Berichten

Friese oranjekoek

Een verjaardag! Naast dat dit veel gezelligheid met zich mee brengt, geeft mij dit natuurlijk een heel goed excuus om  wat lekkers te bakken! Sinds we in Friesland wonen heeft manlief kennis gemaakt met de Friese Oranjekoek, één van de (hoop ik vele) aspecten die hem goed bevallen aan het leven hier. Al vele malen mocht hij op het werk een stukje oranjekoek ontvangen, als hij jarig is, gaat hij ze zelf uitdelen. Niet zomaar een gekochte oranjekoek, maar oranjekoek uit eigen keuken. Toen ik bezig was met het maken van deze koek, vroegen de kinderen mij waarom dit oranjekoek heette, de glazuurlaag erop was toch zeker niet oranje?! Tja, ik kan hun verwondering begrijpen. Oranjekoek dankt zijn naam aan de kleine stukjes gekonfijte sinaasappelschil die in de koek zitten, en heeft dus niks te maken met de kleur glazuur. Dit recept is goed voor een koek ter grootte van 22 X 22 cm, waar je in ieder geval 12 stukjes van kunt snijden.

Friese oranjekoek

Ingrediënten:

Deeg:

  • 325 gram Zeeuwse bloem (heb je dit niet, dan voldoet de goedkoopste bloem uit de supermarkt ook wel)
  • 100 gram koude ongezouten roomboter, in blokjes
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 2 gram zout
  • 2,5 gram bakpoeder
  • 3,5 gram heel anijszaad
  • 0,6 gram gemalen kardemom
  • 0,7 gram gemalen nootmuskaat
  • 50 gram gekonfijte sinaasappelsnippers
  • 50 gram losgeklopt ei
  • 58 gram water

Vulling:

  • 150 gram amandelmeel
  • 150 gram kristalsuiker
  • 60 gram losgeklopt ei

Glazuur:

  • 200 gram poedersuiker
  • 30 gram water (mogelijk minder afhankelijk van gebruikte kleurstof)
  • rode kleurstof, liefst poeder of gel

Crème:

  • 60 gram (gepasteuriseerd) eiwit
  • 120 gram fijne suiker
  • 180 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 1 theelepel vanillearoma

Of slagroom:

  • 500 ml slagroom
  • 55 gram poedersuiker
  • eventueel klop-fix naar dosering op de verpakking

Afwerking:

  • mandarijntjes uit blik, uitgelekt
  • chocolade e.d. om het geheel af te werken
  • beetje afdekgelei (bijv. Taartina)

Werkwijze:

  • Voeg de in blokjes gesneden boter toe en wrijf met je handen tot een zanderig mengsel. Dit kan ook met de platte klopper van een standmixer of met een keukenmachine.
  • Voeg de overige droge ingrediënten voor het deeg toe en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg het ei en water toe.
  • Kneed kort tot een samenhangende, egale massa.
  • Druk het deeg plat en verpak in huishoudfolie.
  • Leg dit gedurende een half uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak ondertussen de amandelspijs door amandelmeel, suiker en ei met elkaar te mengen tot één geheel.
  • Verdeel het deeg in twee stukken, de een iets groter dan de ander.
  • Rol eerst het grootste stuk uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot deze 25 x 25 cm. is.
  • Rol de lap losjes om je deegrol en rol weer af boven een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Neem steeds kleine beetjes amandelspijs tussen je vingers en bedek hiermee de deegplak. Laat 1 cm. rondom aan de rand vrij.
  • Vouw de niet bedekte deegrandjes omhoog. Je hebt nu een kleine opstaande rand.
  • Bevochtig de opstaande rand met iets water.
  • Rol het overgebleven deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 23 X 23 cm.
  • Neem deze deegplak op dezelfde manier op en leg deze op de eerste deegplak.
  • Knijp de randen goed dicht zodat de spijs niet kan lekken.
  • Maak het oppervlakte glad door er voorzichtig met de deegroller overheen te rollen.
  • Prik de bovenkant een aantal keer voorzichtig in met een vork
  • Bak de koek ca. 30 minuten in de voorverwarmde oven tot deze aan de randen heel licht goudbruin is en bovenop nog iets meegeeft. De koek blijft vrij bleek.
  • Laat de koek afkoelen, eerst op de plaat, zodra hij iets steviger is deze voorzichtig overhevelen naar een rooster en verder laten afkoelen.
  • Bereid het glazuur door de poedersuiker en water te mengen tot een mengsel dat ongeveer de dikte van yoghurt heeft.
  • Voeg kleurstof naar keuze toe en meng goed zodat je geen witte of rode strepen meer ziet.
  • Giet in het midden van de koek het glazuur in een lange streep en strijk direct glad met een pannenkoekmes of glaceermes. Werk vlot en stop met uitstrijken zodra de glazuur begint aan te drogen.
  • Laat het glazuur volledig uitharden en de koek volledig afkoelen.
  • Snijd aan alle kanten een randje af zodat je straks strakke stukjes krijgt. Deze “snoep”randjes belanden hier meestal vlot in een of meerdere monden 😉
  • Snijd de koek op in de gewenste aantal stukjes.
  • Maak nu de cème of klop de slagroom.
  • Crème: Verwarm de eiwitten met de suiker au bain marie tot 60 graden Celsius, zorg dat de suiker is opgelost.
  • Klop de eiwitten stijf in met een (stand)mixer.
  • Voeg vlokje voor vlokje de boter toe en mix tot een gladde crème.
  • Mix tot slot het vanillearoma door de crème tot alles is opgenomen.
  • Doe de crème in een spuitzak met een gekartelde spuitmond passend bij het formaat van je stukjes oranjekoek.
  • Spuit een rozet, streepjes of een s-vorm op ieder stukje.
  • Slagroom: klop de koude slagroom op met de poedersuiker (en eventueel de klopfix) tot er scherpe randen in blijven staan.
  • Doe de slagroom in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm. en spuit een s-vorm, rozet of streep op ieder stukje koek.
  • Versier met een drooggedept stukje mandarijn en bedek dit met afdekgelei tegen het verkleuren.
  • Eventueel versieren met een chocoladefiguurtje of eetbare confetti voor een kinderverjaardag.
  • Zet het gebak weg in de koelkast zodat de crème kan opstijven, hier krijgt deze een lekkere “bite” van.

P.s. Ik kon in de winkels geen gekonfijte sinaasappelschil vinden, dus maakte ik het zelf, dit deed ik zo:

  • 1 deel sinaasappelschil (of van een andere citrusvrucht)
  • 2 delen suiker
  • 2 delen water
  • Pel de schil van twee biologische sinaasappels en verwijder het wit zo goed mogelijk.
  • Snijd in reepjes van een halve cm breed.
  • Vul een pan met water en kook hierin de schillen 10 minuten en giet het water af.
  • Herhaal dit nog twee keer (dit is tegen de bitterheid)
  • Breng in een andere pan de suikersiroop aan de kook en doe hier de sinaasappelschilletjes in.
  • Kook gedurende 20 minuten en laat hierna een uur staan met het deksel op de pan.
  • Giet de schillen af (vang de siroop op, deze is nog goed bruikbaar)
  • Spreid de schillen uit op een bakplaat en laat deze drogen, eventueel met hulp van de heteluchtoven op een hele lage temperatuur.
  • Het is vrij bewerkelijk om dit te maken, maar ó zo lekker! Bovendien kan je een grote hoeveelheid maken, want deze gekonfijte schilletjes zijn lang houdbaar.

Oranjekoek

De oranjekoek is vrij naar een recept uit het leuke boek waar veel Nederlandse streekbaksels in staan: Het Nederlands Bakboek door G. Pagrach-Chandra

Het recept voor het zelf maken van de gekonfijte sinaasappelschilletjes haalde ik van deze leuke bakwebsite: //ikbakerietsvan.wordpress.com/2013/03/11/gekonfijte-sinasappel/

Kersenclafoutis

Kersenclafoutis is een van oorsprong Frans dessert. Het is een soort dikke pannenkoek met kersen. Bedacht om overrijpe kersen te verwerken. Van oorsprong wordt de pit in de kersen gelaten omdat dit meer smaak zou afgeven. Vanwege het eetgemak heb ik ze in die van mij toch maar verwijderd. Met een overvloed aan kersen in huis en het feit dat er van alle kanten mij steeds meer mensen aanraadden om deze lekkernij toch ook eens te maken, toog ik aan de slag. “Het bakboek, de klassiekers” van Eric van den Hende bood gelukkig weer eens uitkomst, echt een super boek! Het recept is erg eenvoudig te bereiden. Over het resultaat waren de meningen verdeeld. Mijn gezinsleden vonden het heerlijk, maar het is  niet helemaal mijn smaak. Maar omdat de rest er wel enthousiast over was, wil ik het recept toch met jullie delen. Smaken mogen tenslotte verschillen!

kersenclafoutis

Ingrediënten:

  • 150 gram eieren (3 stuks maat m) op kamertemperatuur
  • 90 gram suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 150 gram bloem
  • 300 gram melk op kamertemperatuur
  • 2 gram zout
  • 45 gram boter op kamertemperatuur
  • 350 gram kersen
  • poedersuiker of decoratiepoeder

Werkwijze:

  • Verwarm je oven voor op 180 graden Celsius (conventioneel).
  • Klop de eieren met de suikers tot een luchtig mengsel.
  • Zeef de bloem en voeg deze samen met de melk en het zout toe aan het luchtig geklopte eiermengsel.
  • Roer goed tot er een glad beslag ontstaat.
  • Verwarm de boter op een hele lage stand in de magnetron. De boter is goed als deze de consistentie van mayonaise heeft bereikt. Smelt de boter vooral niet!
  • Roer de boter door het beslag.
  • Vet een ronde vorm van 26cm doorsnede (met uitneembare bodem) in met bakspray of gesmolten boter en giet zoveel beslag erin tot het een halve cm. hoog staat.
  • Zet de vorm 5 minuten in de voorverwarmde oven.
  • Haal uit de oven en laat 5 minuten afkoelen.
  • Leg nu de (ontpitte) kersen erop en overgiet met de rest van het beslag.
  • Laat nog eens 40 minuten bakken in de voorverwarmde oven.
  • Haal de clafoutis uit de vorm en laat afkoelen tot lauwwarm (al kan hij ook koud gegeten worden).
  • Bestrooi eventueel met wat poedersuiker of decoratiepoeder en serveer direct.

P.s. een clafoutis is ook met ander fruit dan kersen te maken, gebruik wat je voor handen hebt en laat je fantasie de vrije loop!

Bron: Het bakboek, de klassiekers” door Eric van den Hende.

Lactosevrije sinaasappelcake met gist

Alweer een poos geleden werd me gevraagd of ik een smash-cake voor een kindje met lactose-intolerantie kon maken. Omdat ik dit eerst moest uitzoeken en de vraag voor diezelfde middag was, lukte het me niet om aan dit verzoek te voldoen. Maar ik vind het wel fijn om mensen te kunnen helpen die om gezondheidsredenen een bepaald dieet moeten volgen. Inmiddels heb ik uitgezocht hoe ik deze lactosevrije smash-cake zou moeten maken, en er lag van dat project nog lactosevrije boter in de koelkast. Daar maakte ik deze sinaasappelcake mee en dat ging prima. Het was sowieso een andere cake dan ik normaal bak, aangezien als rijsmiddel hier gist in plaats van bakpoeder wordt gebruikt. Ik heb momenteel een voorkeur voor recepten waar iets niet in klopt want wederom (zie de blogposts over apfelstrudel en hazelnootschuimtaart) klopte het recept niet. Allereerst stond er al dat ik de oven moest voorverwarmen en vervolgens de rozijnen een nacht moest laten wellen… dat leek mij niet de juiste volgorde. Ook was de opgegeven hoeveelheid wel erg weinig om mijn cakeblik mee te vullen. ‘s Morgens kwam er dus een veel te platte, maar wel lekkere cake uit de oven. ‘s Middags volgde direct poging twee en gelukkig hadden mijn aanpassingen geholpen (wat altijd fijn is om te merken). Het recept is goed voor 1 cake, gebakken in een cakevorm van 25 cm.

Lactosevrije sinaasappelcake

Ingrediënten:

  • 100 gram rozijnen
  • Genoeg sinaasappelsap om de rozijnen onder te zetten
  • 100 gram gekonfijte sinaasappelschillen, fijngesneden
  • 220 gram bloem
  • 14 gram instantgist
  • 150 gram Wajang boter (lactosevrij) of roomboter voor diegene die geen dieet volgen
  • 150 gram suiker
  • 200 gram  ei (ca. 4 stuks van maat M)
  • 30 gram sinaasappelsap

Werkwijze:

  • Vet het cakeblik in met boter en bestuif met bloem.
  • Doe de rozijnen en het sinaasappelsap in een pannetje en verwarm. Haal de pan direct van de warmtebron als het aan de kook komt.
  • Zeef de bloem en de gist in een kom.
  • Doe de boter en de suiker in een andere kom en klop met de mixer tot een luchtige massa.
  • Voeg een ei toe en mix tot deze volledig is opgenomen.
  • Voeg een volgend ei toe en mix weer tot ook deze volledig is opgenomen, ga zo verder met de overige 2 eieren.
  • Laat de rozijnen even uitlekken en roer ze door de bloem heen.
  • Spatel de bloem door het eiermengsel.
  • Spatel de gekonfijte sinaasappelschillen en de 30 gram sinaasappelsap door het beslag.
  • Doe het beslag in het bakblik en zet 60 minuten weg op een warme, tochtvrije en vochtige plek. (Ik doe dit in een onverwarmde oven of magnetron met een bakje heet, dampend water erbij in)
  • Verwarm de oven 20 minuten voor het einde van de rijstijd voor op 160 graden (onderwarmte + hetelucht).
  • Bak de cake de eerste 45 minuten met onderwarmte, schakel daarna nog 15 minuten over naar boven- en onderwarmte zonder hetelucht en op 170 graden. Celsius.
  • De cake is klaar als je er een satéprikker in steekt en deze er schoon weer uit komt.
  • Los uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.

Bron: (met enige aanpassingen) “Het gezellige taartenboek” van Livia Claessen.

Noorse skillingsboller of Zweedse kanelbullar

Trouwe lezers is vast wel opgevallen dat wij hier thuis een voorliefde voor Scandinavië hebben, in het bijzonder voor Noorwegen. Afgelopen zomer aten we daar bij een kneuterig dorpsbakkerijtje deze heerlijke Noorse skillingsboller, bij het grotere publiek beter bekend als de Zweedse kanelbullar. Dit zijn zoete, rijke broodjes waarbij het deeg bestreken wordt met een boter- kaneel- en suikermengsel om vervolgens opgerold te worden. De rolletjes zijn als losse broodjes te bakken. Deze broodjes zijn om je vingers bij op te eten. Ik wil wedden dat ze, eenmaal geserveerd (of misschien nog niet eens), niet lang zullen blijven liggen! Het recept is genoeg voor 20-22 losse Noorse skillingsboller of Zweedse kanelbullar.

kaneelbroodjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 850 gram bloem van goede kwaliteit
  • 8,5 gram zout
  • 5,5 gram gemalen kardemom
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram instantgist
  • 500 gram melk op kamertemperatuur
  • 50 gram ei op kamertemperatuur
  • 150 gram zachte boter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 165 gram zachte boter op kamertemperatuur
  • 110 gram fijne kristalsuiker
  • 12 gram gemalen kaneel

Afwerking:

  • 1 losgeklopt ei
  • grove suiker

Werkwijze:

  • Doe tarwebloem, zout, kardemom en suiker bij elkaar in een kom en roer met een garde goed door elkaar.
  • Voeg de gist toe en roer weer goed met een garde.
  • Voeg het ei en de melk toe en kneed in een standmixer (bijv. Bear Teddy Varimixer, KitchenAid etc.) gedurende ca. 15 minuten tot een soepel, elastisch deeg dat van de kom loslaat. Het deeg is goed als je er een vlies van kunt trekken. Voeg na 10 minuten kneden de boter toe.
  • Verdeel het deeg in twee gelijke stukken.
  • Bol de twee stukken deeg goed op, doe ze in twee licht ingevette kommen, dek deze af en laat gedurende 40 minuten bij 29 graden Celsius rijzen op een tochtvrije plek.
  • Haal het deeg uit de kommen en druk de deegstukken het voorzichtig plat.
  • Vouw elk stuk deeg in drieën: het bovenste deel naar het midden vouwen, doe dit ook met het onderste deel.
  • Rol het deeg uit tot een rechthoekige lap van ca. 30 x 40 cm.
  • Meng de boter, suiker en kaneel goed door elkaar en besmeer de deeglappen met dit mengsel.
  • Rol vanaf de lange kant de lap deeg op.
  • Snijd in 20-22 gelijke stukjes.
  • Draai de stukjes op hun kant, en leg het losse uiteindje onder het broodje.
  • Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat met voldoende tussenruimte.
  • Laat 25 min. op een vochtige, tochtvrije plek rijzen bij een temperatuur van 30 graden. Ik zet het in een oven of magnetron met onderin een schaaltje heet, dampend water.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bestrijk de broodjes voordat ze de oven in gaan met losgeklopt ei en bestrooi met grove suiker of greinsuiker.
  • Bak de losse broodjes in ca. 10-11 minuten goudbruin en gaar.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur boven de 95 graden Celsius is gekomen, dit kan je meten met een kernthermomter.
  • Laat het brood afkoelen op een rooster (alhoewel ze nog iets warm ook erg lekker smaken!)

Bron: “Het Scandinavisch kookboek” door Trine Hahnemann

Pratie cake

Vorige week kreeg ik van lieve mensen uit onze straat een hele zak met appels toegestoken. Ze kwamen van een familielid met een boerderij en een aantal appelbomen. Blijkbaar was het een goede oogst geweest dit jaar, want zelf hadden ze ook al veel gebruikt en er was nog genoeg over om mij een volle zak te geven. De buren dachten dat ik er wel een lekkere appelcake van kon maken. Dat had natuurlijk gekund, maar een foodblogger maakt het liefste niet twee keer hetzelfde en een appelcake met kaneel en parelsuiker staat al op baksels.net. Ook een appelcake met koekkruiden en amandelschaafsel is reeds present. Appelkoeken? Ook al eens gemaakt… Appeltaart? Ook! Dat betekende dus op speurtocht door de bakboeken om iets minder voor de hand liggends met appel te zoeken. Ik vond iets speciaals in het boek dat mijn zusje en zwager deze zomer meenamen uit Engeland: een Pratie cake. Een wat? Een Pratie cake is een taart waarbij het deeg gemaakt wordt van gekookte aardappelen en een beetje bloem, gember en boter. De taart wordt met appeltjes gevuld en bestrooid met suiker. Het is een Iers recept en kan het beste direct heet uit de oven gegeten worden met een kop sterke thee (aldus het Engelse bijschrift in het boek). Ik had mijn buren beloofd iets lekkers met hun appels te bakken en hen dit te brengen, maar helaas beging ik de stomme fout door er ruim twee keer zoveel zout in te doen als moest. Dat wilde ik de buren maar niet aan doen, dus binnenkort een ander appelrecept…want een foodblogger…maakt nooit iets twee keer! 😉 Afgezien van het zoute, was deze taart overigens erg lekker! De taart wordt gebakken in een springvorm met een diameter van 20 cm.

Pratie cake

Ingrediënten:

  • 500 gram aardappelen, gekookt en gepureerd
  • 3 gram zout
  • 1/2 theelepel gemberpoeder
  • 50 gram gesmolten boter
  • 50 gram bloem
  • 3 appels welke geschikt zijn om mee te bakken (bijv. Jonagold, Elstar of Goudreinet )
  • 2 eetlepels rietsuiker of bruine basterdsuiker
  • klein beetje melk
  • 25-50 gram zachte boter
  • Rietsuiker of basterdsuiker voor het bestrooien (kaneelsuiker is ook erg lekker!)

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 190 graden Celsius.
  • Vet een ronde springvorm met een diameter van 20 cm in.
  • Werk de aardappelpuree, zout, gesmolten boter en gemberpoeder en bloem door elkaar.
  • Kneed licht en verdeel in twee gelijke stukken.
  • Bedek de bodem gelijkmatig met de ene helft van het deeg en geef het een opstaande rand.
  • Schil de appels en ontdoe ze van de klokhuizen. Snijd in dikke plakken.
  • Verdeel de appelplakken gelijkmatig over de bodem.
  • Bestrooi met rietsuiker of bruine basterdsuiker.
  • Bestrijk de opstaande randen met een beetje melk.
  • Rol de overgebleven helft van het deeg uit met een deegroller en hevel voorzichtig over naar de taartvorm.
  • Druk het deeg goed aan op de rand van de bodem.
  • Kerf eventueel een patroon in de bovenkant van het deeg.
  • Bak in 45-65 minuten goudbruin en gaar.
  • Haal de taart uit de oven, bestrijk met de 25-50 gram boter en bestrooi met rietsuiker of basterdsuiker.
  • Serveer het liefst warm.

Bainigí sult as bhur mbéile! (Eet smakelijk, vertaald uit het Iers)

Bron: “The National Trust Teatime Baking Book” door Jane Pettigrew

Norsk skogsbærpai (Noorse bosvruchtentaart)

Tijdens onze vakantie in Noorwegen heb ik een Noors boek gekocht met de geschiedenis van de Noorse baktraditie en recepten van Noorse baksels. Voor wie van bakken, Noorwegen en geschiedenis houdt een geweldig boek om te lezen. Misschien voor sommigen een klein minpuntje: het is wel handig als je Noors kunt lezen, want het boek is enkel in het Noors uitgegeven. Eerder maakte ik al de Noorse vafler uit dit boek en om nog even in de vakantiestemming te blijven én omdat ik een kilo blauwe bessen, een kilo aardbeien, een kilo kersen en een bak bramen en frambozen had staan zocht ik iets om te bakken waarbij ik dit heerlijke fruit kon gebruiken. Zoek je een recept met dit soort fruit dan zit je bij de Noren helemaal goed. Tijdens onze reis kwamen we onder andere langs het Hardangerfjord waar werkelijk ieder plekje op de zuidhellingen bezet leek te worden door appel-, peren- en kersenbomen. Ook zie je daar veel aardbeienplanten en bramenstruiken. Noorwegen heeft een rijke thuisbaktraditie en in vele tuinen staan fruitbomen en -struiken waarvan de oogst thuis wordt verwerkt in o.a.  jams en baksels. Ik hoefde dus niet lang te zoeken naar een recept voor een bosvruchtentaart, hij zag er erg lekker uit in het boek, dus niet getreuzeld en snel aan de slag gegaan en ik verwacht dat ik niet de enige zal zijn… De taart is fris van smaak, heerlijk op een zomerse dag! Het recept is goed voor een Noorse bosvruchtentaart met een diameter van 26 cm. Je kan hier ongeveer 10-12 stukjes uit snijden.

Noorse bosvruchtentaart

Ingrediënten:

  • 200 gram tarwebloem
  • 1 eidooier
  • 3 eetlepels suiker (47 gram)
  • 100 gram boter in kleine blokjes
  • 1 tot 1,5 eetlepel water

Vulling:

  • 7 blaadjes gelatine
  • 325 gram bosvruchten; vers of uit de diepvries
  • 50 gram suiker
  • 6 gram vanillesuiker
  • 3 dl bosvruchtenyoghurt (350 gram)
  • 1,5 dl slagroom (160 gram)
  • Extra bosvruchten voor het garneren

Werkwijze:

  • Kneed alle ingrediënten voor de bodem kort door elkaar tot een glad deeg.
  • Verpak het deeg in een stuk huishoudfolie en leg 30 minuten te rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius.
  • Vet een ronde, lage bakvorm (Ø24-26 cm) in en bestuif met bloem.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot het iets groter is dan de taartvorm.
  • Rol het los om de deegroller heen en rol weer af boven de vorm.
  • Druk het deeg zachtjes in de vorm, snijd de overhangende stukken deeg weg.
  • Prik met een vork gaatjes in de bodem.
  • Bedek het deeg met bakpapier en verdeel hierop bakparels, gedroogde bonen, rijst of andere steunvulling.
  • Bak de bodem in ca. 25 minuten gaar en goudbruin. Als het midden nog niet helemaal gaar is, kan het helpen op het laatst de steunvulling te verwijderen en de bodem nog even in de oven te zetten.
  • Laat de bodem na het bakken afkoelen in de vorm.
  • Laat de gelatineblaadjes ca. 5 minuten weken in een kommetje met koud water.
  • Pureer met een staafmixer de bosvruchten: bramen, blauwe bessen, frambozen, aardbeien… wat je maar kunt krijgen.
  • Roer de suiker, vanillesuiker en yoghurt door de vruchtenmoes.
  • Haal de blaadjes gelatine uit het water, laat even uitdruipen en verwarm in een pannetje op laag vuur tot de gelatine gesmolten is.
  • Voeg de gelatine toe aan het vruchtenmengsel en roer heel goed.
  • Klop de slagroom stijf en vouw deze door het vruchtenmengsel.
  • Giet de vruchtenmousse over de taartbodem en laat minimaal 4 uur opstijven in de koelkast.
  • Garneer de taart rijkelijk met bosvruchten.

P.s. wij vonden de taart het lekkerste toen hij een dag had gestaan.

Het recept komt uit het Noorse boek “Ta kaka” van Åse Kongsvik, Kari Støfringsdal en Heidi Brunstad-Øyehaug

Taaitaai

Naast kruidnoten, pepernoten, banketstaven, speculaasjes, schuimpjes, chocoladeletters en gevulde speculaas hoort taaitaai natuurlijk ook helemaal bij het Sinterklaasfeest. (Wat een lange rij lekkernijen speciaal voor een feest dat feitelijk maar 1 dag duurt!)
In voorgaande jaren heb ik al een aantal pogingen gewaagd om taaitaai te maken. Diverse recepten passeerden de revue, maar ik bleef ruzie houden met deze sinterklaaslekkernij. Tot een tijdje geleden “Het Nederlands bakboek” geschreven door Gaitri Pagrach-Chandra op de mat plofte. Een boek met vele Nederlandse baksels, waaronder taaitaai. Ik besloot nog één keer te proberen om taaitaai te maken. Gelukkig maar, want deze keer blijkt het wonderwel gelukt. Het was wel weer even stoeien met de noteringen in 1/4 of 1/8 theelepel, doe mij maar de aanduiding in grammen. Voor de bezitters van een lepelweegschaal of een andere precieze weegschaal heb ik de grammen erbij gezet.

Taaitaai

Ingrediënten:

  • 125 gram fijn roggemeel
  • 125 gram tarwebloem
  • 1 1/8 theelepel baksoda (5,5 gram) (ook wel zuiveringszout, maagzout, dubbelkoolzure soda of natriumbicarbonaat genoemd en o.a. te krijgen bij De Zuidmolen, drogist of apotheek)
  • 3/4 theelepel kaneel (2,5 gram)
  • 3/4 theelepel gemalen anijszaad (3,0 gram)
  • 1/4 theelepel gemberpoeder (0,7 gram)
  • 1/8 theelepel nootmuskaat (0,3 gram)
  • 125 gram honing
  • 125 gram keukenstroop
  • 2 eetlepels water
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Zeef het roggemeel en de tarwebloem met de baksoda boven een kom.
  • Zeef de specerijen erbij.
  • Doe de honing, stroop en water in een steelpan en verhit langzaam onder af en toe roeren tot het kookt.
  • Haal van de warmtebron zodra het mengsel begint te borrelen en laat het afkoelen tot het lauwwarm is.
  • Schenk het dan over het meelmengsel.
  • Kneed grondig tot een deeg. Ik heb het gedurende 10 minuten in de standmixer gekneed.
  • Maak een platte schijf van het deeg en leg deze op een met bloem bestoven werkblad.
  • Bestuif de bovenkant met een beetje bloem en rol het deeg met een deegrol uit tot een rechthoek van 28X20 cm.
  • Snijd met een scherp mes zestien rechthoeken van 7X5 cm uit. Het makkelijkst is als je het deeg eerst in vier banen snijd en daarna elke baan in vier gelijke stukken snijdt.
  • Leg ze op een met een siliconen bakmatje of bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk ze licht met losgeklopt ei.
  • Bak ze in circa 7 minuten bruin en gaar. (Die van mij waren met 7 minuten nog wel heel zacht, maar met 1,5 minuut langer waren ze goed)
  • Trek het bakpapier of het bakmatje voorzichtig weg en laat de taaitaai afkoelen op een rooster.
  • Leg ze vervolgens minstens 24 uur in een luchtdichte trommel zodat de smaken en de taaie textuur zich kunnen ontwikkelen. In de trommel blijven ze ongeveer 2 weken goed, daarna drogen ze iets uit.

In dit recept worden er vierkante stukken van de taaitaai gesneden. Wie in het bezig is van een taaitaai- of een speculaasvorm kan deze gebruiken. Bestrooi goed met bloem. Houd er rekening mee dat het deeg slap is en uitzet bij het bakken waardoor de meeste details verloren zullen gaan.