Berichten

Lemon curd

In mijn vorige blogpost schreef ik over het maken van citroenrasppasta. Zonde om van die mooie citroenen die ik had gekocht enkel de schil te gebruiken, dus zocht ik naar iets om van het sap te maken. Het werd lemon curd. Lemon curd is een typisch Engels recept. Het is als vulling te gebruiken in bijvoorbeeld taarten, cupcakes, tussen koekjes, door de yoghurt of de vla, op scones, als vulling voor macarons, cheesecake, op ijs enz. enz.
Lemon curd is een dikke pasta gemaakt met citroensap en schil. Het is ook te maken met andere vruchten. Zo heb ik voor deze lemon meringue pie met nectarine twist nectarines gebruikt: //www.baksels.net/site/lemon-meringue-pie/. Eenmaal gemaakt is het goed afgedekt ongeveer twee weken houdbaar in de koelkast.

Ingrediënten:

  • 250 gram suiker
  • 125 gram eidooiers
  • 125 gram citroensap
  • 8 gram verse citroenrasp
  • 100 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Roer in een hittebestendige (metalen) kom alle ingrediënten behalve de roomboter door elkaar.
  • Zet de kom op een pan met water en verwarm hiermee de kom met ingrediënten.
  • Blijf rustig roeren tot het mengsel begint in te dikken. Dit gebeurt bij ongeveer 80 graden Celsius.
  • Haal de kom van het vuur als deze duidelijk begint in te dikken.
  • Laat afkoelen tot ca. 30 graden Celsius en meng de roomboter erdoorheen.
  • Giet het geheel in een brandschone pot, doe het deksel erop en zet in de koelkast tot gebruik.

Bron: “Advanced bread an pastry, a professional approach” door Michael Suas.

 

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Sinaasappel chocolaatjes

Het kriebelt bij mij altijd om meer te leren, er is nog zoveel wat er te ontdekken valt, daarmee ben je nooit klaar. Helaas zit er nog wel eens een (groot) verschil tussen wat je wilt en wat de beschikbare tijd overlaat aan mogelijkheden. De wintermaanden zijn voor mij altijd ontzettend druk met het geven van de workshops. Ontzettend leuk, maar het zijn meestal niet de maanden waarin ik veel toe kom aan nieuwe dingen ontdekken. De kerstvakantie neem ik dan ook altijd even écht vrij. De kinderen en manlief zijn gezellig thuis en niets moet. De dag voor de kerstvakantie moest ik nog even bij de Hanos zijn. Een groothandel die hier op ruim een half uur rijden vandaan zit, en waar ik dus niet alle dagen kom. Fijn is daar de geweldige groente- en fruitafdeling en een enorme keus op patisseriegebied. Struinend door de winkel kwam ik bij de zakken Callebaut chocolade callets en voor ik het wist lag er een zak in mijn kar (nee geen karretje, want bij een groothandel krijg je een grote kar). Toen door naar de mallen… Een grote stelling vol mooie mallen maakte het mij lastig…welke moest ik kiezen? Al lange tijd ligt bij mij de wens om meer ervaring met chocolade op te doen. Dan kon ik de halfronde malletjes toch niet laten liggen? Daarnaast kocht ik een mal met siliconenbolvormen die voor diverse bereidingswijzen te gebruiken zijn. Glacage heb ik al eens een half jaar terug op een bolgebakje geprobeerd, maar ook dat zou ik qua ervaring best willen uitbreiden. Nieuw speelgoed dus en een kerstvakantie voor mij om lekker te experimenteren! Werken met chocolade komt best precies, temperaturen e.d. zijn van groot belang voor een goed eindresultaat. Voor sinterklaas had manlief een doos met sinaassnippers gehaald en die diingen waren zo ontzettend vies, dat dat mijn inspiratie werd voor een nieuw chocoladeproject. De sinaasappel chocolaatjes waren geboren! Het versgeperste sinaasappelsap is lekker fris en niet al te zoet gemaakt. De knapperige chocolade geeft een lekkere bite. Ik gebruikte voor het maken een siliconenvorm met halve bollen van 3 cm doorsnede. Natuurlijk kan je ook andere vormen gebruiken. Ik maakte met mijn mal ongeveer 30 sinaasappel chocolaatjes.

Ingrediënten:

  • 250 gram vers sinaasappelsap
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (dit maak je door gebruikte vanillepeulen een paar weken in een pot met fijne kristalsuiker te laten staan)
  • 3 blaadjes gelatine
  • 150 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Pers de sinaasappels en zeef het sap.
  • Laat ondertussen de blaadjes gelatine in koud water weken tot ze zacht zijn.
  • Verwarm in een steelpan al roerend het sinaasappelsap samen met de zelfgemaakte vanillesuiker.
  • Los al roerend de blaadjes gelatine op in de warme sinaasappelsap.
  • Laat afkoelen in de koelkast tot het lobbig begint te worden.
  • Smelt ondertussen de chocolade au bain marie. Laat deze niet te heet worden, chocolade verbrandt snel! (Het wordt dan rubberachtig). Houd een temperatuur tussen de 40 en 45 graden Celsius aan.
  • Giet 2/3 van de chocolade uit over een marmeren plaat en houd dit met een plaatmes of andere rechte spatel in beweging tot de chocolade 28 graden Celsius is. Giet de overige chocolade erbij en meng tot de chocola 30-31 graden Celsius is.
  • Giet de getempereerde chocolade in de mal en zorg dat de hele vorm bedekt is.
  • Giet de overtollige chocolade eruit, zodat er een “bakje” van chocolade over is.
  • Zet 10 minuten in de koelkast en laat verder hard worden op kamertemperatuur.
  • Houd de chocolade die over is bij de hand in een au-bain marie pannetje.
  • Giet een beetje van de lobbige sinaasappelvulling in de vorm. Houd ruimte over voor een bodem van chocolade.
  • Dek dit af met de overgebleven chocolade en strijk voorzichtig recht af.
  • Zet weg in de koelkast om verder op te laten stijven.
  • Haal de chocolaatjes vlak voor gebruik uit de vorm.

Bron: eigen recept

 

Glutenvrije aardbeienslof

De dame met coeliakie die ik alweer een tijdje terug hier op bezoek had voor een glutenvrije oranjekoek workshop, had ik destijds beloofd om eens een glutenvrije slof te bakken. De tijd verstreek en vulde zich met alledaagse dingen en workshops en voor ik het wist waren we alweer twee maanden verder. Natuurlijk blijft er al die tijd een stemmetje in je hoofd fluisteren dat ik die slof had beloofd te maken. Toen ik van de slagroomtaart workshop nog wat aardbeien over had, begon het stemmetje zelfs tegen me te schreeuwen dat die heel goed bij een glutenvrije slof zouden passen! Tja, daar kon ik dat stemmetje geen ongelijk in geven, dus heb ik braaf geluisterd. Dit tot grote vreugde van mijn gezin (en mijzelf) die weliswaar niet glutenvrij hoeven te eten, maar deze slof wél ontzettend lekker vonden! Zo stond ik al snel met legen handen. Gelukkig hebben we de foto en het recept nog… Dit recept is goed voor één glutenvrije aardbeienslof, gemaakt in een slofring van 24 cm bij 10,5 cm.

Glutenvrije aardbeienslof

Ingrediënten:

Slof:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik gebruikte de variant van AH)
  • 55 gram witte basterdsuiker
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 1 gram zout
  • 100 gram ongezouten roomboter
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 50 gram amandelmeel
  • 50 gram kristalsuiker
  • 17 gram losgeklopt ei

Voor het opmaken:

  • 150 gram volle melk
  • 30 gram eidooier
  • 30 gram zelfgemaakte vanillesuiker:  fijne kristalsuiker die een paar weken in een pot met lege vanillepeulen hebben gezeten. Gebruik in plaats van deze natuurlijke vanillesuiker geen vanillesuiker uit een zakje van de supermarkt, deze heeft in deze hoeveelheid een bittere nasmaak. 30 gram fijne kristalsuiker en het merg van 1/2 vanillestokje nemen kan wel.
  • 10 gram maïzena
  • 450 gram aardbeien
  • evt. 250 ml slagroom en 30 gram poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Meng zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, citroenrasp en zout door elkaar.
  • Meng de boter door dit droge mengsel.
  • Voeg tot slot 12 gram losgeklopt ei toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg het een uurtje in de koelkast.
  • Meng het amandelmeel met de suiker en het ei en maak ook hier een samenhangend balletje van.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast tot gebruik.
  • Maak alvast de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een steelpan.
  • Klop de eidooier samen met de vanillesuiker goed los en voeg de maïzena toe en roer deze er goed doorheen.
  • Verwarm de melk al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de hete melk al roerend (blijf echt goed roeren anders krijg je klontjes roerei in je banketbakkersroom!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm weer al roerend tot het mengsel begint te binden.
  • Ga door tot het glad is en “blob” ‘zegt’.
  • Giet de banketbakkersroom op een schaal of bord en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat staan op kamertemperatuur om af te koelen.
  • Als het deeg goed is teruggekoeld verwarm je de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit de slofring in met wat bakspray.
  • Rol het deeg uit op een licht met glutenvrije bloem bestoven werkblad en rol uit tot het formaat van de slofring.
  • Doe het deeg in de slofring (of steek het deeg met de slofring uit) en leg het deeg met slofring en al op de bakplaat.
  • Wrijf de amandelspijs fijn tussen je vingers en smeer dit op het sloffendeeg. Laat rondom een centimeter vrij.
  • Bak de slof in de voorverwarmde oven in ca. 26-28 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en met de slofring eromheen.
  • Roer de banketbakkersroom los tot deze weer glad is en breng de banketbakkersroom aan op de slof.
  • Decoreer de slof met zoveel mogelijk aardbeien.
  • Indien je het nog nodig vindt kan je wat slagroom opkloppen en deze op de aardbeien spuiten.

