Berichten

Sinaasappel chocolaatjes

Het kriebelt bij mij altijd om meer te leren, er is nog zoveel wat er te ontdekken valt, daarmee ben je nooit klaar. Helaas zit er nog wel eens een (groot) verschil tussen wat je wilt en wat de beschikbare tijd overlaat aan mogelijkheden. De wintermaanden zijn voor mij altijd ontzettend druk met het geven van de workshops. Ontzettend leuk, maar het zijn meestal niet de maanden waarin ik veel toe kom aan nieuwe dingen ontdekken. De kerstvakantie neem ik dan ook altijd even écht vrij. De kinderen en manlief zijn gezellig thuis en niets moet. De dag voor de kerstvakantie moest ik nog even bij de Hanos zijn. Een groothandel die hier op ruim een half uur rijden vandaan zit, en waar ik dus niet alle dagen kom. Fijn is daar de geweldige groente- en fruitafdeling en een enorme keus op patisseriegebied. Struinend door de winkel kwam ik bij de zakken Callebaut chocolade callets en voor ik het wist lag er een zak in mijn kar (nee geen karretje, want bij een groothandel krijg je een grote kar). Toen door naar de mallen… Een grote stelling vol mooie mallen maakte het mij lastig…welke moest ik kiezen? Al lange tijd ligt bij mij de wens om meer ervaring met chocolade op te doen. Dan kon ik de halfronde malletjes toch niet laten liggen? Daarnaast kocht ik een mal met siliconenbolvormen die voor diverse bereidingswijzen te gebruiken zijn. Glacage heb ik al eens een half jaar terug op een bolgebakje geprobeerd, maar ook dat zou ik qua ervaring best willen uitbreiden. Nieuw speelgoed dus en een kerstvakantie voor mij om lekker te experimenteren! Werken met chocolade komt best precies, temperaturen e.d. zijn van groot belang voor een goed eindresultaat. Voor sinterklaas had manlief een doos met sinaassnippers gehaald en die diingen waren zo ontzettend vies, dat dat mijn inspiratie werd voor een nieuw chocoladeproject. De sinaasappel chocolaatjes waren geboren! Het versgeperste sinaasappelsap is lekker fris en niet al te zoet gemaakt. De knapperige chocolade geeft een lekkere bite. Ik gebruikte voor het maken een siliconenvorm met halve bollen van 3 cm doorsnede. Natuurlijk kan je ook andere vormen gebruiken. Ik maakte met mijn mal ongeveer 30 sinaasappel chocolaatjes.

Ingrediënten:

  • 250 gram vers sinaasappelsap
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (dit maak je door gebruikte vanillepeulen een paar weken in een pot met fijne kristalsuiker te laten staan)
  • 3 blaadjes gelatine
  • 150 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Pers de sinaasappels en zeef het sap.
  • Laat ondertussen de blaadjes gelatine in koud water weken tot ze zacht zijn.
  • Verwarm in een steelpan al roerend het sinaasappelsap samen met de zelfgemaakte vanillesuiker.
  • Los al roerend de blaadjes gelatine op in de warme sinaasappelsap.
  • Laat afkoelen in de koelkast tot het lobbig begint te worden.
  • Smelt ondertussen de chocolade au bain marie. Laat deze niet te heet worden, chocolade verbrandt snel! (Het wordt dan rubberachtig). Houd een temperatuur tussen de 40 en 45 graden Celsius aan.
  • Giet 2/3 van de chocolade uit over een marmeren plaat en houd dit met een plaatmes of andere rechte spatel in beweging tot de chocolade 28 graden Celsius is. Giet de overige chocolade erbij en meng tot de chocola 30-31 graden Celsius is.
  • Giet de getempereerde chocolade in de mal en zorg dat de hele vorm bedekt is.
  • Giet de overtollige chocolade eruit, zodat er een “bakje” van chocolade over is.
  • Zet 10 minuten in de koelkast en laat verder hard worden op kamertemperatuur.
  • Houd de chocolade die over is bij de hand in een au-bain marie pannetje.
  • Giet een beetje van de lobbige sinaasappelvulling in de vorm. Houd ruimte over voor een bodem van chocolade.
  • Dek dit af met de overgebleven chocolade en strijk voorzichtig recht af.
  • Zet weg in de koelkast om verder op te laten stijven.
  • Haal de chocolaatjes vlak voor gebruik uit de vorm.

Bron: eigen recept

 

Kaassoufflés

Ik heb er al eerder over geschreven: wij hebben geen friteuse en slechts één keer per jaar komt hier een prachtig retro pan met oranje met roze bloemen van geëmailleerd gietijzer uit de kast. Die één keer per jaar valt natuurlijk samen met de jaarwisseling., want oliebollen en appelbeignets moeten er dan toch zeker zelf gebakken worden. (Dat is soms toch het nadeel van zelf maken. Je weet hoe lekker iets kan zijn en lust ineens sommige dingen uit de winkel niet meer wat je bijna verplicht om het zelf te maken, ook als je een keer wat minder zin hebt.) Als ik dan toch de pan met olie op het vuur heb, wil ik ook altijd nog iets extra’s maken. vorig jaar waren dat de churro’s, dit jaar ben ik voor kaassoufflés gegaan. Die bleken verrassend simpel te maken te zijn, veel simpeler dan ik had verwacht! en niet geheel onbelangrijk, lekker waren ze ook nog eens! Op nieuwjaarsdag zijn alle kaassoufflés opgegaan, we hebben ze toen op 180 graden op een rooster opgewarmd in de oven. Ik was van plan om ze in te vriezen, maar dat was dus niet nodig. Dit recept is goed voor 10 kaassoufflés.

Ingrediënten:

  • 10 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 10 kant en klare plakken jong belegen of belegen kaas (afhankelijk van je smaak)
  • losgeklopt ei
  • paneermeel
  • frituurolie

Werkwijze:

  • Breng de olie in de frituurpan op 180 graden Celsius.
  • Leg de bladerdeegplakjes los van elkaar (met het plastic er nog aan) op het aanrecht te ontdooien.
  • Vouw een voorgesneden plakje kaas in vieren en leg dit op de linkerhelft van een plakje. Snijdt eventueel een randje van de kaas af zodat het beter in het deeg past.
  • Vouw het plakje dicht en druk de randen heel goed aan.
  • Haal het plasticje eraf en haal het deegpakketje door losgeklopt ei en vervolgens door het paneermeel.
  • Frituur in de pan tot de kaassoufflé mooi goudbruin is en bol staat.
  • Eet direct of laat ze afkoelen en warm ze later op, liggend op het rooster van een oven (180 graden Celsius).

Bron: eigen recept

Lasagne bomvol groente

Onlangs kreeg ik een verzoek van www.kookexpert.nl of ik het leuk vond om met hen samen te werken. Normaal gesproken ga ik niet vaak op dat soort verzoeken in, maar de site van Kookexpert zag er erg goed uit, zowel op bak- als op kookgebied en zo werden we het erover eens dat ik een pastamachine (de Gefu Perfetta Nero) zou testen en een mandoline (de Microplane Mandoline). Een pastamachine stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Pasta maken deed ik al wel vaker, maar dan rolde ik het uit met de deegroller en dat gaat toch minder goed en makkelijk dan met zo’n machine! De machine tovert hompen deeg om in pastavellen (in diverse gewenste diktes, dit is instelbaar), maar kan met het opzetstuk ook tagliatelle en taglioni (een soort vierkante spaghetti) maken. Met de pastavellen kan je natuurlijk lasagne maken zoals ik deed, maar ik heb er ook al heerlijke ravioli mee gemaakt. Daarvoor kocht ik een Ravioliplaat, welke zeer behulpzaam is bij het vullen en vormen/snijden van de ravioli. Mogelijkheden te over dus! De machine heeft een klem die je om een tafelrand of vrijstaande rand van een aanrecht kan klemmen. Hierdoor wandelt de machine er niet vanzelf vandoor. De klem is wel nodig, want de machine is te licht om zo op zijn plek te blijven staan tijdens het bedienen ervan. De machine werkt soepel en vlot. De walsen zijn op 9 verschillende diktes in te stellen, waarbij je werkt van dik naar steeds dunner. De machine is tot op zekere hoogte demontabel, waardoor hij redelijk compact op te bergen is. De mandoline heb ik gekozen omdat ik al een rasp heb van Microplane en mij deze ontzettend goed bevalt. Met de mandoline kan je groente en fruit in plakjes van 3 verschillende diktes  snijden. Ook zitten er nog mesjes op die je kan gebruiken om juliennereepjes te maken. Allereerst probeerde ik puntpaprika te snijden voor in de voedseldroger. Dat ging niet helemaal vlekkeloos, de schil werd niet altijd goed gesneden. De komkommer -die ik als frisse salade bij de lasagne wilde serveren- ging daarentegen super. Ik heb er kleine reepjes van gesneden zodat het makkelijk te eten is en het zuur snel kon intrekken. De mandoline is deels uit elkaar te halen en op die manier makkelijk schoon te maken. Nu het nieuwe jaar weer daar is en de feestdagen weer achter ons liggen, wordt het voor velen tijd weer wat gezonder te eten. Daarom heb ik deze lasagne bomvol groente gestopt, dit geeft lekker veel structuur aan de lasagne en veel smaak. Ik kwam bij de groothandel op een afdeling vol prachtige groente en heb heerlijk lopen winkelen, wat een luxe! In onze tuin stonden nog wat wortelen en die mochten mee in de saus. Hoewel onze kinderen normaal gesproken niet van gerechten met tomatensaus houden, is hun bordje dit keer helemaal leeg gegaan, meer woorden hoef ik hier denk ik niet meer aan te spenderen, het lege bord zegt genoeg! Dit recept is goed voor 2 schalen lasagne, lekker makkelijk als je voor grotere groepen moet koken. De lasagne is ook prima in te vriezen (wij doen dit met schaal en al).

Ingrediënten:

Voor de pasta:

  • 200 gram pastabloem tipo 00
  • 133 gram losgeklopt ei

Voor de saus:

  • scheutje olijfolie
  • 1 dikke ui, gesnipperd
  • 500 gram (runder)gehakt
  • 6 grote vleestomaten, in stukjes gesneden
  • 300 gram wortel, in blokjes
  • 2 grote preien, in ringen gesneden
  • 8 bosuitjes, fijngesneden
  • 14 gram (zelf gedroogde) paprikapoeder
  • 0,5 gram (zelf gedroogde) blaadjes selderij
  • 1 gram gedroogde peterselie
  • zout en peper naar smaak

Bechamelsaus:

  • 130 gram ongezouten roomboter
  • 90 gram bloem
  • 1120 gram halfvolle melk
  • gemalen nootmuskaat naar smaak

Topping:

  • 400 gram geraspte kaas, jong belegen

Salade:

  • 2 biologische komkommers in julienne gesneden
  • 8 gram Italiaanse kruidenmix (Verstegen)
  • 15 gram azijn
  • 65 gram volle yoghurt
  • evt. wat poedersuiker

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg voor de pasta.
  • Meng de bloem met de eieren en kneed dit lang genoeg tot een elastische, soepele bal.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg minimaal een half uur te rusten.
  • Fruit de gesnipperde ui in een grote hapjespan met een beetje olie.
  • Voeg het gehakt toe en bak dit bruin.
  • Voeg de tomaten, de wortel, de prei en de bosuitjes toe en laat de saus inkoken tot het overtollige vocht verdwenen is. Dit kan een hele tijd duren. Mocht je het laatse vocht lastig weg krijgen, dan kan je al roerend wat maïzena toevoegen, dit bindt de saus.
  • Voeg het paprikapoeder, selderij en peterselie toe en voeg naar smaak peper en zout toe.
  • Maak de bechamelsaus: smelt de boter op een middelhoge warmtebron, voeg al roerend de bloem toe en gaar een minuut. Voeg beetje bij beetje de melk toe en roer tot een gladde saus.
  • Voeg naar smaak gemalen nootmuskaat toe.
  • Rol het deeg met de pastamachine in etappes uit tot dunne plakken. Als je het deeg iets bebloemt, dan plakt het niet aan de machine of aan zichzelf. Ik rolde het deeg uit tot stand 8.
  • Vet 2 lasagneschalen in met bakspray of olie
  • Leg een laagje saus op de bodem. Overgiet met een dun laagje bechamelsaus, bestrooi met geraspte kaas.
  • Dek af met een op maat gesneden vel pastadeeg en begin opnieuw.
  • Herhaal dit 2 á 3 keer en sluit af met bechamelsaus en geraspte kaas.
  • Zet de lasagne voor ca. 20 minuten in het midden van een op 200 graden Celsius voorverwarmde oven. (Conventioneel met onder- en bovenwarmte).
  • Maak terwijl de lasagne in de oven staat de komkommersalade. Snijd de komkommer in julienne reepjes (pas op je vingers!)
  • Doe de reepjes komkommer in een kom, doe de azijn, de yoghurt en de kruiden erbij en voeg naar smaak evt. wat poedersuiker toe.

Bron: eigen recept

Appel-karamel kruimeltaart

Een paar weken geleden kreeg ik van Uitgeverij Becht het boekje “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” van Christelle Huet Gomez toegstuurd met de vraag om hier een review over te schrijven. Kruimelgebak is volgens mij iets wat iedereen lekker vindt, de brosse toplaag, lekker zoet, vaak in goed contrast met de zachte (soms sappige) vulling en vervolgens nog een lekkere bodem, wie likt daar nu niet zijn vingers bij af? Nederlanders zweren bij hun appelkruimelvlaai, maar heb je er wel eens aan gedacht dat er met kruimelgebak een heleboel variaties te bedenken zijn? Dat dit heel goed kan, bewijst de schrijfster van dit boek. Zij bedacht 33 taart- en cakerecepten met kruimeltopping. De verdeling van de recepten is onder de volgende kopjes gehangen: Fruitig, voor fijnproevers, chocolade, anders kruimelig en hartig. Voor elk wat wils dus. Je kan keuzes maken uit o.a.: peer en amandel, perzik en sinaasappel, blauwe bes en kaneel, noten en Ahornsiroop, cheesecake en speculaas, chocolade en marshmallow, chocolade en specerijen, chocolade en kastanje, speculaas en abrikoos, zalm en dille, pompoen en spekjes. Genoeg lekker dus. Het boek ziet er lekker fris uit met mooie foto’s. Qua theorie staat er een zeer beknopte beschrijving in. Het is een boek waarmee je niet te moeilijk moet doen, gewoon lekker aan de slag gaan. Om het boek goed te kunnen reviewen vind ik het belangrijk dat je er minstens één recept uit maakt. Ik koos hiervoor het recept voor appel- en karamelcake.  Het recept is redelijk duidelijk omschreven. Wat ik jammer vind is dat er geen suggesties voor het te gebruiken appelras worden gegeven. Wat mij betreft had de omschrijving voor het karameliseren van de appels iets gedetailleerder gemogen en aangezien het een cakebeslag betreft had ik graag gezien dat men erbij had gezet dat het belangrijk is om niet alleen de boter op kamertemperatuur te hebben voor je begint maar ook de overige ingrediënten zoals de eieren. Tot slot had ik het recept graag uitgebreid gezien met het recept voor karamelsaus. Natuurlijk kan je dit kant en klaar kopen, maar dit is zo eenvoudig zelf te maken, dat ik hier eigenlijk wel de werkwijze bij had verwacht. Het recept is eenvoudig te maken en leverde een erg lekkere taart op. Dit boekje is te koop voor €9,99, een leuk cadeautje voor iemand die graag bakt dus! In het recept staat dat er 8 stukken uit de taart kunnen, wij haalden er 12 uit. De taart wordt gebakken in een springvorm met een diameter van 24 cm.

Ingrediënten:

Vulling:

  • 600 gram geschilde en in blokjes gesneden Royal Gala appels
  • 40 gram ongezouten roomboter
  • 60 gram rietsuiker

Kruimels:

  • 70 gram ongezouten, koude roomboter in blokjes
  • 100 gram bloem
  • 60 gram rietsuiker

Cake:

  • 100 gram zachte ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 140 gram fijne kristalsuiker
  • 150 gram ei (ca. 3 eieren maat M)
  • 5,5 gram vanille aroma
  • 220 gram bloem
  • 16 gram gezeefd bakpoeder
  • snufje zout
  • 100 gram crème fraîche

Karamelsaus:

  • 200 gram basterdsuiker
  • 170 gram slagroom
  • 1 gram zout
  • 25 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Smelt de boter en de suiker in een koekenpan en voeg hier de appels aan toe.
  • Bak al omscheppend tot de appels mooi gekarameliseerd zijn en er geen vocht meer in de koekenpan zit. Dit duurt ca. 10-12 minuten. Laat afkoelen in de pan.
  • Maak de kruimels door de bloem met de suiker en de koude roomboter met de toppen van de vingers door elkaar te wrijven tot een kruimelig mengsel. Zet het mengsel tot gebruik in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Maak nu de cake. Mix de roomboter met de suiker tot een romig, lichtgekleurd mengsel.
  • Voeg dan één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als de eerste goed opgenomen is en mix goed.
  • Mix dan het vanille aroma erdoor.
  • Meng in een andere kom de bloem met het gezeefde bakpoeder en het zout.
  • Spatel dit door het botermengsel.
  • Spatel tot slot de crème fraîche erdoor.
  • Bekleed de bodem van de springvorm met een vel bakpapier, sluit de vorm en knip het overtollige papier grof bij.
  • Spray de vorm in met bakspray en giet hier het cakebeslag in.
  • Verdeel het cakebeslag egaal over de bodem.
  • Verdeel hierover de gekarameliseerde appelstukjes.
  • Strooi hier tot slot de kruimels over.
  • Bak gedurende 60 minuten in het midden van de oven. De cake is gaar als een cocktailprikker schoon uit het midden van de cake komt of als de kerntemperatuur 95 graden is.
  • Laat de cake even afkoelen in de vorm, haal dan de vorm eraf en laat verder afkoelen op een rooster.
  • Maak de karamelsaus. Smelt de witte basterdsuiker in een pan tot 170 graden. De suiker is nu goudbruin.
  • Breng tegelijkertijd in een andere pan de slagroom met het zout aan de kook.
  • Roer (voorzichtig!) de roomboter door de karamel. Pas op, dit kan spetteren!
  • Haal de pan van het vuur en roer de kokende slagroom erdoor.
  • Zet terug op het vuur en verwarm weer tot het kookt. Roer goed zodat de saus goed glad wordt (dit kan even duren).
  • Giet de saus door een zeef om eventuele klontjes eruit te halen.
  • Giet de saus terwijl deze nog warm is in royale strepen over de taart.
  • Eet smakelijk!

Bron: “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” door Christelle Huet-Gomez

 

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

kerstmuts broodjes

Iemand vroeg met laatst tijdens een workshop hoe je triangelbroodjes maakt. Dit zijn driehoekige broodjes. Hoewel ik het toen door de vele workshops te druk had om mijn idee direct vorm te geven, bleef het maar in mijn hoofd rondwaren. Met die driehoekige vorm was wat leuks te doen! Ik heb verschillende varianten geprobeerd: met sesamzaad, geplette tarwevlokken en met greinsuiker op de “bont”rand van de kerstmuts. Uiteindelijk bleken de broodjes zonder decoratie het leukste. Het eistrijksel geeft het broodje een mooie roodbruine glans, zonder dat je kleurstoffen hoeft te gebruiken. Je zou de bontrand onbestreken kunnen laten zodat deze wat lichter blijft en het contrast nog groter is dan hoe ik ze nu heb gemaakt. Als je de rand niet instrijkt met ei, dan moet je deze na het bakken even met geklaarde boter bestrijken zodat deze lekker zacht wordt en toch wat glans krijgt. Dit recept is goed voor 8 kerstmuts broodjes.

Ingrediënten:

Volkorendeeg:

  • 400 gram volkoren tarwemeel
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 4,5 gram instant gist
  • 24 gram vloeibare honing
  • 24 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 240 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 40 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur

Wit deeg:

  • 150 gram bloem, geschikt voor broodbakken
  • 2,25 gram (bakkers)zout
  • 1,3 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram vloeibare honing
  • 85 gram volle melk op kamertemperatuur

Voor de afwerking:

  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe het volkorenmeel, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg de honing, boter, melk en het ei toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken. Op mijn instagrampost van 22 december 2017 kan je zien dat je ook van volkorendeeg een prachtig vliesje kan trekken! ( https://www.instagram.com/baksels_net/ )  Het deeg zal in het begin erg plakkerig zijn, maar dit gaat over naarmate je meer kneedt.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek af met een deksel en zet ca. 60 minuten weg bij 29 graden Celsius. Je kan het ook op kamertemperatuur wegzetten, maar dan duurt het wat langer voordat het deeg gerezen is.
  • Doe nu de bloem, het zout en de gist in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, honing en melk toe en kneed wederom tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol ook dit deeg op leg het in een andere licht met olie ingevette kom en dek ook af met een deksel. Zet deze kom gezellig naast de andere kom.
  • Als het volkorendeeg in volume verdubbeld is en de afdruk blijft staan als je met je vinger erin drukt.
  • Druk het deeg met de vlakke hand plat en bol op tot een mooie ronde, gespannen bol.
  • Doe het zelfde met het witte deeg.
  • Dek af met huishoudfolie, zet de kom waarin je het hebt laten rijzen er op de kop overheen en laat 30 minuten rusten op je aanrecht.
  • Druk het volkoren deeg met de vlakke hand plat, zorg er wel voor dat het een ronde vorm blijft!
  • Snijd het deeg in 8 gelijke punten.
  • Leg op 2 met bakpapier beklede bakplaten elk 4 punten.
  • Druk het witte deeg plat en verdeel in 2 gelijke stukken.
  • Van de ene helft snijd je 8 gelijke stukken en deze bol je op, net als met bolletjes. Zet je hand er als een kooitje overheen en draai het deeg rond. De onderkant blijft onder, daar vormt zich een naveltje. Als je het goed doet zie je het deeg aan de bovenkant strak en glad trekken en het bolletje een mooie ronde vorm krijgen.
  • Druk het langste puntje van het volkorendeeg iets plat, bevochtig deze iets met wat water en leg het witte bolletje erop.
  • Verdeel het overgebleven witte deeg in acht gelijke stukjes en rol deze uit tot 8 rechthoekige reepjes.
  • Bevochtig elk reepje aan de onderkant met iets water en leg deze op de onderste rechte rand van het driehoekje.
  • Vouw de randjes onder het volkorendeeg.
  • Bestrijk alle broodjes met eistrijksel, bekijk even zoals in de inleiding genoemd, of je het bontrandje ook meeneemt of niet.
  • Laat ca. 30 minuten rijzen in een vochtige, tochtvrije omgeving van 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bak bij voorkeur met één plaat tegelijk. Zet deze in het midden van de oven en bak gedurende 15 minuten tot de broodjes goudbruin en gaar zijn.

Bron: eigen recept.

Kerststol

Van december heb ik altijd het gevoel dat deze maand te snel gaat en er te veel in gebeurt. Is het voor mijn gevoel nog maar net herfst, begint men om mij heen ineens kruidnoten te bakken en niet veel later de kerstboom op te tuigen… De herfst- en wintermaanden zijn voor mij met de bakworkshops ook altijd stampvol, dus even rustig afremmen voor kerst is er voor mij meestal niet bij, ik kom met gierende banden tot stilstand op eerste kerstdag. Dit jaar heb ik iets eerder vrij gepland, dan kan ik nog fijn wat lekkere kerstdingen bakken. Zoals deze heerlijke kerststol bijvoorbeeld. Hij zit bomvol fruit en noten. Houd je niet zo van noten? Dan kan je deze ook makkelijk weglaten. Dit recept is goed voor 1 kerststol. Wat gaan jullie bakken voor de kerst?

Ingrediënten:

Deeg:

  • 200 gram tarwebloem met ten minste 12% eiwit. Koop dit bij een molen of je bakker
  • 8 gram tarwegluten poeder
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 25 gram suiker
  • 10 gram instant gist
  • 10 gram citroenrasp (Dr. Oetker)
  • 3 gram verse sinaasappelrasp
  • 113 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 25 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram krenten (nog niet geweld)
  • 65 gram sultana rozijnen (nog niet geweld)
  • 15 gram grofgehakte, geroosterde amandelen
  • 15 gram grofgehakte en geroosterde hazelnoten
  • 8 gram sukade

Spijs:

  • 75 gram amandelmeel
  • 75 gram suiker
  • 28 gram losgeklopt ei
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)

Afwerking:

  • ongezouten roomboter
  • decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze:

  • Doe een avond voor je gaat bakken de rozijnen en krenten in een bak en laat ze een half uur wellen in warm water.
  • Giet ze af en laat ze aan de lucht drogen gedurende een nacht.
  • Doe bloem, glutenpoeder, zout, suiker, instant gist, citroenrasp en sinaasappelrasp bij elkaar in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg melk, ei en roomboter toe en kneed het geheel met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers. Het deeg blijft lang plakkerig, maar uiteindelijk trekt het deeg zo glad dat je het kan knuffelen. Voeg dus geen extra bloem toe tijdens het kneden!
  • Bol het deeg licht op en dek af met een kom.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Meng ondertussen de vulling: de gewelde rozijnen, krenten, de grofgehakte en gebruineerde amandelen en hazelnoten en de sukade.
  • Duw het deeg met de vlakke hand uit tot een rechthoekige lap. Probeer niet opzij te wrijven of duwen, je deeg gaat dan kapot.
  • Neem iets meer dan de helft van de aangemaakte vulling en verdeel dit over tweederde van de deeglap.
  • Vouw het deel dat niet bedekt is voor de helft over het met vulling bedekte deel. Vouw de helft die nog niet gevouwen over de al gevouwen lagen heen. In totaal heb je het deeg dus in drieën gevouwen.
  • Draai het deeg een kwartslag en herhaal hetzelfde met de resterende vulling.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen en vouw de open kanten iets naar onderen en bol het deeg op door dit rond te draaien op je aanrecht en tegelijkertijd het deeg iets naar beneden te trekken. Je krijgt nu een stevige bol deeg.
  • Leg het deeg in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Laat op 29 graden ca. een uur rijzen tot dubbel volume op een tochtvrije plek. Laten rijzen kan ook prima op kamertemperatuur, het rijsproces duurt dan wel langer.
  • Maak tijdens het rijzen de amandelspijs. Meng amandelmeel, suiker, citroenrasp en ei met elkaar tot een smeuïge massa. Dek af en laat rusten tot gebruik.
  • Druk na het rijzen met de vlakke hand de lucht uit het deeg.
  • Bol het deeg op tot er spanning in zit.
  • Dek af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol met een rolstok een grote gleuf in het midden van de bol deeg. Aan twee uiteinden houdt je een bolling, dit zijn de “lippen” van de stol.
  • Rol een spijspil (een worstvorm) van het spijs en leg dit in het midden van het deeg. Aan de beide zijkanten moet een centimeter overblijven.
  • Vouw het deeg over het spijs heen, een stukje over de onderste flap.
  • Duw met de zijkant van je hand het deeg goed vast rondom de spijs. Doe je dit niet goed, dan zal de spijs uitbakken.
  • Leg de stol op zijn kop op een met bakpapier beklede bakplaat. De onderste lip steekt nu verder uit dan de bovenste.
  • Laat in een vochtige ruimte (zet er een bakje dampend water bij) op 29 graden Celsius gedurende 20 minuten rijzen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de stol net onder het midden in de oven. Giet iets water op de metalen opvangplaat onderin. Dit geeft stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 180 graden Celsius en bak nog 32 minuten tot de stol een kerntemperatuur heeft van 95 graden Celsius.
  • Bestrijk de stol direct na het uit de oven halen flink met gesmolten roomboter.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi met gezeefd decoratiepoeder (neemt minder snel vocht op en blijft als een wit laagje liggen) of met poedersuiker.

Bron: eigen recept

Banketletter

Dit is een last-minute blogpost met een recept voor wie last-minute nog wat moet maken. Deze banketletter is namelijk supersimpel en supersnel op tafel te zetten. Erg fijn als je volop in de Sinterklaas stress zit omdat je surprises nog gemaakt moeten worden, je sinterklaasgedichten zulke kromme rijmwoorden bevatten dat je er eigenlijk niet onderuit kan om ze compleet te herschrijven en je ook nog eens de verlanglijstjes van iedereen door elkaar hebt gehaald en je voor oma een hippe sneakers blijkt te hebben gekocht en je zoon van 16 een abonnement op 65+magazine krijgt. Deze banketletter is niet alleen prachtig goudkleurig, hij is ook lekker bros door het bladerdeeg en goed op smaakt door de zelfgemaakte amandelspijs. Wie nog makkelijker wil doen kan natuurlijk ook een pakje amandelspijs uit de winkel halen en mengen met ei. Voor de variatie zou je ook eens een hartige letter kunnen maken met gekruid gehakt. Dit recept is goed voor 1 banketletter, in dit geval de letter S van Sint!

Ingrediënten:

  • 5 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 125 gram amandelmeel (of ontvliesde amandelen die je zelf even fijnmaalt)
  • 125 gram kristalsuiker
  • 6 gram citroenrasp (van Dr. Oetker)
  • 45 gram losgeklopt ei
  • wat losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 235 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Leg de plakjes naast elkaar op het aanrecht te ontdooien.
  • Doe amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom en roer door elkaar.
  • Meng het ei erdoor en knijp samen tot een samenhangede bal. Is het nog iets te droog, voeg dan nog een beetje ei toe.
  • Haal het plastic van de plakjes en leg ze in een rij.
  • Leg de plakjes dakpansgewijs neer met een overlap van een kleine centimeter.
  • Druk de naden goed plat.
  • Rol de amandelspijs uit tot een lange rol die twee cm korter is dan de breedte van het deeg.
  • Leg de rol op het deeg, sla aan één kant het deeg eromheen en bestrijk de kant die nog plat ligt, licht met ei.
  • Vouw deze er ook omheen zodat de spijs goed ingepakt zit en vouw de uiteinden goed toe en druk deze vast.
  • Leg de rol met de naad naar beneden in de gewenste lettervorm op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk met ei en laat dit aandrogen. Bestrijk dan nog een keer met ei.
  • Bak de banketletter in het midden van de oven gedurende ongeveer 24 minuten tot deze goudbruin en gaar is.
  • Ik wens jullie een fijne Sinterklaas!

Bron: eigen recept

Abrikozenkruimelvlaai

Hallo, daar ben ik weer (Niels). Ik dacht toen ik al die reacties op mijn vorige stuk zag:  “ik kan nog wel eens een keer wat bakken en posten”. Dus dat at heb ik gedaan met deze abrikozenkruimelvlaai!

We waren lekker aan het wandelen samen met een vriendin van mijn moeder, de man daarvan en de 2 honden. Samen gezellig op de dijk bij de Waddenzee. het zijn hele leuke honden je kunt ze trucjes laten doen zoals: poot, zit, knuffel, lig en nog veel meer! Na afloop waren we aan het eten bij een leuk eetcafétje toen zei die vriendin dat ik een leuk stukje had geschreven en toen dacht ik: ga er nog een maken! Thuis had ik nog een leuk recept liggen en ik ben dol op kruimelvlaai en abrikozen. Het leek mij wel leuk en lekker om daarmee te bakken! Toen de abrikozenkruimelvlaai klaar was had ik nog wat deeg over van de vlaai dus kneedde ik het in een beker vorm en deed er jam in. Het smaakte heel lekker net zoals de vlaai, succes met bakken!

De vlaai is een heerlijke combinatie tussen een zachte bodem, romige banketbakkersroom, sappig fruit en de brosse kruimels. De verschillende structuren en smaken maken het een genot om te eten. Gebruik een lage vorm van ca. 26 cm doorsnede.

Ingrediënten:

Banketbakkersroom:

  • 175 gram volle melk
  • 1/2 vanillestokje  van goede kwaliteit
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram fijne kristalsuiker (of zelfgemaakte vanillesuiker i.p.v. suiker en de vanillepeul)
  • 12 gram maïzena

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram witte basterdsuiker
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 70 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 400 gram uitgelekte abrikozenhelften uit blik

Kruimels:

  • 100 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden
  • 100 gram basterdsuiker
  • 133 gram bloem
  • 14 gram aardappelzetmeel
  • 4 gram citroenrasp
  • poedersuiker of decoratiepoeder voor de afwerking

Werkwijze:

  • Maak de banketbakkersroom: doe het merg van het vanillestokje met de melk in een pan.
  • Klop de (vanille)suiker samen met de eidooiers op. Voeg de maïzena toe en roer ook deze door de eidooiers.
  • Verwarm al roerend de melk tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de melk straalsgewijs al roerend bij de eidooiers. (Blijf echt goed roeren anders krijg je roerei!)
  • Giet het hele mengsel weer terug in de pan en verwarm nog eens.
  • Het mengsel zal ineens dikker worden, blijf roeren tot het een gladde massa is die “blob” zegt.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een koele schaal of bord.
  • Dek af met huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Maak nu het deeg: doe bloem, zout en de basterdsuiker bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg de roomboter en de melk toe en kneed met de hand of in een kneedmachine/standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de kom.
  • Laat het deeg 15 minuten rusten in een licht ingevette en afgesloten kom op een tochtvrije plek.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot je er precies de vorm mee kan bekleden.
  • Rol de deeglap om de deegroller en ontrol boven de ingevette vorm.
  • Druk het deeg goed aan.
  • Laat het deeg nog eens 30 minuten staan op een warme, vochtige plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bedek de bodem van de vlaai gelijkmatig met de banketbakkersroom.
  • Dep de uitgelekte abrikozenhelften droog en verdeel deze over de banketbakkersroom.
  • Maak het kruimelmengsel door hiervan de droge ingrediënten met elkaar te vermengen en de blokjes boter hier doorheen te wrijven tot er grove brokjes ontstaan.
  • Verdeel het kruimelmengsel over de vlaai.
  • Bak de vlaai een stukje onder het midden in de oven gedurende ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Laat een aantal minuten afkoelen in de vorm en hevel dan over naar een rooster.
  • Bestrooi voor het serveren met een decoratief laagje poedersuiker of decoratiepoeder.

Bron: eigen recept

Allerhande speltkoekjes

We blijven nog even met spelt bakken, ik had namelijk nog wat over van het speltbrood dat ik onlangs bakte. Deze koekjes zijn daarmee tarwevrij, maar ook melkvrij omdat de persoon waar ik deze voor bakte niet tegen tarwe, rogge en melk kan. De koekjes vielen zeer goed in de smaak, niet alleen bij diegene waarvoor ik ze eigenlijk gemaakt had. Bij de workshops die ik die week ook nog gaf gingen de handen van de cursisten regelmatig in de pot met deze speltkoekjes ipv in de koektrommel die ik op tafel heb staan met zelf gekochte koekjes. Meestal werd er nog een tweede genomen, wat toch wel moet betekenen dat ze lekker waren! Dat deze koekjes zo populair waren betekende echter ook dat ik niet de kans heb gehad om een mooie foto te schieten. Tot ik ze weer maak zullen jullie het met deze foto moeten doen. Ik heb ca. 15 koekjes met dit recept gemaakt, maar dat hangt natuurlijk helemaal van het soort uitsteker af.

Ingrediënten:

  • 100 gram speltbloem
  • 60 gram plantenmargarine (AH), koud, in blokjes
  • 40 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 0,5 gram baking soda
  • 0,7 gram zout
  • drup eigeel

Werkwijze:

  • Doe de speltbloem in een kom en wrijf hier met de toppen van je vingers de blokjes margarine door tot je een zanderig mengsel hebt.
  • Voeg de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout toe en meng deze goed door elkaar.
  • Voeg een drup eigeel toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg. Valt deze nog uit elkaar voeg dan nog een drupje eigeel toe net zo lang tot het deeg glad is en samenhang heeft.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat minimaal een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg op een licht met speltbloem bestoven werkblad uit tot ca. 4 mm.
  • Steek de gewenste vormen uit en leg de koekjes op enige afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in 18-20 minuten goudbruin en gaar (Verschilt per vorm/formaat). De koekjes zijn goed als de randen goudbruin beginnen te kleuren.

Bron: aangepast recept naar een recept voor Allerhande koekjes uit het boek: Banketbakkersproducten van het NBC