Vruchtenkruimelvlaai

Hallo, Daar ben ik weer, Niels! Ik ben 11 jaar en de zoon van Mannin. Ik ben weer gaan bakken. En daar hoort natuurlijk ook een leuk stukje bij! Hoe het allemaal begon: Het was voorjaarsvakantie. Ik verveelde me. De vorige dag had ik per ongeluk het stukje oranjekoek van mijn vader opgegeten . (Nu denken jullie misschien: ‘Hij steelt van zijn vader!’) Nee, dat is het niet, ik wist niet dat dat stukje voor hem was. (Ik was bang dat binnen een paar minuten de politie ons huis zou omsingelen, maar dat viel gelukkig mee 😉 ) Dus leek het me een goed idee om een vruchtenkruimelvlaai te bakken voor mijn vader (daar is hij dol op) en toen heb ik zelf een recept bedacht. Veel plezier met bakken! Mijn vader was erg blij met de vlaai en heeft direct een heel groot stuk op zitten smikkelen! Deze vlaai wordt gebakken in een lage, ronde vorm van 22/24 cm. doorsnede.

vruchtenkruimelvlaai

Ingrediënten:

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 75 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 150 gram appel, geschild en in blokjes
  • 200 gram Hak vlaaifruit aardbei
  • 200 gram uitgelekte en drooggedepte abrikozen uit blik, in stukken gesneden

Kruimels:

  • 100 gram tarwebloem
  • 70 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram vanillesuiker (uit een zakje)
  • 30 gram kristalsuiker

Werkwijze:

  • Meng tarwebloem, zout, vanillesuiker en instant gist met elkaar in een kom.
  • Voeg de roomboter en melk toe en kneed tot een samenhangend deeg.
  • Dek af met een kom en laat 30 minuten rusten op kamertemperatuur.
  • Meng ondertussen in een kom de ingrediënten voor de vulling.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak de kruimels door de bloem, boter en beide suikersoorten door elkaar heen te mengen en tot kruimels te vormen door het tussen je vingers samen te drukken.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot je de vorm ermee kan bekleden.
  • Vet de vorm in met bakspray.
  • Hang het deeg losjes om je rolstok en hevel het deeg over naar de vorm.
  • Druk voorzichtig aan en rol de randjes eraf door met de rolstok over de randen van de vorm te rollen.
  • Verdeel de vulling over het deeg.
  • Verdeel de kruimels over de vulling.
  • Zet in het midden van de oven op een rooster en bak in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat even afkoelen in de vorm en haal de vlaai er dan uit.
  • Ik heb hiervoor mijn hand op de bovenkant van de vlaai gelegd, deze met vorm en al op de kop gekiept, het afkoelrooster op de bodem van de vlaai gelegd en vervolgens de vlaai weer met rooster en al rechtop gezet om verder af te laten koelen.
  • Je zou ter decoratie nog iets poedersuiker over de vlaai kunnen strooien met een heel fijn zeefje.

Bron: eigen recept van Niels

Friese oranjekoek

Een verjaardag! Naast dat dit veel gezelligheid met zich mee brengt, geeft mij dit natuurlijk een heel goed excuus om  wat lekkers te bakken! Sinds we in Friesland wonen heeft manlief kennis gemaakt met de Friese Oranjekoek, één van de (hoop ik vele) aspecten die hem goed bevallen aan het leven hier. Al vele malen mocht hij op het werk een stukje oranjekoek ontvangen, als hij jarig is, gaat hij ze zelf uitdelen. Niet zomaar een gekochte oranjekoek, maar oranjekoek uit eigen keuken. Toen ik bezig was met het maken van deze koek, vroegen de kinderen mij waarom dit oranjekoek heette, de glazuurlaag erop was toch zeker niet oranje?! Tja, ik kan hun verwondering begrijpen. Oranjekoek dankt zijn naam aan de kleine stukjes gekonfijte sinaasappelschil die in de koek zitten, en heeft dus niks te maken met de kleur glazuur. Dit recept is goed voor een koek ter grootte van 22 X 22 cm, waar je in ieder geval 12 stukjes van kunt snijden.

Friese oranjekoek

Ingrediënten:

Deeg:

  • 325 gram Zeeuwse bloem (heb je dit niet, dan voldoet de goedkoopste bloem uit de supermarkt ook wel)
  • 100 gram koude ongezouten roomboter, in blokjes
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 2 gram zout
  • 2,5 gram bakpoeder
  • 3,5 gram heel anijszaad
  • 0,6 gram gemalen kardemom
  • 0,7 gram gemalen nootmuskaat
  • 50 gram gekonfijte sinaasappelsnippers
  • 50 gram losgeklopt ei
  • 58 gram water

Vulling:

  • 150 gram amandelmeel
  • 150 gram kristalsuiker
  • 60 gram losgeklopt ei

Glazuur:

  • 200 gram poedersuiker
  • 30 gram water (mogelijk minder afhankelijk van gebruikte kleurstof)
  • rode kleurstof, liefst poeder of gel

Crème:

  • 60 gram (gepasteuriseerd) eiwit
  • 120 gram fijne suiker
  • 180 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 1 theelepel vanillearoma

Of slagroom:

  • 500 ml slagroom
  • 55 gram poedersuiker
  • eventueel klop-fix naar dosering op de verpakking

Afwerking:

  • mandarijntjes uit blik, uitgelekt
  • chocolade e.d. om het geheel af te werken
  • beetje afdekgelei (bijv. Taartina)

