Aardbeien-yoghurt ijsjes

Warm weer brengt niet de meest ideale omstandigheden met zich mee om te gaan bakken. (Al rijst brooddeeg natuurlijk fantastisch met dit warme, vochtige weer) Omdat velen (waaronder ikzelf, hoeveel ik ook van bakken houdt) de oven liever uit laten onder deze omstandigheden, wil ik het recept voor deze aardbeien-yoghurt ijsjes met jullie delen. Omdat er aardbeien uit onze eigen tuin in gingen, smaakten ze natuurlijk dubbel zo lekker!  Ik maakte ze samen met de kinderen en dat was erg gezellig, net zoals het samen opeten ervan! De yoghurt wordt niet heel hard en dat vind ik wel lekker. Vaak heb je in zelfgemaakte ijsjes kristalvorming door het water, maar dat was bij deze ijsjes bijna niet het geval.  Ik “vrees” dat ik heel snel weer een nieuwe lading zal moeten maken, want al snel hadden de heren enkel nog maar een leeg ijsstokje over! Het recept is bij mijn vormpjes (Ikea) goed voor 7 aardbeien-yoghurt ijsjes.

Aardbeien-yoghurt ijsjes

Ingrediënten:

  • 350 gram volle yoghurt
  • 75 gram aardbeien in kleine stukjes gesneden
  • 95 gram witte basterdsuiker
  • scheutje aardbeienlimonadesiroop

Werkwijze:

  • Doe de yoghurt, de aardbeienstukjes en de basterdsuiker bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg een klein scheutje limonadesiroop toe terwijl je goed roert, als de yoghurt heel lichtroze kleurt is het goed.
  • Schenk het yoghurtmengsel in de ijsvormpjes(zorg ervoor dat de stukjes aardbei goed over de vormpjes verdeeld worden).
  • Sluit de vormpjes af met de stokjes en zet ze in de bijbehorende houder rechtop weg in de vriezer.
  • Mijn ijsjes waren na ca. 4 uur in de vriezer, hard genoeg om op te eten. Maar dit hangt natuurlijk van je vriezer en de starttemperatuur af.

Bron: eigen recept

Zelf maken: rijskast

Gaandeweg ik langer met Baksels.net bezig was, kreeg ik steeds meer bestellingen en sinds ik ook Broodbakworkshops geef, kwam ik steeds vaker ruimte tekort. Niet alleen voor al die spullen in mijn keukenkastjes, maar ook rijsruimte. Natuurlijk kan je brood laten rijzen in je vensterbank en dit zal prima werken voor als je af en toe een broodje voor thuisgebruik bakt, maar gezien mijn bestellingen en de workshops, is het wenselijk constante kwaliteit te kunnen leveren. Om die constante kwaliteit te kunnen leveren, is het nodig dat je de omstandigheden waarin het deeg rijst, goed kan sturen. Dat lukt natuurlijk niet als je je deeg in de vensterbank boven de kachel zet. Eerder liet ik het deeg rijzen in een onverwarmde oven met op de bodem een bak heet water. Op zich werkte dit prima, maar je neemt natuurlijk wel kostbare ovenruimte in beslag. Hoog tijd om eens na te denken hoe ik dit probleem kon aanpakken. Een professionele rijskast vond ik geen oplossing, omdat de mensen die mijn workshops volgen, dit ook niet zullen doen. Zaak was dus een oplossing te vinden die ook voor thuisbakkers goed bruikbaar is. Voor al die uitpuilende keukenkastjes was de oplossing simpel: een nieuwe keukenkast, en zo simpel bleek het ook voor de rijsruimte, want ook daar was het antwoord: een nieuwe keukenkast! Omdat ik handiger ben met een deegroller en de oven dan met een boormachine en een schroevendraaier, heb ik mijn man ingeschakeld voor het maken van mijn rijskast. Het resultaat is geweldig. Het deeg rijst door de gelijkmatige warmte veel beter en gelijkmatiger, ik kan de temperatuur precies controleren en ik heb nu ruimte om veel meer deeg tegelijk te laten rijzen. Hieronder vind je de omschrijving voor het maken van de rijskast. Het recept is goed voor 1 rijskast, welke je natuurlijk zo groot of klein kan maken als je wilt. 😉

Rijskast

Het lijkt een gewoon keukenkastje, maar dat is het niet!

 

Rijskast

Ingrediënten:

  • standaard onderkastje voor de keuken (mijn kastje komt van Ikea) het kastje dat ik gebruikte is 60 cm breed.
  • extra achterkant (aangezien de meegeleverde achterkant meestal vrij dun is)
  • aanrechtblad of een meubelpaneel, om de bovenkant mee af te dekken.
  • dubbelzijdig plakband
  • aluminium tape (hetzelfde als je gebruikt bij het afplakken van isolatiemateriaal voor schuine daken)
  • noppenfolie enkelzijdig reflecterend
  • siliconenkit
  • Wartel (in ons geval M25)
  • verwarmingselement met thermostaat
  • 2 zwenkwielen met rem, twee vaste wielen
  • uitschuifbare draadmanden (in mijn geval van het systeem van Ikea)
  • metalen pannenrekken (om de ovenschaal op te zetten, ook gehaald bij Ikea)
  • ovenschaal

Werkwijze:

  • Zet het keukenkastje in elkaar volgens de beschrijving van de fabrikant.
  • Monteer het aanrechtblad en de extra achterkant (ikea heeft standaard enkel een dun stukje board als achterkant, dit leek ons niet voldoende om goed te isoleren)
  • Beplak de gehele binnenkant met vier stroken dubbelzijdig plakband.
  • Meet de noppenfolie af en markeer waar je straks de rails voor de draadmanden wilt monteren. Op die plek aan de achterkant van de noppenfolie snij je voorzichtig de noppenfolie door. Op deze manier kun je de rails goed tegen de kast monteren. Let op dat je de plastic zijde doorsnijd en niet de reflecterende kant.
  • Plak op het dubbelzijdig plakband de reflecterende noppenfolie, het liefst zoveel mogelijk aan 1 stuk.
  • Kit de naden van het folie goed dicht met sileconenkit, het kastje wordt straks vochtig aan de binnenkant, het hout kan gaan bobbelen als dit langere tijd vochtig blijft, dus kijk goed of je alle naden écht goed gedicht hebt.
  • Plak alle naden, schroefgaten e.d. af met aluminium tape.
  • Monteer de geleiderails voor de draadmanden en kijk goed of er geen naden ontstaan waardoor het vocht het hout van de kast aan kan tasten.
  • Leg op de bodem het matje met het verwarmingselement. Ik heb een oud verwarmingselement van een waterbed genomen, maar je kan ook een vloerverwarmingselement, een verwarmingsmatje voor een aquarium o.i.d. nemen. Zorg er wel voor dat het element tegen vocht kan. Bij conrad.nl zijn bijv. van deze matjes en thermostaten te koop, maar ook de bouwmarkt kan je vast verder helpen. Mijn matje is instelbaar van 22-38 graden en voor mijn kastje is dat ruim voldoende.
  • Boor een gat voor het snoer, plaats de wartel en lijm deze vast. Voer het snoer door het gemaakte gat.
  • Kit de ruimte rond het snoer dicht.
  • Monteer de zwenkwielen onder het kastje (als je het kastje een permanent plekje geeft, zijn deze wielen natuurlijk niet nodig)
  • Leg op de bodem twee metalen pannenrekken.
  • Zet hierop de grote, platte ovenschaal.

De meeste degen worden op 27 graden Celsius afgekneed, (behalve rogge, dit moet 29 graden Celsius zijn). Hierna geldt steeds 2 graden “up” bij elke rijs. De eerste rijs vindt dus plaats bij 29 graden Celsius. De eerste rijs doe ik in deze bakken met inhoud van 3 Liter van Rosti Mepal. Deze bakken hebben een deksel zodat het deeg niet uitdroogt. Bij de eerste rijs gaat alleen het verwarmingsmatje aan. Bij de tweede rijs is het deeg niet afgedekt en moet de vochtigheidsgraad omhoog worden gebracht tegen het uitdrogen. Dit doe ik door in de grote ovenschaal ca. 1,5 liter kokend water te gieten. De stoom zorgt voor voldoende vochtigheid en zo blijft het brood in de hele kast op de juiste vochtigheid. De thermostaat zet ik tijdens de tweede rijs op 31 graden Celsius. Zodra de temperatuur te laag wordt, springt deze vanzelf aan en stuurt de temperatuur bij. Zoals uit dit stukje vast al bleek ben ik ontzettend blij met mijn rijskast. Het geeft me veel meer mogelijkheden en de mogelijkheid om bij te sturen wanneer het nodig is. Mijn deeg rijst veel mooier sinds ik deze kast gebruik en dat is natuurlijk het belangrijkste doel! Succes met deze klus en als je hem ook gaat maken: voel je vrij je foto’s en ervaringen op te sturen, ik ben heel nieuwsgierig naar jullie oplossingen!

Rijskast

De draadmanden (zodat vocht en warmte goed overal in de kast kunnen komen) zijn uitschuifbaar zodat ik het deeg makkelijk uit de kast kan pakken.

 

Rijskast met bakblikken

 

Rijskast

De temperatuurregelaar stuurt zelf de ingestelde temperatuur bij.

 

Rijskast

De beklede kast met tussen de manden voldoende ruimte voor het rijzen van het deeg. In iedere draadmand passen vier rijsbakken of vier broodbussen. Op de bodem is ruimte over gelaten voor het plaatsen van de ovenschalen met kokend water.

Inmiddels zijn er ook enkele lezers enthousiast aan de slag gegaan. Zij werden geïnspireerd door deze blogpost ofomdat ze de rijskast tijdens mijn workshop broodbakken hadden gezien. Zij hebben hem toegespitst op hun eigen situatie. Ik kreeg al enkele foto’s toegestuurd, wat ik hartstikke leuk vind! Heb jij de rijskast ook gemaakt en wil je hem laten zien? Stuur me een foto en ik zet hem hieronder op de site!

 

De volgende twee foto’s komen van Hugo Slootweg, hij volgde bij Baksels.net een workshop broodbakken en hoopt binnenkort zijn broden te laten rijzen in zijn zelfgemaakte rijskast.

