Berichten

Glutenvrije aardbeienslof

De dame met coeliakie die ik alweer een tijdje terug hier op bezoek had voor een glutenvrije oranjekoek workshop, had ik destijds beloofd om eens een glutenvrije slof te bakken. De tijd verstreek en vulde zich met alledaagse dingen en workshops en voor ik het wist waren we alweer twee maanden verder. Natuurlijk blijft er al die tijd een stemmetje in je hoofd fluisteren dat ik die slof had beloofd te maken. Toen ik van de slagroomtaart workshop nog wat aardbeien over had, begon het stemmetje zelfs tegen me te schreeuwen dat die heel goed bij een glutenvrije slof zouden passen! Tja, daar kon ik dat stemmetje geen ongelijk in geven, dus heb ik braaf geluisterd. Dit tot grote vreugde van mijn gezin (en mijzelf) die weliswaar niet glutenvrij hoeven te eten, maar deze slof wél ontzettend lekker vonden! Zo stond ik al snel met legen handen. Gelukkig hebben we de foto en het recept nog… Dit recept is goed voor één glutenvrije aardbeienslof, gemaakt in een slofring van 24 cm bij 10,5 cm.

Glutenvrije aardbeienslof

Ingrediënten:

Slof:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik gebruikte de variant van AH)
  • 55 gram witte basterdsuiker
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 1 gram zout
  • 100 gram ongezouten roomboter
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 50 gram amandelmeel
  • 50 gram kristalsuiker
  • 17 gram losgeklopt ei

Voor het opmaken:

  • 150 gram volle melk
  • 30 gram eidooier
  • 30 gram zelfgemaakte vanillesuiker:  fijne kristalsuiker die een paar weken in een pot met lege vanillepeulen hebben gezeten. Gebruik in plaats van deze natuurlijke vanillesuiker geen vanillesuiker uit een zakje van de supermarkt, deze heeft in deze hoeveelheid een bittere nasmaak. 30 gram fijne kristalsuiker en het merg van 1/2 vanillestokje nemen kan wel.
  • 10 gram maïzena
  • 450 gram aardbeien
  • evt. 250 ml slagroom en 30 gram poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Meng zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, citroenrasp en zout door elkaar.
  • Meng de boter door dit droge mengsel.
  • Voeg tot slot 12 gram losgeklopt ei toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg het een uurtje in de koelkast.
  • Meng het amandelmeel met de suiker en het ei en maak ook hier een samenhangend balletje van.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast tot gebruik.
  • Maak alvast de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een steelpan.
  • Klop de eidooier samen met de vanillesuiker goed los en voeg de maïzena toe en roer deze er goed doorheen.
  • Verwarm de melk al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de hete melk al roerend (blijf echt goed roeren anders krijg je klontjes roerei in je banketbakkersroom!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm weer al roerend tot het mengsel begint te binden.
  • Ga door tot het glad is en “blob” ‘zegt’.
  • Giet de banketbakkersroom op een schaal of bord en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat staan op kamertemperatuur om af te koelen.
  • Als het deeg goed is teruggekoeld verwarm je de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit de slofring in met wat bakspray.
  • Rol het deeg uit op een licht met glutenvrije bloem bestoven werkblad en rol uit tot het formaat van de slofring.
  • Doe het deeg in de slofring (of steek het deeg met de slofring uit) en leg het deeg met slofring en al op de bakplaat.
  • Wrijf de amandelspijs fijn tussen je vingers en smeer dit op het sloffendeeg. Laat rondom een centimeter vrij.
  • Bak de slof in de voorverwarmde oven in ca. 26-28 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en met de slofring eromheen.
  • Roer de banketbakkersroom los tot deze weer glad is en breng de banketbakkersroom aan op de slof.
  • Decoreer de slof met zoveel mogelijk aardbeien.
  • Indien je het nog nodig vindt kan je wat slagroom opkloppen en deze op de aardbeien spuiten.

Bron: eigen recept

 

 

Frisse appelcake

Hoi ik ben Niels 10 jaar, ik ben de zoon van Mannin. En ik vond het ook wel eens leuk om wat te schrijven voor het blog.
Voordat ik deze frisse appelcake ging maken moest ik eerst natuurlijk de juiste ingrediënten zoeken.
We hadden geen appels meer in huis en het regende buiten, maar gelukkig hingen er nog 2 appels aan de boom. Dus ik ging rennend naar buiten om de appels te plukken en gelukkig waren ze rijp. Daarna kon ik aan de bak, maar eerst moest ik de andere ingrediënten klaarzetten. Gelukkig hadden we verder alles in huis want het kan soms zijn dat sommige ingrediënten op zijn. De kans daarop is vooral groot als je een moeder hebt die super vaak bakt! Eerst moest ik nog afwegen toen dat klaar was kon ik beginnen. Soms had ik wat hulp nodig maar uiteindelijk ging de cake toch in de oven en na een paar minuten begon het al lekker te ruiken. Toen moest ik de cake uit de oven halen en even laten af koelen. Nog even de jam er over smeren. en klaar was de taart. Mijn vriendje was morgen jarig dus toen kwam ik op het idee om hem een stuk te geven! Hij was er erg blij mee!

