Glutenvrije gevulde koeken

Bij het opruimen en controleren van mijn voorraad kwam er een pak glutenvrij zelfrijzend bakmeel opduiken die bijna aan de datum was. Deze was nog over de workshop oranjekoek bakken die ik had gegeven aan iemand met coeliakie. Pas kreeg ik ook de vraag of ik bij de workshop “koeken en koekjes” een glutenvrije variant kon doen. Dit samen maakte dat ik dat mooi eens kon proberen op deze glutenvrije gevulde koeken. Na een paar aanpassingen kreeg ik deze heerlijke gevulde koeken, ook erg lekker voor mensen voor wie het niet noodzakelijk is om glutenvrij te eten. Dit recept is goed voor 6 glutenvrije gevulde koeken.

glutenvrije gevulde koeken

Ingrediënten:

Deeg:

  • 130 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (Ik gebruikte Vrij van gluten, zelfrijzend bakmeel van Albert Heijn)
  • 70 gram ongezouten roomboter, koud en in blokjes
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 5 gram gemalen kaneel
  • 13 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 55 gram amandelmeel
  • 55 gram kristalsuiker
  • 5,5 gram citroenrasp
  • 30 gram losgeklopt ei

Afwerking:

  • 1/2 losgeklopt ei
  • 6 garneeramandelen

Werkwijze:

  • Doe het glutenvrije zelfrijzend bakmeel in een kom en wrijf de koude blokjes boter erdoorheen, ga door tot alle grote stukken boter klein zijn. Je krijgt nu een zanderig mengsel, het hoeft nog niet samen te komen.
  • Meng nu de basterdsuiker, zout en kaneel door het mengsel.
  • Voeg het ei toe en kneed tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast om terug te koelen.
  • Maak nu de spijs.
  • Meng amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom.
  • Voeg het ei toe en meng tot een dikke, gelijkmatige brij.
  • Verpak ook dit in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Ideaal gezien laat je de smaken een nachtje trekken. Heb je deze tijd niet, laat het deeg dan minimaal een half uur in de koelkast liggen.
  • Verwarm de oven voor op 215 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op 3 mm dikte op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad.
  • Steek met een geschulpte steker (glad mag natuurlijk ook) van 8,5 cm 12 cirkels uit.
  • Leg 6 deegplakjes met voldoende afstand tot elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Verdeel de spijs in 6 gelijke bolletjes en leg deze in het midden van de plakjes deeg.
  • Bevochtig met een vinger de randen van de plakjes en leg op elk plakje met spijs 1 van de 6 overgebleven plakjes.
  • Druk elk plakje aan zodat de spijs zich rustig verdeeld over de koek, tot een halve cm van de rand af.
  • Druk met een vork de randjes voorzichtig dicht; steek niet door het deeg heen.
  • Bestrijk de koeken met losgeklopt ei en druk de amandel in het midden van de koek.
  • Laat het eistrijksel aandrogen en bestrijk nog een keer. Doe dit zorgvuldig, want je ziet na het bakken precies waar je een plekje bent vergeten!
  • Bak de koeken in het midden van de oven gedurende 13-14 minuten tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Laat afkoelen op de bakplaat.

Bron: eigen recept

Suikervrije spritsen

Onlangs gaf ik een hele geslaagde workshop “koekjes en koeken”. We maakten daarbij gevulde koeken, Amsterdamse koggetjes en spritsen. Hoewel dat allemaal heerlijke koeken en koekjes zijn, zijn ze in de traditionele variant wat minder geschikt voor mensen die op hun suikerinname willen letten. Vanzelfsprekend kan je het ook bij één koekje laten en niet direct de hele trommel leegeten. Al is dat natuurlijk een behoorlijk lastige opgave met zulke smakelijke, zelfgemaakte koekjes 😉  Van één van de deelnemers -die het liefst suikerarm en/of suikervrij wil eten- kreeg ik de vraag of het niet wat minder kon met de suiker in koekjes. Op zich is dat een lastige omdat suiker een belangrijke functie vervult in het maken van een bros, knapperig en bruin koekje. Wetende wat de suiker voor functie vervult, had ik mijn twijfels, maar toen ik dit recept bedacht, bleek het heel erg mee te vallen! Het koekje ziet er iets hakkeliger uit dan een ‘normale’ sprits, maar wat heel belangrijk is; de lijnen van het spuitmondje bleven mooi staan! De buitenkant was lekker bros, de binnenkant iets zachter dan een “normale” sprits. De banaan zoet het koekje en proef je ook wel terug, maar dat is maar heel weinig. Dit recept is goed voor 12 suikervrije spritsen.

suikervrije spritsen

Ingrediënten:

  • 100 gram zachte, ongezouten grasroomboter op kamertemperatuur
  • 5 gram citroenrasp
  • 0,8 gram zout
  • 14 gram losgeklopt ei
  • 90 gram rijpe banaan, geprakt
  • 125 gram patentbloem
  • 1,4 gram bakpoeder, gezeefd

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Wrijf de zachte roomboter samen met de citroenrasp en het zout luchtig op je werkbank. De boter moet heel licht van kleur worden en zalfig worden.
  • Voeg het ei toe en wrijf tot dit helemaal is opgenomen.
  • Wrijf de geprakte banaan door de boter tot het helemaal is opgenomen.
  • Meng het bakpoeder door de bloem heen.
  • Voeg het bloemmengsel bij de roomboter en wrijf een dikke minuut tot alles is opgenomen en je een glad, wit mengsel hebt.
  • Schep dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit ongeveer 12 rondjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in het midden van de oven gedurende ca. 48 minuten goudbruin. Doe een aantal minuten voor het einde van de baktijd de ovendeur even open om de stoom uit de oven te laten. Door de koekjes 48 minuten op 150 graden, krijg je brosse koekjes die nauwelijks naar banaan smaken. Je kan de koekjes ook op 160 graden Celsius bakken gedurende 33 minuten, dan zijn de koekjes wat zachter, maar ook wat zoeter.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster en bewaar in een trommel. Waarschijnlijk zijn deze koekjes door het gebrek aan suiker en het iets hogere vochtgehalte dan normaal wat minder lang houdbaar dan suikerrijke koekjes. Ik heb dit echter niet kunnen uitproberen, want de trommel was zó leeg!

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Amsterdamse koggetjes / nougatientjes

Het Amsterdamse koggetje of het nougatientje is in 1934 ontstaan bij een wedstrijd voor het bedenken van een nieuw   Amsterdams koekje. Een lid van de neutrale bakkerij vereniging won en de Katholieke bakkerijvereniging Sint Nicolaas stond even met lege handen. Het Amsterdamse koggetje werd in speciaal ontworpen koekblikken verkocht, enkel bij de neutrale bakkers. Als tegenreactie hierop ontwikkelden de leden van Sint Nicolaas een ander koekje: het Amsterdamse geveltje. Ook hiervoor werd een speciaal blik ontworpen en de verkoop was speciaal voorbehouden aan Katholieke bakkers. Het Amsterdamse koggetje is tegenwoordig verkrijgbaar door heel Nederland, het Amsterdamse geveltje lijkt een stille aftocht te hebben gehad, want ik kan hier niets meer over vinden. De naam koggetje komt uit het oude gemeentewapen van Amsterdam; hier stond een kort en breed vrachtschip op afgebeeld: een kogge. De andere naam nougatientje verwijst ongetwijfeld naar de nougat die in het koekje zit. De ene bakker gebruikt hiervoor suiker en amandelschaafsel, sommige recepten gaan ook uit van enkel gekarameliseerde suiker. Amsterdamse koggetjes worden gemaakt van een roerdeeg. Dit is een deeg met relatief veel boter en suiker waardoor het sterk uitvloeit. Het deeg wordt geroerd en niet luchtig gewreven zoals bij bijv. spritsen die van een wrijfdeeg gemaakt zijn. Met dit recept maak je ca. 40 koekjes.

Amsterdamse koggetjes / nougatientjes

Ingrediënten:

Nougat (je houdt wat over, dit is voldoende voor twee keer volgens dit recept koggetjes maken):

  • 100 gram lichtbruine rietsuiker
  • 33 gram water
  • 16,5 gram ongezouten roomboter

Deeg:

  • 150 gram zachte, ongezouten grasroomboter op kamertemperatuur (deze botersoort wordt goed zacht op kamertemperatuur, dit vergemakkelijkt het spuiten)
  • 130 gram witte basterdsuiker
  • 1 gram zout
  • 20 gram losgeklopt ei
  • 150 gram Zeeuwse bloem (ook wel patisseriebloem of banketbakkersbloem genoemd) Heb je dit niet, haal dan een goedkoop pak bloem uit de supermarkt.
  • 60 gram nougat

Werkwijze:

  • Begin met het maken van de nougat.
  • Doe in een pan de rietsuiker, het water en de boter.
  • Verwarm dit zonder te roeren tot 150 graden Celsius.
  • Giet het zeer hete mengsel uit op een met bakpapier beklede bakplaat tot een dunne plak.
  • Laat afkoelen.
  • Snijd in stukjes.
  • Maak nu het koekdeeg.
  • Verwarm de oven op 160 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Roer de roomboter glad.
  • Roer de basterdsuiker en het zout door de boter.
  • Roer het ei door het mengsel.
  • Roer tot slot de bloem door het mengsel tot alles opgenomen is.
  • Neem 60 gram van de gesneden karamel en roer dit door het deeg.
  • Doe het deeg over in een spuitzak met een glad spuitmondje van 13 mm en spuit dopjes op een met bakpapier beklede bakplaat van ca. 2,5 cm doorsnede.
  • Houd voldoende ruimte tussen de koekjes, ze vloeien namelijk erg uit tijdens het bakken.
  • Bak de koekjes in het midden van de oven gedurende ca. 16-18 minuten, tot de randjes goudbruin kleuren.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept van het NBC uit het boek “banketbakkersproducten”

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

Allerhande speltkoekjes

We blijven nog even met spelt bakken, ik had namelijk nog wat over van het speltbrood dat ik onlangs bakte. Deze koekjes zijn daarmee tarwevrij, maar ook melkvrij omdat de persoon waar ik deze voor bakte niet tegen tarwe, rogge en melk kan. De koekjes vielen zeer goed in de smaak, niet alleen bij diegene waarvoor ik ze eigenlijk gemaakt had. Bij de workshops die ik die week ook nog gaf gingen de handen van de cursisten regelmatig in de pot met deze speltkoekjes ipv in de koektrommel die ik op tafel heb staan met zelf gekochte koekjes. Meestal werd er nog een tweede genomen, wat toch wel moet betekenen dat ze lekker waren! Dat deze koekjes zo populair waren betekende echter ook dat ik niet de kans heb gehad om een mooie foto te schieten. Tot ik ze weer maak zullen jullie het met deze foto moeten doen. Ik heb ca. 15 koekjes met dit recept gemaakt, maar dat hangt natuurlijk helemaal van het soort uitsteker af.

Ingrediënten:

  • 100 gram speltbloem
  • 60 gram plantenmargarine (AH), koud, in blokjes
  • 40 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 0,5 gram baking soda
  • 0,7 gram zout
  • drup eigeel

Werkwijze:

  • Doe de speltbloem in een kom en wrijf hier met de toppen van je vingers de blokjes margarine door tot je een zanderig mengsel hebt.
  • Voeg de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout toe en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg een drup eigeel toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg. Valt deze nog uit elkaar voeg dan nog een drupje eigeel toe net zo lang tot het deeg glad is en samenhang heeft.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat minimaal een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg op een licht met speltbloem bestoven werkblad uit tot ca. 4 mm.
  • Steek de gewenste vormen uit en leg de koekjes op enige afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in 18-20 minuten goudbruin en gaar (Verschilt per vorm/formaat). De koekjes zijn goed als de randen goudbruin beginnen te kleuren.

Bron: aangepast recept naar een recept voor Allerhande koekjes uit het boek: Banketbakkersproducten van het NBC

Glutenvrije Fryske dúmkes

Onlangs gaf ik op verzoek een glutenvrije workshop oranjekoek bakken. Iemand die al 20 jaar door coeliakie geen oranjekoek meer had kunnen eten hoopte nu dat door de workshop eindelijk wel weer te kunnen. Je kunt je vast wel voorstellen hoe blij deze dame was toen ze met haar glutenvrije oranjekoek weer richting Delft toog! Natuurlijk wilde ik ook iets lekkers (en liefst typisch Fries) bij de thee tijdens de workshop serveren. Omdat ik voor de oranjekoek toch glutenvrij zelfrijzend bakmeel in huis had gehaald, besloot ik glutenvrije Fryske dúmkes te maken. Ze pakten heel goed uit. Lekker bros met een heerlijke anijssmaak. Het proberen waard, ook voor mensen die niet glutenvrij moeten eten.

Glutenvrije Fryske dúmkes

Ingrediënten:

  • 125 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik haalde een pak van het AH huismerk)
  • 60 gram koude roomboter in blokjes
  • 0,5 gram zout
  • 1,5 gram gemalen kaneel (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen anijszaad (1/2 tl)
  • 4 gram anijszaad
  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram eidooier
  • iets water

Werkwijze:

  • Wrijf met je vingertoppen de blokjes roomboter door het glutenvrije zelfrijzend bakmeel heen tot alles goed verdeeld is en je een zanderig mengsel hebt.
  • Meng nu de overige droge ingrediënten er doorheen.
  • Meng dan de eidooier door het droge mengsel heen.
  • Tot slot iets water (beetje bij beetje) toevoegen tot je een samenhangend deeg hebt waarvan je je kunt voorstellen dat je het uit kan rollen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol de dúmkes uit tot een rechthoekige lap op een met glutenvrije bloem bestoven werkblad tot een dikte van 1 cm.
  • Snijd rechthoekige koekjes in het formaat van een duim.
  • Bak de koekjes in ca. 20 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn. Open de deur tijdens het bakken niet.
  • Laat afkoelen en bewaar ze in een luchtdichte trommel.

Bron: eigen recept

Lange vingers

Al een aantal keren heb ik in de loop der jaren lange vingers proberen te maken en nooit was het resultaat wat ik ervan verwachtte. De ene keer waren ze helemaal zacht, de andere keer liepen ze uit zodat ik één plaatvinger had… Toch bleef het intrigeren, het zou toch een relatief simpel koekje moeten zijn zou je zeggen. Dus toen ik vandaag het recept voor lepelbiscuit of lange vingers in het boek “handleiding voor de banketbakker” van Dominique Bonen zag staan, besloot ik het toch maar weer eens te proberen. En ja, wat fijn, dit keer lukte het perfect! In het boek, dat samen gebundeld is met “handleiding voor de bakker” staan zowel banket- als broodrecepten. Daarnaast vind je er een zeer uitgebreid theoriedeel in. Een absolute aanrader voor wie wat serieuzer aan de bak wil. Natuurlijk kan je de lange vingers aan je kleintje geven, maar ze zijn ook prima te gebruiken voor tiramisu en diverse taarten. Met dit recept maakte ik ongeveer 45 lange vingers.

Ingrediënten:

  • 100 gram eidooier
  • 25 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram maïzena
  • 150 gram eiwit
  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram maïzena
  • 100 gram bloem
  • Castorsuiker of fijne suiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop in een kom de eidooiers met de 25 gram fijne kristalsuiker en de 25 gram maïzena goed los.
  • Klop in een andere, brandschone kom zonder bloem-, vet-, of schoonmaakmiddelresten de eiwitten op tot ze witschuimig worden.
  • Voeg dan beetje bij beetje de 75 gram suiker toe en klop verder tot het eiwit in pieken omhoog blijft staan maar nog wel soepel is.
  • Zeef de maïzena en de bloem bij elkaar.
  • Spatel voorzichtig 1/3 deel van het eiwit door het losgeklopte eigeel.
  • Doe hier de gezeefde bloem en maïzena bij en spatel voorzichtig door tot het goed opgenomen is.
  • Spatel nu de rest van de eiwitten voorzichtig door het mengsel heen. Probeer het geheel zo luchtig mogelijk te houden.
  • Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 mm.
  • Spuit op een met bakpapier beklede bakplaat strepen (met enige tussenruimte) van ca. 8 cm.
  • Zeef de castor- of fijne suiker over het gespoten beslag heen.
  • Zet direct in het midden van de oven en bak ongeveer 15-17 minuten.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak dan nog even 5 minuten na op een ovenrooster op 180 graden Celsius met hetelucht en de ovendeur op een heel klein kiertje. Zo worden de koekjes goed droog.

Bron: “Handleiding voor de (banket)bakker” door Dominiqe Bonen.

 

Deense hindbærsnitter

Als je wel eens in Denemarken bent geweest, dan zullen de Deense hindbærsnitter je vast niet ontgaan zijn. Ze liggen bij veel bakkers en supermarkten liggen in de schappen. Het is een typisch Deense lekkernij van twee koekjes met daartussen een laag goede frambozenjam en waarvan het bovenste koekje afgewerkt is met wit glazuur en decoratie. Soms zie je dat hiervoor sprinkles gebruikt zijn, maar vaker zie je de variant die ik maakte (en die ik persoonlijk het mooiste vind) met stukjes gevriesdroogde framboos en gehakte pistachenootjes. De Koekjes doen voor mij echt zomers aan met die prachtige kleuren en het geeft natuurlijk een nóg zomers tintje als de frambozenjam tussen de koekjes is gemaakt van frambozen uit eigen tuin! Dit recept is goed voor 6 royale stukken.

Deense hindbærsnitter

Ingrediënten:

Koek:

  • 250 gram tarwebloem
  • 1,5 gram gezeefde bakpoeder
  • 150 gram ongezouten roomboter, koud, in blokjes
  • 100 gram (liefst zelfgemaakte!) vanillesuiker
  • 20 gram water

Vulling:

  • frambozenjam of frambozenspread ca. 125 gram

Decoratie:

  • 20 gram gepasteuriseerd eiwit
  • 100 gram poedersuiker
  • 2 gram citroensap
  • gevriesdroogde stukjes framboos
  • gehakte pistachenootjes (hoe groener hoe mooier)

Werkwijze:

  • Doe de bloem en het gezeefde bakpoeder in een kom en meng door elkaar.
  • Wrijf de blokjes boter door de bloem tot je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt.
  • Voeg de suiker toe en meng deze goed door.
  • Voeg het water toe en meng kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in ieder geval een half uurtje in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius, hetelucht.
  • Rol het deeg uit tot ca. 30 x 30 cm en een dikte van 3-4 mm op een licht met bloem bestoven werkbank.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier.
  • Rol het deeg losjes over je deegroller heen en hevel voorzichtig over op de bakplaat.
  • Bak het deeg in het midden van de oven gedurende ca. 16 minuten tot deze licht goudbruin is.
  • Haal de bakplaat uit de oven en snijd de randjes bij met een scherp mes zodat de koek een strak uiterlijk heeft. Snijd de koek éénmaal door midden.
  • Laat de koek afkoelen op de bakplaat.
  • Ik gebruikte fruitspread die nogal dun was. Voordat ik deze op de koek aanbracht heb ik deze flink ingekookt zodat het vocht de koek niet slap zou maken.
  • Bestrijk één koek met de jam.
  • Leg de overgebleven koek op de jam.
  • Klop het eiwit schuimig in een vetvrije kom.
  • Roer de poedersuiker hier doorheen.
  • Voeg het citroensap toe en roer goed door. Wie geen gepasteuriseerd eiwit heeft kan ook glazuur met water maken ipv eiwit.
  • Giet het glazuur over de bovenste koeklaag heen en strijk uit met een glaceermes.
  • Bestrooi het glazuur met de gevriesdroogde frambozen en de gehakte pistachenootjes.
  • Laat het glazuur goed drogen.
  • Snijd in zes stukken van ca. 5 bij 15 cm.

Bron: eigen recept

 

Chocoladeplaatkoek

Het is vakantie en wie kinderen heeft kent dan vast wel de kreet “ik verveel me zo” die door het huis galmt. Natuurlijk moeten mijn jongens van 8 en 10 zich ook zelf leren vermaken (en dat doen ze vaak ook), maar vandaag had ik een leuke uitdagende opdracht bedacht voor hen. Die opdracht was: “vertaal een recept uit het Noors, werk samen en maak het recept”. Eerst vertaalden ze samen het recept, toen werden de benodigde ingrediënten verzameld en wat ontbrak mochten ze in de supermarkt gaan halen. Vervolgens plannen en het recept stap voor stap uitvoeren. Daarbij moesten ook nog de Noorse volumematen omgerekend worden naar de Nederlandse grammen. Ongemerkt hebben ze een heleboel geleerd! Ze zijn een hele tijd met de opdracht zoet geweest, maar toverden daarna wel een heerlijke chocoladeplaatkoek uit de oven die enthousiast versierd werd met musket. Gebruik roze of blauw voor bijv. een babyshower of meisjes- of jongens verjaardag en de standaard discodip voor een “gewoon” feestelijk uiterlijk. Je kunt van deze plaatkoek 24 zeer royale stukken snijden. Dat zijn er nogal wat, dus mochten de jongens bij de buren langs om wat weg te geven. Er kwamen zeer positieve reacties op deze koek. De uitkomst hadden eigenlijk wat compacter (zoals een brownie) moeten zijn, maar omdat de eieren opgeklopt werden, is het een cake-achtige koek geworden die ik eigenlijk veel lekkerder en minder machtig vind smaken. De koek wordt gebakken in een rechthoekige bakvorm van ca. 25 x 35 cm.

Ingrediënten:

  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 450 gram kristalsuiker
  • 250 gram ongezouten roomboter, gesmolten en weer afgekoeld tot minder dan 50 graden Celsius
  • 360 gram patentbloem
  • 12 gram bakpoeder
  • 15 gram vanillesuiker
  • 21 gram cacaopoeder
  • 250 gram halfvolle melk
  • 125 gram witte chocolade

Glazuur:

  • 140 gram ongezouten roomboter
  • 2-4 el. koffie
  • 100 gram pure chocolade, grofgehakt
  • 100 gram melkchocolade, grofgehakt
  • 250 gram poedersuiker
  • 10 gram vanillesuiker
  • musketzaad of andere strooisels

 

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 Graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bekleed een rechthoekig bakblik van ca. 25 bij 35 cm met bakpapier.
  • Roer de eieren en suiker door elkaar of als je zoals wij een wat luchtiger resultaat wilt hebben, dan mag je ze goed opkloppen met een mixer tot een luchtig geheel.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder, vanillesuiker en cacaopoeder en roer dit goed door elkaar.
  • Mix op lage stand om de beurt wat van het droge bloemmengsel en dan weer wat melk door het eimengsel en blijf hiermee doorgaan tot alles is opgenomen tot een glad beslag.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Snijd elk blokje chocolade in vieren en verdeel de witte chocolade over de bovenkant van het beslag. Tijdens het bakken zakt de chocolade vanzelf in het beslag.
  • Bak gedurende 30-35 minuten in het midden van de oven tot de chocoladeplaatkoek gaar is. Steek een satéprikker in het midden van de koek en trek deze er weer uit. Als de prikker er schoon en droog uit komt is de koek gaar.
  • Laat de koek afkoelen op een rooster.
  • Smelt de boter voor het glazuur in een steelpan.
  • Haal de pan van de hittebron en voeg de melk en de pure chocolade toe.
  • Roer door elkaar tot een glad mengsel.
  • Zeef dan poedersuiker en vanillesuiker erbij en roer tot er een glad glazuur ontstaat.
  • Is het glazuur te stevig, dan kan je dit aanlengen met wat lauw water tot de juiste dikte.
  • Smeer het chocoladeglazuur uit over de chocoladeplaatkoek (er kon nog best wat chocolade bij! 😉 )
  • Strooi direct musketzaad of andere strooisel op het glazuur.
  • Zet weg in de koelkast om op te laten stijven en snijd dan in het gewenste formaat.

Bron: dit recept is geïnspireerd op het recept voor “sjokoladelangpanne” uit het Noorse boek “Slikkepott” geschreven door Lise Finckenhagen. Een geweldig boek dat je niet mag laten liggen als je in een Noorse boekhandel komt!