Loempia’s

Slechts één keer per jaar halen wij op 31 december de gietijzeren, oranje met roze bloemetjes, geëmailleerde pan onder het stof vandaan en gaat het los in de keuken. Oliebollen en appelbeignets zijn hier vaste prik. Daarbij bak ik ook altijd één nieuw ding. Dit (of eigenlijk afgelopen) jaar waren dit loempia’s. De buurvrouw kwam gezellig meehelpen en zo stonden we samen in de keuken te kletsen, loempia’s te rollen en te bakken. Zij was verbaasd hoe makkelijk je zelf loempia’s kan maken en heeft ze ‘s avonds thuis nog eens gemaakt. Met dit recept maakten we ongeveer 20 stuks.

Ingrediënten:

  • scheut sesamolie
  • 450 gram Chinese wokgroente, gesneden (als je van pit houdt, kan je ook Thaise groentemix gebruiken)
  • 2 gram Chinese 5-spices poeder
  • 2 scheuten ketjap manis
  • 100 gram mihoen (rijstvermicelli), geweekt volgens voorschriften op de verpakking
  • ca. 20 loempia vellen, ik gebruikte diepvriesvellen van Spring Home die ik bij Albert Heijn kocht.
  • 1 losgeklopt ei
  • Olie om in te frituren

Werkwijze:

  • Verhit in een koekenpan de sesamolie en bak de wokgroente met de 5-spices kort op een hoge temperatuur.
  • Meng de ketjap en de geweekte, uitgelekte mihoen door de groente.
  • Laat de groente afkoelen en de loempiavellen ontdooien.
  • Nu is het tijd om de loempia’s op te rollen, wij gebruikten de “burrito methode”. Voor een filmpje zie deze link op Wikihow
  • Bestrijk twee tegenover elkaar liggende kanten met een beetje ei.
  • Leg wat vulling over de breedte van het loempiavel.
  • Vouw de zijkanten een stukje naar binnen, over de vulling heen.
  • Rol de loempia nu strak op en strijk de naad goed dicht.
  • Bak de loempia’s in olie van 180 graden Celsius. Bak ze ca. 3 minuten aan de ene kant en 3 minuten aan de andere kant.
  • Serveer de loempia’s met sweet chilisaus.

Bron: eigen recept

Crème brûlée

Dit nagerecht moét ik wel met jullie delen. Het zou asociaal zijn om zoiets lekkers niet met anderen te delen! En daar zit eigenlijk ook de kern van wat het zo leuk maakt om bijvoorbeeld met Kerst voor anderen te koken en te bakken. Het delen van iets dat je met liefde hebt gemaakt en op deze manier mensen bij elkaar te brengen en samen te laten genieten, dat geeft iedere kok en bakker, professioneel of niet, een goed gevoel. Het fijne van dit dessert is dat je het grotendeels ruim van tevoren kan maken. Wat rest is op het laatst de suiker karamelliseren. Dit geeft een hard, glasachtig laagje dat een mooi contrast geeft met de zijdezachte custard. Dit recept is goed voor 6 bakjes van 150 ml met crème brûlée.

crème brûlée

Ingrediënten:

  • 550 gram slagroom
  • 1 dikke, vette en flexibele vanillepeul
  • 85 gram fijne kristalsuiker
  • 165 gram eidooier
  • rietsuiker

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 125 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de slagroom in een pan en doe hier het merg van een goede vanillepeul bij.
  • Meng in een kom de suiker door de eidooiers.
  • Verwarm de slagroom al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de slagroom terwijl je goed roert bij de eidooiers.
  • Verdeel het custardmengsel over de 6 ramekins (ovenvast schaaltje voor o.a. crème brûlée).
  • Zet de ramekins in een ovenbestendige bak (bijv. een braadslede).
  • Vul deze tot 40% van de ramekins onder water staan.
  • Laat in de oven garen gedurende 75 tot 90 minuten tot de binnenkant nog wiebelig is, maar de boven- en buitenkant steviger beginnen te worden.
  • Laat de schaaltjes afkoelen en zet ze dan minimaal 3 uur in de koelkast.
  • Haal ze vlak voor het serveren uit de koelkast.
  • Bestrooi ze gelijkmatig met een dun laagje rietsuiker en karamelliseer deze met een brandertje.
  • Zorg ervoor dat de karamel goudbruin wordt, maar niet donkerder dan dat, dit smaakt erg bitter.
  • Heb je geen brandertje, dan kan de suiker ook gekaramelliseerd worden door de schaaltjes onder de ovengrill te zetten.
  • Serveer direct omdat de karamellaag direct na het branden lekker knapperig is, maar zachter zal worden naarmate deze langer staat, doordat deze laag vocht aan de custard onttrekt. En juist met je lepel de harde laag breken en eronder de romige custard vinden is als het uitpakken van een mooi cadeautje! Eet smakelijk!