Bron: eigen recept

 

 

Chocoladetaart met amandel en peer

Denk aan chocolade, peren, amandelen en kardemom… Dat klinkt als een hemelse combinatie, toch? Samen met mijn jongste zoon toog ik de keuken in en samen maakten we deze overheerlijke taart en zo kwamen we erachter dat deze combinatie inderdaad heel goed werkt! Het recept is geïnspireerd op een recept uit het boek “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter. Ik heb het boek al een hele tijd in de kast en heb genoten van de mooie foto’s en de fijne verhalen die bij ieder recept staan, maar had er nog niets uit gebakken. Zoonlief had dit recept uitgezocht en zo kon daar verandering in komen. Ik voegde naar eigen inzicht kardemom toe voor een extra kruidige touch. Ook de decoratie heb ik naar eigen inzicht aangepast. In het boek stond enkel een afwerking met chocoladeglazuur. Ik heb deze aangevuld met gebakken stukjes peer. Dit komt zowel het uiterlijk als de fruitigheid van de taart ten goede. Deze taart bevat relatief weinig  toegevoegde suiker, slechts 125 gram voor de hele taart (plus heel iets uit de chocoladereep). Je snijdt in ieder geval 10/12 stukjes van deze taart, dus per stukje valt het suikergehalte voor een taart best mee. De taart wordt gebakken in een ronde springvorm van 22 cm.

Ingrediënten:

Voor de taart:

  • 175 gram pure chocolade (het boek raadt een cacaopercentage van 70% aan)
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram amandelmeel
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 85 gram eidooier
  • 3 geschilde peren, ontdaan van het klokhuis (wij namen conference)
  • 120 gram eiwit
  • snufje zout

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram pure chocolade (cacaogehalte van 70% wordt in het boek aangeraden)
  • 1 (conference) peer, geschild en ontdaan van het klokhuis
  • klontje ongezouten roomboter
  • Eventueel een topje uit een muntplant ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Begin met het maken van de taart.
  • Smelt de chocolade au bain-marie in een kom bovenop een pan met zacht kokend water.
  • Meng de boter en suiker met een mixer in een kom en klop deze wit en luchtig.
  • Spatel er voorzichtig het amandelmeel en de kardemom doorheen.
  • Klop dan in twee delen de eidooiers door dit mengsel.
  • Snijd de peer in blokjes en meng deze door het beslag.
  • Spatel voorzichtig de chocolade door het beslag.
  • Klop in een andere, vetvrije kom het eiwit samen met een snufje zout op tot stevige, glanzende pieken.
  • Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag tot je geen witte vlokken meer ziet.
  • Leg een vel bakpapier op een losse springvormboden van 22 cm en zet hier de ring op en sluit deze.
  • Vet de vorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad met een spatel.
  • Zet in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 50 minuten tot de taart stevig aanvoelt.
  • Laat een klein half uurtje in de vorm afkoelen. Ontvorm en zet op een rooster. Dit gaat het makkelijkste als je twee roosters hebt. Eerst zet je een rooster op de bovenkant van de taart en keert deze op de kop. De taart ligt nu op de kop op het rooster. Pak een tweede rooster en leg deze op de onderkant die bovenop ligt. Houdt beide roosters vast en keer de taart om. De bovenkant ligt nu weer boven. Haal het rooster dat nu boven ligt weg en laat de taart verder afkoelen.
  • Smelt au bain-marie de chocolade en roomboter voor de topping.
  • Laat iets afkoelen tot het mengsel yoghurtdikte heeft bereikt.
  • Giet op de nog iets warme taart en verdeel goed over de bovenkant.
  • Snijd de peer in plakjes over de lengte en bak deze in een hete koekenpan met roomboter.
  • De peer moet iets karameliseren voor een mooi effect.
  • Schik de plakjes peer op de taart en werk af met een topje munt.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter.

 

Glutenvrije Fryske dúmkes

Onlangs gaf ik op verzoek een glutenvrije workshop oranjekoek bakken. Iemand die al 20 jaar door coeliakie geen oranjekoek meer had kunnen eten hoopte nu dat door de workshop eindelijk wel weer te kunnen. Je kunt je vast wel voorstellen hoe blij deze dame was toen ze met haar glutenvrije oranjekoek weer richting Delft toog! Natuurlijk wilde ik ook iets lekkers (en liefst typisch Fries) bij de thee tijdens de workshop serveren. Omdat ik voor de oranjekoek toch glutenvrij zelfrijzend bakmeel in huis had gehaald, besloot ik glutenvrije Fryske dúmkes te maken. Ze pakten heel goed uit. Lekker bros met een heerlijke anijssmaak. Het proberen waard, ook voor mensen die niet glutenvrij moeten eten.

Glutenvrije Fryske dúmkes

Ingrediënten:

  • 125 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik haalde een pak van het AH huismerk)
  • 60 gram koude roomboter in blokjes
  • 0,5 gram zout
  • 1,5 gram gemalen kaneel (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen anijszaad (1/2 tl)
  • 4 gram anijszaad
  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram eidooier
  • iets water

Werkwijze:

  • Wrijf met je vingertoppen de blokjes roomboter door het glutenvrije zelfrijzend bakmeel heen tot alles goed verdeeld is en je een zanderig mengsel hebt.
  • Meng nu de overige droge ingrediënten er doorheen.
  • Meng dan de eidooier door het droge mengsel heen.
  • Tot slot iets water (beetje bij beetje) toevoegen tot je een samenhangend deeg hebt waarvan je je kunt voorstellen dat je het uit kan rollen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol de dúmkes uit tot een rechthoekige lap op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad tot een dikte van 1 cm.
  • Snijd rechthoekige koekjes in het formaat van een duim.
  • Bak de koekjes in ca. 20 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn. Open de deur tijdens het bakken niet.
  • Laat afkoelen en bewaar ze in een luchtdichte trommel.

Bron: eigen recept

Glutenvrij haverbrood

Glutenvrij lijkt een hype te zijn, maar voor veel mensen heeft het niets met het volgen van een populair dieet te maken. Zij moéten dag in dag uit goed opletten om geen gluten binnen te krijgen. Een keertje smokkelen is er niet bij. Zij hebben coeliakie. Dat betekent dat het darmslijmvlies beschadigt door het eten van gluten. Er ontstaan ontstekingsreacties die schade toebrengen aan het darmslijmvlies dat daardoor belangrijke voedingsstoffen niet meer op kan nemen. Als de beschadigingen er al te lang zitten is het mogelijk dat deze niet meer kunnen herstellen. Alle reden om dus zo vroeg mogelijk een diagnose te krijgen en je strikt aan het glutenvrije dieet te houden. Wat ik vaak van coeliakie-patiënten hoor is dat juist het brood zo ontzettend lastig te vervangen is. In koek en taart speelt dit wat minder omdat gluten daar een ondergeschikte rol spelen. Bij brood zorgen de glutenvormende eiwitten gliadine en glutenine voor een rekbaar en elastisch deeg. Ze maken ook dat het deeg als een soort kauwgombel de gassen die de gist produceert kan vasthouden. Moet je bakken met glutenvrije granen, dan mis je dus het onderdeel dat je deeg elastisch maakt en het vasthouden van gassen (en dus de rijzende werking). Ik denk dat als je de term glutenvrij-brood zou vervangen door een of andere fantasienaam, je bepaalde verwachtingen de kop in kan drukken en het al iets makkelijker wordt. Bij brood verwacht je toch een brood met (ongeveer) de kenmerken van glutenrijkbrood. Ik krijg vaak vragen van coeliakie patiënten of ik hen kan helpen. Ik ben niet heel bedreven in het glutenvrij bakken, maar ben er toch weer eens ingedoken. Wat ik vaak hoor is dat glutenvrij brood een bepaalde (na)smaak heeft die niet zo neutraal is als bij tarwebrood en dat het brood zo ontzettend snel droog wordt. Ik bedacht dat ik iets met haver wilde doen. Ook omdat ik nog een pak haverdrank in de kast had staan. Let er wel op dat je gecertificeerde glutenvrije haver neemt als je coeliakie hebt! Ik heb even getwijfeld of ik dit recept online zou zetten. Nee, het lijkt niet op een droog en hoog boterhammetje. Maar ja, de smaak is verrukkelijk zacht en zeker niet overheersend en ook na twee dagen is het brood nog niet droog. Als je grotere plakken wilt, snijd dan niet verticaal maar horizontaal. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden. Het recept is goed voor twee broodjes.

Ingrediënten:

  • 365 gram havermeel
  • 50 gram amandelmeel
  • 35 gram aardappelzetmeel
  • 100 gram rijstebloem
  • 20 gram fijngehakt lijnzaad
  • 4 gram xanthaangom
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 10 gram bakpoeder
  • 11 gram instant gist
  • 450 gram haverdrank op kamertemperatuur (ik gebruikte haverdrank van Oat Dream)
  • 300 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram agavesiroop
  • 75 gram ongezouten, gesmolten, roomboter
  • 110 gram eiwit
  • havervlokken ter decoratie

Werkwijze:

  • Doe havermeel, amandelmeel, aardappelzetmeel, rijstebloem, lijnzaad, xanthaangom, zout, bakpoeder en instant gist in een kom en roer heel goed door met een garde zodat er geen klontjes meer in zitten en alles goed verdeeld is.
  • Doe in een paar keer de haverdrank, het water, de agavesiroop en de gesmolten roomboter (deze moet ongeveer 30 graden zijn) bij het droge mengsel en roer goed door tot je een stevig beslag hebt.
  • Klop het eiwit op in een brandschone kom tot het stijf is.
  • Spatel het eiwit heel voorzichtig door het beslag heen.
  • Bekleed twee broodblikken van 30 x 11 cm. met bakpapier en vet deze in met bakspray.
  • Verdeel het beslag voorzichtig over de twee bakblikken.
  • Bedek met wat havervlokken.
  • Laat een half uurtje staan bij ca. 30 graden Celsius.
  • Verwarm de oven in die tijd alvast voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Zet de bakblikken voorzichtig op een rooster in het midden van de oven.
  • Giet op de verdiepte opvangplaat onderin oven een scheutje water.
  • Laat de ovendeur tot het einde van de baktijd gesloten.
  • Bak 65-70 minuten tot de broden gaar en goudbruin zijn.
  • Laat de laatste 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Laat afkoelen in de vorm.

Bron: eigen recept

Vanillevla

Nederland staat erom bekend dat het een echt toetjesland is. Vorig jaar kreeg mijn man voor zijn verjaardag een yoghurtmachine. Het is niets meer dan een rechthoekige bak met een verwarmingselement waarin glazen potten staan. Doe in ieder potje een beetje yoghurt en vul aan met lauwe melk en de volgende dag kan je smullen van je zelfgemaakte yoghurt. Doe daar wat vers fruit in uit de tuin en het (toetjes)feest is compleet en geheel suikervrij. De zelfgemaakte yoghurt zouden we niet meer willen missen, maar af en toe stond er nog wel een pak vanillevla uit de supermarkt in de koelkast. Het zou toch leuk zijn als we daar ook vanaf konden raken! Gezien het succes van dit recept zal dat zeker gebeuren. De schaaltjes waren al snel leger dan leeg, en de kinderen brulden in koor dat dit veel lekkerder was dan uit de winkel, een mooi compliment! De vla is wat minder geel dan die uit de winkel, maar dat komt omdat ik er geen kleurstoffen in heb gedaan. De zwarte spikkeltjes in de vla geven aan dat er echte vanille is gebruikt; wat natuurlijk een veel lekkerder resultaat geeft dan kunstmatig aroma!

Ingrediënten:

  • 1 liter volle melk
  • 1 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 100 gram eidooier
  • 80 gram fijne kristalsuiker
  • 30 gram maïzena
  • eventueel vers fruit.

Werkwijze:

  • Doe de melk in een pan, maar houd 6 eetlepels achter.
  • Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Doe dit in de pan. Het lege stokje kan je meekoken voor extra smaak of in een bus met fijne kristalsuiker doen zodat je na een tijdje homemade vanillesuiker hebt.
  • Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtig geheel.
  • Roer de maïzena erdoor.
  • Schenk de overgebleven melk erbij en roer goed door.
  • Breng de melk met het vanillemerg al roerend aan de kook.
  • Giet het eidooiermengsel al roerend bij de kokende melk.
  • Breng weer aan de kook en laat nog een paar minuten zachtjes doorkoken tot het geheel merkbaar dikker wordt. Maak je geen zorgen als de vanillevla nog niet zo dik is als hij zou moeten zijn, bij het afkoelen dikt hij nog in.
  • Dek de vla af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • laat de vla afkoelen en bewaar tot gebruik in de koelkast.
  • Serveer met wat vers fruit en smullen maar!

Bron: eigen recept

 

Veganistische mango-cheesecake

Vaak laat ik aanvragen voor recensies aan mij voorbij gaan, maar soms is er een boek bij dat mijn oprechte aandacht trekt. Dat was in het geval van dit boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” door Audrey Fitzjohn zo. Wij eten thuis noch veganistisch noch (altijd) vegetarisch. Maar ik was wel erg nieuwsgierig naar hoe je bij het maken van gebak al die dierlijke producten die je normaal gesproken rijkelijk gebruikt, kan vervangen door veganistische producten.

Tot mijn verrassing stonden er recepten in dit boek voor o.a. roomtaarten en cheesecakes, recepten die normaal gesproken natuurlijk juist niét veganistisch zijn.  “Vegan Taart” is een klein, lekker betaalbaar boekje (€9,99) met een frisse opmaak en lekker veel fleurige foto’s. Ideaal voor een eerste verkenning van het veganistische bakken. Het boekje start met een uitleg over de vervanging van producten met een dierlijke oorsprong voor producten met een plantaardige oorsprong en de basisprincipes. Kort maar krachtig. Omdat ik normaal gesproken op een hele andere manier bak, was dit erg leerzaam en leuk om te lezen! Ook voor mensen met een gluten- lactose- of kippenei-allergie is dit een super boekje.

Als je een goede indruk van een boek wilt krijgen, dan moet je er natuurlijk ook iets uit maken. Het was lastig kiezen uit 31 heerlijk klinkende taarten en evenzo mooie foto’s, maar uiteindelijk heeft het recept voor de mango-cheesecake gewonnen. Vooral omdat je juist van die taart niet zou verwachten dat deze geheel plantaardig kan worden gemaakt. Het recept is simpel opgeschreven, geen overbodig gedoe, gewoon lekker aan de slag gaan, daar houd ik wel van. Ik moest even nadenken over het woord mixen dat veelvuldig werd genoemd, eigenlijk werd hier mixen/pureren met de staafmixer bedoeld. De uitgever heeft aangegeven hier in de tweede druk naar te zullen kijken. Bij de introductie stond dat je als vervanging van honing agavesiroop kan gebruiken omdat honing natuurlijk niet veganistisch is. Toch stond er in dit recept honing genoemd, wat een beetje apart over kwam in een veganistisch boekje. Ik gebruikte dus agavesiroop en ook dit punt zal de uitgever kritisch bekijken bij de tweede druk. Een compliment voor de uitgever dat zij open staan voor suggesties van de doelgroep!

Ik had niet de verwachting dat dit een cheesecake zou worden die gelijk zou zijn aan het origineel. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten en eerlijk gezegd was ik zelfs een beetje sceptisch. Gelukkig was dit geheel onnodig. Wij vonden de taart ontzettend lekker! Ook het appje dat ik van de buurvrouw kreeg liet weinig te raden over: “Deze taart was echt zó lekker, niet normaal!” schreef ze.  De crème laag van cashewnoten is zacht en romig van smaak, de laag mango fris en de bodem precies goed van dikte.  Tot mijn verrassing werd de structuur van een cheesecake heel dicht benaderd. Ik heb het recept een tikje aangepast ten opzichte van het recept in het boekje. Dit recept is goed voor 1 taart van 22 cm, waar met gemak 16 stukjes uit kunnen worden gesneden. De taart is naast erg lekker, namelijk ook best machtig. Laat je dus niet verleiden om té grote punten te snijden!

Het leuke is dat ik van uitgeverij Becht een exemplaar van “Vegan taart” mag weggeven. Hoe maak je kans op dit boekje? Like en volg de Facebookpagina van Baksels.net en/of volg @baksels_net op Instagram en tag iemand voor wie jij een lekkere vegan taart gaat maken als je dit boekje wint! Op maandag 3 juli 2017 wordt de winnaar bekend gemaakt. Het boek is gewonnen door “mooi van Jet” die een reactie achterliet op Facebook. Gefeliciteerd! Stuur je gegevens even in een pb via Facebook, dan zorg ik ervoor dat het boek naar je toe komt!

Veganistische mango-cheesecake

Ingrediënten:

Bodem:

  • 180 gram amandelmeel
  • 50 gram sultana rozijnen
  • 20 geraspte kokos
  • 15 gram water
  • 1 el zachte kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Crème:

  • 375 gram cashewnoten (niet geroosterd en niet gezouten!)
  • 180 gram kokosroom
  • 160 gram agavesiroop
  • 160 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Mangocoulis:

  • 650 gram verse mango, geschild en in stukken gesneden
  • 15 gram citroensap
  • 100 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)
  • 30 gram agavesiroop

Decoratie:

  • stukjes of sliertjes verse mango
  • kokosrasp

Werkwijze:

  • Laat de cashewnoten 12 uur weken (niet veel langer en niet veel korter) in een ruime bak met water.
  • Bekleed de bodem van een springvorm met bakpapier, doe dit door het papier over de bodem heen te leggen, de rand erop te zetten en te sluiten.
  • Bekleed de rand met acetaatfolie (als je dit hebt). Ook zonder deze folie komt de taart uit de vorm, zij het iets minder strak.
  • Mix met een staafmixer alle ingrediënten voor de bodem tot een kruimelig mengsel.
  • Verdeel de kruimels over de bodem en druk goed aan.
  • Zet de vorm in de koelkast.
  • Laat de geweekte cashewnoten goed uitlekken en meng deze met de staafmixer met de overige ingrediënten voor de crème tot een gladde puree.
  • Maak vervolgens de mangocoulis in een andere kom.
  • Pureer de mango samen met het citroensap, de kokosolie en de agavesiroop.
  • Giet de helft van de crème op de kruimelbodem en verdeel egaal.
  • In het boekje staat dat men 4 eetlepels mangocoulis eroverheen moet verspreiden. Ik heb dit aangehouden, maar het laagje werd wel heel erg dun. als ik deze taart nog eens maak zal ik denk ik 1/3 tot 1/2 deel van de mangocoulis erop gieten.
  • Zet een kwartier in de koelkast.
  • Giet nu de rest van de crème over de taart en verdeel weer goed.
  • Verdeel de rest van de mangocoulis over de taart.
  • Laat de taart 12 uur in de koelkast staat zodat deze goed stevig kan worden en de smaken kunnen intrekken.
  • Versier de taart met blokjes of reepjes mango en bestrooi met wat kokosrasp.
  • Haal voorzichtig uit de vorm en snijd in kleine puntjes.
  • Wij vonden de taart na 1,5 dag nog lekkerder dan toen hij net gemaakt was.

Bron: iets aangepast recept uit het boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” geschreven door Audrey Fitzjohn

 

Marsepein

Nu Sinterklaas met zijn gevolg eindelijk weer voet aan wal heeft gezet, is het ook weer tijd voor alle sinterklaaslekkernijen die bij deze tijd horen. Een recept dat nog op deze site ontbrak was een recept voor het zelf maken van marsepein. Welke sinterklaasrecepten er al op de site staan kan je hier vinden. Het maken van marsepein is absoluut niet moeilijk, raar dus eigenlijk dat dit mijn eerste keer was dat ik zelf marsepein maakte! Er zijn verschillende methodes om marsepein te maken. Zo is er een koude methode waarbij de ingrediënten koud met elkaar vermengd worden. Het vocht kan hierbij eiwit (uiteraard liefst gepasteuriseerd!), water of kouder suikersiroop. Bij de warme methode wordt een deel van de suiker tot suikerstroop gekookt met wat water en dan door de overige ingrediënten gemengd. Voordeel van deze methode is dat je gisting tegengaat. Tot slot is er nog de Lübekcermethode waarbij het proces grotendeels verloopt zoals bij de warme methode, maar het geheel wordt hierbij verhit door stoom. Dit geeft een zoetere smaak met een lichte hint van karamel. Als smaakstof kan bijvoorbeeld een beetje citroensap, citroenrasp, marasquinlikeur of cacaopoeder toegevoegd worden. Let wel op dat de toegevoegde smaken niet zo gaan overheersen dat de amandelsmaak wegvalt. Werk altijd zorgvuldig en schoon, dan blijft je marsepein zo lang mogelijk houdbaar. Ik maakte met dit receptje 5 kleine figuurtjes. Deze marsepein is ook geschikt om een taart mee te bekleden.

marsepein

Ingrediënten:

  • 50 gram gezeefde poedersuiker
  • 60 gram gezeefd, zeer fijn gemalen amandelmeel (dit kan je kant en klaar kopen of zelf van ontvliesde amandelen in de keukenmachine malen)
  • 10 gram poedersuiker
  • 30 gram water
  • 3 gram marasquinlikeur (ook andere smaakstoffen zijn mogelijk)
  • Levensmiddelenkleurstof, liefst sterk geconcentreerde gel.

Werkwijze:

  • Doe de gezeefde poedersuiker en het gezeefde amandelmeel in een kom en roer even door elkaar.
  • Kook in een steelpannetje de poedersuiker met het water tot het plakkerig begint te worden.
  • Giet dit bij het suiker-amandelmengsel en roer goed door met een spatel.
  • Voeg de gewenste smaakstof toe en kneed tot een samenhangend geheel.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een uur in de koelkast tot het geheel wat is opgesteven.
  • Nu kan het boetseren beginnen!

Aanwijzingen voor het Pietje:

  • Kleur een balletje marsepein met wat cacaopoeder.
  • Druk met beide duimen het balletje iets plat, je hebt nu direct de oogkassen.
  • Maak voor de hoed een dik worstje en bol de linkerkant iets hoger op dan de andere kant.
  • Plak de hoed op het hoofd.
  • Neem een dun gekleurd strookje en rol dit uit tot een koordje, druk het wat plat tot een lint en dek hier de naad tussen de hoed en het hoofd af.
  • Maak met dezelfde kleur een veer voor op de hoed. Maak hier wat groefjes in met een mesje.
  • Kleur ene beetje marsepein zwart. Maak twee kleine balletjes, druk dit ene beetje plat en maak in het midden een ronde inkeping. Dit is het haar. Plak het aan weerszijden van het hoofd direct tegen de hoed aan.
  • Maak met een bolvormig boetseerstaafje de oogkassen nog iets ronder en leg hier twee blanke marsepeinen bolletjes in. Leg op beide ogen een piepklein zwart bolletje marsepein en druk licht aan. Maak met het zwart ook twee wenkbrauwen.
  • Druk de neus van piet iets omhoog met een boetseerstaafje en geef hem neusgaten. Kerf ook een streepje waar de mond moet komen. Leg hier een dun rood streepje marsepein in.
  • Maak een halve cirkel van blanke marsepein. Maak een uitsparing voor het hoofd. Maak aan de ronde zijde verticale groeven en druk het geheel onder het hoofd. Klaar is Piet!

Aanwijzingen voor Sinterklaas:

  • Kleur een stukje marsepein met ivoorkleur. Maak er een balletje van en druk met beide duimen op het bolletje zodat dit wat platter wordt en er een neus en oogkassen ontstaan.
  • Maak met een bol boetseerstaafje de ogen iets dieper en de neus wat scherper en geef sint neusgaten.
  • Geef sint ogen met twee blanke balletjes marsepein en maak van twee piepkleine balletjes zwartgekleurde marsepein sinterklaas pupillen. Geef sint ook twee wenkbrauwen door twee dunne sliertjes blanke marsepein te rollen en deze boven de ogen te plakken.
  • Maak met blanke marsepein een snor en een baard. Kras hier met een mesje in zodat het net echte haren zijn.
  • Kleur een stukje marsepein rood en vorm dit tot een mijter. Kerf een kruis in de mijter en leg dit in met dunne sliertjes blanke marsepein en strijk het geheel glad. Maak van dezelfde rode kleur rode linten die aan de mijter hangen.
  • Klaar is Sinterklaas!

Aanwijzingen voor de wortel:

  • Kleur wat marsepein met oranje voedingskleurstof.
  • Rol het met je vingers een dikke rol, de afdrukken van je vingers mogen best zichtbaar zijn, een wortel bestaat immers ook uit een soort van banden. Rol de ene kant iets dunner dan de andere kant.
  • Maak met een mesje insnijdingen in de wortel.
  • Kleur een klein stukje marsepein groen. Maak een balletje en druk dit plat. In het midden snijd je het platte schijfje in en kras met een mesje wat structuur in het wortelloof. Druk het loof vast in de wortel.

Aanwijzingen voor het varkentje (varkentjes zijn verbonden geraakt aan sinterklaas omdat het in november slachttijd was en het net even iets meer mocht zijn, rond deze tijd kwamen er luxe marsepeinen vormpjes van worsten, speklapjes en varkentjes in de bakkerijetalages te liggen en dit was natuurlijk ook net de tijd van sinterklaas) :

  • Kleur een flinke hoeveelheid marsepein roze. Maak een groter (lijf) en een wat kleiner (kop) balletje en zet deze met iets verloop op elkaar.
  • Maak vier kleine balletjes en zet deze onder het lijf van het varkentje. Maak een klein balletje en druk deze plat tot een schijf.
  • Maak met een kogelvormig boetseerstaafje twee gaatjes in dit schijfje en plak het op de kop van het varkentje.
  • Maak twee kleine balletjes van blanke marsepein en plaats deze op de kop van het varkentje.
  • Maak twee piepkleine balletjes van zwarte marsepein en duw deze op de oogjes.
  • Maak twee driehoekjes van roze marsepein en plak de oortjes op het kopje.
  • Natuurlijk mag het staartje niet ontbreken; maak een lief krulletje aan de achterkant van het varkentje.

Bron: eigen recept.

marsepein achterkant varkentje