Crème brûlée

Dit nagerecht moét ik wel met jullie delen. Het zou asociaal zijn om zoiets lekkers niet met anderen te delen! En daar zit eigenlijk ook de kern van wat het zo leuk maakt om bijvoorbeeld met Kerst voor anderen te koken en te bakken. Het delen van iets dat je met liefde hebt gemaakt en op deze manier mensen bij elkaar te brengen en samen te laten genieten, dat geeft iedere kok en bakker, professioneel of niet, een goed gevoel. Het fijne van dit dessert is dat je het grotendeels ruim van tevoren kan maken. Wat rest is op het laatst de suiker karamelliseren. Dit geeft een hard, glasachtig laagje dat een mooi contrast geeft met de zijdezachte custard. Dit recept is goed voor 6 bakjes van 150 ml met crème brûlée.

crème brûlée

Ingrediënten:

  • 550 gram slagroom
  • 1 dikke, vette en flexibele vanillepeul
  • 85 gram fijne kristalsuiker
  • 165 gram eidooier
  • rietsuiker

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 125 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de slagroom in een pan en doe hier het merg van een goede vanillepeul bij.
  • Meng in een kom de suiker door de eidooiers.
  • Verwarm de slagroom al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de slagroom terwijl je goed roert bij de eidooiers.
  • Verdeel het custardmengsel over de 6 ramekins (ovenvast schaaltje voor o.a. crème brûlée).
  • Zet de ramekins in een ovenbestendige bak (bijv. een braadslede).
  • Vul deze tot 40% van de ramekins onder water staan.
  • Laat in de oven garen gedurende 75 tot 90 minuten tot de binnenkant nog wiebelig is, maar de boven- en buitenkant steviger beginnen te worden.
  • Laat de schaaltjes afkoelen en zet ze dan minimaal 3 uur in de koelkast.
  • Haal ze vlak voor het serveren uit de koelkast.
  • Bestrooi ze gelijkmatig met een dun laagje rietsuiker en karamelliseer deze met een brandertje.
  • Zorg ervoor dat de karamel goudbruin wordt, maar niet donkerder dan dat, dit smaakt erg bitter.
  • Heb je geen brandertje, dan kan de suiker ook gekaramelliseerd worden door de schaaltjes onder de ovengrill te zetten.
  • Serveer direct omdat de karamellaag direct na het branden lekker knapperig is, maar zachter zal worden naarmate deze langer staat, doordat deze laag vocht aan de custard onttrekt. En juist met je lepel de harde laag breken en eronder de romige custard vinden is als het uitpakken van een mooi cadeautje! Eet smakelijk!

Bron: eigen recept

Breekbrood met cranberries, walnoten en camembert.

Dit brood is een heerlijk borrelbrood dat past bij elke situatie waarin je gezellig samen bent met familie en/of vrienden. Een breekbrood is ideaal om op tafel te zetten bij verjaardagen, feestdagen of als er ‘zomaar’ bezoek komt. Iedereen kan er makkelijk een bolletje aftrekken en deze in de gesmolten camembert dopen. Succes verzekerd! Het breekbrood heeft warme smaaktonen door de walnoten en de sinaasappel, af en toe afgewisseld door het friszure van een cranberry, wat  perfect past bij de iets zoutige, rijke smaak van de kaas. Dit recept is goed voor een breekbrood bestaande uit 20 stukjes brood.

Breekbrood met cranberries walnoten en camembert

Ingrediënten:

  • 100 gram gepelde walnoten
  • 600 gram bloem (geschikt voor broodbakken)
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 6 gram instant gist
  • 330 gram water op kamertemperatuur
  • 20 gram olijfolie
  • 30 gram gekonfijte sinaasappelschilletjes, in kleine blokjes gesneden
  • 70 gram verse cranberries
  • 250 gram ronde camembert

Werkwijze:

  • Rooster de walnoten op een bakplaat in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende ca. 15 minuten.
  • Doe bloem, zout en gist in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water toe en kneed met de hand of in een machine tot een soepel deeg waar je een vlies van kan trekken.
  • Voeg de olie toe en kneed verder tot dit volledig is opgenomen.
  • Breek of snijd de afgekoelde walnoten in grove stukken.
  • Voeg de gekonfijte sinaasappelschilblokjes en de walnootstukjes toe en meng dit door het deeg.
  • Druk het deeg plat en verdeel de helft van de cranberries over tweederde van het deeg.
  • Vouw het onbedekte stuk deeg tot de heft van het bedekte stuk en vouw het bedekte stuk daar weer overheen. Je hebt nu feitelijk twee lagen met goed verdeelde cranberries.
  • Herhaal dit met de cranberries die je nog over hebt.
  • Bol het deeg op en leg dit in een ruime, ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Zet deze kom weg bij 29 graden Celsius en laat ca. een uur rijzen tot dubbel volume. Je kan het deeg ook prima op kamertemperatuur laten rijzen, maar dan ben je iets langer bezig. Laat het deeg altijd leidend zijn.
  • Druk het deeg na het rijzen plat met de vlakke hand tot alle grote luchtbellen eruit zijn.
  • Verdeel het deeg in 20 gelijke stukjes van ca. 58 gram.
  • Bol elk stukje goed op.
  • Vet een ovenbestendig schaaltje of een metalen bakring ter grootte van de camembert in met bakspray en leg deze midden op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Leg hier eerst 10 bolletjes omheen en daar vervolgens de overige 10 bolletjes. Leg ze niet te strak op elkaar, want het deeg gaat nog rijzen.
  • Ik liet het deeg in een vochtige ruimte van 31 graden Celsius gedurende een uur rijzen. Laat je het deeg op kamertemperatuur rijzen, dan ben je langer onderweg. Zorg ervoor dat het deeg niet uitdroogt door het deeg bijv. af te dekken met een plastic bak en er een bakje dampend water naast te zetten. Het deeg is goed gerezen als je het met je vingertop voorzichtig indrukt en het vervolgens langzaam terug veert.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Snijd de camembert bovenop flink in.
  • Bak het brood in het midden van de oven gedurende 12 minuten. Giet bij het inschieten iets water op de metalen opvangbak onderin de oven voor stoomvorming.
  • Laat de stoom na 12 minuten vrij en verlaag de temperatuur naar 180 graden Celsius. Haal hierbij de ring of het schaaltje uit het brood en leg er de camembert voor in de plaats.
  • Bak het brood nog eens 15 minuten op 180 graden Celsius.
  • Serveer het brood direct na het bakken als de kaas nog zacht is.

Bron: eigen recept.

 

Pavlova

Een befaamd toetje met Kerstmis is de Pavlova. Vernoemd naar de balletdanseres Anna Pavlova. Als je met een beetje fantasie kijkt naar het dessert kan je je voorstellen dat de mooi opgespoten eiwitten de geplooide stof van de tutu van een balletdanseres zouden kunnen voorstellen. De basis bestaat uit een -meestal- komvormig geheel van opgeslagen eiwitten waarbij mede de toevoeging van een zuur ervoor zorgt dat de buitenkant bros is, maar de binnenkant dik stroperig. Vaak wordt hier wat slagroom op geschept en het geheel afgewerkt met fruit. Door voor kwark met gelatine te kiezen, heb je iets minder last van het vocht dat het eiwit zacht maakt. De kwark is lekker fris door de limoen en daardoor -naar mijn idee- niet zo zwaar als een flinke dot slagroom. De kleuren zijn met wit, rood en groen ook lekker “kerstig”. Smullen maar!

pavlova

Ingrediënten:

Eiwitschuim:

  • 125 gram (gepasteuriseerd) eiwit op kamertemperatuur
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 5,5 gram maïzena
  • 10 gram limoensap

Opmaak:

  • 2 blaadjes gelatine
  • 30 gram limoensap
  • 300 gram volle kwark
  • 20 gram fijne kristalsuiker
  • rasp van een halve limoen
  • frambozen naar eigen inzicht voor het decoreren
  • rasp van een halve limoen ter decoratie

Werkwijze:

  • Klop de eiwitten in een brandschone kom met een brandschone garde tot ze wittig beginnen te worden.
  • Voeg dan beetje bij beetje de fijne kristalsuiker toe en klop verder tot het eiwit in glanzende pieken omhoog blijft staan.
  • Meng in een kommetje de maïzena met het limoensap en meng dit door de stijfgeslagen eiwitten.
  • Verdeel de eiwitten over twee spuitzakken.
  • Spuit met een rond, glad spuitmondje cirkels van 9 cm op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Werk daarbovenop rondom af met een St. Honorè spuitje maat 30 waarbij je van buiten naar binnen kan werken, of van binnen naar buiten.
  • Druk indien nodig met de bolle kan van een lepel een kuil in het midden.
  • Droog het schuim op 100 graden Celsius, conventioneel met onder en bovenwarmte in de oven tot het droog is aan de buitenkant en stevig genoeg om van de bakplaat te tillen. Het drogen zal afhankelijk van de dikte van het schuim 2-3 uur in beslag nemen.
  • Week de gelatine in ruim, koud water tot het goed zacht is.
  • Laat de gelatine uitlekken en verwarm deze samen met het limoensap in een pannetje tot de gelatine gesmolten is.
  • Roer de gesmolten gelatine snel door de kwark tot het goed verdeeld is.
  • Roer de suiker en de limoenrasp door de kwark en zet in de koelkast tot deze steviger begint te worden.
  • Schep de kwark in de holtes van de pavlova en maak af met frambozen en limoenrasp.
  • Serveer vlot nadat je de kwark erop hebt geschept.

Bron: eigen recept

 

Zespuntige broodster

In het boek “Bread” van Jeffrey Hamelman kwam ik een vlechtschema tegen van een prachtige zespuntige broodster. Wat leek me dat mooi om met kerst te kunnen serveren! Ik zocht mijn eigen recept voor vlechtbroden erbij en begon. Het vlechten viel niet tegen en wat er lag was niet slecht. Was er nog een probleempje…hoe kreeg ik het hele gevaarte in hemelsnaam op de bakplaat? Gelukkig wilde de buurvrouw wel even helpen (die is dat soort vreemde bakvragen van mij inmiddels wel gewend, denk ik). Al na de tweede rijs bleek dat het een aardig brood zou worden…en toen het gebakken was leek het of er een fors formaat octopus zich in mijn oven had gewrongen en zich iets had verkeken op de beschikbare ruimte…hij zat namelijk nogal klem! Na wat wurmen en worstelen kreeg ik het gevaarte uit de oven en was het mij duidelijk dat ik best wat minder deeg kon gebruiken! Gelukkig zei het uiterlijk niets over het brood, dat was snel in alle monden hier verdwenen! Poging twee met de helft deeg ging gelukkig perfect. Dit keer was ik zo slim om het vlechten alvast op het bakpapier te doen zodat ik het geheel zo op de bakplaat kon schuiven. Het resultaat was dit keer niet alleen een heerlijk, maar ook een prachtig brood. Het oog wil tenslotte ook wat…zelfs als je met kerst nauwelijks wat kunt zien bij al die flakkerende kaarsjes. Eet smakelijk!

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem, geschikt voor broodbakken
  • 30 gram suiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

zespuntige broodster

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer door elkaar.
  • Voeg het ei, de melk en de roomboter toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je tussen je vingers een mooi vliesje van kan trekken. In het begin is het deeg ontzettend plakkerig, maar als je lang genoeg doorgaat met kneden zal dit voorbij gaan.
  • Verdeel het deeg in twee stukken. Bol beide stukken deeg lichtjes op en leg in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek deze af met een deksel en zet weg op een warme, tochtvrije plek van 29 graden Celsius.
  • Laat in ca. 60 minuten tot dubbel volume rijzen. (Laat het deeg leidend zijn, niet de tijd.)
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel in 18 exact gelijke stukken.
  • Bol elk stukje op zodat er spanning op komt en dek af met huishoudfolie.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in een aantal etappes uit tot strengels van ongeveer 45 cm.
  • Vouw elke strengel tot een V-vorm. Leg zo 3 strengels boven elkaar op een bakpapiertje.
  • Leg daarnaast weer 3 strengels boven elkaar met de punten naar benden en herhaal dit tot je een ster hebt met zes punten van zes strengels waarbij elke punt drie strengels deelt met de volgende punt.

  • Nummer in gedachten de strengels van elke punt 1 t/m 6. (Zie onderstaande foto’s die bij een enkele broodvlecht horen, maar het vlechtprincipe blijft hetzelfde bij de ster)

  • Leg strengel 1 onder strengel zes door en laat deze aan de rechterkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Laat strengel 6 aan de linkerkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Leg nu strengel 2 links naast strengel 1 en leg strengel 1 rechts naast strengel 3.
  • Leg strengel 5 rechts naast strengel 6 en leg strengel 6 links naast strengel 4.
  • Dit vlechtpatroon herhalen tot de hele punt gevlochten is.
  • Vervolgens sla je een punt over en vlecht je de volgende punt.
  • Zo ga je door tot alle punten gevlochten zijn.
  • Werk de uiteinden af door het deeg goed samen te knijpen en onder het geheel te vouwen.
  • Leg de broodster met bakpapier en al op een ruime bakplaat.
  • Bestrijk het brood heel precies met losgeklopt ei.
  • Laat ca. 50-60 minuten narijzen op een warme, vochtige en tochtvrije plaats van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 200 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de broden ca. 28-30 minuten tot ze goudbruin zijn en de kerntemperatuur 95 graden of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

kerstmuts broodjes

Iemand vroeg met laatst tijdens een workshop hoe je triangelbroodjes maakt. Dit zijn driehoekige broodjes. Hoewel ik het toen door de vele workshops te druk had om mijn idee direct vorm te geven, bleef het maar in mijn hoofd rondwaren. Met die driehoekige vorm was wat leuks te doen! Ik heb verschillende varianten geprobeerd: met sesamzaad, geplette tarwevlokken en met greinsuiker op de “bont”rand van de kerstmuts. Uiteindelijk bleken de broodjes zonder decoratie het leukste. Het eistrijksel geeft het broodje een mooie roodbruine glans, zonder dat je kleurstoffen hoeft te gebruiken. Je zou de bontrand onbestreken kunnen laten zodat deze wat lichter blijft en het contrast nog groter is dan hoe ik ze nu heb gemaakt. Als je de rand niet instrijkt met ei, dan moet je deze na het bakken even met geklaarde boter bestrijken zodat deze lekker zacht wordt en toch wat glans krijgt. Dit recept is goed voor 8 kerstmuts broodjes.

Ingrediënten:

Volkorendeeg:

  • 400 gram volkoren tarwemeel
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 4,5 gram instant gist
  • 24 gram vloeibare honing
  • 24 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 240 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 40 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur

Wit deeg:

  • 150 gram bloem, geschikt voor broodbakken
  • 2,25 gram (bakkers)zout
  • 1,3 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram vloeibare honing
  • 85 gram volle melk op kamertemperatuur

Voor de afwerking:

  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe het volkorenmeel, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg de honing, boter, melk en het ei toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken. Op mijn instagrampost van 22 december 2017 kan je zien dat je ook van volkorendeeg een prachtig vliesje kan trekken! ( //www.instagram.com/baksels_net/ )  Het deeg zal in het begin erg plakkerig zijn, maar dit gaat over naarmate je meer kneedt.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek af met een deksel en zet ca. 60 minuten weg bij 29 graden Celsius. Je kan het ook op kamertemperatuur wegzetten, maar dan duurt het wat langer voordat het deeg gerezen is.
  • Doe nu de bloem, het zout en de gist in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, honing en melk toe en kneed wederom tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol ook dit deeg op leg het in een andere licht met olie ingevette kom en dek ook af met een deksel. Zet deze kom gezellig naast de andere kom.
  • Als het volkorendeeg in volume verdubbeld is en de afdruk blijft staan als je met je vinger erin drukt.
  • Druk het deeg met de vlakke hand plat en bol op tot een mooie ronde, gespannen bol.
  • Doe het zelfde met het witte deeg.
  • Dek af met huishoudfolie, zet de kom waarin je het hebt laten rijzen er op de kop overheen en laat 30 minuten rusten op je aanrecht.
  • Druk het volkoren deeg met de vlakke hand plat, zorg er wel voor dat het een ronde vorm blijft!
  • Snijd het deeg in 8 gelijke punten.
  • Leg op 2 met bakpapier beklede bakplaten elk 4 punten.
  • Druk het witte deeg plat en verdeel in 2 gelijke stukken.
  • Van de ene helft snijd je 8 gelijke stukken en deze bol je op, net als met bolletjes. Zet je hand er als een kooitje overheen en draai het deeg rond. De onderkant blijft onder, daar vormt zich een naveltje. Als je het goed doet zie je het deeg aan de bovenkant strak en glad trekken en het bolletje een mooie ronde vorm krijgen.
  • Druk het langste puntje van het volkorendeeg iets plat, bevochtig deze iets met wat water en leg het witte bolletje erop.
  • Verdeel het overgebleven witte deeg in acht gelijke stukjes en rol deze uit tot 8 rechthoekige reepjes.
  • Bevochtig elk reepje aan de onderkant met iets water en leg deze op de onderste rechte rand van het driehoekje.
  • Vouw de randjes onder het volkorendeeg.
  • Bestrijk alle broodjes met eistrijksel, bekijk even zoals in de inleiding genoemd, of je het bontrandje ook meeneemt of niet.
  • Laat ca. 30 minuten rijzen in een vochtige, tochtvrije omgeving van 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bak bij voorkeur met één plaat tegelijk. Zet deze in het midden van de oven en bak gedurende 15 minuten tot de broodjes goudbruin en gaar zijn.

