Lange vingers

Al een aantal keren heb ik in de loop der jaren lange vingers proberen te maken en nooit was het resultaat wat ik ervan verwachtte. De ene keer waren ze helemaal zacht, de andere keer liepen ze uit zodat ik één plaatvinger had… Toch bleef het intrigeren, het zou toch een relatief simpel koekje moeten zijn zou je zeggen. Dus toen ik vandaag het recept voor lepelbiscuit of lange vingers in het boek “handleiding voor de banketbakker” van Dominique Bonen zag staan, besloot ik het toch maar weer eens te proberen. En ja, wat fijn, dit keer lukte het perfect! In het boek, dat samen gebundeld is met “handleiding voor de bakker” staan zowel banket- als broodrecepten. Daarnaast vind je er een zeer uitgebreid theoriedeel in. Een absolute aanrader voor wie wat serieuzer aan de bak wil. Natuurlijk kan je de lange vingers aan je kleintje geven, maar ze zijn ook prima te gebruiken voor tiramisu en diverse taarten. Met dit recept maakte ik ongeveer 45 lange vingers.

Ingrediënten:

  • 100 gram eidooier
  • 25 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram maïzena
  • 150 gram eiwit
  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 25 gram maïzena
  • 100 gram bloem
  • Castorsuiker of fijne suiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop in een kom de eidooiers met de 25 gram fijne kristalsuiker en de 25 gram maïzena goed los.
  • Klop in een andere, brandschone kom zonder bloem-, vet-, of schoonmaakmiddelresten de eiwitten op tot ze witschuimig worden.
  • Voeg dan beetje bij beetje de 75 gram suiker toe en klop verder tot het eiwit in pieken omhoog blijft staan maar nog wel soepel is.
  • Zeef de maïzena en de bloem bij elkaar.
  • Spatel voorzichtig 1/3 deel van het eiwit door het losgeklopte eigeel.
  • Doe hier de gezeefde bloem en maïzena bij en spatel voorzichtig door tot het goed opgenomen is.
  • Spatel nu de rest van de eiwitten voorzichtig door het mengsel heen. Probeer het geheel zo luchtig mogelijk te houden.
  • Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 mm.
  • Spuit op een met bakpapier beklede bakplaat strepen (met enige tussenruimte) van ca. 8 cm.
  • Zeef de castor- of fijne suiker over het gespoten beslag heen.
  • Zet direct in het midden van de oven en bak ongeveer 15-17 minuten.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak dan nog even 5 minuten na op een ovenrooster op 180 graden Celsius met hetelucht en de ovendeur op een heel klein kiertje. Zo worden de koekjes goed droog.

Bron: “Handleiding voor de (banket)bakker” door Dominiqe Bonen.

 

Deense hindbærsnitter

Als je wel eens in Denemarken bent geweest, dan zullen de Deense hindbærsnitter je vast niet ontgaan zijn. Ze liggen bij veel bakkers en supermarkten liggen in de schappen. Het is een typisch Deense lekkernij van twee koekjes met daartussen een laag goede frambozenjam en waarvan het bovenste koekje afgewerkt is met wit glazuur en decoratie. Soms zie je dat hiervoor sprinkles gebruikt zijn, maar vaker zie je de variant die ik maakte (en die ik persoonlijk het mooiste vind) met stukjes gevriesdroogde framboos en gehakte pistachenootjes. De Koekjes doen voor mij echt zomers aan met die prachtige kleuren en het geeft natuurlijk een nóg zomers tintje als de frambozenjam tussen de koekjes is gemaakt van frambozen uit eigen tuin! Dit recept is goed voor 6 royale stukken.

Ingrediënten:

Koek:

  • 250 gram tarwebloem
  • 1,5 gram gezeefde bakpoeder
  • 150 gram ongezouten roomboter, koud, in blokjes
  • 100 gram (liefst zelfgemaakte!) vanillesuiker
  • 20 gram water

Vulling:

  • frambozenjam of frambozenspread ca. 125 gram

Decoratie:

  • 20 gram gepasteuriseerd eiwit
  • 100 gram poedersuiker
  • 2 gram citroensap
  • gevriesdroogde stukjes framboos
  • gehakte pistachenootjes (hoe groener hoe mooier)

Werkwijze:

  • Doe de bloem en het gezeefde bakpoeder in een kom en meng door elkaar.
  • Wrijf de blokjes boter door de bloem tot je een gelijkmatig, zanderig mengsel hebt.
  • Voeg de suiker toe en meng deze goed door.
  • Voeg het water toe en meng kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in ieder geval een half uurtje in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius, hetelucht.
  • Rol het deeg uit tot ca. 30 x 30 cm en een dikte van 3-4 mm op een licht met bloem bestoven werkbank.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier.
  • Rol het deeg losjes over je deegroller heen en hevel voorzichtig over op de bakplaat.
  • Bak het deeg in het midden van de oven gedurende ca. 16 minuten tot deze licht goudbruin is.
  • Haal de bakplaat uit de oven en snijd de randjes bij met een scherp mes zodat de koek een strak uiterlijk heeft. Snijd de koek éénmaal door midden.
  • Laat de koek afkoelen op de bakplaat.
  • Ik gebruikte fruitspread die nogal dun was. Voordat ik deze op de koek aanbracht heb ik deze flink ingekookt zodat het vocht de koek niet slap zou maken.
  • Bestrijk één koek met de jam.
  • Leg de overgebleven koek op de jam.
  • Klop het eiwit schuimig in een vetvrije kom.
  • Roer de poedersuiker hier doorheen.
  • Voeg het citroensap toe en roer goed door. Wie geen gepasteuriseerd eiwit heeft kan ook glazuur met water maken ipv eiwit.
  • Giet het glazuur over de bovenste koeklaag heen en strijk uit met een glaceermes.
  • Bestrooi het glazuur met de gevriesdroogde frambozen en de gehakte pistachenootjes.
  • Laat het glazuur goed drogen.
  • Snijd in zes stukken van ca. 5 bij 15 cm.

Bron: eigen recept

 

Chocoladeplaatkoek

Het is vakantie en wie kinderen heeft kent dan vast wel de kreet “ik verveel me zo” die door het huis galmt. Natuurlijk moeten mijn jongens van 8 en 10 zich ook zelf leren vermaken (en dat doen ze vaak ook), maar vandaag had ik een leuke uitdagende opdracht bedacht voor hen. Die opdracht was: “vertaal een recept uit het Noors, werk samen en maak het recept”. Eerst vertaalden ze samen het recept, toen werden de benodigde ingrediënten verzameld en wat ontbrak mochten ze in de supermarkt gaan halen. Vervolgens plannen en het recept stap voor stap uitvoeren. Daarbij moesten ook nog de Noorse volumematen omgerekend worden naar de Nederlandse grammen. Ongemerkt hebben ze een heleboel geleerd! Ze zijn een hele tijd met de opdracht zoet geweest, maar toverden daarna wel een heerlijke chocoladeplaatkoek uit de oven die enthousiast versierd werd met musket. Gebruik roze of blauw voor bijv. een babyshower of meisjes- of jongens verjaardag en de standaard discodip voor een “gewoon” feestelijk uiterlijk. Je kunt van deze plaatkoek 24 zeer royale stukken snijden. Dat zijn er nogal wat, dus mochten de jongens bij de buren langs om wat weg te geven. Er kwamen zeer positieve reacties op deze koek. De uitkomst hadden eigenlijk wat compacter (zoals een brownie) moeten zijn, maar omdat de eieren opgeklopt werden, is het een cake-achtige koek geworden die ik eigenlijk veel lekkerder en minder machtig vind smaken. De koek wordt gebakken in een rechthoekige bakvorm van ca. 25 x 35 cm.

Ingrediënten:

  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 450 gram kristalsuiker
  • 250 gram ongezouten roomboter, gesmolten en weer afgekoeld tot minder dan 50 graden Celsius
  • 360 gram patentbloem
  • 12 gram bakpoeder
  • 15 gram vanillesuiker
  • 21 gram cacaopoeder
  • 250 gram halfvolle melk
  • 125 gram witte chocolade

Glazuur:

  • 140 gram ongezouten roomboter
  • 2-4 el. koffie
  • 100 gram pure chocolade, grofgehakt
  • 100 gram melkchocolade, grofgehakt
  • 250 gram poedersuiker
  • 10 gram vanillesuiker
  • musketzaad of andere strooisels

 

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 Graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bekleed een rechthoekig bakblik van ca. 25 bij 35 cm met bakpapier.
  • Roer de eieren en suiker door elkaar of als je zoals wij een wat luchtiger resultaat wilt hebben, dan mag je ze goed opkloppen met een mixer tot een luchtig geheel.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder, vanillesuiker en cacaopoeder en roer dit goed door elkaar.
  • Mix op lage stand om de beurt wat van het droge bloemmengsel en dan weer wat melk door het eimengsel en blijf hiermee doorgaan tot alles is opgenomen tot een glad beslag.
  • Giet het beslag in de vorm.
  • Snijd elk blokje chocolade in vieren en verdeel de witte chocolade over de bovenkant van het beslag. Tijdens het bakken zakt de chocolade vanzelf in het beslag.
  • Bak gedurende 30-35 minuten in het midden van de oven tot de chocoladeplaatkoek gaar is. Steek een satéprikker in het midden van de koek en trek deze er weer uit. Als de prikker er schoon en droog uit komt is de koek gaar.
  • Laat de koek afkoelen op een rooster.
  • Smelt de boter voor het glazuur in een steelpan.
  • Haal de pan van de hittebron en voeg de melk en de pure chocolade toe.
  • Roer door elkaar tot een glad mengsel.
  • Zeef dan poedersuiker en vanillesuiker erbij en roer tot er een glad glazuur ontstaat.
  • Is het glazuur te stevig, dan kan je dit aanlengen met wat lauw water tot de juiste dikte.
  • Smeer het chocoladeglazuur uit over de chocoladeplaatkoek (er kon nog best wat chocolade bij! 😉 )
  • Strooi direct musketzaad of andere strooisel op het glazuur.
  • Zet weg in de koelkast om op te laten stijven en snijd dan in het gewenste formaat.

Bron: dit recept is geïnspireerd op het recept voor “sjokoladelangpanne” uit het Noorse boek “Slikkepott” geschreven door Lise Finckenhagen. Een geweldig boek dat je niet mag laten liggen als je in een Noorse boekhandel komt!

Peperkoek

Gingerbread, pepperkake, lebkuchen, peperkoek…dit koekje heeft veel verschillende namen. Het is dan ook wijd verspreid over de wereld. Doorgaans is de koek gemaakt met bloem, honing of stroop, en kaneel, gember, peper, kardemom en kruidnagel. Dit recept maakt dat het koekje zijn naam eer aan doet, er zit een vrij pittige nasmaak aan. Persoonlijk houd ik er wel van, maar kinderen zullen het wellicht op prijs stellen dat je iets zuiniger bent met de peper en gember dan in dit recept is aangeven. Hoeveel koekjes je met dit deeg kan maken, hangt natuurlijk van het formaat van je koekstekers af, maar ik maakte er in ieder geval drie bakplaten vol van. Deze koekjes zijn niet alleen leuk om te eten, maar staan ook prachtig als decoratie in de kerstboom. Prik dan wel voor het bakken een ruim gat in het deeg waar je een lintje door kan doen. Het deeg is ook geschikt om een huisje van peperkoek van te maken.

