Berichten

Aardbeienijsjes met hangop

Naast de workshops die ik de afgelopen weken heb gegeven is de oven hier nauwelijks aan geweest. Bakken met buitentemperaturen van 37 graden en de bijbehorende oplopende binnentemperaturen, zie ik niet zo zitten. IJs maken daarentegen past beter bij de aanhoudende hitte. Je hoeft voor deze ijsjes gelukkig niet lang in de keuken te staan, de meeste tijd zit hem in het wachten tot de yoghurt uitgelekt is en tot het ijs bevroren is. Kan je ondertussen mooi in het zwembad duiken! Dit recept is goed voor ca. 8 aardbeienijsjes met hangop, afhankelijk van het formaat vormpje dat je gebruikt.

aardbeienijsjes met hangop

Ingrediënten:

  • 540 gram volle yoghurt
  • 355 gram verse aardbeien, ontkroond
  • 62 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Giet de yoghurt op een kaasdoek (of schone theedoek) die in een zeef boven een kom hangt.
  • Zet een aantal uren in de koelkast tot je in de doek een stevige massa over hebt en het vocht eruit gelekt is. Je hebt nu hangop gemaakt.
  • Doe de aardbeien in een pan en pureer met de staafmixer.
  • Voeg de suiker toe en breng het geheel aan de kook.
  • Laat ca. 10 minuten op een halfhoog vuur inkoken tot je een licht stroperig mengsel over hebt.
  • Laat afkoelen en zet daarna ook in de koelkast in afwachting tot de hangop klaar is.
  • Meng hangop en aardbeienpuree met elkaar in een kom en giet in een kom.
  • Vul de ijsvormpjes en tik deze een aantal keren op je werkblad zodat de luchtbellen naar boven komen.
  • Zet in de vriezer en wacht tot ze volledig bevroren zijn.

Bron: eigen recept

 

 

Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Glutenvrije gevulde koeken

Bij het opruimen en controleren van mijn voorraad kwam er een pak glutenvrij zelfrijzend bakmeel opduiken die bijna aan de datum was. Deze was nog over de workshop oranjekoek bakken die ik had gegeven aan iemand met coeliakie. Pas kreeg ik ook de vraag of ik bij de workshop “koeken en koekjes” een glutenvrije variant kon doen. Dit samen maakte dat ik dat mooi eens kon proberen op deze glutenvrije gevulde koeken. Na een paar aanpassingen kreeg ik deze heerlijke gevulde koeken, ook erg lekker voor mensen voor wie het niet noodzakelijk is om glutenvrij te eten. Dit recept is goed voor 6 glutenvrije gevulde koeken.

glutenvrije gevulde koeken

Ingrediënten:

Deeg:

  • 130 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (Ik gebruikte Vrij van gluten, zelfrijzend bakmeel van Albert Heijn)
  • 70 gram ongezouten roomboter, koud en in blokjes
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 5 gram gemalen kaneel
  • 13 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 55 gram amandelmeel
  • 55 gram kristalsuiker
  • 5,5 gram citroenrasp
  • 30 gram losgeklopt ei

Afwerking:

  • 1/2 losgeklopt ei
  • 6 garneeramandelen

Werkwijze:

  • Doe het glutenvrije zelfrijzend bakmeel in een kom en wrijf de koude blokjes boter erdoorheen, ga door tot alle grote stukken boter klein zijn. Je krijgt nu een zanderig mengsel, het hoeft nog niet samen te komen.
  • Meng nu de basterdsuiker, zout en kaneel door het mengsel.
  • Voeg het ei toe en kneed tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast om terug te koelen.
  • Maak nu de spijs.
  • Meng amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom.
  • Voeg het ei toe en meng tot een dikke, gelijkmatige brij.
  • Verpak ook dit in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Ideaal gezien laat je de smaken een nachtje trekken. Heb je deze tijd niet, laat het deeg dan minimaal een half uur in de koelkast liggen.
  • Verwarm de oven voor op 215 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op 3 mm dikte op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad.
  • Steek met een geschulpte steker (glad mag natuurlijk ook) van 8,5 cm 12 cirkels uit.
  • Leg 6 deegplakjes met voldoende afstand tot elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Verdeel de spijs in 6 gelijke bolletjes en leg deze in het midden van de plakjes deeg.
  • Bevochtig met een vinger de randen van de plakjes en leg op elk plakje met spijs 1 van de 6 overgebleven plakjes.
  • Druk elk plakje aan zodat de spijs zich rustig verdeeld over de koek, tot een halve cm van de rand af.
  • Druk met een vork de randjes voorzichtig dicht; steek niet door het deeg heen.
  • Bestrijk de koeken met losgeklopt ei en druk de amandel in het midden van de koek.
  • Laat het eistrijksel aandrogen en bestrijk nog een keer. Doe dit zorgvuldig, want je ziet na het bakken precies waar je een plekje bent vergeten!
  • Bak de koeken in het midden van de oven gedurende 13-14 minuten tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Laat afkoelen op de bakplaat.

Bron: eigen recept

Lemon curd

In mijn vorige blogpost schreef ik over het maken van citroenrasppasta. Zonde om van die mooie citroenen die ik had gekocht enkel de schil te gebruiken, dus zocht ik naar iets om van het sap te maken. Het werd lemon curd. Lemon curd is een typisch Engels recept. Het is als vulling te gebruiken in bijvoorbeeld taarten, cupcakes, tussen koekjes, door de yoghurt of de vla, op scones, als vulling voor macarons, cheesecake, op ijs enz. enz.
Lemon curd is een dikke pasta gemaakt met citroensap en schil. Het is ook te maken met andere vruchten. Zo heb ik voor deze lemon meringue pie met nectarine twist nectarines gebruikt: //www.baksels.net/site/lemon-meringue-pie/. Eenmaal gemaakt is het goed afgedekt ongeveer twee weken houdbaar in de koelkast.

Ingrediënten:

  • 250 gram suiker
  • 125 gram eidooiers
  • 125 gram citroensap
  • 8 gram verse citroenrasp
  • 100 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Roer in een hittebestendige (metalen) kom alle ingrediënten behalve de roomboter door elkaar.
  • Zet de kom op een pan met water en verwarm hiermee de kom met ingrediënten.
  • Blijf rustig roeren tot het mengsel begint in te dikken. Dit gebeurt bij ongeveer 80 graden Celsius.
  • Haal de kom van het vuur als deze duidelijk begint in te dikken.
  • Laat afkoelen tot ca. 30 graden Celsius en meng de roomboter erdoorheen.
  • Giet het geheel in een brandschone pot, doe het deksel erop en zet in de koelkast tot gebruik.

Bron: “Advanced bread an pastry, a professional approach” door Michael Suas.

 

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Sinaasappel chocolaatjes

Het kriebelt bij mij altijd om meer te leren, er is nog zoveel wat er te ontdekken valt, daarmee ben je nooit klaar. Helaas zit er nog wel eens een (groot) verschil tussen wat je wilt en wat de beschikbare tijd overlaat aan mogelijkheden. De wintermaanden zijn voor mij altijd ontzettend druk met het geven van de workshops. Ontzettend leuk, maar het zijn meestal niet de maanden waarin ik veel toe kom aan nieuwe dingen ontdekken. De kerstvakantie neem ik dan ook altijd even écht vrij. De kinderen en manlief zijn gezellig thuis en niets moet. De dag voor de kerstvakantie moest ik nog even bij de Hanos zijn. Een groothandel die hier op ruim een half uur rijden vandaan zit, en waar ik dus niet alle dagen kom. Fijn is daar de geweldige groente- en fruitafdeling en een enorme keus op patisseriegebied. Struinend door de winkel kwam ik bij de zakken Callebaut chocolade callets en voor ik het wist lag er een zak in mijn kar (nee geen karretje, want bij een groothandel krijg je een grote kar). Toen door naar de mallen… Een grote stelling vol mooie mallen maakte het mij lastig…welke moest ik kiezen? Al lange tijd ligt bij mij de wens om meer ervaring met chocolade op te doen. Dan kon ik de halfronde malletjes toch niet laten liggen? Daarnaast kocht ik een mal met siliconenbolvormen die voor diverse bereidingswijzen te gebruiken zijn. Glacage heb ik al eens een half jaar terug op een bolgebakje geprobeerd, maar ook dat zou ik qua ervaring best willen uitbreiden. Nieuw speelgoed dus en een kerstvakantie voor mij om lekker te experimenteren! Werken met chocolade komt best precies, temperaturen e.d. zijn van groot belang voor een goed eindresultaat. Voor sinterklaas had manlief een doos met sinaassnippers gehaald en die diingen waren zo ontzettend vies, dat dat mijn inspiratie werd voor een nieuw chocoladeproject. De sinaasappel chocolaatjes waren geboren! Het versgeperste sinaasappelsap is lekker fris en niet al te zoet gemaakt. De knapperige chocolade geeft een lekkere bite. Ik gebruikte voor het maken een siliconenvorm met halve bollen van 3 cm doorsnede. Natuurlijk kan je ook andere vormen gebruiken. Ik maakte met mijn mal ongeveer 30 sinaasappel chocolaatjes.

Ingrediënten:

  • 250 gram vers sinaasappelsap
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (dit maak je door gebruikte vanillepeulen een paar weken in een pot met fijne kristalsuiker te laten staan)
  • 3 blaadjes gelatine
  • 150 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Pers de sinaasappels en zeef het sap.
  • Laat ondertussen de blaadjes gelatine in koud water weken tot ze zacht zijn.
  • Verwarm in een steelpan al roerend het sinaasappelsap samen met de zelfgemaakte vanillesuiker.
  • Los al roerend de blaadjes gelatine op in de warme sinaasappelsap.
  • Laat afkoelen in de koelkast tot het lobbig begint te worden.
  • Smelt ondertussen de chocolade au bain marie. Laat deze niet te heet worden, chocolade verbrandt snel! (Het wordt dan rubberachtig). Houd een temperatuur tussen de 40 en 45 graden Celsius aan.
  • Giet 2/3 van de chocolade uit over een marmeren plaat en houd dit met een plaatmes of andere rechte spatel in beweging tot de chocolade 28 graden Celsius is. Giet de overige chocolade erbij en meng tot de chocola 30-31 graden Celsius is.
  • Giet de getempereerde chocolade in de mal en zorg dat de hele vorm bedekt is.
  • Giet de overtollige chocolade eruit, zodat er een “bakje” van chocolade over is.
  • Zet 10 minuten in de koelkast en laat verder hard worden op kamertemperatuur.
  • Houd de chocolade die over is bij de hand in een au-bain marie pannetje.
  • Giet een beetje van de lobbige sinaasappelvulling in de vorm. Houd ruimte over voor een bodem van chocolade.
  • Dek dit af met de overgebleven chocolade en strijk voorzichtig recht af.
  • Zet weg in de koelkast om verder op te laten stijven.
  • Haal de chocolaatjes vlak voor gebruik uit de vorm.

Bron: eigen recept

 

Glutenvrije aardbeienslof

De dame met coeliakie die ik alweer een tijdje terug hier op bezoek had voor een glutenvrije oranjekoek workshop, had ik destijds beloofd om eens een glutenvrije slof te bakken. De tijd verstreek en vulde zich met alledaagse dingen en workshops en voor ik het wist waren we alweer twee maanden verder. Natuurlijk blijft er al die tijd een stemmetje in je hoofd fluisteren dat ik die slof had beloofd te maken. Toen ik van de slagroomtaart workshop nog wat aardbeien over had, begon het stemmetje zelfs tegen me te schreeuwen dat die heel goed bij een glutenvrije slof zouden passen! Tja, daar kon ik dat stemmetje geen ongelijk in geven, dus heb ik braaf geluisterd. Dit tot grote vreugde van mijn gezin (en mijzelf) die weliswaar niet glutenvrij hoeven te eten, maar deze slof wél ontzettend lekker vonden! Zo stond ik al snel met legen handen. Gelukkig hebben we de foto en het recept nog… Dit recept is goed voor één glutenvrije aardbeienslof, gemaakt in een slofring van 24 cm bij 10,5 cm.

Glutenvrije aardbeienslof

Ingrediënten:

Slof:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik gebruikte de variant van AH)
  • 55 gram witte basterdsuiker
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 1 gram zout
  • 100 gram ongezouten roomboter
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 50 gram amandelmeel
  • 50 gram kristalsuiker
  • 17 gram losgeklopt ei

Voor het opmaken:

  • 150 gram volle melk
  • 30 gram eidooier
  • 30 gram zelfgemaakte vanillesuiker:  fijne kristalsuiker die een paar weken in een pot met lege vanillepeulen hebben gezeten. Gebruik in plaats van deze natuurlijke vanillesuiker geen vanillesuiker uit een zakje van de supermarkt, deze heeft in deze hoeveelheid een bittere nasmaak. 30 gram fijne kristalsuiker en het merg van 1/2 vanillestokje nemen kan wel.
  • 10 gram maïzena
  • 450 gram aardbeien
  • evt. 250 ml slagroom en 30 gram poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Meng zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, citroenrasp en zout door elkaar.
  • Meng de boter door dit droge mengsel.
  • Voeg tot slot 12 gram losgeklopt ei toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg het een uurtje in de koelkast.
  • Meng het amandelmeel met de suiker en het ei en maak ook hier een samenhangend balletje van.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast tot gebruik.
  • Maak alvast de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een steelpan.
  • Klop de eidooier samen met de vanillesuiker goed los en voeg de maïzena toe en roer deze er goed doorheen.
  • Verwarm de melk al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de hete melk al roerend (blijf echt goed roeren anders krijg je klontjes roerei in je banketbakkersroom!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm weer al roerend tot het mengsel begint te binden.
  • Ga door tot het glad is en “blob” ‘zegt’.
  • Giet de banketbakkersroom op een schaal of bord en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat staan op kamertemperatuur om af te koelen.
  • Als het deeg goed is teruggekoeld verwarm je de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit de slofring in met wat bakspray.
  • Rol het deeg uit op een licht met glutenvrije bloem bestoven werkblad en rol uit tot het formaat van de slofring.
  • Doe het deeg in de slofring (of steek het deeg met de slofring uit) en leg het deeg met slofring en al op de bakplaat.
  • Wrijf de amandelspijs fijn tussen je vingers en smeer dit op het sloffendeeg. Laat rondom een centimeter vrij.
  • Bak de slof in de voorverwarmde oven in ca. 26-28 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en met de slofring eromheen.
  • Roer de banketbakkersroom los tot deze weer glad is en breng de banketbakkersroom aan op de slof.
  • Decoreer de slof met zoveel mogelijk aardbeien.
  • Indien je het nog nodig vindt kan je wat slagroom opkloppen en deze op de aardbeien spuiten.

Bron: eigen recept

 

 

Chocoladetaart met amandel en peer

Denk aan chocolade, peren, amandelen en kardemom… Dat klinkt als een hemelse combinatie, toch? Samen met mijn jongste zoon toog ik de keuken in en samen maakten we deze overheerlijke taart en zo kwamen we erachter dat deze combinatie inderdaad heel goed werkt! Het recept is geïnspireerd op een recept uit het boek “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter. Ik heb het boek al een hele tijd in de kast en heb genoten van de mooie foto’s en de fijne verhalen die bij ieder recept staan, maar had er nog niets uit gebakken. Zoonlief had dit recept uitgezocht en zo kon daar verandering in komen. Ik voegde naar eigen inzicht kardemom toe voor een extra kruidige touch. Ook de decoratie heb ik naar eigen inzicht aangepast. In het boek stond enkel een afwerking met chocoladeglazuur. Ik heb deze aangevuld met gebakken stukjes peer. Dit komt zowel het uiterlijk als de fruitigheid van de taart ten goede. Deze taart bevat relatief weinig  toegevoegde suiker, slechts 125 gram voor de hele taart (plus heel iets uit de chocoladereep). Je snijdt in ieder geval 10/12 stukjes van deze taart, dus per stukje valt het suikergehalte voor een taart best mee. De taart wordt gebakken in een ronde springvorm van 22 cm.

Ingrediënten:

Voor de taart:

  • 175 gram pure chocolade (het boek raadt een cacaopercentage van 70% aan)
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram amandelmeel
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 85 gram eidooier
  • 3 geschilde peren, ontdaan van het klokhuis (wij namen conference)
  • 120 gram eiwit
  • snufje zout

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram pure chocolade (cacaogehalte van 70% wordt in het boek aangeraden)
  • 1 (conference) peer, geschild en ontdaan van het klokhuis
  • klontje ongezouten roomboter
  • Eventueel een topje uit een muntplant ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Begin met het maken van de taart.
  • Smelt de chocolade au bain-marie in een kom bovenop een pan met zacht kokend water.
  • Meng de boter en suiker met een mixer in een kom en klop deze wit en luchtig.
  • Spatel er voorzichtig het amandelmeel en de kardemom doorheen.
  • Klop dan in twee delen de eidooiers door dit mengsel.
  • Snijd de peer in blokjes en meng deze door het beslag.
  • Spatel voorzichtig de chocolade door het beslag.
  • Klop in een andere, vetvrije kom het eiwit samen met een snufje zout op tot stevige, glanzende pieken.
  • Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag tot je geen witte vlokken meer ziet.
  • Leg een vel bakpapier op een losse springvormboden van 22 cm en zet hier de ring op en sluit deze.
  • Vet de vorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad met een spatel.
  • Zet in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 50 minuten tot de taart stevig aanvoelt.
  • Laat een klein half uurtje in de vorm afkoelen. Ontvorm en zet op een rooster. Dit gaat het makkelijkste als je twee roosters hebt. Eerst zet je een rooster op de bovenkant van de taart en keert deze op de kop. De taart ligt nu op de kop op het rooster. Pak een tweede rooster en leg deze op de onderkant die bovenop ligt. Houdt beide roosters vast en keer de taart om. De bovenkant ligt nu weer boven. Haal het rooster dat nu boven ligt weg en laat de taart verder afkoelen.
  • Smelt au bain-marie de chocolade en roomboter voor de topping.
  • Laat iets afkoelen tot het mengsel yoghurtdikte heeft bereikt.
  • Giet op de nog iets warme taart en verdeel goed over de bovenkant.
  • Snijd de peer in plakjes over de lengte en bak deze in een hete koekenpan met roomboter.
  • De peer moet iets karameliseren voor een mooi effect.
  • Schik de plakjes peer op de taart en werk af met een topje munt.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter.

 

Glutenvrije Fryske dúmkes

Onlangs gaf ik op verzoek een glutenvrije workshop oranjekoek bakken. Iemand die al 20 jaar door coeliakie geen oranjekoek meer had kunnen eten hoopte nu dat door de workshop eindelijk wel weer te kunnen. Je kunt je vast wel voorstellen hoe blij deze dame was toen ze met haar glutenvrije oranjekoek weer richting Delft toog! Natuurlijk wilde ik ook iets lekkers (en liefst typisch Fries) bij de thee tijdens de workshop serveren. Omdat ik voor de oranjekoek toch glutenvrij zelfrijzend bakmeel in huis had gehaald, besloot ik glutenvrije Fryske dúmkes te maken. Ze pakten heel goed uit. Lekker bros met een heerlijke anijssmaak. Het proberen waard, ook voor mensen die niet glutenvrij moeten eten.

Glutenvrije Fryske dúmkes

Ingrediënten:

  • 125 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik haalde een pak van het AH huismerk)
  • 60 gram koude roomboter in blokjes
  • 0,5 gram zout
  • 1,5 gram gemalen kaneel (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen anijszaad (1/2 tl)
  • 4 gram anijszaad
  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram eidooier
  • iets water

Werkwijze:

  • Wrijf met je vingertoppen de blokjes roomboter door het glutenvrije zelfrijzend bakmeel heen tot alles goed verdeeld is en je een zanderig mengsel hebt.
  • Meng nu de overige droge ingrediënten er doorheen.
  • Meng dan de eidooier door het droge mengsel heen.
  • Tot slot iets water (beetje bij beetje) toevoegen tot je een samenhangend deeg hebt waarvan je je kunt voorstellen dat je het uit kan rollen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol de dúmkes uit tot een rechthoekige lap op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad tot een dikte van 1 cm.
  • Snijd rechthoekige koekjes in het formaat van een duim.
  • Bak de koekjes in ca. 20 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn. Open de deur tijdens het bakken niet.
  • Laat afkoelen en bewaar ze in een luchtdichte trommel.

Bron: eigen recept

Glutenvrij haverbrood

Glutenvrij lijkt een hype te zijn, maar voor veel mensen heeft het niets met het volgen van een populair dieet te maken. Zij moéten dag in dag uit goed opletten om geen gluten binnen te krijgen. Een keertje smokkelen is er niet bij. Zij hebben coeliakie. Dat betekent dat het darmslijmvlies beschadigt door het eten van gluten. Er ontstaan ontstekingsreacties die schade toebrengen aan het darmslijmvlies dat daardoor belangrijke voedingsstoffen niet meer op kan nemen. Als de beschadigingen er al te lang zitten is het mogelijk dat deze niet meer kunnen herstellen. Alle reden om dus zo vroeg mogelijk een diagnose te krijgen en je strikt aan het glutenvrije dieet te houden. Wat ik vaak van coeliakie-patiënten hoor is dat juist het brood zo ontzettend lastig te vervangen is. In koek en taart speelt dit wat minder omdat gluten daar een ondergeschikte rol spelen. Bij brood zorgen de glutenvormende eiwitten gliadine en glutenine voor een rekbaar en elastisch deeg. Ze maken ook dat het deeg als een soort kauwgombel de gassen die de gist produceert kan vasthouden. Moet je bakken met glutenvrije granen, dan mis je dus het onderdeel dat je deeg elastisch maakt en het vasthouden van gassen (en dus de rijzende werking). Ik denk dat als je de term glutenvrij-brood zou vervangen door een of andere fantasienaam, je bepaalde verwachtingen de kop in kan drukken en het al iets makkelijker wordt. Bij brood verwacht je toch een brood met (ongeveer) de kenmerken van glutenrijkbrood. Ik krijg vaak vragen van coeliakie patiënten of ik hen kan helpen. Ik ben niet heel bedreven in het glutenvrij bakken, maar ben er toch weer eens ingedoken. Wat ik vaak hoor is dat glutenvrij brood een bepaalde (na)smaak heeft die niet zo neutraal is als bij tarwebrood en dat het brood zo ontzettend snel droog wordt. Ik bedacht dat ik iets met haver wilde doen. Ook omdat ik nog een pak haverdrank in de kast had staan. Let er wel op dat je gecertificeerde glutenvrije haver neemt als je coeliakie hebt! Ik heb even getwijfeld of ik dit recept online zou zetten. Nee, het lijkt niet op een droog en hoog boterhammetje. Maar ja, de smaak is verrukkelijk zacht en zeker niet overheersend en ook na twee dagen is het brood nog niet droog. Als je grotere plakken wilt, snijd dan niet verticaal maar horizontaal. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden. Het recept is goed voor twee broodjes.

Ingrediënten:

  • 365 gram havermeel
  • 50 gram amandelmeel
  • 35 gram aardappelzetmeel
  • 100 gram rijstebloem
  • 20 gram fijngehakt lijnzaad
  • 4 gram xanthaangom
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 10 gram bakpoeder
  • 11 gram instant gist
  • 450 gram haverdrank op kamertemperatuur (ik gebruikte haverdrank van Oat Dream)
  • 300 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram agavesiroop
  • 75 gram ongezouten, gesmolten, roomboter
  • 110 gram eiwit
  • havervlokken ter decoratie

Werkwijze:

  • Doe havermeel, amandelmeel, aardappelzetmeel, rijstebloem, lijnzaad, xanthaangom, zout, bakpoeder en instant gist in een kom en roer heel goed door met een garde zodat er geen klontjes meer in zitten en alles goed verdeeld is.
  • Doe in een paar keer de haverdrank, het water, de agavesiroop en de gesmolten roomboter (deze moet ongeveer 30 graden zijn) bij het droge mengsel en roer goed door tot je een stevig beslag hebt.
  • Klop het eiwit op in een brandschone kom tot het stijf is.
  • Spatel het eiwit heel voorzichtig door het beslag heen.
  • Bekleed twee broodblikken van 30 x 11 cm. met bakpapier en vet deze in met bakspray.
  • Verdeel het beslag voorzichtig over de twee bakblikken.
  • Bedek met wat havervlokken.
  • Laat een half uurtje staan bij ca. 30 graden Celsius.
  • Verwarm de oven in die tijd alvast voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet de bakblikken voorzichtig op een rooster in het midden van de oven.
  • Giet op de verdiepte opvangplaat onderin oven een scheutje water.
  • Laat de ovendeur tot het einde van de baktijd gesloten.
  • Bak 65-70 minuten tot de broden gaar en goudbruin zijn.
  • Laat de laatste 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Laat afkoelen in de vorm.

Bron: eigen recept