Werkwijze:

  • Voeg de in blokjes gesneden boter toe en wrijf met je handen tot een zanderig mengsel. Dit kan ook met de platte klopper van een standmixer of met een keukenmachine.
  • Voeg de overige droge ingrediënten voor het deeg toe en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg het ei en water toe.
  • Kneed kort tot een samenhangende, egale massa.
  • Druk het deeg plat en verpak in huishoudfolie.
  • Leg dit gedurende een half uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Maak ondertussen de amandelspijs door amandelmeel, suiker en ei met elkaar te mengen tot één geheel.
  • Verdeel het deeg in twee stukken, de een iets groter dan de ander.
  • Rol eerst het grootste stuk uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot deze 25 x 25 cm. is.
  • Rol de lap losjes om je deegrol en rol weer af boven een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Neem steeds kleine beetjes amandelspijs tussen je vingers en bedek hiermee de deegplak. Laat 1 cm. rondom aan de rand vrij.
  • Vouw de niet bedekte deegrandjes omhoog. Je hebt nu een kleine opstaande rand.
  • Bevochtig de opstaande rand met iets water.
  • Rol het overgebleven deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 23 X 23 cm.
  • Neem deze deegplak op dezelfde manier op en leg deze op de eerste deegplak.
  • Knijp de randen goed dicht zodat de spijs niet kan lekken.
  • Maak het oppervlakte glad door er voorzichtig met de deegroller overheen te rollen.
  • Prik de bovenkant een aantal keer voorzichtig in met een vork
  • Bak de koek ca. 30 minuten in de voorverwarmde oven tot deze aan de randen heel licht goudbruin is en bovenop nog iets meegeeft. De koek blijft vrij bleek.
  • Laat de koek afkoelen, eerst op de plaat, zodra hij iets steviger is deze voorzichtig overhevelen naar een rooster en verder laten afkoelen.
  • Bereid het glazuur door de poedersuiker en water te mengen tot een mengsel dat ongeveer de dikte van yoghurt heeft.
  • Voeg kleurstof naar keuze toe en meng goed zodat je geen witte of rode strepen meer ziet.
  • Giet in het midden van de koek het glazuur in een lange streep en strijk direct glad met een pannenkoekmes of glaceermes. Werk vlot en stop met uitstrijken zodra de glazuur begint aan te drogen.
  • Laat het glazuur volledig uitharden en de koek volledig afkoelen.
  • Snijd aan alle kanten een randje af zodat je straks strakke stukjes krijgt. Deze “snoep”randjes belanden hier meestal vlot in een of meerdere monden 😉
  • Snijd de koek op in de gewenste aantal stukjes.
  • Maak nu de cème of klop de slagroom.
  • Crème: Verwarm de eiwitten met de suiker au bain marie tot 60 graden Celsius, zorg dat de suiker is opgelost.
  • Klop de eiwitten stijf in met een (stand)mixer.
  • Voeg vlokje voor vlokje de boter toe en mix tot een gladde crème.
  • Mix tot slot het vanillearoma door de crème tot alles is opgenomen.
  • Doe de crème in een spuitzak met een gekartelde spuitmond passend bij het formaat van je stukjes oranjekoek.
  • Spuit een rozet, streepjes of een s-vorm op ieder stukje.
  • Slagroom: klop de koude slagroom op met de poedersuiker (en eventueel de klopfix) tot er scherpe randen in blijven staan.
  • Doe de slagroom in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm. en spuit een s-vorm, rozet of streep op ieder stukje koek.
  • Versier met een drooggedept stukje mandarijn en bedek dit met afdekgelei tegen het verkleuren.
  • Eventueel versieren met een chocoladefiguurtje of eetbare confetti voor een kinderverjaardag.
  • Zet het gebak weg in de koelkast zodat de crème kan opstijven, hier krijgt deze een lekkere “bite” van.

P.s. Ik kon in de winkels geen gekonfijte sinaasappelschil vinden, dus maakte ik het zelf, dit deed ik zo:

  • 1 deel sinaasappelschil (of van een andere citrusvrucht)
  • 2 delen suiker
  • 2 delen water
  • Pel de schil van twee biologische sinaasappels en verwijder het wit zo goed mogelijk.
  • Snijd in reepjes van een halve cm breed.
  • Vul een pan met water en kook hierin de schillen 10 minuten en giet het water af.
  • Herhaal dit nog twee keer (dit is tegen de bitterheid)
  • Breng in een andere pan de suikersiroop aan de kook en doe hier de sinaasappelschilletjes in.
  • Kook gedurende 20 minuten en laat hierna een uur staan met het deksel op de pan.
  • Giet de schillen af (vang de siroop op, deze is nog goed bruikbaar)
  • Spreid de schillen uit op een bakplaat en laat deze drogen, eventueel met hulp van de heteluchtoven op een hele lage temperatuur.
  • Het is vrij bewerkelijk om dit te maken, maar ó zo lekker! Bovendien kan je een grote hoeveelheid maken, want deze gekonfijte schilletjes zijn lang houdbaar.