Rijskast Hugo Slootweg Rijskast Hugo Slootweg

De volgende foto is van Hans en Sandra Scholten. Zij kwamen hier om een workhop luxe brood te volgen. Eenmaal thuis zijn zij enthousiast met het maken van hun eigen rijskast begonnen. Inmiddels is de kast helemaal af en kunnen ook zij hun eigen broden gaan bakken. Veel bakplezier gewenst Hans en Sandra!

Rijskast Hans en Sandra Scholten Rijskast Hans en Sandra Scholten

Rijskast Hans en Sandra Scholten Rijskast Hans en Sandra Scholten

 

 

 

Onderstaande rijskast is ingestuurd door Ayshea Savage. Zij las mijn beschrijving voor het maken van een rijskast en besloot er zelf ook een te maken. Een dubbele nog wel, ik ben stiekem een beetje jaloers op zoveel rijsruimte!

Rijskast Ayshea Savage

 

Onderstaande foto is ingestuurd door Geke Pasman. Geke is bij mij op de broodbakworkshop geweest en zag de voordelen van een rijskast. Thuis had hij nog een oude koelkast staan die vanwege de goede isolatie ideaal leek. Het verwarminselement bleek niet krachtig genoeg om de koelkast te verwarmen, maar Geke was niet voor een gat te vangen en bedacht dat het diepvriesgedeelte kleiner was en mogelijk beter geschikt. Dit bleek inderdaad zo te zijn, dus vanaf nu is het diepvriesvak een rijskast!

Rijskast Geke Pasman

Rijskast Geke Pasman

 

De volgende foto’s kreeg ik van trouwe lezeres Ellen van Schaik. Haar man heeft dit prachtig afgewerkte rijskastje voor haar gemaakt, zelfs een (hoop ik waterbestendig?) binnenlampje ontbreekt niet. De verwarming wordt verzorgd zoor een Keramisch waterbed verwarmingselement van Sigma K 240, gekocht bij beddentotaal.nl. Ellen geeft aan dat ze merkbaar meer controle krijgt over het rijsproces en dat ze niet meer zonder dit rijskastje zou kunnen. Bedankt voor je mooie foto’s Ellen!

_MG_3988 _MG_3990

_MG_3992 _MG_3995 _MG_3996 _MG_3999

Pim en Linda de Groot maakten onderstaande rijskast geheel zelf van losse planken, roosters, een display met thermostaat gekocht bij Ali Express, een lamp en schakelaar maken deze kast niet duur, maar wel heel functioneel.

  

Norske vafler (Noorse wafels)

In de post “terug van vakantie” schreef ik al dat ik op vakantie naar Noorwegen ben geweest en hier veel bakinspiratie op heb gedaan. Dus zullen er de komende tijd Noorse recepten op baksels.net verschijnen. Ik trap af met een recept voor Norske vafler oftewel: Noorse wafels.

Zonder Noorse wafels is een bezoek aan Noorwegen voor ons niet compleet. Noorse wafels zijn gebakken in een hartvormig wafelijzer. De wafels zijn niet al te dik en zacht en in het beslag gaat een flinke snuf kardemom; een specerij dat veel gebruikt wordt in de Noorse keuken. De wafels worden geserveerd met jordbærsyltetøy en Lettrømme: aardbeienjam en magere room (gemaakt van aangezuurde magere melk met hieraan toegevoegd slagroom, in totaal met een vetpercentage van 18%), in Nederland wordt voor het laatste meestal crème fraîche of zure room gebruikt. Ik vind zure room de lekkerste vervanger. De wafels worden in Noorwegen ook wel geserveerd met Noorse brunost: bruine kaas gemaakt van de wei van geiten- en koeienmelk die gekarameliseerd wordt en waar tot slot nog slagroom aan toegevoegd wordt. In Nederland is deze kaas voor zover ik weet niet te krijgen. Dichtstbijzijnde land waar deze kaas volgens mij verkrijgbaar is, is Denemarken. Het recept is goed voor 10 hartvormige wafels met een diameter van 16 cm.

Norske vafler Noorse wafel

Ingrediënten:

  • 2 eieren
  • 35 gram suiker
  • 5 gram vanillesuiker
  • 200 gram tarwebloem
  • 0,5 theelepel zout (3,5 gram)
  • 0,5 theelepel kardemom (1,8 gram)
  • 0,5 theelepel bakpoeder (2,0 gram)
  • 5 dl volle melk
  • 5 eetlepels gesmolten boter (75 gram)

Werkwijze:

  • Klop een luchtig mengsel van de eieren en de suiker.
  • Zeef en meng in een andere kom tarwebloem, zout, kardemom en bakpoeder.
  • Roer de melk en de gesmolten boter door het droge mengsel en vouw dit door het eiermengsel tot er een klontvrij beslag ontstaat.
  • Zet het beslag 20 minuten weg.
  • Vet voor het bakken van de eerste wafel het ijzer in met wat roomboter.
  • Laat het wafelijzer op temperatuur komen en giet een soeplepel beslag in het ijzer.
  • Bak in ca. 2,5 minuten de wafel goudbruin.
  • Leg de wafels die klaar zijn op een bord bedekt met een theedoek, zo blijven ze zacht.
  • Serveer met aardbeienjam en zure room of crème fraîche of met bruine kaas als je hier aan kunt komen.

Velbekommen!

Het recept is afkomstig uit het Noorse boek: “Ta Kaka” geschreven door: Åse Kongsvik, Kari Støfringsdal en Heidi Brunstad-Øyehaug

Norske vafler med brunost Noorse wafe

Mexicaanse wraps

Vorige week raakte ik met Els van de blog “Eetlust” aan de praat. Zij had heerlijke wraps met vulling gemaakt, maar kant en klare wraps gebruikt. Als grapje zei ik tegen haar dat ze de wraps toch ook eigenlijk zelf moest maken. Haar antwoord laat zich raden: “Als je mij een goed recept geeft waarbij de wraps zacht blijven, dan houd ik me aanbevolen!”. Tja, eerlijk gezegd had ik zelf ook nog nooit zelf wraps gebakken. Maar daar zou ik me niet door moeten laten tegenhouden nietwaar? Dus ik ben de uitdaging aangegaan, en trok ik alle boeken uit de kast op zoek naar een goed recept. Ik vond 2 recepten waarvan er 1 recept voor wraps stond in het boek “broodbakkersproducten” van het NBC welke ik vrij heb bewerkt. De avond dat ik ze had gemaakt, hebben we heerlijk zitten smullen! Dit was de eerste keer dat ik zelf wraps maakte, maar zeker niet de laatste! Met dit recept kun je ca. 9 wraps maken.

Mexicaanse wraps

Ingrediënten:

Wraps:

  • 250 gram patentbloem
  • 4 gram zout
  • ca. 360 gram melk
  • 50 gram geklutst ei
  • 4 gram taco kruidenmix van AH

Vulling:

  • sweet chilisaus naar smaak
  • kleine krop ijsbergsla, fijngesneden
  • 0,5-0,75 blikje kidneybeans
  • 125 gram rode paprika in blokjes gesneden
  • 400 gram gehakt
  • 6 bosuitjes in ringen gesneden
  • 200 gram fijngesnipperde rode ui
  • taco kruidenmix van AH naar smaak
  • peper, zout en cayennepeper naar smaak

Werkwijze:

Wraps:

  • Mix met een mixer in een kom alle afgewogen grondstoffen voor de wraps tot een glad beslag.
  • Er zijn twee manieren om deze wraps te maken: in de oven of in een koekenpan. Mijn voorkeur ging uit naar de koekenpan, ik had het gevoel het proces op die manier wat beter onder controle te hebben.
  • Werkwijze oven: verwarm de oven voor op 230 graden. Strijk op een siliconenbakmat beslag uit tot een cirkel met een diameter van 20 cm en een dikte van 2-3 mm. Bak ca. 10 minuten tot de wrap begint te kleuren. Als de wrap klaar is direct uit de oven op een bord leggen met een ander bord er op de kop op. Zo blijft de wrap zacht.
  • Werkwijze koekenpan: Wrijf de koekenpan voor de eerste keer in met een keukenrolpapiertje met heel weinig olie. Schep in een koekenpan zoveel beslag dat de bodem bedekt is en het geheel een laagje van ongeveer 2 mm dik vormt. Ze de koekenpan op halfhoog vuur, keer de wrap om als de bovenkant droog is. bak een minuutje aan de andere kant en keer nog eens om. Bak zo tot je wraps hebt die zich nog makkelijk laten buigen, maar wel droog aanvoelen en een niet te donker uiterlijk hebben. Leg na het bakken direct op een bord (en stapel de wraps op elkaar) met daarop op de kop een ander bord. Zo blijven de wraps zacht.
  • Je kunt ze warm gebruiken of ze bewaren en later gebruiken. Voor een warm gerecht kan je ze even opbakken in de koekenpan zodat ze weer droog en warm aanvoelen.

Vulling:

  • Bak het gehakt rul in een hapjespan, voeg de gesnipperde rode ui en de blokjes paprika toe. Bak tot het geheel gaar is.
  • Voeg de uitgelekte kidneybonen toe en warm mee.
  • Voeg de in ringen gesneden bosuitjes toe.
  • Voeg de kruiden toe en proef of de smaak naar wens is.
  • Besmeer een wrap met sweet chilisaus, leg hierop een laagje fijngesneden ijsbergsla en leg hier bovenop de gehaktvulling.
  • Rol de wrap op en het genieten kan beginnen!
  • Eet smakelijk!

Zaanse beschuit

Al een hele tijd stond het bovenaan mijn to-do lijst: zelf beschuiten maken. De reden waarom dat voornemen al “een hele tijd” bestond was dat het even duurde voordat ik alle benodigdheden bij elkaar gesprokkeld had. Blijkbaar is het zelf bakken van beschuiten geen algemene liefhebberij. Een beetje vreemd is dat wel, met de juiste materialen en kennis is het absoluut de moeite waard om ze zelf te maken. Hoewel ik ze ietsjes te donker had, was het testpanel er hier unaniem over eens dat ze veel beter smaakten dan uit de winkel. Zoals ik al vertelde was het even sprokkelen om alle benodigdheden bij elkaar te krijgen. Hier kocht ik mijn spullen: De beschuitdoppen kocht ik bij www.bouwhuis.com. De blanke stroop en de beschuitgelei haalde ik bij Le Poole in Twello (voor zover ik weet  de enige leverancier van beschuitgelei aan particulieren). De beschuitbloem kon ik via een aardige plaatselijke bakker krijgen. Melkpoeder kocht ik bij De Zuidmolen. Het is afhankelijk van het formaat van de beschuitdoppen hoeveel beschuiten je kunt maken met dit recept. Ik heb beschuitdoppen met een diameter van 11,5 cm en kon 16-18 Zaanse beschuiten maken.

Zaanse beschuit

Ingrediënten:

  • 250 gram beschuitbloem of een andere tarwebloemsoort met een hoog eiwit gehalte, bijv. Super Patent Kristal van Koopmans.
  • 25 gram verse gist of 17 gram instant gist
  • 2,5 gram zout
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram melkpoeder
  • 10 gram blanke stroop
  • 20 gram beschuitgelei
  • 17,5 gram eidooier (ongeveer 1)
  • ca. 100 gram water

Werkwijze:

  • Beschuitdeeg houdt van een hoge omgevingstemperatuur (25 graden) met het liefst een hoge vochtigheidsgraad (75%), het kan slecht tegen uitdrogen.
  • Doe 125 bloem, de gist, 15 gram van de suiker en al het water in de kom van een standmixer (bijv. Bear Teddy Varimixer, KitchenAid).
  • Roer door tot je een egale massa hebt.
  • Zet de kom gedurende 20 minuten afgedekt weg op een warm en tochtvrij plekje (bijv. in een onverwarmde oven met op de bodem een bakje heet water)
  • Voeg nu de eidooier toe, de overige suiker en de helft van de overgebleven tarwebloem.
  • Kneed met de deeghaak door tot alles is opgenomen.
  • Voeg nu de melkpoeder, beschuitgelei, de rest van de tarwebloem en het zout toe.
  • Kneed met de kneedhaak tot alle toegevoegde grondstoffen opgenomen zijn.
  • Voeg dan pas de blanke stroop toe.
  • Kneed ca. 30 minuten op een middelhoge stand totdat het deeg extreem goed ontwikkeld is. Dit kun je controleren door van het deeg een vliesje tussen je vingers te trekken.
  • Verdeel het deeg met een deegsteker in 8 of 9 gelijke stukken (ca 30-35 gram per bolletje, gewicht is afhankelijk van je maat beschuitdop)
  • Bol het deeg op door je hand over de stukjes deeg te plaatsen en met je vingertoppen over het werkblad te draaien. In je handpalm zullen de stukjes deeg zich vormen tot gladde bolletjes, met aan de onderkant een soort naveltje.
  • Leg de bolletjes met enige tussenruimte op een bakplaat te rijzen gedurende 20 minuten op een warme, tochtvrije plaats met een hoog vochtgehalte (inderdaad weer in de onverwarmde oven met een bakje heet water eronder)
  • Vet de beschuitdoppen in met een dun laagje olie.
  • Na de rijs de bolletjes platdrukken en uitrollen tot het formaat van de beschuitdop.
  • Leg de plakjes deeg op een ingevette bakplaat, of gebruik een bakmatje.
  • Zet de beschuitdoppen over de plakjes deeg heen.
  • Laat 60 minuten rijzen op een warme, tochtvrije plek met een hoog vochtgehalte.
  • Verwarm ongeveer een kwartier voor het eind van de rijstijd de oven voor op 230 graden Celsius.
  • Bak de beschuitbollen (zo heten de beschuiten voordat ze een tweede keer gebakken zijn) 8 minuten in de voorverwarmde oven.
  • Na het bakken direct de doppen van de beschuitbollen halen en de beschuitbollen laten afkoelen op een rooster.
  • Het liefst 24 uur laten afkoelen alvorens nog een keer te bakken.
  • Na 24 uur: verwarm de oven voor op 210 graden Celsius (het recept schreef 220 graden voor, maar zo werden ze bij mij iets te donker, 210 werkte beter)
  • Snijd de beschuitbollen overdwars door en leg met de snijkant naar boven op een bakplaat.
  • Laat de beschuiten in ca. 7  minuten kleuren en verlaag de temperatuur dan naar 150 graden. Zet in de tussentijd de ovendeur af en toe op een kiertje om vocht te laten ontsnappen. Laat de beschuiten in ca. 6 minuten drogen. (Als de beschuiten droog en bros aanvoelen zijn ze klaar.)
  • Laat afkoelen op een rooster en verpak dan vochtvrij en luchtdicht.

Het recept komt uit het boek “Broodbakkersproducten” van het NBC, een geweldig boek vor de gevorderde bakker (en nee; ik word niet gesponsord door hen) echt het aanschaffen waard!

Knäckebröd

Na al dat zoete geweld van de decembermaand was ik wel toe aan iets dat wat minder zoet en machtig is. In het kerstpakket van mijn man zat een pakje knäckebröd. Toen ik op de ingrediëntenlijst keek zag ik dat het van tarwemeel was gemaakt en dat er moutmeel was gebruikt om het een donkerder uiterlijk te geven. Nu schijnt moutmeel bepaald niet gezond te zijn. Bovendien houd ik er niet van als fabrikanten een bepaalde schijn van “donker dus gezond” proberen op te houden en in feite hun klanten bedotten. Ik had hiermee direct de enorme drang om het “zelluf te doen”.
Knäckebröd wordt van oorsprong van roggebloem en tarwebloem gemaakt. Het komt van oorsprong uit Scandinavië en heeft eigenlijk niet de rechthoekige vorm zoals wij die kennen van Wasa, maar het is van oorsprong rond met een gat er in. Zo kon het aan een stokje boven in de haard gehangen worden om te bakken en te drogen. Het bevat minder dan 10% vocht en kan lang bewaard worden. Dit was in vroegere tijden handig, zeker in afgelegen gebieden. De naam betekent breekbrood. Tegenwoordig is het een heerlijke lichte aanvulling bij ons ontbijt of tussendoor.

Knackebrod

Ingrediënten:

  • 226 gram bloem van harde tarwe
  • 226 gram roggebloem plus wat om te bestuiven
  • 2,5 gram karwijzaad of komijnzaad (0,8 tl)
  • 2,5 gram zout (0,4 tl)
  • 10 gram instant gist
  • 2,4 dl lauwwarme melk
  • Eventueel sesamzaad of paneermeel om mee te bestrooien

 Werkwijze:

  • Doe de tarwebloem, roggebloem, het karwij- of komijnzaad en het zout in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens.
  • voeg nu de melk toe.
  • Kneed op een met roggebloem bestoven werkvlak of in een standmixer ca. 2 minuten door tot er een homogeen deeg is ontstaan.
  • Snijd het deeg in 12 gelijke stukken en rol deze elk uit tot een platte cirkel.
  • Leg deze op met bakpapier of een siliconen bakmatje beklede bakplaten en laat ze 20 minuten rijzen op een warme, tochtvrije plek.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden. (het boek heeft het over 150 graden elektrisch, maar zo kleurt het knäckebröd niet, bovendien hoort knäckebröd kort en heet gebakken te worden, dus ik denk dat de temperatuur in het boek niet klopt) Ik heb gebruik gemaakt van mijn broodbaksteen i.p.v. mijn bakplaat.
  • Bestrooi je werkvlak met een beetje roggebloem en rol het deeg opnieuw uit, nu tot zeer dunne, platte cirkels.
  • Leg ze op de bakplaten.
  • Maak er met een mes of vork een gaatjespatroon in. Ik gebruikte een vleesvork met 2 tanden, even in kleine rondjes draaien en je hebt mooie ronde gaatjes. In Zweden gebruiken ze hiervoor een soort deegrollertje met uitsteeksels erop.
  • Als je er zaden, paneermeel, of geplette granen op wilt, kun je met een kwastje het knäckebröd licht vochtig maken en dan brstrooien met het gewenste strooisel.
  • Bak het knäckebröd in 8-10 minuten hard en knapperig. Keer ze na 5 minuten bakken om.
  • Laat het knäckebröd op een rooster afkoelen.
  • Bewaar in een luchtdicht afgesloten doos.

smaklig måltid!

Het recept komt uit: “De Zweedse keuken” door: Anna Mosesson

Pasteitjes met runderragout

Deze week kreeg ik het verzoek van mijn gezinsleden of we weer eens pasteitjes gingen eten, het was koud buiten en ze hadden allemaal wel zin in wat warms. Voorheen kochten we de pasteibakjes kant en klaar en kwam de ragout uit een blikje, maar nu ik zo aan het bakken ben, vond mijn man dat het tijd werd dat ik de pasteibakjes zelf ging maken. Waarop ik terug kaatste dat hij dan de ragout zelf moest maken. En zo kwam het dan manlief en ik gezellig samen in de keuken stonden. Best een aanrader, net als deze pasteitjes met runderragout. Het recept is goed voor 6 pasteibakjes.

Pasteitjes met runderragout

Recept voor de pasteibakjes:

Ingrediënten:

  • 2 pakjes diepvries bladerdeeg
  • Losgeklopt ei

 

Werkwijze:

  • Haal de plakjes bladerdeeg los van elkaar en leg ze verspreid op je werkblad en laat ze ontdooien.
  • Bevochtig de helft van het aantal plakjes licht aan de bovenkant.
  • Druk er een ander plakje op en druk iets aan door er met een deegroller over te rollen.
  • Je hebt nu plakken van ca. 4 mm dikte.
  • Steek met een ronde steker van 7,5 cm doorsnede 6 rondjes uit.
  • Leg de rondjes op een met een siliconen bakmatje of bakpapier beklede bakplaat.
  • Steek nogmaals met dezelfde steker 6 rondjes uit.
  • Steek het middendeel uit deze rondjes met een ronde steker van 5,5 cm doorsnede.
  • Bevochtig de ringen licht aan de onderkant.
  • Leg op ieder rondje dat op de bakplaat ligt een ring en druk licht aan.
  • Herhaal dit nog twee keer zodat je een mooie, opstaande rand krijgt.
  • Steek nu uit de overgebleven middendelen met een ronde steker van 5 cm doorsnede 6 rondjes.
  • Dit worden de dekseltjes, leg deze ook op de bakplaat.
  • Bestrijk de bovenzijde van de ringen met losgeklopt ei.
  • Bestrijk ook de dekseltjes met losgeklopt ei.
  • Laat 30 minuten rusten.
  • Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius.
  • Bestrijk de ringen en de dekseltjes nog eens met losgeklopt ei.
  • Bak ze in 20 minuten goudbruin.
  • Verlaag de temperatuur naar 125 graden.
  • Snijd bij ieder bakjes het omhoog gekomen middendeel los en wip het eruit met een vork.
  • Bak de pasteitjes verder krokant in een oven van 125 graden Celsius.
  • Dit duurde bij mij ongeveer 20-25 minuten.

Naast de welbekende ronde pasteibakjes kun je op deze manier natuurlijk ook sterren, kerstbomen, sneeuwmannen etc. maken. Leuk voor kerst!

Recept voor de runderragout:

Ingrediënten:

  • 35 gram boter
  • 35 gram bloem
  • 2 dl runderbouillon
  • 2 eetlepels room
  • zout
  • peper
  • worcestershiresaus
  • peterselie
  • 150 gram gare sukadelappen in kleine stukjes gesneden

Werkwijze:

  • Smelt de boter.
  • Voeg onder goed roeren de bloem toe.
  • Voeg onder goed roeren langzaam de runderbouillon toe.
  • Breng de saus op smaak met room, zout, peper, worsestershiresaus en fijngehakte peterselie.
  • Voeg het kleingesneden vlees toe.
  • Warm nog even goed door tot de ragout op de goede dikte is.
  • Vul de pasteibakjes met de ragout, doe het “dekseltje” erop en serveer direct.

Eet smakelijk!

Het recept voor de pasteibakjes is vrij bewerkt naar een recept uit het “Praktijkboek korstdeeg en zanddeeg” van het NBC.
Het recept voor de ragout komt uit: Elseviers pocketkookboek, geschreven door E. Nakken-Rövekamp.

Banketstaaf (snelle, eenvoudige versie)

Zaten we vorige week nog vol spanning af te wachten of Sinterklaas wel naar Nederland zou komen, inmiddels is gebleken dat het hem toch weer gelukt is. Afgelopen zaterdag zette de goedheiligman voet op Nederlandse bodem. Hier in Friesland kwam hij aan met een echt Fries skûtsje en ging hij vervolgens verder op een Fries paard. Wat is zo’n intocht toch gezellig! Al die verwachtingsvolle gezichtjes, kinderen die verkleed zijn als zwarte Piet of Sinterklaas en vrolijk zingend de Sint verwelkomen. Zó hoort voor mij het Sinterklaasfeest te zijn, vooral veel gezelligheid, en niet te veel spanning. Bij die gezelligheid hoort natuurlijk het samenzijn met familie en ook het bakken van al die sinterklaaslekkernijen hoort daar voor mij bij. Wát een voldoening geeft het om al die heerlijke dingen te kunnen presenteren op het heerlijk avondje en er met z’n allen lekker van te snoepen terwijl er pakjes worden rondgedeeld, er gelachen en gepraat wordt en iedereen het naar de zin heeft.

Ieder jaar bak ik onderstaande banketstaven. Ze zijn super eenvoudig te maken (handig als je midden in de sinterklaasdrukte van gedichten, surprises en pakjes zit en toch iets zelf gemaakts op tafel wilt zetten) en kunnen bijna niet mis gaan. Succes gegarandeerd!

Het recept is goed voor 2 banketstaven.

Banketstaaf

Ingrediënten:

  • 6 plakjes roomboter bladerdeeg (uit de diepvries)
  • 300 gram amandelspijs
  • 7,5 gram citroenrasp
  • 1 klein ei
  • 1 losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Leg de 6 plakjes bladerdeeg naast elkaar op je werkblad te ontdooien.
  • Doe ondertussen de amandelspijs, citroenrasp en het kleine ei in een kom. Klop dit met de platte klopper in een standmixer tot een egale mix zonder klontjes. Je kunt ook de spijs met een mes in kleine stukjes snijden en vervolgens met een vork alles goed door elkaar prakken.
  • Haal de beschermfolie van de plakjes bladerdeeg.
  • Leg 3 plakjes op een rij.
  • Bevochtig een rand met een natte vinger en plak het volgende plakje erop vast. Goed aandrukken anders gaat het straks lekken.
  • Plak zo ook het derde plakje vast. Je hebt nu een rijtje van 3 plakjes.
  • Maak op dezelfde manier een tweede rijtje van 3 plakjes.
  • Verdeel de spijs in 2 gelijke stukken en rol er 2 gelijkmatig gevormde rollen van, iets minder breed dan het bladerdeeg.
  • Leg de spijs in het midden van het bladerdeeg en rol het deeg op.
  • De randen plak je weer vast met wat water, wederom goed aandrukken.
  • Leg de banketstaven op een met water bevochtigde bakplaat met de naad naar onderen.
  • Zet een half uurtje weg in de koelkast om ze op te laten stijven.
  • Verwarm de oven voor op 240 graden (elektrisch).
  • Bestrijk de banketstaven met losgeklopt ei, laat dit even drogen en bestrijk dan nog eens met losgeklopt ei.
  • Bak de banketstaven in 25-30 minuten goudbruin. Zet de temperatuur na 8 minuten terug naar 230 graden.
  • Haal de banketstaven uit de oven, steek ze los en laat ze op de plaat liggen om af te koelen.

Tips:

  • Als je 6 plakjes tot een lange rij aan elkaar plakt is het ook mogelijk om een banketletter te maken. Letters uit 1 stuk zoals bijv. de o, a enz. aan de uiteinden een inkeping maken en vastplakkenop het andere deel met wat water. Voor letters uit meerdere stukken de gevulde rol op maat snijden en met water aan elkaar plakken.
  • Open de eerste helft van de baktijd de oven niet.
  • Voor het maken van een hartige banketletter kun je de letter vullen met gekruid gehakt i.p.v. amandelspijs.

 

 

Pannenkoeken met pesto-gehakt-vulling

Omdat het vakantietijd is, nog één post over pannenkoeken. “Vakantietijd…pannenkoeken…dat kan toch altijd?” Hoor ik menig lezer denken, tuurlijk, ik ben het helemaal met jullie eens, pannenkoeken kunnen natuurlijk het hele jaar door. Waarom ik deze post koppel aan vakantietijd is omdat ik deze variant vaak maak als lekker hapje om mee te nemen als we een dagje weg gaan, of voor tijdens de middagstop als we op vakantie gaan en lang moeten rijden. Vaak worden we tijdens zo’n rit een beetje flauw en dit hartige hapje pept ons dan weer op. Het recept komt van een Noorse website: www.tine.no en het gerecht heet daar: “fylte pannekaker”.

Volgens het recept zou je er 8 pannenkoeken van moeten kunnen maken, wij komen meestal op 6 stuks uit. We snijden ze doormidden en vriezen ze in. De avond voordat we vertrekken mogen ze ontdooien in de koelkast en zo hebben we de volgende dag heerlijk koele pannenkoeken met pesto-gehakt-vulling.

Pannenkoeken met pesto-gehakt-vulling

Ingrediënten:

Voor de pannenkoeken:

  • 2,5 dl tarwebloem
  • 6 dl magere of halfvolle melk
  • 3 eieren
  • 1/2 theelepel zout
  • 2 eetlepels boter

Voor de vulling:

  • 400 gram gehakt
  • 1 eetlepel roomboter
  • 1 theelepel zout (ik vind dit nogal veel en houd het bij een half theelepeltje)
  • 2 dl (magere) crème fraiche
  • 1 eetlepel groene pesto (hier maak ik meestal 1,5 tot 2 lepels van)
  • 2 dl geraspte kaas

Werkwijze:

  • Doe de bloem in een kom en roer met de helft van de melk tot een glad mengsel.
  • Klop de rest van melk, eieren, zout en gesmolten boter erdoor.
  • Bak in een ingevette pan 8 pannenkoeken.
  • Laat ze afkoelen op een bord.
  • Bak het gehakt in een hapjespan bruin.
  • Roer het zout, de crème fraiche en de pesto erdoor heen.
  • Laat het gehaktmengsel enkele minuten koken en laat daarna afkoelen.
  • Verdeel het gehaktmengsel over de pannenkoeken en strooi de kaas erover heen.
  • Rol de pannenkoeken op en doe er eventueel boterham- of bakpapier omheen.
  • Invriezen of in de koelkast wegzetten tot gebruik.

Tip:
Ook zonder kaas smaakt dit gerecht prima.

Pannenkoeken met kardemom

Voor de verandering eens een recept voor iets dat niet in de oven wordt gebakken, maar in een pan: pannenkoeken. Nu moet ik bekennen dat ik thuis wel de bakker ben, maar over het algemeen niet van pannenkoeken. Mijn man is meestal degene die het om de zoveel tijd, tijd vindt worden om pannenkoeken te bakken. En ach, wij houden hem dan niet tegen! Het zijn dan ook niet zomaar pannenkoeken gemaakt met een kant en klaar mix, maar pannenkoeken met een Scandinavische twist: pannenkoeken met kardemom! De kardemom geeft een licht kruidige maar vooral frisse toets aan de pannenkoeken. Het onderstaande recept is ruim voldoende voor ons gezin: 2 volwassenen en 2 kleine kinderen.

Pannenkoeken met kardemom

Ingrediënten:

  • 188 gram zelfrijzend bakmeel
  • 188 gram tarwebloem
  • snufje zout
  • 1/8 ste theelepel gemalen kardemom
  • 3 eieren
  • 750 ml melk
  • zonnebloemolie

Werkwijze:

  • Doe het zelfrijzend bakmeel en de tarwebloem in een kom.
  • Meng met een garde het zout en de kardemom erdoor.
  • Maak een kuiltje en doe daar de eieren in.
  • Voeg al roerend de helft van de melk toe.
  • Meng totdat er bijna geen klonten meer in zitten.
  • Voeg de helft van de overgebleven melk toe.
  • Meng tot een klontvrij beslag.
  • Voeg de rest van de melk toe en mix tot een glad beslag.
  • Het beslag moet de dikte hebben van magere yoghurt zodat het goed uitvloeit in de pan. Is het te dik, voeg dan nog iets melk toe.
  • Verwarm een (pannen)koekenpan met een scheutje olie. De pan is heet genoeg als de olie makkelijk uitvloeit.
  • Roer het beslag nog even door en giet een beetje in de pan.
  • Beweeg de pan zo dat het beslag goed uitvloeit tot een mooie, dunne pannenkoek.
  • Bak op middelhoog vuur.
  • Als de bovenkant droog begint te worden, de pannenkoek omkeren.
  • Bak de pannenkoek aan beide kanten goudbruin.
  • Eet smakelijk!