Berichten

Kwarktaart met granaatappel en sinaasappel

Onze jongste zoon van net 9 liep samen met mij door de grootgrutter die zegt op de kleintjes te letten. Nou viel dat iets tegen, want toen zoonlief een granaatappel in het vizier kreeg, lag deze zo hoog dat hij hem zelf niet kon pakken. Gelukkig is zijn moeder nog iets langer en kon ik er wel bij. De granaatappel, die moest hij hebben! Zodra hij hem zag begon zijn brein op volle toeren te draaien. Met de perzikkwarktaart van zijn verjaardag nog vers in het geheugen begon hij in zijn hoofd te bedenken welke smaken goed zouden combineren, ingrediënten weg te strepen, toe te voegen enz. Aan het einde van onze supermarkttour was de taart nog niet uitgekristalliseerd. We begonnen aan onze 8 km. lange fietstocht naar huis en de taart begon nog meer vorm te krijgen in zijn koppie. Hij zegt altijd dat hij in zijn hoofd de smaken bij elkaar “droomt”. Prachtig om te zien dat hij daarbij nog niet gehinderd wordt aan vaste verwachtingen van hoe het “hoort”, maar hij lekker buiten de kaders kan blijven denken, ik hoop dat hij dat blijft doen! Ook grappig dat hij voor deze taart granaatappel koos, waarschijnlijk niet iets waar de meeste kinderen voor hadden gekozen. Thuisgekomen hebben de we taart op papier uitgetekend en nog iets bijgesteld. De week erop hebben we de benodigde ingrediënten gekocht en zijn we samen aan de slag gegaan. Altijd gezellig samen met je kind iets lekkers maken! Samen maakten we deze heerlijke taart. En ik moet zeggen dat hij de smaken erg goed heeft gecombineerd, wat een lekkere taart is dit! Je moet wel van een taart met een beetje bite houden, de pitjes zijn niet erg hard, maar je merkt de structuur wel. Persoonlijk vonden wij dat geen probleem en zelfs lekker. Zo’n ‘slobber-maar-met-een-rietje-naar-binnen-taart’ trekt ons niet zo. De smaak was fris en licht en het uiterlijk prachtig. Ik ben benieuwd wat hij de volgende keer gaat bedenken! Deze kwarktaart met granaatappel en sinaasappel wordt gemaakt in een springvorm van 20 cm. en is goed voor maximaal 12 stukjes.

Ingrediënten:

Bodem:

  • 200 gram Bastogne koekjes
  • 55 gram kokosolie

Granaatappellaag:

  • 2 blaadjes gelatine
  • 150 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker

Kwarklaag:

  • 5 blaadjes gelatine
  • 500 gram volle kwark
  • 100 gram diepvries granaatappelpitjes (verkrijgbaar bij AH)
  • rasp van 1 biologische sinaasappel
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (60 gram)
  • merg van een 1/2 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 1 zakje klopklop
  • 80 gram volle melk

Spiegel:

  • 1,5 blaadje gelatine
  • Sap van 1 verse granaatappel (=100 gram)
  • versgeperst sap van 1 sinaasappel (=60 gram)
  • 25 gram witte basterdsuiker

Werkwijze:

  • Verkruimel met een rolstok de bastognekoekjes, als je deze in een stevige diepvrieszak doet, schieten de kruimels niet overal heen.
  • Smelt de kokosolie in een pan op een laag vuurtje en meng dit met de kruimels.
  • Bekleed de bodem van een springvorm van 20 cm. met een vel bakpapier. Dit gaat heel simpel: haal de rand van de vorm, leg op de bodem een vel bakpapier en klem de rand weer om de bodem. Knip het papier ruim om de vorm heen af.
  • Bedek de bodem met het kruimelmengsel en strijk goed glad.
  • Maak nu de Granaatappellaag.
  • Leg de gelatineblaadjes in koud water te weken.
  • Verwarm in een pan de granaatappelpitjes samen met de zelfgemaakte vanillesuiker. Vervang deze suiker niet door evenveel fabriekssuiker, dit smaakt heel anders! Vanillesuiker maak je eenvoudig zelf door lege vanillepeulen in een pot suiker te leggen, na een paar weken is de smaak in de suiker getrokken en is je vanillesuiker klaar!
  • Smelt de gelatine in het warme pitjesmengsel en roer goed door.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen tot het mengsel lobbig wordt.
  • Bedek de koeklaag met het lobbige granaatappelmengsel en strijk ook deze goed glad.
  • Maak nu de kwarklaag.
  • Leg de blaadjes gelatine te weken in koud water.
  • Meng de kwark met de granatappelpitjes en de rasp van 1 biologische sinaasappel. Probeer alleen het gekleurde deel van de schil te gebruiken en vooral niet het wit eronder, want dat is bitter!
  • Verwarm het sinaasappelsap in een pannetje op laag vuur met de basterdsuiker en doe hier de geweekte gelatine bij. Roer tot deze goed opgelost is.
  • Haal de pan van het fornuis en laat afkoelen.
  • Klop de Klopklop samen met de volle melk op tot een stevig mengsel.
  • Roer de opgeslagen klopklop door het kwarkmengsel.
  • Roer het sinaasappelsap pas door de kwark heen als deze goed is afgekoeld en een heel klein beetje lobbig begint te worden.
  • Giet het kwarkmengsel in de springvorm en strijk glad.
  • Maak tot slot de spiegel.
  • Laat de gelatineblaadjes weken in koud water.
  • Haal de pitjes uit een verse granaatappel en doe deze in een zeef en zet deze op een pan.
  • Druk hier met een houten lepel het sap uit. Je moet ca. 100 gram overhouden.
  • Meng dit sap met het versgeperste sinaasappelsap.
  • Doe de basterdsuiker erbij.
  • Verwarm in de pan en roer goed door tot de suiker is opgenomen.
  • Los de gelatine al roerend op en haal de pan van het fornuis.
  • Laat afkoelen tot het mengsel goed lobbig begint te worden, maar nog wel schenkbaar is.
  • Giet het mengsel heel voorzichtig op de kwarklaag.
  • Zet de taart met vorm en al in de koelkast om goed op te stijven.

Bron: eigen recept

 

Chocolade paasei (holvorm)

Waar ik met de kleine Paaschocolaatjes wegkwam met het relatief eenvoudige enten van stabiele kristallen, lukte me dat toch niet met dit mooie, grote chocolade paasei die ik wilde maken met een holvorm (ik gebruikte deze holvorm). Een holvorm bestaat uit twee losse helften die in mijn geval los worden gegoten en later aan elkaar worden geplakt. Meestal worden tijdens het gieten van de chocolade beide helften op elkaar geklemd en blijft er na het gieten een laagje chocolade aan de wanden van de vorm kleven en wordt de rest er weer uitgegoten. Het maken van dit grote paasei bleek lastiger dan de kleine vormpjes. De eerste keer was de chocolade te dik en werd deze niet mooi knapperig, de tweede keer was de chocolade goed te gieten, maar kwam deze niet goed uit de vorm. Hupsakee, tot twee keer toe alles opnieuw in de couverture bak en omsmelten met die handel! De derde keer koos ik voor de tempereermethode van het tableren en toen kwam het ei zo uit de vorm, perfect glimmend! Weer een ervaring rijker!
Werken met chocolade vergt precisie en kennis over de verwerking van chocolade. Zo smelt en verwerk je pure chocolade op een andere temperatuur dan witte chocolade. Het smelten doe je niet op een directe hittebron maar in een couverture bak of au bain marie. Verwarm chocolade nooit boven de 55 graden, het zal dan al snel verbranden en rubberachtig worden.
Om knapperige, glanzende chocolade te krijgen moet je het goed tempereren. Hierbij draait het om de chocolade in beweging houden en op de juiste temperatuur te krijgen. Dit heeft te maken met de kristallen in de chocolade. Tempereren kan op twee manieren: door enten van stabiele kristallen of door tableren. Bij enten verwarm je 2/3 van de totale hoeveelheid chocolade tot de juiste temperatuur, haal dit van de warmtebron af en meng daarna het overige 1/3 deel van de chocolade erdoor tot dit ook gesmolten is. Bij tableren heb je een platenmes (of een paletmes van de bouwmarkt) nodig, een marmeren plaat en een thermometer. Bij deze methode verwarm je de totale hoeveelheid chocolade tot de gewenste temperatuur. Giet 2/3 van de chocolade op de marmeren plaat, de rest blijft op de warmtebron staan. Breng de chocolade op de marmeren plaat al heen en weer bewegend met het platenmes op de juiste temperatuur en giet vervolgens de overige warme chocolade erbij en meng tot deze op de juiste verwerkingstemperatuur is. Als de chocolade iets te koud is geworden kan je hem voorzichtig een beetje bijwarmen.
De verwerkingscurves van de verschillende soorten chocolade zijn:

  • Pure chocolade: smelten op 50 graden Celsius, afkoelen tot 29 graden Celsius, verwerken op maximaal 32 graden Celsius.
  • Melkchocolade: smelten op 45 graden Celsius, afkoelen tot 28 graden Celsius, verwerken op maximaal 30 graden Celsius.
  • Witte chocolade: smelten op 40 graden Celsius, afkoelen tot 27 graden Celsius, verwerken op maximaal 29 graden Celsius.

Houd je deze curves goed in de gaten en laat je de chocolade vervolgens snel terugkoelen tot 12 graden Celsius, dan krijg je glanzende chocolade die knapperig is en iets krimpt waardoor deze makkelijk uit de vorm loskomt.

Ingrediënten:

  • Melkchocolade (ik gebruikte couverture chocolade callets van Callebaut, maar je kan ook een gewone chocoladereep uit de supermarkt gebruiken, snijd deze dan wel eerst in stukjes)

Werkwijze:

  • Smelt alle chocolade au bain marie, met de magnetron op een lage stand of in een couverturebak de chocolade op 45 graden Celsius.
  • Giet tweederde van de chocolade op de marmeren plaat en houd deze met een platenmes in beweging en laat zo de chocolade afkoelen tot 28 graden Celsius.
  • Giet nu de resterende, nog warme chocolade erbij en meng goed door.
  • De verwerkingstemperatuur mag maximaal 30 graden Celsius zijn.
  • Giet beide helften van de vorm vol met chocolade en tik de vorm een aantal keren op de werkbank zodat de luchtbellen eruit gaan, dit heet dribbelen.
  • Laat de vorm even staat tot je merkt dat de chocolade aan de randen begint in te dikken.
  • Giet de overige chocolade er al draaiend uit en strijk de overtollige chocolade met een breed, recht voorwerp van de randen af.
  • Zet de vorm even in de koelkast en haal deze eruit zodra de chocolade 12 graden Celsius is, laat de chocolade niet verder dan dit terugkoelen, dit komt de glans en de knapperigheid niet ten goede.
  • Doe handschoentjes aan (van die chirurgische) zodat je vingerafdrukken het glanzende oppervlakte van je ei niet gaan ontsieren.
  • Haal de beide helften voorzichtig uit de vorm, als je goed hebt getempereerd gaat dit heel makkelijk.
  • Leg één van de helften op een iets warm oppervlakte zodat deze iets smelten en druk de andere helft erop.
  • Vrolijk Pasen!

Tip: natuurlijk is het leuk om bij zo’n groot ei een verrassing in het ei te verstoppen voordat je de beide helften op elkaar zet.