Frisse appelcake

Ingrediënten

Droge benodigdheden:

  • 135 gram tarwebloem
  • 40 gram amandelmeel
  • 8 gram bakpoeder
  • 2 gram zout
  • 135 gram suiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel

Vochtige ingrediënten:

  • 75 gram zonnebloem olie
  • 125 gram volle yoghurt
  • 150 gram losgeklopt ei
  • 8 gram citroen rasp

Voor de rest nodig:

  • Bakspray om in te vetten
  • 2 appels (wij gebruikten Elstar)
  • 20 gram citroen rasp
  • 45 gram suiker
  • 3 gram kaneel
  • twee eetlepels abrikozen jam

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius (conventioneel met onder- en bovenwarmte)
  • Bekleed de bodem van de ronde springvorm van 22 cm. met bakpapier.
  • Vet de springvorm in met bakspray.
  • Doe al de droge benodigdheden in een kom.
  • Roer door met een stevige lepel
  • Doe hier alle vochtige benodigdheden bij.
  • Roer goed door totdat het gemengd is en het goed beslag wordt.
  • Giet het beslag in de springvorm.
  • Was de appels goed af zodat ze lekker fris zijn.
  • Snijd de appels in kwarten en haal het klokhuis eruit.
  • Snijd partjes van de appelstukjes van ongeveer en halve cm dik.
  • Doe het citroensap met de suiker en kaneel in een kom.
  • Meng de appelstukjes er doorheen totdat ze allemaal bedekt zijn met kaneel en suiker.
  • Rangschik de partjes in een mooie volgorde op het beslag.
  • Bak de taart 30 tot 40 min tot hij mooi goudbruin is en gaar van binnen. Dit test je met een satéprikker. Steek hem in het midden van de cake. Komt hij er schoon weer uit dan is de cake klaar. Is hij nog nat en vies, dan moet de cake nog eventjes verder bakken.
  • Laat de cake goed afkoelen.
  • Wanneer hij goed afgekoeld is haal je hem uit de springvorm.
  • Verwarm de abrikozen jam in een pannetje.
  • Doe er een eetlepel water bij en roer deze los.
  • Bestrijk de cake met een kwastje tot hij helemaal glimt van de jam.
  • Eten maar! Hopelijk smaakt hij jou ook goed!

Bron: “Bakbijbel, Rutger bakt van a tot z” van Rutger van den Broek.

Chocoladetaart met amandel en peer

Denk aan chocolade, peren, amandelen en kardemom… Dat klinkt als een hemelse combinatie, toch? Samen met mijn jongste zoon toog ik de keuken in en samen maakten we deze overheerlijke taart en zo kwamen we erachter dat deze combinatie inderdaad heel goed werkt! Het recept is geïnspireerd op een recept uit het boek “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter. Ik heb het boek al een hele tijd in de kast en heb genoten van de mooie foto’s en de fijne verhalen die bij ieder recept staan, maar had er nog niets uit gebakken. Zoonlief had dit recept uitgezocht en zo kon daar verandering in komen. Ik voegde naar eigen inzicht kardemom toe voor een extra kruidige touch. Ook de decoratie heb ik naar eigen inzicht aangepast. In het boek stond enkel een afwerking met chocoladeglazuur. Ik heb deze aangevuld met gebakken stukjes peer. Dit komt zowel het uiterlijk als de fruitigheid van de taart ten goede. Deze taart bevat relatief weinig  toegevoegde suiker, slechts 125 gram voor de hele taart (plus heel iets uit de chocoladereep). Je snijdt in ieder geval 10/12 stukjes van deze taart, dus per stukje valt het suikergehalte voor een taart best mee. De taart wordt gebakken in een ronde springvorm van 22 cm.

