Wentelteefjes

Wentelteefjes horen voor mij bij vakantie. Toen ik nog klein was en in de vakantie mocht logeren bij mijn opa en oma, dan werd ik door hen verwend met een flink bord vol van deze lekkernij. Gaan wij tegenwoordig op vakantie naar Denemarken of Noorwegen, dan blijken die wentelteefjes heerlijk te zijn als warm middagmaaltje. Handig als je wat minder brood eet in de vakantie en daardoor droog brood over hebt. Verse eieren halen bij de boer verderop, bakje aardbeien kopen bij een stalletje langs de kant van de weg en smullen maar. Het maken van wentelteefjes was van oorsprong bedoeld om te voorkomen dat oud brood weggegooid moest worden. Een recept tegen het verspillen van voedsel dus, daar zouden we tegenwoordig best weer wat meer rekening mee mogen houden! Daarnaast zijn wentelteefjes ook nog eens heel snel en eenvoudig te maken. Kan je daarna met een vol buikje weer lekker met je boek je luie (strand)stoel in duiken. Dit recept is goed voor 5 wentelteefjes.

Ingrediënten:

  • 100 gram ei (ca. 2 eieren maat M)
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 150 gram halfvolle melk
  • 5 sneetjes oud bruinbrood (witbrood kan ook)
  • klont ongezouten roomboter voor het bakken
  • beetje fijne kristalsuiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Roer ei, suiker, kaneel en melk door elkaar in een ovenschaaltje waar een boterham in past.
  • Leg hier een sneetje oud brood in terwijl je de boter in een koekenpan laat smelten.
  • Keer het brood even om, laat even uitlekken en hevel dan over naar de hete koekenpan.
  • Bak het wentelteefje aan beide kanten goudbruin.
  • Snijd diagonaal door en serveer met suiker naar behoefte. Lekker met wat friszoete aardbeien erbij!

Bron: eigen recept.

Vanillevla

Nederland staat erom bekend dat het een echt toetjesland is. Vorig jaar kreeg mijn man voor zijn verjaardag een yoghurtmachine. Het is niets meer dan een rechthoekige bak met een verwarmingselement waarin glazen potten staan. Doe in ieder potje een beetje yoghurt en vul aan met lauwe melk en de volgende dag kan je smullen van je zelfgemaakte yoghurt. Doe daar wat vers fruit in uit de tuin en het (toetjes)feest is compleet en geheel suikervrij. De zelfgemaakte yoghurt zouden we niet meer willen missen, maar af en toe stond er nog wel een pak vanillevla uit de supermarkt in de koelkast. Het zou toch leuk zijn als we daar ook vanaf konden raken! Gezien het succes van dit recept zal dat zeker gebeuren. De schaaltjes waren al snel leger dan leeg, en de kinderen brulden in koor dat dit veel lekkerder was dan uit de winkel, een mooi compliment! De vla is wat minder geel dan die uit de winkel, maar dat komt omdat ik er geen kleurstoffen in heb gedaan. De zwarte spikkeltjes in de vla geven aan dat er echte vanille is gebruikt; wat natuurlijk een veel lekkerder resultaat geeft dan kunstmatig aroma!

Ingrediënten:

  • 1 liter volle melk
  • 1 vanillestokje van goede kwaliteit
  • 100 gram eidooier
  • 80 gram fijne kristalsuiker
  • 30 gram maïzena
  • eventueel vers fruit.

Werkwijze:

  • Doe de melk in een pan, maar houd 6 eetlepels achter.
  • Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Doe dit in de pan. Het lege stokje kan je meekoken voor extra smaak of in een bus met fijne kristalsuiker doen zodat je na een tijdje homemade vanillesuiker hebt.
  • Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtig geheel.
  • Roer de maïzena erdoor.
  • Schenk de overgebleven melk erbij en roer goed door.
  • Breng de melk met het vanillemerg al roerend aan de kook.
  • Giet het eidooiermengsel al roerend bij de kokende melk.
  • Breng weer aan de kook en laat nog een paar minuten zachtjes doorkoken tot het geheel merkbaar dikker wordt. Maak je geen zorgen als de vanillevla nog niet zo dik is als hij zou moeten zijn, bij het afkoelen dikt hij nog in.
  • Dek de vla af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • laat de vla afkoelen en bewaar tot gebruik in de koelkast.
  • Serveer met wat vers fruit en smullen maar!

Bron: eigen recept

 

Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen kransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept

Flatbrød met rømmegrøt en spekemat

Ik had in mijn blogpost over onze vakantie in Noorwegen al geschreven over de hutten waar we bij de wandelingen neer waren gestreken om wafels of rømmegrøt met flatbrød en spekemat te eten. Het recept voor de Noorse wafels staat al op mijn blog, maar die voor rømmegrøt met flatbød en spekemat nog niet! Tot nu dan, want dat werd natuurlijk hoog tijd, zeker omdat ik jullie Noorse recepten had beloofd! Rømmegrøt is in bijna elke toeristenhut in Noorwegen te krijgen. Het is een vrij machtige pap van zure room die geserveerd wordt met flatbrød en verschillende soorten zoute, gekruide vleessoorten zoals elandworst, rendierworst en varkensspek. Men kan naar smaak de meegeserveerde suiker en kaneel over de pap strooien. Flatbrød is een broodsoort zonder gist en wordt in Noorwegen gebakken op een takke. Dit is een gietijzeren ronde, platte plaat boven een verwarmingsbron. Met een speciale deegroller met een reliëf van vierkantjes wordt een mooi patroon in het flatbrød gerold. Of dit behalve uiterlijk nog een functie heeft is mij niet bekend. Flatbrød is -mits deze goed droog gebakken is- heel lang houdbaar. De gezouten vleesproducten en zure room natuurlijk ook. Ik vermoed dan ook dat deze machtige kost bittere noodzaak was als men afgelegen in een berghut zat en het winter was waardoor de aanvoer van verse producten lastig werd. Bovendien kan ik je vertellen dat deze machtige pap na een fikse wandeling er echt wel in gaat en dat zal vroeger na een dag stevige arbeid niet anders zijn geweest. Het recept voor het flatbrød heb ik proberen te maken in een pannenkoekenpan (lijkt wel iets op een takke vond ik) en op een bakplaat in de oven. Beide methoden werken goed, mits je de ovendeur op een kier laat staan zodat het vocht eruit kan ontsnappen en het flatbrød niet te donker kleurt, want het hoort vrij bleek te blijven. Het recept is goed voor ca. 8 grote flatbrøden. Het recept voor de rømmegrøt is goed voor ca. 4 personen.

flatbrød met rømmegrøt en spekemat

Ingrediënten:

Flatbrød:

  • 150 gram tarwebloem
  • 25 gram fijn volkoren tarwemeel
  • 40 gram volkoren roggemeel
  • 4 á 5 gram zout
  • 150 gram volle melk
  • rijstebloem als strooibloem

Rømmegrøt:

  • 600 gram zure room (seterrømme in Noorwegen)
  • 100 gram gezeefde bloem
  • 5oo gram volle melk
  • zout naar smaak

Voor het serveren:

  • zoute, gekruide soorten vlees naar keuze. Bij gebrek aan rendier en elandworst koos ik voor ossenworst, kipfilet, pancetta en rudercervelaatworst.
  • roomboter
  • schaaltje suiker
  • schaaltje gemalen kaneel

Werkwijze:

  • Maak eerst het flatbrød.
  • Meng in een kom tarwebloem, tarwemeel, rogemeel, zout en melk met elkaar tot een soepele deegbal. Zodra het deeg een soepele bal vormt, mag je stoppen met kneden. (Je hoeft niet zo lang door te gaan als bij brood.)
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en druk tot een plat pakketje.
  • Leg dit 20 minuten in de vriezer tot het deeg goed gekoeld is.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 180 graden Celsius, hetelucht.
  • Verdeel het deeg in stukjes. Ik nam stukjes van 35 gram voor het bakken in de pannenkoekenpan en stukken van 75 gram voor in de oven.
  • Rol elk stukje tot een balletje.
  • Bestrooi je werkblad met wat rijstebloem en rol een balletje deeg zo dun als mogelijk uit met een deegroller. Zorg ervoor dat je het plakje deeg steeds een stukje verder draait, zodat het deeg overal egaal dik wordt en de buitenkant mooi rond wordt.
  • Rol een stukje van je deeg om je rolstok en breng het flatbrød over op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Wil je je flatbrød liever maken met behulp van een pannenkoekpan: breng het flatbrød over naar de pan en bak het daar op een middelmatige warmtebron. Mijn inductiekookplaat heeft 9 standen, ik gebruikte stand 5. De pan hoeft niet ingevet te worden.
  • Bak het flatbrød in de pan tot het krokant begint te worden, het mag niet te veel kleuren. Pas als het helemaal droog is, is het brood klaar.
  • Bak het flatbrød in de oven met de ovendeur op een klein kiertje zodat het vocht eruit kan. Het bakken duurt ca. 7 minuten, maar is afhankelijk van oven, dikte en grootte van het deeg. Denk er ook hier om dat het deeg niet te veel mag kleuren.
  • Ga door met het bakproces tot alle deegstukken gebakken zijn. Laat ze afkoelen op een rooster. Bewaar ze in een afgesloten trommel of zak.
  • Maak nu de rømmegrøt.
  • Kook de zure room al roerend gedurende 3-4 minuten in een ruime steelpan.
  • Breng in een andere steelpan al roerend de melk aan de kook.
  • Roer de bloem door de zure room tot er geen klontjes meer zichtbaar zijn.
  • Verdun al roerend beetje bij beetje de zure room met de kokende melk.
  • Breng de pap op smaak met zout.
  • Serveer de pap warm in een kom en geef hier kaneel en suiker bij zodat een ieder dit naar eigen behoefte door de pap kan roeren.
  • Breek het flatbrød in stukken en serveer dit samen met de verschillende vleessoorten en wat boter bij de pap.
  • God appetit!

Bron: flatbrød: eigen recept. Rømmegrøt: http://elinlarsen.net/mors-rommegrot/

Trommelkoek / poffert met appel

Ik schreef in mijn vorige blogpost al over de variant van de trommelkoek / poffert die mijn ouders vroeger altijd maakten. Natuurlijk bracht al die nostalgie ook de wens naar boven om deze variant weer eens te maken. In mijn herinnering was hij kleffig, maar zoals ik hem heb gemaakt was deze meer broodachtig en niet klef. Deze variant heeft zelf geen hele uitgesproken smaak, maar met wat boter en bruine suiker is hij wel erg lekker, maar dat is wel iets dat deze variant echt nodig heeft. Ik kwam ergens ook nog een variant tegen die gemaakt werd met veel meer boter en suiker, daar ben ik ook wel heel erg benieuwd naar! Kortom: het poffert / trommelkoek verhaal is nog niet afgesloten! Dit recept is goed voor 1 grote trommelkoek, gebakken in een speciale poffertvorm van 2,2 liter. (je kan ook een tulbandvorm gebruiken.

trommelkoek / poffert met appel

Ingrediënten:

  • 375 gram (brood)bloem
  • 4 gram zout
  • verse citroenrasp naar smaak (ik gebruikte 1,0 gram, ik zal de volgende keer een tikje minder doen)
  • 9 gram instant gist
  • 300 gram volle melk
  • 75 gram ei (1,5 ei maat M)
  • 175 gram grof geraspte of in blokjes gesneden appel (ik gebruikte Jonagold)
  • zachte roomboter voor het insmeren van de vorm.
  • paneermeel voor het bestrooien van de vorm.
  • Roomboter en bruine suiker voor het serveren

Werkwijze:

  • Doe de bloem, het zout en de citroenrasp in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de instant gist toe en roer nog eens goed door.
  • Voeg melk en ei toe en roer goed door tot een glad beslag.
  • Voeg de geraspte of in blokjes gesneden appel toe en roer nog eens goed door.
  • Bestrijk de gehele binnenkant van de poffertvorm (of de tulbandvorm) met boter.
  • Bedek de binnenkant helemaal met een laagje paneermeel.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Dek af met het deksel en zet weg op een tochtvrije plek van 29 graden Celsius, gedurende een uur.
  • Vul een pan met water en breng dit aan de kook.
  • Zet de poffertvorm in de pan en sluit de pan af met een deksel. Zorg er voor dat het water niet in de poffertvorm kan lopen.
  • Laat zachtjes koken gedurende ca. 90 tot 105 minuten.
  • De poffert klaar als de kerntemperatuur 95 graden Celisus heeft bereikt, of als je er een saté prikker in steekt en deze er weer schoon uit komt.
  • Laat eventjes afkoelen in de vorm en keer de vorm dan om op een bord.
  • Serveer met roomboter  (evt. gesmolten voor extra smeuïgheid) en bruine suiker.

 

Trommelkoek / poffert

Onlangs deelde ik op de Facebookpagina van Baksels.net een bericht van het tijdschrift “Noorderland” over een poffert-bakwedstrijd. Wat een reacties kreeg ik hierop! Mensen die er mooie herinneringen aan hadden, mensen die wel een vorm in huis hadden, maar dolgraag het recept wilden. Omdat mijn ouders de vorm ergens hadden en ik niet wist hoe snel die boven water zou komen, heb ik enkele mensen alvast het recept dat mijn oma gebruikte gestuurd. Van Lucienne kreeg ik direct de volgende dag prachtige foto’s van de poffert die zij met mijn oma’s recept gemaakt had. Wederom bleek dit oude gerecht veel reacties en herinneringen op te roepen. Gelukkig had mijn vader die dag net de poffertpan opgedoken, dus ook ik kon aan de slag.
Mensen uit het zuiden kennen de poffert, ketelkoek, trommelkoek of boffert misschien niet. Het is een broodachtig gerecht dat typisch voor de noordelijke provincies is. Tulband lijkt erop, maar die is meer cake-achtig, terwijl dit gerecht naar brood neigt. Het is behoorlijk voedzaam en werd vroeger door de landarbeiders gegeten als lunch. De poffert werd gegeten met een flinke lik boter en basterdsuiker, of met warme stroopsaus. In de variant van mijn oma zitten rozijnen en krenten, maar mijn ouders maakten hem altijd met fijn gesneden appel, dit maakte de trommelkoek lekker kleffig. Oude tijden herleefden toen ik dit gerecht maakte, dus ik zal ook zeker nog voor de appelvariant gaan! Daarnaast blijken er ook hartige varianten te bestaan. Het recept van mijn oma was al geweldig om alleen al te lezen: “Algemeene aanwijzingen: Daar het bereiden in kokend water van een dergelijken pudding langen tijd vordert, is het doelmatig, wanneer den vorm, in het midden voorzien is van een pijp, waardoor de pudding iets gemakkelijker gaar wordt” Heerlijk zo’n recept met geschiedenis!
Berichtje voor mijn ouders: ik denk dat ik jullie poffertpan nog wel eventjes hier houd! Dit recept is goed voor 1 poffert. Ik maakte hem in een pan met een inhoud van ca 2,2 liter. Aan de bovenkant is deze speciale vorm 19 cm breed en de vorm is 13 cm hoog. De speciale vorm die afgesloten wordt met een deksel met klemmetjes, wordt met de deeginhoud in een pan met kokend water gehangen en zo au bain marie gebakken. De vormen zijn tegenwoordig weer volop verkrijgbaar in o.a. kookwinkels en in diverse webshops. De poffert werd in mijn geval niet ontzettend hoog, ik vermoed dat een kleinere vorm ook prima had gewerkt en de vorm die ik had misschien wel een tikje te groot was.

trommelkoek / poffert

Ingrediënten:

Trommelkoek/poffert:

  • 250 gram bloem
  • 200 gram melk (ca. 30  graden Celsius)
  • 50 gram ei (ca. 1 ei maat M, op kamertemperatuur)
  • 6 gram instant gist
  • 75 gram rozijnen (geweld)
  • 25 gram krenten (geweld)
  • snufje zout
  • roomboter
  • paneermeel

Stroopsaus:

  • 30 gram roomboter
  • 30 gram bloem
  • 400 gram melk (kamertemperatuur)
  • 150 gram (Friesche) keukenstroop

Werkwijze:

  • Doe de bloem in een kom en meng met de gist.
  • Voeg melk, ei en een snufje zout toe en roer tot een dik beslag zonder klonten.
  • Voeg de gewelde rozijnen en krenten toe en roer nog even goed door.
  • Laat het beslag nu ca. 45 minuten rijzen bij 29 graden Celsius, in het recept van mijn oma gebeurt dit in een aparte kom, er zijn ook recepten waarbij het beslag direct in de vorm gelegd wordt en daar in rijst.
  • Vet de poffertvorm in met roomboter en bestrooi met paneermeel. Vergeet geen enkel plekje, ook de middenpin niet, zodat de trommelkoek straks makkelijk uit de vorm komt.
  • Breng in diepe pan water aan de kook, zoveel dat de vorm straks voor in ieder geval een kwart onder water staat.
  • Hevel het beslag over in de vorm en sluit deze af met het bijbehorende deksel.
  • Hang de vorm in de pan en verzwaar met iets waardoor de vorm goed recht in de pan blijft. Ik heb hem met een touwtje vastgebonden aan de handgrepen gebonden zodat hij mooi recht bleef.
  • Breng het water weer aan de kook en laat gedurende ca. 1,5 uur zachtjes koken.
  • Steek aan het eind van de baktijd een coctailprikker in de poffert, komt deze er schoon uit, dan is de poffert gaar. Je kan ook de kerntemperatuur meten: is deze 95 graden Celsius, dan is de poffert gaar.
  • Haal de vorm uit de pan en laat tien minuten afkoelen.
  • Stort de poffert op een bord.
  • Maak nu de stroopsaus.
  • Smelt de boter in een steelpan, voeg de bloem toe en meng tot een glad papje dat licht begint te sissen.
  • Voeg beetje bij beetje de melk toe en roer tot een gladde saus.
  • Laat even doorkoken tot de gewenste dikte.
  • Laat een beetje afkoelen en roer de stroop door de saus.
  • Serveer warm bij de trommelkoek / poffert.

P.s. volgens Dirk Scheffel kan je deze “dikke koek” zoals hij het noemt ook in een tulbandvorm of gietijzeren braadpan in de oven bakken. Hij doet dit zelf gedurende 50 minuten op 180 graden Celsius. Je hebt dan niet perse een deksel nodig, hij dekt het deeg af met paneermeel om hetzelfde (korst)effect te krijgen als de au bain marie gegaarde.

Churros

Wij frituren nooit, behalve met oud en nieuw, dan komt de oranje ge-emailleerde pan met roze en paarse bloemetjes uit de kast en bak ik de hele dag door appelbeignets en oliebollen. Elk jaar bak ik dan ook nog iets nieuws van mijn to-do lijst. Dit jaar waren het de churros.
Bij wijze van kerstpakket had ik mijzelf de “Bakbijbel, Rutger bakt van a tot z” van Rutger van den Broek cadeau gegeven. Een vriendin van me vroeg of ik wel eens churros had gemaakt of gegeten. Ik moest op beide vragen “nee” antwoorden. Toen ik heerlijk met de bakbijbel op de bank gekruld zat, bleek daar het recept voor churros in te staan. Dat kwam natuurlijk ontzettend goed uit! Andere recepten uit dit zeer complete boek, ga ik ook vast nog eens maken, want het ziet er allemaal even heerlijk uit! Jammer vind ik wederom, (hier erger me ik in heel veel bakboeken aan), het gebruik van eetlepels en theelepels in plaats van grammen. (Je bent een Pietje Precies of je bent het niet…) Even terug naar de churros: die waren geweldig lekker! Zelfs zo lekker dat deze veruit als eerste op waren en de appelbeignets en oliebollen eventjes hebben moeten wachten op liefhebbers. Met dit recept maak je ongeveer 20 stuks.

churros

Ingrediënten:

  • 160 gram melk
  • 160 gram water
  • 50 gram suiker
  • 40 gram ongezouten roomboter
  • 0,75 gram zout (1/4 theelepel)
  • 200 gram bloem
  • 100 gram ei (ca. 2 eieren maat M)
  • 300 gram suiker
  • 7 gram gemalen kaneel
  • 125 gram slagroom
  • 100 gram fijngehakte, pure chocolade
  • klontje roomboter
  • Frituurolie

Werkwijze:

  • Doe melk, water, suiker, boter en zout in een ruime pan en breng dit aan de kook.
  • Haal de pan van de warmtebron en voeg alle bloem ineens toe.
  • Roer goed tot alle bloem is opgenomen en je een klontvrije bal deeg hebt.
  • Laat het deeg in ca. 10 minuten afkoelen tot de temperatuur beneden de 55 graden is gekomen.
  • Roer daarna een ei door het deeg tot dit helemaal opgenomen is en voeg dan het tweede ei toe en doe daar hetzelfde mee.
  • Verwarm de olie tot 180 graden (controleer de temperatuur goed: als deze te koud is wordt je baksel te vet, is ze te warm, dan wordt je baksel te droog en gaat de olie walmen.
  • Vermeng ondertussen 300 gram suiker met 7 gram kaneel en doe dit in een schaal.
  • Doe het deeg voor de churros in een spuitzak met een stervormig spuitmondje. De maat van het spuitmondje bepaalt de aard van de churros. Wil je een zachte binnenkant? Neem dan een spuitmondje maat 10-11 mm, heb je ze liever krokant, neem dan een kleinere maat. In Spanje heb je speciale churrosmakers te koop, een soort spuit met een speciaal schuifje waar je het deeg doorheen drukt. (kijk ook even naar de foto onderaan deze blogpost).
  • Spuit slierten van ca. 12  cm en knip na iedere sliert het deeg door en ga verder met spuiten.
  • Bak in de olie tot de churros licht goudbruin zijn.
  • Laat even uitlekken in een schuimspaan en rol ze dan (terwijl ze nog warm zijn) door de kaneelsuiker tot ze helemaal bedekt zijn.
  • Maak na het bakken de chocoladesaus (indien je dit lekker vindt, voor mij voegde de saus niet heel veel toe) door de slagroom aan de kook te brengen, de pan van de warmtebron te nemen en hier de chocolade in te smelten. Voor een mooie glans kun je er nog een klontje roomboter doorheen roeren.
  • Serveer met de chocoladesaus en houd ze goed in de gaten, voor je het weet zijn ze verdwenen!

Bron: “Bakbijbel Rutger bakt van A tot Z” door Rutger van den Broek.

spuitmondjes churros

Het linker spuitmondje met een diameter van 11 mm, gaf weinig ribbels aan de buitenkant van de churros, maar wel ene lekker zachte binnenkant, het rechter spuitmondje gaf een prachtig uiterlijk, maar wel een in het geheel krokantere churro. Het rechter spuitmondje lijkt het meeste op de vorm die een churrera (apparaatje om churros mee te maken) ook heeft.

Schuimpjes

Deze schuimpjes zijn makkelijk te maken geheel naar eigen model of smaak aan te passen. Zo kan je bijv. wat vanillesuiker of vanille-extract gebruiken voor vanillesmaak, koffie-extract voor mokkaschuimpjes enz. Natuurlijk kan je ook nog wat kleurstof toevoegen voor een leuk kleurtje en ook de keuze in spuitmondjes is bijna oneindig zodat je je je schuimpje in elk gewenst model kan spuiten! Zo kan je bijvoorbeeld ook deze leuke schuim sneeuwpoppen maken.

schuimpjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwitten op kamertemperatuur (zorg ervoor dat er absoluut geen eigeel bij zit!)
  • 100 gram fijne tafelsuiker
  • 200 gram poedersuiker
  • Evt. kleurstof, smaakstof en/of strooisels

Werkwijze:

  • Maak je kom (liefst van metaal, glas of aardewerk) en de garden van je mixer geheel vet-, zetmeel- en schoonmaakmiddelvrij. Dit maakt dat je eiwitten goed stijfgeslagen kunnen worden.
  • Doe de eiwitten in je kom en klop deze wit schuimig op.
  • Voeg dan beetje bij beetje de fijne suiker toe.
  • De eiwitten zijn goed opgeklopt als ze in glanzende pieken omhoog blijven staan. Leuk trucje om dit te controleren is om de kom omgekeerd boven je hoofd te houden (en dan maar hopen dat je ze goed genoeg opgeklopt hebt!)
  • Spatel nu heel voorzichtig de poedersuiker door de opgeklopte eiwitten. Probeer zoveel mogelijk van de lucht te behouden.
  • Als je een smaakje of kleurtje toe wilt voegen, dan doe je dat ook nu.
  • Doe het opgeklopte eiwit in een spuitzak met een door jou gekozen spuitmondje.
  • Spuit er de gewenste vorm mee op een met bakpapier beklede bakplaat. Schuimpjes lopen niet tot nauwelijks uit, dus je kan ze vrij dicht op elkaar spuiten.
  • Bestrooi eventueel met strooisels als nougatine, discodip, enz.
  • Verwarm de oven voor op 100-110 graden Celsius (conventioneel)
  • Droog de schuimpjes in de oven. Zet als het mogelijk is de ovendeur op een heel klein kiertje. Zo steek ik er de platte steel van een hittebestendige spatel tussen. Mijn schuimpjes hebben twee uur in de oven gestaan en daarna nog een uurtje in een afkoelende oven. Hierna waren ze bij mij perfect: lekker bros en niet bruin aan de bovenkant. Bedenk wel dat dit afhangt van het formaat schuimpje dat je hebt gemaakt.
  • Bewaar de schuimpjes in een afgesloten doos op een droge plek.

Recept: eigen recept

Paleisbanket

Paleisbanket is een minder bekend koekje, maar daarom niet minder lekker! Het is een koekje van in twee evenwijdig lopende banen van gespoten amandelspijs, gevuld met frambozenmoes en afgewerkt met abrikozenjam en fondant. Klinkt lekker he? Dát is het ook! Vergeet niet de stukjes klein te houden, het vult namelijk behoorlijk. De naam heeft waarschijnlijk niets met een paleis te maken. Het is een koek die populair was in de 19de en 20ste eeuw. In het verleden was er vermoedelijk een bakker die middels de benaming “paleisgebak” de koek een luxueuze uitstraling wilde geven. Dit recept is goed voor ca. 4 rijen van 30 cm. waarvan ongeveer 30-35 stukjes te snijden zijn.

paleisbanket

Ingrediënten:

  • 250 gram ontvliesde amandelen
  • 300 gram kristalsuiker
  • 10 gram citroenrasp
  • 50 gram ei
  • nog eens ca. 60 gram ei
  • velletjes ouwel (eventueel)
  • flinke schep abrikozenjam
  • beetje water
  • flinke schep frambozenjam
  • 150 gram fondant (of poedersuiker en water)
  • poedersuiker
  • rode voedingskleurstof of bessensap
  • marasquinlikeur naar smaak

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 240 graden Celsius (conventioneel).
  • Maal de amandelen fijn in een keukenmachine
  • Voeg kristalsuiker toe en roer goed.
  • Meng er 50 gram ei door en kneed tot het geheel goed samenhangt.
  • Meng nog eens ca. 60 gram ei bij tot het een spuitbare massa is geworden.
  • Vul een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 13 mm met de amandelspijs.
  • Bekleed een bakplaat met een siliconenbakmat met daarop rechthoekige velletjes ouwel, plak ze aan elkaar met een klein beetje water. (Je kan deze koekjes ook zonder ouwel bakken)
  • Spuit steeds twee lange banen spijs tegen elkaar aan.
  • Bak ze in ca. 11 minuten goudbruin en gaar.
  • Verwarm wat abrikozenjam met een beetje water in een steelpannetje.
  • Als de jam vloeibaar geworden is, strijk je deze op de koek tot ze mooi glimmen.
  • Spuit of lepel in de gleuf tussen de twee banen wat frambozenjam.
  • Verwarm fondant met wat poedersuiker tot 60 graden Celsius.
  • Meng hierdoor naar smaak wat marasquinlikeur en wat rode kleurstof tot de juiste roze kleur ontstaat.
  • Laat terugkoelen tot ca. 35 graden Celsius zodat het weer wat dikker wordt.
  • Doe in een spuitzak en spuit met een glad spuitmondje een streep over de frambozenjam heen.
  • Wie niet aan fondant kan komen, maakt gewoon een glazuur met poedersuiker, wat bessensap en eventueel een beetje eiwitpoeder.
  • Laat goed drogen.
  • Snijd in kleine stukjes.

amandelherenbanket

P.s. er bestaat ook amandelherenbanket. volg dan dit recept, maar vervang de frambozenjam door goed uitgelekte gembersnippers die direct na het spuiten worden opgelegd.

Bron: Banketbakkersproducten, door het NBC