Amandelbroodjes met banketbakkersroom

In Noorwegen moet en zal ik altijd op boekenjacht. Voor mij geen souvenirtjes in de vorm van een beeldje of een T-shirtje met “ik was hier”. Een Noors boek weerspiegelt voor mij de Noorse cultuur en dat maakt dat je je weer even daar waant. Gelukkig kan ik het Noors inmiddels redelijk lezen en zijn dit soort boeken op die manier toegankelijk voor mij. Dit jaar kocht ik een boek over fermenteren en een boek van een biologische bakkerij “Godt Brød” De titel van het boek is “Godt brød, våre beste økologiske oppskrifter” wat “Goed brood, onze beste biologische recepten” betekent. Het theoretische gedeelte over brood was duidelijk door een bevlogen persoon geschreven en wat er stond klopte ook allemaal. Dat maakte dat ik erg enthousiast over het boek werd. Alle ingrediënten stonden netjes in grammen aangegeven, wat niet vanzelfsprekend is in Noorse boeken. Vaak wordt er bijvoorbeeld gesproken van 1 dl. suiker of 3 dl. meel. Enthousiast ging ik met een recept aan de slag. Ik vond er al wat opmerkelijke dingen in staan, maar hé, het staat er dus dan toch maar netjes opvolgen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Poging 1 mislukte schromelijk. snel terug naar mijn eigen kennis en heel veel aanpassingen in het recept gemaakt en nog een keer geprobeerd. Nu kreeg ik gelukkig wel de overheerlijke broodjes die ik verwacht had te zullen krijgen. Fijn als je snapt hoe recepten in elkaar horen te zitten zodat je zelf aanpassingen kan maken! Dit recept is goed voor 10 amandelbroodjes met banketbakkersroom.

Ingrediënten:

Deeg:

  • 500 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 100 gram kristalsuiker
  • 7,5 gram (bakkers)zout
  • 5 gram gemalen kardemom
  • 7 gram instant gist
  • 270 gram water op kamertemperatuur
  • 50 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

deel 1

  • 160 gram volle melk
  • 16 gram ongezouten roomboter
  • 40 gram fijne kristalsuiker
  • Het merg van 1 vanillestokje

deel 2

  • 40 gram volle melk
  • 22 gram losgeklopt ei
  • 14 gram maïzena

Amandelvulling:

  • 100 gram amandelmeel
  • 65 gram poedersuiker
  • 50 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe bloem, suiker, zout, kardemom, en gist in een kom en meng goed door elkaar.
  • Voeg water en roomboter toe en kneed, met een machine of met de hand, tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken tussen je vingers.
  • Bol het deeg licht op en leg het in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Laat in ca. 45 minuten rijzen tot dubbel volume op een plekje van 29 graden. Laten rijzen op kamertemperatuur kan ook, dan moet je het deeg iets meer tijd geven.
  • Maak tijdens het rijzen de banketbakkersroom.
  • Doe de ingrediënten van deel 1 in een pan.
  • Doe de ingrediënten van deel 2 in een hittebestendige kom en roer goed door elkaar.
  • Breng de ingrediënten in de pan voorzichtig en al roerend aan de kook.
  • Giet het mengsel uit de pan bij het mengsel in de kom. Vergeet hierbij niet voortdurend te roeren met een garde, anders krijg je klontjes!
  • Giet het mengsel terug in de pan en breng weer rustig en al roerend aan de kook tot het begint in te dekken en begint te “bloppen”
  • Giet de banketbakkersroom uit over een groot bord of schaal en dek af met een stuk huishoudfolie tegen velvorming. Laat afkoelen.
  • Ga verder met het deeg als dit in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het deeg in 10 gelijke stukken en bol ieder stukje goed op tot er spanning in het deeg komt. Je zet hiervoor je hand als een kooitje over het deegstukje heen. Draai met je hand nu linksom, het deeg zal rechtsom draaien. De onderkant moet onder blijven. Aan de onderkant van het deeg zal je langzaam een soort draaikolkje zien ontstaan. Aan de bovenkant trekt het deeg strak.
  • Leg op een met bakpapier beklede bakplaat gedurende een half uur te rusten in een vochtige, warme ruimte (in mijn geval een geïsoleerd keukenkastje met een schaaltje dampend water erbij).
  • Maak de amandelvulling door amandelmeel en poedersuiker goed met elkaar te mengen en vervolgens de roomboter er doorheen te kneden tot het een egale massa is.
  • Verpak in huishoudfolie tot gebruik.
  • Na een half uur rusten zijn de gluten ontspannen genoeg om het deeg verder te verwerken.
  • Druk elk bolletje voorzichtig plat waarbij je de druk puur van boven naar beneden uitvoert en niet naar opzij.
  • Verdeel de amandelvulling in 10 gelijke stukjes en maak hier balletjes van die je tot een ufo platdrukt tussen je handpalmen.
  • Leg een ufo in het midden van elk plakje deeg.
  • Vouw in vier keer de onbedekte flapjes naar het midden. Je krijgt nu een vierkante envelop. Druk de naden goed dicht. Is het deeg iets aangedroogd, bevochtig het dan heel licht met licht vochtige vingers.
  • Roer de banketbakkersroom los en doe dit in een spuitzak met een gladde spuitmond (je kan het ook met een lepel op het broodje aanbrengen).
  • Spuit naar eigen inzicht een dot banketbakkersroom in het midden van ieder broodje, het kan zijn dat je wat overhoudt, maar ik denk dat iedere lekkerbek daar wel raad mee weet.
  • Leg de broodjes weer met enige afstand tot elkaar op de met bakpapier beklede bakplaat en laat nog 45 minuten bij 29 graden rijzen in een vochtige ruimte. Ook hierbij kan je weer op kamertemperatuur laten rijzen, je bent dan iets langer bezig. Zorg er daarbij wel voor dat het deeg niet kan uitdrogen, zorg dus voor een hoge luchtvochtigheid in een afgesloten ruimte.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de broodjes op de bakplaat in het midden van de oven in ca. 25 minuten goudbruin en gaar. Giet bij het inschieten iets water op de metalen opvangbak onderin de oven voor de stoomvorming.
  • Laat de broodjes afkoelen op een rooster.

