Berichten

Vruchtenkruimelvlaai

Hallo, Daar ben ik weer, Niels! Ik ben 11 jaar en de zoon van Mannin. Ik ben weer gaan bakken. En daar hoort natuurlijk ook een leuk stukje bij! Hoe het allemaal begon: Het was voorjaarsvakantie. Ik verveelde me. De vorige dag had ik per ongeluk het stukje oranjekoek van mijn vader opgegeten . (Nu denken jullie misschien: ‘Hij steelt van zijn vader!’) Nee, dat is het niet, ik wist niet dat dat stukje voor hem was. (Ik was bang dat binnen een paar minuten de politie ons huis zou omsingelen, maar dat viel gelukkig mee 😉 ) Dus leek het me een goed idee om een vruchtenkruimelvlaai te bakken voor mijn vader (daar is hij dol op) en toen heb ik zelf een recept bedacht. Veel plezier met bakken! Mijn vader was erg blij met de vlaai en heeft direct een heel groot stuk op zitten smikkelen! Deze vlaai wordt gebakken in een lage, ronde vorm van 22/24 cm. doorsnede.

vruchtenkruimelvlaai

Ingrediënten:

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 150 gram appel, geschild en in blokjes
  • 200 gram Hak vlaaifruit aardbei
  • 200 gram uitgelekte en drooggedepte abrikozen uit blik, in stukken gesneden

Kruimels:

  • 100 gram tarwebloem
  • 70 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 30 gram kristalsuiker

Werkwijze:

  • Meng tarwebloem, zout, vanillesuiker en instant gist met elkaar in een kom.
  • Voeg de roomboter en melk toe en kneed tot een samenhangend deeg.
  • Dek af met een kom en laat 30 minuten rusten op kamertemperatuur.
  • Meng ondertussen in een kom de ingrediënten voor de vulling.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak de kruimels door de bloem, boter en beide suikersoorten door elkaar heen te mengen en tot kruimels te vormen door het tussen je vingers samen te drukken.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot je de vorm ermee kan bekleden.
  • Vet de vorm in met bakspray.
  • Hang het deeg losjes om je rolstok en hevel het deeg over naar de vorm.
  • Druk voorzichtig aan en rol de randjes eraf door met de rolstok over de randen van de vorm te rollen.
  • Verdeel de vulling over het deeg.
  • Verdeel de kruimels over de vulling.
  • Zet in het midden van de oven op een rooster en bak in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat even afkoelen in de vorm en haal de vlaai er dan uit.
  • Ik heb hiervoor mijn hand op de bovenkant van de vlaai gelegd, deze met vorm en al op de kop gekiept, het afkoelrooster op de bodem van de vlaai gelegd en vervolgens de vlaai weer met rooster en al rechtop gezet om verder af te laten koelen.
  • Je zou ter decoratie nog iets poedersuiker over de vlaai kunnen strooien met een heel fijn zeefje.

Bron: eigen recept van Niels

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

Appel-rozijnen cupcakes met citroentopping

Onze jongste zoon wilde graag weer eens bakken. Hij had in zijn hoofd dat ik hem gewoon wat ingrediënten zou toeschuiven en dat hij er dan wat van zou maken. Dat vond ik prima, maar ik heb hem daarbij wel verteld dat je als je bijvoorbeeld een cake wilt maken, je een heel andere werkwijze en een bepaalde verhouding in ingrediënten hebt dan bij bijvoorbeeld brood. Dat maakt ook dat je eerst bepaalde basisvaardigheden onder de knie moet hebben voordat je zo met een paar ingrediënten het doel kan bereiken dat je voor ogen hebt. Dat snapte meneer wel, maar hij moestwel even schakelen. Dus zochten we samen het recept voor een basiscake en kon hij aan de slag. Wat ik zo leuk vind is dat hij in zijn hoofd alle smaken al combineert, alsof hij ze in zijn hoofd proeft. Dat hij dat heel aardig (lees behoorlijk goed 😉 ) kan, blijkt uit het lekkere eindresultaat: appel-rozijnen cupcakes met citroentopping, waarbij alle eer voor het idee naar mijn zoon gaat. De rozijnen trekken nog wat vocht uit het beslag waardoor de cakejes wat sneller droog worden. Wil je dit voorkomen, dan laat je de rozijnen een half uurtje weken, laat ze een nacht uitlekken en gebruik ze dan pas. Wentel deze dan net als de appelstukjes even door een beetje bloem zodat de vulling niet naar beneden zakt. Dit recept is goed voor 12 cakejes.

Ingrediënten:

voor het cakebeslag:

  • 150 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram kristalsuiker
  • 150 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur (ca. 3 eieren maat M)
  • 150 gram zelfrijzend bakmeel
  • 80 gram droge rozijnen (eventueel wellen zoals hierboven beschreven)
  • 100 gram geschilde en in blokjes gesneden Jonagold appel
  • beetje bloem

Topping:

  • 60 (voor kleine toeven 45) gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 45 ( voor kleine toeven 34) gram roomkaas
  • 250 (voor kleine toeven 188) gram poedersuiker
  • 25 (voor kleine toeven 19) gram citroensap
  • 4 blokjes grofgehakte pure chocolade
  • eventueel ter decoratie: 3 gedroogde schijfjes citroen in vieren gesneden.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bekleed een cupcakevorm met papieren cupcakevormpjes.
  • Klop in een kom de roomboter met de suiker voor het cakebeslag luchtig tot deze bijna wit van kleur is.
  • Voeg beetje bij beetje het ei toe en klop tot alles opgenomen is.
  • Spatel voorzichtig het zelfrijzend bakmeel door het beslag.
  • Doe de rozijnen en de stukjes appel in een kom en haal deze door een beetje bloem. Dit voorkomt dat ze naar beneden zakken tijdens het bakken.
  • Spatel voorzichtig de vulling door het beslag.
  • Vul elk cupcakevormpje met beslag.
  • Zet de tray in het midden van de oven en bak bij 175 graden Celisus gedurende ca. 30 minuten tot ze gaar en goudbruin zijn. Prik met een satéprikker in een cakeje, komt deze er schoon uit, dan is het cakeje gaar.
  • Haal de cakejes uit de tray en laat afkoelen op een rooster.
  • Maak ondertussen de topping door de boter wit op te kloppen met een mixer.
  • Klop er vervolgens de roomkaas door.
  • Tot slot in delen de poedersuiker (begin met de laagste stand om te mixen…) en de citroensap erdoor kloppen.
  • Is de topping erg dun, zet hem dan eventjes weg in de koelkast tot deze goed spuitbaar is.
  • Spuit afhankelijk van je voorkeur grote of kleine toeven op de cakejes.
  • Hak de blokjes chocolade in grove stukken en bestrooi elke toef met een beetje chocolade.
  • Steek er eventueel een kwart plakje gedroogde citroen in ter decoratie.

Bron: eigen recept (van mijn zoon) 😉

 

Chocoladeplaatkoek

Het is vakantie en wie kinderen heeft kent dan vast wel de kreet “ik verveel me zo” die door het huis galmt. Natuurlijk moeten mijn jongens van 8 en 10 zich ook zelf leren vermaken (en dat doen ze vaak ook), maar vandaag had ik een leuke uitdagende opdracht bedacht voor hen. Die opdracht was: “vertaal een recept uit het Noors, werk samen en maak het recept”. Eerst vertaalden ze samen het recept, toen werden de benodigde ingrediënten verzameld en wat ontbrak mochten ze in de supermarkt gaan halen. Vervolgens plannen en het recept stap voor stap uitvoeren. Daarbij moesten ook nog de Noorse volumematen omgerekend worden naar de Nederlandse grammen. Ongemerkt hebben ze een heleboel geleerd! Ze zijn een hele tijd met de opdracht zoet geweest, maar toverden daarna wel een heerlijke chocoladeplaatkoek uit de oven die enthousiast versierd werd met musket. Gebruik roze of blauw voor bijv. een babyshower of meisjes- of jongens verjaardag en de standaard discodip voor een “gewoon” feestelijk uiterlijk. Je kunt van deze plaatkoek 24 zeer royale stukken snijden. Dat zijn er nogal wat, dus mochten de jongens bij de buren langs om wat weg te geven. Er kwamen zeer positieve reacties op deze koek. De uitkomst hadden eigenlijk wat compacter (zoals een brownie) moeten zijn, maar omdat de eieren opgeklopt werden, is het een cake-achtige koek geworden die ik eigenlijk veel lekkerder en minder machtig vind smaken. De koek wordt gebakken in een rechthoekige bakvorm van ca. 25 x 35 cm.

