Berichten

Trommelkoek / poffert met appel

Ik schreef in mijn vorige blogpost al over de variant van de trommelkoek / poffert met appel die mijn ouders vroeger altijd maakten. Natuurlijk bracht al die nostalgie ook de wens naar boven om deze variant weer eens te maken. In mijn herinnering was hij kleffig, maar zoals ik hem heb gemaakt was deze meer broodachtig en niet klef. Deze variant heeft zelf geen hele uitgesproken smaak, maar met wat boter en bruine suiker is hij wel erg lekker, maar dat is wel iets dat deze variant echt nodig heeft. Ik kwam ergens ook nog een variant tegen die gemaakt werd met veel meer boter en suiker, daar ben ik ook wel heel erg benieuwd naar! Kortom: het poffert / trommelkoek verhaal is nog niet afgesloten! Dit recept is goed voor 1 grote trommelkoek, gebakken in een speciale poffertvorm van 2,2 liter. (je kan ook een tulbandvorm gebruiken.

trommelkoek / poffert met appel

Ingrediënten:

  • 375 gram (brood)bloem
  • 4 gram zout
  • verse citroenrasp naar smaak (ik gebruikte 1,0 gram, ik zal de volgende keer een tikje minder doen)
  • 9 gram instant gist
  • 300 gram volle melk
  • 75 gram ei (1,5 ei maat M)
  • 175 gram grof geraspte of in blokjes gesneden appel (ik gebruikte Jonagold)
  • zachte roomboter voor het insmeren van de vorm.
  • paneermeel voor het bestrooien van de vorm.
  • Roomboter en bruine suiker voor het serveren

Werkwijze:

  • Doe de bloem, het zout en de citroenrasp in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de instant gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg melk en ei toe en roer goed door tot een glad beslag.
  • Voeg de geraspte of in blokjes gesneden appel toe en roer nog eens goed door.
  • Bestrijk de gehele binnenkant van de poffertvorm (of de tulbandvorm) met boter.
  • Bedek de binnenkant helemaal met een laagje paneermeel.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Dek af met het deksel en zet weg op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius, gedurende een uur.
  • Vul een pan met water en breng dit aan de kook.
  • Zet de poffertvorm in de pan en sluit de pan af met een deksel. Zorg er voor dat het water niet in de poffertvorm kan lopen.
  • Laat zachtjes koken gedurende ca. 90 tot 105 minuten.
  • De poffert klaar als de kerntemperatuur 95 graden Celisus heeft bereikt, of als je er een saté prikker in steekt en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat eventjes afkoelen in de vorm en keer de vorm dan om op een bord.
  • Serveer met roomboter  (evt. gesmolten voor extra smeuïgheid) en bruine suiker.

 

Twentse kozakken

Ik vind streekbaksels geweldig. Ze zijn vaak erg smaakvol, dragen een lange geschiedenis met zich mee en worden gekoesterd door de mensen die in die streek wonen. Het leuke is ook dat die streekbaksels vaak mooie herinneringen boven brengen bij mensen. Herinneringen zijn vaak verbonden of komen vaak boven door geuren en smaken. Deze Twentse kozakken heb ik leren kennen tijdens de periode dat we in Twente woonden. Inmiddels wonen we alweer 3 jaar in Friesland (waar ik overigens ook ben opgegroeid), maar sommige dingen blijven fijne herinneringen oproepen aan de tijd daar. Zo is het af en toe erg leuk en lekker om weer eens een Twentse kozak te proeven. Het is een opgerolde biscuitplak met daartussen creme. De rol is omwikkeld met marsepein en de snijvlakken afgedekt met pure chocolade. Er zijn verschillende varianten met vullingen mogelijk. Sommige kozakken hebben een jamvulling, sommigen zijn getrempeerd met marasquinlikeur, anderen hebben een vulling van geleroom-creme. Ik ken ze voornamelijk met de vulling die ik in dit recept heb gebruikt. Ik ben vanwege de alcohol zuinig geweest met de marasquin likeur, wie die smaak goed wil terug proeven mag best wat meer toevoegen. Het recept is goed voor ca. 20 kozakken.

Twentse kozakken

Ingrediënten:

Beslagplak:

  •  250 gram eieren op kamertemperatuur
  • 125 gram suiker
  • 125 gram patentbloem
  • 50 gram roomboter

Overig:

  • 85 gram eiwit (gepasteuriseerd, te koop bij o.a. groothandels of te maken met eiwitpoeder)
  • 170 gram suiker
  • 255 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 1 tl marasquinlikeur
  • 600 gram blanke marsepein
  • 500 gram pure chocolade

Werkwijze:

  • Breek de eieren in een metalen kom en hang deze boven een pan met water.
  • Smelt ondertussen de boter in een pannetje.
  • Verwarm de eieren au bain marie tot ze 37 graden zijn.
  • Voeg de suiker toe.
  • Klop de eieren in een standmixer of met een handmixer op tot ze licht en luchtig zijn en het schuim in pieken blijft staan.
  • Zeef de bloem boven het eiermengsel en spatel heel voorzichtig door vanaf de randen van de kom.
  • Giet de gesmolten boter (moet ca. 90-95 graden zijn) erbij en spatel door het mengsel tot het volledig is opgenomen.
  • Giet op een met bakpapier beklede bakplaat van ca. 40X45 cm en smeer gelijkmatig uit.
  • Bak direct in de voorverwarmde oven op 180 graden Celsius.
  • Bak de plak ca. 15 minuten tot ze gaar is en terugveert als je er met je vinger op drukt.
  • Rol de plak direct na het bakken op met bakpapier en al, laat een minuutje liggen en ontrol weer.
  • Meng in een metalen kom eiwit en suiker en verwarm au bain marie tot in ieder geval 60 graden Celsius (doe je dit niet dan zal het eiwit de boter straks niet opnemen en schift je crème)
  • Roer tot de suiker volledig opgelost is en klop dan in een standmixer of met een handmixer tot een stevig schuim. (Het is niet zo luchtig als wanneer je bijv. meringue maakt)
  • Voeg dan vlokje voor vlokje de boter toe en blijf mixen tot alles een zachte, gebonden crème is geworden.
  • Voeg tot slot de marasquinlikeur toe en mix dit erdoorheen.
  • Bedek de afgekoelde beslagplak met de crème en strijk glad.
  • Rol de biscuitplak strak op. Verpak in plastic en laat een uurtje in de koelkast staan.
  • Smelt ondertussen de chocolade au-bain marie, in de magnetron of in een chocoladesmelter.
  • Rol de marsepein uit op een licht met poedersuiker bestrooid werkblad.
  • Rol de marsepein strak om de biscuitrol heen.
  • Snijd de rol in plakken van ca. 1,5 cm.
  • Bestrijk een kan met gesmolten chocolade.
  • Laat uitharden en bestrijk ook de andere snijkant met chocolade.

Bron: eigen recept

Paderborner

Omdat ik toe nu erg talentloos ben gebleken als het om het kweken en in leven houden van zuurdesem gaat, kocht ik een tijdje terug een zakje deegzuurpoeder. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat dat werkeloos in de kast ligt en over de houdbaarheidsdatum gaat om vervolgens in de prullenbak te belanden. Dat laatste heb ik voorkomen door dit Paderborner brood te bakken. Toegegeven, het is niet helemaal een écht Paderborner brood, dat wordt met echt zuurdesem gebakken en heeft bovendien zachte korstloze zijkanten omdat het tussen houten planken gebakken wordt. Ik had geen geschikte houten plankjes, dus bakte ik mijn brood in een broodbakblik van 30 x 11 cm. Het brood wordt gemaakt met 70% roggebloem, 30% tarwebloem en heeft een zachte kruim en een stevige korst. Het heeft een overduidelijke rogge smaak met een lichtzure nasmaak door het zuurdesem(poeder). Het brood komt uit de Duitse streek “Paderborner Land / Teutoburger Wald” maar wordt tegenwoordig ook daarbuiten verkocht. Het recept is goed voor 1 brood gebakken in een vorm van 30 x 11 cm. (De vorm mag iets kleiner zijn, zodat het brood iets hoger wordt).

