Cupcakes met een muisje

Gisteren was het dan eindelijk zover, onze jongste zoon werd 8 jaar. Al wekenlang had hij naar deze dag uitgekeken. Cadeautjes uitgezocht, bedacht wat hij wilde eten, wie er op zijn verjaardag moest komen, wat hij op zijn feestje wil doen, waar hij op wilde trakteren enz. Het kinderfeestje moet nog komen, maar met alle andere dingen is het dik in orde gekomen en dus zijn de meeste zorgen voorbij. Hij had een geweldige dag en met deze super traktatie veroorzaakte hij een tijdelijke muizenplaag op zijn school. Gelukkig wisten de kinderen uit zijn klas heel goed wat ze tegen muizen moesten doen en was de plaag snel voorbij! Omdat je een paar simpele basisvormen gebruikt bij het boetseren hoef je geen kunstenaar te zijn om dit recept te kunnen maken. Dit recept is goed voor ca. 25 cakejes.

Ingrediënten:

  • 250 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram fijne kristalsuiker
  • 250 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1 pakje á 250 gram gele fondant
  • 1 pakjes á 250 gram witte fondant
  • klein beetje zwarte fondant (ca. 25 gram)
  • water en evt. wat tylopoeder voor het vastplakken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de boter met de suiker met een (stand)mixer met garden goed luchtig op tot deze licht van kleur is.
  • Voeg beetje bij beetje de eieren toe en klop na elke keer ei toevoegen goed verder tot alles goed is opgenomen.
  • Klop als al het ei erbij zit nog goed door tot alles echt goed is opgenomen.
  • Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en spatel dit door het mengsel tot het goed verdeeld is.
  • Gebruik cupcaketrays die je vult met papieren vormpjes. Vul deze vormpjes voor 3/4 met beslag.
  • Ik bak liever na elkaar, dan meerdere lagen tegelijk.
  • Zet de cupcaketray net iets onder het midden van de oven op een rooster en bak gedurende ca. 25 minuten tot ze gaar zijn. Als je in het midden drukt veert de cupcake weer omhoog of als je er een prikker in steekt, komt deze er droog uit.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak door tot het beslag op is.
  • Klop de boter voor de botercrème los en voeg dan de poedersuiker toe en klop door tot de boter helemaal wit geworden is. Dit kloppen kan best een tijdje duren.
  • Smeer op elk cakeje een dun laagje botercrème.
  • Rol op een licht met poedersuiker bestoven werkblad gele fondant uit. Niet al te dun, anders zijn de gaten erg lastig te maken.
  • Steek met een ronde steker die even groot is als de bovenkant van de cupcakes rondjes uit en leg deze op de met botercrème besmeerde cupcakejes.
  • Gebruik een speciale modelling tool met een groot en een klein bolletje erop om de gaten in de kaas te duwen. Pas op dat je er niet doorheen drukt! Deze modelling tools (of boetseerstaafjes) zijn vrij goedkoop bij o.a. xenos en blokker te krijgen.
  • Maak van de witte fondant bolletjes van ca. 7 á 8 gram door deze tussen je handen te rollen.
  • Plat een kan wat af, leg op de zijkant en rol tot een kegel. Houd de basis breed en rol het niet te langwerpig uit.
  • Duw met het smalle bolletje van de modelling tool gaatjes waar de ogen moeten komen en waar het neusje komt.
  • Rol piepkleine zwarte stukjes tot bolletjes voor de oogjes en wat grotere zwarte bolletjes voor het neusje.
  • Smeer met een klein kwastje iets water of water gemengd met tylopoeder op de plek waar de oogjes en het neusje moeten komen en duw deze op hun plek.
  • Rol een plak witte fondant uit op een licht met poedersuiker bestoven werkblad.
  • Steek met een ronde plunge cutter (ook bij o.a. xenos voor een klein bedragje te koop) van ca. 1,4 cm de oortjes uit.
  • Druk elk rondje op een zachte maar toch stevige ondergrond met het grootste bolletje van de modelling tool diepte in elk oortje. Het beste gaat dit als je iets poedersuiker op het oortje stuift en de tool met draaiende bewegingen over het rondje fondant heen haalt. Eindig de ronddraaiende beweging met een beweging aan een kan naar buiten, hier kan je het oor aan het kopje plakken. Doe dit wederom met iets water of water met tylopoeder.
  • Rol staartjes van de witte fondant en plak deze met een kronkel op de gele fondant.
  • Plak vervolgen het kopje met de oortjes op het cakeje en de muizenplaag is compleet! ‘Cheese’cake met muis…wie wil dat nou niet? 😉

Bron: eigen recept



Eclairs met hazelnootvulling

Ze stonden al heel lang op mijn to-do lijst. Omdat ze zo tot de verbeelding spreken, omdat ze zo veelzijdig gevuld en opgemaakt kunnen worden, omdat ze zo lekker lijken… en toch bleven ze daar lang staan. Tot vandaag! (En nu vraag ik me echt met recht af, waarom heb ik zo lang gewacht met ze te maken?) Zo zie je maar, uitstelgedrag is gewoon niet handig. Gelukkig maar dat er van uitstel geen afstel kwam, want dan hadden we wat gemist! Eclairs worden gemaakt van soezenbeslag (wat een kookdeeg is) en kunnen gevuld worden met allerhande vullingen als slagroom, banketbakkersroom, op smaak gebrachte crème enz. Ook zie je bij de betere patissiers soms ware kunstwerkjes voorbij komen als het om de opmaak gaat. Zoek maar eens op Pinterest, dan zie je wat ik bedoel. De naam eclair betekent trouwens “bliksemschicht”. Als de bliksem aan de slag dus! Dit recept is voldoende voor ruim 20 eclairs.

Ingrediënten:

Eclairs:

  • 140 gram volle melk
  • 2,5 gram suiker
  • 0,75 gram zout
  • 60 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram patentbloem
  • 195 gram losgeklopt ei

Banketbakkersroom:

  • 150 gram volle melk
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram (zelfgemaakte) vanillesuiker
  • 10 gram maïzena

Hazelnootpraline:

  • 60 gram ontvliesde hazelnoten, gebruineerd in de oven (uitgespreid op een bakplaat 15 minuten op 175 graden Celsius)
  • 20 gram kristalsuiker

Overige vulling:

  • 130 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Glazuur:

  • 50 gram poedersuiker
  • 10 gram water
  • 3 gram cacaopoeder

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 165 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de melk, suiker, zout en boter in een pan en breng dit al roerend aan de kook.
  • Doe de bloem erbij en meng tot er een klontvrije massa ontstaan is die je op en middelhoog vuur gaart. Als je een samenhangende massa krijgt die in een laagje aan de bodem van de pan blijft kleven, dan is de bloem goed gegaard.
  • Haal de pan van het vuur en meng er in 4 delen het ei doorheen.
  • Het beslag is goed als het in een hele dikke drup langzaam van je spatel af glijdt.
  • Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 13 mm.
  • Spuit ‘strepen’ van ca. 2 cm breed en 10 cm lang op een met bakpapier beklede bakplaat. Het deeg rijst tijdens het bakken, dus houdt enige afstand tussen het deeg.
  • Werk oneffenheden met een iets vochtige vinger weg.
  • Zet de bakplaat direct in het midden van de oven en bak in ca. 40-45 minuten de eclairs gaar en goudbruin.
  • Open de ovendeur de eerste 2/3 van de baktijd niet en leg de eclairs na het bakken op een rooster.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom.
  • Breng de melk aan de kook in een steelpan.
  • Klop ondertussen de eidooiers wit en luchtig op samen met de suiker.
  • Meng hier vervolgens de maïzena doorheen.
  • Giet de hete melk al roerend(!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en breng al roerend aan de kook tot het indikt en een vloeiende, gebonden massa is geworden.
  • Giet uit op een koude schaal en dek af met huishoudfolie dat je direct op de banketbakkersroom legt.
  • Maak nu de hazelnootpraline.
  • Verwarm de suiker langzaam in een pan met een dikke bodem en doe hier de hazelnoten bij op het moment dat de karamel goudbruin is.
  • Roer de hazelnoten door de karamel en giet dit uit op een met bakpapier beklede bakplaat en laat het geheel daar afkoelen.
  • Doe de met karamel bedekte hazelnoten in een hakmolen en hak ze fijn tot ze aan elkaar beginnen te plakken.
  • Klop de boter in een aparte kom goed luchtig en wit op met de mixer.
  • Als de banketbakkersroom is afgekoeld, klop je deze rustig los met de mixer en mengt deze vervolgens door de opgeklopte boter.
  • Meng dan de hazelnootpraline erdoor.
  • Doe dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 6 mm.
  • Snijd de eclairs door met een gekarteld broodmes.
  • Spuit het onderste deel vol met de hazelnootvulling. Het mooiste effect krijg je als je dakpansgewijs rondjes spuit. (Vergelijk het uiterlijk van de gespoten crème met een veertje uit een pen)
  • Maak het glazuur door de poedersuiker en het water en daarna de cacaopoeder met elkaar te mengen.
  • De dikte van het glazuur is goed als een drup even blijft liggen en dan nét glad vloeit.
  • Bestrijk de bovenste helft van de eclair met een streep glazuur. Niet te dik, anders druipt het er aan de zijkanten zo weer af.
  • Werk elke eclair af met een halve hazelnoot.
  • Zet de eclairs in de koelkast zodat de vulling wat kan opstijven.

Bron: eigen recept



Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Terugblik 2016

Zoals elk jaar, ook dit jaar weer even een terugblik over wat het afgelopen jaar ons heeft voorgeschoteld. Een eigen bedrijf hebben, betekent ook flink wat uren maken. Gelukkig is dit helemaal niet erg omdat ik van mijn hobby mijn werk heb gemaakt en ik workshops geven ontzettend leuk vind! Dat ik mensen ontzettend veel kan leren en ze hier thuis daadwerkelijk mee aan de slag kunnen en gaan, geeft mij een ontzettend goed gevoel. Nog steeds komen de meeste deelnemers die hier ooit een workshop hebben gevolgd één en vaak meerdere keren terug, wat ik als een prachtig compliment beschouw! Ook de reviews die mensen schrijven over mijn workshops, maken dat ik erg blij word. Aan het eind van het jaar kreeg ik vaak grotere groepen, wat nieuw voor mij was, maar wat erg gezellig bleek! Dit jaar zijn er een aantal nieuwe workshops bij gekomen: “luxe vormbrood” waarin deelnemers knoopbroodjes, een pestokrans en vlechtbroden leren maken en waarbij vooral het oefenen met de gekleurde draden voor de vlechtbroden veel daverende lachsalvo’s tot gevolg heeft! Ook de workshop “vruchtengebak” met vruchtenvlaai, Deense krakelingen en fruitslof is een nieuwkomer dit jaar. Daarnaast heb ik veel geoefend voor de korstdeegworkshop, met in ieder geval croissantjes, kaasvlinders en waarschijnlijk óf appelflappen óf tompouces. Hiervoor moet ik nog even de puntjes op de i zetten. Ik hoop deze workshop zo spoedig mogelijk in het nieuw jaar online te kunnen zetten, want er zijn al ontzettend veel vooraanmeldingen voor!

fluitekruid   avondrood

frambozen   pruimenbloesem

Naast de workshops zijn er natuurlijk nog veel meer dingen waarmee ik mij bezig houd. Ik ben niet iemand die zich snel zal vervelen. Ben ik niet aan het bakken, dan kruip ik wel op mijn knieën door de tuin om macrofoto’s te maken, of ga ik op pad met de camera om mooie natuurfoto’s te maken. Ook de tuin maakt dat ik niet stil hoef te zitten. Dit jaar waren er veel aardbeien, wortelen, snijbonen, appels (wel 30 kilo!), kruisbessen, pruimen, rode bessen, witte bessen en een enorme stortvloed aan frambozen. Nog steeds eten we elke dag frambozenjam van frambozen uit eigen tuin! Van de boerenkool hoopte ik net zo veel te kunnen oogsten als vorig jaar, maar helaas, er waren beestjes die dezelfde plannen als wij hadden en zich tijdens onze vakantie in Noorwegen de boerenkool prima hebben laten smaken… De vakantie in Noorwegen is altijd een hoogtepunt in ons jaar. Het was er dit jaar weliswaar koud, maar van de mooie dagen hebben we optimaal genoten door veel te wandelen en te genieten van het immer prachtige landschap. We aten er weer veel Noorse lekkernijen die me inspireerden om ook thuis aan de bak te gaan met Noorse recepten. Zo maakte ik Noorse wafelsflatbrød met rømmegrøt en spekemat, lefse, krumkake, skolebrød, pepperkake en suksessterte.

Qua media was dit ook een verrassend jaar. Zo schreef Klaas Kasma in de Leeuwarder Courant en in Het Dagblad van het Noorden over de workshop die hij hier volgde, Landleven lichtte de workshop “hoog hydratatiedeeg” uit in hun agendarubriek en de Telegraaf plaatste een foto van mijn zelfgebakken kerststollen. Privé stond ik met een vraag in de rubriek “in het wild” van het maandblad Quest over een apart beestje dat we op het strand in Denemarken hadden gevonden. Het bleek een (vrij zeldzame) geplooide eendenmossel te zijn. Weer wat bijgeleerd!

Natuurlijk mag in dit jaaroverzicht de top 15 van populairste blogposts niet ontbreken. Dit zijn de meest bekeken recepten van 2016:

15. Noorse wafels

Norske vafler Noorse wafel

14. Suikerbrood

Fries suikerbrood

13. Krokante pistoletjes

krokante pistoletjes

12. Twentse kozak

Twentse kozakken

11. Stroopwafels

Stroopwafels

10. Banketstaaf

Banketstaaf

9. Spritsen

sprits

8. Hazelnootschuimgebakjes

hazelnootschuimgebakjes

7. Chocoladetaart met laagjes melk- en pure chocolademousse

Chocoladetaart met laagjes

6. Rijskast

Rijskast

5. Glutenvrij maïsbrood

Glutenvrij maisbrood

4. Drollenkoekjes

drollenkoekjes_baksels_net

3. Softijs

softijsje

2. Glutenvrij boekweitbrood

Boekweitbrood

1. Broodjes om een stok

Broodjes om een stok

Tot slot wil ik alle lezers en cursisten ontzettend bedanken voor al jullie lieve reacties, het vertrouwen, het lezen van mijn blogposts, het delen ervan, het reageren met ideeën enz. Ik hoop ik dat jullie van 2016 een mooi jaar gebakken hebben en dat 2017 een heerlijk jaar mag worden!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerstboombrood

Op de laatste dag voor kerst moest er nog heel wat gebakken worden: zes tarwebusbroden en een aantal stokbroden. Omdat ik toch bezig was en ik ineens een wild idee kreeg, ben ik dat direct maar gaan uitproberen. Een kerstboombrood na de kerstdagen bakken, dat heeft immers niet meer zoveel zin. Mijn plannetje pakte behoorlijk goed uit, dus ik zal het direct met jullie delen! Want wie vindt het nu geen leuke verrassing om een kerstboom in je brood te vinden? Gene echte natuurlijk, maar een van chocoladebrooddeeg. Van de cacao zie je overigens meer dan dat je ervan proeft, maar dat is in dit geval juist heel goed denk ik. Dit recept is goed voor 1 busbrood, gebakken in een vorm van 30 x 12 cm. Rest mij enkel nog om iedereen hele fijne, gezellige kerstdagen te wensen!

kerstboombrood

Ingrediënten:

  • 600 gram tarwebloem voor brood
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 15 gram fijne kristalsuiker
  • 8 gram instant gist
  • 320 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur (is ca. 1 ei maat M)
  • 3 gram cacaopoeder
  • 10 gram kokend water

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en suiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • voeg water, roomboter en ei toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in 290 gram en 745 gram.
  • Kook wat water en giet tien gram hiervan in een schaaltje bij het cacaopoeder en roer tot alles opgelost is.
  • Bol de 745 gram deeg op en leg deze in een licht met olie ingevette kom en dek deze af met een deksel.
  • Kneed vervolgens het cacaopapje door de 290 gram deeg heen tot alles goed egaal verdeeld is.
  • Bol ook dit deeg op en leg dit in een andere licht ingevette kom en sluit ook af met een deksel.
  • Zet de kommen op een tochtvrij plekje van 29 graden Celsius.
  • Laat ca. een uur staan tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het witte deeg in 18 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Verdeel het bruine deeg in 7 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Bol alle stukjes op, je brengt ze op spanning. Dit doe je door je hand als een soort kooitje over het deeg heen te zetten. Nu ga je draaien. De pink haalt het deeg naar je toe, de duim duwt het weer van je af. Het stukje deeg dat onder ligt, blijft ook onder. Als je het goed doet, zie je aan de onderkant van je deeg een soort draaikolkje ontstaan en trekt de bovenkant glad. Als je er met je vinger op drukt, veert het deeg direct weer terug.
  • Dek de bolletjes af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in etappes uit tot bijna 30 cm (de breedte van je bakblik).
  • Vet je bakblik in met wat bakspray.
  • Nu ga je het patroon van de kerstboom opbouwen, zorg ervoor dat de strengels niet te droog zijn geworden, anders hechten ze niet goed. Bevochtig ze heel licht als ze droog werden, maar maak ze niet te nat anders krijg je juist weer geen hechting.
  • Op de bodem leg je een laag neer van 2 witte strengels, in het midden 1 bruine en dan weer 2 witte strengels.
  • De laag die daarbovenop komt: 1 witte strengel, dan 3 bruine strengels en daarnaast weer 1 witte.
  • De derde laag: 1 witte strengel, 1 halve witte strengel, 2 bruine strengels, 1 halve witte strengel, 1 witte strengel.
  • Vierde laag: 2 witte strengels, 1 bruine strengel, 2 witte strengels.
  • Vijfde en bovenste laag: 5 witte strengels.
  • Knijp de strengels op de bovenste laag goed aan elkaar zodat het een geheel wordt.
  • Zet het bakblik op een vochtige, tochtvrije plek van 31 graden Celsius.
  • Laat ca. 50-60 minuten rijzen.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 240 graden Celsius, hetelucht met onderwarmte.
  • Bak het brood op deze stand 20 minuten.
  • Bak vervolgens nog 6 minuten op 190 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius heeft bereikt.
  • Haal het brood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster alvorens het aan te snijden.
  • Fijne feestdagen!

Bron: eigen recept

 

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen kransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept

Adventskrans

De Adventsperiode is de aanloopperiode voor kerst. Advent komt van het Latijnse woord ‘Adventus’ dat ‘komst’ betekent, men verwacht immers de komst van het kerstkindje. In de Adventsperiode zitten altijd vier zondagen en elke zondag wordt er een kaarsje meer aangestoken. De kaarsen staan op een adventskrans en staan symbool voor het komende licht. De krans staat symbool voor de hele wereld en voor de cirkel van de vier jaargetijden die steeds weer terugkeren. De vier kaarsen staan niet alleen voor de vier weken van voorbereiding, maar ook voor de vier windstreken: noord, oost, zuid en west. Mooi om te zien hoeveel symboliek er in een zo op het oog eenvoudige krans zit! Ik maakte deze gevlochten krans van brood. De kaarsen kan je zo in het brood steken als je ze eerst even onderaan met alumiumfolie of huishoudfolie hebt omwikkeld. Deze broodkrans is geïnspireerd op Noorse baksels: de bovenste krans is op smaak en kleur gebracht met saffraan, de onderste met kardemom. Het brood is zijdeacht van structuur en de smaken van de kruiden zijn subtiel aanwezig. Door de aanwezigheid van de luxe ingrediënten smaakt het brood heel rijk en feestelijk.

adventskrans

Ingrediënten:

  • 550 gram tarwebloem (geschikt voor brood)
  • 30 gram kristalsuiker
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 10 gram instant gist
  • 100 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 260 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram volle melk
  • 0,1 gram saffraan
  • 4 gram gemalen kardemom
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe bloem, suiker en zout in een kom en roer door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer weer goed door.
  • Voeg ei, de 260 gram melk en de roomboter toe.
  • Leg de draadjes saffraan in een kommetje met de 10 gram melk.
  • Kneed het deeg met de hand of met een standmixer tot een glad, soepel deeg waar je een mooi vlies van kan trekken. Dit zal even duren en in het begin plakt het deeg nogal, maar weersta de neiging om bloem toe te voegen, het komt echt goed!
  • Snijd van het deeg een stuk van 355 gram af en kneed hier kort de melk met de saffraan door.
  • Kneed door het overgebleven stuk deeg kort de kardemom tot deze goed verdeeld is.
  • Leg het deeg in twee aparte, licht met olie ingevette kommen en dek af met een deksel.
  • Zet gedurende ongeveer een uur weg bij 29 graden Celsius en laat in volume verdubbelen.
  • Verdeel het deeg met de saffraan in 4 gelijke stukken en bol deze op.
  • Verdeel het deeg met de kardemom in 6 gelijke stukken en bol deze op.
  • Laat alle bolletjes afgedekt onder huishoudfolie 10 minuten rusten.
  • Rol alle bolletjes in etappes uit tot strengen van 55 á 50 cm lang. Laat je handen stevig rusten op de strengen bij het uitrollen, maar trek ze niet actief uit elkaar.
  • Maak eerst een zesvlecht met de strengels van kardemomdeeg:
  • Leg zes strengels naast elkaar en verbind de bovenste uiteinden met elkaar door het deeg even aan te drukken.
  • Nummer in gedachten de strengels 1 t/m 6. (Zie onderstaande foto’s)
  • Leg strengel 1 onder strengel zes door en laat deze aan de rechterkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Laat strengel 6 aan de linkerkant van de strengels omhoog wijzen.
  • Leg nu strengel 2 links naast strengel 1 en leg strengel 1 rechts naast strengel 3.
  • Leg strengel 5 rechts naast strengel 6 en leg strengel 6 links naast strengel 4.
  • Dit vlechtpatroon herhalen tot het einde is bereikt.

Zesvlecht tutorial stap 1 Zesvlecht tutorial stap 2 Zesvlecht tutorial stap 3

  • Vorm de zesvlecht tot een krans en knijp de uiteinden aan elkaar.
  • Maak nu de viervlecht met het saffraandeeg.
  • Leg de strengen met de bovenste punt op elkaar en druk ze daar vast.

vlechtbrood-1-ll

  • Leg streng 1 en 4 zoals op onderstaande foto:

vlechtbrood-2-ll

  • Leg nu strengel 2 links van strengel 1.
  • Leg nu strengel 1 op de voormalige plaats van strengel 2.
  • Leg nu strengel 3 rechts van strengel 4.
  • Leg nu strengel 4 op de voormalige plaats van strengel 3.
  • Herhaal dit tot de strengels helemaal vervlochten zijn tot een brood. Vlecht niet te strak en zorg dat je overal evenveel druk uitoefent.
  • Vorm ook deze vlecht tot een krans en leg deze bovenop de eerste krans.
  • Leg het geheel op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Zet een bakje of potje in het midden zodat het deeg daar niet inzakt.
  • Bestrijk het deeg met wat losgeklopt ei.
  • Laat het deeg  in een vochtige, tochtvrije ruimte ca. 40 minuten rijzen bij 31 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Haal het bakje uit het midden van het brood.
  • Bak het brood onder het midden van de oven in ongeveer 28 minuten goudbruin en gaar. Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius of hoger is.
  • Haal het brood uit de oven en laat afkoelen op een rooster.
  • Omwikkel de 4 kaarsen voor een stukje met aluminiumfolie of huishoudfolie en prik deze in het brood.
  • Zet ze goed recht zodat er geen kaarsvet op het brood drupt.

Bron: eigen recept

 

Noorse krumkake

Dit weekend maakte ik Noorse krumkake. Krumkake worden traditioneel in Noorwegen veel gemaakt in de periode rond kerst, maar omdat veel Noren er zo dol op zijn, worden ze ook het jaar rond gegeten. Veelal worden ze als dessert gegeten. Een veel voorkomende vulling is ‘multekrem’. Dit is lichtgezoete, opgeklopte slagroom met verse multebær of multebærjam. Multebær worden in het Nederlands bergbraambessen genoemd. Ze groeien enkel in Noordelijke streken, waaronder Noorwegen. De plant is bestand tegen temperaturen van -40 graden Celsius en draagt goudgele vruchten die verder qua uiterlijk lijken op bramen. De vruchten zijn rijk aan vitamine c en worden in Scandinavië als delicatesse gezien. De bessen zijn in Nederland bij mijn weten niet verkrijgbaar. Jam ervan is hier te koop. Omdat ik zo snel noch aan de verse variant, noch aan de jam ervan kon komen, heb ik frambozen gebruikt. Wat ons betreft een prima, frisse vervanging voor de bergbraambessen. Ik moest het ook doen zonder traditioneel krumkake-ijzer, maar gelukkig was mijn knieperties-ijzer een prima vervanging, want qua diameter is deze even groot als een traditioneel krumkake-ijzer. Dit recept is goed voor in ieder geval 20 krumkake-hoorntjes. Een leuk idee is om deze hoorntjes bij een buffet te serveren en gasten zelf de hoorntjes met hun favoriete vulling te laten vullen.

Noorse krumkake

Ingrediënten:

Wafeltjes:

  • 160 gram ei
  • 160 gram fijne kristalsuiker
  • 160 gram ongezouten roomboter
  • 160 gram bloem
  • 1,3 gram gemalen kaneel (1/2 tl)
  • 0,5 gram kardemom (ca. 1/4 tl)
  • koud water

Vulling:

  • 600 ml slagroom
  • 48 gram poedersuiker
  • 200-250 gram frambozen (eventueel diepvries) afhankelijk van eigen voorkeur

Werkwijze:

  • Klop de eieren samen met de suiker licht en schuimig op.
  • Smelt ondertussen voorzichtig de boter.
  • Zeef de bloem en spatel dit voorzichtig door het eiermengsel.
  • Spatel nu de gesmolten boter beetje bij beetje door het beslag.
  • Meng tot slot de kaneel en kardemom door het beslag.
  • Dek de kom af en laat liefst een nachtje in de koelkast staan.
  • Verdun het beslag met wat koud water tot een dikvloeibaar beslag.
  • Schep steeds een flinke eetlepel beslag op het ijzer en bak dit tot het dunne wafeltje mooi goudbruin is.
  • Rol het wafeltje direct vanaf het ijzer strak om een roomhoornpen met behulp van een vork, handschoenen die hittebestendig zijn of gewoon wat keukenrolpapier om je vingers.
  • Laat het opgerolde wafeltje -met het losse uiteinde naar beneden- afkoelen op een rooster.
  • Bak door tot al het beslag op is.
  • Klop de slagroom op tot een lobbig mengsel, voeg de poedersuiker toe en klop verder tot deze stevig is.
  • Roer de frambozen door de slagroom.
  • Vul elk hoorntje met frambozenslagroom en serveer direct anders worden de hoorntjes zacht door het vocht uit de slagroom. Wil je de hoorntjes langer bewaren, bewaar ze dan ongevuld in een goed afgesloten trommel.

Bron: eigen recept.

 

Marsepein

Nu Sinterklaas met zijn gevolg eindelijk weer voet aan wal heeft gezet, is het ook weer tijd voor alle sinterklaaslekkernijen die bij deze tijd horen. Een recept dat nog op deze site ontbrak was een recept voor het zelf maken van marsepein. Welke sinterklaasrecepten er al op de site staan kan je hier vinden. Het maken van marsepein is absoluut niet moeilijk, raar dus eigenlijk dat dit mijn eerste keer was dat ik zelf marsepein maakte! Er zijn verschillende methodes om marsepein te maken. Zo is er een koude methode waarbij de ingrediënten koud met elkaar vermengd worden. Het vocht kan hierbij eiwit (uiteraard liefst gepasteuriseerd!), water of kouder suikersiroop. Bij de warme methode wordt een deel van de suiker tot suikerstroop gekookt met wat water en dan door de overige ingrediënten gemengd. Voordeel van deze methode is dat je gisting tegengaat. Tot slot is er nog de Lübekcermethode waarbij het proces grotendeels verloopt zoals bij de warme methode, maar het geheel wordt hierbij verhit door stoom. Dit geeft een zoetere smaak met een lichte hint van karamel. Als smaakstof kan bijvoorbeeld een beetje citroensap, citroenrasp, marasquinlikeur of cacaopoeder toegevoegd worden. Let wel op dat de toegevoegde smaken niet zo gaan overheersen dat de amandelsmaak wegvalt. Werk altijd zorgvuldig en schoon, dan blijft je marsepein zo lang mogelijk houdbaar. Ik maakte met dit receptje 5 kleine figuurtjes. Deze marsepein is ook geschikt om een taart mee te bekleden.

marsepein

Ingrediënten:

  • 50 gram gezeefde poedersuiker
  • 60 gram gezeefd amandelmeel (dit kan je kant en klaar kopen of zelf van ontvliesde amandelen in de keukenmachine malen)
  • 10 gram poedersuiker
  • 30 gram water
  • 3 gram marasquinlikeur (ook andere smaakstoffen zijn mogelijk)
  • Levensmiddelenkleurstof, liefst sterk geconcentreerde gel.

Werkwijze:

  • Doe de gezeefde poedersuiker en het gezeefde amandelmeel in een kom en roer even door elkaar.
  • Kook in een steelpannetje de poedersuiker met het water tot het plakkerig begint te worden.
  • Giet dit bij het suiker-amandelmengsel en roer goed door met een spatel.
  • Voeg de gewenste smaakstof toe en kneed tot een samenhangend geheel.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een uur in de koelkast tot het geheel wat is opgesteven.
  • Nu kan het boetseren beginnen!

Aanwijzingen voor het Pietje:

  • Kleur een balletje marsepein met wat cacaopoeder.
  • Druk met beide duimen het balletje iets plat, je hebt nu direct de oogkassen.
  • Maak voor de hoed een dik worstje en bol de linkerkant iets hoger op dan de andere kant.
  • Plak de hoed op het hoofd.
  • Neem een dun gekleurd strookje en rol dit uit tot een koordje, druk het wat plat tot een lint en dek hier de naad tussen de hoed en het hoofd af.
  • Maak met dezelfde kleur een veer voor op de hoed. Maak hier wat groefjes in met een mesje.
  • Kleur ene beetje marsepein zwart. Maak twee kleine balletjes, druk dit ene beetje plat en maak in het midden een ronde inkeping. Dit is het haar. Plak het aan weerszijden van het hoofd direct tegen de hoed aan.
  • Maak met een bolvormig boetseerstaafje de oogkassen nog iets ronder en leg hier twee blanke marsepeinen bolletjes in. Leg op beide ogen een piepklein zwart bolletje marsepein en druk licht aan. Maak met het zwart ook twee wenkbrauwen.
  • Druk de neus van piet iets omhoog met een boetseerstaafje en geef hem neusgaten. Kerf ook een streepje waar de mond moet komen. Leg hier een dun rood streepje marsepein in.
  • Maak een halve cirkel van blanke marsepein. Maak een uitsparing voor het hoofd. Maak aan de ronde zijde verticale groeven en druk het geheel onder het hoofd. Klaar is Piet!

Aanwijzingen voor Sinterklaas:

  • Kleur een stukje marsepein met ivoorkleur. Maak er een balletje van en druk met beide duimen op het bolletje zodat dit wat platter wordt en er een neus en oogkassen ontstaan.
  • Maak met een bol boetseerstaafje de ogen iets dieper en de neus wat scherper en geef sint neusgaten.
  • Geef sint ogen met twee blanke balletjes marsepein en maak van twee piepkleine balletjes zwartgekleurde marsepein sinterklaas pupillen. Geef sint ook twee wenkbrauwen door twee dunne sliertjes blanke marsepein te rollen en deze boven de ogen te plakken.
  • Maak met blanke marsepein een snor en een baard. Kras hier met een mesje in zodat het net echte haren zijn.
  • Kleur een stukje marsepein rood en vorm dit tot een mijter. Kerf een kruis in de mijter en leg dit in met dunne sliertjes blanke marsepein en strijk het geheel glad. Maak van dezelfde rode kleur rode linten die aan de mijter hangen.
  • Klaar is Sinterklaas!

Aanwijzingen voor de wortel:

  • Kleur wat marsepein met oranje voedingskleurstof.
  • Rol het met je vingers een dikke rol, de afdrukken van je vingers mogen best zichtbaar zijn, een wortel bestaat immers ook uit een soort van banden. Rol de ene kant iets dunner dan de andere kant.
  • Maak met een mesje insnijdingen in de wortel.
  • Kleur een klein stukje marsepein groen. Maak een balletje en druk dit plat. In het midden snijd je het platte schijfje in en kras met een mesje wat structuur in het wortelloof. Druk het loof vast in de wortel.

Aanwijzingen voor het varkentje (varkentjes zijn verbonden geraakt aan sinterklaas omdat het in november slachttijd was en het net even iets meer mocht zijn, rond deze tijd kwamen er luxe marsepeinen vormpjes van worsten, speklapjes en varkentjes in de bakkerijetalages te liggen en dit was natuurlijk ook net de tijd van sinterklaas) :

  • Kleur een flinke hoeveelheid marsepein roze. Maak een groter (lijf) en een wat kleiner (kop) balletje en zet deze met iets verloop op elkaar.
  • Maak vier kleine balletjes en zet deze onder het lijf van het varkentje. Maak een klein balletje en druk deze plat tot een schijf.
  • Maak met een kogelvormig boetseerstaafje twee gaatjes in dit schijfje en plak het op de kop van het varkentje.
  • Maak twee kleine balletjes van blanke marsepein en plaats deze op de kop van het varkentje.
  • Maak twee piepkleine balletjes van zwarte marsepein en duw deze op de oogjes.
  • Maak twee driehoekjes van roze marsepein en plak de oortjes op het kopje.
  • Natuurlijk mag het staartje niet ontbreken; maak een lief krulletje aan de achterkant van het varkentje.

Bron: eigen recept.

marsepein achterkant varkentje

Chocolade-sinaasappelcake

Ik schreef vorige week al dat ik met mijn de jongste samen in de keuken had gestaan om cake te bakken. De appel-karamelcake was niet de enige cake die in de oven stond. Zoonlief had ook helemaal zelf een cake bedacht. Hij wilde graag een cake met chocolade maken. Dus ga ik hem de pure chocolade chunks die ik nog in de kast had liggen. zoonlief proefde en vond dat er ook nog wat sinaasappel bij moest. Gelukkig is mama’s voorraadkast (bijna) onuitputtelijk en kon ik een bakje met gekonfijte sinaasappelschil opduiken. Weer werd er geproefd, ogen gesloten en in zijn hoofd voegde hij de smaken bij elkaar. Hij kwam tot de conclusie dat de taaie sinaasappelschil, de knapperige, bittere chocolade en het zoete en zachte van de cake prima bij elkaar zouden moeten passen, dus meneer ging aan de slag. Apetrots haalde hij de cake uit de oven, wat is het dan lang wachten tot zo’n ding afgekoeld is! Nog trotser werd hij toen we samen een plakje hadden gegeten: berelekker, dus helemaal goedgekeurd! Wat is dat samen bakken toch heerlijk! Dit recept is goed voor één cake, gebakken in een cakevorm van 24 cm. De smaak van de sinaasappelschil komt het best tot zijn recht na twee dagen staan.

chocolade-sinaasappelcake

Ingrediënten:

  • 200 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram ei (circa 4 eieren maat M)
  • 200 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram pure chocolade chunks (je kan ook melk nemen als je niet van puur houdt)
  • 60 gram gekonfijte sinaasappelschil, in blokjes gesneden.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 165 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Klop de boter met de suiker op met een (stand)mixer met gardes tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg een ei toe en klopt goed zodat dit goed opgenomen wordt. Voeg dan pas het volgende ei toe.
  • Ga zo verder tot alle eieren op zijn.
  • Spatel vervolgens voorzichtig het zelfrijzend bakmeel door het beslag.
  • Spatel de chocolade chunks en de blokjes gekonfijte sinaasappelschil door het beslag.
  • Spuit een cakeblik in met wat bakspray en doe het beslag erin.
  • Strijk een beetje glad en zet onder het midden in de oven.
  • Bak de cake ca. 70 minuten tot deze gaar is.
  • De cake is gaar als je er een satéprikker in prikt en deze er schoon uit komt, of als de kerntemperatuur 95 graden Celsius is.
  • Laat een minuut of twintig afkoelen in de vorm, haal de cake er dan uit en laat verder afkoelen op een rooster.

Bron: eigen recept