Ingrediënten:

Voor de taart:

  • 175 gram pure chocolade (het boek raadt een cacaopercentage van 70% aan)
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram amandelmeel
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 85 gram eidooier
  • 3 geschilde peren, ontdaan van het klokhuis (wij namen conference)
  • 120 gram eiwit
  • snufje zout

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram pure chocolade (cacaogehalte van 70% wordt in het boek aangeraden)
  • 1 (conference) peer, geschild en ontdaan van het klokhuis
  • klontje ongezouten roomboter
  • Eventueel een topje uit een muntplant ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Begin met het maken van de taart.
  • Smelt de chocolade au bain-marie in een kom bovenop een pan met zacht kokend water.
  • Meng de boter en suiker met een mixer in een kom en klop deze wit en luchtig.
  • Spatel er voorzichtig het amandelmeel en de kardemom doorheen.
  • Klop dan in twee delen de eidooiers door dit mengsel.
  • Snijd de peer in blokjes en meng deze door het beslag.
  • Spatel voorzichtig de chocolade door het beslag.
  • Klop in een andere, vetvrije kom het eiwit samen met een snufje zout op tot stevige, glanzende pieken.
  • Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag tot je geen witte vlokken meer ziet.
  • Leg een vel bakpapier op een losse springvormboden van 22 cm en zet hier de ring op en sluit deze.
  • Vet de vorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad met een spatel.
  • Zet in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 50 minuten tot de taart stevig aanvoelt.
  • Laat een klein half uurtje in de vorm afkoelen. Ontvorm en zet op een rooster. Dit gaat het makkelijkste als je twee roosters hebt. Eerst zet je een rooster op de bovenkant van de taart en keert deze op de kop. De taart ligt nu op de kop op het rooster. Pak een tweede rooster en leg deze op de onderkant die bovenop ligt. Houdt beide roosters vast en keer de taart om. De bovenkant ligt nu weer boven. Haal het rooster dat nu boven ligt weg en laat de taart verder afkoelen.
  • Smelt au bain-marie de chocolade en roomboter voor de topping.
  • Laat iets afkoelen tot het mengsel yoghurtdikte heeft bereikt.
  • Giet op de nog iets warme taart en verdeel goed over de bovenkant.
  • Snijd de peer in plakjes over de lengte en bak deze in een hete koekenpan met roomboter.
  • De peer moet iets karameliseren voor een mooi effect.
  • Schik de plakjes peer op de taart en werk af met een topje munt.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter.

 

Verjaardagen 2017

Daar was hij dan alweer: de maand maart. Altijd een erg drukke maand voor ons omdat we hier dan drie jarigen hebben. Dat veel mensen al langer meelezen kon ik merken: ik kreeg her en der de vraag of er nog een blogpost kwam met al het lekker wat ik aan taarten en traktaties had gemaakt! Leuk dat dat gewaardeerd wordt! We begonnen het rijtje (zoals altijd 😉 ) met de verjaardag van onze jongste die 8 jaar werd. Hij mocht trakteren op de muizencakejes die je misschien al eerder voorbij hebt zien komen. Ze vielen erg in de smaak! Het recept voor de muizencakjes vind je hier.

Voor de visite maakte ik een lekkere frisse vruchtenvlaai. De bonte kleuren van al dat fruit zien er altijd ontzettend feestelijk uit en al dat fruit smaakt uiteraard ook erg lekker!

Daarna gingen we eerst op mijn verjaardag aan. De dag ervoor gaf ik de workshop bladerdeeg waarbij we croissantjes, tompouces en kaasvlinders maakten. Ik bak bijna altijd mee zodat de cursisten de handelingen voor het maken van de producten kunnen afkijken bij mij en direct op hun eigen deeg kunnen toepassen. Dat betekende dat ik op mijn eigen verjaardag een doos vol met heerlijke, zelfgemaakte tompouces kon presenteren aan de visite. Ze gingen schoon op!

De dag na mijn verjaardag moest ik flink aan de bak. De dag daarop zou onze oudste een tiener worden en zouden we al onze verjaardagen in een keer vieren. Ik maakte 50 cupcakejes voor de traktatie van onze oudste. Hij had op pinterest een cupcakje uitgezocht met daarop een palmboom van een giraffennek koekje, een apenkop snoepje en bladeren uit papier geknipt. Ik zag de bui al hangen dat dit een zeer bewerkelijke traktatie zou worden (en bovendien wel erg veel te eten) en die tijd had ik met al het bezoek op zondag en het moeten trakteren op maandag niet. Gelukkig bedacht manlief dat je bij de groothandel prikkers kan kopen met het uiterlijk van een palmboom. Zo gezegd, zo gedaan en bij de tweede groothandel vonden we uiteindelijk de gewenste groene prikkers. Nu was het enkel een kwestie van apenkop op de prikker prikken en deze in het cakeje zetten, ideaal en met een hartstikke leuk resultaat! Bovendien sloot deze traktatie ook nog eens precies aan bij het thema waar op school aan gewerkt werd, dus dat trof!

Die zaterdag maakte ik voor de visite ook nog hazelnootschuimgebakjes, een appelkruimelvlaai en Friese oranjekoek.

En nu? We genieten even van onze rust en puzzelen nog even uit wat we voor de kinderfeestjes gaan doen. Leuke, creatieve suggesties zijn welkom!