Bron: eigen recept

Pavlova

Een befaamd toetje met Kerstmis is de Pavlova. Vernoemd naar de balletdanseres Anna Pavlova. Als je met een beetje fantasie kijkt naar het dessert kan je je voorstellen dat de mooi opgespoten eiwitten de geplooide stof van de tutu van een balletdanseres zouden kunnen voorstellen. De basis bestaat uit een -meestal- komvormig geheel van opgeslagen eiwitten waarbij mede de toevoeging van een zuur ervoor zorgt dat de buitenkant bros is, maar de binnenkant dik stroperig. Vaak wordt hier wat slagroom op geschept en het geheel afgewerkt met fruit. Door voor kwark met gelatine te kiezen, heb je iets minder last van het vocht dat het eiwit zacht maakt. De kwark is lekker fris door de limoen en daardoor -naar mijn idee- niet zo zwaar als een flinke dot slagroom. De kleuren zijn met wit, rood en groen ook lekker “kerstig”. Smullen maar!

pavlova

Ingrediënten:

Eiwitschuim:

  • 125 gram (gepasteuriseerd) eiwit op kamertemperatuur
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 5,5 gram maïzena
  • 10 gram limoensap

Opmaak:

  • 2 blaadjes gelatine
  • 30 gram limoensap
  • 300 gram volle kwark
  • 20 gram fijne kristalsuiker
  • rasp van een halve limoen
  • frambozen naar eigen inzicht voor het decoreren
  • rasp van een halve limoen ter decoratie

Werkwijze:

  • Klop de eiwitten in een brandschone kom met een brandschone garde tot ze wittig beginnen te worden.
  • Voeg dan beetje bij beetje de fijne kristalsuiker toe en klop verder tot het eiwit in glanzende pieken omhoog blijft staan.
  • Meng in een kommetje de maïzena met het limoensap en meng dit door de stijfgeslagen eiwitten.
  • Verdeel de eiwitten over twee spuitzakken.
  • Spuit met een rond, glad spuitmondje cirkels van 9 cm op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Werk daarbovenop rondom af met een St. Honorè spuitje maat 30 waarbij je van buiten naar binnen kan werken, of van binnen naar buiten.
  • Druk indien nodig met de bolle kan van een lepel een kuil in het midden.
  • Droog het schuim op 100 graden Celsius, conventioneel met onder en bovenwarmte in de oven tot het droog is aan de buitenkant en stevig genoeg om van de bakplaat te tillen. Het drogen zal afhankelijk van de dikte van het schuim 2-3 uur in beslag nemen.
  • Week de gelatine in ruim, koud water tot het goed zacht is.
  • Laat de gelatine uitlekken en verwarm deze samen met het limoensap in een pannetje tot de gelatine gesmolten is.
  • Roer de gesmolten gelatine snel door de kwark tot het goed verdeeld is.
  • Roer de suiker en de limoenrasp door de kwark en zet in de koelkast tot deze steviger begint te worden.
  • Schep de kwark in de holtes van de pavlova en maak af met frambozen en limoenrasp.
  • Serveer vlot nadat je de kwark erop hebt geschept.