Oranjekoek

De oranjekoek is vrij naar een recept uit het leuke boek waar veel Nederlandse streekbaksels in staan: Het Nederlands Bakboek door G. Pagrach-Chandra

Het recept voor het zelf maken van de gekonfijte sinaasappelschilletjes haalde ik van deze leuke bakwebsite: //ikbakerietsvan.wordpress.com/2013/03/11/gekonfijte-sinasappel/

Bananensoezen

Ik ben bezig om de wereld van de soes te verkennen. Zo’n kookdeeg is toch weer heel wat anders dan een koek- of brooddeeg! Wie soezen zegt, noemt waarschijnlijk in één adem ook de slagroomsoes en de Bossche bol, maar ook de bananensoes. Een eenvoudig in grote hoeveelheden te maken gebakje dat de meeste mensen ongetwijfeld kunnen waarderen! Dit recept is goed voor ca. 11 bananensoezen.

bananensoezen

Ingrediënten:

soezen:

  • 70 gram roomboter
  • 70 gram volle melk
  • 70 gram water
  • 70 gram tarwebloem
  • 140 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 500 gram slagroom
  • 65 gram poedersuiker
  • 15 gram klopfix (eventueel)
  • 4 á 5 bananen
  • citroensap

Decoratie:

  • 200 gram poedersuiker
  • water (of licht opgeslagen eiwit als je het glazuur minder doorzichtig wilt hebben)
  • gele kleurstof
  • 40 gram melk of pure chocolade

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Breng de roomboter, het water en de melk in een pan aan de kook.
  • Haal de pan van het vuur en roer de bloem onder.
  • Zet de pan terug op de hittebron en roer het deeg tot het begint aan te zetten op de bodem van de pan en verder een glad geheel vormt.
  • Haal de pan weer van de warmtebron en wacht tot het beslag 70 graden Celsius of kouder is.
  • Voeg nu beetje bij beetje het losgeklopte ei toe en roer dit door het deeg. Beter een ei te weinig dan te veel. Het deeg moet in een hele dikke druppel traag van je spatel afglijden.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van 15/17 mm. ca. 11 kromme “banaantjes” op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de bananensoezen 20 minuten in een gesloten oven. Laat na deze tijd de stoom ontsnappen door de ovendeur even op een kier te zetten en vervolgens nog met gesloten deur 5 minuten verder te bakken.
  • Laat de soezen afkoelen op een rooster.
  • Klop de slagroom op met de poedersuiker en (eventueel) de klop-fix op tot deze stevig en spuitbaar is.
  • Snijd alle soezen open.
  • Doe de slagroom over in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm.
  • Spuit de bodems van de soezen op met slagroom. Ik spoot half omhoogstaande rondjes die elkaar dakpansgewijs overlapten. (een beetje als een liggende springveer)
  • Tussen de slagroom’rondjes’ steek je plakjes banaan die met citroensap bestreken zijn zodat ze niet verkleuren. zo krijg je om en om een “plakje slagroom” en een plakje banaan.
  • Maak de glazuur aan door de poedersuiker te mengen met iets water tot je een nog vrij stevig, glimmend mengsel hebt. Wil je de glazuur wat minder doorzichtig hebben, dan kan je wat (gepasteuriseerd) eiwit licht opkloppen en dit mengen met poedersuiker en een paar druppels citroensap. Kleur in beide gevallen het glazuur naar wens met gele kleurstof.
  • Strijk met een kwast het glazuur over de losgesneden bovenkanten van de soezen of dip ze op de kop in het glazuur.
  • Leg de bovenkanten als het glazuur gedroogd is op de opgemaakte soezen.
  • Smelt nu au-bain marie, in een chocolade smelter of in de magnetron (op een lage stand!) de chocolade. Vouw van bakpapier een cornetje of vul een lepel met de gesmolten chocolade en trek streepjes over de soezen.
  • Zet in de koelkast om op te laten stijven. Eet smakelijk!

Bron: eigen recept

Sneeuwpop van soesjes

Vandaag sneeuwde het dat het een lieve lust was. Het plannetje, dat ik al geruime tijd in mijn hoofd had, moest nu echt eens uitgevoerd worden! Deze sneeuwpop van soesjes is vrij eenvoudig te maken en is leuk als traktatie bij een verjaardag of bij het kerstdiner. Dit recept is goed voor 14 sneeuwpoppen.

Ingrdiënten:

Soezen:

  • 150 gram water
  • 75 gram roomboter
  • 75 gram tarwebloem
  • 150-200 gram losgeklopt ei (=3 á 4 eieren maat M)

Vulling:

  • 65 gram frambozen (vers of diepvries)
  • 65 gram geleisuiker
  • 250 gram slagroom
  • 30 gram poedersuiker

Decoratie:

  • ca. 300 gram witte chocolade
  • krenten
  • gekonfijte sinaasappelschil of een klein stukje wortel
  • voor de mond: stukje zure mat, dropveter o.i.d.
  • zoute stengels