Bron: eigen recept.

Kerststol

Van december heb ik altijd het gevoel dat deze maand te snel gaat en er te veel in gebeurt. Is het voor mijn gevoel nog maar net herfst, begint men om mij heen ineens kruidnoten te bakken en niet veel later de kerstboom op te tuigen… De herfst- en wintermaanden zijn voor mij met de bakworkshops ook altijd stampvol, dus even rustig afremmen voor kerst is er voor mij meestal niet bij, ik kom met gierende banden tot stilstand op eerste kerstdag. Dit jaar heb ik iets eerder vrij gepland, dan kan ik nog fijn wat lekkere kerstdingen bakken. Zoals deze heerlijke kerststol bijvoorbeeld. Hij zit bomvol fruit en noten. Houd je niet zo van noten? Dan kan je deze ook makkelijk weglaten. Dit recept is goed voor 1 kerststol. Wat gaan jullie bakken voor de kerst?

Ingrediënten:

Deeg:

  • 200 gram tarwebloem met ten minste 12% eiwit. Koop dit bij een molen of je bakker
  • 8 gram tarwegluten poeder
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 25 gram suiker
  • 10 gram instant gist
  • 10 gram citroenrasp (Dr. Oetker)
  • 3 gram verse sinaasappelrasp
  • 113 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 25 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram krenten (nog niet geweld)
  • 65 gram sultana rozijnen (nog niet geweld)
  • 15 gram grofgehakte, geroosterde amandelen
  • 15 gram grofgehakte en geroosterde hazelnoten
  • 8 gram sukade

Spijs:

  • 75 gram amandelmeel
  • 75 gram suiker
  • 28 gram losgeklopt ei
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)

Afwerking:

  • ongezouten roomboter
  • decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze:

  • Doe een avond voor je gaat bakken de rozijnen en krenten in een bak en laat ze een half uur wellen in warm water.
  • Giet ze af en laat ze aan de lucht drogen gedurende een nacht.
  • Doe bloem, glutenpoeder, zout, suiker, instant gist, citroenrasp en sinaasappelrasp bij elkaar in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg melk, ei en roomboter toe en kneed het geheel met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers. Het deeg blijft lang plakkerig, maar uiteindelijk trekt het deeg zo glad dat je het kan knuffelen. Voeg dus geen extra bloem toe tijdens het kneden!
  • Bol het deeg licht op en dek af met een kom.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Meng ondertussen de vulling: de gewelde rozijnen, krenten, de grofgehakte en gebruineerde amandelen en hazelnoten en de sukade.
  • Duw het deeg met de vlakke hand uit tot een rechthoekige lap. Probeer niet opzij te wrijven of duwen, je deeg gaat dan kapot.
  • Neem iets meer dan de helft van de aangemaakte vulling en verdeel dit over tweederde van de deeglap.
  • Vouw het deel dat niet bedekt is voor de helft over het met vulling bedekte deel. Vouw de helft die nog niet gevouwen over de al gevouwen lagen heen. In totaal heb je het deeg dus in drieën gevouwen.
  • Draai het deeg een kwartslag en herhaal hetzelfde met de resterende vulling.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen en vouw de open kanten iets naar onderen en bol het deeg op door dit rond te draaien op je aanrecht en tegelijkertijd het deeg iets naar beneden te trekken. Je krijgt nu een stevige bol deeg.
  • Leg het deeg in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Laat op 29 graden ca. een uur rijzen tot dubbel volume op een tochtvrije plek. Laten rijzen kan ook prima op kamertemperatuur, het rijsproces duurt dan wel langer.
  • Maak tijdens het rijzen de amandelspijs. Meng amandelmeel, suiker, citroenrasp en ei met elkaar tot een smeuïge massa. Dek af en laat rusten tot gebruik.
  • Druk na het rijzen met de vlakke hand de lucht uit het deeg.
  • Bol het deeg op tot er spanning in zit.
  • Dek af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol met een rolstok een grote gleuf in het midden van de bol deeg. Aan twee uiteinden houdt je een bolling, dit zijn de “lippen” van de stol.
  • Rol een spijspil (een worstvorm) van het spijs en leg dit in het midden van het deeg. Aan de beide zijkanten moet een centimeter overblijven.
  • Vouw het deeg over het spijs heen, een stukje over de onderste flap.
  • Duw met de zijkant van je hand het deeg goed vast rondom de spijs. Doe je dit niet goed, dan zal de spijs uitbakken.
  • Leg de stol op zijn kop op een met bakpapier beklede bakplaat. De onderste lip steekt nu verder uit dan de bovenste.
  • Laat in een vochtige ruimte (zet er een bakje dampend water bij) op 29 graden Celsius gedurende 20 minuten rijzen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de stol net onder het midden in de oven. Giet iets water op de metalen opvangplaat onderin. Dit geeft stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 180 graden Celsius en bak nog 32 minuten tot de stol een kerntemperatuur heeft van 95 graden Celsius.
  • Bestrijk de stol direct na het uit de oven halen flink met gesmolten roomboter.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi met gezeefd decoratiepoeder (neemt minder snel vocht op en blijft als een wit laagje liggen) of met poedersuiker.

Bron: eigen recept

Kerstboombrood

Op de laatste dag voor kerst moest er nog heel wat gebakken worden: zes tarwebusbroden en een aantal stokbroden. Omdat ik toch bezig was en ik ineens een wild idee kreeg, ben ik dat direct maar gaan uitproberen. Een kerstboombrood na de kerstdagen bakken, dat heeft immers niet meer zoveel zin. Mijn plannetje pakte behoorlijk goed uit, dus ik zal het direct met jullie delen! Want wie vindt het nu geen leuke verrassing om een kerstboom in je brood te vinden? Gene echte natuurlijk, maar een van chocoladebrooddeeg. Van de cacao zie je overigens meer dan dat je ervan proeft, maar dat is in dit geval juist heel goed denk ik. Dit recept is goed voor 1 busbrood, gebakken in een vorm van 30 x 12 cm. Rest mij enkel nog om iedereen hele fijne, gezellige kerstdagen te wensen!

kerstboombrood

Ingrediënten:

  • 600 gram tarwebloem voor brood
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 15 gram fijne kristalsuiker
  • 8 gram instant gist
  • 320 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur (is ca. 1 ei maat M)
  • 3 gram cacaopoeder
  • 10 gram kokend water