Paderborner

Ingrediënten:

  • 170 gram tarwebloem
  • 395 gram roggebloem
  • 8,5 gram (bakkers)zout
  • 14 gram zuurdeegpoeder
  • 8 gram instant gist
  • 395 gram water op kamertemperatuur
  • Zonnebloemolie

Werkwijze:

  • Doe tarwebloem, roggebloem, zout en zuurdeegpoeder bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg het water toe en kneed het kort met een standmixer of met de hand tot een soepel deeg. Omdat er in dit recept veel rogge wordt gebruikt, zal het deeg anders aanvoelen dan een deeg met enkel tarwe. Het plakt meer en lijkt op stopverf.
  • Bol het deeg iets op en leg in een met olie ingevette kom en sluit af met een deksel.
  • Laat ca. 45 minuten rijzen bij 29 graden Celsius.
  • Druk het deeg plat met de vlakke hand tot een rechthoek.
  • Vouw de linkerkant tot het midden, vouw de rechterkant hier iets overheen.
  • Druk het deeg aan.
  • Rol het deeg op en leg met de naad naar onderen in een met bakspray ingevet bakblik.
  • Laat 45 minuten rijzen op een vochtige, tochtvrije plek van 31 graden Celsius.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Bestrijk op het laatst de bovenkant van het brood met olie.
  • Bak het brood in ca. 40 minuten gaar. (Kerntemperatuur 96 graden Celsius.)
  • Laat het brood afkoelen op een rooster.

Bron: “Broodbakkersproducten” van het NBC

Follow my blog with Bloglovin

 

Fryske dúmkes

Naast de bekende (en heerlijke) Fryske sûkerbôle, is een andere bekende lekkernij uit Friesland natuurlijk de Fryske Dúmkes. De naam betekent “Fries duimpje” en dat verwijst naar de vorm van dit koekje dat gevuld is met gehakte hazelnoten, anijszaad en gemberpoeder. Het is een knapperig koekje met een heerlijke anijssmaak. De originele koekjes zijn lichter van kleur en wat harder dan de variant die ik nu maakte, maar omdat ze zo lekker zijn, wil ik ze je toch niet onthouden. Het recept is goed voor circa 20-25 koekjes.

Fryske dúmkes

Ingrediënten:

  • 125 gram Zeeuwse bloem (als je hier niet aan kunt komen kan je gewone tarwebloem gebruiken
  • 0,5 gram zout (1/8 theelepel)
  • 1,6 gram kaneelpoeder (1/2 theelepel)
  • 1,5 gram gemberpoeder (1/2 theelepel)
  • 1,5 gram anijspoeder (1/2 theelepel)
  • 3 gram anijszaad
  • 25 gram lichte basterdsuiker
  • 50 gram donkere basterdsuiker
  • 50 gram hazelnoten
  • 60 gram zachte roomboter
  • 1 eidooier
  • 1-2 eetlepels water

Werkwijze:

  • Doe de tarwebloem, zout, kaneelpoeder, gemberpoeder, anijspoeder, anijszaad, basterdsuiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Rooster de hazelnoten in een droge koekenpan op een halfhoog vuur tot ze kleuren.
  • Laat de hazelnoten afkoelen en hak ze in kleine stukjes.
  • Doe ook de hazelnoten in de kom en roer nog eens goed door.
  • Voeg nu de boter, eidooier en 1 eetlepel water toe.
  • Kneed het geheel kort tot een samenhangend deeg. Het deeg hoort vrij droog te zijn, het moet net genoeg samenhang vertonen, is het te droog voeg dan nog een beetje water toe, begin bij een halve eetlepel en kijk of het deeg dan goed is. Zo niet, voeg dan nog maximaal een halve eetlepel toe.
  • Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie een 20 minuten rusten in de koelkast
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius
  • Bestuif het werkblad met wat bloem en rol het deeg met een deegroller hierop uit tot een rechthoekige plak met een dikte van 1 cm.
  • Snijd rechthoekjes van 2 X 5 cm. en druk de hoekjes iets rond.
  • Leg de Fryske dûmkes op enige afstand van elkaar op een met bakpapier of siliconen bakmatje beklede bakplaat.
  • Bak de Fryske dûmkes in ca. 15 minuten gaar met de ovendeur op een heel klein kiertje om vocht te laten ontsnappen.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster en daarna: is het smullen geblazen! 🙂

