mee vinden. Dus heb ik het recept voor een vlaaibodem uit het boek “Bakboek, de klassiekers” van Eric van den Hende gebruikt en de rest zelf bedacht. Zeker als je iets zelf bedenkt is het afwachten hoe dingen uitpakken, maar dat ik -toen ik deze perenvlaai had gemaakt- dansend door de keuken ging zegt denk ik genoeg over het eindresultaat.
Al zeg ik het zelf, hij ziet er prachtig uit en het is een genot om te eten!

Het recept is goed voor een vlaai voor 10-12 personen en wordt gebakken in een vlaaivorm van 26 cm doorsnede.

Perenvlaai

Ingrediënten:

Vlaaiendeeg:

  • 188 gram bloem
  • 3 gram zout
  • 9 gram kristalsuiker
  • 45 gram margarine of roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram water
  • 37,5 gram ei
  • 11,5 gram verse gist of 5,5 gram droge gist

Vulling 1 :banketbakkersroom:

  • 70 gram poeder voor banketbakkersroom (dr. Oetker)
  • 175 gram water
  • 1/2 ei

Vulling 2: Perenbavaroise:

  • 150 gram perensap
  • 35 gram fijne suiker
  • scheut citroensap
  • rasp van 1/3 biologische sinaasappel
  • 1,3 gram gemalen kaneel
  • 3 blaadjes gelatine (5 gram)
  • 140 gram slagroom

Afwerking:

  • 2 grote peren (bijv. Doyenne du Comice)
  • 6 gram taartina helder (dr. Oetker)
  • 75 gram perensap
  • 50 gram water
  • 1 theelepel suiker
  • geschaafde amandelen
  • 35 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Doe de bloem, het zout, en de suiker in een kom en roer met een garde goed door elkaar.
  • Voeg de droge gist toe en roer nog eens. Als je verse gist gebruikt kun je dit verkruimelen op het meelmengsel.
  • Voeg het water en het ei toe.
  • Verdeel vervolgens de boter in kleine stukjes over het mengsel.
  • Meng het mengsel 3-5 minuten in een standmixer in een lage versnelling tot er een homogeen deeg is ontstaan.
  • Kneed het vervolgens 5-6 minuten in een hogere versnelling. Als je met de hand kneedt, duurt dit ca. 15 minuten.
  • Kneed het deeg vooral niet té lang om het niet te elastisch te maken, dit zou het uitrollen bemoeilijken.
  • Het deeg is klaar als het niet meer aan de handen of de wanden van de kom plakt.
  • Bol het deeg op en laat het 15 minuten rusten onder een doek of plastic folie.
  • Maak nu de banketbakkersroom aan volgens de aanwijzingen op de verpakking. (Met 25 gram ei en 175 gram water.) Laat opstijven.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
  • Rol na de rusttijd het deeg uit tot het ongeveer 3 mm. dikte en tot het deeg iets groter is dan de vorm.
  • Til het deeg op en leg het op de vorm.
  • Druk het deeg zachtjes vanuit het midden goed aan en zorg ervoor dat er geen luchtbellen onder blijven zitten.
  • Als de vorm bekleed is, laat je het deeg enkele minuten rusten, daarna haal je de zijkanten mooi op met je duim, zodat het deeg enkele millimeters boven de rand van de vorm uit steekt.
  • Bij gebruik van een siliconen vorm: snijd de overbodige stukken deeg voorzichtig af, gebruik je een metalen vorm? Dan kan je met een deegroller al het overtollige deeg eraf rollen.
  • Bestrijk de randen met losgeklopt ei.
  • Verdeel de banketbakkersroom over de bodem, strijk glad.
  • Bak 20 tot 25 minuten in de voorverwarmde oven tot de randen mooi bruin zijn. Let erop dat ook de bodem mooi bruin is.
  • Haal de vlaaibodem uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.
  • Maak nu de bavaroise:
  • Laat de blaadjes gelatine 5 minuten weken in koud water.
  • Meng het perensap, de fijne suiker, een scheut citroensap, sinaasappelrasp en kaneel met elkaar in een kom.
  • Klop in een andere kom de slagroom tot deze lobbig is (ongeveer zo dik als yoghurt)
  • Knijp het water uit de blaadjes gelatine en doe deze in een magnetronbestendig schaaltje.
  • Verwarm ca. 20 sec. op de hoogste stand van de magnetron tot de gelatineblaadjes vloeibaar zijn geworden.
  • Meng de gelatine krachtig door het vruchtensap mengsel.
  • Roer de slagroom er doorheen.
  • Giet de bavaroise in op de vlaai en verdeel over de hele bodem.
  • Laat in 2 uur opstijven in de koelkast.
  • Maak de afdekgelei aan volgens de aanwijzingen op de verpakking (met 75 gram perensap, 50 gram water en een theelepel suiker)
  • Houd dit na bereiding warm op een laag pitje.
  • Schil de peren en verwijder de klokhuizen. Snijd in mooie even dikke plakken.
  • Leg in een mooi patroon op de vlaai.
  • Bestrijk de peren met afdekgelei tegen het verkleuren (doe dit zorgvuldig, sla geen plekje over want dit zie je straks zeker!)
  • Doe een handvol amandelschaafsel in een koekenpan en laat onder voortdurend keren lichtbruin worden.
  • Bestrooi de vlaai met het gebruneerde amandelschaafsel.
  • Tot slot de melkchocolade in brokjes breken en au-bain-marie laten smelten.
  • Doe de gesmolten chocolade in een decoreerpen, een diepvrieszakje of een gevouwen bakpapiertje waar je een puntje afknipt en versier de taart met evenwijdig aan elkaar lopende lijntjes.

Ik geef toe, het is wel wat werk, maar dan heb je ook echt iets moois. Het is het proberen zeker waard! Eet smakelijk!

p.s. Toen ik deze vlaai nog eens maakte heb ik de helft meer banketbakkersroom en de helft meer perenbavaroise gebruikt. Dit geeft een iets “luxere” vlaai.

Perenvlaai

 

Perenvlaai