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en suiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • voeg water, roomboter en ei toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in 290 gram en 745 gram.
  • Kook wat water en giet tien gram hiervan in een schaaltje bij het cacaopoeder en roer tot alles opgelost is.
  • Bol de 745 gram deeg op en leg deze in een licht met olie ingevette kom en dek deze af met een deksel.
  • Kneed vervolgens het cacaopapje door de 290 gram deeg heen tot alles goed egaal verdeeld is.
  • Bol ook dit deeg op en leg dit in een andere licht ingevette kom en sluit ook af met een deksel.
  • Zet de kommen op een tochtvrij plekje van 29 graden Celsius.
  • Laat ca. een uur staan tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het witte deeg in 18 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Verdeel het bruine deeg in 7 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Bol alle stukjes op, je brengt ze op spanning. Dit doe je door je hand als een soort kooitje over het deeg heen te zetten. Nu ga je draaien. De pink haalt het deeg naar je toe, de duim duwt het weer van je af. Het stukje deeg dat onder ligt, blijft ook onder. Als je het goed doet, zie je aan de onderkant van je deeg een soort draaikolkje ontstaan en trekt de bovenkant glad. Als je er met je vinger op drukt, veert het deeg direct weer terug.
  • Dek de bolletjes af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in etappes uit tot bijna 30 cm (de breedte van je bakblik).
  • Vet je bakblik in met wat bakspray.
  • Nu ga je het patroon van de kerstboom opbouwen, zorg ervoor dat de strengels niet te droog zijn geworden, anders hechten ze niet goed. Bevochtig ze heel licht als ze droog werden, maar maak ze niet te nat anders krijg je juist weer geen hechting.
  • Op de bodem leg je een laag neer van 2 witte strengels, in het midden 1 bruine en dan weer 2 witte strengels.
  • De laag die daarbovenop komt: 1 witte strengel, dan 3 bruine strengels en daarnaast weer 1 witte.
  • De derde laag: 1 witte strengel, 1 halve witte strengel, 2 bruine strengels, 1 halve witte strengel, 1 witte strengel.
  • Vierde laag: 2 witte strengels, 1 bruine strengel, 2 witte strengels.
  • Vijfde en bovenste laag: 5 witte strengels.
  • Knijp de strengels op de bovenste laag goed aan elkaar zodat het een geheel wordt.
  • Zet het bakblik op een vochtige, tochtvrije plek van 31 graden Celsius.
  • Laat ca. 50-60 minuten rijzen.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 240 graden Celsius, hetelucht met onderwarmte.
  • Bak het brood op deze stand 20 minuten.
  • Bak vervolgens nog 6 minuten op 190 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius heeft bereikt.
  • Haal het brood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster alvorens het aan te snijden.
  • Fijne feestdagen!

Bron: eigen recept

 

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen schuimkransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept

Peperkoek

Gingerbread, pepperkake, lebkuchen, peperkoek…dit koekje heeft veel verschillende namen. Het is dan ook wijd verspreid over de wereld. Doorgaans is de koek gemaakt met bloem, honing of stroop, en kaneel, gember, peper, kardemom en kruidnagel. Dit recept maakt dat het koekje zijn naam eer aan doet, er zit een vrij pittige nasmaak aan. Persoonlijk houd ik er wel van, maar kinderen zullen het wellicht op prijs stellen dat je iets zuiniger bent met de peper en gember dan in dit recept is aangeven. Hoeveel koekjes je met dit deeg kan maken, hangt natuurlijk van het formaat van je koekstekers af, maar ik maakte er in ieder geval drie bakplaten vol van. Deze koekjes zijn niet alleen leuk om te eten, maar staan ook prachtig als decoratie in de kerstboom. Prik dan wel voor het bakken een ruim gat in het deeg waar je een lintje door kan doen. Het deeg is ook geschikt om een huisje van peperkoek van te maken.

peperkoek

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 75 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 25 gram ei (half ei maat M)
  • 125 gram Friese keukenstroop
  • 0,8 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 0,5 gram gemalen kruidnagel (1/4 tl)
  • 1,0 gram gemalen kardemom (1/2 tl)
  • 1,8 gram gemalen witte peper (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 2,5 gram verse sinaasappelrasp
  • 5 gram baking soda (1 tl)
  • 250 gram bloem

Voor het glazuur:

  • 100 gram poedersuiker
  • 15 gram gepasteuriseerd eiwit, licht opgeklopt
  • 4 gram citroensap

Werkwijze:

  • Meng de suiker en boter goed door elkaar.
  • Roer het ei erdoor.
  • Voeg de stroop, kruiden, sinaasappelrasp en baking soda toe en meng goed.
  • Meng tot slot de boem door het mengsel en kneed tot een samenhangend, egaal deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minimaal 2 uur weg in de koelkast, liefst een nachtje.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel boven- en onderwarmte.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een dikte van 4 á 5 mm.
  • Steek met koekvormpjes de koekjes uit en leg deze op enige afstand van elkaar op met bakpapier beklede bakplaten.
  • Bak de koekjes in 10-12 minuten goudbruin en gaar in het midden van de oven.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
  • Meng in een maatbeker poedersuiker, het eiwit en het citroensap.
  • Doe dit in een spuitzak met een klein, glad spuitmondje.
  • Versier elk koekje naar wens met glazuur.
  • Genieten maar!

Bron: dit recept is een eigen aanpassing met dit recept als inspiratie //brodogkorn.no/oppskrift/pepperkakedeig/