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe het water en de roomboter in een pan en breng dit aan de kook.
  • Haal de pan van het fornuis en roer de bloem er doorheen.
  • Zet terug op het fornuis en verwarm al roerend tot je een droge, gladde massa hebt. Verwarm niet te lang, want dan zullen de soezen niet omhoog komen tijdens het bakken.
  • Haal de pan weer van het fornuis en wacht tot de massa is afgekoeld tot 70 graden Celsius.
  • Roer nu beetje bij beetje het ei door het beslag tot het beslag traag in een hele dikke, glanzende druppel van je spatel af ‘valt’. Beter een ei te weinig, dan een ei te veel. Liever dus 150 gram ei dan 200.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van ca. 13 mm 28 dopjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Duw met een natte vinger de puntjes plat.
  • Zet de bakplaat net iets onder het midden in de oven.
  • Bak 15 minuten en zet daarna de ovendeur heel even op een klein kiertje om de stoom eruit te laten. Bak vervolgens nog 7-10 minuten tot de soezen mooi gekleurd zijn.
  • Laat ze afkoelen en begin ondertussen aan de vulling.
  • Verwarm de frambozen met de geleisuiker in een pan en laat een paar minuten koken. Laat een druppel vallen op een koud schoteltje. Geleert deze snel, dan is de frambozenjam goed.
  • Laat de jam afkoelen.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker tot deze stevig is.
  • Mix op de laagste stand de afgekoelde frambozenjam erdoor.
  • Prik met een smal, scherp voorwerp aan de onderkant een gaatje in ieder soesje.
  • Vul een spuitzak met de frambozenroom en gebruik een smal spuitmondje.
  • Steek het spuitmondje in het gemaakte gaatje en spuit de soezen vol frambozenroom.
  • Smelt vervolgens de witte chocolade au bain marie of in de magnetron. Pas op dat je de chocolade niet te heet laat worden, deze verbrandt snel!
  • Doop ieder soesje in de gesmolten witte chocolade en stapel steeds twee op elkaar.
  • Maak van krenten oogjes en knoopjes en een neus van gekonfijte sinaasappelschil of een stukje wortel.
  • Maak een mondje van een dun, lang stukje snoepgoed.
  • Steek aan beide kanten een half zout stokje in het lijfje.
  • Zet de soezen in de koelkast om uit te harden.

Bron: eigen recept

 

Pêche Melba taart

Dit keer was de aanvraag voor een workshop slagroomtaart maken zonder slagroom de inspiratie voor dit recept. Gelukkig hoefde de taart niet helemaal zonder slagroom, maar de vulling moest het liefst (deels) uit iets anders bestaan. Zwitserse room is dan een mooie en vaak gebruikte vulling. Dit bestaat uit een mengsel van 2/3 banketbakkersroom en 1/3 slagroom. De vulling is wat slapper dan wanneer je enkel slagroom gebruikt, dus de taart mag niet te hoog worden door deze vulling, anders zou deze zijn stabiliteit verliezen. Bij de workshop “slagroomtaart maken” werk ik altijd met verse aardbeien, maar die had ik nu even niet voor handen. Nog wel een zak diepvries frambozen en een blik perziken. En zo werd de pêche melba taart geboren, genoemd naar de gelijkenis van het gelijknamige dessert en waar ook vanille, perzik en framboos in zitten. Dit recept is goed voor 1 taart met een diameter van 22 cm.

Pêche Melba taart

Ingrediënten:

Biscuit:

  • 150 gram eiwit op kamertemperatuur
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 150 gram eidooier
  • 9 gram citroenrasppasta (dr. Oetker uit de supermarkt)
  • 150 gram patentbloem

Vulling:

banketbakkersroom:

  • 275 gram volle melk
  • 55 gram eidooier
  • 50 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram vanillearoma
  • 20 gram maïzena
  • 15 gram ongezouten roomboter

Overige vulling:

  • Frambozenjam, half potje
  • 200 gram slagroom
  • 25 gram poedersuiker
  • 1,5 gelatineblaadje
  • 1/2 blikje perziken op lichte siroop, uitlekgewicht 240 gram
  • 150 gram frambozen

Afwerking:

  • 300 gram slagroom
  • 35 gram poedersuiker
  • 10 gram klop-fix (eventueel)
  • hazelnootkrokant
  • 1/2 blikje perziken op lichte siroop, uitlekgewicht 240 gram
  • 150 gram frambozen
  • paar blaadjes munt ter decoratie

Werkwijze:

  • Begin met het maken van het biscuit.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de eiwitten in een brandschone kom met een brandschone garde (handmatig of machinaal) op tot ze schuimig beginnen te worden.
  • Voeg tijdens het kloppen beetje bij beetje de fijne kristalsuiker toe.
  • Klopt tot het schuim in mooie glanzende pieken blijft staan.
  • Klop nu in een andere kom de eidooier luchtig samen met de citroenrasp.
  • Spatel heel voorzichtig met behoud van zoveel mogelijk lucht, de opgeslagen eidooiers door de opgeklopte eiwitten.
  • Zeef de bloem boven het eimengsel en spatel ook dit er heel voorzichtig doorheen tot alles opgenomen is.
  • Vet een ronde springvorm van 22 cm in met gesmolten boter en bestuif met wat bloem of spray de vorm in met bakspray.
  • Doe het beslag heel voorzichtig in de ingevette vorm en strijk voorzichtig glad met een pannenlikker of glaceermes.
  • Zet nét onder het midden in de oven en bak gedurende 24-28 minuten. Open de eerste helft van de baktijd de ovendeur niet. Voel aan het of je biscuit gaar is door er in het midden zacht op te drukken. Veert deze omhoog dan is deze gaar.
  • Haal het biscuit uit de vorm en laat afkoelen op een rooster.
  • Maak de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een ruime pan.
  • Roer de eidooiers samen met de suiker, maizena en vanillearoma los met een garde tot ze lichter van kleur worden.
  • Verwarm al roerend de melk tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de melk al roerend bij de eidooiers. Blijf heel goed roeren tijdens het schenken, anders krijg je klonten roerei!
  • Giet het gehele mengsel terug in de pan en verwarm al roerend tot het mengsel merkbaar begint in te dekken en het schuim weggetrokken is.
  • Haal de pan met de banketbakkersroom van het vuur en roer de roomboter erdoorheen.
  • Giet over op een schaal en dek strak af met een stuk huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Roer de afgekoelde banketbakkersroom glad met de mixer.
  • Laat de gelatine weken in koud water tot deze goed slap is geworden.
  • Schud het vocht eraf en smelt op een laag vuur in een pannetje tot alles goed gesmolten is.
  • Roer met de mixer de gesmolten gelatine door de banketbakkersroom.
  • Klop vervolgens de slagroom op samen met de suiker.
  • Doe een  kwart van de banketbakkersroom bij de opgeslagen room en spatel dit erdoorheen (dit heet familie maken).
  • Doe dan de rest van de banketbakkersroom bij de slagroom en spatel voorzichtig door tot een egaal geheel.
  • Zet terug in de koelkast om terug te koelen en steviger te worden.
  • Snijd de helft van de perziken uit het blik in grove stukken en dep goed droog.
  • Snijd de biscuit in 3 gelijke plakken met een taartzaag.
  • Bestrijk de onderste laag met een flinke laag frambozenjam.
  • Leg de middelste laag hierboven op en zorg dat de zijkanten exact gelijk liggen.
  • Spatel 2/3 van de Zwitserse room op deze plak.
  • Leg op de room de frambozen en drooggedepte stukjes perzik.
  • Dek af met de laatste Zwitserse room en strijk glad.
  • Leg tot slot het laatste deel van de biscuit op het geheel.
  • Klopt de 300 ml slagroom lobbig en voeg dan de poedersuiker en eventueel de klopfix toe en klop verder tot ze in scherpe pieken blijft staan.
  • Strijk de zij- en bovenkant van de taart af met een dun laagje slagroom (gebruik hiervoor de rechte zijde van een pannenlikker of een glaceermes).
  • Druk met een flexibel kaartje de hazelnootkrokant tegen de zijkant van de taart. Door het dunne laagje slagroom blijft deze plakken.
  • Spuit met de overgebleven slagroom rozetten op de taart. Gebruik hiervoor een gekarteld spuitmondje maat 11/13 mm.
  • Garneer met in plakjes en drooggedepte stukjes perzik en frambozen. Werk eventueel af voor wat extra kleur met een blaadje verse munt.

Bron: eigen recept

Basler Leckerli

Basler Leckerli (of Läckerli) is een koek die van oorsprong uit Zwitserland komt. Ik had mijn Zwitserse buurvrouw er al een aantal keren over gehoord, dus toen ik hem in een Duits bakboek tegen kwam, besloot ik hem eens te maken. Alle ingrediënten had ik in huis, behalve de Kirsch die voor het glazuur nodig was. Ik drink geen alcohol, en ook met het oog op de kinderen wilde ik liever geen alcohol gebruiken. Dus moest ik op zoek naar een vervanger voor de Kirsch. Dat werd het sap van een pot kersen op sap. Deze vervanger maakte wel dat mijn buurvrouw bijna verschrikt uitriep dat het wel een Friese oranjekoek leek! Ik snapte haar opmerking volledig, want daar heeft het nu (ook qua ingrediënten) wel iets van weg. Maar toen ik voorstelde om het glazuur dan maar te bleken met wat bleekmiddel zodat het weer wit zou worden zoals het hoort, vond ze dat toch geen goed plan. Zwitserse oranjekoek it was dus. Ik had geen idee hoe de koek hoorde te smaken, maar hij werd goedgekeurd door de expert! Weer wat nieuws leren kennen, wat zijn al die specifieke baksels die van land tot land verschillen toch leuk! Met dit recept kan je een flinke plaatkoek maken van 30 x 25 cm. Ik haalde er zo’n 50 stukken uit, maar het is maar net welk formaat je snijdt.

Ingrediënten:

Koek:

  • 250 gram honing
  • 250 gram kristalsuiker
  • 60 gram water
  • 0,5 gram zout
  • 400 gram tarwebloem
  • 6 gram bakpoeder (gezeefd)
  • geraspte schil van 1 biologische citroen
  • 2 gram gemalen kruidnagel
  • 2,5 gram gemalen kaneel
  • 0,2 gram nootmuskaat
  • 50 gram gekonfijte sinaasappelschil in blokjes
  • 100 sukade in blokjes
  • 100 gram amandelmeel
  • 100 gram grofgehakte amandelen

Glazuur:

  • 190 gram poedersuiker
  • ca. 45 gram kersensap of kirsch

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de honing, de suiker, het zout en het water in een steelpan, breng dit aan de kook en roer door tot alle suiker goed is opgelost.
  • Doe in een kom de bloem, het gezeefde bakpoeder, de citroenrasp, de specerijen, de gekonfijte sinaasappelschil, de sukade, het amandelmeel en de grofgehakte amandelen en meng dit goed.
  • Giet het tot kamertemperatuur afgekoelde honingmengsel bij het bloemmengsel en kneed dit tot een samenhangend deeg dat nog wel plakkerig zal zijn.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier.
  • Stort het deeg op de bakplaat, bestrooi het met wat bloem en rol het uit tot een rechthoek van ca. 30 x 25 cm en 1 cm dik.
  • Werk de zijkanten bij tot ze recht zijn.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak gedurende ca. 25 minuten.
  • Haal voorzichtig van de bakplaat en laat afkoelen op een rooster.
  • Maak in een kom het glazuur door de poedersuiker beetje bij beetje met het kersensap te mengen tot een glanzend glazuur dat als het van je lepel af valt eventjes in de vorm blijft staan en dan uitvloeit.
  • Bestrijk de bovenkant van de koek met het glazuur. Dit gaat makkelijk met een glaceermes of een rechte pannenlikker.
  • Laat het glazuur goed uitharden voordat je de koek aansnijdt.
  • Snijd in stukjes, in het boek werd 6×4 cm aangeraden, ik heb ze nog een keer door de helft gedaan.

Bron: “1000 Backideen, Das Backbuch fürs Leben” diverse schrijvers.

 

Appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom

De herfst komt eraan; windstille ochtenden met mistflarden, spinnen die hun webben zo goed verborgen hadden, maar verraden worden door de aanhangende dauwdruppels, de koolmeesjes die in groepjes luid roepend de tuin afstruinen naar wat lekkers en vergeet natuurlijk vooral de overvloedige oogst niet! Onze appelbomen hangen ondanks de grote droogte van dit jaar vol met sappige appels. De appels aan onze Elstar boom zijn nog nooit zo rood geweest als dit jaar, en als ik ze een beetje opwrijf verschijnt er een glans en spiegeling waar menig spiegel stikjaloers op kan zijn! Zoals elk jaar moet die oogst wel op tijd verwerkt worden. Helaas hebben wij geen koele kelder waar we de appels goed kunnen houden. Dat betekent dat we moeten teruggrijpen op aloude conserveringstechnieken als het maken van appelmoes (en deze in potten stoppen), het drogen van schijfjes appel tot appelchips en natuurlijk het verwerken van appels in gebak! Uiteraard eten we hier niet elke dag appeltaart, al helpt zo’n appeltaart je wel weer een leuk deel van je voorraad te verwerken! Misschien is het toch zo’n gek idee nog niet om elke dag appeltaart te eten… 😉 Deze appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom heeft een lekkere hazelnotensmaak die perfect combineert met de friszure appelsmaak. De banketbakkersroom zorgt voor een zachte smaak op de achtergrond en de kruimels vormen samen met het knapperige deeg een heerlijk contrast in structuur. De taart wordt gebakken in een lage ronde vorm van 26 cm, liefst met uitneembare bodem.

Appeltaart met hazelnoten en banketbakkersroom

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram tarwebloem
  • 100 gram ongezouten roomboter, koud en in kleine blokjes
  • 100 gram poedersuiker
  • 10 gram citroenrasppasta (potje dr. Oetker)
  • 25 gram losgeklopt ei (=1/2 ei maat M)
  • 20 gram eidooier (=1 eidooier)

Banketbakkersroom:

deel 1:

  • 160 gram volle melk
  • 16 gram ongezouten roomboter
  • 40 gram fijne kristalsuiker
  • het merg van een kwart van een goede, sappige vanillepeul

deel 2:

  • 40 gram volle melk
  • 22 gram losgeklopt ei
  • 14 gram maïzena

Appelvulling:

  • 600 gram geschilde Elstar appels, in blokjes gesneden
  • 30 gram citroensap
  • 60 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 4,5 gram gemalen kaneel
  • 3,5 gram gemalen kardemom
  • 50 gram geroosterde hazelnoten, grofgehakt
  • 60 gram ongezouten roomboter

Kruimels:

  • 75 gram witte basterdsuiker
  • 100 gram bloem
  • 12 gram aardappelzetmeel
  • 3 gram citroenrasppasta (dr. Oetker)
  • 75 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Meng in een kom de bloem met de blokjes koude roomboter. Wrijf de blokjes fijn tussen je vingers, zonder dat ze smelten. Er moet een zanderig mengsel ontstaan.
  • Meng nu de poedersuiker en citroenrasp door het mengsel.
  • Voeg tot slot het halve ei en de eidooier toe en knijp hier een samenhangende bal van.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg minstens een half uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden, hetelucht, onder- en bovenwarmte.
  • Maak nu de banketbakkersroom.
  • Doe de ingrediënten van deel 1 samen in een pan.
  • Doe de ingrediënten van deel 2 samen in een hittebestendige kom en roer deze goed door.
  • Verwarm de ingrediënten in de pan al roerend tot het nét kookt.
  • Giet dit al roerend (anders krijg je klontjes!) bij de ingrediënten in de kom.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm al roerend op een matig vuur tot het merkbaar begint in te dikken en begint te bubbelen.
  • Giet het geheel op een groot bord en dek af met huishoudfolie die je direct op de banketbakkersroom legt. Laat de room afkoelen.
  • Maak nu de appelvulling.
  • Doe de appelblokjes in een kom en meng met het citroensap.
  • Meng hier de basterdsuiker, kaneel, kardemom, en de grofgehakte geroosterde hazelnoten door.
  • Verhit in een grote koekenpan de roomboter en voeg het appelmengsel toe.
  • Verwarm ca. 10 minuten op halfhoog vuur tot de appels geslonken zijn en de suiker en boter gekarameliseerd zijn.
  • Maak de kruimels.
  • Meng basterdsuiker, bloem, aardappelzetmeel en citroenrasp door elkaar in een kom.
  • Voeg de blokjes roomboter toe en wrijf deze fijn door het bloemmengsel tot de boter goed verdeeld is en er een grofkorrelig mengsel ontstaat.
  • Haal het deeg uit de koelkast en kneed kort door tot het uit te rollen is.
  • Bekleed de bodem van de lage, ronde vorm van 26 cm. met uitneembare bodem met bakpapier. Ik knip het bakpapier niet op maat, maar steek het tussen de bodem en de vorm door. Spray na het bekleden de vorm in met bakspray.
  • Rol het deeg uit met een deegroller op een met bloem bestoven werkblad tot het precies groot genoeg is om de vorm mee te bekleden.
  • Bekleed de vorm en rol met een deegroller over de randen heen om de restanten deeg af te snijden.
  • Leg een vel bakpapier op het deeg en vul dit met keramische bakparels, rijst, of gedroogde peulvruchten.
  • Bak de bodem blind gedurende 20 minuten in het midden van de voorverwarmde oven.
  • Haal de vorm uit de oven, verwijder de steunvulling en het bakpapier waar de vulling op lag.
  • Roer de banketbakkersroom los met een spatel en verdeel dit egaal over de voorgebakken bodem.
  • Verdeel nu de appelvulling over de banketbakkersroom en dek af met een dekkend kruimelmengsel.
  • Bak de taart nog eens 25 minuten in het midden van de oven.
  • Haal de taart na het bakken uit de vorm door de vorm op een beker of glas te zetten. De bodem blijft staan en de rest van de vorm kan je zo naar beneden trekken. Haal de taart met een grote taartschep voorzichtig van de bodem en laat afkoelen op een rooster.
  • De taart smaakt het beste als hij een dag heeft gestaan (in de koelkast), de smaken zijn dan goed ingetrokken.

Bronnen: Deeg: Grigos hjemmebag, i tykke skiver og store mundfulde van Markus Grigo. Banketbakkersroom: Godt brød, våre beste økologische oppskrifter door Godt Brød. Appelvulling en kruimels: eigen recept

 

Blauwebessen-citroenbroodjes

Toen uitgeverij Becht mij vroeg of ik mijn mening wilde geven over het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes” van Daniel Lindeberg, hoefde ik dit keer niet lang na te denken. Zweden is immers het buurland van Noorwegen en het is de oplettende lezer vast opgevallen dat ik daar graag kom en het lekkers daar erg kan waarderen. Zweden ligt qua baksels niet op een heel andere koers dan Noorwegen, dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt! Het is een boekje uit een serie die ik al vaker in handen heb gehad: eenvoudige no-nonsense boekjes in een prijsklasse die het prima doen als cadeautje. Weinig theorie, gewoon de recepten volgen en gaan meet die banaan. Dit boekje heeft 71 pagina’s waarbij recepten worden vergezeld door mooie foto’s. Het boekje is ingedeeld in een aantal hoofd-hoofdstukken: basisrecepten en basiskennis, zoete broodjes, wallonbroodjes, briochebroodjes, saffraanbroodjes en croissants. Deze hoofdstukken bevatten stuk voor stuk weer recepten zoals: kardemomkrakelingen, vanillebroodjes, pain au suisse, saffraankrans en amandelcroissant. Niet alle broodjes vallen in de categorie “Zweeds” maar dat mag de pret niet drukken, want verrukkelijk (en daarmee ook niet heel bevorderlijk voor de  slanke lijn 😉 ) klinken ze allemaal. Na wikken en wegen besloot ik dat ik de blauwebessen-citroenbroodjes wilde maken. Een receptenboek kan je immers niet beoordelen zonder er wat uit gemaakt te hebben. Het is een typisch Scandinavisch broodje: met fruit geplukt in de natuur, het gebruik van boter en suiker wordt niet geschuwd en de porties zijn vrij groot. De hoeveelheid deeg was ook vrij groot, mijn machine kon het maar net aan. Voor de meeste mensen zal het handig zijn om het recept te halveren. Dit recept vond ik in het boek wat warrig opgeschreven, ik heb het hier dus in mijn eigen volgorde en op mijn eigen manier opgeschreven. Het recept was behoorlijk groot naar mijn mening: ik maakte er 37 broodjes mee. Ze kunnen gelukkig goed ingevroren worden zodat je lang kan genieten van deze overheerlijke broodjes, want lekker, dat waren ze absoluut!

blauwebessen-citroenbroodjes

Ingrediënten:

Deeg:

  • 1500 gram tarwebloem (geschikt voor het bakken van brood)
  • 200 gram kristalsuiker
  • 25 gram bakpoeder (gezeefd)
  • 16 gram instant gist
  • 6,5 gram zout
  • 150 gram losgeklopt ei (= ongeveer 3 eieren maat M)
  • 350 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 500 gram water op kamertemperatuur

Vulling:

  • 200 gram poedersuiker
  • 120 gram citroensrasppasta (dr. Oetker) of de rasp van de schil van 3 verse, biologische citroenen
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (niet 1 op 1 vervangen door gekochte vanillesuiker, deze heeft dan een sterke nasmaak!)
  • 500 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 160 gram blauwe bessen

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten, gesmolten roomboter
  • 300 gram fijne kristalsuiker

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe de bloem, suiker, gezeefde bakpoeder, gist en zout in een kom (van een standmixer of deegkneder) en meng door elkaar.
  • Voeg nu de eieren, boter en water toe en kneed tot een soepel, elastisch deeg waar je een vliesje van kan trekken tussen je vingers. Door de grote hoeveelheid boter, kan dit even duren. Als dit mijn eigen recept was geweest had ik het deeg eerst zonder boter gedraaid en vervolgens aan het eind de boter beetje bij beetje toegevoegd.
  • Druk het deeg uit tot een lap van ca. 30 x 25 cm en leg dit op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Dek af met huishoudfolie en zet de plaat gedurende 2 uur in een koelkast.
  • Maak nu de vulling.
  • Doe de poedersuiker, de citroenrasp en de zelfgemaakte vanillesuiker in een kom en meng door elkaar.
  • Doe nu beetje bij beetje de boter erbij en meng tot een egaal geheel. Je kan hier het beste de deeghaak van een standmixer voor gebruiken. Het is niet de bedoeling dat je de boter luchtig klopt.
  • Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit op een werkblad tot 50 x 50 cm.
  • Bestrijk het deeg geheel met de citroenvulling. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een glaceermes of de rechte kant van een pannenlikker.
  • Strooi op de vulling de blauwe bessen en zorg dat ze goed verdeeld zijn.
  • Rol het deeg op en snijd in plakken van 1,5 cm breed. Gebruik hiervoor een vlijmscherp mes, druk niet hard naar beneden, maar maak rustig een zagende beweging zonder veel druk uit te oefenen. Je afgesneden plak blijft dan mooi rond.
  • Leg elke plak op een platgemaakt papieren cupcakevormpje en leg het vervolgens op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Vul zo meerdere bakplaten en zet deze weg op een tochtvrij, vochtig plekje van ca. 30 graden. (gebruik hiervoor bijvoorbeeld een zelfgemaakte rijskast of grote plastic bakken met daarbij een schaaltje dampend water.)
  • Laat het deeg ruim een uur rijzen tot het bijna verdubbeld is.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 210 graden Celsius. Hetelucht, boven- en onderwarmte.
  • Draai de oven terug tot 190 graden Celsius en bak de broodjes plaat voor plaat in het midden van de oven gedurende 12-13 minuten tot ze in het midden licht kleuren.
  • Bestrijk ze direct na het bakken met gesmolten boter en strooi hier gelijkmatig fijne kristalsuiker over.
  • Laat de broodjes afkoelen op een rooster.

Bron: door mij iets aangepast recept van Daniel Lindeberg uit het boek “Zweedse broodjes, de lekkerste zoete broodjes en bolletjes”.

Abrikozencake met banketbakkersroom

Heb je fruit wel eens bekeken alsof het een klein kunstwerkje is? Veel fruitsoorten zijn heerlijk om te eten en veel soorten zijn ook nog eens prachtig om te zien en bijna onmogelijk om niet even te “aaien”. Zo ook verse abrikozen. Heb jij je wel eens verwonderd over de prachtige kleurnuances de schil heeft en heb je wel eens gevoeld hoe zacht het schilletje is? Zoals je merkt: ik wel en ik raad het iedereen aan. Kunnen genieten van dat soort kleine dingen maken het leven rijk. Hoe mooi dat schilletje ook is, uiteindelijk heb ik mijn bakje met verse abrikozen toch maar “geslacht” en in deze abrikozencake met banketbakkersroom verwerkt. Geen slechte keuze, want zo hadden mijn smaakpapillen er ook nog eens plezier van! Ik heb deze cake gebakken in een springvorm met een diameter van 26 cm.

Ingrediënten:

banketbakkersroom:

  • 325 gram volle melk
  • 65 gram eidooier
  • 65 gram zelfgemaakte vanillesuiker van fijne kristalsuiker (lege vanillepeul 2 weken in een pot suiker laten staan)
  • 22 gram maïzena

cake:

  • 250 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram kristalsuiker
  • 250 gram ei (5 eieren maat M) op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 7 verse abrikozen (=ca. 500 gram)

Werkwijze:

  • Maak eerst de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Klop de eidooiers samen met de suiker goed door en voeg ten slotte de maïzena toe en meng dit goed.
  • Verwarm de melk tot de damp ervan af komt.
  • Voeg de warme melk al roerend (écht goed roeren anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm al roerend tot het schuim wegtrekt en het duidelijk begint in te dikken.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een schaal en dek af met huishoudfolie en laat terug koelen.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met boven- en onderwarmte.
  • Klop de roomboter op met de suiker tot het een licht en luchtig geheel is.
  • Mix beetje bij beetje het ei door het beslag. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige compleet opgenomen is.
  • Mix het zelfrijzend bakmeel door het geheel.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 26 cm met bakpapier en vet de vorm met bakspray in.
  • Giet het beslag over in de bakvorm en verdeel goed.
  • Roer de banketbakkersroom goed door tot deze glad is en verdeel dit mengsel over het cakebeslag.
  • Houd er rekening mee dat je een mooie egale laag krijgt en je de room goed tot tegen de rand van de vorm aan verdeelt.
  • Halveer de abrikozen en haal de pit eruit. Het velletje mag er om blijven zitten.
  • Leg de abrikozen met de snijkant naar boven in de banketbakkersroom.
  • Druk ze niet in de banketbakkersroom, anders zal het cakebeslag daar omhoog komen en over de abrikozen heen bakken.
  • Bak de cake net onder het midden van de oven op 170 graden Celsius gedurende 73-75 minuten. De cake is klaar als de kerntemperatuur tegen de 95 graden loopt of je er een satéprikker in kunt steken en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat de cake een kwartier afkoelen in de vorm en haal deze er vervolgens uit om verder af te laten koelen.

Bron: eigen recept.

Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept