Koffiebroodjes

Koffiebroodjes zijn er in vele varianten. Zo kan het “brood” uit brooddeeg bestaan of gerezen bladerdeeg en de vulling uit banketbakkersroom waar je van alles tussen kan stoppen: sukade, krenten, rozijnen enz. In mijn variant gebruikte ik zelfgemaakt gerezen bladerdeeg met zelfgemaakte banketbakkersroom en daarin lekker sappige en smaakvolle rozijnen. Dat is nog eens een traktatie bij de koffie (of thee)! Wil je de fijne kneepjes van zelf bladerdeeg maken leren? Meld je dan aan bij de workshop “bladerdeeg“. Met dit recept maak je 9 koffiebroodjes.

koffiebroodjes

Ingrediënten:

Vulling:

  • 130 gram rozijnen

Voor het deeg:

  • 250 gram tarwebloem (neem bijv. Franse bloem T55 of korstbloem)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 4,5 gram zout
  • 5 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter
  • 145 gram koude, volle melk
  • 125 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur, zogenaamde hooiboter. Ik gebruik het liefst de roomboter van Melkan, deze heeft goede eigenschappen om bladerdeeg mee te maken

Banketbakkersroom:

  • 170 gram volle melk
  • 38 gram eigeel
  • 38 gram fijne kristalsuiker
  • 15 gram maïzena
  • 4,5 gram vanillearoma

Afwerking:

  • 3 eetlepels abrikozenjam
  • beetje water
  • 50 gram poedersuiker
  • water naar behoefte

Werkwijze:

  • Laat de rozijnen een nacht voordat je ze wilt verwerken weken in lauwwarm water, gedurende een half uur.
  • Spoel ze af en laat ze uitlekken in een zeef en laat gedurende de nacht drogen aan de lucht.
  • Maak nu het deeg; doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de kleinste hoeveelheid roomboter toe en de koude melk.
  • Kneed tot een samenhangend deeg waar je net geen vliesje van kan trekken, Als het een normaal brooddeeg zou betreffen zou je nog iets langer moeten kneden, voor bladerdeeg mag je hier al stoppen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast.
  • Rol de roomboter uit tot een egale plak tussen twee vellen bakpapier die je omvouwt op 18 x 33 cm.
  • Leg de plak roomboter met bakpapier en al in de koelkast.
  • Laat 35 minuten liggen.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven oppervlakte uit tot 35 x 36 cm.
  • Haal de plak roomboter uit de koelkast en haal aan 1 zijde het bakpapier eraf. Werk snel, dan is de boter nog stevig genoeg om het papier makkelijk te verwijderen.
  • Leg de roomboter in het midden op de plak deeg met de boterkant op het deeg.
  • Strijk de roomboter stevig op het deeg met een deegschraper of liniaal, raak het zo min mogelijk met je handen aan.
  • Trek nu het andere stuk papier er ook af.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen, ze overlappen elkaar nét.
  • Ga licht met de deegroller over het deeg heen om de naad vast te drukken.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën , draai het deeg een kwartslag en vouw nog eens in drieën. Zit er ergens nog wat strooibloem op het deeg, borstel dit er dan voorzichtig af.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe melk en vanillearoma in een steelpan (je kan ook echt vanillemerg gebruiken).
  • Meng in een kom eigeel, suiker en maïzena met elkaar tot de suiker opgelost is.
  • Verwarm de melk in de pan tot er goed wat damp vanaf komt.
  • Voeg de melk al roerend (anders krijg je roerei!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm terwijl je rustig roert met de gard tot het mengsel goed indikt. Eerst ontstaan er brokjes, blijf verwarmen en roeren en als het mengsel gladtrekt is het goed.
  • Giet de banketbakkersroom op een bord of schaal en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad. Rol het zo uit dat je het deeg vanaf de open kanten weer een keer in drieën kan vouwen.
  • Verpak het deeg weer in huishoudfolie en leg 40 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg nu voorzichtig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 22,5 x 40 cm.
  • Roer de banketbakkersroom glad tot het smeerbaar is en besmeer de deegplak hier gelijkmatig mee. Houd bij 1 korte kant een reep van 1 cm vrij, dit is de “plak”rand na het oprollen.
  • Bestrooi de banketbakkersroom gelijkmatig met rozijnen.
  • Rol het geheel vanaf de besmeerde korte kant op en eindig bij de strook die vrij van banketbakkersroom was, bevochtig het deeg licht en druk goed vast.
  • Snijd met een vlijmscherp mes plakken van 2,5 cm breed en leg elk broodje met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet het deeg in een warme (25,5 graden Celsius), vochtige (bakje met dampend water erbij) ruimte en laat tot dubbel volume rijzen. Koeler laten rijzen kan ook, maar dan ben je meer tijd kwijt.
  • Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Zet de broodjes in het midden van de oven, voeg iets water toe in de metalen opvangbak onder in de oven en zet de temperatuur terug naar 220 graden Celsius.
  • Bak gedurende ca. 18 minuten en laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Verwarm ondertussen in een pannetje een paar lepels abrikozenjam met wat water en kook goed in, haal grote stukken uit de jam.
  • Bestrijk de broodjes direct met de jam als ze uit de oven komen.
  • Laat ze afkoelen op een rooster.
  • Meng in een bakje de poedersuiker met een beetje water. Het moet een dik-lopende massa worden.
  • Bedruip de broodjes met het suikerglazuur.

