Berichten

Puddingbroodjes

(Brood)bakken kon wel eens verslavend zijn als ik mijn statistieken zo bekijk. Van alle deelnemers die bij mij een workshop volgen, komen ruim meer dan driekwart van de mensen minstens een keer terug voor een volgende workshop en veel mensen gaan alle workshops af. Zo heb ik ook een hele trouwe klant die alle workshops die ik standaard aanbied al gevolgd heeft, maar de smaak dusdanig te pakken heeft dat ze nog graag meer dingen wil leren, samen met familie en vrienden. Het werd dus tijd voor een workshop op maat. De vraag was of we een tabatière, een vlechtbrood en puddingbroodjes konden maken. Ik vond het een hele leuke combinatie en ging aan de slag. Dat er daarvoor eerst proefgebakken moest worden, vonden ze hier thuis helemaal niet erg! 😉 Zodra de room ertussen zit moet je ze in de koelkast bewaren, maar een vervelend bij-effect daarvan is dat het brood dan snel droog wordt. Tip: eet ze allemaal direct op, of bewaar de room in de koelkast en spuit deze pas in het broodje als je hem wilt opeten. Zo kan je het brood apart in een zak op kamertemperatuur bewaren. Het recept is goed voor 5 puddingbroodjes.

Ingrediënten:

Brood:

  • 200 gram tarwebloem (met een geschikt eiwitpercentage voor brood)
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 8 gram kristalsuiker
  • 6 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 4 gram citroenrasp
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 110 gram volle melk op kamertemperatuur
  • klein beetje zonnebloemolie
  • klont roomboter voor het bestrijken na het bakken

Banketbakkersroom:

  • 400 gram volle melk
  • 88 gram eigeel
  • 88 gram fijne kristalsuiker
  • merg van een 1/2 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 35 gram maïzena
  • poedersuiker of decoratiepoeder ter decoratie

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, suiker en de gist bij elkaar in een kom en roer goed door elkaar.
  • Voeg de roomboter, citroenrasp, ei en de melk toe en kneed het geheel met een machine of met de hand tot een soepel deeg dat loslaat van de deeghaak of je handen en waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in vijf gelijke stukjes van 74 gram.
  • Bol elk stukje op en laat tien minuten rusten onder huishoudfolie.
  • Rol elk bolletje vanuit het midden met de rolstok plat, maar houdt aan boven- en onderzijde een dik stuk over.
  • Besmeer de helft van het platgerolde deeg heel licht met wat zonnebloemolie. Zorg ervoor dat je de dikke “lippen” van het deeg niet bestrijkt.
  • Vouw het deeg op elkaar waarbij je ervoor zorgt dat de bovenste lip iets naar achteren ligt ten opzichte van de onderste lip.
  • Druk licht aan en leg op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Laat ca. 45 minuten in een vochtige, tochtvrije ruimte van 24 graden Celsius rijzen.
  • Maak de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een pan.
  • Schraap het merg uit het opengesneden vanillestokje en doe dit in de melk.
  • Klop de eidooiers samen met de suiker op tot een bijna wit, luchtig mengsel.
  • Roer de maïzena door het eidooiermengsel.
  • Breng de melk bijna aan de kook.
  • Giet de melk beetje voor beetje al roerend (!!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en verwarm weer tot het begint in te dikken.
  • Eerst volgt er een stadium waarin de room nog wat klonterig is, blijf roeren tot deze glad en stevig wordt en er bubbels omhoog komen.
  • De room moet goed stevig worden.
  • Haal van het fornuis en giet de banketbakkersroom op een koude bakplaat of schaal en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat de banketbakkersroom goed afkoelen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 220 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de broodjes in 10 minuten goudbruin en gaar.
  • Smelt de roomboter op een laag pitje, de melkeiwitten scheiden zich van het melkvet, je hebt nu geklaarde boter.
  • Bestrijk direct na het bakken de broodjes met het melkvet.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Als de banketbakkersroom is afgekoeld, roer je deze even los tot het weer een gladde room is geworden.
  • Doe de room in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm.
  • Trek de broodjes open (door de olie gaat dit heel makkelijk en hoef je niet te snijden).
  • Spuit eerst achterin een streep room.
  • Spuit dan daarvoor een mooi patroon met ronddraaiende bewegingen.
  • Doe wat poedersuiker in een fijne zeef en bestrooi de broodjes daarmee.
  • Wie ga jij verwennen met deze broodjes?

Bron: eigen recept

 

 

Oud Hollandse pepernoten

Vinden jullie ze ook zo lekker, die zacht-taaie brokken oud-Hollandse pepernoot met die heerlijke anijssmaak? En dan bedoel ik absoluut niet die uitgedroogde dingen die je soms in de winkel koopt en die met een beetje pech al zo lang geleden zijn gebakken dat ze piepen langs je tanden…brrr!
Ik durf met zekerheid te zeggen dat je deze zelfgebakken pepernoten (ja, dít zijn pepernoten, en dít zijn kruidnootjes: kruidnootjes) niet kan weerstaan en ze niet eens de kans krijgen om goed af te koelen! Toen we bezoek kregen en we een schaal vol pepernoten tijdens een gezellige spelletjesmiddag presenteerden, bleek dat ik wel drie keer zoveel had mogen maken… Gelukkig maar dat ze eenvoudig opnieuw te maken zijn! Mocht je zin hebben gekregen om nog meer Sinterklaaslekkers te bakken, boek dan een Sinterklaas workshop waarbij we heerlijke taaitaai, speculaasjes en banketstaaf maken.

Oud-Hollandse pepernoten

Ingrediënten:

Basisdeeg:

  • 250 gram roggebloem (liefst type luxe 00)
  • 200 gram honing
  • 85 gram water

Doorbraken:

  • 3,75 gram gezeefd bakpoeder
  • 0,9 gram gemalen kaneel
  • 1,8 gram koek en speculaaskruiden
  • 1,8 gram gemalen anijs

Overig:

  • roggebloem
  • slaolie

werkwijze:

  • Doe de roggebloem in een hittebestendige kom (liefst van een standmixer).
  • Breng het water en de honing in een steelpan aan de kook.
  • Als het goed borrelt, de inhoud van de pan bij de roggebloem en meng direct door elkaar tot alles is opgenomen.
  • De deegtemperatuur moet ideaal gezien tussen de 63 en 65 graden Celsius liggen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en koel snel terug.
  • Laat het deeg liefst 24-48 uur in de koelkast liggen.
  • Kneed na de rusttijd de koek- en speculaaskruiden, kaneel en bakpoeder door het deeg tot alles goed is opgenomen.
  • Rol uit tot een plak van 2 cm. dikte. (gebruik eventueel wat roggebloem als strooibloem tegen het plakken)
  • Snijd banen van 2 cm. en rol deze tot het hoekige eraf is.
  • Snijd de rollen op in stukjes van 2 cm.
  • Doe in een schaal en besprenkel met een scheutje olie en schudt goed om zodat elk stukje deeg bedekt is met olie (dit voorkomt het aan elkaar plakken van de pepernoten tijdens het bakken)
  • Bedek een ovenschaal met bakpapier en strooi hier de pepernoten in. De laag moet ongeveer 1,5 pepernoot dik worden. Door het gewicht en het rijzen drukken de pepernoten tegen elkaar aan en krijg je de grillige vormen.
  • Verwarm de oven voor op 185 graden Celsius (conventioneel).
  • Bak de pepernoten in ca. 35-40 minuten gaar en goudbruin.
  • Haal de pepernoten na het bakken los en laat afkoelen.

Bron: eigen recept.

Hemelse Charlotte royale

Een vriendin met wie ik veel contact heb, stelde voor om weer eens te komen bakken. Ik had wel zin in zo’n bakdagje en bedacht wat ik allemaal graag nog wilde maken en wat bij het zomerse weer van momenteel past. Momenteel zijn er weer volop heerlijke aardbeien te koop dus ik probeerde iets te bedenken met aardbeien. Vorig jaar was in The Great British Bake Off te zien hoe de deelnemers een Charlotte Royale moesten maken. Het effect van deze taart betoverde mij direct en nu de aardbeien weer volop in het seizoen zijn, was de keuze niet zo moeilijk! We hebben er ondanks de hoge temperaturen een echte bakdag van gemaakt. Zo maakten we Ciabatta, stokbrood met poolish, grissini met rozemarijn en zeezout, appel-amandelcake en deze Charlotte Royale. Als ik eerlijk ben was dit toch wel het pronkstukje van deze dag. Het uiterlijk van deze taart doet beloftes die ze zeker waar maakt! Smaakvolle biscuit met fruitige jam en een frisse aardbeienmousse met de smaak van de zomer, wat wil een mens nog meer, het leven is geweldig!

Charlott royale

Ingrediënten:

Biscuitplak:

  • 250 gram eieren
  • 125 gram fijne suiker
  • 10 gram citroenrasp
  • 125 gram patentbloem
  • 1 pot aardbeienjam

Aardbeienmousse:

  • 11 gram gelatineblaadjes
  • 500 ml slagroom
  • 55 gram poedersuiker of suikerbakkerspoeder
  • 310 gram gepureerde aardbeien
  • 200 gram aardbeien, in kleine stukjes gesneden
  • 10 gram citroensap

Afwerking:

  • evt. abrikozenjam om de taart mee te bestrijken
  • paar hele aardbeien ter garnering

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Leg de eieren (met schil) in een kom met heet water en zorg dat ze op ca. 37 graden Celsius komen.
  • Doe de eieren (zonder schil!) in de kom van een standmixer.
  • Voeg de suiker en citroenrasp toe en klop met een garde in een standmixer in 10 minuten tot een witte, luchtige en standige massa. (natuurlijk kan je dit ook met een handmixer doen, maar dit kan je een aardig lamme arm bezorgen!)
  • Zeef de bloem boven het mengsel en spatel dit er voorzichtig doorheen zonder veel van de luchtigheid te verliezen.
  • Leg een bakpapier op de bakplaat en bestrijk met ca. 7/8 van het beslag tot de bakplaat bedekt is met ca. 1 cm dikke laag beslag.
  • Bak de biscuitplak in ca. 12 minuten gaar. De plak is gaar als je er met je vinger op drukt en de deuk weer omhoog veert.
  • Bestrooi een theedoek met poedersuiker.
  • Leg de plak hier op de kop op, en rol hem met bakpapier en al op tot een rol.
  • Ontrol weer en laat met het papier erop afkoelen.
  • Trek voorzichtig het bakpapier van de biscuitplak.
  • Bestrijk de plak met aardbeienjam.
  • Rol de plak stevig op en laat even zo liggen.
  • Maak nu met het overgebleven beslag een plak van 24 cm doorsnede en bak deze ca. 11 minuten op 220 graden Celsius.
  • Maak nu de mousse.
  • Laat de gelatineblaadjes weken in koud water.
  • Klop de slagroom samen met de poedersuiker tot een lobbige substantie (zo dik als yoghurt)
  • Voeg de uitgeknepen gelatine blaadjes en 150 gram van de aardbeienpuree bij elkaar in een magnetronbestendig schaaltje.
  • Verwarm in de magnetron tot de gelatine gesmolten is en het mengsel ca. 60 graden Celsius is geworden.
  • Voeg dit onder krachtig roeren toe aan de rest van de aardbeienpuree en meng vervolgens met de slagroom.
  • Tot slot de aardbeienblokjes toevoegen en goed doorroeren.
  • Bekleed een zo rond mogelijke kom (boven diameter 24 cm) met huishoudfolie.
  • haal de theedoek van de rol af en snijd plakjes van ca. 7 mm.
  • Bedek de gehele binnenkant van de kom met de plakjes en laat ze goed aansluiten.
  • Giet de aardbeienmousse in de kom.
  • Bedek met de ronde biscuitplak.
  • Vouw de stukken loshangende huishoudfolie naar binnen tegen het uitdrogen.
  • Zet de taart minstens 3 uur in de koelkast of in de vriezer.
  • Keer vlak voor het serveren (kijk of de mousse goed is opgesteven, anders zakt je taart in) de taart om op een bord.
  • Garneer met wat verse aardbeien en geniet van dit meesterwerkje!
  • Eventueel kan je de taart nog bestrijken met warme abrikozenjam, dit geeft glans en voorkomt uitdrogen.

Bron: eigen recept

Charlotte royale