Bron: door mij sterk aangepast recept uit Godt brød, våre beste økologiske oppskrifter.

Blauwebessen-citroenbroodjes

Toen uitgeverij Becht mij vroeg of ik mijn mening wilde geven over het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes” van Daniel Lindeberg, hoefde ik dit keer niet lang na te denken. Zweden is immers het buurland van Noorwegen en het is de oplettende lezer vast opgevallen dat ik daar graag kom en het lekkers daar erg kan waarderen. Zweden ligt qua baksels niet op een heel andere koers dan Noorwegen, dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt! Het is een boekje uit een serie die ik al vaker in handen heb gehad: eenvoudige no-nonsense boekjes in een prijsklasse die het prima doen als cadeautje. Weinig theorie, gewoon de recepten volgen en gaan meet die banaan. Dit boekje heeft 71 pagina’s waarbij recepten worden vergezeld door mooie foto’s. Het boekje is ingedeeld in een aantal hoofd-hoofdstukken: basisrecepten en basiskennis, zoete broodjes, wallonbroodjes, briochebroodjes, saffraanbroodjes en croissants. Deze hoofdstukken bevatten stuk voor stuk weer recepten zoals: kardemomkrakelingen, vanillebroodjes, pain au suisse, saffraankrans en amandelcroissant. Niet alle broodjes vallen in de categorie “Zweeds” maar dat mag de pret niet drukken, want verrukkelijk (en daarmee ook niet heel bevorderlijk voor de  slanke lijn 😉 ) klinken ze allemaal. Na wikken en wegen besloot ik dat ik de blauwebessen-citroenbroodjes wilde maken. Een receptenboek kan je immers niet beoordelen zonder er wat uit gemaakt te hebben. Het is een typisch Scandinavisch broodje: met fruit geplukt in de natuur, het gebruik van boter en suiker wordt niet geschuwd en de porties zijn vrij groot. De hoeveelheid deeg was ook vrij groot, mijn machine kon het maar net aan. Voor de meeste mensen zal het handig zijn om het recept te halveren. Dit recept vond ik in het boek wat warrig opgeschreven, ik heb het hier dus in mijn eigen volgorde en op mijn eigen manier opgeschreven. Het recept was behoorlijk groot naar mijn mening: ik maakte er 37 broodjes mee. Ze kunnen gelukkig goed ingevroren worden zodat je lang kan genieten van deze overheerlijke broodjes, want lekker, dat waren ze absoluut!

blauwebessen-citroenbroodjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 1500 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 200 gram kristalsuiker
  • 25 gram bakpoeder (gezeefd)
  • 16 gram instant gist
  • 6,5 gram zout
  • 150 gram losgeklopt ei (= ongeveer 3 eieren maat M)
  • 350 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 500 gram water op kamertemperatuur

Vulling:

  • 200 gram poedersuiker
  • 120 gram citroensrasppasta (dr. Oetker) of de rasp van de schil van 3 verse, biologische citroenen
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (niet 1 op 1 vervangen door gekochte vanillesuiker, deze heeft dan een sterke nasmaak!)
  • 500 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 160 gram blauwe bessen

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten, gesmolten roomboter
  • 300 gram fijne kristalsuiker

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe de bloem, suiker, gezeefde bakpoeder, gist en zout in een kom (van een standmixer of deegkneder) en meng door elkaar.
  • Voeg nu de eieren, boter en water toe en kneed tot een soepel, elastisch deeg waar je een vliesje van kan trekken tussen je vingers. Door de grote hoeveelheid boter, kan dit even duren. Als dit mijn eigen recept was geweest had ik het deeg eerst zonder boter gedraaid en vervolgens aan het eind de boter beetje bij beetje toegevoegd.
  • Druk het deeg uit tot een lap van ca. 30 x 25 cm en leg dit op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Dek af met huishoudfolie en zet de plaat gedurende 2 uur in een koelkast.
  • Maak nu de vulling.
  • Doe de poedersuiker, de citroenrasp en de zelfgemaakte vanillesuiker in een kom en meng door elkaar.
  • Doe nu beetje bij beetje de boter erbij en meng tot een egaal geheel. Je kan hier het beste de deeghaak van een standmixer voor gebruiken. Het is niet de bedoeling dat je de boter luchtig klopt.
  • Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit op een werkblad tot 50 x 50 cm.
  • Bestrijk het deeg geheel met de citroenvulling. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een glaceermes of de rechte kant van een pannenlikker.
  • Strooi op de vulling de blauwe bessen en zorg dat ze goed verdeeld zijn.
  • Rol het deeg op en snijd in plakken van 1,5 cm breed. Gebruik hiervoor een vlijmscherp mes, druk niet hard naar beneden, maar maak rustig een zagende beweging zonder veel druk uit te oefenen. Je afgesneden plak blijft dan mooi rond.
  • Leg elke plak op een platgemaakt papieren cupcakevormpje en leg het vervolgens op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Vul zo meerdere bakplaten en zet deze weg op een tochtvrij, vochtig plekje van ca. 30 graden. (gebruik hiervoor bijvoorbeeld een zelfgemaakte rijskast of grote plastic bakken met daarbij een schaaltje dampend water.)
  • Laat het deeg ruim een uur rijzen tot het bijna verdubbeld is.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 210 graden Celsius. Hetelucht, boven- en onderwarmte.
  • Draai de oven terug tot 190 graden Celsius en bak de broodjes plaat voor plaat in het midden van de oven gedurende 12-13 minuten tot ze in het midden licht kleuren.
  • Bestrijk ze direct na het bakken met gesmolten boter en strooi hier gelijkmatig fijne kristalsuiker over.
  • Laat de broodjes afkoelen op een rooster.

Bron: door mij iets aangepast recept van Daniel Lindeberg uit het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes”.

Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept

 

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Chocolade croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Chocolade croissantjes

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Croissantjes

Bladerdeeg heeft iets magisch. Als je nauwkeurig hebt gewerkt en je je baksel uit de oven haalt, zal je de vele laagjes zien.  als dat het geval is kan ik dansend door de keuken gaan! Gisteren maakte ik deze croissantjes. Tijden het snijden zag ik al de meest mooie laagjes in het deeg ontstaan en na het bakken kwamen er prachtige croissantjes uit de oven met een heerlijk zachte, doch niet vettige binnenkant en een buitenkant die licht knapperig was en in schilfertjes uiteen viel. Als je keukenvloer vol schilfers croissant ligt bij het eten, dan weet je dat je het goed hebt gedaan! Hoe meer bende het geeft, hoe beter je het hebt gedaan! Dit recept is goed voor 9 croissantjes plus een wat minder mooi proefexemplaar. Wil je meer weten over het maken van bladerdeeg of heb je hierbij hulp nodig? Ik geef een workshop bladerdeeg waarin je leert om helemaal zelf croissantjes, kaasvlinders en tompouces te maken! //www.baksels.net/site/workshops/workshop-bladerdeeg/

croissantjes

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,5 gram instant gist
  • 110 gram gekoeld water
  • 65 gram koude, volle melk
  • 12 gram ongezouten roomboter
  • 190 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur. (Liefst hooiboter zoals Melkan roomboterm deze blijft redelijk stevig bij kamertemperatuur)