Bron: eigen recept

 

Rabarbertaart met aardbeien en gember

In de moestuin groeit en bloeit het inmiddels dat het een lieve lust is. De rabarberplanten die ik twee jaar geleden heb gezaaid, zijn dit jaar groot genoeg om van te oogsten. En dan -iets dat mensen met een moestuin vast zullen herkennen- is het de vraag wat je met die plotselinge, grote aanvoer van een bepaalde fruit- of groentesoort moet. Mijn redder in nood bij seizoensfruit en -groenten is dan heel vaak een Noors boek: Slikkepott van Lise Finckenhagen. Helaas is dit boek niet in het Nederlands verkrijgbaar. In dit boek stond een rabarbertaart met aardbeien en gember. Ik heb het één en ander veranderd naar eigen inzicht en kreeg een heerlijke taart die vol smaak zat. Niet te zoet, niet te zuur, tikje kruidig en rijk en warm van smaak. Wie wat rabarber te verwerken heeft, kan ik deze taart zeker aanraden! Dit recept is goed voor 1 rabarbertaart met aardbeien en gember, gemaakt in een ronde, lage vorm (met uitneembare bodem) van 26 cm.

rabarbertaart met aardbeien en gember

Ingrediënten:

Deeg:

  • 250 gram bloem
  • 90 gram
  • 125 gram koude, ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 50 gram losgeklopt ei

Vulling:

  • 450 gram in blokjes gesneden rabarber
  • 300 gram aardbeien, in vieren gesneden
  • 300 gram suiker
  • 50 gram aardappelzetmeel
  • 20 gram fijngehakte bakgember uit een potje
  • 25 gram ongezouten roomboter in kleine blokjes
  • 1/2 losgeklopt ei
  • Grove (of normale) kristalsuiker
  • 1/2-1 theelepel gemalen kardemom

Werkwijze:

  • Doe bloem, poedersuiker en de blokjes boter samen in een kom en knijp de boter met vlugge bewegingen (zodat de boter niet smelt) in kleine stukjes door de bloem heen.
  • Als je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt gekregen voeg je het ei toe en knijp je het deeg tot een glad geheel. Niet langer doorgaan dan nodig.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg een uurtje te rusten in de koelkast.
  • Maak in de tijd dat het deeg in de koelkast ligt de rabarber schoon, droog deze goed af en snijd deze in gelijke stukjes. Was de aardbeien, maak ze goed droog en snijd elke aardbei in ongeveer vier stukjes, afhankelijk van het formaat van de aardbei. Laat de bakgember iets uitlekken en snijd de gember fijn.
  • Meng de suiker met het aardappelmeel.
  • Meng hierbij de rabarber, aardbeien en gember en roer goed.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot benodigd formaat.
  • Bekleed de met bakspray ingevette vorm met het deeg.
  • Doe hierin alle vulling.
  • Verspreid gelijkmatig de blokjes roomboter over de vulling.
  • Rol het overgebleven deeg uit tot repen waarmee je een raster vlecht.
  • Bestrijk het raster met wat losgeklopt ei.
  • Bestrooi dit met (grove) kristalsuiker en zeef er gelijkmatig wat gemalen kardemom overheen.
  • Bak de taart net onder het midden in de voorverwarmde oven gedurende 50-55 minuten.
  • Laat de taart even staan en haal hem daarna uit de vorm. Een vorm met uitneembare bodem werkt hiervoor het beste. een grote taartschep helpt hierbij ook.
  • Zet de taart  op een rooster en zet dit rooster op een grote schaal oid.
  • Prik in het midden van de bodem een gaatje zodat het overtollige vocht eruit kan lopen en vang dit op in de schaal. Dit vocht is heerlijk voor over de vla of yoghurt.
  • Laat de taart verder afkoelen en zet in de koelkast.
  • Serveer koel.

Bron: naar eigen inzicht aangepast met inspiratie uit een recept van Lise Finckenhagen uit “Slikkepott”

Kwarktaart met granaatappel en sinaasappel

Onze jongste zoon van net 9 liep samen met mij door de grootgrutter die zegt op de kleintjes te letten. Nou viel dat iets tegen, want toen zoonlief een granaatappel in het vizier kreeg, lag deze zo hoog dat hij hem zelf niet kon pakken. Gelukkig is zijn moeder nog iets langer en kon ik er wel bij. De granaatappel, die moest hij hebben! Zodra hij hem zag begon zijn brein op volle toeren te draaien. Met de perzikkwarktaart van zijn verjaardag nog vers in het geheugen begon hij in zijn hoofd te bedenken welke smaken goed zouden combineren, ingrediënten weg te strepen, toe te voegen enz. Aan het einde van onze supermarkttour was de taart nog niet uitgekristalliseerd. We begonnen aan onze 8 km. lange fietstocht naar huis en de taart begon nog meer vorm te krijgen in zijn koppie. Hij zegt altijd dat hij in zijn hoofd de smaken bij elkaar “droomt”. Prachtig om te zien dat hij daarbij nog niet gehinderd wordt aan vaste verwachtingen van hoe het “hoort”, maar hij lekker buiten de kaders kan blijven denken, ik hoop dat hij dat blijft doen! Ook grappig dat hij voor deze taart granaatappel koos, waarschijnlijk niet iets waar de meeste kinderen voor hadden gekozen. Thuisgekomen hebben de we taart op papier uitgetekend en nog iets bijgesteld. De week erop hebben we de benodigde ingrediënten gekocht en zijn we samen aan de slag gegaan. Altijd gezellig samen met je kind iets lekkers maken! Samen maakten we deze heerlijke taart. En ik moet zeggen dat hij de smaken erg goed heeft gecombineerd, wat een lekkere taart is dit! Je moet wel van een taart met een beetje bite houden, de pitjes zijn niet erg hard, maar je merkt de structuur wel. Persoonlijk vonden wij dat geen probleem en zelfs lekker. Zo’n ‘slobber-maar-met-een-rietje-naar-binnen-taart’ trekt ons niet zo. De smaak was fris en licht en het uiterlijk prachtig. Ik ben benieuwd wat hij de volgende keer gaat bedenken! Deze kwarktaart met granaatappel en sinaasappel wordt gemaakt in een springvorm van 20 cm. en is goed voor maximaal 12 stukjes.

Ingrediënten:

Bodem:

  • 200 gram Bastogne koekjes
  • 55 gram kokosolie

Granaatappellaag:

  • 2 blaadjes gelatine
  • 150 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker

Kwarklaag:

  • 5 blaadjes gelatine
  • 500 gram volle kwark
  • 100 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • rasp van 1 biologische sinaasappel
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (60 gram)
  • merg van een 1/2 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 zakje klopklop
  • 80 gram volle melk

Spiegel:

  • 1,5 blaadje gelatine
  • Sap van 1 verse granaatappel (=100 gram)
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (=60 gram)
  • 25 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Verkruimel met een rolstok de bastognekoekjes, als je deze in een stevige diepvrieszak doet, schieten de kruimels niet overal heen.
  • Smelt de kokosolie in een pan op een laag vuurtje en meng dit met de kruimels.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 20 cm. met een vel bakpapier. Dit gaat heel simpel: haal de rand van de vorm, leg op de bodem een vel bakpapier en klem de rand weer om de bodem. Knip het papier ruim om de vorm heen af.
  • Bedek de bodem met het kruimelmengsel en strijk goed glad.
  • Maak nu de Granaatappellaag.
  • Leg de gelatineblaadjes in koud water te weken.
  • Verwarm in een pan de granaatappelpitjes samen met de zelfgemaakte vanillesuiker. Vervang deze suiker niet door evenveel fabriekssuiker, dit smaakt heel anders! Vanillesuiker maak je eenvoudig zelf door lege vanillepeulen in een pot suiker te leggen, na een paar weken is de smaak in de suiker getrokken en is je vanillesuiker klaar!
  • Smelt de gelatine in het warme pitjesmengsel en roer goed door.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen tot het mengsel lobbig wordt.
  • Bedek de koeklaag met het lobbige granaatappelmengsel en strijk ook deze goed glad.
  • Maak nu de kwarklaag.
  • Leg de blaadjes gelatine te weken in koud water.
  • Meng de kwark met de granatappelpitjes en de rasp van 1 biologische sinaasappel. Probeer alleen het gekleurde deel van de schil te gebruiken en vooral niet het wit eronder, want dat is bitter!
  • Verwarm het sinaasappelsap in een pannetje op laag vuur met de basterdsuiker en doe hier de geweekte gelatine bij. Roer tot deze goed opgelost is.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen.
  • Klop de Klopklop samen met de volle melk op tot een stevig mengsel.
  • Roer de opgeslagen klopklop door het kwarkmengsel.
  • Roer het sinaasappelsap pas door de kwark heen als deze goed is afgekoeld en een heel klein beetje lobbig begint te worden.
  • Giet het kwarkmengsel in de springvorm en strijk glad.
  • Maak tot slot de spiegel.
  • Laat de gelatineblaadjes weken in koud water.
  • Haal de pitjes uit een verse granaatappel en doe deze in een zeef en zet deze op een pan.
  • Druk hier met een houten lepel het sap uit. Je moet ca. 100 gram overhouden.
  • Meng dit sap met het versgeperste sinaasappelsap.
  • Doe de basterdsuiker erbij.
  • Verwarm in de pan en roer goed door tot de suiker is opgenomen.
  • Los de gelatine al roerend op en haal de pan van het fornuis.
  • Laat afkoelen tot het mengsel goed lobbig begint te worden, maar nog wel schenkbaar is.
  • Giet het mengsel heel voorzichtig op de kwarklaag.
  • Zet de taart met vorm en al in de koelkast om goed op te stijven.

Bron: eigen recept

 

Kwarktompoucen met perzik

De standaard tompouce met banketbakkersroom en een  frêle roze laagje glazuur erop is natuurlijk niet voor niets een klassieker en hartstikke lekker. Toch is er veel meer dan alleen het maken van de klassieke variant mogelijk! Zo zag ik al eens een hartige variant voorbij komen en ook varianten die wat frisser van smaak zijn dan het origineel. Met de Paasdagen in het vooruitzicht bedacht ik deze friszoete kwarktompouce met perzik. Lekker fruitig en met een frisse gele lentekleur. Daar fleur je ieder feestje mee op! Dit recept is goed voor 12 vierkante kwarktompoucen met perzik.

Kwarktompouce met perzik

Ingrediënten:

Bladerdeeg:

  • 200 gram bloem (Frans T55 of korstbloem)
  • 2 gram zout
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 105 gram water uit de koelkast
  • 120 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

  • 125 gram melk
  • 25 gram kristalsuiker
  • 7,5 gram maïzena
  • 5 gram gezeefde bloem
  • 15 gram eidooier

Overige vulling: :

  • 350 gram Franse magere kwark
  • 375 gram slagroom
  • 42 gram poedersuiker
  • eventueel klopfix naar wens
  • 6 ,5 gram bladgelatine (= 3,5 blaadje)
  • 4 á 5 flinke eetlepels frambozenjam
  • klein blikje perziken, uitgelekt (uitlekgewicht 235 gram)

Glazuur:

  • 120 gram poedersuiker
  • water
  • gele kleurstof (gel)
  • 25 gram poedersuiker
  • 10 gram cacaopoeder
  • water

Werkwijze:

  • Meng in een kom de bloem en het zout.
  • Voeg de 30 gram roomboter toe en het ijskoude water.
  • Kneed het geheel tot een soepel en glad deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast te rusten.
  • Rol de 120 gram roomboter uit tussen twee bakpapiertjes die je hebt dichtgevouwen op 20 x 30 cm. Zo krijg je een mooie egale en rechthoekige plak boter.
  • Leg deze plak boter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg vervolgens uit op een met bloem bestoven werkblad tot 40 x 32 cm.
  • Haal nu de boter uit de koelkast en trek aan een kant voorzichtig het bakpapier eraf. Omdat de boter teruggekoeld is, gaat dit makkelijk.
  • Leg de boter met de brede kant op de kant die je op 32 cm. hebt uitgerold.
  • Druk kort aan en haal nu het andere vel bakpapier eraf.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen. In het midden moeten ze elkaar net overlappen.
  • Snijd aan de boven en onderkant eventueel de randjes deeg af waar geen boter tussen zit.
  • Vouw vanaf de boven- en onderkant het deeg in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw weer vanaf de open kanten het deeg in drieën.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 35 minuten te rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit en vouw weer twee keer in drieën, beide keren vanaf de open kanten.
  • Verpak het deeg weer en leg weer 35 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad tot 25 x 40 cm en hevel dit voorzichtig over op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Ga vervolgens flink tekeer met de korstprikker (of met een vork, maar dat kan je beter doen op een andere ondergrond dan je bakplaat)
  • Laat het deeg een half uur rusten op de bakplaat en verwarm de oven voor op 205 graden Celsius. Conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak het deeg in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom door de melk met de suiker aan de kook te brengen en in een kom de eidooier met de gezeefde bloem en maïzena te mengen.
  • Giet een beetje van de warme melk bij het eidooiermengsel terwijl je goed blijft roeren.
  • Giet al roerend beetje bij beetje de rest van de melk erbij en meng goed.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en verwarm al roerend tot het begint te binden.
  • Haal de pan van het vuur en laat het geheel afkoelen tot 40 graden Celsius.
  • Meng al roerend de gelatineblaadjes door de helft van de banketbakkersroom tot deze volledig opgelost is.
  • Meng dit weer met de andere helft van de banketbakkersroom.
  • Meng hier vervolgens de kwark door.
  • Als je merkt dat er klontjes in het mengsel zitten kan je dit nu met de staafmixer glad maken.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker (en eventueel de klop fix) op tot deze net niet volledig stijf is.
  • Meng dit door het kwarkmengsel.
  • Snijd de uitgelekte perziken in kleine blokjes en meng dit door het kwarkmengsel.
  • Verwarm de frambozenjam met een eetlepel water in een pannetje tot de jam strijkbaar is en op de lepel stolt.
  • Snijd de randjes van de plak bladerdeeg af. Als je goed hebt geprikt is de plak mooi vlak gebleven en niet gerezen.
  • Snijd de plak nu in twee lange stroken van ca. 10 bij 40 cm.
  • Bestrijk beide plakken met frambozenjam.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 mm 3 lagen kwarkvulling op een van de plakken.
  • Leg hier de andere plak met de onderkant naar boven op en druk licht aan.
  • Als de vulling nog wat slap is, zet de tompouce dan weg in de koelkast of de vriezer om deze op te laten stijven.
  • Maak in een schaaltje de gele glazuur door poedersuiker, een beetje water en de kleurstof te mengen tot een glazuur dat nét van je vork afdruipt, even zichtbaar blijft als bolletje en dan uitvloeit.
  • Meng nu ook de 25 gram poedersuiker met het cacaopoeder en een beetje water, houdt dit glazuur iets dikker aan dan het gele glazuur.
  • Strijk met een glaceermes de gele glazuur uit op de bovenste tompouceplak. Werk vanuit het midden naar de randen toe zodat je zo min mogelijk bladerdeeg schilfers in je glazuur krijgt.
  • Doe het chocolade glazuur in een cornetje of een spuitzak met een heel klein glad spuitmondje.
  • Trek evenwijdige strepen over de tompouce met het chocolade glazuur.
  • Trek hier vervolgens met een satéprikker haaks op de chocolade lijnen lijntjes door.
  • Laat het glazuur goed aandrogen voor dat je de tompouce in stukken snijdt.
  • Snijd 12 tompoucen uit de grote plak. (Of 6 als je van grote tompouces houdt.)
  • Eet smakelijk!

Bron: eigen recept, afgezien van de banketbakkersroom, deze komt uit het boek “patisserie” van Hidde de Brabander

Kwarktaart met perzik

Onze verjaardagenmarathon zit er weer op voor dit jaar. Drie van de vier gezinsleden zijn hier jarig in maart. Omdat veel bezoek van ver moet komen en we toch zo dicht op elkaar jarig zijn, vieren we het meestal allemaal één keer groots. Een verjaardag kan natuurlijk niet zonder gebak en ieder jaar is het weer bedenken wat ik zal gaan maken. Ook aan de traktaties moet worden gedacht. De jongste heeft dit jaar getrakteerd op een door hem zelfgebakken brownie (het recept staat hier: //www.rutgerbakt.nl/recept-mijn-ultieme-brownies/ ). De oudste wilde dit jaar eens niet op de standaard zoetigheid bij de kleine pauze trakteren, maar besloot dat hij voor rozijnenbollen voor tijdens de lunch wilde zorgen. Omdat onze school met een continurooster werkt, eten alle kinderen altijd op school tussen de middag. De rozijnenbollen zijn redelijk gezond en het idee (en de rozijnenbollen) werd(en) met veel enthousiasme ontvangen. Voor het verjaardagsfeest thuis koos ik voor het maken van een kersenvlaai met raster, een fruitslof met aardbeien, een slof met gekarameliseerde appel en de taart die bij ons eigenlijk nooit ontbreekt: de kwarktaart met perzik. Dit is een heerlijk frisse taart waarbij je niet hoeft te bakken, dus hij is ook nog eens supersimpel. Lang, lang geleden haalde mijn schoonmoeder het idee uit een damesblad. In de loop der jaren werd het recept steeds een beetje bijgeschaafd tot wat het nu is. Ik denk dat we daarmee inmiddels bijna mogen spreken van een geheim familierecept! Tot nu, want ik ga dit heerlijke recept met jullie delen. Als je me voorbij ziet rennen met een boze schoonmoeder met deegroller in de aanslag achter me aan…dan weet je wat er aan de hand is! Dit recept is goed voor één kwarktaart gemaakt in een springvorm van 26 cm doorsnede. Hier snijd je in ieder geval 12 stukken uit.

Kwarktaart met perzik

Ingrediënten:

  • 1 groot blik perziken (825 gram)
  • 900 gram Franse, magere kwark
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 8 blaadjes gelatine
  • 2 zakjes KlopKlop (dit is iets anders dan klopfix!)
  • 1/2 boerencake, uit de winkel of zelfgebakken
  • 1 klein blik perziken (415 gram) voor de decoratie
  • eventueel 1/2  zakje Taartina taartgelei

Werkwijze:

  • Snijd de perziken uit het grote blik in stukjes van ca. 1 centimeter.
  • Meng de kwark met de suiker en de stukjes perzik.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Verwarm de siroop uit het grote blik perziken in een pan en los hier de gelatine in op.
  • Laat dit mengsel afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Bereid de KlopKlop volgens de aanwijzingen van de verpakking.
  • Meng de afgekoelde siroop met de opgeloste gelatine erin door het kwarkmengsel en roer goed.
  • Meng de aangemaakte KlopKlop door de kwark.
  • Zet het kwarkmengsel gedurende ongeveer een half uur in de koelkast, waarbij je elke 5 minuten even omroert. Dit maakt dat het mengsel gelijkmatig opstijft en de vulling niet naar beneden zakt.
  • Snijd plakken cake van een centimeter dik.
  • Bedek hier de volledige bodem van de springvorm mee.
  • Snijd de cake zo dat je de vorm helemaal tot aan de rand kan bedekken.
  • Giet de lobbig geworden kwark in de vorm.
  • Zet in de koelkast tot het geheel goed stevig is geworden.
  • Garneer met de perziken uit het kleine blik.
  • Bestrijk de partjes perzik eventueel met Taartina Taartgelei (aangemaakt volgens de verpakking) tegen uitdrogen en verkleuren.

Bron: geheim familierecept 😉

 

 

Appel-karamel kruimeltaart

Een paar weken geleden kreeg ik van Uitgeverij Becht het boekje “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” van Christelle Huet Gomez toegstuurd met de vraag om hier een review over te schrijven. Kruimelgebak is volgens mij iets wat iedereen lekker vindt, de brosse toplaag, lekker zoet, vaak in goed contrast met de zachte (soms sappige) vulling en vervolgens nog een lekkere bodem, wie likt daar nu niet zijn vingers bij af? Nederlanders zweren bij hun appelkruimelvlaai, maar heb je er wel eens aan gedacht dat er met kruimelgebak een heleboel variaties te bedenken zijn? Dat dit heel goed kan, bewijst de schrijfster van dit boek. Zij bedacht 33 taart- en cakerecepten met kruimeltopping. De verdeling van de recepten is onder de volgende kopjes gehangen: Fruitig, voor fijnproevers, chocolade, anders kruimelig en hartig. Voor elk wat wils dus. Je kan keuzes maken uit o.a.: peer en amandel, perzik en sinaasappel, blauwe bes en kaneel, noten en Ahornsiroop, cheesecake en speculaas, chocolade en marshmallow, chocolade en specerijen, chocolade en kastanje, speculaas en abrikoos, zalm en dille, pompoen en spekjes. Genoeg lekker dus. Het boek ziet er lekker fris uit met mooie foto’s. Qua theorie staat er een zeer beknopte beschrijving in. Het is een boek waarmee je niet te moeilijk moet doen, gewoon lekker aan de slag gaan. Om het boek goed te kunnen reviewen vind ik het belangrijk dat je er minstens één recept uit maakt. Ik koos hiervoor het recept voor appel- en karamelcake.  Het recept is redelijk duidelijk omschreven. Wat ik jammer vind is dat er geen suggesties voor het te gebruiken appelras worden gegeven. Wat mij betreft had de omschrijving voor het karameliseren van de appels iets gedetailleerder gemogen en aangezien het een cakebeslag betreft had ik graag gezien dat men erbij had gezet dat het belangrijk is om niet alleen de boter op kamertemperatuur te hebben voor je begint maar ook de overige ingrediënten zoals de eieren. Tot slot had ik het recept graag uitgebreid gezien met het recept voor karamelsaus. Natuurlijk kan je dit kant en klaar kopen, maar dit is zo eenvoudig zelf te maken, dat ik hier eigenlijk wel de werkwijze bij had verwacht. Het recept is eenvoudig te maken en leverde een erg lekkere taart op. Dit boekje is te koop voor €9,99, een leuk cadeautje voor iemand die graag bakt dus! In het recept staat dat er 8 stukken uit de taart kunnen, wij haalden er 12 uit. De taart wordt gebakken in een springvorm met een diameter van 24 cm.

Ingrediënten:

Vulling:

  • 600 gram geschilde en in blokjes gesneden Royal Gala appels
  • 40 gram ongezouten roomboter
  • 60 gram rietsuiker

Kruimels:

  • 70 gram ongezouten, koude roomboter in blokjes
  • 100 gram bloem
  • 60 gram rietsuiker

Cake:

  • 100 gram zachte ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 140 gram fijne kristalsuiker
  • 150 gram ei (ca. 3 eieren maat M)
  • 5,5 gram vanille aroma
  • 220 gram bloem
  • 16 gram gezeefd bakpoeder
  • snufje zout
  • 100 gram crème fraîche

Karamelsaus:

  • 200 gram basterdsuiker
  • 170 gram slagroom
  • 1 gram zout
  • 25 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Smelt de boter en de suiker in een koekenpan en voeg hier de appels aan toe.
  • Bak al omscheppend tot de appels mooi gekarameliseerd zijn en er geen vocht meer in de koekenpan zit. Dit duurt ca. 10-12 minuten. Laat afkoelen in de pan.
  • Maak de kruimels door de bloem met de suiker en de koude roomboter met de toppen van de vingers door elkaar te wrijven tot een kruimelig mengsel. Zet het mengsel tot gebruik in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Maak nu de cake. Mix de roomboter met de suiker tot een romig, lichtgekleurd mengsel.
  • Voeg dan één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als de eerste goed opgenomen is en mix goed.
  • Mix dan het vanille aroma erdoor.
  • Meng in een andere kom de bloem met het gezeefde bakpoeder en het zout.
  • Spatel dit door het botermengsel.
  • Spatel tot slot de crème fraîche erdoor.
  • Bekleed de bodem van de springvorm met een vel bakpapier, sluit de vorm en knip het overtollige papier grof bij.
  • Spray de vorm in met bakspray en giet hier het cakebeslag in.
  • Verdeel het cakebeslag egaal over de bodem.
  • Verdeel hierover de gekarameliseerde appelstukjes.
  • Strooi hier tot slot de kruimels over.
  • Bak gedurende 60 minuten in het midden van de oven. De cake is gaar als een cocktailprikker schoon uit het midden van de cake komt of als de kerntemperatuur 95 graden is.
  • Laat de cake even afkoelen in de vorm, haal dan de vorm eraf en laat verder afkoelen op een rooster.
  • Maak de karamelsaus. Smelt de witte basterdsuiker in een pan tot 170 graden. De suiker is nu goudbruin.
  • Breng tegelijkertijd in een andere pan de slagroom met het zout aan de kook.
  • Roer (voorzichtig!) de roomboter door de karamel. Pas op, dit kan spetteren!
  • Haal de pan van het vuur en roer de kokende slagroom erdoor.
  • Zet terug op het vuur en verwarm weer tot het kookt. Roer goed zodat de saus goed glad wordt (dit kan even duren).
  • Giet de saus door een zeef om eventuele klontjes eruit te halen.
  • Giet de saus terwijl deze nog warm is in royale strepen over de taart.
  • Eet smakelijk!

Bron: “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” door Christelle Huet-Gomez

 

Abrikozenkruimelvlaai

Hallo, daar ben ik weer (Niels). Ik dacht toen ik al die reacties op mijn vorige stuk zag:  “ik kan nog wel eens een keer wat bakken en posten”. Dus dat at heb ik gedaan met deze abrikozenkruimelvlaai!

We waren lekker aan het wandelen samen met een vriendin van mijn moeder, de man daarvan en de 2 honden. Samen gezellig op de dijk bij de Waddenzee. het zijn hele leuke honden je kunt ze trucjes laten doen zoals: poot, zit, knuffel, lig en nog veel meer! Na afloop waren we aan het eten bij een leuk eetcafétje toen zei die vriendin dat ik een leuk stukje had geschreven en toen dacht ik: ga er nog een maken! Thuis had ik nog een leuk recept liggen en ik ben dol op kruimelvlaai en abrikozen. Het leek mij wel leuk en lekker om daarmee te bakken! Toen de abrikozenkruimelvlaai klaar was had ik nog wat deeg over van de vlaai dus kneedde ik het in een beker vorm en deed er jam in. Het smaakte heel lekker net zoals de vlaai, succes met bakken!

De vlaai is een heerlijke combinatie tussen een zachte bodem, romige banketbakkersroom, sappig fruit en de brosse kruimels. De verschillende structuren en smaken maken het een genot om te eten. Gebruik een lage vorm van ca. 26 cm doorsnede.

Ingrediënten:

Banketbakkersroom:

  • 175 gram volle melk
  • 1/2 vanillestokje  van goede kwaliteit
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram fijne kristalsuiker (of zelfgemaakte vanillesuiker i.p.v. suiker en de vanillepeul)
  • 12 gram maïzena

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram witte basterdsuiker
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 70 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 400 gram uitgelekte abrikozenhelften uit blik

Kruimels:

  • 100 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden
  • 100 gram basterdsuiker
  • 133 gram bloem
  • 14 gram aardappelzetmeel
  • 4 gram citroenrasp
  • poedersuiker of decoratiepoeder voor de afwerking

Werkwijze:

  • Maak de banketbakkersroom: doe het merg van het vanillestokje met de melk in een pan.
  • Klop de (vanille)suiker samen met de eidooiers op. Voeg de maïzena toe en roer ook deze door de eidooiers.
  • Verwarm al roerend de melk tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de melk straalsgewijs al roerend bij de eidooiers. (Blijf echt goed roeren anders krijg je roerei!)
  • Giet het hele mengsel weer terug in de pan en verwarm nog eens.
  • Het mengsel zal ineens dikker worden, blijf roeren tot het een gladde massa is die “blob” zegt.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een koele schaal of bord.
  • Dek af met huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Maak nu het deeg: doe bloem, zout en de basterdsuiker bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg de roomboter en de melk toe en kneed met de hand of in een kneedmachine/standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de kom.
  • Laat het deeg 15 minuten rusten in een licht ingevette en afgesloten kom op een tochtvrije plek.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot je er precies de vorm mee kan bekleden.
  • Rol de deeglap om de deegroller en ontrol boven de ingevette vorm.
  • Druk het deeg goed aan.
  • Laat het deeg nog eens 30 minuten staan op een warme, vochtige plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bedek de bodem van de vlaai gelijkmatig met de banketbakkersroom.
  • Dep de uitgelekte abrikozenhelften droog en verdeel deze over de banketbakkersroom.
  • Maak het kruimelmengsel door hiervan de droge ingrediënten met elkaar te vermengen en de blokjes boter hier doorheen te wrijven tot er grove brokjes ontstaan.
  • Verdeel het kruimelmengsel over de vlaai.
  • Bak de vlaai een stukje onder het midden in de oven gedurende ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Laat een aantal minuten afkoelen in de vorm en hevel dan over naar een rooster.
  • Bestrooi voor het serveren met een decoratief laagje poedersuiker of decoratiepoeder.

Bron: eigen recept

Glutenvrije aardbeienslof

De dame met coeliakie die ik alweer een tijdje terug hier op bezoek had voor een glutenvrije oranjekoek workshop, had ik destijds beloofd om eens een glutenvrije slof te bakken. De tijd verstreek en vulde zich met alledaagse dingen en workshops en voor ik het wist waren we alweer twee maanden verder. Natuurlijk blijft er al die tijd een stemmetje in je hoofd fluisteren dat ik die slof had beloofd te maken. Toen ik van de slagroomtaart workshop nog wat aardbeien over had, begon het stemmetje zelfs tegen me te schreeuwen dat die heel goed bij een glutenvrije slof zouden passen! Tja, daar kon ik dat stemmetje geen ongelijk in geven, dus heb ik braaf geluisterd. Dit tot grote vreugde van mijn gezin (en mijzelf) die weliswaar niet glutenvrij hoeven te eten, maar deze slof wél ontzettend lekker vonden! Zo stond ik al snel met legen handen. Gelukkig hebben we de foto en het recept nog… Dit recept is goed voor één glutenvrije aardbeienslof, gemaakt in een slofring van 24 cm bij 10,5 cm.

Glutenvrije aardbeienslof

Ingrediënten:

Slof:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik gebruikte de variant van AH)
  • 55 gram witte basterdsuiker
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 1 gram zout
  • 100 gram ongezouten roomboter
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 50 gram amandelmeel
  • 50 gram kristalsuiker
  • 17 gram losgeklopt ei

Voor het opmaken:

  • 150 gram volle melk
  • 30 gram eidooier
  • 30 gram zelfgemaakte vanillesuiker:  fijne kristalsuiker die een paar weken in een pot met lege vanillepeulen hebben gezeten. Gebruik in plaats van deze natuurlijke vanillesuiker geen vanillesuiker uit een zakje van de supermarkt, deze heeft in deze hoeveelheid een bittere nasmaak. 30 gram fijne kristalsuiker en het merg van 1/2 vanillestokje nemen kan wel.
  • 10 gram maïzena
  • 450 gram aardbeien
  • evt. 250 ml slagroom en 30 gram poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Meng zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, citroenrasp en zout door elkaar.
  • Meng de boter door dit droge mengsel.
  • Voeg tot slot 12 gram losgeklopt ei toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg het een uurtje in de koelkast.
  • Meng het amandelmeel met de suiker en het ei en maak ook hier een samenhangend balletje van.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast tot gebruik.
  • Maak alvast de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een steelpan.
  • Klop de eidooier samen met de vanillesuiker goed los en voeg de maïzena toe en roer deze er goed doorheen.
  • Verwarm de melk al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de hete melk al roerend (blijf echt goed roeren anders krijg je klontjes roerei in je banketbakkersroom!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm weer al roerend tot het mengsel begint te binden.
  • Ga door tot het glad is en “blob” ‘zegt’.
  • Giet de banketbakkersroom op een schaal of bord en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat staan op kamertemperatuur om af te koelen.
  • Als het deeg goed is teruggekoeld verwarm je de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit de slofring in met wat bakspray.
  • Rol het deeg uit op een licht met glutenvrije bloem bestoven werkblad en rol uit tot het formaat van de slofring.
  • Doe het deeg in de slofring (of steek het deeg met de slofring uit) en leg het deeg met slofring en al op de bakplaat.
  • Wrijf de amandelspijs fijn tussen je vingers en smeer dit op het sloffendeeg. Laat rondom een centimeter vrij.
  • Bak de slof in de voorverwarmde oven in ca. 26-28 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en met de slofring eromheen.
  • Roer de banketbakkersroom los tot deze weer glad is en breng de banketbakkersroom aan op de slof.
  • Decoreer de slof met zoveel mogelijk aardbeien.
  • Indien je het nog nodig vindt kan je wat slagroom opkloppen en deze op de aardbeien spuiten.

Bron: eigen recept

 

 

Frisse appelcake

Hoi ik ben Niels 10 jaar, ik ben de zoon van Mannin. En ik vond het ook wel eens leuk om wat te schrijven voor het blog.
Voordat ik deze frisse appelcake ging maken moest ik eerst natuurlijk de juiste ingrediënten zoeken.
We hadden geen appels meer in huis en het regende buiten, maar gelukkig hingen er nog 2 appels aan de boom. Dus ik ging rennend naar buiten om de appels te plukken en gelukkig waren ze rijp. Daarna kon ik aan de bak, maar eerst moest ik de andere ingrediënten klaarzetten. Gelukkig hadden we verder alles in huis want het kan soms zijn dat sommige ingrediënten op zijn. De kans daarop is vooral groot als je een moeder hebt die super vaak bakt! Eerst moest ik nog afwegen toen dat klaar was kon ik beginnen. Soms had ik wat hulp nodig maar uiteindelijk ging de cake toch in de oven en na een paar minuten begon het al lekker te ruiken. Toen moest ik de cake uit de oven halen en even laten af koelen. Nog even de jam er over smeren. en klaar was de taart. Mijn vriendje was morgen jarig dus toen kwam ik op het idee om hem een stuk te geven! Hij was er erg blij mee!

Frisse appelcake

Ingrediënten

Droge benodigdheden:

  • 135 gram tarwebloem
  • 40 gram amandelmeel
  • 8 gram bakpoeder
  • 2 gram zout
  • 135 gram suiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel

Vochtige ingrediënten:

  • 75 gram zonnebloem olie
  • 125 gram volle yoghurt
  • 150 gram losgeklopt ei
  • 8 gram citroen rasp

Voor de rest nodig:

  • Bakspray om in te vetten
  • 2 appels (wij gebruikten Elstar)
  • 20 gram citroen rasp
  • 45 gram suiker
  • 3 gram kaneel
  • twee eetlepels abrikozen jam

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius (conventioneel met onder- en bovenwarmte)
  • Bekleed de bodem van de ronde springvorm van 22 cm. met bakpapier.
  • Vet de springvorm in met bakspray.
  • Doe al de droge benodigdheden in een kom.
  • Roer door met een stevige lepel
  • Doe hier alle vochtige benodigdheden bij.
  • Roer goed door totdat het gemengd is en het goed beslag wordt.
  • Giet het beslag in de springvorm.
  • Was de appels goed af zodat ze lekker fris zijn.
  • Snijd de appels in kwarten en haal het klokhuis eruit.
  • Snijd partjes van de appelstukjes van ongeveer en halve cm dik.
  • Doe het citroensap met de suiker en kaneel in een kom.
  • Meng de appelstukjes er doorheen totdat ze allemaal bedekt zijn met kaneel en suiker.
  • Rangschik de partjes in een mooie volgorde op het beslag.
  • Bak de taart 30 tot 40 min tot hij mooi goudbruin is en gaar van binnen. Dit test je met een satéprikker. Steek hem in het midden van de cake. Komt hij er schoon weer uit dan is de cake klaar. Is hij nog nat en vies, dan moet de cake nog eventjes verder bakken.
  • Laat de cake goed afkoelen.
  • Wanneer hij goed afgekoeld is haal je hem uit de springvorm.
  • Verwarm de abrikozen jam in een pannetje.
  • Doe er een eetlepel water bij en roer deze los.
  • Bestrijk de cake met een kwastje tot hij helemaal glimt van de jam.
  • Eten maar! Hopelijk smaakt hij jou ook goed!

Bron: “Bakbijbel, Rutger bakt van a tot z” van Rutger van den Broek.

Chocoladetaart met amandel en peer

Denk aan chocolade, peren, amandelen en kardemom… Dat klinkt als een hemelse combinatie, toch? Samen met mijn jongste zoon toog ik de keuken in en samen maakten we deze overheerlijke taart en zo kwamen we erachter dat deze combinatie inderdaad heel goed werkt! Het recept is geïnspireerd op een recept uit het boek “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter. Ik heb het boek al een hele tijd in de kast en heb genoten van de mooie foto’s en de fijne verhalen die bij ieder recept staan, maar had er nog niets uit gebakken. Zoonlief had dit recept uitgezocht en zo kon daar verandering in komen. Ik voegde naar eigen inzicht kardemom toe voor een extra kruidige touch. Ook de decoratie heb ik naar eigen inzicht aangepast. In het boek stond enkel een afwerking met chocoladeglazuur. Ik heb deze aangevuld met gebakken stukjes peer. Dit komt zowel het uiterlijk als de fruitigheid van de taart ten goede. Deze taart bevat relatief weinig  toegevoegde suiker, slechts 125 gram voor de hele taart (plus heel iets uit de chocoladereep). Je snijdt in ieder geval 10/12 stukjes van deze taart, dus per stukje valt het suikergehalte voor een taart best mee. De taart wordt gebakken in een ronde springvorm van 22 cm.

Ingrediënten:

Voor de taart:

  • 175 gram pure chocolade (het boek raadt een cacaopercentage van 70% aan)
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram amandelmeel
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 85 gram eidooier
  • 3 geschilde peren, ontdaan van het klokhuis (wij namen conference)
  • 120 gram eiwit
  • snufje zout

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram pure chocolade (cacaogehalte van 70% wordt in het boek aangeraden)
  • 1 (conference) peer, geschild en ontdaan van het klokhuis
  • klontje ongezouten roomboter
  • Eventueel een topje uit een muntplant ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Begin met het maken van de taart.
  • Smelt de chocolade au bain-marie in een kom bovenop een pan met zacht kokend water.
  • Meng de boter en suiker met een mixer in een kom en klop deze wit en luchtig.
  • Spatel er voorzichtig het amandelmeel en de kardemom doorheen.
  • Klop dan in twee delen de eidooiers door dit mengsel.
  • Snijd de peer in blokjes en meng deze door het beslag.
  • Spatel voorzichtig de chocolade door het beslag.
  • Klop in een andere, vetvrije kom het eiwit samen met een snufje zout op tot stevige, glanzende pieken.
  • Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag tot je geen witte vlokken meer ziet.
  • Leg een vel bakpapier op een losse springvormboden van 22 cm en zet hier de ring op en sluit deze.
  • Vet de vorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad met een spatel.
  • Zet in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 50 minuten tot de taart stevig aanvoelt.
  • Laat een klein half uurtje in de vorm afkoelen. Ontvorm en zet op een rooster. Dit gaat het makkelijkste als je twee roosters hebt. Eerst zet je een rooster op de bovenkant van de taart en keert deze op de kop. De taart ligt nu op de kop op het rooster. Pak een tweede rooster en leg deze op de onderkant die bovenop ligt. Houdt beide roosters vast en keer de taart om. De bovenkant ligt nu weer boven. Haal het rooster dat nu boven ligt weg en laat de taart verder afkoelen.
  • Smelt au bain-marie de chocolade en roomboter voor de topping.
  • Laat iets afkoelen tot het mengsel yoghurtdikte heeft bereikt.
  • Giet op de nog iets warme taart en verdeel goed over de bovenkant.
  • Snijd de peer in plakjes over de lengte en bak deze in een hete koekenpan met roomboter.
  • De peer moet iets karameliseren voor een mooi effect.
  • Schik de plakjes peer op de taart en werk af met een topje munt.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter.