Vakantie Noorwegen 2018

Vorig jaar hebben we helaas een jaartje moeten overslaan, maar dit jaar mochten we dan weer ein-de-lijk naar Noorwegen! Het leven is zwaar als je als Noorwegen verslaafde een jaar moet overslaan! 😉
We begonnen onze reis op maandagochtend in Friesland en ‘s avonds zaten we met zijn allen aan zee in het Noorden van Denemarken. Een strandwandeling bij ondergaande zon maken is altijd fijn na zo’n lange rit!

De volgende dag maakten we de oversteek met de boot naar Langesund in Noorwegen en kon de vakantie echt beginnen! Hoewel het in Noorwegen ook heel erg warm (zeker voor Noorse begrippen!) was geweest gingen we van 27 graden in Langsund binnen een uur terug naar 15 graden meer het binnenland in. Dankzij de microklimaatjes sta je soms voor dit soort verrassingen in Noorwegen. Gelukkig konden we de 37 graden die in Nederland werd aangetikt, fijn achter ons laten. Wij zijn niet van die enorme warmte liefhebbers, plus dat er wat activiteiten op het programma stonden waarbij gematigd weer een stuk prettiger is dan de brandende zon op je hoofd! die activiteiten bestonden voornamelijk uit wandelingen maken. Als opwarmertje gingen we de tweede dag van ons verblijf het bos achter onze camping in. Prompt gleed ik bij het eerste het beste bergbeekje uit en haalde een natte voet…dat krijg je ervan als je een jaar Noorwegen overslaat! Gelukkig ging de tweede wandeling een stuk voorspoediger en haalden we al snel de top van de Falkenuten op 1096 meter en konden we genieten van het panorama uitzicht.

De volgende dag kwamen we er (na al ca. 12 keer in Noorwegen te zijn geweest) achter dat de waarschuwingsbordjes voor overstekende elanden er tóch niet voor de sier staan… Op een afgelegen weggetje stapte er midden op de dag zomaar een dames eland de vangrail over, keek ons net zo verbaasd aan als wij haar en stapte verder naar de overkant van de weg, zo het bos in. Het ging zo snel dat we er helaas geen foto van hebben, maar beter dat je van zoiets bewust in het echt geniet, dan dat je het vluchtig door een schermpje bekeken mee krijgt! De imposante gestalte zullen we in ieder geval niet snel vergeten!

Door naar Haukeliseter Fjellstue vanwaar we een wandeling van ca. 7 km zouden doen. Vergeet daarbij niet (voordat je denkt dat we daar heel snel mee klaar waren) dat Noorse wandelroutes meestal in tijd worden uitgedrukt in plaats van in kilometers. Over deze 7 km deden we namelijk een groot deel van de dag. Dit komt onder andere door het vele stijgen en dalen. Het pad bleek slechts een schapenpaadje en soms was het nauwelijks zichtbaar waar we langs moesten. Gelukkig gaan onze kinderen al sinds ze klein zijn mee met ons naar Noorwegen en zijn het ervaren spoorzoekers gevonden. Al met al hebben we genoten met zijn allen en hadden we op deze dag een mooie ontmoeting met een aantal lemmingen.

Wie de bergen in gaat moet goed materiaal hebben, je weet immers nooit wat je tegenkomt. Daarom gaan er op zijn minst voor ieder gezinslid goede schoenen, wandelstokken, dagruzakken voor de nodige proviant en kleding mee.

Onderweg moet je goed eten, want je verbrand ook aardig wat tijdens zo’n tocht. Naast een paar goed belegde boterhammen wil je op een gegeven moment ook wel wat anders, hiervoor nemen wij (en veel Noren) ene pakje kvikk lunsj mee. Dit zijn chocoladereepjes gelijk aan kitkat. Het merk is zo verbonden aan bergwandelingen dat de regels voor het wandelen in de bergen op de binnenkant van de verpakking gedrukt staan! Vaak nemen we ook een pakje lefse mee. Dit zijn een soort dikke pannenkoekjes besmeerd met een mengsel met boter, suiker en kaneel. Niet te veel van eten, want ze zijn flink machtig! Mogelijk kom je tijdens je wandeling een DNT hut tegen. Dit zijn hutten van de Noorse toerist service. Sommige hutten zijn onbemand. als je lid bent van de DNT krijg je de sleutel en mag je hier slapen en wat van de proviand gebruiken. Andere hutten zijn bemand en serveren onder andere Noorse wafels met jam en zure room en zure roompap welke rømmegrøt wordt genoemd. Deze machtige pap wordt vaak geserveerd met gesmolten boter, rozijnen en suiker en kaneel om erdoorheen te roeren. Daarnaast krijg je er flatbrød en spekemat bij. (platbrood met vleeswaren, tot nu toe kregen we vaak eland- of rendierworst, gedroogde ham en rookvlees van ik denk geit, erbij geserveerd. Het recept voor lefse , het recept voor rømmegrøt med flatbrød og spekemat  en het recept voor Norsk vafler staan op mijn site. Na het wandelen is stevige kost zeer welkom. Een mengsel van vlees, aardappelen, wortel en ui bijvoorbeeld. In Noorwegen heet dit Brun Lapskaus. Wij kochten het in blik, maar ik wil het uiteraard thuis nog eens zelf maken!

     

Een volgende wandeling was een wandeling naar Geiterygghytta. Dit is een DNT hut die zeer afgelegen ligt. Je kan er niet met de auto heen rijden. We liepen door een ruig, verlaten landschap waarbij donkere wolken en door de zon uitgelichte bergen deel uitmaakten van ons uitzicht. Wat een prachtig gezicht! Eenmaal in de hut schuif je aan in een gezellige woonkamer met uitzicht op een meer, de kippen en de loslopende schapen. In het meer zie je de vis voor de maaltijd van die avond gevangen worden. Bijzonder in zo’n hut vind ik de sfeer. Iedereen laat netjes zijn schoenen, tas en jas achter in de hal (en je hoeft niet bang te zijn dat je nadien op sokken verder moet). Iedereen is tevreden en moe van het wandelen en loopt er op zijn sokken door de soort van woonkamer. Boeken en spelletjes en in dit geval zelfs muziekinstrumenten liggen daar voor een ieder om te gebruiken. Respect voor elkaars spullen en de natuur is hier een vast gegeven. zoals het overal zou moeten zijn. In de hut hebben we een heerlijk zuurdesembroodje met brie, sla, gefermenteerde rode ui en gedroogde tomaatjes gegeten. De kinderen hadden een Noorse wafel. Wat een verwennerij! Onderweg kwamen we multebær tegen, ook wel bergbraambessen genoemd. Ze zijn eetbaar en groeien alleen heel noordelijk.

Norsk vafler                  

Op een avond klaarde de lucht ineen helemaal op. Omdat het vrij warm was genoten we nog even van een ijsje en besloten daarna een stuk over de Hardangervidda (een hoogvlakte in Noorwegen) te rijden. Die beslissing bleek de enige juiste die we hadden kunnen nemen. We werden getrakteerd op blauwe meren, blauwe luchten en een schitterend landschap boven de boomgrens met her en der stenen alsof er een reus met keien heeft lopen strooien. Zo’n woest landschap boven de boomgrens met uitzicht tot oneindig maakt dat je je als mens ontzettend klein voelt. Hier heerst de natuur en kan je niet anders dan er respect voor hebben! Jongste zoon verzuchtte: “wat ben ik klein en wat is de wereld enorm groot…” Ondertussen stonden wij stil te kijken naar het prachtige landschap, maar was de temperatuur snel gezakt van 22 graden op de camping naar 5 graden op de Hardangervidda. Daar stonden we dan in onze korte broeken met sandalen!

Veel sneller dan we wilden kwam de laatste wandeling van de vakantie in zicht: de 2000 treden naar Hallingskarvet. een route die met stenen tot een trap gemaakt is, maar verkijk je niet! Sowieso loop ik liever op een pad dat niet voor mij uitgelegd is zodat ik zelf mijn tred kan bepalen, maar waar het op de foto heel lieflijk begon werd al snel een hele steile klim! In ca. 1,5 km 600 meter stijgen tot uiteindelijk 1800 meter. Ik redde het helaas net niet tot de top, maar manlief en de jongste hebben bijna de hele route gelopen, diep respect heb ik voor ze! Ook diep respect voor de Noren die hun hardlooprondje naar boven en weer naar beneden doen, moeders met peuters achterop hun rug die even naar boven klimmen en net zo fris weer naar beneden gaan… Op vlak gebied kan ik einden lopen zonder centje pijn, maar dit was ik duidelijk niet gewend. Misschien heeft de hoogte ook meegespeeld, ik weet het niet. Desalniettemin heb ook ik genoten van de uitzichten die zich met elke meter stijgen aan ons ontvouwden.

  

Veel te snel naar onze zin waren we weer thuis. Wat hebben we het heerlijk gehad en wat zijn er daar een boel normen en waarden en de natuurlijke omgeving die ik hier thuis ontzettend mis. Hopelijk komt er snel weer een gelegenheid om te genieten van de schoonheid van dit land! Als aandenken heb ik natuurlijk een en ander meegenomen; heerlijke Noorse jam (minder zoet en stevig dan de Nederlandse), lefse, kvikk lunsj, en natuurlijk (een boekenliefhebber kan niet zonder) twee Noorse boeken. Een boek over fermenteren en een boek over het bakken van biologisch brood. Een super boek van een biologische bakkerijketen uit Noorwegen. Duidelijk mensen die weten wat ze doen want de theorie is uitgebreid en klopt precies en er staan vele recepten in waarvan ik sta te popelen om ze te maken. Zo kan ik toch wat in Noorse sferen blijven!

 

 

 

 

Aardbeienijsjes met hangop

Naast de workshops die ik de afgelopen weken heb gegeven is de oven hier nauwelijks aan geweest. Bakken met buitentemperaturen van 37 graden en de bijbehorende oplopende binnentemperaturen, zie ik niet zo zitten. IJs maken daarentegen past beter bij de aanhoudende hitte. Je hoeft voor deze ijsjes gelukkig niet lang in de keuken te staan, de meeste tijd zit hem in het wachten tot de yoghurt uitgelekt is en tot het ijs bevroren is. Kan je ondertussen mooi in het zwembad duiken! Dit recept is goed voor ca. 8 aardbeienijsjes met hangop, afhankelijk van het formaat vormpje dat je gebruikt.

aardbeienijsjes met hangop

Ingrediënten:

  • 540 gram volle yoghurt
  • 355 gram verse aardbeien, ontkroond
  • 62 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Giet de yoghurt op een kaasdoek (of schone theedoek) die in een zeef boven een kom hangt.
  • Zet een aantal uren in de koelkast tot je in de doek een stevige massa over hebt en het vocht eruit gelekt is. Je hebt nu hangop gemaakt.
  • Doe de aardbeien in een pan en pureer met de staafmixer.
  • Voeg de suiker toe en breng het geheel aan de kook.
  • Laat ca. 10 minuten op een halfhoog vuur inkoken tot je een licht stroperig mengsel over hebt.
  • Laat afkoelen en zet daarna ook in de koelkast in afwachting tot de hangop klaar is.
  • Meng hangop en aardbeienpuree met elkaar in een kom en giet in een kom.
  • Vul de ijsvormpjes en tik deze een aantal keren op je werkblad zodat de luchtbellen naar boven komen.
  • Zet in de vriezer en wacht tot ze volledig bevroren zijn.

Bron: eigen recept

 

 

Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Kaassoufflés

Ik heb er al eerder over geschreven: wij hebben geen friteuse en slechts één keer per jaar komt hier een prachtig retro pan met oranje met roze bloemen van geëmailleerd gietijzer uit de kast. Die één keer per jaar valt natuurlijk samen met de jaarwisseling., want oliebollen en appelbeignets moeten er dan toch zeker zelf gebakken worden. (Dat is soms toch het nadeel van zelf maken. Je weet hoe lekker iets kan zijn en lust ineens sommige dingen uit de winkel niet meer wat je bijna verplicht om het zelf te maken, ook als je een keer wat minder zin hebt.) Als ik dan toch de pan met olie op het vuur heb, wil ik ook altijd nog iets extra’s maken. vorig jaar waren dat de churro’s, dit jaar ben ik voor kaassoufflés gegaan. Die bleken verrassend simpel te maken te zijn, veel simpeler dan ik had verwacht! en niet geheel onbelangrijk, lekker waren ze ook nog eens! Op nieuwjaarsdag zijn alle kaassoufflés opgegaan, we hebben ze toen op 180 graden op een rooster opgewarmd in de oven. Ik was van plan om ze in te vriezen, maar dat was dus niet nodig. Dit recept is goed voor 10 kaassoufflés.

Ingrediënten:

  • 10 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 10 kant en klare plakken jong belegen of belegen kaas (afhankelijk van je smaak)
  • losgeklopt ei
  • paneermeel
  • frituurolie

Werkwijze:

  • Breng de olie in de frituurpan op 180 graden Celsius.
  • Leg de bladerdeegplakjes los van elkaar (met het plastic er nog aan) op het aanrecht te ontdooien.
  • Vouw een voorgesneden plakje kaas in vieren en leg dit op de linkerhelft van een plakje. Snijdt eventueel een randje van de kaas af zodat het beter in het deeg past.
  • Vouw het plakje dicht en druk de randen heel goed aan.
  • Haal het plasticje eraf en haal het deegpakketje door losgeklopt ei en vervolgens door het paneermeel.
  • Frituur in de pan tot de kaassoufflé mooi goudbruin is en bol staat.
  • Eet direct of laat ze afkoelen en warm ze later op, liggend op het rooster van een oven (180 graden Celsius).

Bron: eigen recept

Wentelteefjes

Wentelteefjes horen voor mij bij vakantie. Toen ik nog klein was en in de vakantie mocht logeren bij mijn opa en oma, dan werd ik door hen verwend met een flink bord vol van deze lekkernij. Gaan wij tegenwoordig op vakantie naar Denemarken of Noorwegen, dan blijken die wentelteefjes heerlijk te zijn als warm middagmaaltje. Handig als je wat minder brood eet in de vakantie en daardoor droog brood over hebt. Verse eieren halen bij de boer verderop, bakje aardbeien kopen bij een stalletje langs de kant van de weg en smullen maar. Het maken van wentelteefjes was van oorsprong bedoeld om te voorkomen dat oud brood weggegooid moest worden. Een recept tegen het verspillen van voedsel dus, daar zouden we tegenwoordig best weer wat meer rekening mee mogen houden! Daarnaast zijn wentelteefjes ook nog eens heel snel en eenvoudig te maken. Kan je daarna met een vol buikje weer lekker met je boek je luie (strand)stoel in duiken. Dit recept is goed voor 5 wentelteefjes.

Ingrediënten:

  • 100 gram ei (ca. 2 eieren maat M)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 150 gram halfvolle melk
  • 5 sneetjes oud bruinbrood (witbrood kan ook)
  • klont ongezouten roomboter voor het bakken
  • beetje fijne kristalsuiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Roer ei, suiker, kaneel en melk door elkaar in een ovenschaaltje waar een boterham in past.
  • Leg hier een sneetje oud brood in terwijl je de boter in een koekenpan laat smelten.
  • Keer het brood even om, laat even uitlekken en hevel dan over naar de hete koekenpan.
  • Bak het wentelteefje aan beide kanten goudbruin.
  • Snijd diagonaal door en serveer met suiker naar behoefte. Lekker met wat friszoete aardbeien erbij!

Bron: eigen recept.

Vanillevla

Nederland staat erom bekend dat het een echt toetjesland is. Vorig jaar kreeg mijn man voor zijn verjaardag een yoghurtmachine. Het is niets meer dan een rechthoekige bak met een verwarmingselement waarin glazen potten staan. Doe in ieder potje een beetje yoghurt en vul aan met lauwe melk en de volgende dag kan je smullen van je zelfgemaakte yoghurt. Doe daar wat vers fruit in uit de tuin en het (toetjes)feest is compleet en geheel suikervrij. De zelfgemaakte yoghurt zouden we niet meer willen missen, maar af en toe stond er nog wel een pak vanillevla uit de supermarkt in de koelkast. Het zou toch leuk zijn als we daar ook vanaf konden raken! Gezien het succes van dit recept zal dat zeker gebeuren. De schaaltjes waren al snel leger dan leeg, en de kinderen brulden in koor dat dit veel lekkerder was dan uit de winkel, een mooi compliment! De vla is wat minder geel dan die uit de winkel, maar dat komt omdat ik er geen kleurstoffen in heb gedaan. De zwarte spikkeltjes in de vla geven aan dat er echte vanille is gebruikt; wat natuurlijk een veel lekkerder resultaat geeft dan kunstmatig aroma!

Ingrediënten:

  • 1 liter volle melk
  • 1 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 100 gram eidooier
  • 80 gram fijne kristalsuiker
  • 30 gram maïzena
  • eventueel vers fruit.

Werkwijze:

  • Doe de melk in een pan, maar houd 6 eetlepels achter.
  • Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Doe dit in de pan. Het lege stokje kan je meekoken voor extra smaak of in een bus met fijne kristalsuiker doen zodat je na een tijdje homemade vanillesuiker hebt.
  • Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtig geheel.
  • Roer de maïzena erdoor.
  • Schenk de overgebleven melk erbij en roer goed door.
  • Breng de melk met het vanillemerg al roerend aan de kook.
  • Giet het eidooiermengsel al roerend bij de kokende melk.
  • Breng weer aan de kook en laat nog een paar minuten zachtjes doorkoken tot het geheel merkbaar dikker wordt. Maak je geen zorgen als de vanillevla nog niet zo dik is als hij zou moeten zijn, bij het afkoelen dikt hij nog in.
  • Dek de vla af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • laat de vla afkoelen en bewaar tot gebruik in de koelkast.
  • Serveer met wat vers fruit en smullen maar!

Bron: eigen recept

 

Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen schuimkransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept