Berichten

Rode bieten- en chocoladetaart

De moestuin gunt ons weer een ontzettende overvloed, nog steeds voel ik me rijker dan rijk als ik met oogst uit eigen tuin de keuken in huppel om daar wat lekkers te maken! Soms komt het ook voor dat de overvloed zo groot is, dat met normaal eten niet alles komt. Dan komen bewaarmethodes als wecken, invriezen en drogen om te hoek kijken. Op dit moment ligt onze vriezer dan ook vol met geblancheerde tuinbonen, wortelen, snijbonen en andere groenten uit eigen tuin. De rode bieten die ik uit eigen tuin haalde, zijn voor een deel direct op ons bord beland en voor een deel in deze heerlijke rode bieten- en chocoladetaart. De taart heeft een heerlijke bietensmaak die perfect gecomplementeerd wordt door de chocoladesmaak. In Amerika heet deze taart “Red velvet cake” en wordt er naast (of soms in plaats van) de bieten een flinke lading kleurstof gebruikt voor een rode kleur. Ik gebruikte geen kleurstof en de kleur is dan ook niet knalrood. Helemaal niet erg, want hij was verschrikkelijk lekker om te eten! De frisse crème met citroen wisselt heerlijk af met de wat aardse smaken. Bak de taart in een hoge springvorm met een diameter van 20 cm. De taart is vrij machtig, snijd kleine stukjes. Er passen makkelijk 12 uit deze taart.

Ingrediënten:

Taart:

  • 250 gram verse bieten, geschild
  • 200 gram pure chocolade
  • 200 gram ongezouten roomboter
  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram tarwebloem
  • 7 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1 zakje vanillesuiker á 8 gram
  • evt. rode kleurstof

Crème:

  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram roomkaas
  • 300 gram poedersuiker
  • 30 gram citroensap
  • eetbare parels, stukje chocolade en iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte
  • Bekleed een hoge springvorm van 20 cm met bakpapier. Ik haal de ring los van de bodem, leg een vel bakpapier over de bodem en zet vervolgens de ring vast. Wat uitsteekt knip ik af.
  • Spray de vorm in met wat bakspray.
  • Rasp de rode bieten met een fijne rasp.
  • Hak de chocolade fijn.
  • Smelt de boter in een steelpan op een laag vuur.
  • Als de roomboter gesmolten is, roer je de chocolade hierdoorheen tot ook deze gesmolten is.
  • Klop met een mixer de eieren met de suiker op tot een luchtige, lichtgele massa.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder en vanillesuiker.
  • Spatel het bloemmengsel voorzichtig door de opgeklopte eieren.
  • Spatel vervolgens hier voorzichtig de chocolade doorheen.
  • Spatel hierna ook de rode bieten rasp -en eventueel wat rode kleurstof als je dat wilt- voorzichtig door het beslag.
  • Giet het beslag voorzichtig in de vorm en bak in het midden van de oven gedurende 50-60 minuten tot de taart goed gaar is. Dit kan je controleren door een satéprikker aan het einde van de baktijd voorzichtig in het midden van de taart te steken. Komt deze er schoon weer uit, dan is de taart gaar.
  • Zet de taart op de kop op een rooster en laat een 10-15 minuten zo staan.
  • Ontvorm voorzichtig.
  • Klop de roomboter voor de crème in een kom tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg de roomkaas toe en klop nogmaals goed door tot alles een witte crème is.
  • Tot slot de poedersuiker en het citroensap er rustig doorheen kloppen tot alles is opgenomen.
  • Als de taart is afgekoeld snijd je deze in 5 gelijke lagen. Dit gaat heel makkelijk met een taartenzaag: een metalen draadje, liefst gekarteld, tussen twee ijzeren pootjes.
  • Bestrijk elke laag met een laagje crème en bouw de taart zo om en om op.
  • Tot slot bestrijk je de taart aan de boven- en buitenkant met de crème.
  • Werk de onderste rand af met wat glanzende, eetbare pareltjes, rasp wat chocolade over de bovenkant en leg hier en daar iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.
  • Zet in de koelkast om op te stijven.

Dit recept komt uit een Noors bakboek dat ongetwijfeld mijn favoriete bakboek is: “Slikkepott, hundre fristende kakeoppstkrifter” geschreven door Lise Finckenhagen. Wie in Noorwegen komt en niet bang is om Noors te lezen, moet dit boek zeker aanschaffen!

Quiche met tomaten, uien en tijm

Het is weer zover: oogsttijd! Toch wel de mooiste tijd van het jaar! Wij mochten al kilo’s en kilo’s opal en dubbele boerenwitte pruimen van onze twee leiboompjes halen. Die zijn grotendeels zo uit het handje opgegeten. In de moestuin waren ook de tomaten en de uien klaar en de kruiden laafden zich aan de zon. Tijd om daar iets mee te doen!
Een quiche is altijd een dankbaar iets om een overschot uit de moestuin in kwijt te kunnen. Ook had ik van vrienden een zelfgemaakt geitenkaasje gekregen. Heerlijk om zo te eten, maar ook heel smakelijk in deze quiche! Voor deze quiche dampend op tafel stond, ging daar heel wat en vooraf. En dat was niet omdat het recept zo moeilijk was… Mensen denken vaak dat hier alles direct goed gaat, maar dat is helaas een illusie. Zo wilde ik eerst de bodem van havermeel maken. Bij brokkeldeeg heb je de gluten niet nodig voor de elasticiteit en het rijzen zoals bij brood. Ik meende dus dat ik tarwe wel door haver kon vervangen. Dat bleek helaas niet zo goed uit te pakken. Het gebakken deeg viel als zand uit elkaar. Het was wel ontzettend lekker, dus de frustratie was redelijk hoog. Snel een deegje met tarwebloem gezet en verder gegaan met het proces. Dat ging prima tot na het blindbakken  bij het verwijderen van de keramische bakparels deze uit mijn handen vlogen en op de ovendeur stuiterden. Ze nestelden zich tussen het dubbele glas van de ovendeur, in de scharnier, in het rubber…ze lagen overal…180 graden heet… Samen met zoonlief hebben we ze één voor één met ovenwanten aan (en die komen je motoriek niet ten goede!) overal vandaan geplukt. Verder ging het met de vulling. De vorm zat nogal vol en met een onhandige manoeuvre lag de helft ernaast. Tot slot stond de dampende quiche op het aanrecht te pronken, toen bleek dat het potje mosterd, waarvan ik wat had willen toevoegen, nog ongeopend op het aanrecht stond…gelukkig bleek dat voor de smaak van de quiche niet nadelig uit te pakken.  Het kostte dus wat zweetdruppels, maar uiteindelijk stond er wel een fantastische quiche met tomaten, uien en tijm op tafel en dan is ineens al het “leed” vergeten. Nog een voordeel van zelf kweken en maken! Dit recept is goed voor 1 quiche gebakken in een vorm met een diameter van 26 cm.

Quiche met tomaten, uien en tijm

Ingrediënten:

Deeg:

  • 175 gram tarwebloem
  • 115 gram koude, ongezouten roomboter in blokjes
  • 1,5 gram zout
  • 3,5 gram suiker
  • 15 gram eidooier
  • 50 gram water

Vulling:

  • 250 gram gerookte spekreepjes
  • 475 gram grofgesneden ui
  • 500 gram tomaten in stukjes gesneden
  • 250 gram slagroom
  • 250 gram losgeklopt ei
  • 35 gram tarwebloem
  • 175 gram harde geitenkaas
  • 2,7 gram verse tijmblaadjes

Werkwijze:

  • Doe de bloem in een kom en meng de blokjes boter hier met de vingers doorheen tot je een zanderig mengsel hebt.
  • Voeg zout, suiker, eidooier en water toe en meng tot een samenhangend mengsel. Het is nu nog erg vochtig, maar gedurende de rust in de koelkast komt dat goed.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg een half uurtje in de vriezer of de koelkast.
  • Bak ondertussen de spekjes in een hapjes pan.
  • Als de spekjes aangebakken zijn en het vet eruit loopt, voeg dan de grof gesneden uit toe en bak deze mee tot deze zachter begint te worden.
  • Voeg dan de in stukken gesneden tomaten toe en bak op een laag pitje tot het vocht hier redelijk uit is.
  • Doe het mengsel in een vergiet en laat uitlekken. Het vocht dat eruit komt bleek een heerlijk tomatensoepje te vormen, dus gooi dit niet weg!
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Roer in een kom slagroom, ei en bloem door elkaar tot een klontvrij mengsel.
  • Ik heb de kaas fijngemalen met een staafmixer. Dat gaf heerlijk fijne korrels die goed mengden. Natuurlijk kan je de kaas ook raspen. Meng de kaas door het eimengsel.
  • Meng ook de tijmblaadjes door het eimengsel.
  • Kneed het deeg even kort door om het soepel genoeg te maken om uit te rollen.
  • Rol het deeg met een rolstok uit op een met bloem bestoven werkblad tot het groot genoeg is om een ronde vorm van 26 cm. mee te bekleden.
  • Leg op de bodem van de vorm een bakpapiertje en spuit de vorm in met wat bakspray.
  • Rol het deeg losjes op je rolstok en hevel dit over naar de vorm en druk het voorzichtig aan.
  • Rol losse randjes eraf met de rolstok door hiermee over de rand van de vorm te rollen.
  • Prik de bodem een paar keer in met een vork, leg hier een bakpapier overheen en vul met keramische bakparels, rijst of gedroogde bonen (deze zijn hierna niet meer eetbaar).
  • Bak in het midden van de oven gedurende 15 minuten.
  • Haal de bakpapier met steunvulling weg en bak nog 5 minuten.
  • Haal de bodem uit de oven en vul deze met het uitgelekte groentenmengsel.
  • Vul zover af met het eiermengsel dat het net niet over de rand gaat. Afhankelijk van de hoogte van je vorm kan het zijn dat je iets overhoudt.
  • Bak de quiche in ca. 32 minuten in het midden van de oven op 175 graden Celsius tot de vulling stevig is geworden en de bovenkant licht goudbruin is.
  • Laat de quiche een tijdje afkoelen in de vorm en haal deze dan voorzichtig uit de vorm. Het makkelijkste is om een vorm te gebruiken met uitneembare bodem.
  • Laat verder afkoelen op een rooster of val direct aan.

Bron: eigen recept

Gevulde appelkoeken

Mijn probleem is vast herkenbaar voor mensen met één of meerdere appelbomen die het goed naar de zin hebben in de tuin. Wij hebben 9 leifruitbomen, waarvan 3 pruimen-, 2 peren- 1 kersen- en 3 appelbomen en daarnaast nog 2 vrijstaande Elstar appelbomen. 3 appelbomen droegen dit jaar geen enkele vrucht, maar de andere 2 appelbomen hebben dat aardig gecompenseerd zodat ik bijna 30 kg appels kon plukken. Natuurlijk rijst dan de vraag hoe je ze zo lang mogelijk goed houdt en hoe je ze gaat verwerken om bederf tegen te gaan. Elke dag nemen manlief en de kinderen een appel mee naar het werk en school, dus dat eet lekker door. Daarnaast sloeg ik een klein deukje in de voorraad door de appelsloffen te maken. Vandaag kon ik weer een paar appels van de voorraad af halen door ze te gebruiken voor deze gevulde appelkoeken. In de winkel zit er denk ik een vulling van een bindmiddel, appelsap en ongetwijfeld nog wat conserveringsmiddelen in. Ik maakte deze appelvulling met gepureerde appels. Samen met het rijke, zachtbrosse deeg levert dit een zeer smakelijk geheel op, veel smaakvoller dan uit de winkel! Het is dat ik nog wat over moet laten voor het bezoek dat we verwachten, maar anders… Dit recept is goed voor 9 gevulde appelkoeken met een diameter van 9 cm.

gevulde appelkoeken

Ingrediënten:

Kruimeldeeg:

  • 240 gram bloem
  • 135 gram ongezouten roomboter
  • 120 gram witte basterdsuiker
  • 1,2 gram kaneel
  • 5 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1,7 gram zout
  • 26 gram losgeklopt ei (=  ± een half ei)
  • evt. 5 gram water
  • ei voor het bestrijken

Appelvulling:

  • 300 gram geschilde en in blokjes gesneden appels (ik gebruikte Elstar)
  • 30 gram water
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 6 gram maïzena
  • merg van 1/2 tot 1 vanillestokje van goede kwaliteit (lang en soepel), afhankelijk van je smaak

Werkwijze:

  • Doe de bloem, roomboter, basterdsuiker, kaneel, bakpoeder en zout in een kom.
  • Mix met een platte klopper van een standmixer of met je handen door elkaar tot een kruimelig geheel.
  • Voeg het losgeklopte ei toe en meng kort door elkaar tot er een samenhangend deeg ontstaat. Is dit niet het geval voeg dan een paar druppels water toe tot het deeg een goede samenhang vertoont. Kneed vooral niet te lang omdat je anders glutenvorming krijgt en daarmee geen brosse, maar juist taaie koeken krijgt.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast voor (het liefst) 24 uur.
  • Maak een uur voor het verwerken van het deeg de appelvulling.
  • Doe de appelblokjes samen met het water en de boter in een pan en verwarm deze tot het water kookt.
  • Meng in een kom de basterdsuiker met de maïzena en het merg van het vanillestokje door elkaar.
  • Voeg dit aan het kokende appelmengsel toe en roer goed.
  • Blijf al roerend verwarmen op een middelhoge warmtebron tot het geheel flink indikt.
  • Ik wilde een gladde vulling en heb met de staafmixer het geheel gepureerd.
  • Laat de appelvulling afkoelen alvorens met de koeken verder te gaan.
  • Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg met een rolstok op een met bloem bestoven werkblad uit tot ca. 4 mm dikte.
  • Steek hier met een gladde of gekartelde ronde steekvorm van 9 cm 18 cirkels uit.
  • Leg 9 deegplakjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Leg hierop een flinke bult appelvulling en strijk wat glad, maar laat rondom bij de randen een halve cm vrij.
  • Steek uit de overgebleven 9 deegplakjes met een rechthoekig of druppelvormig steekvormpje 3 á 4 stukjes rondom het midden uit. (Ik had niet zo’n vormpje en gebruikte een saint honoré spuitmondje). Zorg ervoor dat het deeg in het midden wel heel blijft, anders valt de hele koek open.
  • Hevel de uitgestoken deegplakje voorzichtig over naar de met appelvulling bedekte deegplakjes en leg ze er op.
  • Druk rondom aan met je vingers of met een vork zodat beide deegplakken goed aan elkaar vast komen.
  • Bestrijk de bovenkant licht met losgeklopt ei en laat dit opdrogen.
  • Bestrijk dan nog eens met losgeklopt ei en bak de koeken in het midden van de oven gedurende ca. 12 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn.

Bron: deeg voor gevulde koeken vrij naar een recept uit: “banketbakkersproducten” door het NBC, de appelvulling komt uit “Advanced bread and pastry, a professional approach” door Michel Suas.

Pruimentaart met amandelen en citroen

Daar zijn we weer, terug van een heerlijke vakantie in (hoe kan het ook anders) Noorwegen. Te zijn in Noorwegen roept bij mij altijd een licht gevoel van jaloezie op. Niet enkel vanwege de enorme lappen grond die de mensen om hun huis heen hebben (het liefst beplant met diverse fruitbomen en -struiken) maar ook vanwege het enorme aanbod bakartikelen dat je daar gewoon in de supermarkt vindt. Het thuisbakken is daar vast onderdeel van de cultuur en dat zie je dus ook terug in de winkels. Om het heerlijke vakantie gevoel ook thuis nog even vast te houden kocht ik in Noorwegen twee Noorse bakboeken. Een broodboek en een taartenboek. De laatste kwam me direct goed van pas. Gisteren gingen we bij een kennis in Twente (waar we een tijdlang gewoond hebben) op bezoek. Deze kennis heeft een boomgaard en is ieder jaar zo lief ons te overladen met pruimen en vaak ook met appels en peren. De kinderen vinden het geweldig om onder de bomen te staan en de stortvloed van fruit letterlijk en figuurlijk op zich te laten neerdalen. Eigenlijk zou ieder kind dat toch eens in zijn leven moeten meemaken: kijken waar je eten vandaan komt en het écht beleven… Thuisgekomen zaten we met een enorme (en dan bedoel ik écht een énorme) bult pruimen die vanwege het warme, vochtige weer toch echt heel snel op moeten. Uit de hand eten is heerlijk, maar vanwege de laxerende werking niet handig om dat te veel te doen. Pruimenjam heb ik al een aantal jaren achtereen gemaakt, dus ik wilde wel eens wat anders. Dus -inderdaad, goed geraden!- kwamen de bakboeken uit de kast en bleken de Noorse boeken vol te staan met pruimentaart recepten. Dat is ook het leuke van de Noorse keuken: er wordt met de seizoenen meegekookt en veel dingen uit tuin of bos zie je terugkomen in de recepten. De eerste taart die ik maakte was deze pruimentaart met amandelen en citroen. Een relatief makkelijk te maken taart, die een goed balans heeft tussen friszuur en zoetig. Hij wordt gebakken in een ronde springvorm (liefst met uitneembare bodem) met een diameter van 26 cm of in een vierkante vorm van 23 bij 23 cm.

Pruimentaart met amandelen en citroen

Ingrediënten:

deeg:

  • 125 gram koude boter, in blokjes
  • 90 gram suiker
  • 250 gram bloem
  • 50 gram ei (is 1 ei maat M)

Vulling:

  • 100 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 100 gram suiker
  • 100 gram ei (2 eieren maat M)
  • 70 gram amandelmeel
  • 20 gram bloem
  • citroenrasp en sap van twee biologische citroenen (voor wie van zoet houdt: gebruik maar het sap van 1 of 1,5 citroen)
  • 2,5 eetlepel roomboter voor het bakken
  • 2,5 eetlepel suiker voor het bakken
  • 8 grote, zoete pruimen (of meer als je zoals ik kleintjes hebt)
  • 125 ml slagroom
  • vanillesuiker naar smaak
  • decoratiesneeuw of poedersuiker

Werkwijze:

  • Maak van de blokjes boter, suiker en bloem een zanderig mengsel door dit met de keukenmachine te vermengen of door de boter fijn te wrijven tussen je vingertoppen.
  • Voeg het ei toe en kneed kort door tot er een samenhangende bal deeg is ontstaan.
  • Wikkel het deeg in huishoudfolie en leg dit een uur in de koelkast te rusten.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celcius.
  • Vet de vorm in.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot het groot genoeg is om je vorm mee te bekleden.
  • Rol de deeglap om je deegrol en rol weer uit boven de vorm.
  • Druk voorzichtig aan en haal de randjes eraf door met de deegrol over de vorm heen te rollen.
  • Bedek het deeg met bakpapier en vul met steunvulling zoals keramische bakparels, bruine bonen of rijst.
  • Bak een kwartier in de voorverwarmde oven.
  • Haal de steunvulling uit de vorm en zet de vorm op een hittebestendig oppervlakte.
  • Kook ondertussen het citroensap tot de helft in.
  • Klop in een kom de boter met de suiker luchtig.
  • Voeg de eieren toe en klop verder.
  • Spatel het amandelmeel en de bloem erdoor.
  • Voeg de citroenrasp en het ingekookte citroensap toe en spatel ook dit goed door.
  • Vul de taart met de vulling en verdeel goed over de bodem.
  • Was en ontpit de pruimen en snijd ze doormidden.
  • Smelt in een pan de boter en suiker voor het bakken.
  • Leg de pruimen met de snijkant naar beneden in de pan en laat enkele minuten bakken tot de pruimen zacht beginnen te worden.
  • Leg de pruimen met de snijkant naar boven in de taartvulling.
  • Bak de taart in ca. 30 minuten gaar en goudbruin in de voorverwarmde oven.
  • Ontvorm na het bakken en laat de taart afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi licht met poedersuiker of decoratiesneeuw en serveer met wat slagroom opgeklopt met vanillesuiker. Je kan ook gelijke delen slagroom en mascarpone nemen en dit met wat vanillesuiker tot een yoghurtdikke substantie mengen.

Bron: “Slikkepott, Hundre fristende kakeoppskrifter” door Lise Finckenhagen