Bron: eigen recept

Paaschocolaatjes

Ik schreef in december al dat ik wat meer met chocolade aan de slag wilde en naast meer ervaring ook meer kennis wilde krijgen hierover. Pasen leent zich natuurlijk uitstekend voor het maken van allerhande chocoladefiguurtjes, gevuld, ongevuld, massief of hol, er zijn vele mogelijkheden. In deze blogpost laat ik je zien hoe je massieve Paaschocolaatjes maakt. In een volgende blogpost zal ik je laten zien hoe je een chocolade holvorm maakt.
Werken met chocolade vergt precisie en kennis over de verwerking van chocolade. Zo smelt en verwerk je pure chocolade op een andere temperatuur dan witte chocolade. Het smelten doe je niet op een directe hittebron maar in een couverture bak of au bain marie. Verwarm chocolade nooit boven de 55 graden, het zal dan al snel verbranden en rubberachtig worden.
Om knapperige, glanzende chocolade te krijgen moet je het goed tempereren. Hierbij draait het om de chocolade in beweging houden en op de juiste temperatuur te krijgen. Dit heeft te maken met de kristallen in de chocolade. Tempereren kan op twee manieren: door enten van stabiele kristallen of door tableren. Bij enten verwarm je 2/3 van de totale hoeveelheid chocolade tot de juiste temperatuur, haal dit van de warmtebron af en meng daarna het overige 1/3 deel van de chocolade erdoor tot dit ook gesmolten is. Bij tableren heb je een platenmes (of een paletmes van de bouwmarkt) nodig, een marmeren plaat en een thermometer. Bij deze methode verwarm je de totale hoeveelheid chocolade tot de gewenste temperatuur. Giet 2/3 van de chocolade op de marmeren plaat, de rest blijft op de warmtebron staan. Breng de chocolade op de marmeren plaat al heen en weer bewegend met het platenmes op de juiste temperatuur en giet vervolgens de overige warme chocolade erbij en meng tot deze op de juiste verwerkingstemperatuur is. Als de chocolade iets te koud is geworden kan je hem voorzichtig een beetje bijwarmen.
De verwerkingscurves van de verschillende soorten chocolade zijn:

  • Pure chocolade: smelten op 50 graden Celsius, afkoelen tot 29 graden Celsius, verwerken op maximaal 32 graden Celsius.
  • Melkchocolade: smelten op 45 graden Celsius, afkoelen tot 28 graden Celsius, verwerken op maximaal 30 graden Celsius.
  • Witte chocolade: smelten op 40 graden Celsius, afkoelen tot 27 graden Celsius, verwerken op maximaal 29 graden Celsius.

Houd je deze curves goed in de gaten en laat je de chocolade vervolgens snel terugkoelen tot 12 graden Celsius, dan krijg je glanzende chocolade die knapperig is en iets krimpt waardoor deze makkelijk uit de vorm loskomt.

Ingrediënten:

  • Voldoende melkchocolade voor de vormen die je hebt, in callets of in kleine stukjes gehakt.

Werkwijze:

  • Verwarm tweederde van de chocolade au bain marie, in een couverture bak of op een lage stand in de magnetron tot 45 Graden Celsius.
  • Haal de bak van de warmtebron en voeg de overige chocolade hier aan toe.
  • Blijf roeren tot alle toegevoegde chocolade gesmolten is.
  • Zorg dat het mengsel op maximaal 30 graden Celsius komt.
  • Giet of lepel de chocolade in de gewenste vormpjes die allen schoon en droog moeten zijn.
  • Tik met de vorm meerdere malen op het aanrecht zodat alle luchtbelletjes eruit gaan, dit heet ‘dribbelen’.
  • Strijk met een breed, recht voorwerp alle overtollige chocolade van de vorm.
  • Zet de vorm maximaal 20 minuten in de koelkast en haal deze eruit als de chocolade 12 graden Celsius is geworden. Laat deze niet verder afkoelen dan 12 graden Celsius, omdat dit ten koste gaat van de knapperigheid en de glans.
  • Haal de Paaschocolaatjes uit de vorm, als het temperen goed is gegaan kost dit bijna geen moeite en bewaar ze droog.

Tip: als variatie bij vormen waar het leuk is om een oogje o.i.d. duidelijker zichtbaar te maken: smelt wat witte chocolade, doe dit in een cornetje waar je een piepklein puntje vanaf knipt en ‘teken’ in de te gieten vormpjes. Giet vervolgens de melkchocolade erin op de beschreven manier.

Bron: eigen recept

 

Kwarktompouce met perzik

De standaard tompouce met banketbakkersroom en een  frêle roze laagje glazuur erop is natuurlijk niet voor niets een klassieker en hartstikke lekker. Toch is er veel meer dan alleen het maken van de klassieke variant mogelijk! Zo zag ik al eens een hartige variant voorbij komen en ook varianten die wat frisser van smaak zijn dan het origineel. Met de Paasdagen in het vooruitzicht bedacht ik deze friszoete kwarktompouce met perzik. Lekker fruitig en met een frisse gele lentekleur. Daar fleur je ieder feestje mee op! Dit recept is goed voor 12 vierkante tompoucen.

Ingrediënten:

Bladerdeeg:

  • 200 gram bloem (Frans T55 of korstbloem)
  • 2 gram zout
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 105 gram water uit de koelkast
  • 120 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur

Banketbakkersroom:

  • 125 gram melk
  • 25 gram kristalsuiker
  • 7,5 gram maïzena
  • 5 gram gezeefde bloem
  • 15 gram eidooier

Overige vulling: :

  • 350 gram Franse magere kwark
  • 375 gram slagroom
  • 42 gram poedersuiker
  • eventueel klopfix naar wens
  • 6 ,5 gram bladgelatine (= 3,5 blaadje)
  • 4 á 5 flinke eetlepels frambozenjam
  • klein blikje perziken, uitgelekt (uitlekgewicht 235 gram)

Glazuur:

  • 120 gram poedersuiker
  • water
  • gele kleurstof (gel)
  • 25 gram poedersuiker
  • 10 gram cacaopoeder
  • water

Werkwijze:

  • Meng in een kom de bloem en het zout.
  • Voeg de 30 gram roomboter toe en het ijskoude water.
  • Kneed het geheel tot een soepel en glad deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast te rusten.
  • Rol de 120 gram roomboter uit tussen twee bakpapiertjes die je hebt dichtgevouwen op 20 x 30 cm. Zo krijg je een mooie egale en rechthoekige plak boter.
  • Leg deze plak boter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg vervolgens uit op een met bloem bestoven werkblad tot 40 x 32 cm.
  • Haal nu de boter uit de koelkast en trek aan een kant voorzichtig het bakpapier eraf. Omdat de boter teruggekoeld is, gaat dit makkelijk.
  • Leg de boter met de brede kant op de kant die je op 32 cm. hebt uitgerold.
  • Druk kort aan en haal nu het andere vel bakpapier eraf.
  • Vouw de beide zijkanten van het deeg over de boterplak heen. In het midden moeten ze elkaar net overlappen.
  • Snijd aan de boven en onderkant eventueel de randjes deeg af waar geen boter tussen zit.
  • Vouw vanaf de boven- en onderkant het deeg in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw weer vanaf de open kanten het deeg in drieën.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg 35 minuten te rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit en vouw weer twee keer in drieën, beide keren vanaf de open kanten.
  • Verpak het deeg weer en leg weer 35 minuten in de koelkast.
  • Rol het deeg voorzichtig uit op een met bloem bestoven werkblad tot 25 x 40 cm en hevel dit voorzichtig over op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Ga vervolgens flink tekeer met de korstprikker (of met een vork, maar dat kan je beter doen op een andere ondergrond dan je bakplaat)
  • Laat het deeg een half uur rusten op de bakplaat en verwarm de oven voor op 205 graden Celsius. Conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak het deeg in ca. 30 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom door de melk met de suiker aan de kook te brengen en in een kom de eidooier met de gezeefde bloem en maïzena te mengen.
  • Giet een beetje van de warme melk bij het eidooiermengsel terwijl je goed blijft roeren.
  • Giet al roerend beetje bij beetje de rest van de melk erbij en meng goed.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en verwarm al roerend tot het begint te binden.
  • Haal de pan van het vuur en laat het geheel afkoelen tot 40 graden Celsius.
  • Meng al roerend de gelatineblaadjes door de helft van de banketbakkersroom tot deze volledig opgelost is.
  • Meng dit weer met de andere helft van de banketbakkersroom.
  • Meng hier vervolgens de kwark door.
  • Als je merkt dat er klontjes in het mengsel zitten kan je dit nu met de staafmixer glad maken.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker (en eventueel de klop fix) op tot deze net niet volledig stijf is.
  • Meng dit door het kwarkmengsel.
  • Snijd de uitgelekte perziken in kleine blokjes en meng dit door het kwarkmengsel.
  • Verwarm de frambozenjam met een eetlepel water in een pannetje tot de jam strijkbaar is en op de lepel stolt.
  • Snijd de randjes van de plak bladerdeeg af. Als je goed hebt geprikt is de plak mooi vlak gebleven en niet gerezen.
  • Snijd de plak nu in twee lange stroken van ca. 10 bij 40 cm.
  • Bestrijk beide plakken met frambozenjam.
  • Spuit met een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 mm 3 lagen kwarkvulling op een van de plakken.
  • Leg hier de andere plak met de onderkant naar boven op en druk licht aan.
  • Als de vulling nog wat slap is, zet de tompouce dan weg in de koelkast of de vriezer om deze op te laten stijven.
  • Maak in een schaaltje de gele glazuur door poedersuiker, een beetje water en de kleurstof te mengen tot een glazuur dat nét van je vork afdruipt, even zichtbaar blijft als bolletje en dan uitvloeit.
  • Meng nu ook de 25 gram poedersuiker met het cacaopoeder en een beetje water, houdt dit glazuur iets dikker aan dan het gele glazuur.
  • Strijk met een glaceermes de gele glazuur uit op de bovenste tompouceplak. Werk vanuit het midden naar de randen toe zodat je zo min mogelijk bladerdeeg schilfers in je glazuur krijgt.
  • Doe het chocolade glazuur in een cornetje of een spuitzak met een heel klein glad spuitmondje.
  • Trek evenwijdige strepen over de tompouce met het chocolade glazuur.
  • Trek hier vervolgens met een satéprikker haaks op de chocolade lijnen lijntjes door.
  • Laat het glazuur goed aandrogen voor dat je de tompouce in stukken snijdt.
  • Snijd 12 tompoucen uit de grote plak. (Of 6 als je van grote tompouces houdt.)
  • Eet smakelijk!

Bron: eigen recept, afgezien van de banketbakkersroom, deze komt uit het boek “patisserie” van Hidde de Brabander

Chocolade croissantjes

Bij de workshop “bladerdeeg en gerezen bladerdeeg” maken de cursisten zelf hun bladerdeeg, waaronder het deeg voor croissantjes. Ontzettend lekker om zo’n zelfgemaakt, vers en knisperend croissantje te eten en prachtig om te zien als je hem doorsnijdt hoe de honingraat-achtige structuur zich opgebouwd heeft! Ook leuk is om met dit soort degen te variëren. Zo maakte ik deze “zebra” croissantjes. Chocolade croissantjes met een deels gekleurde buitenkant en heerlijk smeuïge melkchocolade aan de binnenkant. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen! Leuk op tafel met Pasen, Vaderdag, Moederdag, verjaardagen, Kerst of bij een zondags ontbijtje. Dit recept is goed voor 9 croissantjes (plus een proefexemplaar samengesteld uit 2 halve driehoeken en daarom niet moeders mooiste, maar net zo lekker als de rest!)

Ingrediënten:

  • 300 gram Franse bloem T55 (te koop bij o.a. De Zuidmolen)
  • 39 gram fijne kristalsuiker
  • 6 gram zout
  • 3,7 gram instant gist
  • 110 gram koud water uit de koelkast
  • 65 gram koude, volle melk uit de koelkast
  • 15 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 190 gram ongezouten roomboter die stevig blijft op kamertemperatuur. Gebruik hiervoor bijv. Melkan roomboter of AH Basic. Dit is zogenaamde “Hooiboter”
  • 3 gram cacaopoeder
  • 13 gram volle melk
  • 15 blokjes melkchocolade

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg water, melk en 15 gram roomboter toe.
  • Kneed tot een soepel deeg waar je net geen vliesje van kan trekken.
  • Haal 80 gram van het deeg af en kneed hier het papje van cacaopoeder en melk door. Het wordt eerst een hele plakkerige bedoening, werk rustig door en gebruik evt. iets bloem.
  • Druk beide stukken deeg plat, verpak ze in huishoudfolie en leg ze in de koelkast.
  • Snijd de 190 gram roomboter in een aantal plakken en leg deze tussen twee vellen bakpapier.
  • Vouw de vellen dicht op 35 x 30 cm en rol de roomboter met een rolstok uit tot aan de vouwen zodat je een rechthoekige plak hebt.
  • Leg de roomboter een half uur in de koelkast.
  • Rol het deeg rustig uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot 40 x 60 cm.
  • Trek aan één kant het vel bakpapier van de boter, houd het papier laag, dan gaat dit heel makkelijk omdat de boter koud is.
  • Leg de roomboter midden op het deeg met het resterende vel bakpapier naar boven. (De richting van 35 cm vult de lengte van 40 cm deeg net niet op)
  • Druk de roomboter op het deeg en trek het vel bakpapier eraf.
  • Vouw de linker- en rechterkant van het deeg over de boter heen.
  • Snijd aan de boven- en onderkant de randjes ongevuld deeg af.
  • Vouw het deeg vanaf de open kanten in drieën.
  • Draai het deeg een kwartslag en vouw vanaf de open kanten nog een keer in drieën.
  • Verpak in huishoudfolie en laat een half uur rusten in de koelkast.
  • Rol het deeg hierna voldoende uit om nog een keer vanaf de open kant in drieën te vouwen.
  • Leg weer verpakt in huishoudfolie in de koelkast gedurende 30 minuten.
  • Rol het deeg voorzichtig uit tot 46 x 20 cm.
  • Snijd rondom het deeg met een zeer scherp mes af tot een mooie rechthoek.
  • Rol ook het stukje gekleurde deeg uit tot 46 x 20 cm, veeg de bloem eraf en leg dit op de blanke plak en rol vast.
  • Keer het geheel om zodat de gekleurde kant onder komt.
  • Verdeel het deeg aan de ene lange kant in 5 gelijke stukken en markeer deze met een kleine inkeping van je mes.
  • Doe hetzelfde van de andere lange kant maar begin pas op de helft van de gemarkeerde breedte van het andere stuk. Dus als je stukjes van 10 cm breed hebt gemarkeerd, zet de je eerste markering aan de andere kant op 5 cm en gaat dan weer verder met 10 cm af te meten.
  • Verbind de bovenste markeringen met de onderste en snijd met een vlijmscherp mes. Je hebt nu 9 hele driehoeken en 2 halve.
  • Snijd aan de rechte onderkant van elke rechthoek met je mes een stukje in.
  • Bevochtig de plakjes heel licht als ze uitgedroogd zijn.
  • Leg net boven de inkeping in de rechte onderkant 3 halve blokjes chocolade.
  • Trek het driehoekje wat in de lengte en rol het deeg op vanaf de rechte onderkant naar de punt. Trek het deeg steeds ligt aan en zorg zo dat er wat spanning in het deeg blijft!
  • De twee halve driehoeken kan je aan elkaar plakken tot een hele en hier ook een croissantje van rollen. Het zal niet moeders mooiste worden, maar weggooien vind ik ook altijd zonde!
  • Verdeel de croissantjes over twee met bakpapier beklede bakplaten en zet deze in een tochtvrije, vochtige (zet er een schaaltje dampend water bij) ruimte van ca. 25 graden Celsius. Laat ca. 1 uur en 45 minuten rijzen tot ze mooi gerezen zijn.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 245 graden Celsius.
  • Zet de bakplaat iets onder het midden in de oven en giet tegelijkertijd met het inschieten ietsjes water op de metalen opvangplaat onder in de oven.
  • Zet de oven terug naar 235 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Bak gedurende ca. 13 minuten en laat na 5 minuten de stoom ontsnappen.
  • Bak tot de croissantjes mooi goudbruin zijn, makkelijk van de plaat loskomen en geen bank onderin hebben (een bank is een kleffe, compacte laag onderin die nog niet gaar is)
  • Laat afkoelen op een rooster of eet (bijna) direct.

Bron: eigen recept

Kwarktaart met perzik

Onze verjaardagenmarathon zit er weer op voor dit jaar. Drie van de vier gezinsleden zijn hier jarig in maart. Omdat veel bezoek van ver moet komen en we toch zo dicht op elkaar jarig zijn, vieren we het meestal allemaal één keer groots. Een verjaardag kan natuurlijk niet zonder gebak en ieder jaar is het weer bedenken wat ik zal gaan maken. Ook aan de traktaties moet worden gedacht. De jongste heeft dit jaar getrakteerd op een door hem zelfgebakken brownie (het recept staat hier: https://www.rutgerbakt.nl/recept-mijn-ultieme-brownies/ ). De oudste wilde dit jaar eens niet op de standaard zoetigheid bij de kleine pauze trakteren, maar besloot dat hij voor rozijnenbollen voor tijdens de lunch wilde zorgen. Omdat onze school met een continurooster werkt, eten alle kinderen altijd op school tussen de middag. De rozijnenbollen zijn redelijk gezond en het idee (en de rozijnenbollen) werd(en) met veel enthousiasme ontvangen.

Voor het verjaardagsfeest thuis koos ik voor het maken van een kersenvlaai met raster, een fruitslof met aardbeien, een slof met gekarameliseerde appel en de taart die bij ons eigenlijk nooit ontbreekt: de kwarktaart met perzik. Dit is een heerlijk frisse taart waarbij je niet hoeft te bakken, dus hij is ook nog eens supersimpel. Lang, lang geleden haalde mijn schoonmoeder het idee uit een damesblad. In de loop der jaren werd het recept steeds een beetje bijgeschaafd tot wat het nu is. Ik denk dat we daarmee inmiddels bijna mogen spreken van een geheim familierecept! Tot nu, want ik ga dit heerlijke recept met jullie delen. Als je me voorbij ziet rennen met een boze schoonmoeder met deegroller in de aanslag achter me aan…dan weet je wat er aan de hand is! Dit recept is goed voor één kwarktaart gemaakt in een springvorm van 26 cm doorsnede. Hier snijd je in ieder geval 12 stukken uit.

Ingrediënten:

  • 1 groot blik perziken (825 gram)
  • 900 gram Franse, magere kwark
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 8 blaadjes gelatine
  • 2 zakjes KlopKlop (dit is iets anders dan klopfix!)
  • 1/2 boerencake, uit de winkel of zelfgebakken
  • 1 klein blik perziken (415 gram) voor de decoratie
  • eventueel 1/2  zakje Taartina taartgelei

Werkwijze:

  • Snijd de perziken uit het grote blik in stukjes van ca. 1 centimeter.
  • Meng de kwark met de suiker en de stukjes perzik.
  • Laat de blaadjes gelatine weken in koud water.
  • Verwarm de siroop uit het grote blik perziken in een pan en los hier de gelatine in op.
  • Laat dit mengsel afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Bereid de KlopKlop volgens de aanwijzingen van de verpakking.
  • Meng de afgekoelde siroop met de opgeloste gelatine erin door het kwarkmengsel en roer goed.
  • Meng de aangemaakte KlopKlop door de kwark.
  • Zet het kwarkmengsel gedurende ongeveer een half uur in de koelkast, waarbij je elke 5 minuten even omroert. Dit maakt dat het mengsel gelijkmatig opstijft en de vulling niet naar beneden zakt.
  • Snijd plakken cake van een centimeter dik.
  • Bedek hier de volledige bodem van de springvorm mee.
  • Snijd de cake zo dat je de vorm helemaal tot aan de rand kan bedekken.
  • Giet de lobbig geworden kwark in de vorm.
  • Zet in de koelkast tot het geheel goed stevig is geworden.
  • Garneer met de perziken uit het kleine blik.
  • Bestrijk de partjes perzik eventueel met Taartina Taartgelei (aangemaakt volgens de verpakking) tegen uitdrogen en verkleuren.

Bron: geheim familierecept 😉

 

 

Zesvlechtbrood

Vlechtbroden, ik vind ze er altijd geweldig uit zien. Ik had al eens een drievlecht en een viervlecht gemaakt en nu vond ik dat het tijd werd voor een zesvlecht. Het vlechtschema ziet er in eerste instantie ingewikkeld uit en ik was bang dat ik misschien in de knoop zou raken met al die strengels, maar gelukkig viel dat heel erg mee! Als je even goed kijkt en het ritme te pakken hebt, vlecht je zo verder. Waar je om moet denken is dat je de strengels echt overal precies gelijke dik maakt tijdens het rollen, want een kleine afwijking tijdens het rollen, wordt een grote bult tijdens het rijzen! Dat in acht nemende krijg je een mooi, gelijkmatig vlechtresultaat en je hebt een prachtbrood om op tafel te zetten. De “ooh’s” en “aah’s” zullen niet van de lucht zijn! Het recept is goed voor 2 vlechtbroden.

Dit en andere vlechtbroden (zonder broodverbetermiddel) leer je maken bij mijn workshop “Luxe vormbrood”. 

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem, geschikt voor broodbakken
  • 30 gram suiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer door elkaar.
  • Voeg het ei, de melk en de roomboter toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je tussen je vingers een mooi vliesje van kan trekken. In het begin is het deeg ontzettend plakkerig, maar als je lang genoeg doorgaat met kneden zal dit voorbij gaan.
  • Bol het deeg lichtjes op en leg in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek deze af met een deksel en zet weg op een warme, tochtvrije plek van 29 graden Celsius.
  • Laat in ca. 60 minuten tot dubbel volume rijzen. (Laat het deeg leidend zijn, niet de tijd.)
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel in twaalf exact gelijke stukken.
  • Bol elk stukje op en dek af met huishoudfolie.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in een aantal etappes uit tot strengels van ongeveer 40 á 45 cm.
  • Maak de uiteinden van de zes strengels bovenaan aan elkaar vast.
  • Nummer in gedachten de strengels 1 t/m 6. (Zie onderstaande foto’s)
  • Leg strengel 1 onder strengel zes door en laat deze aan de rechterkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Laat strengel 6 aan de linkerkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Leg nu strengel 2 links naast strengel 1 en leg strengel 1 rechts naast strengel 3.
  • Leg strengel 5 rechts naast strengel 6 en leg strengel 6 links naast strengel 4.
  • Dit vlechtpatroon herhalen tot het einde is bereikt.
  • Werk de uiteinden af door het deeg goed samen te knijpen en onder het geheel te vouwen.
  • Leg de vlechtbroden met enige tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk de broden heel precies met losgeklopt ei.
  • Laat ca. 60 minuten narijzen op een warme, vochtige en tochtvrije plaats van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 200 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bestrijk de broden heel precies met losgeklopt ei.
  • Bak de broden ca. 22 minuten tot ze goudbruin zijn en de kerntemperatuur 95 graden of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Zesvlecht tutorial stap 1

Zesvlecht tutorial stap 2

Zesvlecht tutorial stap 3

Zesvlecht tutorial stap 4

Bron: eigen recept

Vlechtbrood; viervlecht

Gisteren rook het weer heerlijk hier. Eerst bakte ik drie tarwe busbroden voor het “normale, dagelijkse” gebruik en daarna bakte ik nog twee vlechtbroden. Brood moet bovenal lekker smaken, maar het oog wil natuurlijk ook wat! Wat dat betreft is een vlechtbrood een streling voor het oog; net even iets anders en feestelijker ogend dan een “gewoon” busbrood. Er zijn vlechtbroden met drie, vier, vijf, zes, zeven en acht en soms zelfs met nog meer strengen.

Het brood is een rijk, zacht wittebrood, lijkend op de smaak van een brioche. Echt een mooi brood dat je (vol trots) op tafel kunt zetten als je gasten krijgt, bijvoorbeeld bij kerst of Pasen. Het onderstaande recept is voor twee vlechtbroden.

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem, geschikt voor broodbakken
  • 30 gram suiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker, zout en instant gist bij elkaar in een kom en roer door elkaar.
  • Voeg het ei, de melk en de roomboter toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat nauwelijks nog plakt en waar je tussen je vingers een mooi vliesje van kan trekken. In het begin is het deeg ontzettend plakkerig, maar als je lang genoeg doorgaat met kneden zal dit voorbij gaan.
  • Bol het deeg lichtjes op en leg in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek deze af met een deksel en zet weg op een warme, tochtvrije plek van 29 graden Celsius.
  • Laat in ca. 60 minuten tot dubbel volume rijzen. (Laat het deeg leidend zijn, niet de tijd.)
  • Druk met de vlakke hand de lucht uit het deeg en verdeel in acht exact gelijke stukken.
  • Bol elk stukje op en dek af met huishoudfolie.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in een aantal etappes uit tot strengels van ongeveer 40 á 45 cm.
  • Maak de uiteinden van de vier strengels bovenaan aan elkaar vast:

vlechtbrood-1-ll

  • Leg strengel 1 naar rechts en strengel 4 naar links, laat ze naar boven wijzen:

vlechtbrood-2-ll

  • Leg hierna strengel 2 links naast strengel 1
  • Leg strengel 1 op de plaats waar eerst strengel 2 lag
  • Leg strengel 3 rechts naast strengel 4
  • Leg strengel 4 op de plaats waar eerst strengel 3 lag
  • Dit schema herhalen tot de strengels te kort worden om verder te vlechten.
  • Onderaan de uiteinden van de strengels goed op elkaar drukken en wegstoppen onder het brood.
  • Doe het zelfde met de overgebleven 4 strengels.
  • Leg het deeg op een met bakpapier beklede bakplaat.

vlechtbrood-3-ll

  • Bestrijk de vlecht heel precies met losgeklopt ei.
  • Ca. 60 minuten wegzetten op een warme, tochtvrije plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius (conventioneel).
  • Bak ca. 22 minuten in een voorverwarmde oven van 200 graden Celsius, conventioneel met onder en bovenwarmte, tot het brood goudbruin en gaar is. Het brood is gaar als een kernthermometer aangeeft dat de kerntemperatuur 95 graden Celsius of hoger is.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept

Chocolademacarons

In de kerstvakantie (ja, alweer een tijdje geleden) was mijn jongste zoon van 8 lekker bezig in de keuken. Eerst had hij een verrukkelijke brownie met hazelnoten uit de Bakbijbel van Rutger van den Broek gemaakt. Apetrots was hij toen hij een dikke like kreeg van Rutger himself op Instagram! Het recept voor de ultieme brownie staat op de site van Rutger van den Broek: “Rutger bakt”.
Het is een boek dat mensen hier bij de workshops ook regelmatig uit de kast trekken, en terecht. Het is een heerlijk no-nonsense boek. Recept opzoeken dat je wilt maken, ingrediënten verzamelen en bakken maar. Duidelijk omschreven en tot nu toe klopten de recepten die we er uit hebben gemaakt altijd. De recepten zijn zelfs zo duidelijk omschreven dat zoonlief van 8 er prima mee uit de voeten kan. Ik heb hem enkel geholpen met de hete suikersiroop.
De brownie smaakte naar meer (dat vonden de buren aan wie hij had uitgedeeld ook 😉 ) Dus werd zijn volgende project het maken van chocolademacarons. Macarons zijn heerlijk, maar ook best lastig om te maken. Ik had zoonlief nog zó gewaarschuwd…en verdorie…meneer maakt direct de eerste keer dat hij ze maakt in zijn leven direct de perfecte macaron… Lichtelijk jaloers concludeer ik dat óf het boek van Rutger werkelijk perfect is, óf dat ik een zoon heb die bij mij goed de kunst heeft afgekeken óf dat dit gewoon beginnersgeluk was. Wat het ook is, er is (ook dit keer weer mede door de buren) heerlijk van gesmuld. Ik ben benieuwd wat zoonliefs volgende bakproject wordt! Dit recept is goed voor ca. 30 macarons.

Ingrediënten:

Macaronschelpen:

  • 40 gram cacaopoeder
  • 180 gram amandelmeel
  • 180 gram poedersuiker
  • 160 gram eiwit
  • 0,2 gram zout
  • 55 ml water
  • 200 gram suiker

Vulling:

  • 200 gram melk of pure chocolade
  • 150 gram slagroom
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Teken op twee vellen bakpapier 60 cirkels van 3,5 cm doorsnede. Houd enige ruimte tussen de cirkels.
  • Leg dit bakpapier met de kant waarop je hebt getekend naar beneden op een ander vel bakpapier. Bekleed hier twee bakplaten mee.
  • Roer de cacao door het amandelmeel en meng met de poedersuiker.
  • Meng hier 85 gram van het eiwit doorheen.
  • Doe de overige 75 gram eiwit en het zout in een hittebestendige en vetvrije kom.
  • Verwarm het water met de suiker in een steelpan.
  • Als de siroop 114 graden Celsius heeft bereikt, begin je met het opkloppen van de eiwitten, als de siroop de temperatuur van 118 graden Celsius heeft bereikt, giet je deze straalsgewijs bij het op te kloppen eiwit. Probeer de garde hierbij niet te raken.
  • Klop het schuim verder tot het ongeveer is afgekoeld tot 35 graden Celsius.
  • Spatel een kwart van het schuim voorzichtig door het amandelmengsel.
  • Spatel vervolgens voorzichtig de rest van het eiwit door het mengsel. Het mengsel is goed als het langzaam van je spatel afloopt.
  • Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 11 mm.
  • Spuit de getekende cirkels netjes tot aan de rand vol.
  • Tik een paar keer met de bakplaat op het aanrecht om grote luchtbellen uit het mengsel te verwijderen.
  • Laat in ieder geval een uur aan de lucht drogen. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan dit langer of korter duren. Er moet zich een dun, droog korstje op de schelpen hebben gevormd.
  • Maak ondertussen de vulling.
  • Hak de chocolade voor de vulling in kleine blokjes.
  • Smelt deze au bain marie.
  • Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom tot net onder het kookpunt.
  • Haal de pan van het vuur en meng met de gesmolten chocolade.
  • Voeg de boter toe en meng tot een gladde en egale pasta.
  • Dek de pan af en laat afkoelen op een koele plek tot deze stevig, doch smeerbaar is geworden.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 150 graden Celsius, conventioneel, boven- en onderwarmte.
  • Bak één plaat per keer in het midden van de oven gedurende ongeveer 17-20 minuten
  • Open de oven op de helft van de baktijd eventjes zodat de stoom kan ontsnappen.
  • Laat de macarons na het bakken afkoelen op een rooster op het bakpapier waarop ze zijn gebakken.
  • Steek de schelpen los van het papier zodra ze zijn afgekoeld en verdeel de vulling over de helft van de schelpen. Druk op elke schelp met vulling een andere schelp en klaar zijn je macarons! Een kind kan de was..euh macarons doen!

Bron: naar een recept uit het boek “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

Volkoren tarwebusbrood

Het mooie van broodbakken is dat je met maar heel weinig basisingrediënten iets prachtigs kan maken. Neem een baguette waar niets meer in mag zitten dan bloem, water, zout en gist. Dit volkoren tarwebusbrood bevat met ook wat roomboter iets meer ingrediënten dan een baguette, maar is minstens zo lekker. En wel zo praktisch voor dagelijks gebruik. Wist je trouwens dat een volkoren brood alleen maar die naam mag dragen als er 100%  volkorenmeel is gebruikt? Met dit recept bak je twee prachtige volkoren tarwebusbroden in twee broodblikken van 30 x 11 cm.

Ingrediënten:

  • 1200 gram fijn volkorenmeel, geschikt voor brood
  • 18 gram (bakkers)zout
  • 12 gram instant gist
  • 50 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 780 gram water op kamertemperatuur

Werkwijze:

  • Doe meel, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg de boter en het water toe en kneed met een standmixer of met de hand tot een soepel, elastisch deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers.
  • Verdeel het deeg in twee exact gelijke stukken.
  • Vet twee kommen licht in met bakspray, bol het deeg op en leg het in de kommen. Dek af met een deksel.
  • Zet gedurende ca. 60 minuten weg op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius. Je kan de kom ook op kamertemperatuur laten staan, dan duurt het wat langer tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Haal het deeg uit de kom en druk met de platte hand de lucht eruit tot je deeg geen grote bubbels meer heeft en een rechthoekige vorm heeft.
  • Vouw de linkerkant naar het midden en vouw vervolgens de rechterkant ook naar het midden, een halve centimeter over de andere kant heen.
  • Druk nog eens de lucht eruit en rol met spanning op, maar zorg ervoor dat de structuur van je deeg wel heel blijft.
  • Leg het deeg met de naad naar beneden in een met bakspray ingevet broodbakblik van 30 x 11 cm.
  • Zet weg op een tochtvrije, vochtige plek (zet er een schaaltje met dampend water bij) van 31 graden Celsius.
  • Laat dit ongeveer een uur staan tot het deeg een stukje boven de rand van het bakblik uit komt en  rustig terugveert als je er voorzichtig met je vingertop op drukt.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 250 graden Celsius, onderwarmte met hetelucht.
  • Bak de broden onderin de oven en giet iets water op de metalen opvangplaat onder in je oven voor stoomvorming. Deze stoom mag je na 10 minuten eruit laten.
  • Bak het brood 20 minuten op 250 graden Celsius en zet vervolgens ook de bovenwarmte erbij aan en de temperatuur terug naar 200 graden Celsius. Bak zo nog 10 minuten.
  • De broden zijn gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius of hoger is.
  • Haal de broden direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster alvorens aan te snijden.

Bron: eigen recept.