peperkoek

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 75 gram fijne kristalsuiker
  • 75 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 25 gram ei (half ei maat M)
  • 125 gram Friese keukenstroop
  • 0,8 gram gemberpoeder (1/2 tl)
  • 0,5 gram gemalen kruidnagel (1/4 tl)
  • 1,0 gram gemalen kardemom (1/2 tl)
  • 1,8 gram gemalen witte peper (1/2 tl)
  • 1,5 gram gemalen kaneel
  • 2,5 gram verse sinaasappelrasp
  • 5 gram baking soda (1 tl)
  • 250 gram bloem

Voor het glazuur:

  • 100 gram poedersuiker
  • 15 gram gepasteuriseerd eiwit, licht opgeklopt
  • 4 gram citroensap

Werkwijze:

  • Meng de suiker en boter goed door elkaar.
  • Roer het ei erdoor.
  • Voeg de stroop, kruiden, sinaasappelrasp en baking soda toe en meng goed.
  • Meng tot slot de boem door het mengsel en kneed tot een samenhangend, egaal deeg.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minimaal 2 uur weg in de koelkast, liefst een nachtje.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel boven- en onderwarmte.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een dikte van 4 á 5 mm.
  • Steek met koekvormpjes de koekjes uit en leg deze op enige afstand van elkaar op met bakpapier beklede bakplaten.
  • Bak de koekjes in 10-12 minuten goudbruin en gaar in het midden van de oven.
  • Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
  • Meng in een maatbeker poedersuiker, het eiwit en het citroensap.
  • Doe dit in een spuitzak met een klein, glad spuitmondje.
  • Versier elk koekje naar wens met glazuur.
  • Genieten maar!

Bron: dit recept is een eigen aanpassing met dit recept als inspiratie http://brodogkorn.no/oppskrift/pepperkakedeig/

Noorse Lefse

Lefse is een typisch Noors baksel. Het is een soort flatbrød dat in zeer veel verschillende verschijningsvormen in Noorwegen gevonden wordt. In centraal Noorwegen eet men de tynnlefse. een soort dunne pannenkoek die opgerold met boter, suiker en kaneel gegeten wordt. Tykklefse zijn dikker en worden bij de koffie gegeten. Ook deze worden vaak besmeerd met boter, suiker en kaneel. Dan heb je ook nog de potetlefse en lomper die met aardappelmeel gemaakt worden. De meeste lefse rijzen door chemische rijsmiddelen, maar de Hardangerlefse bevatten juist gist. Je ziet het, ik heb hier al een hele opsomming staan en nog heb ik ze lang niet allemaal genoemd. Ooit kwam ik in Noorwegen het “Lefseboka” van Bodil Nordjore tegen. Een boek van ruim 300 pagina’s dat enkel over lefse gaat. Dat boek heb ik toen laten liggen, omdat ik ook al haar Brødboka had gekocht en boeken (net als al het overige)  in Noorwegen niet goedkoop zijn. Het recept voor deze lefse vond ik op de site van het Noorse zuivelbureau. Het is erg eenvoudig te maken en ze smaken precies zoals ik het in Noorwegen gewend ben. Het recept is goed voor 6 lefse. Verkijk je niet op de porties, door de roomboter is het een machtig (maar heerlijk) hapje.

Noorse lefse

Ingrediënten:

Lefse:

  • 250 gram zure room
  • 175 gram fijne kristalsuiker
  • 63 gram ongezouten roomboter
  • 5 gram hertshoornzout (in Nederland bekend als E503, ammoniumbicarbonaat of bakammonium, o.a. te koop bij De Zuidmolen)
  • 2 gram gemalen kardemom
  • 400 gram bloem (uit de supermarkt)

Vulling:

  • 125 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram fijne kristalsuiker
  • 3 tl kaneel (=ca. 9 gram)

Werkwijze:

  • Meng de zure room met de suiker.
  • Smelt de boter voorzichtig op een lage hittebron.
  • Laat afkoelen tot in ieder geval onder de 30 graden Celsius en giet de boter bij het zure room mengsel.
  • Roer de boter goed door het roommengsel.
  • Voeg het hertshoornzout, kardemom en bloem toe en meng tot een kort deeg.
  • Verpak het deeg en leg het 2 uur in de koelkast of 3 kwartier in de vriezer.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Verdeel het deeg in zes gelijke stukken en rol op een licht met bloem bestoven werkblad uit tot rechthoekige of ronde plakken van ca. 2-3 mm dik.
  • Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat en bak gedurende 8-10 minuten tot ze heel licht beginnen te kleuren. De lefse moeten droog, maar wel goed buigzaam zijn.
  • Laat de lefse afkoelen op een rooster.
  • Meng in een kom de boter, de suiker en de kaneel met elkaar.
  • Snijd rechthoeken van gelijke grootte en bestrijk de helft met het kaneel-botermengsel.
  • Leg op elke besmeerde plak een tweede plak.
  • Als je de lefse helemaal strak wilt hebben, snijd dan nog even de randjes bij.
  • God appetit!

Bron: http://www.melk.no/oppskrifter/kaker-bakst/tradisjonsbakst/lefser/

Gevulde appelkoeken

Mijn probleem is vast herkenbaar voor mensen met één of meerdere appelbomen die het goed naar de zin hebben in de tuin. Wij hebben 9 leifruitbomen, waarvan 3 pruimen-, 2 peren- 1 kersen- en 3 appelbomen en daarnaast nog 2 vrijstaande Elstar appelbomen. 3 appelbomen droegen dit jaar geen enkele vrucht, maar de andere 2 appelbomen hebben dat aardig gecompenseerd zodat ik bijna 30 kg appels kon plukken. Natuurlijk rijst dan de vraag hoe je ze zo lang mogelijk goed houdt en hoe je ze gaat verwerken om bederf tegen te gaan. Elke dag nemen manlief en de kinderen een appel mee naar het werk en school, dus dat eet lekker door. Daarnaast sloeg ik een klein deukje in de voorraad door de appelsloffen te maken. Vandaag kon ik weer een paar appels van de voorraad af halen door ze te gebruiken voor deze gevulde koeken met appelvulling. In de winkel zit er denk ik een vulling van een bindmiddel, appelsap en ongetwijfeld nog wat conserveringsmiddelen in. Ik maakte deze appelvulling met gepureerde appels. Samen met het rijke, zachtbrosse deeg levert dit een zeer smakelijk geheel op, veel smaakvoller dan uit de winkel! Het is dat ik nog wat over moet laten voor het bezoek dat we verwachten, maar anders… Dit recept is goed voor 9 koeken met een diameter van 9 cm.

gevulde appelkoeken

Ingrediënten:

Kruimeldeeg:

  • 240 gram bloem
  • 135 gram ongezouten roomboter
  • 120 gram witte basterdsuiker
  • 1,2 gram kaneel
  • 5 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1,7 gram zout
  • 26 gram losgeklopt ei (=  ± een half ei)
  • evt. 5 gram water
  • ei voor het bestrijken

Appelvulling:

  • 300 gram geschilde en in blokjes gesneden appels (ik gebruikte Elstar)
  • 30 gram water
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 6 gram maïzena
  • merg van 1/2 tot 1 vanillestokje van goede kwaliteit (lang en soepel), afhankelijk van je smaak

Werkwijze:

  • Doe de bloem, roomboter, basterdsuiker, kaneel, bakpoeder en zout in een kom.
  • Mix met een platte klopper van een standmixer of met je handen door elkaar tot een kruimelig geheel.
  • Voeg het losgeklopte ei toe en meng kort door elkaar tot er een samenhangend deeg ontstaat. Is dit niet het geval voeg dan een paar druppels water toe tot het deeg een goede samenhang vertoont. Kneed vooral niet te lang omdat je anders glutenvorming krijgt en daarmee geen brosse, maar juist taaie koeken krijgt.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg weg in de koelkast voor (het liefst) 24 uur.
  • Maak een uur voor het verwerken van het deeg de appelvulling.
  • Doe de appelblokjes samen met het water en de boter in een pan en verwarm deze tot het water kookt.
  • Meng in een kom de basterdsuiker met de maïzena en het merg van het vanillestokje door elkaar.
  • Voeg dit aan het kokende appelmengsel toe en roer goed.
  • Blijf al roerend verwarmen op een middelhoge warmtebron tot het geheel flink indikt.
  • Ik wilde een gladde vulling en heb met de staafmixer het geheel gepureerd.
  • Laat de appelvulling afkoelen alvorens met de koeken verder te gaan.
  • Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg met een rolstok op een met bloem bestoven werkblad uit tot ca. 4 mm dikte.
  • Steek hier met een gladde of gekartelde ronde steekvorm van 9 cm 18 cirkels uit.
  • Leg 9 deegplakjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Leg hierop een flinke bult appelvulling en strijk wat glad, maar laat rondom bij de randen een halve cm vrij.
  • Steek uit de overgebleven 9 deegplakjes met een rechthoekig of druppelvormig steekvormpje 3 á 4 stukjes rondom het midden uit. (Ik had niet zo’n vormpje en gebruikte een saint honoré spuitmondje). Zorg ervoor dat het deeg in het midden wel heel blijft, anders valt de hele koek open.
  • Hevel de uitgestoken deegplakje voorzichtig over naar de met appelvulling bedekte deegplakjes en leg ze er op.
  • Druk rondom aan met je vingers of met een vork zodat beide deegplakken goed aan elkaar vast komen.
  • Bestrijk de bovenkant licht met losgeklopt ei en laat dit opdrogen.
  • Bestrijk dan nog eens met losgeklopt ei en bak de koeken in het midden van de oven gedurende ca. 12 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn.

Bron: deeg voor gevulde koeken vrij naar een recept uit: “banketbakkersproducten” door het NBC, de appelvulling komt uit “Advanced bread and pastry, a professional approach” door Michel Suas.

Kaneelkoeken

Ik zag in de bibliotheek het boek “koekje” van Cees Holtkamp en Kees Raat staan en kon het natuurlijk niet laten die te lenen. Ik had al veel over het boekje gehoord en mijn verwachtingen waren hooggespannen. Het boekje oogt overzichtelijk met veel foto’s en korte, duidelijke recepten. Toen ik het recept voor jodenkoeken zag staan, werd ik erg blij. Al tijden was ik op zoek naar een recept hiervoor! Snel aan de slag gegaan, maar wat een teleurstelling; het resultaat smaakte en voelde niet zoals de jodenkoeken die ik ken uit de bus met de paarse deksel. (Wat niet maakt dat het hele boekje niet goed is). Ook de cursisten die ik liet proeven waren het met mij eens dat dit voor hen geen jodenkoeken waren. Toch vond men ze wel ontzettend lekker en was ik heel snel door mijn koeken heen. Ik noem deze koeken dan ook maar geen jodenkoeken, maar kaneelkoeken, dat dekt de lading mijn inziens beter. Zonder je verwachtingen bij te hoeven stellen, smaken ze uitstekend! En die jodenkoeken? Die komen hopelijk een ander keertje!

kaneelkoeken

Ingrediënten:

  • 150 gram patentbloem
  • 150 gram Zeeuwse bloem
  • 100 gram witte basterdsuiker
  • 3 gram kaneel
  • 2 gram zout
  • 10 gram bakpoeder, gezeefd
  • 225 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 30 gram melk op kamertemperatuur
  • fijne kristalsuiker of castorsuiker voor het bestrooien

Werkwijze:

  • Meng de droge ingrediënten met elkaar.
  • Wrijf de boter door het droge mengsel tot het zanderig wordt.
  • Kneed kort de melk erdoor tot je een mooie egaal deeg hebt.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat een uurtje rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel.
  • Bekleed de bakplaat met bakpapier.
  • Bestuif heel licht je werkblad met wat bloem en rol het deeg uit tot een mm of 3.
  • Steek met een gladde of gekartelde ronde steker van 7,5 cm de koeken uit en leg ze op enige afstand van elkaar op de bakplaat.
  • Bestrooi de koeken met gezeefde castor- of fijne kristalsuiker
  • Bak de koeken in 12-15 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op een rooster.

Bron: naar een recept van Cees Holtkamp en Kees Raat uit het boek “Koekje”.

Chocoladetherapie-koekjes

Heeft iedereen niet af en toe zo’n moment waarop je denkt: ik heb nú chocoladetherapie nodig? Vast wel! Deze koekjes zijn de perfecte oplossing! Afgelopen zomer kochten we deze “sjokoladeterapi cookies” in Noorwegen. De koekjes kregen de kans niet om Nederland te halen…de zak was namelijk is mum van tijd leeg! Ook de andere varianten die we van dit merk kochten haalden de grens niet… Gelukkig stond op de zak het recept voor deze chocoladetherapie-koekjes en kon ik gisteren aan de slag, want zeg nu zelf: hagel, sneeuw en onweer eind april…dat geeft genoeg reden om jezelf op deze chocoladetherapie te trakteren! Het recept is goed voor ca. 20 koekjes.

chocoladetherapie-koekjes

Ingrediënten:

  • 330 gram tarwebloem
  • 60 gram havermeel
  • 120 gram kristalsuiker
  • 8 gram bakpoeder (gezeefd)
  • 2,5 gram zout
  • 130 gram koude, ongezouten roomboter in blokjes
  • 50 gram ei
  • 50 gram volle melk
  • 40 gram keukenstroop
  • 190 gram melkchocolade (grofgehakt)

Werkwijze:

  • Doe tarwebloem, havermeel, suiker, bakpoeder en zout bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Doe de boter in de kom en wrijf deze samen met het meelmengsel tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Voeg ei, melk en stroop toe en kneed kort tot een samenhangende massa.
  • Voeg grofgehakte chocolade toe en meng door het deeg.
  • Maak een rol van het deeg met een diameter van 5-7 cm.
  • Verpak deze in huishoudfolie en laat deze liefst een uur opstijven in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius (conventioneel).
  • Haal het deeg uit het huishoudfolie en snijd er plakjes van 1 cm dik van.
  • Leg de koeken met enige tussenruimte naast elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in ca. 18 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • (voor extra chocolade therapie kan je de onderkant van de afgekoelde koekjes in gesmolten melkchocolade dippen)

Bron: http://www.saetre.no/Produkter/Cafe-Bakeriet

Smiley koekjes

Het is weer één en al feest hier. Eerst was onze jongste jarig. Hij trakteerde op de drollenkoekjes (net als vorig jaar, maar door een schoolwissel kon dit) Het recept voor deze drollenkoekjes vind je hier. Eergisteren was ik jarig. Echt gevierd heb ik het toen niet want er kwamen twee super enthousiaste mensen voor een workshop. We maakten tijgerbolletjes, kaneelbroodjes en met hoog hydratatiedeeg stokbrood en ciabatta. Het was een ontzettend gezellige dag en toen ik ’s avonds de voordeur open deed, stond er ineens een prachtige mand met narcissen op de stoep! Van de deelnemers als dank voor de topdag die ze hadden gehad en als cadeautje voor mijn verjaardag. Dat was een erg leuke verrassing! Vandaag is onze oudste jarig, maar dit valt samen met een kamp, dus hebben we het vorige week al alle drie tegelijk gevierd. Ik durf het haast niet te zeggen, maar tijd om taart te bakken had ik niet, dus serveerden we voor het eerst sinds jaren gekocht gebak… (soms moet je bepaalde keuzes maken om jezelf te beschermen…) Gisteren trakteerde onze oudste alvast op school op deze smiley-koekjes. De reacties waren erg positief, de kinderen vonden ze erg cool! En dat terwijl het gewoon ronde zandkoekjes met glazuur zijn. Zo zie je maar dat het niet altijd zo moeilijk hoeft te zijn. Dit recept is goed voor 45 smiley koekjes met een diameter van 7,5 cm.

smiley koekjes

Ingrediënten:

Voor de koekjes:

  • 500 gram bloem
  • 3,5 gram zout
  • 50 gram ei
  • 370 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • rasp van één biologische citroen

Voor het glazuur:

  • 500 gram poedersuiker
  • 70 gram gepasteuriseerd eiwit, of aangemaakt eiwit van eiwitpoeder
  • Citroensap
  • Gele, zwarte en rode gelkleurstof

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout, ei, roomboter en citroenrasp bij elkaar in een kom en kneed (of meng in een standmixer met de platte klopper) kort door elkaar tot een egale deegmassa is ontstaan.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een uur te rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden (conventioneel)
  • Bestuif je werkblad licht met bloem en rol het deeg uit met een deegrol tot een dikte van ca. 5 mm.
  • Steek met een ronde steker van 7,5 cm de koekjes uit.
  • Leg ze met wat tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de koekjes in ca. 15-18 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen.
  • Meng poedersuiker met het eiwit. Meng verder met het citroensap tot een dikke pasta die makkelijk uitvloeit tot een gladde massa.
  • Breng het grootste deel van het glazuur met gele kleurstof op kleur.
  • Meng dan nog een beetje van het glazuur met de zwarte en een heel klein deel van het glazuur met de rode kleurstof. Dek goed af met een stukje huishoudfolie tegen het uitdrogen.
  • Doe de gele kleurstof in een spuitzak met een heel erg klein rond spuitmondje.
  • Omlijn de koekjes met een gele rand.
  • Wacht tot de lijn een beetje uitgehard is en vervang het kleine spuitmondje door een wat grotere.
  • Kleur het koekje veder in met geel glazuur, verdeel eventueel even na met een glaceermes.
  • Laat drogen.
  • Maak met een klein rond spuitmondje met de zwarte glazuur de ogen en de mondjes van de smiley’s.
  • Maak de hartjesogen en de tongetjes rood.
  • Laat goed drogen en verras dan je vrienden met deze vrolijke traktatie!

Bron: recept voor de zandkoekjes is geïnspireerd op een recept uit de “Bakbijbel, Rutger bakt van A tot Z” van Rutger van den Broek

Kokosmakronen

Omdat mijn workshops in het oktobernummer van het blad “Landleven” stonden, ontstond er een enorme toeloop op de bakworkshops, waardoor ik er vorige week niet aan toe kwam om iets te posten. Maar deze week vond ik gelukkig tussen alle workshops door ook een gaatje om weer wat lekkers voor mijn blog te bakken!
Waar ze een paar afleveringen terug in Heel Holland bakt voor waarschuwden, overkwam mij in het begin van mijn bakperiode: ik klopte de eiwitten voor de kokosmakronen, waardoor ik weliswaar heerlijke, maar nogal glad uitziende en uitlopende koekjes kreeg. Inmiddels ben ik heel wat bakervaring rijker en getriggerd door de kokoskransen bij Heel Holland Bakt, besloot ik deze toch een keer in de herhaling te gooien. Dit keer met een vele malen beter resultaat, het blijkt tóch waar te zijn dat oefening kunst baart! 🙂 En laat dit recept ook nog eens supersimpel te zijn…snel aan de slag dus!

kokosmakronen

Ingrediënten:

  • 150 gram eiwit
  • 175 gram suiker
  • 175 gram geraspte kokos

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 Graden Celsius (conventioneel)
  • Meng eiwit, suiker en de geraspte kokos met elkaar in een kom.
  • Schep met een maatlepel, maat eetlepel, bolletjes uit het mengsel en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Leg de bolletjes op enige afstand van elkaar op de bakplaat.
  • Bak de kokosmakronen in ca. 25 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat ze afkoelen en bewaar in een afgesloten trommel.

Bron: eigen recept.