Appel-karamel kruimeltaart

Een paar weken geleden kreeg ik van Uitgeverij Becht het boekje “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” van Christelle Huet Gomez toegstuurd met de vraag om hier een review over te schrijven. Kruimelgebak is volgens mij iets wat iedereen lekker vindt, de brosse toplaag, lekker zoet, vaak in goed contrast met de zachte (soms sappige) vulling en vervolgens nog een lekkere bodem, wie likt daar nu niet zijn vingers bij af? Nederlanders zweren bij hun appelkruimelvlaai, maar heb je er wel eens aan gedacht dat er met kruimelgebak een heleboel variaties te bedenken zijn? Dat dit heel goed kan, bewijst de schrijfster van dit boek. Zij bedacht 33 taart- en cakerecepten met kruimeltopping. De verdeling van de recepten is onder de volgende kopjes gehangen: Fruitig, voor fijnproevers, chocolade, anders kruimelig en hartig. Voor elk wat wils dus. Je kan keuzes maken uit o.a.: peer en amandel, perzik en sinaasappel, blauwe bes en kaneel, noten en Ahornsiroop, cheesecake en speculaas, chocolade en marshmallow, chocolade en specerijen, chocolade en kastanje, speculaas en abrikoos, zalm en dille, pompoen en spekjes. Genoeg lekker dus. Het boek ziet er lekker fris uit met mooie foto’s. Qua theorie staat er een zeer beknopte beschrijving in. Het is een boek waarmee je niet te moeilijk moet doen, gewoon lekker aan de slag gaan. Om het boek goed te kunnen reviewen vind ik het belangrijk dat je er minstens één recept uit maakt. Ik koos hiervoor het recept voor appel- en karamelcake.  Het recept is redelijk duidelijk omschreven. Wat ik jammer vind is dat er geen suggesties voor het te gebruiken appelras worden gegeven. Wat mij betreft had de omschrijving voor het karameliseren van de appels iets gedetailleerder gemogen en aangezien het een cakebeslag betreft had ik graag gezien dat men erbij had gezet dat het belangrijk is om niet alleen de boter op kamertemperatuur te hebben voor je begint maar ook de overige ingrediënten zoals de eieren. Tot slot had ik het recept graag uitgebreid gezien met het recept voor karamelsaus. Natuurlijk kan je dit kant en klaar kopen, maar dit is zo eenvoudig zelf te maken, dat ik hier eigenlijk wel de werkwijze bij had verwacht. Het recept is eenvoudig te maken en leverde een erg lekkere taart op. Dit boekje is te koop voor €9,99, een leuk cadeautje voor iemand die graag bakt dus! In het recept staat dat er 8 stukken uit de taart kunnen, wij haalden er 12 uit. De taart wordt gebakken in een springvorm met een diameter van 24 cm.

Ingrediënten:

Vulling:

  • 600 gram geschilde en in blokjes gesneden Royal Gala appels
  • 40 gram ongezouten roomboter
  • 60 gram rietsuiker

Kruimels:

  • 70 gram ongezouten, koude roomboter in blokjes
  • 100 gram bloem
  • 60 gram rietsuiker

Cake:

  • 100 gram zachte ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 140 gram fijne kristalsuiker
  • 150 gram ei (ca. 3 eieren maat M)
  • 5,5 gram vanille aroma
  • 220 gram bloem
  • 16 gram gezeefd bakpoeder
  • snufje zout
  • 100 gram crème fraîche

Karamelsaus:

  • 200 gram basterdsuiker
  • 170 gram slagroom
  • 1 gram zout
  • 25 gram ongezouten roomboter

Werkwijze:

  • Smelt de boter en de suiker in een koekenpan en voeg hier de appels aan toe.
  • Bak al omscheppend tot de appels mooi gekarameliseerd zijn en er geen vocht meer in de koekenpan zit. Dit duurt ca. 10-12 minuten. Laat afkoelen in de pan.
  • Maak de kruimels door de bloem met de suiker en de koude roomboter met de toppen van de vingers door elkaar te wrijven tot een kruimelig mengsel. Zet het mengsel tot gebruik in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Maak nu de cake. Mix de roomboter met de suiker tot een romig, lichtgekleurd mengsel.
  • Voeg dan één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als de eerste goed opgenomen is en mix goed.
  • Mix dan het vanille aroma erdoor.
  • Meng in een andere kom de bloem met het gezeefde bakpoeder en het zout.
  • Spatel dit door het botermengsel.
  • Spatel tot slot de crème fraîche erdoor.
  • Bekleed de bodem van de springvorm met een vel bakpapier, sluit de vorm en knip het overtollige papier grof bij.
  • Spray de vorm in met bakspray en giet hier het cakebeslag in.
  • Verdeel het cakebeslag egaal over de bodem.
  • Verdeel hierover de gekarameliseerde appelstukjes.
  • Strooi hier tot slot de kruimels over.
  • Bak gedurende 60 minuten in het midden van de oven. De cake is gaar als een cocktailprikker schoon uit het midden van de cake komt of als de kerntemperatuur 95 graden is.
  • Laat de cake even afkoelen in de vorm, haal dan de vorm eraf en laat verder afkoelen op een rooster.
  • Maak de karamelsaus. Smelt de witte basterdsuiker in een pan tot 170 graden. De suiker is nu goudbruin.
  • Breng tegelijkertijd in een andere pan de slagroom met het zout aan de kook.
  • Roer (voorzichtig!) de roomboter door de karamel. Pas op, dit kan spetteren!
  • Haal de pan van het vuur en roer de kokende slagroom erdoor.
  • Zet terug op het vuur en verwarm weer tot het kookt. Roer goed zodat de saus goed glad wordt (dit kan even duren).
  • Giet de saus door een zeef om eventuele klontjes eruit te halen.
  • Giet de saus terwijl deze nog warm is in royale strepen over de taart.
  • Eet smakelijk!

Bron: “Kruimeltaart, 33 recepten voor taarten en cakes” door Christelle Huet-Gomez

 

Abrikozenkruimelvlaai

Hallo, daar ben ik weer (Niels). Ik dacht toen ik al die reacties op mijn vorige stuk zag:  “ik kan nog wel eens een keer wat bakken en posten”. Dus dat at heb ik gedaan met deze abrikozenkruimelvlaai!

We waren lekker aan het wandelen samen met een vriendin van mijn moeder, de man daarvan en de 2 honden. Samen gezellig op de dijk bij de Waddenzee. het zijn hele leuke honden je kunt ze trucjes laten doen zoals: poot, zit, knuffel, lig en nog veel meer! Na afloop waren we aan het eten bij een leuk eetcafétje toen zei die vriendin dat ik een leuk stukje had geschreven en toen dacht ik: ga er nog een maken! Thuis had ik nog een leuk recept liggen en ik ben dol op kruimelvlaai en abrikozen. Het leek mij wel leuk en lekker om daarmee te bakken! Toen de abrikozenkruimelvlaai klaar was had ik nog wat deeg over van de vlaai dus kneedde ik het in een beker vorm en deed er jam in. Het smaakte heel lekker net zoals de vlaai, succes met bakken!

De vlaai is een heerlijke combinatie tussen een zachte bodem, romige banketbakkersroom, sappig fruit en de brosse kruimels. De verschillende structuren en smaken maken het een genot om te eten. Gebruik een lage vorm van ca. 26 cm doorsnede.

Ingrediënten:

Banketbakkersroom:

  • 175 gram volle melk
  • 1/2 vanillestokje  van goede kwaliteit
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram fijne kristalsuiker (of zelfgemaakte vanillesuiker i.p.v. suiker en de vanillepeul)
  • 12 gram maïzena

Deeg:

  • 150 gram tarwebloem
  • 2 gram zout
  • 13 gram witte basterdsuiker
  • 4 gram instant gist
  • 60 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 70 gram volle melk op kamertemperatuur

Vulling:

  • 400 gram uitgelekte abrikozenhelften uit blik

Kruimels:

  • 100 gram roomboter, koud en in kleine blokjes gesneden
  • 100 gram basterdsuiker
  • 133 gram bloem
  • 14 gram aardappelzetmeel
  • 4 gram citroenrasp
  • poedersuiker of decoratiepoeder voor de afwerking

Werkwijze:

  • Maak de banketbakkersroom: doe het merg van het vanillestokje met de melk in een pan.
  • Klop de (vanille)suiker samen met de eidooiers op. Voeg de maïzena toe en roer ook deze door de eidooiers.
  • Verwarm al roerend de melk tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de melk straalsgewijs al roerend bij de eidooiers. (Blijf echt goed roeren anders krijg je roerei!)
  • Giet het hele mengsel weer terug in de pan en verwarm nog eens.
  • Het mengsel zal ineens dikker worden, blijf roeren tot het een gladde massa is die “blob” zegt.
  • Giet de banketbakkersroom uit op een koele schaal of bord.
  • Dek af met huishoudfolie en laat afkoelen.
  • Maak nu het deeg: doe bloem, zout en de basterdsuiker bij elkaar in een kom.
  • Roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg de roomboter en de melk toe en kneed met de hand of in een kneedmachine/standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de kom.
  • Laat het deeg 15 minuten rusten in een licht ingevette en afgesloten kom op een tochtvrije plek.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot je er precies de vorm mee kan bekleden.
  • Rol de deeglap om de deegroller en ontrol boven de ingevette vorm.
  • Druk het deeg goed aan.
  • Laat het deeg nog eens 30 minuten staan op een warme, vochtige plek van 30 graden Celsius.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bedek de bodem van de vlaai gelijkmatig met de banketbakkersroom.
  • Dep de uitgelekte abrikozenhelften droog en verdeel deze over de banketbakkersroom.
  • Maak het kruimelmengsel door hiervan de droge ingrediënten met elkaar te vermengen en de blokjes boter hier doorheen te wrijven tot er grove brokjes ontstaan.
  • Verdeel het kruimelmengsel over de vlaai.
  • Bak de vlaai een stukje onder het midden in de oven gedurende ca. 35 minuten gaar en goudbruin.
  • Laat een aantal minuten afkoelen in de vorm en hevel dan over naar een rooster.
  • Bestrooi voor het serveren met een decoratief laagje poedersuiker of decoratiepoeder.

Bron: eigen recept

Glutenvrije aardbeienslof

De dame met coeliakie die ik alweer een tijdje terug hier op bezoek had voor een glutenvrije oranjekoek workshop, had ik destijds beloofd om eens een glutenvrije slof te bakken. De tijd verstreek en vulde zich met alledaagse dingen en workshops en voor ik het wist waren we alweer twee maanden verder. Natuurlijk blijft er al die tijd een stemmetje in je hoofd fluisteren dat ik die slof had beloofd te maken. Toen ik van de slagroomtaart workshop nog wat aardbeien over had, begon het stemmetje zelfs tegen me te schreeuwen dat die heel goed bij een glutenvrije slof zouden passen! Tja, daar kon ik dat stemmetje geen ongelijk in geven, dus heb ik braaf geluisterd. Dit tot grote vreugde van mijn gezin (en mijzelf) die weliswaar niet glutenvrij hoeven te eten, maar deze slof wél ontzettend lekker vonden! Zo stond ik al snel met legen handen. Gelukkig hebben we de foto en het recept nog… Dit recept is goed voor één slof, gemaakt in een slofring van 24 cm bij 10,5 cm.

Ingrediënten:

Slof:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (ik gebruikte de variant van AH)
  • 55 gram witte basterdsuiker
  • 55 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)
  • 1 gram zout
  • 100 gram ongezouten roomboter
  • 12 gram losgeklopt ei
  • 50 gram amandelmeel
  • 50 gram kristalsuiker
  • 17 gram losgeklopt ei

Voor het opmaken:

  • 150 gram volle melk
  • 30 gram eidooier
  • 30 gram zelfgemaakte vanillesuiker:  fijne kristalsuiker die een paar weken in een pot met lege vanillepeulen hebben gezeten. Gebruik in plaats van deze natuurlijke vanillesuiker geen vanillesuiker uit een zakje van de supermarkt, deze heeft in deze hoeveelheid een bittere nasmaak. 30 gram fijne kristalsuiker en het merg van 1/2 vanillestokje nemen kan wel.
  • 10 gram maïzena
  • 450 gram aardbeien
  • evt. 250 ml slagroom en 30 gram poedersuiker ter decoratie

Werkwijze:

  • Meng zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, citroenrasp en zout door elkaar.
  • Meng de boter door dit droge mengsel.
  • Voeg tot slot 12 gram losgeklopt ei toe en knijp het geheel tot een samenhangende bal deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg het een uurtje in de koelkast.
  • Meng het amandelmeel met de suiker en het ei en maak ook hier een samenhangend balletje van.
  • Verpak in huishoudfolie en leg in de koelkast tot gebruik.
  • Maak alvast de banketbakkersroom.
  • Doe de melk in een steelpan.
  • Klop de eidooier samen met de vanillesuiker goed los en voeg de maïzena toe en roer deze er goed doorheen.
  • Verwarm de melk al roerend tot er flink wat damp vanaf komt.
  • Giet de hete melk al roerend (blijf echt goed roeren anders krijg je klontjes roerei in je banketbakkersroom!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel terug in de pan en verwarm weer al roerend tot het mengsel begint te binden.
  • Ga door tot het glad is en “blob” ‘zegt’.
  • Giet de banketbakkersroom op een schaal of bord en dek af met huishoudfolie tegen velvorming.
  • Laat staan op kamertemperatuur om af te koelen.
  • Als het deeg goed is teruggekoeld verwarm je de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit de slofring in met wat bakspray.
  • Rol het deeg uit op een licht met glutenvrije bloem bestoven werkblad en rol uit tot het formaat van de slofring.
  • Doe het deeg in de slofring (of steek het deeg met de slofring uit) en leg het deeg met slofring en al op de bakplaat.
  • Wrijf de amandelspijs fijn tussen je vingers en smeer dit op het sloffendeeg. Laat rondom een centimeter vrij.
  • Bak de slof in de voorverwarmde oven in ca. 26-28 minuten goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en met de slofring eromheen.
  • Roer de banketbakkersroom los tot deze weer glad is en breng de banketbakkersroom aan op de slof.
  • Decoreer de slof met zoveel mogelijk aardbeien.
  • Indien je het nog nodig vindt kan je wat slagroom opkloppen en deze op de aardbeien spuiten.

Bron: eigen recept

 

 

Frisse appelcake

Hoi ik ben Niels 10 jaar, ik ben de zoon van Mannin. En ik vond het ook wel eens leuk om wat te schrijven voor het blog.
Voordat ik de appelcake ging maken moest ik eerst natuurlijk de juiste ingrediënten zoeken.
We hadden geen appels meer in huis en het regende buiten, maar gelukkig hingen er nog 2 appels aan de boom. Dus ik ging rennend naar buiten om de appels te plukken en gelukkig waren ze rijp. Daarna kon ik aan de bak, maar eerst moest ik de andere ingrediënten klaarzetten. Gelukkig hadden we verder alles in huis want het kan soms zijn dat sommige ingrediënten op zijn. De kans daarop is vooral groot als je een moeder hebt die super vaak bakt! Eerst moest ik nog afwegen toen dat klaar was kon ik beginnen. Soms had ik wat hulp nodig maar uiteindelijk ging de cake toch in de oven en na een paar minuten begon het al lekker te ruiken. Toen moest ik de cake uit de oven halen en even laten af koelen. Nog even de jam er over smeren. en klaar was de taart. Mijn vriendje was morgen jarig dus toen kwam ik op het idee om hem een stuk te geven! Hij was er erg blij mee!

Ingrediënten

Droge benodigdheden:

  • 135 gram tarwebloem
  • 40 gram amandelmeel
  • 8 gram bakpoeder
  • 2 gram zout
  • 135 gram suiker
  • 1,5 gram gemalen kaneel

Vochtige ingrediënten:

  • 75 gram zonnebloem olie
  • 125 gram volle yoghurt
  • 150 gram losgeklopt ei
  • 8 gram citroen rasp

Voor de rest nodig:

  • Bakspray om in te vetten
  • 2 appels (wij gebruikten Elstar)
  • 20 gram citroen rasp
  • 45 gram suiker
  • 3 gram kaneel
  • twee eetlepels abrikozen jam

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius (conventioneel met onder- en bovenwarmte)
  • Bekleed de bodem van de ronde springvorm van 22 cm. met bakpapier.
  • Vet de springvorm in met bakspray.
  • Doe al de droge benodigdheden in een kom.
  • Roer door met een stevige lepel
  • Doe hier alle vochtige benodigdheden bij.
  • Roer goed door totdat het gemengd is en het goed beslag wordt.
  • Giet het beslag in de springvorm.
  • Was de appels goed af zodat ze lekker fris zijn.
  • Snijd de appels in kwarten en haal het klokhuis eruit.
  • Snijd partjes van de appelstukjes van ongeveer en halve cm dik.
  • Doe het citroensap met de suiker en kaneel in een kom.
  • Meng de appelstukjes er doorheen totdat ze allemaal bedekt zijn met kaneel en suiker.
  • Rangschik de partjes in een mooie volgorde op het beslag.
  • Bak de taart 30 tot 40 min tot hij mooi goudbruin is en gaar van binnen. Dit test je met een satéprikker. Steek hem in het midden van de cake. Komt hij er schoon weer uit dan is de cake klaar. Is hij nog nat en vies, dan moet de cake nog eventjes verder bakken.
  • Laat de cake goed afkoelen.
  • Wanneer hij goed afgekoeld is haal je hem uit de springvorm.
  • Verwarm de abrikozen jam in een pannetje.
  • Doe er een eetlepel water bij en roer deze los.
  • Bestrijk de cake met een kwastje tot hij helemaal glimt van de jam.
  • Eten maar! Hopelijk smaakt hij jou ook goed!

Bron: “Bakbijbel, Rutger bakt van a tot z” van Rutger van den Broek.

Chocoladetaart met amandel en peer

Denk aan chocolade, peren, amandelen en kardemom… Dat klinkt als een hemelse combinatie, toch? Samen met mijn jongste zoon toog ik de keuken in en samen maakten we deze overheerlijke taart en zo kwamen we erachter dat deze combinatie inderdaad heel goed werkt! Het recept is geïnspireerd op een recept uit het boek “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter. Ik heb het boek al een hele tijd in de kast en heb genoten van de mooie foto’s en de fijne verhalen die bij ieder recept staan, maar had er nog niets uit gebakken. Zoonlief had dit recept uitgezocht en zo kon daar verandering in komen. Ik voegde naar eigen inzicht kardemom toe voor een extra kruidige touch. Ook de decoratie heb ik naar eigen inzicht aangepast. In het boek stond enkel een afwerking met chocoladeglazuur. Ik heb deze aangevuld met gebakken stukjes peer. Dit komt zowel het uiterlijk als de fruitigheid van de taart ten goede. Deze taart bevat relatief weinig  toegevoegde suiker, slechts 125 gram voor de hele taart (plus heel iets uit de chocoladereep). Je snijdt in ieder geval 10/12 stukjes van deze taart, dus per stukje valt het suikergehalte voor een taart best mee. De taart wordt gebakken in een ronde springvorm van 22 cm.

Ingrediënten:

Voor de taart:

  • 175 gram pure chocolade (het boek raadt een cacaopercentage van 70% aan)
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram amandelmeel
  • 2,5 gram gemalen kardemom
  • 85 gram eidooier
  • 3 geschilde peren, ontdaan van het klokhuis (wij namen conference)
  • 120 gram eiwit
  • snufje zout

Afwerking:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram pure chocolade (cacaogehalte van 70% wordt in het boek aangeraden)
  • 1 (conference) peer, geschild en ontdaan van het klokhuis
  • klontje ongezouten roomboter
  • Eventueel een topje uit een muntplant ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Begin met het maken van de taart.
  • Smelt de chocolade au bain-marie in een kom bovenop een pan met zacht kokend water.
  • Meng de boter en suiker met een mixer in een kom en klop deze wit en luchtig.
  • Spatel er voorzichtig het amandelmeel en de kardemom doorheen.
  • Klop dan in twee delen de eidooiers door dit mengsel.
  • Snijd de peer in blokjes en meng deze door het beslag.
  • Spatel voorzichtig de chocolade door het beslag.
  • Klop in een andere, vetvrije kom het eiwit samen met een snufje zout op tot stevige, glanzende pieken.
  • Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag tot je geen witte vlokken meer ziet.
  • Leg een vel bakpapier op een losse springvormboden van 22 cm en zet hier de ring op en sluit deze.
  • Vet de vorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag voorzichtig in de springvorm en strijk glad met een spatel.
  • Zet in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 50 minuten tot de taart stevig aanvoelt.
  • Laat een klein half uurtje in de vorm afkoelen. Ontvorm en zet op een rooster. Dit gaat het makkelijkste als je twee roosters hebt. Eerst zet je een rooster op de bovenkant van de taart en keert deze op de kop. De taart ligt nu op de kop op het rooster. Pak een tweede rooster en leg deze op de onderkant die bovenop ligt. Houdt beide roosters vast en keer de taart om. De bovenkant ligt nu weer boven. Haal het rooster dat nu boven ligt weg en laat de taart verder afkoelen.
  • Smelt au bain-marie de chocolade en roomboter voor de topping.
  • Laat iets afkoelen tot het mengsel yoghurtdikte heeft bereikt.
  • Giet op de nog iets warme taart en verdeel goed over de bovenkant.
  • Snijd de peer in plakjes over de lengte en bak deze in een hete koekenpan met roomboter.
  • De peer moet iets karameliseren voor een mooi effect.
  • Schik de plakjes peer op de taart en werk af met een topje munt.

Bron: naar eigen inzicht aangepast recept uit “Kaneel en kardemom” van Anne Shooter.

 

Rode bieten- en chocoladetaart

De moestuin gunt ons weer een ontzettende overvloed, nog steeds voel ik me rijker dan rijk als ik met oogst uit eigen tuin de keuken in huppel om daar wat lekkers te maken! Soms komt het ook voor dat de overvloed zo groot is, dat met normaal eten niet alles komt. Dan komen bewaarmethodes als wecken, invriezen en drogen om te hoek kijken. Op dit moment ligt onze vriezer dan ook vol met geblancheerde tuinbonen, wortelen, snijbonen en andere groenten uit eigen tuin. De rode bieten die ik uit eigen tuin haalde, zijn voor een deel direct op ons bord beland en voor een deel in deze heerlijke rode bieten- en chocoladetaart. De taart heeft een heerlijke bietensmaak die perfect gecomplementeerd wordt door de chocoladesmaak. In Amerika heet deze taart “Red velvet cake” en wordt er naast (of soms in plaats van) de bieten een flinke lading kleurstof gebruikt voor een rode kleur. Ik gebruikte geen kleurstof en de kleur is dan ook niet knalrood. Helemaal niet erg, want hij was verschrikkelijk lekker om te eten! De frisse crème met citroen wisselt heerlijk af met de wat aardse smaken. Bak de taart in een hoge springvorm met een diameter van 20 cm. De taart is vrij machtig, snijd kleine stukjes. Er passen makkelijk 12 uit deze taart.

Ingrediënten:

Taart:

  • 250 gram verse bieten, geschild
  • 200 gram pure chocolade
  • 200 gram ongezouten roomboter
  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram tarwebloem
  • 7 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1 zakje vanillesuiker á 8 gram
  • evt. rode kleurstof

Crème:

  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram roomkaas
  • 300 gram poedersuiker
  • 30 gram citroensap
  • eetbare parels, stukje chocolade en iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte
  • Bekleed een hoge springvorm van 20 cm met bakpapier. Ik haal de ring los van de bodem, leg een vel bakpapier over de bodem en zet vervolgens de ring vast. Wat uitsteekt knip ik af.
  • Spray de vorm in met wat bakspray.
  • Rasp de rode bieten met een fijne rasp.
  • Hak de chocolade fijn.
  • Smelt de boter in een steelpan op een laag vuur.
  • Als de roomboter gesmolten is, roer je de chocolade hierdoorheen tot ook deze gesmolten is.
  • Klop met een mixer de eieren met de suiker op tot een luchtige, lichtgele massa.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder en vanillesuiker.
  • Spatel het bloemmengsel voorzichtig door de opgeklopte eieren.
  • Spatel vervolgens hier voorzichtig de chocolade doorheen.
  • Spatel hierna ook de rode bieten rasp -en eventueel wat rode kleurstof als je dat wilt- voorzichtig door het beslag.
  • Giet het beslag voorzichtig in de vorm en bak in het midden van de oven gedurende 50-60 minuten tot de taart goed gaar is. Dit kan je controleren door een satéprikker aan het einde van de baktijd voorzichtig in het midden van de taart te steken. Komt deze er schoon weer uit, dan is de taart gaar.
  • Zet de taart op de kop op een rooster en laat een 10-15 minuten zo staan.
  • Ontvorm voorzichtig.
  • Klop de roomboter voor de crème in een kom tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg de roomkaas toe en klop nogmaals goed door tot alles een witte crème is.
  • Tot slot de poedersuiker en het citroensap er rustig doorheen kloppen tot alles is opgenomen.
  • Als de taart is afgekoeld snijd je deze in 5 gelijke lagen. Dit gaat heel makkelijk met een taartenzaag: een metalen draadje, liefst gekarteld, tussen twee ijzeren pootjes.
  • Bestrijk elke laag met een laagje crème en bouw de taart zo om en om op.
  • Tot slot bestrijk je de taart aan de boven- en buitenkant met de crème.
  • Werk de onderste rand af met wat glanzende, eetbare pareltjes, rasp wat chocolade over de bovenkant en leg hier en daar iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.
  • Zet in de koelkast om op te stijven.

Dit recept komt uit een Noors bakboek dat ongetwijfeld mijn favoriete bakboek is: “Slikkepott, hundre fristende kakeoppstkrifter” geschreven door Lise Finckenhagen. Wie in Noorwegen komt en niet bang is om Noors te lezen, moet dit boek zeker aanschaffen!

Veganistische mango-cheesecake

Vaak laat ik aanvragen voor recensies aan mij voorbij gaan, maar soms is er een boek bij dat mijn oprechte aandacht trekt. Dat was in het geval van dit boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” door Audrey Fitzjohn zo. Wij eten thuis noch veganistisch noch (altijd) vegetarisch. Maar ik was wel erg nieuwsgierig naar hoe je bij het maken van gebak al die dierlijke producten die je normaal gesproken rijkelijk gebruikt, kan vervangen door veganistische producten.

Tot mijn verrassing stonden er recepten in dit boek voor o.a. roomtaarten en cheesecakes, recepten die normaal gesproken natuurlijk juist niét veganistisch zijn.  “Vegan Taart” is een klein, lekker betaalbaar boekje (€9,99) met een frisse opmaak en lekker veel fleurige foto’s. Ideaal voor een eerste verkenning van het veganistische bakken. Het boekje start met een uitleg over de vervanging van producten met een dierlijke oorsprong voor producten met een plantaardige oorsprong en de basisprincipes. Kort maar krachtig. Omdat ik normaal gesproken op een hele andere manier bak, was dit erg leerzaam en leuk om te lezen! Ook voor mensen met een gluten- lactose- of kippenei-allergie is dit een super boekje.

Als je een goede indruk van een boek wilt krijgen, dan moet je er natuurlijk ook iets uit maken. Het was lastig kiezen uit 31 heerlijk klinkende taarten en evenzo mooie foto’s, maar uiteindelijk heeft het recept voor de mango-cheesecake gewonnen. Vooral omdat je juist van die taart niet zou verwachten dat deze geheel plantaardig kan worden gemaakt. Het recept is simpel opgeschreven, geen overbodig gedoe, gewoon lekker aan de slag gaan, daar houd ik wel van. Ik moest even nadenken over het woord mixen dat veelvuldig werd genoemd, eigenlijk werd hier mixen/pureren met de staafmixer bedoeld. De uitgever heeft aangegeven hier in de tweede druk naar te zullen kijken. Bij de introductie stond dat je als vervanging van honing agavesiroop kan gebruiken omdat honing natuurlijk niet veganistisch is. Toch stond er in dit recept honing genoemd, wat een beetje apart over kwam in een veganistisch boekje. Ik gebruikte dus agavesiroop en ook dit punt zal de uitgever kritisch bekijken bij de tweede druk. Een compliment voor de uitgever dat zij open staan voor suggesties van de doelgroep!

Ik had niet de verwachting dat dit een cheesecake zou worden die gelijk zou zijn aan het origineel. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten en eerlijk gezegd was ik zelfs een beetje sceptisch. Gelukkig was dit geheel onnodig. Wij vonden de taart ontzettend lekker! Ook het appje dat ik van de buurvrouw kreeg liet weinig te raden over: “Deze taart was echt zó lekker, niet normaal!” schreef ze.  De crème laag van cashewnoten is zacht en romig van smaak, de laag mango fris en de bodem precies goed van dikte.  Tot mijn verrassing werd de structuur van een cheesecake heel dicht benaderd. Ik heb het recept een tikje aangepast ten opzichte van het recept in het boekje. Dit recept is goed voor 1 taart van 22 cm, waar met gemak 16 stukjes uit kunnen worden gesneden. De taart is naast erg lekker, namelijk ook best machtig. Laat je dus niet verleiden om té grote punten te snijden!

Het leuke is dat ik van uitgeverij Becht een exemplaar van “Vegan taart” mag weggeven. Hoe maak je kans op dit boekje? Like en volg de Facebookpagina van Baksels.net en/of volg @baksels_net op Instagram en tag iemand voor wie jij een lekkere vegan taart gaat maken als je dit boekje wint! Op maandag 3 juli 2017 wordt de winnaar bekend gemaakt. Het boek is gewonnen door “mooi van Jet” die een reactie achterliet op Facebook. Gefeliciteerd! Stuur je gegevens even in een pb via Facebook, dan zorg ik ervoor dat het boek naar je toe komt!

Ingrediënten:

Bodem:

  • 180 gram amandelmeel
  • 50 gram sultana rozijnen
  • 20 geraspte kokos
  • 15 gram water
  • 1 el zachte kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Crème:

  • 375 gram cashewnoten (niet geroosterd en niet gezouten!)
  • 180 gram kokosroom
  • 160 gram agavesiroop
  • 160 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Mangocoulis:

  • 650 gram verse mango, geschild en in stukken gesneden
  • 15 gram citroensap
  • 100 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)
  • 30 gram agavesiroop

Decoratie:

  • stukjes of sliertjes verse mango
  • kokosrasp

Werkwijze:

  • Laat de cashewnoten 12 uur weken (niet veel langer en niet veel korter) in een ruime bak met water.
  • Bekleed de bodem van een springvorm met bakpapier, doe dit door het papier over de bodem heen te leggen, de rand erop te zetten en te sluiten.
  • Bekleed de rand met acetaatfolie (als je dit hebt). Ook zonder deze folie komt de taart uit de vorm, zij het iets minder strak.
  • Mix met een staafmixer alle ingrediënten voor de bodem tot een kruimelig mengsel.
  • Verdeel de kruimels over de bodem en druk goed aan.
  • Zet de vorm in de koelkast.
  • Laat de geweekte cashewnoten goed uitlekken en meng deze met de staafmixer met de overige ingrediënten voor de crème tot een gladde puree.
  • Maak vervolgens de mangocoulis in een andere kom.
  • Pureer de mango samen met het citroensap, de kokosolie en de agavesiroop.
  • Giet de helft van de crème op de kruimelbodem en verdeel egaal.
  • In het boekje staat dat men 4 eetlepels mangocoulis eroverheen moet verspreiden. Ik heb dit aangehouden, maar het laagje werd wel heel erg dun. als ik deze taart nog eens maak zal ik denk ik 1/3 tot 1/2 deel van de mangocoulis erop gieten.
  • Zet een kwartier in de koelkast.
  • Giet nu de rest van de crème over de taart en verdeel weer goed.
  • Verdeel de rest van de mangocoulis over de taart.
  • Laat de taart 12 uur in de koelkast staat zodat deze goed stevig kan worden en de smaken kunnen intrekken.
  • Versier de taart met blokjes of reepjes mango en bestrooi met wat kokosrasp.
  • Haal voorzichtig uit de vorm en snijd in kleine puntjes.
  • Wij vonden de taart na 1,5 dag nog lekkerder dan toen hij net gemaakt was.

Bron: iets aangepast recept uit het boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” geschreven door Audrey Fitzjohn

 

Boltaartjes met glaçage

Wie tegenwoordig een beetje mee wil doen, heeft op zijn minst een Facebook account, maar liever nog ook een Twitter, Snapchat, Instagram, Welke.nl, Pinterest en Linked-in account. Ook Baksels.net zit op Facebook, Twitter, Pinterest, Welke.nl en Instagram. Op die laatste volg ik veel patissiers. Regelmatig zie ik de meest geweldige gebakjes en taarten voorbij komen met een strakke, glimmende laag. Mirror glaze in het Engels of glaçage miroir in sjiek Frans. Als ik het goed heb wordt het in Nederland gewoon glazuur genoemd, maar deze glimmende laagjes zijn toch echt heel wat anders dan het zoete glazuurlaagje op je donut of tompouce dat enkel uit water en poedersuiker bestaat. Deze glimmende lagen zijn op basis van chocolade en geven echt een waanzinnig effect aan je gebak. Zorg ervoor dat je ondergrond super strak is en werk netjes, dan is het eindresultaat dat ook. Ik maakte voor deze gebakjes een brosse bodem met wat amandelspijs voor extra smaak en structuur. Daarop komt een half bolletje met sinaasappelbavaroise welke overgoten is met de mirror glaze. Monteer het geheel en je hebt iets waarvan iedereen (terecht) “Wauw!” zal roepen. De mirror glaze glimt het mooiste als deze er nog niet zo heel lang op zit. Het recept kan je dus prima een tijd van tevoren maken, maar wacht met het overgieten van het glazuur tot een niet al te lange tijd voor gebruik. Het glazuur zal wat doffer worden naarmate hij langer staat. Dit recept is goed voor 6 bolgebakjes, gemaakt met bakringen van 8 cm in diameter en een siliconenvorm met 6 halve bollen met een diameter van 7 cm.

Ingrediënten:

Deeg:

  • 70 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 97 gram tarwebloem
  • 35 gram kristalsuiker
  • 35 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 2,8 gram bakpoeder
  • 0,5 gram zout
  • 0,4 gram baking soda
  • 1,6 gram verse citroenrasp
  • 7 gram eidooier

Vulling voor het deeg:

  • 30 gram amandelmeel
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram eidooier
  • 12 gram water

Bavaroise:

  • 130 gram versgeperst sinaasappelsap
  • 30 gram versgeperst citroensap
  • 45 gram kristalsuiker
  • 10 gram bladgelatine
  • 65 gram (gepasteuriseerd) eiwit
  • 150 gram slagroom

Glaçage:

  • 7 gram gelatinepoeder
  • 45 gram water
  • 75 gram gecondenseerde melk
  • 113 gram kristalsuiker
  • 56 gram water
  • 131 gram witte chocolade, in kleine brokjes gehakt
  • oranje kleurstof

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe alle ingrediënten, behalve de eidooier, bij elkaar en meng tot een egaal, kruimelig mengsel.
  • Voeg nu de eidooier toe en knijp het deeg tot een samenhangend geheel.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een half uur in de koelkast.
  • Maak nu de vulling voor het deeg:
  • Meng amandelmeel en suiker door elkaar, voeg eidooier en water toe en meng tot een klontvrij geheel. Dek af tot gebruik.
  • Maak de bavaroise.
  • Pers de sinaasappel en citroen.
  • Leg de blaadjes gelatine in koud water te weken.
  • Klop het eiwit in een absoluut vetvrije, schoonmaakmiddel vrije en zetmeelvrije kom op onder geleidelijk toevoegen van de suiker. Het eiwitschuim is klaar als het in stijve, glimmende pieken omhoog blijft staan.
  • Klop in een andere kom de slagroom stijf.
  • Knijp de gelatine uit en verwarm op een laag vuurtje tot deze smelt.
  • Haal van het vuur en voeg al roerend de sinaasappel- en citroensap toe.
  • Laat afkoelen tot kamertemperatuur en het een klein beetje lobbig begint te worden.
  • Meng voorzichtig (maak eerst even familie door een beetje slagroom door het eiwit te spatelen en dan pas de rest) de slagroom door het eiwit. Probeer zoveel mogelijk lucht te bewaren.
  • Spatel dan de lobbige sinaasappelmix door het eiwit-slagroommengsel.
  • Giet het mengsel voorzichtig in de siliconen vorm tot alle bollen geheel gevuld zijn.
  • Strijk strak af met een glaceermes.
  • Zet de vorm op een plank of bakplaatje in de vriezer en laat staan tot deze goed opgesteven en bevroren is.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bedek een bakplaat met bakpapier.
  • Vet de bakringen in met bakspray
  • Als het deeg in de koelkast erg hard is geworden, knijp het dan even door tot het soepel genoeg is om uitgerold te worden.
  • Rol het deeg uit tot 7 mm dikte.
  • Steek het deeg uit met de bakringen en leg het uitgestoken deegplakje met ring en al op de bakplaat.
  • Bestrijk het midden (laat rondom een rand van 5 mm over) met amandelspijs.
  • Bak in het midden van de voorverwarmde oven gedurende 16 á 17 minuten.
  • Laat afkoelen in de ringen.
  • Maak de glaçage.
  • Meng de 45 gram water met het gelatinepoeder en laat even staan.
  • Verwarm de gecondenseerde melk, suiker en water in een pannetje tot de damp er goed af komt.
  • Haal de pan van het vuur.
  • Roer de gelatine door de melk tot deze goed opgelost is.
  • Roer de blokjes chocolade door het mengsel tot alles gesmolten is.
  • Voeg naar behoefte de kleurstof toe.
  • Laat afkoelen tot 33 graden Celsius.
  • Haal de bollen uit de vriezer en zet ze op een rooster boven een schaal om de glaçage op te vangen of zet ze op een smal glas in een schaal.
  • Giet door een zeef tegen eventuele klontjes en giet dan met een ronddraaiende beweging over de net uit de vorm gehaalde bavaroisbollen. Zorg dat de bollen overal bedekt zijn!
  • Indien nodig kan je dit nog eens herhalen voor een meer dekkend effect. Doe het echter niet te vaak, dan wordt de laag te dik en rubberachtig.
  • Merk je dat je glazuur te stevig wordt? Verwarm deze dan nog even terug naar ca. 30 graden Celsius.
  • Snijd met een nat, zeer scherp mes voorzichtig de druppels van de onderkant van de bollen.
  • Hevel met twee vorken over naar de koekbodem.
  • Plaats de bol op de koekbodem.
  • Werk af met een blaadje munt.
  • Zorg dat het gebak niet gaat condenseren.
  • Pronken en smullen maar!

Bron: Bretonse zandbodempjes: vrij naar een recept uit “het bakboek de klassiekers” door Eric van den Hende / PIVA.
Glaçage: http://cookiescupcakesandcardio.com
Bavaroise: eigen recept

 

Cupcakes met een muisje

Gisteren was het dan eindelijk zover, onze jongste zoon werd 8 jaar. Al wekenlang had hij naar deze dag uitgekeken. Cadeautjes uitgezocht, bedacht wat hij wilde eten, wie er op zijn verjaardag moest komen, wat hij op zijn feestje wil doen, waar hij op wilde trakteren enz. Het kinderfeestje moet nog komen, maar met alle andere dingen is het dik in orde gekomen en dus zijn de meeste zorgen voorbij. Hij had een geweldige dag en met deze super traktatie veroorzaakte hij een tijdelijke muizenplaag op zijn school. Gelukkig wisten de kinderen uit zijn klas heel goed wat ze tegen muizen moesten doen en was de plaag snel voorbij! Omdat je een paar simpele basisvormen gebruikt bij het boetseren hoef je geen kunstenaar te zijn om dit recept te kunnen maken. Dit recept is goed voor ca. 25 cakejes.

Ingrediënten:

  • 250 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram fijne kristalsuiker
  • 250 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1 pakje á 250 gram gele fondant
  • 1 pakjes á 250 gram witte fondant
  • klein beetje zwarte fondant (ca. 25 gram)
  • water en evt. wat tylopoeder voor het vastplakken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de boter met de suiker met een (stand)mixer met garden goed luchtig op tot deze licht van kleur is.
  • Voeg beetje bij beetje de eieren toe en klop na elke keer ei toevoegen goed verder tot alles goed is opgenomen.
  • Klop als al het ei erbij zit nog goed door tot alles echt goed is opgenomen.
  • Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en spatel dit door het mengsel tot het goed verdeeld is.
  • Gebruik cupcaketrays die je vult met papieren vormpjes. Vul deze vormpjes voor 3/4 met beslag.
  • Ik bak liever na elkaar, dan meerdere lagen tegelijk.
  • Zet de cupcaketray net iets onder het midden van de oven op een rooster en bak gedurende ca. 25 minuten tot ze gaar zijn. Als je in het midden drukt veert de cupcake weer omhoog of als je er een prikker in steekt, komt deze er droog uit.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak door tot het beslag op is.
  • Klop de boter voor de botercrème los en voeg dan de poedersuiker toe en klop door tot de boter helemaal wit geworden is. Dit kloppen kan best een tijdje duren.
  • Smeer op elk cakeje een dun laagje botercrème.
  • Rol op een licht met poedersuiker bestoven werkblad gele fondant uit. Niet al te dun, anders zijn de gaten erg lastig te maken.
  • Steek met een ronde steker die even groot is als de bovenkant van de cupcakes rondjes uit en leg deze op de met botercrème besmeerde cupcakejes.
  • Gebruik een speciale modelling tool met een groot en een klein bolletje erop om de gaten in de kaas te duwen. Pas op dat je er niet doorheen drukt! Deze modelling tools (of boetseerstaafjes) zijn vrij goedkoop bij o.a. xenos en blokker te krijgen.
  • Maak van de witte fondant bolletjes van ca. 7 á 8 gram door deze tussen je handen te rollen.
  • Plat een kan wat af, leg op de zijkant en rol tot een kegel. Houd de basis breed en rol het niet te langwerpig uit.
  • Duw met het smalle bolletje van de modelling tool gaatjes waar de ogen moeten komen en waar het neusje komt.
  • Rol piepkleine zwarte stukjes tot bolletjes voor de oogjes en wat grotere zwarte bolletjes voor het neusje.
  • Smeer met een klein kwastje iets water of water gemengd met tylopoeder op de plek waar de oogjes en het neusje moeten komen en duw deze op hun plek.
  • Rol een plak witte fondant uit op een licht met poedersuiker bestoven werkblad.
  • Steek met een ronde plunge cutter (ook bij o.a. xenos voor een klein bedragje te koop) van ca. 1,4 cm de oortjes uit.
  • Druk elk rondje op een zachte maar toch stevige ondergrond met het grootste bolletje van de modelling tool diepte in elk oortje. Het beste gaat dit als je iets poedersuiker op het oortje stuift en de tool met draaiende bewegingen over het rondje fondant heen haalt. Eindig de ronddraaiende beweging met een beweging aan een kan naar buiten, hier kan je het oor aan het kopje plakken. Doe dit wederom met iets water of water met tylopoeder.
  • Rol staartjes van de witte fondant en plak deze met een kronkel op de gele fondant.
  • Plak vervolgen het kopje met de oortjes op het cakeje en de muizenplaag is compleet! ‘Cheese’cake met muis…wie wil dat nou niet? 😉

Bron: eigen recept



Eclairs met hazelnootvulling

Ze stonden al heel lang op mijn to-do lijst. Omdat ze zo tot de verbeelding spreken, omdat ze zo veelzijdig gevuld en opgemaakt kunnen worden, omdat ze zo lekker lijken… en toch bleven ze daar lang staan. Tot vandaag! (En nu vraag ik me echt met recht af, waarom heb ik zo lang gewacht met ze te maken?) Zo zie je maar, uitstelgedrag is gewoon niet handig. Gelukkig maar dat er van uitstel geen afstel kwam, want dan hadden we wat gemist! Eclairs worden gemaakt van soezenbeslag (wat een kookdeeg is) en kunnen gevuld worden met allerhande vullingen als slagroom, banketbakkersroom, op smaak gebrachte crème enz. Ook zie je bij de betere patissiers soms ware kunstwerkjes voorbij komen als het om de opmaak gaat. Zoek maar eens op Pinterest, dan zie je wat ik bedoel. De naam eclair betekent trouwens “bliksemschicht”. Als de bliksem aan de slag dus! Dit recept is voldoende voor ruim 20 eclairs.

Ingrediënten:

Eclairs:

  • 140 gram volle melk
  • 2,5 gram suiker
  • 0,75 gram zout
  • 60 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram patentbloem
  • 195 gram losgeklopt ei

Banketbakkersroom:

  • 150 gram volle melk
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram (zelfgemaakte) vanillesuiker
  • 10 gram maïzena

Hazelnootpraline:

  • 60 gram ontvliesde hazelnoten, gebruineerd in de oven (uitgespreid op een bakplaat 15 minuten op 175 graden Celsius)
  • 20 gram kristalsuiker

Overige vulling:

  • 130 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Glazuur:

  • 50 gram poedersuiker
  • 10 gram water
  • 3 gram cacaopoeder

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 165 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de melk, suiker, zout en boter in een pan en breng dit al roerend aan de kook.
  • Doe de bloem erbij en meng tot er een klontvrije massa ontstaan is die je op en middelhoog vuur gaart. Als je een samenhangende massa krijgt die in een laagje aan de bodem van de pan blijft kleven, dan is de bloem goed gegaard.
  • Haal de pan van het vuur en meng er in 4 delen het ei doorheen.
  • Het beslag is goed als het in een hele dikke drup langzaam van je spatel af glijdt.
  • Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 13 mm.
  • Spuit ‘strepen’ van ca. 2 cm breed en 10 cm lang op een met bakpapier beklede bakplaat. Het deeg rijst tijdens het bakken, dus houdt enige afstand tussen het deeg.
  • Werk oneffenheden met een iets vochtige vinger weg.
  • Zet de bakplaat direct in het midden van de oven en bak in ca. 40-45 minuten de eclairs gaar en goudbruin.
  • Open de ovendeur de eerste 2/3 van de baktijd niet en leg de eclairs na het bakken op een rooster.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom.
  • Breng de melk aan de kook in een steelpan.
  • Klop ondertussen de eidooiers wit en luchtig op samen met de suiker.
  • Meng hier vervolgens de maïzena doorheen.
  • Giet de hete melk al roerend(!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en breng al roerend aan de kook tot het indikt en een vloeiende, gebonden massa is geworden.
  • Giet uit op een koude schaal en dek af met huishoudfolie dat je direct op de banketbakkersroom legt.
  • Maak nu de hazelnootpraline.
  • Verwarm de suiker langzaam in een pan met een dikke bodem en doe hier de hazelnoten bij op het moment dat de karamel goudbruin is.
  • Roer de hazelnoten door de karamel en giet dit uit op een met bakpapier beklede bakplaat en laat het geheel daar afkoelen.
  • Doe de met karamel bedekte hazelnoten in een hakmolen en hak ze fijn tot ze aan elkaar beginnen te plakken.
  • Klop de boter in een aparte kom goed luchtig en wit op met de mixer.
  • Als de banketbakkersroom is afgekoeld, klop je deze rustig los met de mixer en mengt deze vervolgens door de opgeklopte boter.
  • Meng dan de hazelnootpraline erdoor.
  • Doe dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 6 mm.
  • Snijd de eclairs door met een gekarteld broodmes.
  • Spuit het onderste deel vol met de hazelnootvulling. Het mooiste effect krijg je als je dakpansgewijs rondjes spuit. (Vergelijk het uiterlijk van de gespoten crème met een veertje uit een pen)
  • Maak het glazuur door de poedersuiker en het water en daarna de cacaopoeder met elkaar te mengen.
  • De dikte van het glazuur is goed als een drup even blijft liggen en dan nét glad vloeit.
  • Bestrijk de bovenste helft van de eclair met een streep glazuur. Niet te dik, anders druipt het er aan de zijkanten zo weer af.
  • Werk elke eclair af met een halve hazelnoot.
  • Zet de eclairs in de koelkast zodat de vulling wat kan opstijven.

Bron: eigen recept