 

 

Rabarber-kokostaart

Afgelopen donderdag gaf ik de workshop “Vruchtengebak” aan twee dames uit Twente en de Achterhoek. Eén van de dames had een leuk cadeau uit eigen moestuin meegebracht: rabarber! Aangezien ik vorig jaar mijn pas gezaaide rabarberplantjes waarschijnlijk voor zuring heb aangezien en ik ze vakkundig om zeep had geholpen, moest ik dit jaar opnieuw zaaien. De nieuwe plantjes komen al aardig boven de grond, maar omdat rabarber tweejarig is, zit oogsten er voor nu nog niet in. Des te leuker dus om een flinke tas met stengels te krijgen! De planning was om de gekregen rabarber direct de dag erop te verwerken, maar dat liep allemaal even anders. Onze oudste zoon werd bij een vriendje thuis door de hond des huizes in het gezicht gebeten. De tanden van het dier hadden een paar flinke gaten in de bovenlip van onze zoon achtergelaten. Onze jongste omschreef het diepste gat treffend alsof onze oudste er een neusgat bij had gekregen en die vergelijking klopte qua formaat en diepte helaas wel. De huisarts heeft de wonden gehecht en geplakt. De eerste dagen was het getroffen deel flink gezwollen en voelde zoonlief zich erg naar. Gelukkig neemt de zwelling inmiddels af en nu is het wachten op herstel, waarbij de littekens hopelijk niet te erg zullen uitpakken. Je zult snappen dat door alle zorgen om en het zorgen voor,  mijn hoofd even helemaal niet naar bakken stond. Gelukkig bleken de meeste rabarberstengels nog goed genoeg om te gebruiken en kon ik deze rabarber-kokostaart maken. De cake is heerlijk zacht en smeuïg, het laagje rabarbercompôte is friszuur en de brokkelige laag schuim met kokos is aangenaam licht van structuur, zoetig en door de kokos heeft het een lekkere “bite”. Een prima combinatie wat mij betreft! Ik gebruikte een vorm van 25 x 20 cm.

rabarber-kokostaart

Ingrediënten:

Bodem:

  • 200 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram kristalsuiker
  • 50 gram ei
  • 60 gram eidooier
  • 4 gram bakpoeder
  • 250 gram patentbloem
  • 75 gram geraspte kokos
  • 125 gram melk

Rabarbercompôte:

  • 350 gram rabarber
  • 175 gram kristalsuiker

Eiwitlaag:

  • 90 gram eiwit (liefst gepasteuriseerd, in sommige supermarkten te koop of bij groothandels)
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram geraspte kokos

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius, conventioneel.
  • Klop met de mixer de roomboter met de suiker op tot een romige massa.
  • Voeg het ei toe en klop tot dit volledig opgenomen is.
  • Voeg de eidooiers toe en klopt weer tot deze volledig opgenomen zijn.
  • Roer in een ander kom gezeefd bakpoeder, de bloem en de kokos door elkaar.
  • Spatel dit door het opgeklopte botermengsel.
  • Voeg tot slot de melk toe en klop nog even met de mixer door tot een beslag zonder klontjes.
  • Bedek een bakplaat met bakpapier en zet hierop het bakframe en trek het uit tot 20 x 25 cm.
  • Spuit het frame even in met wat bakspray en giet het beslag erin.
  • Bak in ca. 30 minuten in het midden van de oven goudbruin.
  • Snijd de rabarber in kleine stukjes en verwarm deze in een ruime pan met de suiker. Vocht toevoegen is niet nodig omdat de rabarber door de verhitting zijn vocht af zal staan.
  • Kook ca. 10 minuten tot de suiker goed is opgelost en je een geleiachtige massa hebt verkregen.
  • Klop de eiwitten in een brandschone kom op onder voortdurend toevoegen van kleine beetjes fijne kristalsuiker.
  • Spatel de kokos voorzichtig door de eiwitten.
  • Bedek de cake met de rabarber compôte en vervolgens met het opgeklopte eiwit.
  • Het eiwit kan je glad afstrijken of een wat ruwer uiterlijk met pieken geven.
  • Zet de taart nog 15 minuten terug in de oven van 175 graden Celsius tot het eiwitschuim lichtbruin begint te kleuren.
  • Laat het geheel afkoelen op een rooster.

Bron: Dit recept is geïnspireerd op een recept van Godt.no: “rabarbrakake med kokosmarengs”.

Chocolade-bosvruchtentaart

De zomer nadert met rasse schreden en in onze moestuin hangen de struiken alweer vol met kruisbessen, rode, witte en blauwe bessen, de frambozen staan volop in bloei (en wat geeft dat een boel “aanloop” van bijen, hommels, zweefvliegen enz. met hun gezellige gezoem!) en ook de aardbeienplanten hangen vol vruchten. Al die overvloed brengt niet alleen gezellige insecten naar de tuin, ook diverse vogels hopen een graantje mee te pikken van al dat lekkers. Hoewel alle vogels normaal gesproken van harte welkom zijn in onze tuin, houd ik ze rond deze tijd toch liever verre van al ons fruit. Dat houd ik toch echt liever voor onszelf!  Helaas is het meeste fruit nog niet helemaal rijp, maar het bracht me al wel op het idee om deze chocolade-bosvruchtentaart te maken. Fijn voor warme dagen, want veel hoeft er niet aan gebakken te worden. Deze taart heeft een diameter van 24-26 cm.

chocolade-bosvruchtentaart

Ingrediënten:

biscuit:

  • 150 gram eiwit
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 150 gram eidooier
  • 150 gram gezeefde patentbloem
  • cacaopoeder naar eigen inzicht

Frambozengelei:

  • 250 gram frambozen
  • 75 gram kristalsuiker
  • 3 blaadjes gelatine

Mousse:

  • 750 gram slagroom
  • 180 gram poedersuiker
  • 40 gram water
  • 40 gram suiker
  • 150 gram eidooier
  • 4 blaadjes gelatine
  • 185 gram melkchocolade
  • 250 gram bosvruchten
  • 150 gram grofgehakte witte chocolade

Spiegel:

  • 100 gram bosvruchtenlimonadesiroop
  • 3 blaadjes gelatine

Werkwijze:

  • Begin met het maken van de biscuit.
  • Verwarm de oven voor op 235 graden Celsius (conventioneel).
  • Klop de eiwitten in een afwasmiddel- vet en zetmeelvrije kom op terwijl je steeds kleine beetjes suiker toevoegt. Begin pas met de suiker toe te voegen als het eiwit wit en schuimig begint te worden.
  • Stop met kloppen als de eiwitten in pieken omhoog blijven staan.
  • Klop de eidooiers luchtig en spatel ze voorzichtig door het eiwitmengsel.
  • Spatel tot slot voorzichtig de gezeefde bloem door de eiwitten. Stop direct als alles verdeeld is.
  • Neem drie grote eetlepels van het geheel af en meng dit met wat cacaopoeder tot het mooi bruin wordt.
  • Doe dit in een spuitzak met een heel klein, glad spuitmondje.
  • Spuit op een bakpapier schuine streepjes.
  • Zet de bakplaat met het opgespoten bakpapier in de vriezer.
  • Wacht tot de decoratie bevroren is, verdeel de rest van het beslag voorzichtig over de bakplaat en strijk voorzichtig glad. (Ik gebruik een bakplaat van 47 x 39 cm.)
  • Bak de biscuitplak in ca. 9 minuten goudbruin en gaar. Het biscuit is gaar als je er met je vinger op drukt en deze weer omhoog veert.
  • Rol de biscuitplak direct uit de oven met bakpapier en al op en laat een paar minuutjes opgerold liggen. Ontrol dan en laat afkoelen.
  • Ga nu verder met de frambozengelei.
  • Week de gelatine in wat koud water.
  • Pureer de frambozen in een pan en verwarm deze samen met de suiker tot 60 graden Celsius.
  • Knijp de gelatine uit en verdeel deze middels goed roeren door het frambozenmengsel tot het goed opgelost is.
  • Bedek een bord of de bodem van een springvorm (en zet de rand er weer omheen) van ca. 20-22 cm met huishoudfolie. Giet hierop de frambozengelei en laat bevriezen in de vriezer.
  • Nu is het tijd om de mousse te maken.
  • Laat de gelatine weken in koud water.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker op tot yoghurtdikte.
  • Doe het water en suiker in een steelpan en kook tot suikersiroop.
  • Klop in een andere kom het eigeel goed op, terwijl je de hete suikersiroop toevoegt,  tot het echt luchtig en bijna wit is.
  • Verdeel direct eerlijk over twee kommen.
  • Smelt de grofgehakte chocolade au bain marie.
  • Verwarm op een laag vuurtje voorzichtig 2 blaadjes gelatine. (Laat het niet te heet worden, anders gaat de werking achteruit)
  • Meng 1/6 de deel van de slagroom door de chocolade en roer vervolgens snel de gesmolten gelatine erdoor.
  • Meng dit chocolade-slagroom mengsel door 1 van de 2 eidooiermengsels en roer er vervolgens 2/3 van de slagroom door.
  • Verwarm nu de bosvruchten in een pannetje en meng er de laatste 2 blaadjes gelatine door tot deze volledig opgelost zijn. Vermeng de bosvruchten met het overgebleven eidooiermengsel.
  • Voeg de overgebleven slagroom toe en meng goed door.
  • Roer er tot slot de grofgehakte stukjes witte chocolade doorheen.
  • Snijd een reep van de biscuitplak waarmee je de rand van je springvorm van 24/26 cm kan bekleden.
  • Bedek met de overgebleven biscuitplak de bodem van de vorm.
  • Als de chocolademousse wat ingedikt is kan je deze voorzichtig in de beklede vorm gieten.
  • Haal de frambozengelei uit de vriezer. Pak de plak met huishoudfolie en al op en leg deze op de kop op de mousse. Trek dan voorzichtig het folie eraf.
  • Dek af met de bosvruchtenmousse en strijk glad. Het biscuit moet er nog een beetje bovenuit steken zodat de spiegel er straks op blijft liggen.
  • Dek af met huishoudfolie en zet in de vriezer om op te laten stijven.
  • Als de mousse is opgesteven verder gaan met de spiegel.
  • Week de gelatine in koud water tot deze zacht wordt.
  • Verwarm de blaadjes gelatine in een pannetje op laag vuur tot de gelatine smelt.
  • Roer snel de gelatine door de limonadesiroop heen.
  • Laat afkoelen, als het lobbig wordt giet je het voorzichtig over de taart heen.
  • Zet in de koelkast om op te laten stijven.
  • Snijd eventueel de randjes biscuit nog wat bij.
  • Ter decoratie kan je nog wat toeven slagroom of figuurtjes van chocolade op de taart doen.

Bron: eigen recept.

 

 

Kersenslof

Een paar maand geleden kocht ik een slofring. Dit is hetzelfde als een bakring, maar dan in een langwerpige vorm met ronde uiteinden. Mijn plan was om een aardbeienslof te maken, maar aangezien de aardbeien in de supermarkt al beschimmeld waren voordat ik ze had gekocht, heb ik die maar laten liggen. Schimmelslof wordt vast niet door veel mensen gewaardeerd! Gelukkig bestaat er ook nog vlaaifruit in blik, zodat ik toch een heerlijke slof met fruit kon maken. Het sloffendeeg is luchtig-krokant en de amandelspijs in combinatie met de zelfgemaakte banketbakkersroom en de kersen maakt het tot een smaakvol, rijk gebak met verschillende structuren. Een rij van mooie slagroomtoefjes maakt het geheel af. Dit recept is goed voor 2 kersensloffen van 25 cm lengte, waar je in ieder geval 6 stukjes per slof van kunt snijden.

kersenslof

Ingrediënten:

Deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 115 gram witte basterdsuiker
  • 115 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram bakpoeder
  • 1,5 gram baking soda/dubbelkoolzure baksoda
  • 10 gram citroenrasp (uit potje van Dr. Oetker)
  • 2 gram zout
  • 210 gram zachte ongezouten roomboter
  • 25 gram losgeklopt ei
  • 150 gram amandelmeel
  • 150 gram kristalsuiker
  • 50 gram losgeklopt ei

Banketbakkersroom:

  • 300 gram volle melk
  • merg van 1,5-2 vanillestokjes
  • 60 gram eidooier
  • 60 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram maïzena

Decoratie:

  • 2 blikjes vlaaifruit kersen
  • 250 ml slagroom
  • 40 gram poedersuiker

Werkwijze:

  • Meng bloem, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, bakpoeder, baking soda, citroenrasp en zout met elkaar in een kom.
  • Meng de boter door dit droge mengsel
  • Meng dan het ei door het deeg en kneed kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg minimaal een uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden (conventioneel)
  • Verdeel het deeg in tweeën en rol op een licht met bloem bestoven werkblad twee plakken uit die precies groot genoeg zijn om met de slofringen twee plakken uit te steken.
  • Vet de slofringen in met wat bakspray en zet deze op een met bakpapier beklede bakplaat en leg het deeg er weer in.
  • Maak de amandelspijs door amandelmeel met de suiker te vermengen en vervolgens het ei erdoor te doen. Als je de spijs een dag van tevoren maakt, kunnen de smaken nóg beter intrekken.
  • Verdeel de spijs in tweeën en breng op elke deegplak de spijs gelijkmatig aan. Houd een rand van 1 cm rondom vrij aan.
  • Zet de bakplaat in het midden van het oven en bak in 28-30 minuten goudbruin en gaar.
  • Haal de slofring na het bakken direct van de slof en laat afkoelen op een rooster (pas op, de pasgebakken slof is nog zacht en erg breekbaar!).
  • Doe melk met het merg van 1,5-2 vanillestokjes in een steelpan.
  • Klop de eidooiers met de suiker goed los en voeg de maïzena toe.
  • Breng de melk aan de kook en giet deze al roerend bij de eidooiers en blijf vooral goed roeren!
  • Giet het mengsel terug in de pan en breng al roerend aan de kook tot het mengsel duidelijk begint in te dikken.
  • Giet op een schaal en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat afkoelen tot het opstijft.
  • Spuit met een spuitzak met een rond/glad spuitmondje de banketbakkersroom op de sloffen, houdt een rand rondom van 1 cm vrij.
  • Bedek de sloffen met kersen (Vlaaifruit uit blik of verse kersen).
  • Klop de slagroom met de poedersuiker op en spuit een rij met rozetten in een streep over de sloffen.
  • Voor een extra luxe uitstraling kan je nog wat chocoladeschaafsel over de slagroom strooien.

Bron: sloffendeeg geïnspireerd op een recept uit “Banketbakkersproducten” van het NBC.

Chocoladerol met frambozen

Met al die mooie dagen van de laatste tijd begint het weer helemaal te kriebelen: achter in de tuin zit een nest met jonge ransuilen, diverse vlinders als citroentjes, koolwitjes, kleine vos en oranjetipjes fladderen weer vrolijk rond, de leifruitbomen staan in bloei, we hebben de moestuin omheind en voor een deel ingezaaid, de frambozenstruiken komen weer boven de grond en er beginnen zelfs al bloemknoppen in te komen. Deze chocoladerol met frambozen is nu nog gemaakt met frambozen uit de winkel, maar ik hoop natuurlijk dat als ik hem nog een keer maak, de frambozen uit eigen tuin zullen komen! Dit recept is goed voor 1 grote chocoladerol met frambozen.
chocoladerol-met-frambozen
Ingrediënten:

Beslagplak:

  •  150 gram eieren
  • 75 gram fijne suiker
  • 65 gram patentbloem
  • 11 gram cacaopoeder
  • 3 gram maïzena

Vulling:

  • 150 gram slagroom
  • 180 gram witte chocolade, fijngesneden
  • 185 gram mascarpone
  • 150 gram frambozen
  • Decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Verwarm de eieren au bain marie tot 37 graden in een metalen kom.
  • Laat de kom op de pan staan (fornuis uit) en klop met een mixer onder langzaam toevoegen van de suiker op tot een stevig, wit schuim dat in pieken blijft staan.
  • Meng patentbloem, cacaopoeder en maïzena met elkaar en zeef boven de kom.
  • Spatel heel voorzichtig het bloemmengsel door het schuim.
  • Stop zodra de bloem opgenomen is.
  • Strijk het beslag uit over een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak gedurende ca. 7-8 minuten in de voorverwarmde oven, de plak is gaar als je er met je vinger op drukt en deze weer omhoog veert.
  • Rol direct na het uit de oven halen met bakpapier en al op.
  • Laat een minuutje zo liggen, ontrol weer en laat afkoelen.
  • Zodra de biscuitplak afgekoeld is, dek je deze af tegen uitdrogen.
  • Verwarm de slagroom in een pan (niet laten koken)
  • Voeg de fijngesneden chocolade toe en roer tot alle stukjes gesmolten zijn.
  • Laat afkoelen.
  • Roer de mascarpone door het mengsel.
  • Bestrijk de rol met de chocoladevulling.
  • Beleg rijkelijk met halve frambozen, houd er een paar achter te decoratie.
  • Rol de biscuitplak stevig op in bakpapier en leg deze in de koelkast.
  • Na het opstijven van de vulling de rol met wat poedersuiker of decoratiepoeder (de laatste heeft weinig tot geen last van vocht en blijft goed zichtbaar) en maak af met de overgebleven frambozen en een takje munt voor de kleur.

Appelcarré

Op dit moment ben ik even van de makkelijke recepten omdat het geven en voorbereiden van de workshops de nodige tijd neemt, maar gelukkig ook iets is dat me heel veel positieve energie geeft. Van de sinterklaasworkshop van afgelopen vrijdag had ik weer wat plakjes bladerdeeg overgehouden. Dit keer had ik wel appels in huis en dan ligt het natuurlijk voor de hand om appelflappen of een appelcarré te maken. Dit keer niet iets avontuurlijks, maar gewoon iets voor de hand liggends, wat overigens niet minder lekker is. De rijke, fluweelzachte smaak van het roomboterbladerdeeg en de frisse smaak van de appels met kaneel, maken dit een ware traktatie.

Appelcarre

Ingrediënten:

  • 6 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 250 gram geschilde en in blokjes gesneden Jonagold appels
  • 33 gram suiker
  • 3 gram kaneel
  • 9 gram maïzena
  • losgeklopt ei

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
  • Meng ondertussen in een kom de suiker, kaneel en maïzena met elkaar en voeg dit bij de appelstukjes.
  • Roer goed door elkaar.
  • Leg drie plakjes bladerdeeg naast elkaar, bevochtig van ieder plakje een smal randje en plak zo de drie plakjes deeg aan elkaar. Druk eventueel na met een vork.
  • Leg op de plakjes de appelvulling, laat rondom voldoende ruimte vrij.
  • Plak de overige drie plakjes deeg op dezelfde manier als de eerste drie plakjes aan elkaar.
  • Bedek de appels met de plak deeg.
  • Bevochtig de randen en druk het deeg rondom vast.
  • Rol de randjes één keer naar binnen en druk plat met een vork, de appels zitten nu goed verpakt.
  • Snijd met een vlijmscherp mes om de 1,5 cm van de ene lange kant naar de andere lange kant.
  • Bestrijk met losgeklopt ei en bak gedurende 30 minuten goudbruin en gaar.

