Berichten

Suikervrije spritsen

Onlangs gaf ik een hele geslaagde workshop “koekjes en koeken”. We maakten daarbij gevulde koeken, Amsterdamse koggetjes en spritsen. Hoewel dat allemaal heerlijke koeken en koekjes zijn, zijn ze in de traditionele variant wat minder geschikt voor mensen die op hun suikerinname willen letten. Vanzelfsprekend kan je het ook bij één koekje laten en niet direct de hele trommel leegeten. Al is dat natuurlijk een behoorlijk lastige opgave met zulke smakelijke, zelfgemaakte koekjes 😉  Van één van de deelnemers -die het liefst suikerarm en/of suikervrij wil eten- kreeg ik de vraag of het niet wat minder kon met de suiker in koekjes. Op zich is dat een lastige omdat suiker een belangrijke functie vervult in het maken van een bros, knapperig en bruin koekje. Wetende wat de suiker voor functie vervult, had ik mijn twijfels, maar toen ik dit recept bedacht, bleek het heel erg mee te vallen! Het koekje ziet er iets hakkeliger uit dan een ‘normale’ sprits, maar wat heel belangrijk is; de lijnen van het spuitmondje bleven mooi staan! De buitenkant was lekker bros, de binnenkant iets zachter dan een “normale” sprits. De banaan zoet het koekje en proef je ook wel terug, maar dat is maar heel weinig. Dit recept is goed voor 12 suikervrije spritsen.

suikervrije spritsen

Ingrediënten:

  • 100 gram zachte, ongezouten grasroomboter op kamertemperatuur
  • 5 gram citroenrasp
  • 0,8 gram zout
  • 14 gram losgeklopt ei
  • 90 gram rijpe banaan, geprakt
  • 125 gram patentbloem
  • 1,4 gram bakpoeder, gezeefd

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Wrijf de zachte roomboter samen met de citroenrasp en het zout luchtig op je werkbank. De boter moet heel licht van kleur worden en zalfig worden.
  • Voeg het ei toe en wrijf tot dit helemaal is opgenomen.
  • Wrijf de geprakte banaan door de boter tot het helemaal is opgenomen.
  • Meng het bakpoeder door de bloem heen.
  • Voeg het bloemmengsel bij de roomboter en wrijf een dikke minuut tot alles is opgenomen en je een glad, wit mengsel hebt.
  • Schep dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit ongeveer 12 rondjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in het midden van de oven gedurende ca. 48 minuten goudbruin. Doe een aantal minuten voor het einde van de baktijd de ovendeur even open om de stoom uit de oven te laten. Door de koekjes 48 minuten op 150 graden, krijg je brosse koekjes die nauwelijks naar banaan smaken. Je kan de koekjes ook op 160 graden Celsius bakken gedurende 33 minuten, dan zijn de koekjes wat zachter, maar ook wat zoeter.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster en bewaar in een trommel. Waarschijnlijk zijn deze koekjes door het gebrek aan suiker en het iets hogere vochtgehalte dan normaal wat minder lang houdbaar dan suikerrijke koekjes. Ik heb dit echter niet kunnen uitproberen, want de trommel was zó leeg!

Bron: eigen recept

Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept

 

Rabarbertaart met aardbeien en gember

In de moestuin groeit en bloeit het inmiddels dat het een lieve lust is. De rabarberplanten die ik twee jaar geleden heb gezaaid, zijn dit jaar groot genoeg om van te oogsten. En dan -iets dat mensen met een moestuin vast zullen herkennen- is het de vraag wat je met die plotselinge, grote aanvoer van een bepaalde fruit- of groentesoort moet. Mijn redder in nood bij seizoensfruit en -groenten is dan heel vaak een Noors boek: Slikkepott van Lise Finckenhagen. Helaas is dit boek niet in het Nederlands verkrijgbaar. In dit boek stond een rabarbertaart met aardbeien en gember. Ik heb het één en ander veranderd naar eigen inzicht en kreeg een heerlijke taart die vol smaak zat. Niet te zoet, niet te zuur, tikje kruidig en rijk en warm van smaak. Wie wat rabarber te verwerken heeft, kan ik deze taart zeker aanraden! Dit recept is goed voor 1 rabarbertaart met aardbeien en gember, gemaakt in een ronde, lage vorm (met uitneembare bodem) van 26 cm.

rabarbertaart met aardbeien en gember

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram bloem
  • 90 gram
  • 125 gram koude, ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 50 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 450 gram in blokjes gesneden rabarber
  • 300 gram aardbeien, in vieren gesneden
  • 300 gram suiker
  • 50 gram aardappelzetmeel
  • 20 gram fijngehakte bakgember uit een potje
  • 25 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 1/2 losgeklopt ei
  • Grove (of normale) kristalsuiker
  • 1/2-1 theelepel gemalen kardemom

Werkwijze:

  • Doe bloem, poedersuiker en de blokjes boter samen in een kom en knijp de boter met vlugge bewegingen (zodat de boter niet smelt) in kleine stukjes door de bloem heen.
  • Als je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt gekregen voeg je het ei toe en knijp je het deeg tot een glad geheel. Niet langer doorgaan dan nodig.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg een uurtje te rusten in de koelkast.
  • Maak in de tijd dat het deeg in de koelkast ligt de rabarber schoon, droog deze goed af en snijd deze in gelijke stukjes. Was de aardbeien, maak ze goed droog en snijd elke aardbei in ongeveer vier stukjes, afhankelijk van het formaat van de aardbei. Laat de bakgember iets uitlekken en snijd de gember fijn.
  • Meng de suiker met het aardappelmeel.
  • Meng hierbij de rabarber, aardbeien en gember en roer goed.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot benodigd formaat.
  • Bekleed de met bakspray ingevette vorm met het deeg.
  • Doe hierin alle vulling.
  • Verspreid gelijkmatig de blokjes roomboter over de vulling.
  • Rol het overgebleven deeg uit tot repen waarmee je een raster vlecht.
  • Bestrijk het raster met wat losgeklopt ei.
  • Bestrooi dit met (grove) kristalsuiker en zeef er gelijkmatig wat gemalen kardemom overheen.
  • Bak de taart net onder het midden in de voorverwarmde oven gedurende 50-55 minuten.
  • Laat de taart even staan en haal hem daarna uit de vorm. Een vorm met uitneembare bodem werkt hiervoor het beste. een grote taartschep helpt hierbij ook.
  • Zet de taart  op een rooster en zet dit rooster op een grote schaal oid.
  • Prik in het midden van de bodem een gaatje zodat het overtollige vocht eruit kan lopen en vang dit op in de schaal. Dit vocht is heerlijk voor over de vla of yoghurt.
  • Laat de taart verder afkoelen en zet in de koelkast.
  • Serveer koel.

Bron: naar eigen inzicht aangepast met inspiratie uit een recept van Lise Finckenhagen uit “Slikkepott”

Knipbrood wit

Een knipbrood is een brood dat ingeknipt is, dat zal -gezien de naam- weinig verrassend zijn. Dit geeft een decoratief brood met kleur-, structuur- en smaakverschil. De knippen worden in het midden van het brood gezet, over de volledige lengte. Dit geeft een decoratief patroon en scherpe randen die harder worden tijdens het bakken en hierdoor een ander mondgevoel en smaak geven aan het brood. Door het inknippen verlies je wel iets van de luchtige structuur van je brood waardoor een knipbrood iets droger aandoet. Daarnaast krijg je wel mooi gevormde boterhammen waarvan de bovenkant een beetje doet denken aan een hartvorm. Dit recept is goed voor 2 witte knipbroden.

knipbrood

Ingrediënten:

  • 1200 gram tarwebloem, geschikt voor brood
  • 18 gram (bakkers)zout
  • 20 gram witte basterdsuiker
  • 10 gram instant gist
  • 50 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 630 gram water op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, basterdsuiker en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, ei en water toe en kneed met de hand, standmixer of deegkneder tot een soepel, glad deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers.
  • Verdeel het deeg in tweeën en bol licht op.
  • Leg elke bol deeg in een apart kom welke licht ingevet is met wat bakspray of olie.
  • Dek de kommen af met een deksel.
  • Zet ca. een uur weg bij 29 graden Celsius tot het deeg in volume verdubbeld is. Denk erom: het deeg is altijd leidend en niet de tijd! Je kan het deeg ook prima op kamertemperatuur laten rijzen, je bent dan wat langer onderweg.
  • Druk elke bol deeg met de vlakke hand -waarbij je de druk puur van boven naar beneden uitoefent en het deeg niet opzij forceert-  plat tot een rechthoek waarbij de breedste kant naar je toe ligt.
  • Vouw de linkerkant tot het midden van het deeg.
  • Vouw de rechterkant net een halve centimeter over de helft van het deeg.
  • Druk de ingevouwen lucht er met de vlakke hand uit.
  • Rol het deeg van onderaf zo op dat er spanning op je deeg komt te staan.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen in twee met bakspray ingevette broodbakvormen van 30 x 11 cm.
  • Laat het brood ca. 80 minuten bij 30 graden Celsius staan in een tochtvrije, vochtige ruimte. Dit kan in een zelfgemaakte rijskast, maar ook in een ongebruikte magnetron of een plastic bak waar je een schaaltje dampend water bij in zet. Ook hier kan het deeg prima rijzen op kamertemperatuur, maar zorg ervoor dat het niet uitdroogt.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 230 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Knip de broden zeer diep in met een grote schaar. Begin bovenaan aan de kopse kant, duw de punt van de schaar diep in het deeg (tot minstens de helft van het deeg) en knip, haal de schaar terwijl deze dicht is omhoog en herhaal dit tot het hele brood geknipt is. In totaal passen er zo’n 7 knippen in/op.
  • Zet de broden op een rooster op de onderste richel van de oven, voeg wat water toe in de verdiepte opvangplaat van de oven zodat er stoom wordt gevormd en bak het brood in ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden of hoger is. Dit kan je meten met een kernthermometer.
  • Laat de stoom er de laatste 10 minuten voor de eindtijd uit door de ovendeur even op een klein kiertje te zetten.
  • Haal het knipbrood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Kwarktompoucen met perzik

De standaard tompouce met banketbakkersroom en een  frêle roze laagje glazuur erop is natuurlijk niet voor niets een klassieker en hartstikke lekker. Toch is er veel meer dan alleen het maken van de klassieke variant mogelijk! Zo zag ik al eens een hartige variant voorbij komen en ook varianten die wat frisser van smaak zijn dan het origineel. Met de Paasdagen in het vooruitzicht bedacht ik deze friszoete kwarktompouce met perzik. Lekker fruitig en met een frisse gele lentekleur. Daar fleur je ieder feestje mee op! Dit recept is goed voor 12 vierkante kwarktompoucen met perzik.

Kwarktompouce met perzik

Ingrediënten:

Bladerdeeg:

  • 200 gram bloem (Frans T55 of korstbloem)
  • 2 gram zout
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 105 gram water uit de koelkast
  • 120 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

  • 125 gram melk
  • 25 gram kristalsuiker
  • 7,5 gram maïzena
  • 5 gram gezeefde bloem
  • 15 gram eidooier

Overige vulling: :

  • 350 gram Franse magere kwark
  • 375 gram slagroom
  • 42 gram poedersuiker
  • eventueel klopfix naar wens
  • 6 ,5 gram bladgelatine (= 3,5 blaadje)
  • 4 á 5 flinke eetlepels frambozenjam
  • klein blikje perziken, uitgelekt (uitlekgewicht 235 gram)

Glazuur:

  • 120 gram poedersuiker
  • water
  • gele kleurstof (gel)
  • 25 gram poedersuiker
  • 10 gram cacaopoeder
  • water

Werkwijze:

  • Meng in een kom de bloem en het zout.
  • Voeg de 30 gram roomboter toe en het ijskoude water.
  • Kneed het geheel tot een soepel en glad deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast te rusten.
  • Rol de 120 gram roomboter uit tussen twee bakpapiertjes die je hebt dichtgevouwen op 20 x 30 cm. Zo krijg je een mooie egale en rechthoekige plak boter.
  • Leg deze plak boter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg vervolgens uit op een met bloem bestoven werkblad tot 40 x 32 cm.
  • Haal nu de boter uit de koelkast en trek aan een kant voorzichtig het bakpapier eraf. Omdat de boter teruggekoeld is, gaat dit makkelijk.
  • Leg de boter met de brede kant op de kant die je op 32 cm. hebt uitgerold.
  • Druk kort aan en haal nu het andere vel bakpapier eraf.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen. In het midden moeten ze elkaar net overlappen.
  • Snijd aan de boven en onderkant eventueel de randjes deeg af waar geen boter tussen zit.
  • Vouw vanaf de boven- en onderkant het deeg in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw weer vanaf de open kanten het deeg in drieën.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 35 minuten te rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit en vouw weer twee keer in drieën, beide keren vanaf de open kanten.
  • Verpak het deeg weer en leg weer 35 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad tot 25 x 40 cm en hevel dit voorzichtig over op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Ga vervolgens flink tekeer met de korstprikker (of met een vork, maar dat kan je beter doen op een andere ondergrond dan je bakplaat)
  • Laat het deeg een half uur rusten op de bakplaat en verwarm de oven voor op 205 graden Celsius. Conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak het deeg in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom door de melk met de suiker aan de kook te brengen en in een kom de eidooier met de gezeefde bloem en maïzena te mengen.
  • Giet een beetje van de warme melk bij het eidooiermengsel terwijl je goed blijft roeren.
  • Giet al roerend beetje bij beetje de rest van de melk erbij en meng goed.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en verwarm al roerend tot het begint te binden.
  • Haal de pan van het vuur en laat het geheel afkoelen tot 40 graden Celsius.
  • Meng al roerend de gelatineblaadjes door de helft van de banketbakkersroom tot deze volledig opgelost is.
  • Meng dit weer met de andere helft van de banketbakkersroom.
  • Meng hier vervolgens de kwark door.
  • Als je merkt dat er klontjes in het mengsel zitten kan je dit nu met de staafmixer glad maken.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker (en eventueel de klop fix) op tot deze net niet volledig stijf is.
  • Meng dit door het kwarkmengsel.
  • Snijd de uitgelekte perziken in kleine blokjes en meng dit door het kwarkmengsel.
  • Verwarm de frambozenjam met een eetlepel water in een pannetje tot de jam strijkbaar is en op de lepel stolt.
  • Snijd de randjes van de plak bladerdeeg af. Als je goed hebt geprikt is de plak mooi vlak gebleven en niet gerezen.
  • Snijd de plak nu in twee lange stroken van ca. 10 bij 40 cm.
  • Bestrijk beide plakken met frambozenjam.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 mm 3 lagen kwarkvulling op een van de plakken.
  • Leg hier de andere plak met de onderkant naar boven op en druk licht aan.
  • Als de vulling nog wat slap is, zet de tompouce dan weg in de koelkast of de vriezer om deze op te laten stijven.
  • Maak in een schaaltje de gele glazuur door poedersuiker, een beetje water en de kleurstof te mengen tot een glazuur dat nét van je vork afdruipt, even zichtbaar blijft als bolletje en dan uitvloeit.
  • Meng nu ook de 25 gram poedersuiker met het cacaopoeder en een beetje water, houdt dit glazuur iets dikker aan dan het gele glazuur.
  • Strijk met een glaceermes de gele glazuur uit op de bovenste tompouceplak. Werk vanuit het midden naar de randen toe zodat je zo min mogelijk bladerdeeg schilfers in je glazuur krijgt.
  • Doe het chocolade glazuur in een cornetje of een spuitzak met een heel klein glad spuitmondje.
  • Trek evenwijdige strepen over de tompouce met het chocolade glazuur.
  • Trek hier vervolgens met een satéprikker haaks op de chocolade lijnen lijntjes door.
  • Laat het glazuur goed aandrogen voor dat je de tompouce in stukken snijdt.
  • Snijd 12 tompoucen uit de grote plak. (Of 6 als je van grote tompouces houdt.)
  • Eet smakelijk!

Bron: eigen recept, afgezien van de banketbakkersroom, deze komt uit het boek “patisserie” van Hidde de Brabander

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Kwarktaart met perzik

Onze verjaardagenmarathon zit er weer op voor dit jaar. Drie van de vier gezinsleden zijn hier jarig in maart. Omdat veel bezoek van ver moet komen en we toch zo dicht op elkaar jarig zijn, vieren we het meestal allemaal één keer groots. Een verjaardag kan natuurlijk niet zonder gebak en ieder jaar is het weer bedenken wat ik zal gaan maken. Ook aan de traktaties moet worden gedacht. De jongste heeft dit jaar getrakteerd op een door hem zelfgebakken brownie (het recept staat hier: //www.rutgerbakt.nl/recept-mijn-ultieme-brownies/ ). De oudste wilde dit jaar eens niet op de standaard zoetigheid bij de kleine pauze trakteren, maar besloot dat hij voor rozijnenbollen voor tijdens de lunch wilde zorgen. Omdat onze school met een continurooster werkt, eten alle kinderen altijd op school tussen de middag. De rozijnenbollen zijn redelijk gezond en het idee (en de rozijnenbollen) werd(en) met veel enthousiasme ontvangen. Voor het verjaardagsfeest thuis koos ik voor het maken van een kersenvlaai met raster, een fruitslof met aardbeien, een slof met gekarameliseerde appel en de taart die bij ons eigenlijk nooit ontbreekt: de kwarktaart met perzik. Dit is een heerlijk frisse taart waarbij je niet hoeft te bakken, dus hij is ook nog eens supersimpel. Lang, lang geleden haalde mijn schoonmoeder het idee uit een damesblad. In de loop der jaren werd het recept steeds een beetje bijgeschaafd tot wat het nu is. Ik denk dat we daarmee inmiddels bijna mogen spreken van een geheim familierecept! Tot nu, want ik ga dit heerlijke recept met jullie delen. Als je me voorbij ziet rennen met een boze schoonmoeder met deegroller in de aanslag achter me aan…dan weet je wat er aan de hand is! Dit recept is goed voor één kwarktaart gemaakt in een springvorm van 26 cm doorsnede. Hier snijd je in ieder geval 12 stukken uit.

Kwarktaart met perzik

Ingrediënten:

  • 1 groot blik perziken (825 gram)
  • 900 gram Franse, magere kwark
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 8 blaadjes gelatine
  • 2 zakjes KlopKlop (dit is iets anders dan klopfix!)
  • 1/2 boerencake, uit de winkel of zelfgebakken
  • 1 klein blik perziken (415 gram) voor de decoratie
  • eventueel 1/2  zakje Taartina taartgelei

Werkwijze:

  • Snijd de perziken uit het grote blik in stukjes van ca. 1 centimeter.
  • Meng de kwark met de suiker en de stukjes perzik.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Verwarm de siroop uit het grote blik perziken in een pan en los hier de gelatine in op.
  • Laat dit mengsel afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Bereid de KlopKlop volgens de aanwijzingen van de verpakking.
  • Meng de afgekoelde siroop met de opgeloste gelatine erin door het kwarkmengsel en roer goed.
  • Meng de aangemaakte KlopKlop door de kwark.
  • Zet het kwarkmengsel gedurende ongeveer een half uur in de koelkast, waarbij je elke 5 minuten even omroert. Dit maakt dat het mengsel gelijkmatig opstijft en de vulling niet naar beneden zakt.
  • Snijd plakken cake van een centimeter dik.
  • Bedek hier de volledige bodem van de springvorm mee.
  • Snijd de cake zo dat je de vorm helemaal tot aan de rand kan bedekken.
  • Giet de lobbig geworden kwark in de vorm.
  • Zet in de koelkast tot het geheel goed stevig is geworden.
  • Garneer met de perziken uit het kleine blik.
  • Bestrijk de partjes perzik eventueel met Taartina Taartgelei (aangemaakt volgens de verpakking) tegen uitdrogen en verkleuren.

Bron: geheim familierecept 😉

 

 

Zesvlechtbrood

Vlechtbroden, ik vind ze er altijd geweldig uit zien. Ik had al eens een drievlecht en een viervlecht gemaakt en nu vond ik dat het tijd werd voor een zesvlechtbrood. Het vlechtschema ziet er in eerste instantie ingewikkeld uit en ik was bang dat ik misschien in de knoop zou raken met al die strengels, maar gelukkig viel dat heel erg mee! Als je even goed kijkt en het ritme te pakken hebt, vlecht je zo verder. Waar je om moet denken is dat je de strengels echt overal precies gelijke dik maakt tijdens het rollen, want een kleine afwijking tijdens het rollen, wordt een grote bult tijdens het rijzen! Dat in acht nemende krijg je een mooi, gelijkmatig vlechtresultaat en je hebt een prachtbrood om op tafel te zetten. De “ooh’s” en “aah’s” zullen niet van de lucht zijn! Het recept is goed voor 2 zesvlechtbroden.

Zesvlechtbrood

Dit en andere vlechtbroden (zonder broodverbetermiddel) leer je maken bij mijn workshop “Luxe vormbrood”. 

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem, geschikt voor broodbakken
  • 30 gram suiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer door elkaar.
  • Voeg het ei, de melk en de roomboter toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je tussen je vingers een mooi vliesje van kan trekken. In het begin is het deeg ontzettend plakkerig, maar als je lang genoeg doorgaat met kneden zal dit voorbij gaan.
  • Bol het deeg lichtjes op en leg in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek deze af met een deksel en zet weg op een warme, tochtvrije plek van 29 graden Celsius.
  • Laat in ca. 60 minuten tot dubbel volume rijzen. (Laat het deeg leidend zijn, niet de tijd.)
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel in twaalf exact gelijke stukken.
  • Bol elk stukje op en dek af met huishoudfolie.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in een aantal etappes uit tot strengels van ongeveer 40 á 45 cm.
  • Maak de uiteinden van de zes strengels bovenaan aan elkaar vast.
  • Nummer in gedachten de strengels 1 t/m 6. (Zie onderstaande foto’s)
  • Leg strengel 1 onder strengel zes door en laat deze aan de rechterkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Laat strengel 6 aan de linkerkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Leg nu strengel 2 links naast strengel 1 en leg strengel 1 rechts naast strengel 3.
  • Leg strengel 5 rechts naast strengel 6 en leg strengel 6 links naast strengel 4.
  • Dit vlechtpatroon herhalen tot het einde is bereikt.
  • Werk de uiteinden af door het deeg goed samen te knijpen en onder het geheel te vouwen.
  • Leg de vlechtbroden met enige tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk de broden heel precies met losgeklopt ei.
  • Laat ca. 60 minuten narijzen op een warme, vochtige en tochtvrije plaats van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 200 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bestrijk de broden heel precies met losgeklopt ei.
  • Bak de broden ca. 22 minuten tot ze goudbruin zijn en de kerntemperatuur 95 graden of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Zesvlecht tutorial stap 1

Zesvlecht tutorial stap 2

Zesvlecht tutorial stap 3

Zesvlecht tutorial stap 4

Bron: eigen recept

Viervlechtbrood

Gisteren rook het weer heerlijk hier. Eerst bakte ik drie tarwe busbroden voor het “normale, dagelijkse” gebruik en daarna bakte ik nog twee viervlechtbroden. Brood moet bovenal lekker smaken, maar het oog wil natuurlijk ook wat! Wat dat betreft is een viervlechtbrood een streling voor het oog; net even iets anders en feestelijker ogend dan een “gewoon” busbrood. Er zijn vlechtbroden met drie, vier, vijf, zes, zeven en acht en soms zelfs met nog meer strengen.

Het brood is een rijk, zacht wittebrood, lijkend op de smaak van een brioche. Echt een mooi brood dat je (vol trots) op tafel kunt zetten als je gasten krijgt, bijvoorbeeld bij kerst of Pasen. Het onderstaande recept is voor twee vlechtbroden (viervlecht).

viervlechtbrood

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem, geschikt voor broodbakken
  • 30 gram suiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer door elkaar.
  • Voeg het ei, de melk en de roomboter toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je tussen je vingers een mooi vliesje van kan trekken. In het begin is het deeg ontzettend plakkerig, maar als je lang genoeg doorgaat met kneden zal dit voorbij gaan.
  • Bol het deeg lichtjes op en leg in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek deze af met een deksel en zet weg op een warme, tochtvrije plek van 29 graden Celsius.
  • Laat in ca. 60 minuten tot dubbel volume rijzen. (Laat het deeg leidend zijn, niet de tijd.)
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel in acht exact gelijke stukken.
  • Bol elk stukje op en dek af met huishoudfolie.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in een aantal etappes uit tot strengels van ongeveer 40 á 45 cm.
  • Maak de uiteinden van de vier strengels bovenaan aan elkaar vast:

vlechtbrood-1-ll

  • Leg strengel 1 naar rechts en strengel 4 naar links, laat ze naar boven wijzen:

vlechtbrood-2-ll

  • Leg hierna strengel 2 links naast strengel 1
  • Leg strengel 1 op de plaats waar eerst strengel 2 lag
  • Leg strengel 3 rechts naast strengel 4
  • Leg strengel 4 op de plaats waar eerst strengel 3 lag
  • Dit schema herhalen tot de strengels te kort worden om verder te vlechten.
  • Onderaan de uiteinden van de strengels goed op elkaar drukken en wegstoppen onder het brood.
  • Doe het zelfde met de overgebleven 4 strengels.
  • Leg het deeg op een met bakpapier beklede bakplaat.

vlechtbrood-3-ll

  • Bestrijk de vlecht heel precies met losgeklopt ei.
  • Ca. 60 minuten wegzetten op een warme, tochtvrije plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius (conventioneel).
  • Bak ca. 22 minuten in een voorverwarmde oven van 200 graden Celsius, conventioneel met onder en bovenwarmte, tot het brood goudbruin en gaar is. Het brood is gaar als een kernthermometer aangeeft dat de kerntemperatuur 95 graden Celsius of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.