Berichten

Chocolade paasei (holvorm)

Waar ik met de kleine Paaschocolaatjes wegkwam met het relatief eenvoudige enten van stabiele kristallen, lukte me dat toch niet met dit mooie, grote chocolade paasei die ik wilde maken met een holvorm (ik gebruikte deze holvorm). Een holvorm bestaat uit twee losse helften die in mijn geval los worden gegoten en later aan elkaar worden geplakt. Meestal worden tijdens het gieten van de chocolade beide helften op elkaar geklemd en blijft er na het gieten een laagje chocolade aan de wanden van de vorm kleven en wordt de rest er weer uitgegoten. Het maken van dit grote paasei bleek lastiger dan de kleine vormpjes. De eerste keer was de chocolade te dik en werd deze niet mooi knapperig, de tweede keer was de chocolade goed te gieten, maar kwam deze niet goed uit de vorm. Hupsakee, tot twee keer toe alles opnieuw in de couverture bak en omsmelten met die handel! De derde keer koos ik voor de tempereermethode van het tableren en toen kwam het ei zo uit de vorm, perfect glimmend! Weer een ervaring rijker!
Werken met chocolade vergt precisie en kennis over de verwerking van chocolade. Zo smelt en verwerk je pure chocolade op een andere temperatuur dan witte chocolade. Het smelten doe je niet op een directe hittebron maar in een couverture bak of au bain marie. Verwarm chocolade nooit boven de 55 graden, het zal dan al snel verbranden en rubberachtig worden.
Om knapperige, glanzende chocolade te krijgen moet je het goed tempereren. Hierbij draait het om de chocolade in beweging houden en op de juiste temperatuur te krijgen. Dit heeft te maken met de kristallen in de chocolade. Tempereren kan op twee manieren: door enten van stabiele kristallen of door tableren. Bij enten verwarm je 2/3 van de totale hoeveelheid chocolade tot de juiste temperatuur, haal dit van de warmtebron af en meng daarna het overige 1/3 deel van de chocolade erdoor tot dit ook gesmolten is. Bij tableren heb je een platenmes (of een paletmes van de bouwmarkt) nodig, een marmeren plaat en een thermometer. Bij deze methode verwarm je de totale hoeveelheid chocolade tot de gewenste temperatuur. Giet 2/3 van de chocolade op de marmeren plaat, de rest blijft op de warmtebron staan. Breng de chocolade op de marmeren plaat al heen en weer bewegend met het platenmes op de juiste temperatuur en giet vervolgens de overige warme chocolade erbij en meng tot deze op de juiste verwerkingstemperatuur is. Als de chocolade iets te koud is geworden kan je hem voorzichtig een beetje bijwarmen.
De verwerkingscurves van de verschillende soorten chocolade zijn:

  • Pure chocolade: smelten op 50 graden Celsius, afkoelen tot 29 graden Celsius, verwerken op maximaal 32 graden Celsius.
  • Melkchocolade: smelten op 45 graden Celsius, afkoelen tot 28 graden Celsius, verwerken op maximaal 30 graden Celsius.
  • Witte chocolade: smelten op 40 graden Celsius, afkoelen tot 27 graden Celsius, verwerken op maximaal 29 graden Celsius.

Houd je deze curves goed in de gaten en laat je de chocolade vervolgens snel terugkoelen tot 12 graden Celsius, dan krijg je glanzende chocolade die knapperig is en iets krimpt waardoor deze makkelijk uit de vorm loskomt.

Chocolade paasei

Ingrediënten:

  • Melkchocolade (ik gebruikte couverture chocolade callets van Callebaut, maar je kan ook een gewone chocoladereep uit de supermarkt gebruiken, snijd deze dan wel eerst in stukjes)

Werkwijze:

  • Smelt alle chocolade au bain marie, met de magnetron op een lage stand of in een couverturebak de chocolade op 45 graden Celsius.
  • Giet tweederde van de chocolade op de marmeren plaat en houd deze met een platenmes in beweging en laat zo de chocolade afkoelen tot 28 graden Celsius.
  • Giet nu de resterende, nog warme chocolade erbij en meng goed door.
  • De verwerkingstemperatuur mag maximaal 30 graden Celsius zijn.
  • Giet beide helften van de vorm vol met chocolade en tik de vorm een aantal keren op de werkbank zodat de luchtbellen eruit gaan, dit heet dribbelen.
  • Laat de vorm even staat tot je merkt dat de chocolade aan de randen begint in te dikken.
  • Giet de overige chocolade er al draaiend uit en strijk de overtollige chocolade met een breed, recht voorwerp van de randen af.
  • Zet de vorm even in de koelkast en haal deze eruit zodra de chocolade 12 graden Celsius is, laat de chocolade niet verder dan dit terugkoelen, dit komt de glans en de knapperigheid niet ten goede.
  • Doe handschoentjes aan (van die chirurgische) zodat je vingerafdrukken het glanzende oppervlakte van je ei niet gaan ontsieren.
  • Haal de beide helften voorzichtig uit de vorm, als je goed hebt getempereerd gaat dit heel makkelijk.
  • Leg één van de helften op een iets warm oppervlakte zodat deze iets smelten en druk de andere helft erop.
  • Vrolijk Pasen!

Tip: natuurlijk is het leuk om bij zo’n groot ei een verrassing in het ei te verstoppen voordat je de beide helften op elkaar zet.

Bron: eigen recept

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Sinaasappel chocolaatjes

Het kriebelt bij mij altijd om meer te leren, er is nog zoveel wat er te ontdekken valt, daarmee ben je nooit klaar. Helaas zit er nog wel eens een (groot) verschil tussen wat je wilt en wat de beschikbare tijd overlaat aan mogelijkheden. De wintermaanden zijn voor mij altijd ontzettend druk met het geven van de workshops. Ontzettend leuk, maar het zijn meestal niet de maanden waarin ik veel toe kom aan nieuwe dingen ontdekken. De kerstvakantie neem ik dan ook altijd even écht vrij. De kinderen en manlief zijn gezellig thuis en niets moet. De dag voor de kerstvakantie moest ik nog even bij de Hanos zijn. Een groothandel die hier op ruim een half uur rijden vandaan zit, en waar ik dus niet alle dagen kom. Fijn is daar de geweldige groente- en fruitafdeling en een enorme keus op patisseriegebied. Struinend door de winkel kwam ik bij de zakken Callebaut chocolade callets en voor ik het wist lag er een zak in mijn kar (nee geen karretje, want bij een groothandel krijg je een grote kar). Toen door naar de mallen… Een grote stelling vol mooie mallen maakte het mij lastig…welke moest ik kiezen? Al lange tijd ligt bij mij de wens om meer ervaring met chocolade op te doen. Dan kon ik de halfronde malletjes toch niet laten liggen? Daarnaast kocht ik een mal met siliconenbolvormen die voor diverse bereidingswijzen te gebruiken zijn. Glacage heb ik al eens een half jaar terug op een bolgebakje geprobeerd, maar ook dat zou ik qua ervaring best willen uitbreiden. Nieuw speelgoed dus en een kerstvakantie voor mij om lekker te experimenteren! Werken met chocolade komt best precies, temperaturen e.d. zijn van groot belang voor een goed eindresultaat. Voor sinterklaas had manlief een doos met sinaassnippers gehaald en die diingen waren zo ontzettend vies, dat dat mijn inspiratie werd voor een nieuw chocoladeproject. De sinaasappel chocolaatjes waren geboren! Het versgeperste sinaasappelsap is lekker fris en niet al te zoet gemaakt. De knapperige chocolade geeft een lekkere bite. Ik gebruikte voor het maken een siliconenvorm met halve bollen van 3 cm doorsnede. Natuurlijk kan je ook andere vormen gebruiken. Ik maakte met mijn mal ongeveer 30 sinaasappel chocolaatjes.

Ingrediënten:

  • 250 gram vers sinaasappelsap
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (dit maak je door gebruikte vanillepeulen een paar weken in een pot met fijne kristalsuiker te laten staan)
  • 3 blaadjes gelatine
  • 150 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Pers de sinaasappels en zeef het sap.
  • Laat ondertussen de blaadjes gelatine in koud water weken tot ze zacht zijn.
  • Verwarm in een steelpan al roerend het sinaasappelsap samen met de zelfgemaakte vanillesuiker.
  • Los al roerend de blaadjes gelatine op in de warme sinaasappelsap.
  • Laat afkoelen in de koelkast tot het lobbig begint te worden.
  • Smelt ondertussen de chocolade au bain marie. Laat deze niet te heet worden, chocolade verbrandt snel! (Het wordt dan rubberachtig). Houd een temperatuur tussen de 40 en 45 graden Celsius aan.
  • Giet 2/3 van de chocolade uit over een marmeren plaat en houd dit met een plaatmes of andere rechte spatel in beweging tot de chocolade 28 graden Celsius is. Giet de overige chocolade erbij en meng tot de chocola 30-31 graden Celsius is.
  • Giet de getempereerde chocolade in de mal en zorg dat de hele vorm bedekt is.
  • Giet de overtollige chocolade eruit, zodat er een “bakje” van chocolade over is.
  • Zet 10 minuten in de koelkast en laat verder hard worden op kamertemperatuur.
  • Houd de chocolade die over is bij de hand in een au-bain marie pannetje.
  • Giet een beetje van de lobbige sinaasappelvulling in de vorm. Houd ruimte over voor een bodem van chocolade.
  • Dek dit af met de overgebleven chocolade en strijk voorzichtig recht af.
  • Zet weg in de koelkast om verder op te laten stijven.
  • Haal de chocolaatjes vlak voor gebruik uit de vorm.

Bron: eigen recept

 

Rode bieten- en chocoladetaart

De moestuin gunt ons weer een ontzettende overvloed, nog steeds voel ik me rijker dan rijk als ik met oogst uit eigen tuin de keuken in huppel om daar wat lekkers te maken! Soms komt het ook voor dat de overvloed zo groot is, dat met normaal eten niet alles komt. Dan komen bewaarmethodes als wecken, invriezen en drogen om te hoek kijken. Op dit moment ligt onze vriezer dan ook vol met geblancheerde tuinbonen, wortelen, snijbonen en andere groenten uit eigen tuin. De rode bieten die ik uit eigen tuin haalde, zijn voor een deel direct op ons bord beland en voor een deel in deze heerlijke rode bieten- en chocoladetaart. De taart heeft een heerlijke bietensmaak die perfect gecomplementeerd wordt door de chocoladesmaak. In Amerika heet deze taart “Red velvet cake” en wordt er naast (of soms in plaats van) de bieten een flinke lading kleurstof gebruikt voor een rode kleur. Ik gebruikte geen kleurstof en de kleur is dan ook niet knalrood. Helemaal niet erg, want hij was verschrikkelijk lekker om te eten! De frisse crème met citroen wisselt heerlijk af met de wat aardse smaken. Bak de taart in een hoge springvorm met een diameter van 20 cm. De taart is vrij machtig, snijd kleine stukjes. Er passen makkelijk 12 uit deze taart.

Ingrediënten:

Taart:

  • 250 gram verse bieten, geschild
  • 200 gram pure chocolade
  • 200 gram ongezouten roomboter
  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram tarwebloem
  • 7 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1 zakje vanillesuiker á 8 gram
  • evt. rode kleurstof

Crème:

  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram roomkaas
  • 300 gram poedersuiker
  • 30 gram citroensap
  • eetbare parels, stukje chocolade en iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte
  • Bekleed een hoge springvorm van 20 cm met bakpapier. Ik haal de ring los van de bodem, leg een vel bakpapier over de bodem en zet vervolgens de ring vast. Wat uitsteekt knip ik af.
  • Spray de vorm in met wat bakspray.
  • Rasp de rode bieten met een fijne rasp.
  • Hak de chocolade fijn.
  • Smelt de boter in een steelpan op een laag vuur.
  • Als de roomboter gesmolten is, roer je de chocolade hierdoorheen tot ook deze gesmolten is.
  • Klop met een mixer de eieren met de suiker op tot een luchtige, lichtgele massa.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder en vanillesuiker.
  • Spatel het bloemmengsel voorzichtig door de opgeklopte eieren.
  • Spatel vervolgens hier voorzichtig de chocolade doorheen.
  • Spatel hierna ook de rode bieten rasp -en eventueel wat rode kleurstof als je dat wilt- voorzichtig door het beslag.
  • Giet het beslag voorzichtig in de vorm en bak in het midden van de oven gedurende 50-60 minuten tot de taart goed gaar is. Dit kan je controleren door een satéprikker aan het einde van de baktijd voorzichtig in het midden van de taart te steken. Komt deze er schoon weer uit, dan is de taart gaar.
  • Zet de taart op de kop op een rooster en laat een 10-15 minuten zo staan.
  • Ontvorm voorzichtig.
  • Klop de roomboter voor de crème in een kom tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg de roomkaas toe en klop nogmaals goed door tot alles een witte crème is.
  • Tot slot de poedersuiker en het citroensap er rustig doorheen kloppen tot alles is opgenomen.
  • Als de taart is afgekoeld snijd je deze in 5 gelijke lagen. Dit gaat heel makkelijk met een taartenzaag: een metalen draadje, liefst gekarteld, tussen twee ijzeren pootjes.
  • Bestrijk elke laag met een laagje crème en bouw de taart zo om en om op.
  • Tot slot bestrijk je de taart aan de boven- en buitenkant met de crème.
  • Werk de onderste rand af met wat glanzende, eetbare pareltjes, rasp wat chocolade over de bovenkant en leg hier en daar iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.
  • Zet in de koelkast om op te stijven.

Dit recept komt uit een Noors bakboek dat ongetwijfeld mijn favoriete bakboek is: “Slikkepott, hundre fristende kakeoppstkrifter” geschreven door Lise Finckenhagen. Wie in Noorwegen komt en niet bang is om Noors te lezen, moet dit boek zeker aanschaffen!

Chocoladeplaatkoek

Het is vakantie en wie kinderen heeft kent dan vast wel de kreet “ik verveel me zo” die door het huis galmt. Natuurlijk moeten mijn jongens van 8 en 10 zich ook zelf leren vermaken (en dat doen ze vaak ook), maar vandaag had ik een leuke uitdagende opdracht bedacht voor hen. Die opdracht was: “vertaal een recept uit het Noors, werk samen en maak het recept”. Eerst vertaalden ze samen het recept, toen werden de benodigde ingrediënten verzameld en wat ontbrak mochten ze in de supermarkt gaan halen. Vervolgens plannen en het recept stap voor stap uitvoeren. Daarbij moesten ook nog de Noorse volumematen omgerekend worden naar de Nederlandse grammen. Ongemerkt hebben ze een heleboel geleerd! Ze zijn een hele tijd met de opdracht zoet geweest, maar toverden daarna wel een heerlijke chocoladeplaatkoek uit de oven die enthousiast versierd werd met musket. Gebruik roze of blauw voor bijv. een babyshower of meisjes- of jongens verjaardag en de standaard discodip voor een “gewoon” feestelijk uiterlijk. Je kunt van deze plaatkoek 24 zeer royale stukken snijden. Dat zijn er nogal wat, dus mochten de jongens bij de buren langs om wat weg te geven. Er kwamen zeer positieve reacties op deze koek. De uitkomst hadden eigenlijk wat compacter (zoals een brownie) moeten zijn, maar omdat de eieren opgeklopt werden, is het een cake-achtige koek geworden die ik eigenlijk veel lekkerder en minder machtig vind smaken. De koek wordt gebakken in een rechthoekige bakvorm van ca. 25 x 35 cm.

Ingrediënten:

  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 450 gram kristalsuiker
  • 250 gram ongezouten roomboter, gesmolten en weer afgekoeld tot minder dan 50 graden Celsius
  • 360 gram patentbloem
  • 12 gram bakpoeder
  • 15 gram vanillesuiker
  • 21 gram cacaopoeder
  • 250 gram halfvolle melk
  • 125 gram witte chocolade

Glazuur:

  • 140 gram ongezouten roomboter
  • 2-4 el. koffie
  • 100 gram pure chocolade, grofgehakt
  • 100 gram melkchocolade, grofgehakt
  • 250 gram poedersuiker
  • 10 gram vanillesuiker
  • musketzaad of andere strooisels

 

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 Graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bekleed een rechthoekig bakblik van ca. 25 bij 35 cm met bakpapier.
  • Roer de eieren en suiker door elkaar of als je zoals wij een wat luchtiger resultaat wilt hebben, dan mag je ze goed opkloppen met een mixer tot een luchtig geheel.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder, vanillesuiker en cacaopoeder en roer dit goed door elkaar.
  • Mix op lage stand om de beurt wat van het droge bloemmengsel en dan weer wat melk door het eimengsel en blijf hiermee doorgaan tot alles is opgenomen tot een glad beslag.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Snijd elk blokje chocolade in vieren en verdeel de witte chocolade over de bovenkant van het beslag. Tijdens het bakken zakt de chocolade vanzelf in het beslag.
  • Bak gedurende 30-35 minuten in het midden van de oven tot de chocoladeplaatkoek gaar is. Steek een satéprikker in het midden van de koek en trek deze er weer uit. Als de prikker er schoon en droog uit komt is de koek gaar.
  • Laat de koek afkoelen op een rooster.
  • Smelt de boter voor het glazuur in een steelpan.
  • Haal de pan van de hittebron en voeg de melk en de pure chocolade toe.
  • Roer door elkaar tot een glad mengsel.
  • Zeef dan poedersuiker en vanillesuiker erbij en roer tot er een glad glazuur ontstaat.
  • Is het glazuur te stevig, dan kan je dit aanlengen met wat lauw water tot de juiste dikte.
  • Smeer het chocoladeglazuur uit over de chocoladeplaatkoek (er kon nog best wat chocolade bij! 😉 )
  • Strooi direct musketzaad of andere strooisel op het glazuur.
  • Zet weg in de koelkast om op te laten stijven en snijd dan in het gewenste formaat.

Bron: dit recept is geïnspireerd op het recept voor “sjokoladelangpanne” uit het Noorse boek “Slikkepott” geschreven door Lise Finckenhagen. Een geweldig boek dat je niet mag laten liggen als je in een Noorse boekhandel komt!

Chocolade-sinaasappelcake

Ik schreef vorige week al dat ik met mijn de jongste samen in de keuken had gestaan om cake te bakken. De appel-karamelcake was niet de enige cake die in de oven stond. Zoonlief had ook helemaal zelf een cake bedacht. Hij wilde graag een cake met chocolade maken. Dus ga ik hem de pure chocolade chunks die ik nog in de kast had liggen. zoonlief proefde en vond dat er ook nog wat sinaasappel bij moest. Gelukkig is mama’s voorraadkast (bijna) onuitputtelijk en kon ik een bakje met gekonfijte sinaasappelschil opduiken. Weer werd er geproefd, ogen gesloten en in zijn hoofd voegde hij de smaken bij elkaar. Hij kwam tot de conclusie dat de taaie sinaasappelschil, de knapperige, bittere chocolade en het zoete en zachte van de cake prima bij elkaar zouden moeten passen, dus meneer ging aan de slag. Apetrots haalde hij de cake uit de oven, wat is het dan lang wachten tot zo’n ding afgekoeld is! Nog trotser werd hij toen we samen een plakje hadden gegeten: berelekker, dus helemaal goedgekeurd! Wat is dat samen bakken toch heerlijk! Dit recept is goed voor één cake, gebakken in een cakevorm van 24 cm. De smaak van de sinaasappelschil komt het best tot zijn recht na twee dagen staan.

chocolade-sinaasappelcake

Ingrediënten:

  • 200 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram ei (circa 4 eieren maat M)
  • 200 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram pure chocolade chunks (je kan ook melk nemen als je niet van puur houdt)
  • 60 gram gekonfijte sinaasappelschil, in blokjes gesneden.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 165 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Klop de boter met de suiker op met een (stand)mixer met gardes tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg een ei toe en klopt goed zodat dit goed opgenomen wordt. Voeg dan pas het volgende ei toe.
  • Ga zo verder tot alle eieren op zijn.
  • Spatel vervolgens voorzichtig het zelfrijzend bakmeel door het beslag.
  • Spatel de chocolade chunks en de blokjes gekonfijte sinaasappelschil door het beslag.
  • Spuit een cakeblik in met wat bakspray en doe het beslag erin.
  • Strijk een beetje glad en zet onder het midden in de oven.
  • Bak de cake ca. 70 minuten tot deze gaar is.
  • De cake is gaar als je er een satéprikker in prikt en deze er schoon uit komt, of als de kerntemperatuur 95 graden Celsius is.
  • Laat een minuut of twintig afkoelen in de vorm, haal de cake er dan uit en laat verder afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

 

Chocoladerol met frambozen

Met al die mooie dagen van de laatste tijd begint het weer helemaal te kriebelen: achter in de tuin zit een nest met jonge ransuilen, diverse vlinders als citroentjes, koolwitjes, kleine vos en oranjetipjes fladderen weer vrolijk rond, de leifruitbomen staan in bloei, we hebben de moestuin omheind en voor een deel ingezaaid, de frambozenstruiken komen weer boven de grond en er beginnen zelfs al bloemknoppen in te komen. Deze chocoladerol met frambozen is nu nog gemaakt met frambozen uit de winkel, maar ik hoop natuurlijk dat als ik hem nog een keer maak, de frambozen uit eigen tuin zullen komen! Dit recept is goed voor 1 grote chocoladerol met frambozen.
chocoladerol-met-frambozen
Ingrediënten:

Beslagplak:

  •  150 gram eieren
  • 75 gram fijne suiker
  • 65 gram patentbloem
  • 11 gram cacaopoeder
  • 3 gram maïzena

Vulling:

  • 150 gram slagroom
  • 180 gram witte chocolade, fijngesneden
  • 185 gram mascarpone
  • 150 gram frambozen
  • Decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Verwarm de eieren au bain marie tot 37 graden in een metalen kom.
  • Laat de kom op de pan staan (fornuis uit) en klop met een mixer onder langzaam toevoegen van de suiker op tot een stevig, wit schuim dat in pieken blijft staan.
  • Meng patentbloem, cacaopoeder en maïzena met elkaar en zeef boven de kom.
  • Spatel heel voorzichtig het bloemmengsel door het schuim.
  • Stop zodra de bloem opgenomen is.
  • Strijk het beslag uit over een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak gedurende ca. 7-8 minuten in de voorverwarmde oven, de plak is gaar als je er met je vinger op drukt en deze weer omhoog veert.
  • Rol direct na het uit de oven halen met bakpapier en al op.
  • Laat een minuutje zo liggen, ontrol weer en laat afkoelen.
  • Zodra de biscuitplak afgekoeld is, dek je deze af tegen uitdrogen.
  • Verwarm de slagroom in een pan (niet laten koken)
  • Voeg de fijngesneden chocolade toe en roer tot alle stukjes gesmolten zijn.
  • Laat afkoelen.
  • Roer de mascarpone door het mengsel.
  • Bestrijk de rol met de chocoladevulling.
  • Beleg rijkelijk met halve frambozen, houd er een paar achter te decoratie.
  • Rol de biscuitplak stevig op in bakpapier en leg deze in de koelkast.
  • Na het opstijven van de vulling de rol met wat poedersuiker of decoratiepoeder (de laatste heeft weinig tot geen last van vocht en blijft goed zichtbaar) en maak af met de overgebleven frambozen en een takje munt voor de kleur.

Chocoladekronkel-koekjes

Deze koekjes trokken mijn aandacht omdat ze er anders uit zien dan een doorsnee koekje. De koekjes zijn samengesteld uit een laag zandkleurig deeg en een laag donkerbruin deeg. Dit samen opgerold en doorgesneden geeft als resultaat deze vrolijke chocoladekronkel-koekjes.

Het recept komt uit het “Brio koekjesboek” en is goed voor zo’n 45 koekjes.

Chocoladekronkel-koekjes

Ingrediënten:

  • 200 gram roomboter
  • 125 gram witte basterdsuiker
  • 1 ei
  • 3 gram zout
  • 350 gram bloem
  • 7,5 gram cacaopoeder

Werkwijze:

  • Meng met een mixer de boter en de basterdsuiker tot een romige massa
  • Roer het ei en het zout door het mengsel
  • Dit mengsel met de bloem kort tot een glad deeg kneden.
  • 1/3 van het deeg afnemen en het cacaopoeder erdoor kneden tot het poeder goed verdeeld is door het deeg
  • Bestuif het werkblad licht met bloem en rol het witte deeg uit tot een vierkante plak.
  • Rol nu het bruine deeg op een licht met bloem bestoven werkblad uit tot een plak van dezelfde grootte.
  • Leg de bruine plak op de witte plak en rol op.
  • De rol moet een doorsnede hebben van ongeveer 3 cm.
  • Dek de rol af met huishoudfolie en laat in de koelkast enige tijd opstijven. Hoe koeler het deeg, hoe stijver, en hoe beter het te snijden is. De kleuren lopen minder door als het deeg goed koud is.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden.
  • Snijd koekjes met een scherp mes. Ze moeten ongeveer 1/2 cm dik zijn.
  • Leg ze naast elkaar op een bakplaat bekleed met bakpapier of bakmat.
  • Ik heb de koekjes de eerste helft van de baktijd gebakken op 170 graden bij alleen onderwarmte. De tweede helft heb ik ook de bovenwarmte aangezet bij 180 graden. De baktijd is ongeveer een kwartier. In het originele recept staat een kwartier bakken in een elektrische oven van 175 graden.