Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Kaassoufflés

Ik heb er al eerder over geschreven: wij hebben geen friteuse en slechts één keer per jaar komt hier een prachtig retro pan met oranje met roze bloemen van geëmailleerd gietijzer uit de kast. Die één keer per jaar valt natuurlijk samen met de jaarwisseling., want oliebollen en appelbeignets moeten er dan toch zeker zelf gebakken worden. (Dat is soms toch het nadeel van zelf maken. Je weet hoe lekker iets kan zijn en lust ineens sommige dingen uit de winkel niet meer wat je bijna verplicht om het zelf te maken, ook als je een keer wat minder zin hebt.) Als ik dan toch de pan met olie op het vuur heb, wil ik ook altijd nog iets extra’s maken. vorig jaar waren dat de churro’s, dit jaar ben ik voor kaassoufflés gegaan. Die bleken verrassend simpel te maken te zijn, veel simpeler dan ik had verwacht! en niet geheel onbelangrijk, lekker waren ze ook nog eens! Op nieuwjaarsdag zijn alle kaassoufflés opgegaan, we hebben ze toen op 180 graden op een rooster opgewarmd in de oven. Ik was van plan om ze in te vriezen, maar dat was dus niet nodig. Dit recept is goed voor 10 kaassoufflés.

Ingrediënten:

  • 10 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 10 kant en klare plakken jong belegen of belegen kaas (afhankelijk van je smaak)
  • losgeklopt ei
  • paneermeel
  • frituurolie

Werkwijze:

  • Breng de olie in de frituurpan op 180 graden Celsius.
  • Leg de bladerdeegplakjes los van elkaar (met het plastic er nog aan) op het aanrecht te ontdooien.
  • Vouw een voorgesneden plakje kaas in vieren en leg dit op de linkerhelft van een plakje. Snijdt eventueel een randje van de kaas af zodat het beter in het deeg past.
  • Vouw het plakje dicht en druk de randen heel goed aan.
  • Haal het plasticje eraf en haal het deegpakketje door losgeklopt ei en vervolgens door het paneermeel.
  • Frituur in de pan tot de kaassoufflé mooi goudbruin is en bol staat.
  • Eet direct of laat ze afkoelen en warm ze later op, liggend op het rooster van een oven (180 graden Celsius).

Bron: eigen recept

Wentelteefjes

Wentelteefjes horen voor mij bij vakantie. Toen ik nog klein was en in de vakantie mocht logeren bij mijn opa en oma, dan werd ik door hen verwend met een flink bord vol van deze lekkernij. Gaan wij tegenwoordig op vakantie naar Denemarken of Noorwegen, dan blijken die wentelteefjes heerlijk te zijn als warm middagmaaltje. Handig als je wat minder brood eet in de vakantie en daardoor droog brood over hebt. Verse eieren halen bij de boer verderop, bakje aardbeien kopen bij een stalletje langs de kant van de weg en smullen maar. Het maken van wentelteefjes was van oorsprong bedoeld om te voorkomen dat oud brood weggegooid moest worden. Een recept tegen het verspillen van voedsel dus, daar zouden we tegenwoordig best weer wat meer rekening mee mogen houden! Daarnaast zijn wentelteefjes ook nog eens heel snel en eenvoudig te maken. Kan je daarna met een vol buikje weer lekker met je boek je luie (strand)stoel in duiken. Dit recept is goed voor 5 wentelteefjes.

Ingrediënten:

  • 100 gram ei (ca. 2 eieren maat M)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 150 gram halfvolle melk
  • 5 sneetjes oud bruinbrood (witbrood kan ook)
  • klont ongezouten roomboter voor het bakken
  • beetje fijne kristalsuiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Roer ei, suiker, kaneel en melk door elkaar in een ovenschaaltje waar een boterham in past.
  • Leg hier een sneetje oud brood in terwijl je de boter in een koekenpan laat smelten.
  • Keer het brood even om, laat even uitlekken en hevel dan over naar de hete koekenpan.
  • Bak het wentelteefje aan beide kanten goudbruin.
  • Snijd diagonaal door en serveer met suiker naar behoefte. Lekker met wat friszoete aardbeien erbij!

Bron: eigen recept.

Vanillevla

Nederland staat erom bekend dat het een echt toetjesland is. Vorig jaar kreeg mijn man voor zijn verjaardag een yoghurtmachine. Het is niets meer dan een rechthoekige bak met een verwarmingselement waarin glazen potten staan. Doe in ieder potje een beetje yoghurt en vul aan met lauwe melk en de volgende dag kan je smullen van je zelfgemaakte yoghurt. Doe daar wat vers fruit in uit de tuin en het (toetjes)feest is compleet en geheel suikervrij. De zelfgemaakte yoghurt zouden we niet meer willen missen, maar af en toe stond er nog wel een pak vanillevla uit de supermarkt in de koelkast. Het zou toch leuk zijn als we daar ook vanaf konden raken! Gezien het succes van dit recept zal dat zeker gebeuren. De schaaltjes waren al snel leger dan leeg, en de kinderen brulden in koor dat dit veel lekkerder was dan uit de winkel, een mooi compliment! De vla is wat minder geel dan die uit de winkel, maar dat komt omdat ik er geen kleurstoffen in heb gedaan. De zwarte spikkeltjes in de vla geven aan dat er echte vanille is gebruikt; wat natuurlijk een veel lekkerder resultaat geeft dan kunstmatig aroma!

Ingrediënten:

  • 1 liter volle melk
  • 1 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 100 gram eidooier
  • 80 gram fijne kristalsuiker
  • 30 gram maïzena
  • eventueel vers fruit.

Werkwijze:

  • Doe de melk in een pan, maar houd 6 eetlepels achter.
  • Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Doe dit in de pan. Het lege stokje kan je meekoken voor extra smaak of in een bus met fijne kristalsuiker doen zodat je na een tijdje homemade vanillesuiker hebt.
  • Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtig geheel.
  • Roer de maïzena erdoor.
  • Schenk de overgebleven melk erbij en roer goed door.
  • Breng de melk met het vanillemerg al roerend aan de kook.
  • Giet het eidooiermengsel al roerend bij de kokende melk.
  • Breng weer aan de kook en laat nog een paar minuten zachtjes doorkoken tot het geheel merkbaar dikker wordt. Maak je geen zorgen als de vanillevla nog niet zo dik is als hij zou moeten zijn, bij het afkoelen dikt hij nog in.
  • Dek de vla af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • laat de vla afkoelen en bewaar tot gebruik in de koelkast.
  • Serveer met wat vers fruit en smullen maar!

Bron: eigen recept

 

Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen schuimkransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept

Flatbrød met rømmegrøt en spekemat

Ik had in mijn blogpost over onze vakantie in Noorwegen al geschreven over de hutten waar we bij de wandelingen neer waren gestreken om wafels of rømmegrøt met flatbrød en spekemat te eten. Het recept voor de Noorse wafels staat al op mijn blog, maar die voor rømmegrøt met flatbød en spekemat nog niet! Tot nu dan, want dat werd natuurlijk hoog tijd, zeker omdat ik jullie Noorse recepten had beloofd! Rømmegrøt is in bijna elke toeristenhut in Noorwegen te krijgen. Het is een vrij machtige pap van zure room die geserveerd wordt met flatbrød en verschillende soorten zoute, gekruide vleessoorten zoals elandworst, rendierworst en varkensspek. Men kan naar smaak de meegeserveerde suiker en kaneel over de pap strooien. Flatbrød is een broodsoort zonder gist en wordt in Noorwegen gebakken op een takke. Dit is een gietijzeren ronde, platte plaat boven een verwarmingsbron. Met een speciale deegroller met een reliëf van vierkantjes wordt een mooi patroon in het flatbrød gerold. Of dit behalve uiterlijk nog een functie heeft is mij niet bekend. Flatbrød is -mits deze goed droog gebakken is- heel lang houdbaar. De gezouten vleesproducten en zure room natuurlijk ook. Ik vermoed dan ook dat deze machtige kost bittere noodzaak was als men afgelegen in een berghut zat en het winter was waardoor de aanvoer van verse producten lastig werd. Bovendien kan ik je vertellen dat deze machtige pap na een fikse wandeling er echt wel in gaat en dat zal vroeger na een dag stevige arbeid niet anders zijn geweest. Het recept voor het flatbrød heb ik proberen te maken in een pannenkoekenpan (lijkt wel iets op een takke vond ik) en op een bakplaat in de oven. Beide methoden werken goed, mits je de ovendeur op een kier laat staan zodat het vocht eruit kan ontsnappen en het flatbrød niet te donker kleurt, want het hoort vrij bleek te blijven. Het recept is goed voor ca. 8 grote flatbrøden. Het recept voor de rømmegrøt is goed voor ca. 4 personen.

flatbrød met rømmegrøt en spekemat

Ingrediënten:

Flatbrød:

  • 150 gram tarwebloem
  • 25 gram fijn volkoren tarwemeel
  • 40 gram volkoren roggemeel
  • 4 á 5 gram zout
  • 150 gram volle melk
  • rijstebloem als strooibloem

Rømmegrøt:

  • 600 gram zure room (seterrømme in Noorwegen)
  • 100 gram gezeefde bloem
  • 5oo gram volle melk
  • zout naar smaak

Voor het serveren:

  • zoute, gekruide soorten vlees naar keuze. Bij gebrek aan rendier en elandworst koos ik voor ossenworst, kipfilet, pancetta en rudercervelaatworst.
  • roomboter
  • schaaltje suiker
  • schaaltje gemalen kaneel

Werkwijze:

  • Maak eerst het flatbrød.
  • Meng in een kom tarwebloem, tarwemeel, rogemeel, zout en melk met elkaar tot een soepele deegbal. Zodra het deeg een soepele bal vormt, mag je stoppen met kneden. (Je hoeft niet zo lang door te gaan als bij brood.)
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en druk tot een plat pakketje.
  • Leg dit 20 minuten in de vriezer tot het deeg goed gekoeld is.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 180 graden Celsius, hetelucht.
  • Verdeel het deeg in stukjes. Ik nam stukjes van 35 gram voor het bakken in de pannenkoekenpan en stukken van 75 gram voor in de oven.
  • Rol elk stukje tot een balletje.
  • Bestrooi je werkblad met wat rijstebloem en rol een balletje deeg zo dun als mogelijk uit met een deegroller. Zorg ervoor dat je het plakje deeg steeds een stukje verder draait, zodat het deeg overal egaal dik wordt en de buitenkant mooi rond wordt.
  • Rol een stukje van je deeg om je rolstok en breng het flatbrød over op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Wil je je flatbrød liever maken met behulp van een pannenkoekpan: breng het flatbrød over naar de pan en bak het daar op een middelmatige warmtebron. Mijn inductiekookplaat heeft 9 standen, ik gebruikte stand 5. De pan hoeft niet ingevet te worden.
  • Bak het flatbrød in de pan tot het krokant begint te worden, het mag niet te veel kleuren. Pas als het helemaal droog is, is het brood klaar.
  • Bak het flatbrød in de oven met de ovendeur op een klein kiertje zodat het vocht eruit kan. Het bakken duurt ca. 7 minuten, maar is afhankelijk van oven, dikte en grootte van het deeg. Denk er ook hier om dat het deeg niet te veel mag kleuren.
  • Ga door met het bakproces tot alle deegstukken gebakken zijn. Laat ze afkoelen op een rooster. Bewaar ze in een afgesloten trommel of zak.
  • Maak nu de rømmegrøt.
  • Kook de zure room al roerend gedurende 3-4 minuten in een ruime steelpan.
  • Breng in een andere steelpan al roerend de melk aan de kook.
  • Roer de bloem door de zure room tot er geen klontjes meer zichtbaar zijn.
  • Verdun al roerend beetje bij beetje de zure room met de kokende melk.
  • Breng de pap op smaak met zout.
  • Serveer de pap warm in een kom en geef hier kaneel en suiker bij zodat een ieder dit naar eigen behoefte door de pap kan roeren.
  • Breek het flatbrød in stukken en serveer dit samen met de verschillende vleessoorten en wat boter bij de pap.
  • God appetit!

Bron: flatbrød: eigen recept. Rømmegrøt: //elinlarsen.net/mors-rommegrot/

Trommelkoek / poffert met appel

Ik schreef in mijn vorige blogpost al over de variant van de trommelkoek / poffert met appel die mijn ouders vroeger altijd maakten. Natuurlijk bracht al die nostalgie ook de wens naar boven om deze variant weer eens te maken. In mijn herinnering was hij kleffig, maar zoals ik hem heb gemaakt was deze meer broodachtig en niet klef. Deze variant heeft zelf geen hele uitgesproken smaak, maar met wat boter en bruine suiker is hij wel erg lekker, maar dat is wel iets dat deze variant echt nodig heeft. Ik kwam ergens ook nog een variant tegen die gemaakt werd met veel meer boter en suiker, daar ben ik ook wel heel erg benieuwd naar! Kortom: het poffert / trommelkoek verhaal is nog niet afgesloten! Dit recept is goed voor 1 grote trommelkoek, gebakken in een speciale poffertvorm van 2,2 liter. (je kan ook een tulbandvorm gebruiken.

trommelkoek / poffert met appel

Ingrediënten:

  • 375 gram (brood)bloem
  • 4 gram zout
  • verse citroenrasp naar smaak (ik gebruikte 1,0 gram, ik zal de volgende keer een tikje minder doen)
  • 9 gram instant gist
  • 300 gram volle melk
  • 75 gram ei (1,5 ei maat M)
  • 175 gram grof geraspte of in blokjes gesneden appel (ik gebruikte Jonagold)
  • zachte roomboter voor het insmeren van de vorm.
  • paneermeel voor het bestrooien van de vorm.
  • Roomboter en bruine suiker voor het serveren

Werkwijze:

  • Doe de bloem, het zout en de citroenrasp in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de instant gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg melk en ei toe en roer goed door tot een glad beslag.
  • Voeg de geraspte of in blokjes gesneden appel toe en roer nog eens goed door.
  • Bestrijk de gehele binnenkant van de poffertvorm (of de tulbandvorm) met boter.
  • Bedek de binnenkant helemaal met een laagje paneermeel.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Dek af met het deksel en zet weg op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius, gedurende een uur.
  • Vul een pan met water en breng dit aan de kook.
  • Zet de poffertvorm in de pan en sluit de pan af met een deksel. Zorg er voor dat het water niet in de poffertvorm kan lopen.
  • Laat zachtjes koken gedurende ca. 90 tot 105 minuten.
  • De poffert klaar als de kerntemperatuur 95 graden Celisus heeft bereikt, of als je er een saté prikker in steekt en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat eventjes afkoelen in de vorm en keer de vorm dan om op een bord.
  • Serveer met roomboter  (evt. gesmolten voor extra smeuïgheid) en bruine suiker.