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 12 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Druk het deeg plat, verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 50 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Verdeel het deeg aan de onderkant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de bovenkant maar begin pas op de helft van het onderste stuk.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Zorg dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten iets water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

 

 

 

Tijgerbolletjes

Ik kan met recht zeggen, dat ik de leukste, meest bevredigende en nuttigste hobby heb die er maar bestaat.
Gisteravond laat had ik tijgerbolletjes gebakken. Gelukkig konden de kaboutertjes er vannacht afblijven en lagen ze vanmorgen allemaal nog op ons te wachten, klaar voor het zondagse ontbijt. Ik piepte de tijgerbroodjes in 3 minuten even op in een heteluchtoven op 180 graden en oef…wat was dat smullen! Voor ik het wist was de broodmand leeg en zat iedereen verzadigd en compleet tevreden en dromerig voor zich uit te staren.
De bolletjes hadden een heerlijke dunne, knapperige korst en binnenin het meest zachte, veerkrachtige brood dat je je kunt wensen. Ze smaakten heerlijk met wat geitenkaas of bosbessenjam. Een echt luxe ontbijtje dus, zelf gemaakt! Wat voelde ik me trots! Natuurlijk wens ik iedereen zo’n fijne start van de dag toe, dus hieronder het recept voor 12 stuks:

tijgerbolletjes (2)

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 500 gram bloem
  • 8 gram (bakkers)zout
  • 12 gram suiker
  • 7 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur
  • 50 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 240 gram water op kamertemperatuur

Voor de afwerking; tijgerpap:

  • 21 gram paneermeel
  • 29 gram rijstebloem
  • 0,5 gram zout
  • 5 gram suiker
  • 130 gram kokend water
  • 1 gram instant gist
  • 2,5 gram zonnebloem olie

Werkwijze:

  • Doe de rijstebloem, het paneermeel, de suiker en het zout in een kom, meng met een garde.
  • Voeg kokend water toe en roer tot een egale brij.
  • Laat afkoelen tot ca. 30 graden en roer de gist erdoorheen.
  • Zet afgedekt weg op een tochtvrije plaats.
  • Meng in een andere kom de tarwebloem, het zout en de suiker roer met een garde door elkaar.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens.
  • Voeg nu het ei, de roomboter en het water toe.
  • Kneed het mengsel in een standmixer (bijv. Bear Teddy Varimixer of KitchenAid) of met de hand tot een soepel deeg waar je tussen je vingers een vliesje van kan trekken. Te lang kneden kan ook, dan wordt het deeg pikkerig omdat de gevormde glutenstructuur afbreekt en het vocht weer los gaat laten.
  • Leg het deeg in een licht ingevette kom (ik doe dit met bakspray), dek af met een deksel en zet op een tochtvrije, warme plaats van ca. 29 graden Celsius.
  • Laat bij deze temperatuur ca. een uur rijzen tot dubbel volume. Je kan het deeg ook op kamertemperatuur laten rijzen, let er dan op dat de rijstijd langer zal zijn.
  • Leg het deeg op het aanrecht en druk met de vlakke hand de luchtbellen eruit.
  • Verdeel het met een deegsteker in 12 gelijke stukjes en bol ieder stukje op. Maak hiervoor van je hand een kommetje, zet deze over het stukje deeg heen en draai rondjes over het aanrecht. Als het goed gaat bollen de stukjes deeg op. De bovenkant zal mooi glad worden, aan de onderkant zie je een soort naveltje verschijnen. Hierdoor breng je spanning in het deeg en behoudt het deeg zijn vorm. Vind je dit lastig? Bij de “workshop kleinbrood” komt dit opbollen uitgebreid aan bod.
  • Leg de bolletjes met enige afstand tot elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Breng het tijgerpapje op de juiste stijfte met de slaolie en water Het moet een dikke, net smeerbare pap worden.
  • Breng de tijgerpap aan op de bolletjes. Bedek de hele bovenkant zodat het deeg net niet te zien is. Zorg dat de dekking zo egaal mogelijk is voor het mooiste resultaat.
  • Maak je de tijgerpap te dun of breng je deze te dun op dan zal je nauwelijks een tijgerpatroon te zien krijgen, verdun je de pap niet genoeg of smeer je het te dik en je krijgt een te dikke korst die er tijdens het rijzen of het bakken af zal vallen. Probeer dus de gulden middenweg te vinden.
  • Laat de bolletjes ca. 45 minuten narijzen, weer op een tochtvrije, warme, vochtige (bakje heet water ernaast) plek van ca. 31 graden Celsius.
  • Verwarm een half uur voor het einde van de rijstijd de oven voor op 230 graden hetelucht met enkel onderwarmte.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en giet iets water op de metalen opvangplaat onderin voor de stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 180 graden hetelucht met onder- en bovenwarmte en bak zo nog 12-15 minuten tot het contrast van de tijgerpap mooi zichtbaar is en de broodjes gaar.