Bron: eigen recept

 

Crème fraîche

In de stapel boeken over fermenteren die ik van mijn buurvrouw te leen kreeg, stonden zo enorm veel leuke dingen! En die moet ik dan natuurlijk allemaal uitproberen, met als gevolg dat mijn hele aanrecht nu vol staat met pruttelende wekpotten… Gelukkig snapt mijn gezin inmiddels dat er heerlijke dingen uit komen, dus dat ze het even met iets minder ruimte moeten doen in de keuken, nemen ze voor lief. En zolang de protesten niet te luid worden, grijp ik mijn kans om al die leuke experimenten uit te voeren. Natuurlijk werk je met bacteriën en er kan altijd iets niet helemaal goed gaan, dus houd je neus, ogen en smaakpapillen goed open. Vertrouw je het eindresultaat echt niet, dan kan je het beter weggooien en opnieuw beginnen. Werk altijd met brandschoon materiaal en schone handen.
Crème fraîche maken is zo kinderlijk eenvoudig dat je bijna geen excuus meer hebt om het in de winkel te kopen. En wat een hele grote plus is: de smaak was zo rijk en romig, dat heb ik bij crème fraîche uit de winkel niet vaak geproefd. Je zou bijna de hele pot leeglepelen… Wat weer een lege pot oplevert en ruimte voor het maken van iets nieuws…waar is die lepel!? 😉

crème fraîche

Ingrediënten:

  • 250 gram slagroom
  • 15 gram biologische karnemelk

Werkwijze:

  • Doe de slagroom in een brandschone pot.
  • Meng met de karnemelk.
  • Zet over de opening van de pot een schone zakdoek vast met een elastiekje.
  • Laat 24 uur bij kamertemperatuur staan.
  • Als het mengsel goed lobbig is geworden, sluit je de pot af met een deksel en zet deze in ieder geval 4 uur in de koelkast tot gebruik. In de koelkast is de crème fraîche nog een kleine week houdbaar.

Bron: Diverse recepten van internet, maar ook het boek “Over rot” van Meneer Wateetons en het boek “Verrot lekker” van Christian Weij.

 

 

Vakantie Noorwegen 2018

Vorig jaar hebben we helaas een jaartje moeten overslaan, maar dit jaar mochten we dan weer ein-de-lijk naar Noorwegen! Het leven is zwaar als je als Noorwegen verslaafde een jaar moet overslaan! 😉
We begonnen onze reis op maandagochtend in Friesland en ‘s avonds zaten we met zijn allen aan zee in het Noorden van Denemarken. Een strandwandeling bij ondergaande zon maken is altijd fijn na zo’n lange rit!

De volgende dag maakten we de oversteek met de boot naar Langesund in Noorwegen en kon de vakantie echt beginnen! Hoewel het in Noorwegen ook heel erg warm (zeker voor Noorse begrippen!) was geweest gingen we van 27 graden in Langsund binnen een uur terug naar 15 graden meer het binnenland in. Dankzij de microklimaatjes sta je soms voor dit soort verrassingen in Noorwegen. Gelukkig konden we de 37 graden die in Nederland werd aangetikt, fijn achter ons laten. Wij zijn niet van die enorme warmte liefhebbers, plus dat er wat activiteiten op het programma stonden waarbij gematigd weer een stuk prettiger is dan de brandende zon op je hoofd! die activiteiten bestonden voornamelijk uit wandelingen maken. Als opwarmertje gingen we de tweede dag van ons verblijf het bos achter onze camping in. Prompt gleed ik bij het eerste het beste bergbeekje uit en haalde een natte voet…dat krijg je ervan als je een jaar Noorwegen overslaat! Gelukkig ging de tweede wandeling een stuk voorspoediger en haalden we al snel de top van de Falkenuten op 1096 meter en konden we genieten van het panorama uitzicht.

De volgende dag kwamen we er (na al ca. 12 keer in Noorwegen te zijn geweest) achter dat de waarschuwingsbordjes voor overstekende elanden er tóch niet voor de sier staan… Op een afgelegen weggetje stapte er midden op de dag zomaar een dames eland de vangrail over, keek ons net zo verbaasd aan als wij haar en stapte verder naar de overkant van de weg, zo het bos in. Het ging zo snel dat we er helaas geen foto van hebben, maar beter dat je van zoiets bewust in het echt geniet, dan dat je het vluchtig door een schermpje bekeken mee krijgt! De imposante gestalte zullen we in ieder geval niet snel vergeten!

Door naar Haukeliseter Fjellstue vanwaar we een wandeling van ca. 7 km zouden doen. Vergeet daarbij niet (voordat je denkt dat we daar heel snel mee klaar waren) dat Noorse wandelroutes meestal in tijd worden uitgedrukt in plaats van in kilometers. Over deze 7 km deden we namelijk een groot deel van de dag. Dit komt onder andere door het vele stijgen en dalen. Het pad bleek slechts een schapenpaadje en soms was het nauwelijks zichtbaar waar we langs moesten. Gelukkig gaan onze kinderen al sinds ze klein zijn mee met ons naar Noorwegen en zijn het ervaren spoorzoekers gevonden. Al met al hebben we genoten met zijn allen en hadden we op deze dag een mooie ontmoeting met een aantal lemmingen.

Wie de bergen in gaat moet goed materiaal hebben, je weet immers nooit wat je tegenkomt. Daarom gaan er op zijn minst voor ieder gezinslid goede schoenen, wandelstokken, dagruzakken voor de nodige proviant en kleding mee.

Onderweg moet je goed eten, want je verbrand ook aardig wat tijdens zo’n tocht. Naast een paar goed belegde boterhammen wil je op een gegeven moment ook wel wat anders, hiervoor nemen wij (en veel Noren) ene pakje kvikk lunsj mee. Dit zijn chocoladereepjes gelijk aan kitkat. Het merk is zo verbonden aan bergwandelingen dat de regels voor het wandelen in de bergen op de binnenkant van de verpakking gedrukt staan! Vaak nemen we ook een pakje lefse mee. Dit zijn een soort dikke pannenkoekjes besmeerd met een mengsel met boter, suiker en kaneel. Niet te veel van eten, want ze zijn flink machtig! Mogelijk kom je tijdens je wandeling een DNT hut tegen. Dit zijn hutten van de Noorse toerist service. Sommige hutten zijn onbemand. als je lid bent van de DNT krijg je de sleutel en mag je hier slapen en wat van de proviand gebruiken. Andere hutten zijn bemand en serveren onder andere Noorse wafels met jam en zure room en zure roompap welke rømmegrøt wordt genoemd. Deze machtige pap wordt vaak geserveerd met gesmolten boter, rozijnen en suiker en kaneel om erdoorheen te roeren. Daarnaast krijg je er flatbrød en spekemat bij. (platbrood met vleeswaren, tot nu toe kregen we vaak eland- of rendierworst, gedroogde ham en rookvlees van ik denk geit, erbij geserveerd. Het recept voor lefse , het recept voor rømmegrøt med flatbrød og spekemat  en het recept voor Norsk vafler staan op mijn site. Na het wandelen is stevige kost zeer welkom. Een mengsel van vlees, aardappelen, wortel en ui bijvoorbeeld. In Noorwegen heet dit Brun Lapskaus. Wij kochten het in blik, maar ik wil het uiteraard thuis nog eens zelf maken!

     

Een volgende wandeling was een wandeling naar Geiterygghytta. Dit is een DNT hut die zeer afgelegen ligt. Je kan er niet met de auto heen rijden. We liepen door een ruig, verlaten landschap waarbij donkere wolken en door de zon uitgelichte bergen deel uitmaakten van ons uitzicht. Wat een prachtig gezicht! Eenmaal in de hut schuif je aan in een gezellige woonkamer met uitzicht op een meer, de kippen en de loslopende schapen. In het meer zie je de vis voor de maaltijd van die avond gevangen worden. Bijzonder in zo’n hut vind ik de sfeer. Iedereen laat netjes zijn schoenen, tas en jas achter in de hal (en je hoeft niet bang te zijn dat je nadien op sokken verder moet). Iedereen is tevreden en moe van het wandelen en loopt er op zijn sokken door de soort van woonkamer. Boeken en spelletjes en in dit geval zelfs muziekinstrumenten liggen daar voor een ieder om te gebruiken. Respect voor elkaars spullen en de natuur is hier een vast gegeven. zoals het overal zou moeten zijn. In de hut hebben we een heerlijk zuurdesembroodje met brie, sla, gefermenteerde rode ui en gedroogde tomaatjes gegeten. De kinderen hadden een Noorse wafel. Wat een verwennerij! Onderweg kwamen we multebær tegen, ook wel bergbraambessen genoemd. Ze zijn eetbaar en groeien alleen heel noordelijk.

Norsk vafler                  

Op een avond klaarde de lucht ineen helemaal op. Omdat het vrij warm was genoten we nog even van een ijsje en besloten daarna een stuk over de Hardangervidda (een hoogvlakte in Noorwegen) te rijden. Die beslissing bleek de enige juiste die we hadden kunnen nemen. We werden getrakteerd op blauwe meren, blauwe luchten en een schitterend landschap boven de boomgrens met her en der stenen alsof er een reus met keien heeft lopen strooien. Zo’n woest landschap boven de boomgrens met uitzicht tot oneindig maakt dat je je als mens ontzettend klein voelt. Hier heerst de natuur en kan je niet anders dan er respect voor hebben! Jongste zoon verzuchtte: “wat ben ik klein en wat is de wereld enorm groot…” Ondertussen stonden wij stil te kijken naar het prachtige landschap, maar was de temperatuur snel gezakt van 22 graden op de camping naar 5 graden op de Hardangervidda. Daar stonden we dan in onze korte broeken met sandalen!

Veel sneller dan we wilden kwam de laatste wandeling van de vakantie in zicht: de 2000 treden naar Hallingskarvet. een route die met stenen tot een trap gemaakt is, maar verkijk je niet! Sowieso loop ik liever op een pad dat niet voor mij uitgelegd is zodat ik zelf mijn tred kan bepalen, maar waar het op de foto heel lieflijk begon werd al snel een hele steile klim! In ca. 1,5 km 600 meter stijgen tot uiteindelijk 1800 meter. Ik redde het helaas net niet tot de top, maar manlief en de jongste hebben bijna de hele route gelopen, diep respect heb ik voor ze! Ook diep respect voor de Noren die hun hardlooprondje naar boven en weer naar beneden doen, moeders met peuters achterop hun rug die even naar boven klimmen en net zo fris weer naar beneden gaan… Op vlak gebied kan ik einden lopen zonder centje pijn, maar dit was ik duidelijk niet gewend. Misschien heeft de hoogte ook meegespeeld, ik weet het niet. Desalniettemin heb ook ik genoten van de uitzichten die zich met elke meter stijgen aan ons ontvouwden.

  

Veel te snel naar onze zin waren we weer thuis. Wat hebben we het heerlijk gehad en wat zijn er daar een boel normen en waarden en de natuurlijke omgeving die ik hier thuis ontzettend mis. Hopelijk komt er snel weer een gelegenheid om te genieten van de schoonheid van dit land! Als aandenken heb ik natuurlijk een en ander meegenomen; heerlijke Noorse jam (minder zoet en stevig dan de Nederlandse), lefse, kvikk lunsj, en natuurlijk (een boekenliefhebber kan niet zonder) twee Noorse boeken. Een boek over fermenteren en een boek over het bakken van biologisch brood. Een super boek van een biologische bakkerijketen uit Noorwegen. Duidelijk mensen die weten wat ze doen want de theorie is uitgebreid en klopt precies en er staan vele recepten in waarvan ik sta te popelen om ze te maken. Zo kan ik toch wat in Noorse sferen blijven!

 

 

 

 

Aardbeienijsjes met hangop

Naast de workshops die ik de afgelopen weken heb gegeven is de oven hier nauwelijks aan geweest. Bakken met buitentemperaturen van 37 graden en de bijbehorende oplopende binnentemperaturen, zie ik niet zo zitten. IJs maken daarentegen past beter bij de aanhoudende hitte. Je hoeft voor deze ijsjes gelukkig niet lang in de keuken te staan, de meeste tijd zit hem in het wachten tot de yoghurt uitgelekt is en tot het ijs bevroren is. Kan je ondertussen mooi in het zwembad duiken! Dit recept is goed voor ca. 8 aardbeienijsjes met hangop, afhankelijk van het formaat vormpje dat je gebruikt.

aardbeienijsjes met hangop

Ingrediënten:

  • 540 gram volle yoghurt
  • 355 gram verse aardbeien, ontkroond
  • 62 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Giet de yoghurt op een kaasdoek (of schone theedoek) die in een zeef boven een kom hangt.
  • Zet een aantal uren in de koelkast tot je in de doek een stevige massa over hebt en het vocht eruit gelekt is. Je hebt nu hangop gemaakt.
  • Doe de aardbeien in een pan en pureer met de staafmixer.
  • Voeg de suiker toe en breng het geheel aan de kook.
  • Laat ca. 10 minuten op een halfhoog vuur inkoken tot je een licht stroperig mengsel over hebt.
  • Laat afkoelen en zet daarna ook in de koelkast in afwachting tot de hangop klaar is.
  • Meng hangop en aardbeienpuree met elkaar in een kom en giet in een kom.
  • Vul de ijsvormpjes en tik deze een aantal keren op je werkblad zodat de luchtbellen naar boven komen.
  • Zet in de vriezer en wacht tot ze volledig bevroren zijn.

Bron: eigen recept

 

 

Citroenlimonadesiroop

Met warm zomerweer heb je waarschijnlijk geen zin om de oven aan te zetten om te bakken. Wel heb je dan vaak zin in een verfrissende dorstlesser. Citroenlimonade vind ik altijd een fijn drankje als de zomer om de hoek komt kijken. Natuurlijk is citroenlimonadesiroop prima verkrijgbaar in de supermarkt, maar het is zoveel leuker en lekkerder om het zelf te maken! En nog kinderlijk eenvoudig ook, dus waar wacht je nog op?

citroenlimonadesiroop

 

Ingrediënten:

  • 100% citroensap
  • 73% kristalsuiker

Ik beschrijf in dit recept de ingrediënten met percentages omdat niet elke citroen even veel sap bevat en je op deze manier heel gemakkelijk een recept groot of klein kan maken. Ik gebruikte 7 citroenen waar ik 270 gram sap uit haalde. Ik voegde 197 gram suiker toe.

Werkwijze:

  • Leg de citroenen een tijdje in warm water, ze laten dan meer sap los bij het uitpersen.
  • Pers de citroenen uit en zeef het sap boven een pan.
  • Weeg al het sap en voeg van dit gewicht 73% aan grammen suiker toe.
  • Breng het geheel aan de kook, wacht tot de suiker geheel opgelost is en laat dit mengsel een aantal minuten zachtjes pruttelen tot de siroop op een koude lepel zichtbaar iets stroperig wordt.
  • Giet het geheel over in een gepasteuriseerde glazen fles.
  • Sluit af en bewaar (na het afkoelen) in de koelkast.
  • Leng naar behoefte aan met gekoeld water en geniet van de zomer!

Bron: eigen recept

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Kaassoufflés

Ik heb er al eerder over geschreven: wij hebben geen friteuse en slechts één keer per jaar komt hier een prachtig retro pan met oranje met roze bloemen van geëmailleerd gietijzer uit de kast. Die één keer per jaar valt natuurlijk samen met de jaarwisseling., want oliebollen en appelbeignets moeten er dan toch zeker zelf gebakken worden. (Dat is soms toch het nadeel van zelf maken. Je weet hoe lekker iets kan zijn en lust ineens sommige dingen uit de winkel niet meer wat je bijna verplicht om het zelf te maken, ook als je een keer wat minder zin hebt.) Als ik dan toch de pan met olie op het vuur heb, wil ik ook altijd nog iets extra’s maken. vorig jaar waren dat de churro’s, dit jaar ben ik voor kaassoufflés gegaan. Die bleken verrassend simpel te maken te zijn, veel simpeler dan ik had verwacht! en niet geheel onbelangrijk, lekker waren ze ook nog eens! Op nieuwjaarsdag zijn alle kaassoufflés opgegaan, we hebben ze toen op 180 graden op een rooster opgewarmd in de oven. Ik was van plan om ze in te vriezen, maar dat was dus niet nodig. Dit recept is goed voor 10 kaassoufflés.

Ingrediënten:

  • 10 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 10 kant en klare plakken jong belegen of belegen kaas (afhankelijk van je smaak)
  • losgeklopt ei
  • paneermeel
  • frituurolie

Werkwijze:

  • Breng de olie in de frituurpan op 180 graden Celsius.
  • Leg de bladerdeegplakjes los van elkaar (met het plastic er nog aan) op het aanrecht te ontdooien.
  • Vouw een voorgesneden plakje kaas in vieren en leg dit op de linkerhelft van een plakje. Snijdt eventueel een randje van de kaas af zodat het beter in het deeg past.
  • Vouw het plakje dicht en druk de randen heel goed aan.
  • Haal het plasticje eraf en haal het deegpakketje door losgeklopt ei en vervolgens door het paneermeel.
  • Frituur in de pan tot de kaassoufflé mooi goudbruin is en bol staat.
  • Eet direct of laat ze afkoelen en warm ze later op, liggend op het rooster van een oven (180 graden Celsius).

Bron: eigen recept