Berichten

Friese keallepoat

Streekbaksels, ik vind ze altijd interessant. Er zijn zoveel varianten te vinden, en elke streek heeft zijn eigen ‘collectie’ waarbij al die baksels vaak ook nog eens hun eigen verhaal hebben. Zo heeft de Friese keallepoat (kalverpoot op zijn Nederlands) een lange geschiedenis. De Germanen offerden vroeger levende dieren aan de watergeest, als dank voor het vele water dat leven mogelijk maakte. Later werden deze levende offers vervangen door offers die symbool stonden voor, in dit geval,  levende kalveren. De keallepoat was geboren. Twee repen koek worden aan elkaar gehecht door hard te knijpen. De koek lijkt op de twee voorpoten van een kalf. Het is een taaitaai achtige koek, maar met een kortere afbeet dan taaitaai. Ook worden er als kruiden enkel wat steranijs en anijs gebruikt. Het bereiden van deze koek vraagt wat ervaring en precisie, maar als je het proces eenmaal onder de knie hebt, dan heb je ook iets heel lekkers en kan je ook aan de slag met andere rogge-koekdegen. Dit recept is geschikt voor 4 Friese keallepoaten en kan het beste gemaakt te worden met een solide standmixer of deegkneder.

Ingrediënten:

Gronddeeg:

  • 335 gram roggebloem (liefst type 00)
  • 120 gram water
  • 270 gram honing

Voor het doorbraken:

  • 90 gram witte basterdsuiker
  • 80 gram vloeibare, heldere honing
  • 4 gram gemalen steranijs
  • 2 gram gemalen anijs
  • 8 gram azijn
  • 12,5 gram bakpoeder (gezeefd)
  • zonnebloemolie om het deeg mee af te strijken

Werkwijze:

  • Zeef de roggebloem in een hittebestendige kom.
  • Zet deze kom boven een pan met water en verwarm deze au bain marie tot de bloem 30 graden Celsius is.
  • Verwarm ondertussen op matig vuur in een ruime steelpan (pas op, het mengsel gaat borrelen!) al roerend het water en de honing tot 103 graden Celsius.
  • Zet de kom in de standmixer met kneedhaak en giet er al draaiend de kokende honing bij.
  • Kneed tot alle droge stof is opgenomen en stop dan.
  • De deegtemperatuur moet minimaal 65 graden Celsius zijn.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het deeg in huishoudfolie en eg het deeg in de koelkast.
  • Laat het deeg minimaal 24 uur rusten.
  • Meng in een kom de basterdsuiker,  honing, steranijs, anijs en azijn.
  • Kneed dit door het gronddeeg tot alles goed verdeeld is. Ga niet langer door dan nodig, anders overkneed je het deeg en gaat het ontzettend plakken.
  • Kneed nu het bakpoeder door het deeg en stop wederom zodra het goed verdeeld is.
  • Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken.
  • Rol elk stuk uit tot een rol van ca. 16 cm. breed.
  • Leg de rollen twee aan twee op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht met zonnebloemolie.
  • Knijp de twee rollen deeg op drie plaatsen stevig aan elkaar.
  • Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak 9 minuten op 210 graden, bak vervolgens nog 8 minuten op 190 graden Celsius en daarna nog 5 minuten op 180.
  • Laat na het bakken even afkoelen op een rooster, maar zorg ervoor dat de koeken niet teveel uitdrogen.
  • Bewaarde koeken in een goed afgesloten trommel of plastic zak.

Bron: eigen recept geïnspireerd op een recept van Marten Boonstra

 

Desembrood met karwij en gember

Dit weekend voelde mijn desem zich wat slapjes… In de hoop er weer wat pit in te kweken voerde ik het met volkoren roggemeel. Nog geen twee uur later was het meer dan verdrievoudigd en dreigde de bak waarin ik het desem bewaar over te stromen! Hoewel ik die dag eigenlijk geen bakplannen had, moest ik dus toch maar wél aan de bak! (Tja, zo gaat dat dus als je je eigen brood bakt…voor je het weet wordt je leven gedirigeerd door desems en brood!) Ik besloot een combinatie van tarwe en rogge te gebruiken, aangezien mijn desem daar nu ook uit bestond. Daarnaast had ik al langer het idee om het restje karwijzaad dat nog steeds in de kast stond van het Deense karwijzaadbrood, nog eens samen met rogge te gebruiken. Ook stond er nog een potje bakgember in de kast waarvan ik de fris-zoetscherpe smaak wel bij het karwijzaad vond passen. Natuurlijk is het altijd afwachten of zo’n zelfbedacht recept en dan vooral zo’n zelfbedachte smakencombinatie gaat werken. Dat bleek in dit geval gelukkig wel zo. Het werd een brood met een heerlijk knapperige korst en een fluweelzachte binnenkant. Het karwijzaad geeft een iets aardse smaak aan het brood dat weer hier en daar door de stukjes gember wordt opgehaald. Misschien dat ik er de volgende keer nog wel wat meer gember in doe. Qua insnijden heb ik een nieuw patroon geprobeerd wat een prachtig uiterlijk gaf. Al met al ben ik dus erg tevreden met dit brood dat eigenlijk helemaal niet op de planning stond! Dit recept is goed voor 3 x een desembrood met karwij en gember.

Desembrood met karwij en gember

Ingrediënten:

  • 350 gram volkoren roggemeel
  • 650 gram tarwebloem (geschikt voor brood)
  • 300 gram actief desem (bestaande uit 150 gram water en 75 gram tarwebloem en 75 gram roggemeel)
  • 18 gram (bakkers)zout
  • 510 gram lauw water
  • 30 gram vloeibare, heldere honing
  • 11 gram karwijzaad / kummel
  • 50 gram grofgesneden bakgember met aanhangende siroop (ik denk dat 75 gram ook prima kan)

Werkwijze:

  • Doe meel, bloem, zout, desem, water en honing bij elkaar in een kom en kneed met de hand of standmixer tot een samenhangend, soepel deeg waar je een mooi vliesje van kan trekken.
  • Draai op de laagste stand of werk met de hand het karwijzaad en de gember door het deeg.
  • Doe het deeg in een ruime, met olie ingevette kom, rol even rond zodat het deeg helemaal bedekt is met een heel dun laagje olie en dek de kom af met een deksel tegen het uitdrogen.
  • Ik heb mijn deeg toen 2 uur op kamertemperatuur laten staan en vervolgens 14 uur in de koelkast.
  • Daarna verdeel je het deeg in drie gelijke stukken en bol je deze op tot het deeg flink wat spanning heeft.
  • Bestrooi drie ronde rijsmandjes royaal met rijstebloem en leg het deeg er met de gladde kant naar onderen in.
  • Mijn deeg had vervolgens voldoende aan 4,5 uur in een vochtige rijskast van 29 graden Celsius. Maar deze tijd is afhankelijk van de activiteit van je desem.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Kiep de rijsmandjes leeg op een met bakpapier beklede bakplaat, ruim voldoende van elkaar.
  • Snijd het deeg met een vlijmscherp mesje in, dit kan bijv. een breadlame, stokbroodmesje of scalpel zijn. Houdt het mesje in een hoek van 45 graden en werk snel.
  • Bak het brood in het midden van de oven. Giet direct bij het inschieten iets water op de metalen opvangplaat onder in de oven voor de stoomvorming.
  • Laat na 10 minuten de stoom weer ontsnappen door de ovendeur even op een kiertje te zetten.
  • Bak het brood gedurende ca. 37 minuten tot de kerntemperatuur 95 graden of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

 

 

