Berichten

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

kerstmuts broodjes

Iemand vroeg met laatst tijdens een workshop hoe je triangelbroodjes maakt. Dit zijn driehoekige broodjes. Hoewel ik het toen door de vele workshops te druk had om mijn idee direct vorm te geven, bleef het maar in mijn hoofd rondwaren. Met die driehoekige vorm was wat leuks te doen! Ik heb verschillende varianten geprobeerd: met sesamzaad, geplette tarwevlokken en met greinsuiker op de “bont”rand van de kerstmuts. Uiteindelijk bleken de broodjes zonder decoratie het leukste. Het eistrijksel geeft het broodje een mooie roodbruine glans, zonder dat je kleurstoffen hoeft te gebruiken. Je zou de bontrand onbestreken kunnen laten zodat deze wat lichter blijft en het contrast nog groter is dan hoe ik ze nu heb gemaakt. Als je de rand niet instrijkt met ei, dan moet je deze na het bakken even met geklaarde boter bestrijken zodat deze lekker zacht wordt en toch wat glans krijgt. Dit recept is goed voor 8 kerstmuts broodjes.

Ingrediënten:

Volkorendeeg:

  • 400 gram volkoren tarwemeel
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 4,5 gram instant gist
  • 24 gram vloeibare honing
  • 24 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 240 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 40 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur

Wit deeg:

  • 150 gram bloem, geschikt voor broodbakken
  • 2,25 gram (bakkers)zout
  • 1,3 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram vloeibare honing
  • 85 gram volle melk op kamertemperatuur

Voor de afwerking:

  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe het volkorenmeel, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg de honing, boter, melk en het ei toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken. Op mijn instagrampost van 22 december 2017 kan je zien dat je ook van volkorendeeg een prachtig vliesje kan trekken! ( //www.instagram.com/baksels_net/ )  Het deeg zal in het begin erg plakkerig zijn, maar dit gaat over naarmate je meer kneedt.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek af met een deksel en zet ca. 60 minuten weg bij 29 graden Celsius. Je kan het ook op kamertemperatuur wegzetten, maar dan duurt het wat langer voordat het deeg gerezen is.
  • Doe nu de bloem, het zout en de gist in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, honing en melk toe en kneed wederom tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol ook dit deeg op leg het in een andere licht met olie ingevette kom en dek ook af met een deksel. Zet deze kom gezellig naast de andere kom.
  • Als het volkorendeeg in volume verdubbeld is en de afdruk blijft staan als je met je vinger erin drukt.
  • Druk het deeg met de vlakke hand plat en bol op tot een mooie ronde, gespannen bol.
  • Doe het zelfde met het witte deeg.
  • Dek af met huishoudfolie, zet de kom waarin je het hebt laten rijzen er op de kop overheen en laat 30 minuten rusten op je aanrecht.
  • Druk het volkoren deeg met de vlakke hand plat, zorg er wel voor dat het een ronde vorm blijft!
  • Snijd het deeg in 8 gelijke punten.
  • Leg op 2 met bakpapier beklede bakplaten elk 4 punten.
  • Druk het witte deeg plat en verdeel in 2 gelijke stukken.
  • Van de ene helft snijd je 8 gelijke stukken en deze bol je op, net als met bolletjes. Zet je hand er als een kooitje overheen en draai het deeg rond. De onderkant blijft onder, daar vormt zich een naveltje. Als je het goed doet zie je het deeg aan de bovenkant strak en glad trekken en het bolletje een mooie ronde vorm krijgen.
  • Druk het langste puntje van het volkorendeeg iets plat, bevochtig deze iets met wat water en leg het witte bolletje erop.
  • Verdeel het overgebleven witte deeg in acht gelijke stukjes en rol deze uit tot 8 rechthoekige reepjes.
  • Bevochtig elk reepje aan de onderkant met iets water en leg deze op de onderste rechte rand van het driehoekje.
  • Vouw de randjes onder het volkorendeeg.
  • Bestrijk alle broodjes met eistrijksel, bekijk even zoals in de inleiding genoemd, of je het bontrandje ook meeneemt of niet.
  • Laat ca. 30 minuten rijzen in een vochtige, tochtvrije omgeving van 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bak bij voorkeur met één plaat tegelijk. Zet deze in het midden van de oven en bak gedurende 15 minuten tot de broodjes goudbruin en gaar zijn.

Bron: eigen recept.

Kerststol

Van december heb ik altijd het gevoel dat deze maand te snel gaat en er te veel in gebeurt. Is het voor mijn gevoel nog maar net herfst, begint men om mij heen ineens kruidnoten te bakken en niet veel later de kerstboom op te tuigen… De herfst- en wintermaanden zijn voor mij met de bakworkshops ook altijd stampvol, dus even rustig afremmen voor kerst is er voor mij meestal niet bij, ik kom met gierende banden tot stilstand op eerste kerstdag. Dit jaar heb ik iets eerder vrij gepland, dan kan ik nog fijn wat lekkere kerstdingen bakken. Zoals deze heerlijke kerststol bijvoorbeeld. Hij zit bomvol fruit en noten. Houd je niet zo van noten? Dan kan je deze ook makkelijk weglaten. Dit recept is goed voor 1 kerststol. Wat gaan jullie bakken voor de kerst?

Ingrediënten:

Deeg:

  • 200 gram tarwebloem met ten minste 12% eiwit. Koop dit bij een molen of je bakker
  • 8 gram tarwegluten poeder
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 25 gram suiker
  • 10 gram instant gist
  • 10 gram citroenrasp (Dr. Oetker)
  • 3 gram verse sinaasappelrasp
  • 113 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 25 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram krenten (nog niet geweld)
  • 65 gram sultana rozijnen (nog niet geweld)
  • 15 gram grofgehakte, geroosterde amandelen
  • 15 gram grofgehakte en geroosterde hazelnoten
  • 8 gram sukade

Spijs:

  • 75 gram amandelmeel
  • 75 gram suiker
  • 28 gram losgeklopt ei
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)

Afwerking:

  • ongezouten roomboter
  • decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze:

  • Doe een avond voor je gaat bakken de rozijnen en krenten in een bak en laat ze een half uur wellen in warm water.
  • Giet ze af en laat ze aan de lucht drogen gedurende een nacht.
  • Doe bloem, glutenpoeder, zout, suiker, instant gist, citroenrasp en sinaasappelrasp bij elkaar in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg melk, ei en roomboter toe en kneed het geheel met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers. Het deeg blijft lang plakkerig, maar uiteindelijk trekt het deeg zo glad dat je het kan knuffelen. Voeg dus geen extra bloem toe tijdens het kneden!
  • Bol het deeg licht op en dek af met een kom.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Meng ondertussen de vulling: de gewelde rozijnen, krenten, de grofgehakte en gebruineerde amandelen en hazelnoten en de sukade.
  • Duw het deeg met de vlakke hand uit tot een rechthoekige lap. Probeer niet opzij te wrijven of duwen, je deeg gaat dan kapot.
  • Neem iets meer dan de helft van de aangemaakte vulling en verdeel dit over tweederde van de deeglap.
  • Vouw het deel dat niet bedekt is voor de helft over het met vulling bedekte deel. Vouw de helft die nog niet gevouwen over de al gevouwen lagen heen. In totaal heb je het deeg dus in drieën gevouwen.
  • Draai het deeg een kwartslag en herhaal hetzelfde met de resterende vulling.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen en vouw de open kanten iets naar onderen en bol het deeg op door dit rond te draaien op je aanrecht en tegelijkertijd het deeg iets naar beneden te trekken. Je krijgt nu een stevige bol deeg.
  • Leg het deeg in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Laat op 29 graden ca. een uur rijzen tot dubbel volume op een tochtvrije plek. Laten rijzen kan ook prima op kamertemperatuur, het rijsproces duurt dan wel langer.
  • Maak tijdens het rijzen de amandelspijs. Meng amandelmeel, suiker, citroenrasp en ei met elkaar tot een smeuïge massa. Dek af en laat rusten tot gebruik.
  • Druk na het rijzen met de vlakke hand de lucht uit het deeg.
  • Bol het deeg op tot er spanning in zit.
  • Dek af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol met een rolstok een grote gleuf in het midden van de bol deeg. Aan twee uiteinden houdt je een bolling, dit zijn de “lippen” van de stol.
  • Rol een spijspil (een worstvorm) van het spijs en leg dit in het midden van het deeg. Aan de beide zijkanten moet een centimeter overblijven.
  • Vouw het deeg over het spijs heen, een stukje over de onderste flap.
  • Duw met de zijkant van je hand het deeg goed vast rondom de spijs. Doe je dit niet goed, dan zal de spijs uitbakken.
  • Leg de stol op zijn kop op een met bakpapier beklede bakplaat. De onderste lip steekt nu verder uit dan de bovenste.
  • Laat in een vochtige ruimte (zet er een bakje dampend water bij) op 29 graden Celsius gedurende 20 minuten rijzen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de stol net onder het midden in de oven. Giet iets water op de metalen opvangplaat onderin. Dit geeft stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 180 graden Celsius en bak nog 32 minuten tot de stol een kerntemperatuur heeft van 95 graden Celsius.
  • Bestrijk de stol direct na het uit de oven halen flink met gesmolten roomboter.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi met gezeefd decoratiepoeder (neemt minder snel vocht op en blijft als een wit laagje liggen) of met poedersuiker.

Bron: eigen recept

Kerstboombrood

Op de laatste dag voor kerst moest er nog heel wat gebakken worden: zes tarwebusbroden en een aantal stokbroden. Omdat ik toch bezig was en ik ineens een wild idee kreeg, ben ik dat direct maar gaan uitproberen. Een kerstboombrood na de kerstdagen bakken, dat heeft immers niet meer zoveel zin. Mijn plannetje pakte behoorlijk goed uit, dus ik zal het direct met jullie delen! Want wie vindt het nu geen leuke verrassing om een kerstboom in je brood te vinden? Gene echte natuurlijk, maar een van chocoladebrooddeeg. Van de cacao zie je overigens meer dan dat je ervan proeft, maar dat is in dit geval juist heel goed denk ik. Dit recept is goed voor 1 busbrood, gebakken in een vorm van 30 x 12 cm. Rest mij enkel nog om iedereen hele fijne, gezellige kerstdagen te wensen!

kerstboombrood

Ingrediënten:

  • 600 gram tarwebloem voor brood
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 15 gram fijne kristalsuiker
  • 8 gram instant gist
  • 320 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur (is ca. 1 ei maat M)
  • 3 gram cacaopoeder
  • 10 gram kokend water

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en suiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • voeg water, roomboter en ei toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in 290 gram en 745 gram.
  • Kook wat water en giet tien gram hiervan in een schaaltje bij het cacaopoeder en roer tot alles opgelost is.
  • Bol de 745 gram deeg op en leg deze in een licht met olie ingevette kom en dek deze af met een deksel.
  • Kneed vervolgens het cacaopapje door de 290 gram deeg heen tot alles goed egaal verdeeld is.
  • Bol ook dit deeg op en leg dit in een andere licht ingevette kom en sluit ook af met een deksel.
  • Zet de kommen op een tochtvrij plekje van 29 graden Celsius.
  • Laat ca. een uur staan tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het witte deeg in 18 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Verdeel het bruine deeg in 7 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Bol alle stukjes op, je brengt ze op spanning. Dit doe je door je hand als een soort kooitje over het deeg heen te zetten. Nu ga je draaien. De pink haalt het deeg naar je toe, de duim duwt het weer van je af. Het stukje deeg dat onder ligt, blijft ook onder. Als je het goed doet, zie je aan de onderkant van je deeg een soort draaikolkje ontstaan en trekt de bovenkant glad. Als je er met je vinger op drukt, veert het deeg direct weer terug.
  • Dek de bolletjes af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in etappes uit tot bijna 30 cm (de breedte van je bakblik).
  • Vet je bakblik in met wat bakspray.
  • Nu ga je het patroon van de kerstboom opbouwen, zorg ervoor dat de strengels niet te droog zijn geworden, anders hechten ze niet goed. Bevochtig ze heel licht als ze droog werden, maar maak ze niet te nat anders krijg je juist weer geen hechting.
  • Op de bodem leg je een laag neer van 2 witte strengels, in het midden 1 bruine en dan weer 2 witte strengels.
  • De laag die daarbovenop komt: 1 witte strengel, dan 3 bruine strengels en daarnaast weer 1 witte.
  • De derde laag: 1 witte strengel, 1 halve witte strengel, 2 bruine strengels, 1 halve witte strengel, 1 witte strengel.
  • Vierde laag: 2 witte strengels, 1 bruine strengel, 2 witte strengels.
  • Vijfde en bovenste laag: 5 witte strengels.
  • Knijp de strengels op de bovenste laag goed aan elkaar zodat het een geheel wordt.
  • Zet het bakblik op een vochtige, tochtvrije plek van 31 graden Celsius.
  • Laat ca. 50-60 minuten rijzen.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 240 graden Celsius, hetelucht met onderwarmte.
  • Bak het brood op deze stand 20 minuten.
  • Bak vervolgens nog 6 minuten op 190 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius heeft bereikt.
  • Haal het brood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster alvorens het aan te snijden.
  • Fijne feestdagen!

Bron: eigen recept

 

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen schuimkransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept

Peperkoek

Gingerbread, pepperkake, lebkuchen, peperkoek…dit koekje heeft veel verschillende namen. Het is dan ook wijd verspreid over de wereld. Doorgaans is de koek gemaakt met bloem, honing of stroop, en kaneel, gember, peper, kardemom en kruidnagel. Dit recept maakt dat het koekje zijn naam eer aan doet, er zit een vrij pittige nasmaak aan. Persoonlijk houd ik er wel van, maar kinderen zullen het wellicht op prijs stellen dat je iets zuiniger bent met de peper en gember dan in dit recept is aangeven. Hoeveel koekjes je met dit deeg kan maken, hangt natuurlijk van het formaat van je koekstekers af, maar ik maakte er in ieder geval drie bakplaten vol van. Deze koekjes zijn niet alleen leuk om te eten, maar staan ook prachtig als decoratie in de kerstboom. Prik dan wel voor het bakken een ruim gat in het deeg waar je een lintje door kan doen. Het deeg is ook geschikt om een huisje van peperkoek van te maken.

peperkoek

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 75 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 25 gram ei (half ei maat M)
  • 125 gram Friese keukenstroop
  • 0,8 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 0,5 gram gemalen kruidnagel (1/4 tl)
  • 1,0 gram gemalen kardemom (1/2 tl)
  • 1,8 gram gemalen witte peper (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 2,5 gram verse sinaasappelrasp
  • 5 gram baking soda (1 tl)
  • 250 gram bloem

Voor het glazuur:

  • 100 gram poedersuiker
  • 15 gram gepasteuriseerd eiwit, licht opgeklopt
  • 4 gram citroensap

Werkwijze:

  • Meng de suiker en boter goed door elkaar.
  • Roer het ei erdoor.
  • Voeg de stroop, kruiden, sinaasappelrasp en baking soda toe en meng goed.
  • Meng tot slot de boem door het mengsel en kneed tot een samenhangend, egaal deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minimaal 2 uur weg in de koelkast, liefst een nachtje.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel boven- en onderwarmte.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een dikte van 4 á 5 mm.
  • Steek met koekvormpjes de koekjes uit en leg deze op enige afstand van elkaar op met bakpapier beklede bakplaten.
  • Bak de koekjes in 10-12 minuten goudbruin en gaar in het midden van de oven.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
  • Meng in een maatbeker poedersuiker, het eiwit en het citroensap.
  • Doe dit in een spuitzak met een klein, glad spuitmondje.
  • Versier elk koekje naar wens met glazuur.
  • Genieten maar!

Bron: dit recept is een eigen aanpassing met dit recept als inspiratie //brodogkorn.no/oppskrift/pepperkakedeig/

Adventskrans

De Adventsperiode is de aanloopperiode voor kerst. Advent komt van het Latijnse woord ‘Adventus’ dat ‘komst’ betekent, men verwacht immers de komst van het kerstkindje. In de Adventsperiode zitten altijd vier zondagen en elke zondag wordt er een kaarsje meer aangestoken. De kaarsen staan op een adventskrans en staan symbool voor het komende licht. De krans staat symbool voor de hele wereld en voor de cirkel van de vier jaargetijden die steeds weer terugkeren. De vier kaarsen staan niet alleen voor de vier weken van voorbereiding, maar ook voor de vier windstreken: noord, oost, zuid en west. Mooi om te zien hoeveel symboliek er in een zo op het oog eenvoudige krans zit! Ik maakte deze gevlochten krans van brood. De kaarsen kan je zo in het brood steken als je ze eerst even onderaan met alumiumfolie of huishoudfolie hebt omwikkeld. Deze broodkrans is geïnspireerd op Noorse baksels: de bovenste krans is op smaak en kleur gebracht met saffraan, de onderste met kardemom. Het brood is zijdeacht van structuur en de smaken van de kruiden zijn subtiel aanwezig. Door de aanwezigheid van de luxe ingrediënten smaakt het brood heel rijk en feestelijk.

adventskrans

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem (geschikt voor brood)
  • 30 gram kristalsuiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram volle melk
  • 0,1 gram saffraan
  • 4 gram gemalen kardemom
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker en zout in een kom en roer door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer weer goed door.
  • Voeg ei, de 260 gram melk en de roomboter toe.
  • Leg de draadjes saffraan in een kommetje met de 10 gram melk.
  • Kneed het deeg met de hand of met een standmixer tot een glad, soepel deeg waar je een mooi vlies van kan trekken. Dit zal even duren en in het begin plakt het deeg nogal, maar weersta de neiging om bloem toe te voegen, het komt echt goed!
  • Snijd van het deeg een stuk van 355 gram af en kneed hier kort de melk met de saffraan door.
  • Kneed door het overgebleven stuk deeg kort de kardemom tot deze goed verdeeld is.
  • Leg het deeg in twee aparte, licht met olie ingevette kommen en dek af met een deksel.
  • Zet gedurende ongeveer een uur weg bij 29 graden Celsius en laat in volume verdubbelen.
  • Verdeel het deeg met de saffraan in 4 gelijke stukken en bol deze op.
  • Verdeel het deeg met de kardemom in 6 gelijke stukken en bol deze op.
  • Laat alle bolletjes afgedekt onder huishoudfolie 10 minuten rusten.
  • Rol alle bolletjes in etappes uit tot strengen van 55 á 50 cm lang. Laat je handen stevig rusten op de strengen bij het uitrollen, maar trek ze niet actief uit elkaar.
  • Maak eerst een zesvlecht met de strengels van kardemomdeeg:
  • Leg zes strengels naast elkaar en verbind de bovenste uiteinden met elkaar door het deeg even aan te drukken.
  • Nummer in gedachten de strengels 1 t/m 6. (Zie onderstaande foto’s)
  • Leg strengel 1 onder strengel zes door en laat deze aan de rechterkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Laat strengel 6 aan de linkerkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Leg nu strengel 2 links naast strengel 1 en leg strengel 1 rechts naast strengel 3.
  • Leg strengel 5 rechts naast strengel 6 en leg strengel 6 links naast strengel 4.
  • Dit vlechtpatroon herhalen tot het einde is bereikt.

Zesvlecht tutorial stap 1 Zesvlecht tutorial stap 2 Zesvlecht tutorial stap 3

  • Vorm de zesvlecht tot een krans en knijp de uiteinden aan elkaar.
  • Maak nu de viervlecht met het saffraandeeg.
  • Leg de strengen met de bovenste punt op elkaar en druk ze daar vast.

vlechtbrood-1-ll

  • Leg streng 1 en 4 zoals op onderstaande foto:

vlechtbrood-2-ll

  • Leg nu strengel 2 links van strengel 1.
  • Leg nu strengel 1 op de voormalige plaats van strengel 2.
  • Leg nu strengel 3 rechts van strengel 4.
  • Leg nu strengel 4 op de voormalige plaats van strengel 3.
  • Herhaal dit tot de strengels helemaal vervlochten zijn tot een brood. Vlecht niet te strak en zorg dat je overal evenveel druk uitoefent.
  • Vorm ook deze vlecht tot een krans en leg deze bovenop de eerste krans.
  • Leg het geheel op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet een bakje of potje in het midden zodat het deeg daar niet inzakt.
  • Bestrijk het deeg met wat losgeklopt ei.
  • Laat het deeg  in een vochtige, tochtvrije ruimte ca. 40 minuten rijzen bij 31 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Haal het bakje uit het midden van het brood.
  • Bak het brood onder het midden van de oven in ongeveer 28 minuten goudbruin en gaar. Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius of hoger is.
  • Haal het brood uit de oven en laat afkoelen op een rooster.
  • Omwikkel de 4 kaarsen voor een stukje met aluminiumfolie of huishoudfolie en prik deze in het brood.
  • Zet ze goed recht zodat er geen kaarsvet op het brood drupt.

Bron: eigen recept

 

Noorse krumkake

Dit weekend maakte ik Noorse krumkake. Krumkake worden traditioneel in Noorwegen veel gemaakt in de periode rond kerst, maar omdat veel Noren er zo dol op zijn, worden ze ook het jaar rond gegeten. Veelal worden ze als dessert gegeten. Een veel voorkomende vulling is ‘multekrem’. Dit is lichtgezoete, opgeklopte slagroom met verse multebær of multebærjam. Multebær worden in het Nederlands bergbraambessen genoemd. Ze groeien enkel in Noordelijke streken, waaronder Noorwegen. De plant is bestand tegen temperaturen van -40 graden Celsius en draagt goudgele vruchten die verder qua uiterlijk lijken op bramen. De vruchten zijn rijk aan vitamine c en worden in Scandinavië als delicatesse gezien. De bessen zijn in Nederland bij mijn weten niet verkrijgbaar. Jam ervan is hier te koop. Omdat ik zo snel noch aan de verse variant, noch aan de jam ervan kon komen, heb ik frambozen gebruikt. Wat ons betreft een prima, frisse vervanging voor de bergbraambessen. Ik moest het ook doen zonder traditioneel krumkake-ijzer, maar gelukkig was mijn knieperties-ijzer een prima vervanging, want qua diameter is deze even groot als een traditioneel krumkake-ijzer. Dit recept is goed voor in ieder geval 20 krumkake-hoorntjes. Een leuk idee is om deze hoorntjes bij een buffet te serveren en gasten zelf de hoorntjes met hun favoriete vulling te laten vullen.

Noorse krumkake

Ingrediënten:

Wafeltjes:

  • 160 gram ei
  • 160 gram fijne kristalsuiker
  • 160 gram ongezouten roomboter
  • 160 gram bloem
  • 1,3 gram gemalen kaneel (1/2 tl)
  • 0,5 gram kardemom (ca. 1/4 tl)
  • koud water

Vulling:

  • 600 ml slagroom
  • 48 gram poedersuiker
  • 200-250 gram frambozen (eventueel diepvries) afhankelijk van eigen voorkeur

Werkwijze:

  • Klop de eieren samen met de suiker licht en schuimig op.
  • Smelt ondertussen voorzichtig de boter.
  • Zeef de bloem en spatel dit voorzichtig door het eiermengsel.
  • Spatel nu de gesmolten boter beetje bij beetje door het beslag.
  • Meng tot slot de kaneel en kardemom door het beslag.
  • Dek de kom af en laat liefst een nachtje in de koelkast staan.
  • Verdun het beslag met wat koud water tot een dikvloeibaar beslag.
  • Schep steeds een flinke eetlepel beslag op het ijzer en bak dit tot het dunne wafeltje mooi goudbruin is.
  • Rol het wafeltje direct vanaf het ijzer strak om een roomhoornpen met behulp van een vork, handschoenen die hittebestendig zijn of gewoon wat keukenrolpapier om je vingers.
  • Laat het opgerolde wafeltje -met het losse uiteinde naar beneden- afkoelen op een rooster.
  • Bak door tot al het beslag op is.
  • Klop de slagroom op tot een lobbig mengsel, voeg de poedersuiker toe en klop verder tot deze stevig is.
  • Roer de frambozen door de slagroom.
  • Vul elk hoorntje met frambozenslagroom en serveer direct anders worden de hoorntjes zacht door het vocht uit de slagroom. Wil je de hoorntjes langer bewaren, bewaar ze dan ongevuld in een goed afgesloten trommel.

Bron: eigen recept.

 

Bruine sterbroodjes

Slik…nog een paar dagen en dan is het alweer Kerst…en dan nog een paar dagen en dan is het jaar alweer voorbij… Ieder jaar lijkt weer sneller te gaan dan het jaar ervoor, maar dit jaar is kerst wel heel stiekem naderbij geslopen om nu heel hard “Boe, ik ben er!” te roepen! Vanmiddag liep ik nog in een t-shirt buiten, logisch dat bij mij het kerstgevoel nog niet helemaal geland is, toch? Ik moet mezelf echt even bij de lurven grijpen, want op 1ste kerstdag staan er toch echt gasten op de stoep die lekkere, zelfgebakken broodjes verwachten. Aan de slag dus maar! Op één van de workshops van vorige week, opperde iemand of ik geen sterbroodjes met volkoren meel kon maken. Natuurlijk kan dat! Zo gezegd, zo gedaan en hier is het resultaat: heerlijke bruine, lichtzoete bruine sterbroodjes met pitjes en zaadjes in de vorm van een ster. Prachtig voor op de tafel bij kerst! Dit recept is goed voor 24 sterbroodjes.

bruine sterbroodjes

Ingrediënten:

  • 450 gram tarwebloem
  • 450 gram volkoren tarwemeel
  • 14 gram (bakkers)zout
  • 12 gram instant gist
  • 510 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 70 gram honing
  • 50 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • Voor het versieren: sesamzaad, maanzaad en/of zonnebloempitten

Werkwijze:

  • Doe bloem, meel en zout bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg melk, honing en boter toe en kneed goed door tot een elastisch, soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Leg het deeg in een ruime, licht ingevette kom en laat ca. een uur rijzen tot dubbel volume bij 29 graden Celsius.
  • Druk het deeg met de vlakke hand helemaal plat.
  • Verdeel in 24 gelijke stukjes.
  • Bol elk stukje op en breng op spanning. Dit doe je door het bolletje deeg in het holletje van je hand te laten draaien. De onderkant blijft onder. Draai net zo lang tot de deeghuid glad en strak trekt en je de spanning in het deeg voelt.
  • Laat 10-15 minuten onder wat huishoudfolie liggen zodat het deeg wat kan ontspannen.
  • Druk een bolletje met de vlakke hand vlak tot een rond schijfje.
  • Steek met de korte kant van een (bank)pasje een plusteken en een keer teken in het deeg.
  • Draai de punten nu naar buiten, je hebt nu een ster!
  • Bevochtig de bovenkant en druk het broodje in de gewenste decoratie.
  • Leg het broodje op een met bakpapier beklede bakplaat en leg de andere broodjes op voldoende afstand.
  • Laat rijzen in een vochtige ruimte (zet er een schaaltje dampend water bij) van 31 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel of op 180 graden Celsius hetelucht (als je meerder platen tegelijk bakt).
  • Zet de sterren in de oven en voeg iets water toe in de metalen opvangplaat voor de stoomvorming.
  • Bak de sterren in ca. 20 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Ik wens jullie hele fijne feestdagen!

Spitzbuben

Vlak voor kerst stond mijn overbuurvrouw met een bord overheerlijke “Weihnachts Guetzli” voor de deur. Ze is geboren in Zwitserland en heeft natuurlijk de kennis van alle Zwiterserse baksels die de moeite waard zijn om te maken. De Zwitserse adventskoekjes die ze meebracht waren “Basler Brunsli”, “Zimtsterne” en “Vanillekipferl”. Allemaal ontzettend lekker! Ze had nog deeg staan om Spitzbuben te maken en vroeg zich af of de kinderen zin hadden om mee te bakken. Zo belandden we met haar deeg in mijn keuken. De kinderen waren niet fit en hebben maar heel kort meegeholpen, maar wij vermaakten ons prima met deze koekjes en hebben gezellig een middag samen staan bakken. Ik had dit soort koekjes al lang in de planning staan, het contrast tussen de glimmende, rode jam en het subtiel met poedersuiker bestrooide koekje vond en vind ik altijd prachtig. Het heeft op de één of andere manier iets gezelligs over zich. Dat ze ontzettend lekker zijn is natuurlijk niet onbelangrijk. Als je ze een nachtje laat staan worden ze iets zachter en is het makkelijker om ze te eten. Deze koekjes kunnen natuurlijk niet alleen met kerst gegeten worden, maar doen het prima het hele jaar door!

Spitzbuben

Ingrediënten:

  • 250 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 125 gram poedersuiker
  • 2 theelepels vanillesuiker
  • snufje zout
  • 30 gram eiwit (eiwit van 1 ei)
  • 350 gram bloem
  • ca. 200 gram frambozenjam
  • poedersuiker of decoratiepoeder

Werkwijze:

  • Roer de boter samen met de poedersuiker, vanillesuiker en het zout tot een witte, romige massa.
  • Klop het eiwit licht op en spatel door het botermengsel.
  • Voeg de bloem toe en kneed kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat minimaal een uur in de koelkast rusten.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad.
  • Steek met koekvormen koekjes uit, van iedere vorm minimaal twee.
  • Steek bij één van die vorm een stukje uit het midden met een klein koekvormpje of bijv. met de punt van een spuitmondje.
  • Leg de koekjes met een beetje tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat nog een half uur in de koeling staan.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden Celsius.
  • Bak de koekjes ca. 8 minuten tot ze heel licht goudbruin zijn.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi de koekjes met een open midden met poedersuiker.
  • Verwarm de jam in een pan.
  • Schep met een lepeltje een beetje jam in het midden van een dicht koekje.
  • Leg het koekje met het open midden op het andere koekje met de jam en druk licht aan.

Bron: Betty Bossi: //www.bettybossi.ch/de/Rezept/Dossier/64/Guetzliklassiker