Bron: “Het Nederlands bakboek” door Gaitri Pagrach-Chandra

Fries suikerbrood / Fryske Sûkerbôle

Als eerder schreef ik over een streekproduct, namelijk de Twentse Kozak. Omdat ik geboren, opgegroeid en inmiddels -na 10 jaar afwezigheid- weer terug ben op Friese bodem, kan ik het natuurlijk niet maken om de Friese streekproducten links te laten liggen! Want bakken…ja dat kunnen ze hier ook! Laat ik beginnen met het bekendste brood van Friese bodem: het Friese suikerbrood, of zoals het hier wordt genoemd: Fryske Sûkerbôle. Een heerlijk brood waarbij een lege broodmand en ontzettende plakvingers gegarandeerd zijn. (Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb!) Voor wie het toch aandurft, hieronder het recept voor 1 brood.

Fries suikerbrood

Ingrediënten:

  • 75 gram zachte roomboter
  • 500 gram bloem
  • 6 gram zout
  • 1,5 dl lauwe melk
  • 12 gram droge gist
  • 3 eetlepels gembersiroop (= ongeveer 45/50 ml)
  • 2 eieren op kamertemperatuur
  • 1 flinke theelepel kaneel
  • 120 gram kandijsuiker, greinsuiker of parelsuiker (verkrijgbaar bij o.a. de Welkoop, in een paars doosje van het merk Tiense Suiker)
  • suiker
  • boter voor het invetten van de vorm

Werkwijze:

  • Smelt de boter voorzichtig in een pannetje op laag vuur en laat afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Doe de bloem en het zout in de een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe, roer weer goed door met een garde.
  • Voeg de lauwe melk toe, de gesmolten boter, de gembersiroop en de eieren.
  • Kneed dit in een standmixer met de kneedhaak in ca. 10 minuten tot een mooi soepel, samenhangend deeg. Het deeg is goed als je er tussen je vingers een vliesje van kunt vormen. Je kunt natuurlijk ook met de hand kneden, dit zal wat langer duren.
  • Leg het deeg in een licht ingevette kom en zet weg op een warme, vochtige en tochtvrije plek. (ik doe dit in een onverwarmde oven met een bakje heet water op de bodem)
  • Laat ca. een uur rijzen tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Kneed er dan de kaneel en de parelkorrels door.  Je kunt als alternatief ook het deeg tot een grote plak uitrollen en deze gelijkmatig bestrooien met kaneel en de suikerparels.
  • Maak een rechthoekige plak van het deeg, deel denkbeeldig in drieën en vouw de linke flap over de middelste, en de rechterflap vervolgens ook over de middelste.
  • Draai het deeg een kwartslag en rol losjes op.
  • Vet een cakebakblik van 25 cm dik in met boter en bestrooi met suiker.
  • Leg het deeg hierin en laat nog ca. een kwartier rijzen op een warm, vochtig en tochtvrij plekje.
  • Verwarm de oven voor op 190 graden.
  • Bestrooi de bovenkant van het deeg met suiker en bak het in ca. 30/33 minuten gaar en goudbruin.
  • Stort het brood na het bakken op een rooster en laat afkoelen.

Lekker ite! (eet smakelijk!)

Tot nu toe krijg ik door de boter en suiker op het bakblik de juiste plakkerige, zachte korst rondom het brood. Bovenop hoort dit volgens mij ook het geval te zijn, maar bij mij wordt de korst knapperig met een laagje suiker erop. (overigens wordt hij na een dagje wel zachter, maar de suiker blijft er natuurlijk op liggen) Ik heb een aantal tips hiervoor gevonden: boter vermengd met suiker bovenop smeren, gedurende het hele bakproces flink stomen of na de baktijd direct afdekken zodat het brood kleffer wordt. Ik wil hier een volgende keer mee experimenteren, wie bovenstaande (of andere tips al heeft geprobeerd: ik hoor graag of het heeft gewerkt (of juist niet).