Deense krakelingen

02/08/2019

Deense krakelingen zijn gebakjes van gerezen bladerdeeg. Vers zijn ze knapperig, met een romige banketbakkersroom in de lussen tussen het bladerdeeg en daarop heerlijk vers fruit naar eigen keuze. Dit keer gebruikte ik enkel fruit uit eigen tuin, wat geeft dat een vrolijk aanzicht! Dit recept is goed voor 10 Deense krakelingen.

Deense krakelingen zijn gebakjes van gerezen bladerdeeg gevuld met banketbakkersroom en veel vers fruit!

Ingrediënten:

Deeg:

  • 200 gram korstbloem of Franse bloem T55
  • 3 gram zout
  • 6 gram kristalsuiker
  • 4 gram instant gist
  • 112 gram koud water
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 125 gram ongezouten roomboter welke redelijk stevig blijft op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

  • 400 gram volle melk
  • 80 gram eidooier
  • 25 gram bourbon vanillesuiker (vanillesuiker met gemalen echte vanille erin)
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 40 gram maïzena

Afwerking:

  • Fruit naar eigen smaak
  • abrikozenjam
  • water

Werkwijze:

  • Meng bloem, zout, suiker en gist met elkaar in een kom.
  • Voeg het koude water en de 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een een soepel deeg waar je nét geen vliesje van kan trekken.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg in de koelkast voor 35 minuten.
  • Leg een vel bakpapier op je werkblad, leg hier in het midden 125 gram in plakken gesneden roomboter op.
  • Leg hier een vel bakpapier op en vouw het bakpapier dicht op 20 x 30 cm. dicht. Duw de naden goed dicht met je nagel.
  • Draai het pakketje om zodat de open naden naar onderen liggen.
  • Rol de roomboter uit tot de vouwen, je krijgt nu een rechthoekig pakketje roomboter van 20 x 30 cm.
  • Leg je pakketje in de koelkast.
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad uit tot 40 x 32 cm.
  • Haal de roomboter uit de koelkast en werk snel.
  • Haal aan één kant het bakpapier van de plak roomboter, dit gaat makkelijk als de boter nog koud is.
  • Leg de plak boter in het midden van het uitgerolde deeg. (de korte kanten liggen gelijk aan de lange zijde van het deeg, het deeg zal nauwelijks boven en onder de boter uitsteken)
  • Duw de boter vast met een deegschraper of iets anders, maar gebruik niet je handen omdat de boter dan zacht wordt.
  • Trek nu het bakpapier van de boter.
  • Vouw de onbedekte zijdes van het deeg over de roomboter en zorg dat ze elkaar nét overlappen in het midden.
  • Rol zacht met de rolstok over het deeg en snijd de randjes af waar geen roomboter tussen zit.
  • Vouw het deeg vanaf de open kant in drieën.
  • Rol het deeg eventueel voorzichtig nog iets uit en vouw het nogmaals vanaf de open kant in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en leg weer 35 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot je het vanaf de open kant in drieën kan vouwen.
  • Draai het deeg een kwartslag, rol nog eens voorzichtig uit en vouw vanaf de open kant in drieën.
  • Verpak weer in het huishoudfolie en leg weer voor 35 minuten in de koelkast.
  • Maak ondertussen de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Meng in een kom het eigeel met de suikers en de maïzena en giet hier vervolgens een scheut melk uit de pan bij en meng tot een vloeibaar papje.
  • Verwarm al roerend de melk tot hier damp vanaf komt, giet straalsgewijs en al roerend het eimengsel bij de warme melk in de pan.
  • Verwarm al roerend met een garde verder tot de massa merkbaar steviger begint te worden, als het schuim wegtrekt, de room glad trekt en je “blub” hoort, is de banketbakkersroom klaar.
  • Giet uit op een schaal en dek af met huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestrooid werkblad tot een rechthoekige lap van 21 x 40 cm.
  • Leg het deeg op een snijplank en snijd aan beide lange kanten een dun randje af, je deeg is nu nog 20 cm breed.
  • Snijd nu 10 lange repen van 2 cm breed en 40 cm lang.
  • Rol van elke reep beide uiteinden in tegenovergestelde richting zodat je een “wokkel” krijgt.
  • Vorm een krakeling en leg de losse uiteinden onder het lange stuk deeg.
  • Leg op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat 45 minuten op een vochtige plek rijzen bij ca. 26 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Roer de banketbakkersroom los tot een gladde pasta. Spuit de helft van de room met een spuitzak in de open lussen van de krakelingen.
  • Bewaar de andere helft van de banketbakkersroom voor het opspuiten van de krakelingen na het bakken.
  • Zet de Deense krakelingen in het midden van de oven, giet een scheutje water op de verdiepte opvangplaat onderin de oven voor stoomvorming en bak gedurende 24 minuten op 220 graden Celsius tot ze gaar en goudbruin zijn. Laat de stoom na 10 minuten ontsnappen.
  • Laat afkoelen op de bakplaat.
  • spuit de overgebleven room in de lussen van de krakelingen.
  • Decoreer met fruit.
  • Verwarm in een pan een flinke lepel abrikozenjam met wat water en breng al roerend aan de kook.
  • Bestrijk de krakelingen en het fruit met de abrikozenjam, het krijgt nu een mooi glimmend laagje.
  • Hoe verser de krakeling hoe knapperiger hij is.

Bron: eigen recept

Geef een reactie

Uw reactie wordt geplaatst na goedkeuring van de site-beheerder. Vereiste velden zijn gemarkeerd met een *.
Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.