Ingrediënten:

  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 450 gram kristalsuiker
  • 250 gram ongezouten roomboter, gesmolten en weer afgekoeld tot minder dan 50 graden Celsius
  • 360 gram patentbloem
  • 12 gram bakpoeder
  • 15 gram vanillesuiker
  • 21 gram cacaopoeder
  • 250 gram halfvolle melk
  • 125 gram witte chocolade

Glazuur:

  • 140 gram ongezouten roomboter
  • 2-4 el. koffie
  • 100 gram pure chocolade, grofgehakt
  • 100 gram melkchocolade, grofgehakt
  • 250 gram poedersuiker
  • 10 gram vanillesuiker
  • musketzaad of andere strooisels

 

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 Graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bekleed een rechthoekig bakblik van ca. 25 bij 35 cm met bakpapier.
  • Roer de eieren en suiker door elkaar of als je zoals wij een wat luchtiger resultaat wilt hebben, dan mag je ze goed opkloppen met een mixer tot een luchtig geheel.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder, vanillesuiker en cacaopoeder en roer dit goed door elkaar.
  • Mix op lage stand om de beurt wat van het droge bloemmengsel en dan weer wat melk door het eimengsel en blijf hiermee doorgaan tot alles is opgenomen tot een glad beslag.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Snijd elk blokje chocolade in vieren en verdeel de witte chocolade over de bovenkant van het beslag. Tijdens het bakken zakt de chocolade vanzelf in het beslag.
  • Bak gedurende 30-35 minuten in het midden van de oven tot de chocoladeplaatkoek gaar is. Steek een satéprikker in het midden van de koek en trek deze er weer uit. Als de prikker er schoon en droog uit komt is de koek gaar.
  • Laat de koek afkoelen op een rooster.
  • Smelt de boter voor het glazuur in een steelpan.
  • Haal de pan van de hittebron en voeg de melk en de pure chocolade toe.
  • Roer door elkaar tot een glad mengsel.
  • Zeef dan poedersuiker en vanillesuiker erbij en roer tot er een glad glazuur ontstaat.
  • Is het glazuur te stevig, dan kan je dit aanlengen met wat lauw water tot de juiste dikte.
  • Smeer het chocoladeglazuur uit over de chocoladeplaatkoek (er kon nog best wat chocolade bij! 😉 )
  • Strooi direct musketzaad of andere strooisel op het glazuur.
  • Zet weg in de koelkast om op te laten stijven en snijd dan in het gewenste formaat.

Bron: dit recept is geïnspireerd op het recept voor “sjokoladelangpanne” uit het Noorse boek “Slikkepott” geschreven door Lise Finckenhagen. Een geweldig boek dat je niet mag laten liggen als je in een Noorse boekhandel komt!

Oud Hollandse pepernoten

Vinden jullie ze ook zo lekker, van die zacht-taaie brokken? De oud Hollandse pepernoten met die heerlijke anijssmaak? En dan bedoel ik absoluut niet die uitgedroogde dingen die je soms in de winkel koopt en die met een beetje pech al zo lang geleden zijn gebakken dat ze piepen langs je tanden…brrr!
Ik durf met zekerheid te zeggen dat je deze zelfgebakken pepernoten (ja, dít zijn pepernoten, en dít zijn kruidnootjes: kruidnootjes) niet kan weerstaan en ze niet eens de kans krijgen om goed af te koelen! Toen we bezoek kregen en we een schaal vol pepernoten tijdens een gezellige spelletjesmiddag presenteerden, bleek dat ik wel drie keer zoveel had mogen maken… Gelukkig maar dat ze eenvoudig opnieuw te maken zijn! Mocht je zin hebben gekregen om nog meer Sinterklaaslekkers te bakken, boek dan een Sinterklaas workshop waarbij we heerlijke taaitaai, speculaasjes en banketstaaf maken.

Oud-Hollandse pepernoten

Ingrediënten:

Basisdeeg:

  • 250 gram roggebloem (liefst type luxe 00)
  • 200 gram honing
  • 85 gram water

Doorbraken:

  • 3,75 gram gezeefd bakpoeder
  • 0,9 gram gemalen kaneel
  • 1,8 gram koek en speculaaskruiden
  • 1,8 gram gemalen anijs

Overig:

  • roggebloem
  • slaolie

werkwijze:

  • Doe de roggebloem in een hittebestendige kom (liefst van een standmixer).
  • Breng het water en de honing in een steelpan aan de kook.
  • Als het goed borrelt, de inhoud van de pan bij de roggebloem en meng direct door elkaar tot alles is opgenomen.
  • De deegtemperatuur moet ideaal gezien tussen de 63 en 65 graden Celsius liggen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en koel snel terug.
  • Laat het deeg liefst 24-48 uur in de koelkast liggen.
  • Kneed na de rusttijd de koek- en speculaaskruiden, kaneel en bakpoeder door het deeg tot alles goed is opgenomen.
  • Rol uit tot een plak van 2 cm. dikte. (gebruik eventueel wat roggebloem als strooibloem tegen het plakken)
  • Snijd banen van 2 cm. en rol deze tot het hoekige eraf is.
  • Snijd de rollen op in stukjes van 2 cm.
  • Doe in een schaal en besprenkel met een scheutje olie en schudt goed om zodat elk stukje deeg bedekt is met olie (dit voorkomt het aan elkaar plakken van de pepernoten tijdens het bakken)
  • Bedek een ovenschaal met bakpapier en strooi hier de pepernoten in. De laag moet ongeveer 1,5 pepernoot dik worden. Door het gewicht en het rijzen drukken de pepernoten tegen elkaar aan en krijg je de grillige vormen.
  • Verwarm de oven voor op 185 graden Celsius (conventioneel).
  • Bak de pepernoten in ca. 35-40 minuten gaar en goudbruin.
  • Haal de pepernoten na het bakken los en laat afkoelen.

Bron: eigen recept.

Koekjes met eiwitglazuur

Onlangs kreeg ik een aanvraag voor het organiseren van een kinder-bakfeestje voor een stel meiden van 12 jaar. Ze wilden in ieder geval graag een slagroomtaart maken (goede smaak dames!) als extraatje bedacht ik dat deze meiden vast ook wel koekjes wilden bakken. Niet zomaar koekjes natuurlijk, dat kan niet meer als je 12 bent. Dus maken we koekjes met eiwitglazuur (royal icing)! Ik had ze al diverse keren voorbij zien komen bij voornamelijk Amerikaanse baksters die er vaak ware kunstwerken van maken. Het leuke van deze methode is dat je het zo moeilijk of makkelijk kan maken als je zelf wilt. Het maken van het eiwit glazuur of royal icing is ook niet moeilijk, maar het aanbrengen ervan vereist wel wat precisie, dus is dit een heel geschikte activiteit voor wat oudere kinderen. Dit recept is goed voor 2 bakplaten vol.

koekjes met eiwitglazuur

Ingrediënten:

  • 150 gram roomboter
  • 100 gram basterdsuiker
  • 50 gram ei (1 ei maat M)
  • 8 gram vanillesuiker
  • 2 gram zout
  • 200 gram bloem
  • 6 gram bakpoeder
  • gepasteuriseerd eiwit of eiwitpoeder
  • kleurstof
  • poedersuiker

Werkwijze:

  • Kneed alle ingrediënten kort door elkaar tot een samenhangend deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een halfuurtje opstijven in de koelkast
  • Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
  • Rol het deeg uit op een licht bebloemd oppervlak tot ca. 4 mm dikte.
  • Steek met koekstekers vormpjes uit en leg deze met enige tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in ca. 15 minuten gaar en goudbruin.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Meng poedersuiker met wat eiwit (of aangemaakt eiwit van water en eiwitpoeder) met poedersuiker tot het nét uitvloeit.
  • Voeg kleurstof toe naar wens.
  • Spuit met een heel dun spuitmondje de contouren en laat een paar minuten aandrogen alvorens binnen de lijntjes op te vullen. Heb je geen spuitzak en spuitmondjes, dan kan je van een diepvrieszakje een klein puntje afknippen, een cornetje maken van bakpapier of gewoon met een theelepeltje en een cocktailprikker het glazuur over het koekje verdelen.
  • Laat uitharden en klaar zijn je “gepimpte” koekjes!

Bron koekrecept: Brio koekjesboek.

Sinaasappel-vanille kerstkoekjes

En toen was het “zomaar ineens” alweer bijna kerst. Ondanks alle sinterklaas- en kerstworkshops die ik dit jaar geef/heb gegeven wil het besef dat het alweer de laatste maand van het jaar is, nog niet echt komen.  Natuurlijk doe ik wel mijn best om het gezellig aan te kleden in huis. De kerstboom staat, de kerstklokken hangen op de deur en ook Frosty de sneeuwman staat op het dressoir de boel op te vrolijken. Dit jaar hebben we een behoorlijk grote kerstboom -zo’n eentje die zo ongeveer klem staat tussen vloer en plafond- en daar was onze voorraad kerstballen en lampjes niet helemaal op berekend. Een boom vol kale plekken dus! Gelukkig scheelt het dan weer een gang naar de drukke binnenstad als je kan bakken. Samen met de kinderen maakte ik op woensdagmiddag een paar bakblikken vol gezellige sinaasappel-vanille kerstkoekjes die nu aan een rood lint hangen te pronken in de kerstboom. Probleem opgelost! Het recept komt uit het boek “Scandilicious baking” van Signe Johansen. Ik had dit mooie boek vol Scandinavische baksels afgelopen zomer gekocht en was er nog niet eens aan toegekomen om er uit te bakken. Oorspronkelijk moest er clementine rasp in de koekjes verwerkt worden en waren het sneeuwvlokkoekjes die versierd werden met royal icing. Bij gebrek aan clementines en uitstekers in de vorm van sneeuwvlokken maakten wij er dus kerstkransjes met amandelschaafsel en sinaasappelrasp van.

Sinaasappel-vanille kerstkoekjes

Ingrediënten:

  • 350 gram tarwebloem
  • 5 gram zout
  • 250 gram roomboter, koud en in kleine blokjes
  • 125 gram poedersuiker
  • rasp van 2 clementines of 1 grote handsinaasappel
  • 22 gram eidooier
  • 1 theelepel vanille-extract
  • eiwit
  • amandelschaafsel

Werkwijze:

  • Meng bloem en zout in een kom.
  • Voeg de blokjes boter toe en knijp met je handen tot een zanderig mengsel.
  • Voeg de poedersuiker en de rasp toe en meng goed door.
  • Voeg de eidooier en vanille-extract toe en kneed kort tot een goed samenhangend deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat minimaal 2 uur in de koelkast rusten.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot 3-5 mm dikte.
  • Steek er met een grote, ronde, gekartelde vorm een koekje uit en steek vervolgens met een kleine ronde ring een rondje uit het midden van het koekjes.
  • Bestrijk ieder koekje met een beetje eiwit en druk het amandelschaafsel erop.
  • Bak de koekjes in ca. 12-15 minuten licht goudbruin.
  • Laat de koekjes na het bakken afkoelen op een rooster.

Bron: naar een recept uit “Scandilicious baking” van Signe Johansen.

Janhagel

Janhagel is een Nederlands koekje, gemaakt van zanddeeg met kaneel en een afwerking van amandelschaafsel en greinsuiker. Toen onze jongste zoon (5) thuis was van school vanwege een studiedag van de leerkrachten, greep hij zijn kans op onverdeelde aandacht van zijn moeder en vroeg mij of we samen koekjes konden bakken. Ik gaf hem het boek met de koekjesrecepten en liet hem wat uitzoeken. Bij het recept voor Janhagel stopte hij met bladeren: deze moesten het worden. Gelukkig heb ik een voorraadkast met vele bakingrediënten en zodoende konden we direct aan de slag. Meneertje las het recept voor terwijl ik alles afwoog. Daarna mocht hij het deeg kneden. Dat de bloem overal heen stoof en de boter in klontjes naast de kom belandde toen hij zijn handen afklopte deerde hem niet (mij iets meer, maar goed; het was erg gezellig om zo samen bakken dus heb ik maar niet gemopperd). Het uitrollen van het deeg met de grote deegroller bleek nog best een hele toer voor zo’n klein krummeltje, maar met wat hulp van mama kwam dat allemaal helemaal goed. Het strooien met amandelschaafsel en greinsuiker bleek -zoals verwacht- totaal geen probleem. En toen was het wachten tot koekjes klaar waren. Samen turen voor het raampje van de oven, ondertussen de heerlijke geuren opsnuivend. Wat kan dat koekjes bakken toch gezellig zijn. Het mooie vind ik dat kinderen zo leren wat er in hun eten zit. Mijn kinderen weten dat te veel boter en suiker niet zo gezond zijn. Als ze meebakken merken ze zelf al op dat er best veel suiker en boter in koekjes gaan en hoewel ze zo’n koekje natuurlijk best lekker vinden, eten ze door die wetenschap wel bewuster dan wanneer ik de koekjes in de winkel had gekocht en ze zo een pakje met daarin 2 koekjes in hun hand had gestopt. Zo’n baksessie met je kind is dus niet alleen beregezellig, maar ook nog eens leerzaam. Het recept is goed voor ca. 30 Janhagel koekjes.

Janhagel

Ingrediënten:

  • 200 gram (Zeeuwse) bloem
  • 100 gram basterdsuiker
  • 2 gram kaneel
  • 1 gram dubbel koolzure baksoda (gezeefd)
  • 140 gram roomboter in kleine blokjes
  • 12 gram losgeklopt ei
  • amandelschaafsel (ca. 100 gram)
  • greinsuiker of grove kristalsuiker (ca. 35 gram)
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe de droge ingrediënten bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg de roomboter toe en wrijf tussen je vingers tot je een zanderig mengsel hebt.
  • Kneed tot slot het ei nog even door het deeg tot het goed verdeeld is.
  • Leg het deeg een halfuurtje in huishoudfolie verpakt in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
  • Rol het deeg uit op een vel bakpapier of een siliconen bakmatje tot een rechthoek met een dikte van ca. 3 mm dikte.
  • Bestrijk met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met amandelschaafsel en vervolgens met greinsuiker.
  • Rol nog even aan met een deegroller.
  • Leg de deegplak op een bakplaat.
  • Bak de deegplak in ca. 15-20 minuten bruin en gaar, laat de ovendeur op een heel klein kiertje staan om vocht te laten ontsnappen.
  • Haal de bakplaat uit de oven en snijd de koekjes direct (als ze nog warm zijn) in rechthoekige stukken van 7 bij 3 cm.
  • Laat verder afkoelen op een rooster en bewaar in een luchtdichte trommel.

Bron: Brio koekjesboek en “Banketbakkersproducten” van het NBC

Tompouce hartjes

Zondag is het alweer moederdag, en wat is er leuker voor de kinderen (en voor moeder) als er zelf wat gemaakt wordt? Deze tompouce hartjes zullen ongetwijfeld een succes zijn. Ze zijn snel en makkelijk te maken voor de kinderen, zodat ze vol trots moeder kunnen verrassen met deze lekkernij! Natuurlijk is dit ook een leuk idee voor Valentijnsdag!  Het recept is goed voor 6 tompouces, gemaakt met een hartvormige steker met een diameter van 7 cm.

Tompouce hartjes

Ingrediënten:

  • 3 plakjes diepvries bladerdeeg
  • 180 gram aangemaakte banketbakkersroom (ik gebruikte 55 gram banketbakkersroompoeder en 125 gram water)
  • 40 gram poedersuiker
  • iets rode kleurstof of aardbeienlimonadesiroop
  • beetje water

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 210 graden (hetelucht)
  • Laat de plakjes bladerdeeg even ontdooien.
  • Steek met de koeksteker 4 hartjes uit ieder plakje.
  • Leg de plakjes op een met bakpapier bedekte, omgekeerde bakplaat (de bolle kant naar boven)
  • Leg daarop weer een vel bakpapier.
  • Leg de plakjes bladerdeeg in de oven en bak 6 minuten.
  • Leg nu het ovenrooster bovenop het bakpapier zodat het bladerdeeg niet te veel omhoog komt.
  • Bak nog 6 minuten tot de hartjes goudbruin zijn.
  • Laat de hartjes afkoelen op een rooster.
  • Maak de banketbakkersroom aan volgens de aanwijzingen op de verpakking en laat even opstijven.
  • Verdeel de banketbakkersroom over 6 hartjes.
  • Maak ondertussen de glazuur door de poedersuiker met iets kleurstof en een heel klein beetje water te mengen.
  • De glazuur is goed als hij in pieken kan blijven staan, die langzaam uitvlakken tot een glad geheel. Maak hem vooral niet te dun, anders loopt het uit.
  • Bestrijk de 6 overgebleven plakjes bladerdeeg met de bolle kant van een lepeltje met het glazuur.
  • Laat even aandrogen en leg het geglazuurde plakje bovenop de banketbakkersroom en druk voorzichtig aan.
  • Strijk met een (glaceer)mes de overtollige banketbakkersroom weg en werk glad af.
  • Voor wie een extra feestelijke touch aan de tompouce wil geven: er zijn vele leuke strooisels te koop waarmee je je tompouce nog wat kan opvrolijken.

Bron: eigen recept.

Confettikoekjes

Het was weer eens tijd om met de kinderen te bakken, maar de inspiratie voor iets ontbrak me zo snel even. Tot ik de grote bus met kleine gekleurde chocoladesnoepjes in de kast zag staan die ik als decoratie voor kinderslagroomtaarten gebruik. Waarom zou ik dat niet door het koekdeeg mengen? Bij chocolate chip cookies werkt dat ook nietwaar? Zo gezegd, zo gedaan en het leverde enthousiaste kinderen op én vrolijk gekleurde koekjes die we de naam confettikoekjes gaven.

Confettikoekjes

Ingrediënten:

  • 125 gram roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 20 gram melk
  • 4 gram citroenrasp
  • 188 gram bloem
  • schaaltje mini-smarties, M&M’s, of andere chocoladesnoepjes met gekleurd suikerlaagje

Werkwijze:

  • Meng de boter, basterdsuiker, zout, melk en citroenschil.
  • Voeg de bloem toe en kneed tot een glad deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg een half uur in de koelkast te rusten.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
  • Meng op het laatst de snoepjes door het deeg.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad.
  • Steek met een ronde koeksteker koekjes uit het deeg  en leg deze met voldoende tussenruimte op een met bakpapier of siliconen bakmatje beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in ongeveer 15 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat na het bakken een minuutje afkoelen op het bakblik en leg ze dan op een rooster om verder af te koelen.

Bron: basisrecept uit het Brio koekjesboek met eigen twist.