Appel-speculaastaart

Vanmorgen was het weer merkbaar en of we het nu willen of niet, de zomer loopt op z’n eind en de herfst komt weer langzaam in zicht. De jongste komt alweer thuis met de meest mooi gekleurde blaadjes, vanmorgen zorgde de mist ervoor dat alle spinnenwebben weer duidelijk zichtbaar waren en ook in eigen achtertuin is te zien dat de zomer op zijn laatste benen loopt. De stroom courgettes begint af te nemen en de takken van onze appelbomen buigen steeds verder door omdat de (jawel: 2 stuks!) appels bijna klaar zijn om geplukt te worden. Binnenkort hebben we een gezellige familiereünie. Ik was gevraagd om hiervoor de vier taarten te verzorgen. Ik koos voor deze appel-speculaastaart omdat bijna iedereen wel een appeltaart lust, ik het bij de tijd van het jaar vond passen en appeltaart goed in te vriezen is. Zo kan ik de “werkdruk” een beetje verlagen. We hebben een stukje voorgeproefd en het testpanel was unaniem in haar oordeel: “hier lusten we nog wel een stuk van!”. Her originele recept beschreef dat je met deze hoeveelheden 2 lage taarten (een flan) van 18 cm in doorsnede kon maken. Ik heb gekozen voor 1 hoge taart in een springvorm met een diameter van 26 cm. De taart is goed voor 12 personen.

Appel-speculaastaart

Ingrediënten:

Bodem:

  • 125 gram boter op kamertemperatuur
  • 125 gram kristalsuiker
  • 50 gram geklutst ei (ongeveer 1)
  • 250 gram bloem
  • 2 gram bakpoeder

Appelflanbeslag:

  • 140 gram kristalsuiker
  • 10 gram vanillesuiker
  • 5 gram gemalen kaneel
  • 150 gram eieren (ongeveer 3)
  • 150 gram gesmolten boter

Vulling:

  • 200 gram speculaasjes
  • 6 jonagoldappels
  • 40 gram amandelschaafsel

Afwerking:

  • 150 gram afdekgelei (of honing)
  • 50 gram poedersuiker

Werkwijze:

  • Maak als eerste het deeg voor de bodem van de taart.
  • Doe de boter in een kom en vermeng met de suiker.
  • Voeg het ei toe en meng goed.
  • Zeef boven de kom de bloem met het bakpoeder.
  • Vermeng met lichte hand en vorm tot bol van glad deeg.
  • Druk de bol iets plat en verpak in huishoudfolie.
  • Leg minstens 30 minuten in de koelkast.
  • Vet een springvorm met een diameter van 26 cm in en leg een vel bakpapier op de bodem.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot het groot genoeg is om de vorm mee te bekleden.
  • Rol de deegplak losjes om de deegrol en rol af boven de vorm.
  • Verwarm de oven voor op 185 graden Celsius.
  • Druk het deeg zachtjes aan en steek de overhangende stukjes af.
  • Zorg ervoor dat je de mooie speculaaskoekjes op wat voor manier dan ook tot kruimels weet te maken (pak een hamer, deegrol of de blender, doe ze in een plastic zak en maak er een rondedansje op, als je als resultaat maar speculaaskruimels krijgt.)
  • Strooi gelijkmatig de speculaaskruimels op de taartbodem.
  • Schil de appels, ontdoe deze van het klokhuis en snijd in dobbelsteentjes van ca. 1 cm.
  • Verdeel de appelblokjes over de speculaaskruimels.
  • Maak het appelflanbeslag.
  • Doe de suiker, vanillesuiker en kaneel bij de eieren in een kom en klop met een handklopper goed los.
  • Giet langzaam de gesmolten boter bij dit mengsel en klop nog eens 30 seconden op.
  • Giet het beslag over de appelstukjes tot net onder de rand van het deeg.
  • Bestrooi de taart met het amandelschaafsel.
  • Bak de taart 55-65 minuten in de voorverwarmde oven tot deze goudbruin en gaar is. (Het beslag moet vast zijn geworden)
  • Laat de taart afkoelen en bestrijk met afdekgelei (aangemaakt volgens de verpakking) Of bestrijk de taart met wat honing als deze nog warm is.
  • Versier de taart met wat poedersuiker vlak voor je deze serveert.

Bron van dit recept: “Het Bakboek, de klassiekers” door Eric v.d. Hende en PIVA