Voor wie zich afvraagt hoe het “tijgerpatroon” ontstaat: Rijstebloem bevat geen gluten en rekt niet mee tijdens het rijzen. Hierdoor breekt de pap in kleine stukjes, de pap kleurt sneller bruin dan het deeg van het broodje en samen geeft dit het tijgereffect.

 

tijgerbolletjes_2 (2)

Bron: eigen recept

Noorse kanelknuter / kanelsnurrer

Vorig jaar waren wij in Noorwegen in het plaatje Lom. Daar staat de bakkerij van Morten Schakenda die in heel Noorwegen beroemd is. Hij heeft onder andere twee boeken op zijn naam staan en zijn broodjes vinden gretig aftrek. Toen wij vorig jaar bij de bakkerij waren stond er een rij tot ver buiten de winkel. De lange rij maakte dat ik het boek daar toch maar niet heb gehaald. Helaas vond ik het boek elders in Noorwegen in geen enkele boekwinkel en ging ik met lege handen naar huis. Gelukkig staan er op de site van Bakeriet i Lom een paar recepten, waaronder het recept voor kanelsnurrer / kanelknuter. Ik paste het recept iets aan. Ik kreeg een prachtig deeg waar ik een super vlies van kon trekken (het controlepunt om te kijken of je deeg goed is). Na een tijd wachten kon ik heerlijke kaneelbroodjes uit de oven toveren en rook alles verrukkelijk naar kaneel. Dit jaar zijn we niet naar Noorwegen geweest, maar dankzij deze broodjes waanden we ons toch even daar! Dit recept is goed voor ca. 15 Noorse kanelknuter / kanelsnurrer.

Noorse kanelknuter / kanelsnurrer

Ingrediënten:

Deeg:

  • 500 gram tarwebloem, geschikt voor brood
  • 75 gram kristalsuiker
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 7,5 gram gemalen kardemom
  • 9 gram instant gist
  • 30 gram losgeklopt ei
  • 75 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 265 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 65 gram fijne kristalsuiker
  • 7,5 gram gemalen kaneel

Werkwijze:

  • Meng de droge ingrediënten voor het deeg in een kom.
  • Voeg het ei, de boter en de melk toe en kneed met de hand of met een machine tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met olie of bakspray ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Ik zette het deeg 1,5 uur weg op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius. Temperatuur van het deeg en de omgeving kunnen maken dat je rijstijd korter of langer is. Laat het deeg altijd leidend zijn!
  • Als het deeg in volume verdubbeld is, is het voldoende gerezen.
  • Bestuif je werkblad heel licht met wat bloem en rol het deeg uit met een deegroller tot ca. 30 cm hoog x 55 cm breed.
  • Meng in een kom de ingrediënten voor de vulling tot een egale pasta.
  • Verdeel het deeg denkbeeldig in twee stukken met een horizontale lijn.
  • Smeer op de bovenste helft de kaneelpasta, helemaal tot aan de randen.
  • Vouw het deeg over de denkbeeldige horizontale lijn dubbel.
  • Snijd verticaal met een mes of pizzasnijder 15 repen.
  • Rek elke reep een klein beetje uit en twist hem door de ene kant vast te houden en de andere kant te draaien. Je hebt nu een wokkelmodel.
  • Houd een uiteinde vast, sla de reep deeg twee keer om je wijs-, middel- en ringvinger en stop het losse uiteinde er midden in en trek het een stukje door zodat het bij het rijzen niet weer omhoog floept. Je maakt dus eigenlijk een dubbele knoop.
  • Doe dit met alle stukken deeg.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk alle deegstukken met een beetje losgeklopt ei.
  •  Laat nog eens een half uur rijzen op een tochtvrije plek bij 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 225 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Voeg iets water toe in de verdiepte opvangplaat onderin de oven voor de stoomvorming en bak de broodjes in het midden van de oven gedurende 12 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat de kanelknuter afkoelen op een rooster.

Bron: aangepast recept van: //bakerietilom.no

Puddingbroodjes

(Brood)bakken kon wel eens verslavend zijn als ik mijn statistieken zo bekijk. Van alle deelnemers die bij mij een workshop volgen, komen ruim meer dan driekwart van de mensen minstens een keer terug voor een volgende workshop en veel mensen gaan alle workshops af. Zo heb ik ook een hele trouwe klant die alle workshops die ik standaard aanbied al gevolgd heeft, maar de smaak dusdanig te pakken heeft dat ze nog graag meer dingen wil leren, samen met familie en vrienden. Het werd dus tijd voor een workshop op maat. De vraag was of we een tabatière, een vlechtbrood en puddingbroodjes konden maken. Ik vond het een hele leuke combinatie en ging aan de slag. Dat er daarvoor eerst proefgebakken moest worden, vonden ze hier thuis helemaal niet erg! 😉 Zodra de room ertussen zit moet je ze in de koelkast bewaren, maar een vervelend bij-effect daarvan is dat het brood dan snel droog wordt. Tip: eet ze allemaal direct op, of bewaar de room in de koelkast en spuit deze pas in het broodje als je hem wilt opeten. Zo kan je het brood apart in een zak op kamertemperatuur bewaren. Het recept is goed voor 5 puddingbroodjes.

Ingrediënten:

Brood:

  • 200 gram tarwebloem (met een geschikt eiwitpercentage voor brood)
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 8 gram kristalsuiker
  • 6 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 4 gram citroenrasp
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 110 gram volle melk op kamertemperatuur
  • klein beetje zonnebloemolie
  • klont roomboter voor het bestrijken na het bakken

Banketbakkersroom:

  • 400 gram volle melk
  • 88 gram eigeel
  • 88 gram fijne kristalsuiker
  • merg van een 1/2 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 35 gram maïzena
  • poedersuiker of decoratiepoeder ter decoratie

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, suiker en de gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg de roomboter, citroenrasp, ei en de melk toe en kneed het geheel met een machine of met de hand tot een soepel deeg dat loslaat van de deeghaak of je handen en waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in vijf gelijke stukjes van 74 gram.
  • Bol elk stukje op en laat tien minuten rusten onder huishoudfolie.
  • Rol elk bolletje vanuit het midden met de rolstok plat, maar houdt aan boven- en onderzijde een dik stuk over.
  • Besmeer de helft van het platgerolde deeg heel licht met wat zonnebloemolie. Zorg ervoor dat je de dikke “lippen” van het deeg niet bestrijkt.
  • Vouw het deeg op elkaar waarbij je ervoor zorgt dat de bovenste lip iets naar achteren ligt ten opzichte van de onderste lip.
  • Druk licht aan en leg op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat ca. 45 minuten in een vochtige, tochtvrije ruimte van 24 graden Celsius rijzen.
  • Maak de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Schraap het merg uit het opengesneden vanillestokje en doe dit in de melk.
  • Klop de eidooiers samen met de suiker op tot een bijna wit, luchtig mengsel.
  • Roer de maïzena door het eidooiermengsel.
  • Breng de melk bijna aan de kook.
  • Giet de melk beetje voor beetje al roerend (!!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en verwarm weer tot het begint in te dikken.
  • Eerst volgt er een stadium waarin de room nog wat klonterig is, blijf roeren tot deze glad en stevig wordt en er bubbels omhoog komen.
  • De room moet goed stevig worden.
  • Haal van het fornuis en giet de banketbakkersroom op een koude bakplaat of schaal en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat de banketbakkersroom goed afkoelen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de broodjes in 10 minuten goudbruin en gaar.
  • Smelt de roomboter op een laag pitje, de melkeiwitten scheiden zich van het melkvet, je hebt nu geklaarde boter.
  • Bestrijk direct na het bakken de broodjes met het melkvet.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Als de banketbakkersroom is afgekoeld, roer je deze even los tot het weer een gladde room is geworden.
  • Doe de room in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm.
  • Trek de broodjes open (door de olie gaat dit heel makkelijk en hoef je niet te snijden).
  • Spuit eerst achterin een streep room.
  • Spuit dan daarvoor een mooi patroon met ronddraaiende bewegingen.
  • Doe wat poedersuiker in een fijne zeef en bestrooi de broodjes daarmee.
  • Wie ga jij verwennen met deze broodjes?

Bron: eigen recept

 

 

Speltbroodjes met lijnzaad

Een nieuw jaar maakt altijd dat ik een frisse start wil maken door alles in huis eens flink op te ruimen, schoon te maken, uit te zoeken…kortom: ruimte in mijn woonomgeving en in mijn hoofd maken. Heerlijk als alles weer netjes geordend in een schone kast staat! Het was ook weer eens tijd om mijn meelvoorraad uit te mesten, en ja, zo kom je nog eens wat tegen! Onder andere een pak speltbloem die nog net niet over de datum ging. De grijze deken van regen en mist die buiten over de straten hing, maakte het niet erg aanlokkelijk om naar de winkel te gaan, dus ik besloot ook de andere kasten maar eens op de kop te keren op zoek naar bruikbare ingrediënten. Een blik appelstroop en een zak gebroken lijnzaad leken mij prima ingrediënten om te gebruiken. Mijn idee pakte heel goed uit. De broodjes werden mooi luchtig en waren heerlijk van smaak. Paar blaadjes sla erop, plakje kaas, aantal schijfjes komkommer en wat pittige rode saus…smullen maar! Dit recept is goed voor 8 grote speltbroodjes met lijnzaad.

Speltbroodjes met lijnzaad

Ingrediënten:

  • 900 gram speltbloem T630
  • 14 gram (bakkers)zout
  • 8 gram instant gist
  • 75 gram gebroken lijnzaad
  • 100 gram rinse appelstroop
  • 501 gram water, direct koud uit de kraan
  • 7 gram citroensap
  • roomboter voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Meng speltbloem en zout in een kom met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • Haal de garde uit de kom en voeg lijnzaad, appelstroop, water en citroensap toe.
  • Kneed met een standmixer of met de hand tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken. Houd hierbij rekening dat spelt kwetsbaarder is dan tarwe en je dus minder lang en intensief moet kneden.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Zet de kom weg op een tochtvrije plek van 31 graden Celsius gedurende een uur.
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel het deeg in 8 gelijke stukken.
  • Bol ieder stuk deeg op. Je krijgt spanning in het deeg door het stukje deeg op te vouwen, onder je handen te leggen en het deeg rond te draaien op je aanrecht terwijl je de zijkanten steeds eronder stopt. Je ziet je deeg gaandeweg steeds gladder worden en steeds steviger. Ga niet te lang door met opbollen, dit kan -zeker spelt- niet hebben.
  • Leg de bollen met ruim voldoende afstand op twee met bakpapier beklede bakplaten.
  • Zet de bakplaten weg in een vochtige ruimte van 31 graden Celsius, gedurende ongeveer 50 minuten.
  • Verwarm op tijd de oven voor op 210 graden Celsius, conventioneel.
  • Zet de bakplaat een tikje onder het midden en giet iets water op de metalen opvangplaat onderin de oven voor de stoomvorming.
  • Bak de broodjes 17 á 18 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn.
  • Verwarm ondertussen op een heel laag vuur de roomboter tot deze gesmolten is en het melkvet zich scheidt van de melkeiwitten.
  • Leg ze direct na het bakken op een rooster en bestrijk ze met enkel het vet van de geklaarde boter.

Bron: eigen recept

Noors skolebrød

Het heeft even geduurd voordat ik het trage vakantie-tempo van me afgeschud had, en eerlijk gezegd ben ik nog steeds niet helemaal op stoom. Maar aangezien de kinderen volgende week weer naar school moeten en ook de workshops hier weer beginnen, is het hoog tijd om uit die luie stoel te komen! Ondanks de hitte toog ik gisteren dus toch aan het bakken. Dit Noors skolebrød (letterlijk vertaald “schoolbrood”) leek me gezien het starten volgende week van de scholen in regio noord wel heel toepasselijk. Niet dat de broodjes die start zullen halen… Er is nog maar een fractie over van wat ik had gebakken! Deze broodjes kom je in Noorwegen echt overal tegen. Bij de bakker, de supermarkt, een boerderij waar je wat kan eten…overal proberen deze zoete broodjes met kardemom, een vulling van banketbakkersroom en een afwerking van glazuur en kokos je te verleiden. Bij de bekende bakkerij in Lom waar we waren geweest hadden we o.a. ook dit broodje gekocht. Zoals ik al schreef vielen de broodjes daar eigenlijk wat tegen. Gelukkig deden deze broodjes dat absoluut niet! Binnen no-time was alles op!  Van de vulling zal je wat overhouden, maar dat is geen straf om zo op te snoepen! Gezien de vulling is het handig om de broodjes in de koelkast te bewaren. Kanttekening daarbij is dat brood in de koelkast heel snel zal verouderen. Het beste is dus om te maken wat je nodig hebt en dat niet te lang te laten staan. Dit recept is goed voor 12 broodjes.

Noors skolebrød

Ingrediënten:

Brood:

  • 500 gram tarwebloem van goede kwaliteit
  • 70 gram kristalsuiker
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 7 gram (bakkers)zout
  • 4 gram instant gist
  • 75 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 300 gram halfvolle melk op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

  • 250 gram slagroom
  • 250 gram volle melk
  • 75 gram kristalsuiker
  • 1 ei maat M (50 gram)
  • 70 gram eidooier
  • 35 gram maïzena

Afwerking:

  • losgeklopt ei
  • poedersuiker
  • gepasteuriseerd eiwit of water
  • kokosrasp

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, kardemom en zout bij elkaar in en kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • Doe er boter en melk bij en kneed het geheel tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol het deeg licht op en leg het in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Zet gedurende ca. 1,5 uur op een tochtvrije plek van ca. 29 graden Celsius tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het deeg met een deegsteker in 12 gelijke stukken.
  • Bol elk stukje deeg op door je hand er als een kooitje overheen te zetten en het deeg hierin rond te draaien. Zorg ervoor dat het stukje deeg dat onderop zit ook onderop blijft.
  • Als je het goed doet zie je onderop een soort draaikolkje verschijnen en zie je bovenop dat je deeg glad en strak trekt. Vind je dit opbollen lastig? Bij de workshop kleinbrood kan ik je er alles over leren.
  • Leg de bollen op enige afstand van elkaar op twee met bakpapier beklede bakplaten.
  • Zet ze c.a. 45 minuten weg in een vochtige ruimte van ca. 31 graden Celsius. (Ik zet hiervoor een schaaltje met dampend water erbij.)
  • Maak in de tussentijd de banketbakkersroom.
  • Breng in een steelpan al roerend de slagroom, volle melk en de suiker aan de kook.
  • Klop in een hittebestendige kom het ei, de eidooiers en de maïzena tot een klontvrij, luchtig mengsel.
  • Zet de kom in een pan of op een antislip ondergrond.
  • Giet het kokende slagroommengsel al roerend bij het eimengsel en klop tot alles goed gemengd is.
  • Dek de kom af met huishoudfolie tegen velvorming en zet weg om af te koelen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 225 graden conventioneel.
  • Haal de bakplaten met de broodjes na de rijstijd uit de rijsruimte.
  • Druk een eetlepel (ik gebruikte een rvs maatschep) even op een van de bolletjes en druk de onderkant van deze lepel vervolgens even in de bloem en tik de overtollige bloem eraf.
  • Druk met de lepel in het midden van elke bol een ronde kuil.
  • Vul deze kuil royaal met de banketbakkersroom.
  • Strijk het brood af met het losgeklopte ei.
  • Zet een bakplaat in de oven, giet iets water op de metalen opvangplaat en bak gedurende 13 minuten tot de broodjes goudbruin en gaar zijn. Laat de stoom na de helft van de baktijd ontsnappen.
  • Bak de tweede lading op dezelfde manier.
  • Laat de afkoelen op een rooster.
  • Meng in een kom poedersuiker met gepasteuriseerd eiwit (hier krijg je witter glazuur mee) of met water (dit wordt wat doorzichtiger). Zorg ervoor dat je glazuur aan de dikke kant is. Als je erin roert moeten de ribbels heel langzaam uitvloeien.
  • Bestrijk elk broodje rondom de banketbakkersroom met glazuur (niet te zuinig!) en bestrooi het glazuur royaal met geraspte kokos. (Mocht je niet van kokos houden dan kan je dit natuurlijk ook weglaten.)
  • God appetit!

Inspiratie voor dit recept kwam van de website: //brodogkorn.no/oppskrift/klassiske-skolebrod/