Roggevloerbrood met appel en pitten

Deel twee in het verhaal over het uitzoeken van mijn meelvoorraad. Naast de zak met speltbloem kwam ik ook nog een zak met roggebloem tegen die wel eens op mocht. Omdat ik toch bezig was met de speltbolletjes met lijnzaad, kon ik mooi direct ook deze zak verwerken. Ook voor dit brood gold dat ik geen zin had om naar de supermarkt te gaan en ik het dus moest doen met dat wat er nog in huis was. Ik dook de kasten in en kwam daar tegen: een half bakje zonnebloempitten, een bakje pompoenpitten, een flesje honing dat bijna leeg was, een pakje yoghurt dat nog maar twee dagen houdbaar was en nog een paar goudrenetten die over waren van oud en nieuw… Dat in de juiste verhoudingen bij elkaar gegooid en ja hoor…weer een heerlijk brood gemaakt en mijn kasten weer een stukje opgeruimd. Heet zoiets niet een win-win situatie? Of valt het meer in de categorie “twee vliegen in één klap”? Wat het taalkundig ook moge zijn, wij werden er in ieder geval blij van! Het brood heeft een knapperige korst, een hele zachte kruim . De appelstukjes even een frisse verrassing aan iedere hap en de pitten geven juist wat bite aan het brood. Een prima combinatie! Dit recept is goed voor twee vloerbroden.

Roggevloerbrood met appel en pitten

Ingrediënten:

  • 50 gram zonnebloempitten
  • 100 gram pompoenpitten
  • 1000 gram Duitse roggebloem type 610
  • 15 gram (bakkers)zout
  • 9 gram instant gist
  • 350 gram goudrenet, geschild en in blokjes gesneden
  • 5 gram citroensap
  • 505 gram volle yoghurt (3% vet) op kamertemperatuur
  • 65 gram vloeibare, heldere honing
  • 65 gram water op 38 graden Celsius
  • rijstebloem voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Doe de zonnebloem- en pompoenpitten in een bak met ruim lauwwarm water.
  • Laat een half uur staan.
  • Schil de appels, ontdoe ze van de klokhuizen en snijd de appels in kleine blokjes (alsof je appeltaart gaat maken).
  • Besprenkel de appelstukjes met het citroensap en hussel door elkaar.
  • Giet de pitten af.
  • Doe bloem en zout in een kom en roer door elkaar met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg appelblokjes, pitten (deze hoef je niet af te drogen), yoghurt, honing en water toe en meng tot een samenhangende massa. Ga niet oneindig door, dan krijg je een deeg dat ontzettend gaat plakken. Omdat Rogge veel minder glutenvormende eiwitten bevat dan tarwe, zal je een ander deeg krijgen dan wanneer je tarwe gebruikt.
  • Verdeel het deeg in twee gelijke stukken, bol deze op en leg in een licht met olie ingevette kom.
  • Zet de kom weg bij 31 graden Celsius gedurende 2 uur.
  • Druk het deeg plat met de vlakke hand en vouw alle zijkanten naar binnen zodat je een bol krijgt. Keer de bol om en bol deze door een draaiende beweging te maken terwijl het deeg op het werkblad blijft liggen.
  • Bestrooi een rijsmandje rijk met rijstebloem en leg het deeg met de onderkant naar boven in het mandje.
  • Laat het deeg op een vochtige (zet er een bak met dampend water bij), tochtvrije en warme ruimte van 31 graden Celsius gedurende ongeveer een uur.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 230 graden Celsius (onderwarmte met hetelucht)
  • Kiep de broden op een met bakpapier beklede bakplaat, snijd naar wens in met een mes en zet net iets onder het midden in de oven.
  • Bak op 230 graden Celsius met onderwarmte en hetelucht gedurende 20 minuten. Ga dan naar de conventionele stand met onder- en bovenwarmte en bak nog eens 25 minuten op 210 graden Celsius.
  • Het brood is klaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius heeft bereikt.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Desem-roggebrood met dadels en sinaasappel

Nog maar een experiment met desembrood omdat Prutteltje weer dreigde over te lopen. (Zo kan je geen desem levend houden en zo doet het ‘t zo goed dat het overstroomt…) Dit keer wilde ik een roggebrood maken. Daarnaast lagen er nog wat dadels in de kast die ik nodig eens moest gaan gebruiken. Het resultaat van dit experiment zorgde dat ik heel blij een dansje door de keuken deed (dat kon, want de gordijnen waren toch dicht aangezien het ‘s avonds weer vroeg donker is. Dus niemand die het gezien heeft. Wat ook maar goed is, aangezien ik totaal niet kan dansen 😉 ) Het brood bevat weliswaar heel veel rogge, maar toch heeft het niet de kenmerkende zware roggesmaak en ook was het een best luchtig brood. De sinaasappels zorgt voor een lichtfrisse smaak, afgewisseld met het zoete van de dadels. Wederom een érg lekker brood! Dit recept is goed voor 1 vloerbrood.

Desem-roggebrood met dadels en sinaasappel

Ingrediënten:

  • 400 gram roggebloem (ik gebruikte type 610)
  • 200 gram tarwebloem
  • 11 gram (bakkers)zout
  • 240 gram actief, vloeibaar tarwedesem (50/50)
  • 340 gram water op kamertemperatuur
  • 150 gram dadels, grofgehakt
  • 25 gram gekonfijte sinaasappelschillen, grofgehakt

Werkwijze:

  • Doe roggebloem, tarwebloem en zout in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg desem en water toe en meng het deeg enkele minuten in een standmixer (met de hand kan ook, maar is niet ideaal omdat het een ontzettend plakkerig deeg is).
  • Voeg de dadels en sinaasappelschillen toe en meng nog eens tot alles goed verdeeld is.
  • Bebloem je handen en bol het deeg op en leg in een licht ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Zet weg op een plek van 29 graden Celsius gedurende 2 uur.
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en vorm tot een boule.
  • Leg het deeg met de sluiting naar boven in een met rijstebloem bestoven rijsmandje.
  • Laat op een tochtvrije, vochtige plaats (zet er een bakje dampend water naast) van 31 graden Celsius gedurende 1,5 uur.
  • Verwarm de oven voor op onderwarmte met hetelucht, 220 graden Celsius.
  • Kiep het brood voorzichtig op een met bakpapier beklede bakplaat en maak eventueel snedes met een breadlame of een ander vlijmscherp, dun mesje.
  • Zet het deeg in de oven en giet iets water op de metalen opvangplaat van de oven voor de stoomvorming.
  • Laat de stoom na ca. 10 minuten ontsnappen.
  • Bak 20 minuten op 220 graden Celsius onderwarmte met hetelucht, draai de oven daarna terug naar 190 graden Celsius, hetelucht met onder- en bovenwarmte. Bak op deze stand ca. 25 minuten totdat de kerntemperatuur van het brood 95 graden Celsius is.
  • Laat het brood afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Desem roggebrood met dadels en sinaasappel

Roggestoet

Roggestoet schijnt een brood te zijn dat voornamelijk in Drenthe en Overijssel bekend is. In tegenstelling tot de meeste roggebroden, is dit een wittebrood. Het bestaat in dit recept voor een groot deel uit tarwe, zodat het brood niet te zwaar wordt. Een deel is roggebloem zodat het een “brood met bite” wordt met nét wat extra smaak. Ik moet zeggen dat ik had verwacht meer rogge te proeven, dat was dus niet het geval. Wat trouwens niet wegneemt dat dit een smaakvol witbrood is, waarvan je bammetjes niet zomaar weg zullen waaien bij de eerste de beste herfststorm. Wie juist veel rogge wil proeven, raad ik dan ook aan de verhouding rogge- en tarwebloem aan te passen. Dit recept is goed voor twee broden.

roggestoet

Ingrediënten:

  • 600 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 200 gram roggebloem
  • 15 gram glutenpoeder/tarwegluten
  • 13 gram (bakkers)zout
  • 12 gram instant gist
  • 25 gram zuurdeegpoeder
  • 520 gram water

Werkwijze:

  • Doe tarwe- en roggebloem, glutenpoeder, en bakkerszout bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg gist en zuurdeegpoeder toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg water toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Leg het deeg in een licht ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Zet weg op een tochtvrije plek van 30 graden Celsius.
  • Laat ca. een uur tot dubbel volume rijzen.
  • Druk met de vlakke hand de luchtbellen eruit en druk de lap deeg uit tot een rechthoek.
  • Vouw de linkerkant tot op het midden.
  • Vouw de rechterkant tot net over het midden en druk het geheel aan.
  • Rol op van onder naar boven.
  • Leg beide deegstukken met de naad naar onderen in een broodbakblik van 30 x 11 cm.
  • Laat staan op een tochtvrije, vochtige plek (zet een schaaltje kokend water erbij voor stoomvorming) van 31 graden Celsius gedurende een uur.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 240 graden Celsius, conventioneel.
  • Bak de broden 21 minuten op 240 graden, zet de temperatuur daarna terug naar 200 graden en bak nog 10 minuten.
  • Haal na het bakken uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.

Bron: Geïnspireerd op het recept voor roggestoet uit het boek “Broodbakkersproducten” van het NBC

Rogge-haver-spelt-tarwebol

Iedereen die vaak bakt en experimenteert met verschillende soorten meel, herkent het vast wel: zakjes met restjes meel waar niet meer genoeg in zit om een heel brood mee te bakken, maar wat ook zonde is om weg te gooien. Dat was hier ook het geval. Zo stond er roggebloem, havermeel, volkorenspeltmeel en nog wat Franse bloem in mijn kast en alles moest nodig op. De combinatie met deze meelsoorten leek me een hele goede samen met hazelnoten, abrikozen, sukade en rozijnen. Zo gezegd zo gedaan. Het leverde een compact  (wat logisch is bij gebruik van haver, rogge en spelt) maar wel heerlijk zacht brood op. Vol smaak, maar zonder het overheersende zurige dat rogge vaak kenmerkt. De vruchten geven een heerlijk fruitige toets aan het brood. Ik ben verkocht, wát een lekker broodje! Dit recept is goed voor 3 x een Rogge-haver-spelt-tarwebol.

rogge-haver-spelt-tarwebol

Ingrediënten:

  • 100 gram rozijnen
  • 100 gram gedroogde abrikozen
  • 75 gram hazelnoten
  • 390 gram roggebloem
  • 285 gram havermeel
  • 235 gram volkoren speltmeel
  • 90 gram Franse tarwebloem T55
  • 18 gram (bakkers)zout
  • 23 gram instantgist
  • 50 gram donkere keukenstroop
  • 50 gram honing
  • 45 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 530 gram lauwwarme boerenkarnemelk
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (is 1 ei maat M)
  • 75 gram slagroom op kamertemperatuur
  • 50 gram sukade in kleine blokjes

Werkwijze:

  • Wel de rozijnen en de abrikozen een half uur in warm water.
  • Laat in een zeef uitlekken en drogen aan de lucht.
  • Rooster de hele hazelnoten in een hete, droge koekenpan tot de buitenkant bruin kleurt.
  • Hak de noten in grove stukken.
  • Snijd de abrikozen in grove stukken.
  • Meng met de garde in een kom de roggebloem, havermeel, speltmeel, Franse bloem en het zout door elkaar.
  • Voeg de instant gist toe en roer nog eens goed door elkaar.
  • Voeg stroop, honing, roomboter, karnemelk, slagroom en sukade toe en kneed in een standmixer tot een glad deeg waarin alles goed opgenomen en verdeeld is.
  • Meng de hazelnoten, rozijnen en abrikozen door het deeg.
  • Verdeel het deeg in 3 gelijke stukken.
  • Bebloem 3 rijsmandjes met rijste- of roggebloem.
  • Bol de stukken deeg op en leg de bollen met de gladde, ronde kant naar onderen in het mandje.
  • Laat twee uur rijzen op een vochtige (bakje dampend water erbij) en tochtvrije ruimte van 30 Graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 230 graden Celsius (onderwarmte met hete lucht)
  • Kiep de broden uit de rijsmandjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet direct in de oven en giet iets water in de onderste opvangplaat van de oven.
  • Bak gedurende 25 minuten.
  • Laat de broden afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept.

 

Breekbrood met appel, kaneel en walnoten

Al bladerend door mijn nieuwe Noorse broodbakboek stuitte ik op een voor mij onbekende meelsoort: “grovbakst”. Gelukkig is daar in de meeste gevallen het woordenboek, maar helaas kon die mij  dit keer niet helpen. Ook een zoektocht op internet in zowel Nederlands, Engels als in het Noors leverde niets meer op dan dat het een mengsel is van rogge en tarwe. Dat is mooi om te weten, maar in welke verhoudingen dan? Ik schakelde Ramona van dutchiebaking.com/ in (zij heeft een tijd in Zweden gewoond) maar ook zij kon me niets vertellen over grovbakst. Op haar beurt schakelde zij weer een bekende in die woonachtig is in Oslo. Die kwam erachter dat er veel mensen op fora waren die zich af vroegen wat de verhoudingen van grovbakst hoorden te zijn, maar het antwoord? Nee, dat hadden we nog steeds niet. Gelukkig is de wereld tegenwoordig een stuk kleiner geworden door het internet en op goed geluk heb ik een bakkerij (//godtbrod.no/) in Noorwegen aangeschreven en zij waren zo aardig me te vertellen dat de verhouding volkoren rogge en tarwe 50/50 moest zijn. Het was me dus nogal een zoektocht, maar uiteindelijk heb je dan ook wat! Dit brytebrød (breekbrood) is lekker zacht en heeft een lekker frisse, maar subtiele, smaak door de appel. Ik heb een deel in een bakvorm gebakken zodat het een breekbrood werd, en van een deel heb ik losse broodjes gemaakt. Ik heb van het recept een breekbrood met 12 broodjes gemaakt en nog 10 losse bolletjes.

Breekbrood met appel, kaneel en walnoten

Ingrediënten:

  • 775 gram tarwebloem
  • 140 gram volkoren roggemeel
  • 140 gram volkoren tarwemeel
  • 10 gram (bakkers)zout
  • 22 gram instant gist
  • 500 gram sinaasappelsap
  • 2-2,5 grote appels (Jonagold) (ik gebruikte 2 appels en vond dat de appelsmaak wel wat sterker mocht. Bij het toevoegen van meer appels minder sinaasappelsap toevoegen)
  • 110 gram grofgehakte walnoten
  • 4 gram gemalen kaneel
  • 30 gram zonnebloemolie

Werkwijze:

  • Raps de appel met een grove rasp.
  • Rooster de grof gehakte walnoten in een droge koekenpan.
  • Doe tarwebloem, rogge- en tarwemeel en zout in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de instant gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg sinaasappelsap, de appelrasp, walnoten en kaneel toe.
  • Kneed in een standmixer tot er een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Voeg op het laatst de olie toe en kneed nog een minuut mee.
  • Het deeg mag nog plakkerig aanvoelen, het roggemeel zal tijdens het rijzen nog vocht opnemen.
  • Laat het deeg ca. 60 minuten in een ingevette, afgedekte kom rijzen op een tochtvrije plek bij 31 graden Celsius tot het in volume verdubbeld is.
  • Sla het deeg door en verdeel in stukjes van 90-100 gram.
  • Bestuif je werkblad met iets rijste- of roggebloem als het deeg nog erg plakkerig is.
  • Bol ieder stukje op door je hand als een kooitje over het deegstukje heen te zetten en dan draaiende bewegingen te maken. Je ziet dat het deeg rond wordt en een gladde deeghuid krijgt.
  • Leg de bolletjes los op de bakplaat of leg ze met een beetje tussenruimte in een ingevette bakvorm.
  • Bevochtig het brood evt. een beetje en rol door wat lichtbruine basterdsuiker.
  • Laat nog eens ca. 45 minuten rijzen op een tochtvrije, vochtige plek van 31 graden Celsius. (Om een vochtig klimaat te creëren kan je een bakje kokend (en dampend) water naast het brood zetten).
  • Verwarm tijdig de oven voor op 200 graden Celsius als je losse bolletjes maakt, of op 180 graden Celsius als je breekbrood maakt.
  • Stoom een beetje voordat je het brood inschiet.
  • Bak de bolletjes gedurende 20 minuten, het breekbrood heeft ca. 30 minuten nodig.
  • Bestrijk (de broodjes zonder suiker) na het bakken met een beetje gesmolten boter.
  • Leg na het bakken de broodjes op een rooster om af te koelen.

Dit is een door mij aangepast recept, het originele recept komt uit het boek “brødboka” van Bodil Nordjore.