Rode bieten- en chocoladetaart

De moestuin gunt ons weer een ontzettende overvloed, nog steeds voel ik me rijker dan rijk als ik met oogst uit eigen tuin de keuken in huppel om daar wat lekkers te maken! Soms komt het ook voor dat de overvloed zo groot is, dat met normaal eten niet alles komt. Dan komen bewaarmethodes als wecken, invriezen en drogen om te hoek kijken. Op dit moment ligt onze vriezer dan ook vol met geblancheerde tuinbonen, wortelen, snijbonen en andere groenten uit eigen tuin. De rode bieten die ik uit eigen tuin haalde, zijn voor een deel direct op ons bord beland en voor een deel in deze heerlijke rode bieten- en chocoladetaart. De taart heeft een heerlijke bietensmaak die perfect gecomplementeerd wordt door de chocoladesmaak. In Amerika heet deze taart “Red velvet cake” en wordt er naast (of soms in plaats van) de bieten een flinke lading kleurstof gebruikt voor een rode kleur. Ik gebruikte geen kleurstof en de kleur is dan ook niet knalrood. Helemaal niet erg, want hij was verschrikkelijk lekker om te eten! De frisse crème met citroen wisselt heerlijk af met de wat aardse smaken. Bak de taart in een hoge springvorm met een diameter van 20 cm. De taart is vrij machtig, snijd kleine stukjes. Er passen makkelijk 12 uit deze taart.

Ingrediënten:

Taart:

  • 250 gram verse bieten, geschild
  • 200 gram pure chocolade
  • 200 gram ongezouten roomboter
  • 200 gram ei (ca. 4 eieren maat M)
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram tarwebloem
  • 7 gram bakpoeder, gezeefd
  • 1 zakje vanillesuiker á 8 gram
  • evt. rode kleurstof

Crème:

  • 100 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 150 gram roomkaas
  • 300 gram poedersuiker
  • 30 gram citroensap
  • eetbare parels, stukje chocolade en iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte
  • Bekleed een hoge springvorm van 20 cm met bakpapier. Ik haal de ring los van de bodem, leg een vel bakpapier over de bodem en zet vervolgens de ring vast. Wat uitsteekt knip ik af.
  • Spray de vorm in met wat bakspray.
  • Rasp de rode bieten met een fijne rasp.
  • Hak de chocolade fijn.
  • Smelt de boter in een steelpan op een laag vuur.
  • Als de roomboter gesmolten is, roer je de chocolade hierdoorheen tot ook deze gesmolten is.
  • Klop met een mixer de eieren met de suiker op tot een luchtige, lichtgele massa.
  • Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder en vanillesuiker.
  • Spatel het bloemmengsel voorzichtig door de opgeklopte eieren.
  • Spatel vervolgens hier voorzichtig de chocolade doorheen.
  • Spatel hierna ook de rode bieten rasp -en eventueel wat rode kleurstof als je dat wilt- voorzichtig door het beslag.
  • Giet het beslag voorzichtig in de vorm en bak in het midden van de oven gedurende 50-60 minuten tot de taart goed gaar is. Dit kan je controleren door een satéprikker aan het einde van de baktijd voorzichtig in het midden van de taart te steken. Komt deze er schoon weer uit, dan is de taart gaar.
  • Zet de taart op de kop op een rooster en laat een 10-15 minuten zo staan.
  • Ontvorm voorzichtig.
  • Klop de roomboter voor de crème in een kom tot deze wit en luchtig is.
  • Voeg de roomkaas toe en klop nogmaals goed door tot alles een witte crème is.
  • Tot slot de poedersuiker en het citroensap er rustig doorheen kloppen tot alles is opgenomen.
  • Als de taart is afgekoeld snijd je deze in 5 gelijke lagen. Dit gaat heel makkelijk met een taartenzaag: een metalen draadje, liefst gekarteld, tussen twee ijzeren pootjes.
  • Bestrijk elke laag met een laagje crème en bouw de taart zo om en om op.
  • Tot slot bestrijk je de taart aan de boven- en buitenkant met de crème.
  • Werk de onderste rand af met wat glanzende, eetbare pareltjes, rasp wat chocolade over de bovenkant en leg hier en daar iets gedroogd bietenrasp ter decoratie.
  • Zet in de koelkast om op te stijven.

Dit recept komt uit een Noors bakboek dat ongetwijfeld mijn favoriete bakboek is: “Slikkepott, hundre fristende kakeoppstkrifter” geschreven door Lise Finckenhagen. Wie in Noorwegen komt en niet bang is om Noors te lezen, moet dit boek zeker aanschaffen!

Veganistische mango-cheesecake

Vaak laat ik aanvragen voor recensies aan mij voorbij gaan, maar soms is er een boek bij dat mijn oprechte aandacht trekt. Dat was in het geval van dit boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” door Audrey Fitzjohn zo. Wij eten thuis noch veganistisch noch (altijd) vegetarisch. Maar ik was wel erg nieuwsgierig naar hoe je bij het maken van gebak al die dierlijke producten die je normaal gesproken rijkelijk gebruikt, kan vervangen door veganistische producten.

Tot mijn verrassing stonden er recepten in dit boek voor o.a. roomtaarten en cheesecakes, recepten die normaal gesproken natuurlijk juist niét veganistisch zijn.  “Vegan Taart” is een klein, lekker betaalbaar boekje (€9,99) met een frisse opmaak en lekker veel fleurige foto’s. Ideaal voor een eerste verkenning van het veganistische bakken. Het boekje start met een uitleg over de vervanging van producten met een dierlijke oorsprong voor producten met een plantaardige oorsprong en de basisprincipes. Kort maar krachtig. Omdat ik normaal gesproken op een hele andere manier bak, was dit erg leerzaam en leuk om te lezen! Ook voor mensen met een gluten- lactose- of kippenei-allergie is dit een super boekje.

Als je een goede indruk van een boek wilt krijgen, dan moet je er natuurlijk ook iets uit maken. Het was lastig kiezen uit 31 heerlijk klinkende taarten en evenzo mooie foto’s, maar uiteindelijk heeft het recept voor de mango-cheesecake gewonnen. Vooral omdat je juist van die taart niet zou verwachten dat deze geheel plantaardig kan worden gemaakt. Het recept is simpel opgeschreven, geen overbodig gedoe, gewoon lekker aan de slag gaan, daar houd ik wel van. Ik moest even nadenken over het woord mixen dat veelvuldig werd genoemd, eigenlijk werd hier mixen/pureren met de staafmixer bedoeld. De uitgever heeft aangegeven hier in de tweede druk naar te zullen kijken. Bij de introductie stond dat je als vervanging van honing agavesiroop kan gebruiken omdat honing natuurlijk niet veganistisch is. Toch stond er in dit recept honing genoemd, wat een beetje apart over kwam in een veganistisch boekje. Ik gebruikte dus agavesiroop en ook dit punt zal de uitgever kritisch bekijken bij de tweede druk. Een compliment voor de uitgever dat zij open staan voor suggesties van de doelgroep!

Ik had niet de verwachting dat dit een cheesecake zou worden die gelijk zou zijn aan het origineel. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten en eerlijk gezegd was ik zelfs een beetje sceptisch. Gelukkig was dit geheel onnodig. Wij vonden de taart ontzettend lekker! Ook het appje dat ik van de buurvrouw kreeg liet weinig te raden over: “Deze taart was echt zó lekker, niet normaal!” schreef ze.  De crème laag van cashewnoten is zacht en romig van smaak, de laag mango fris en de bodem precies goed van dikte.  Tot mijn verrassing werd de structuur van een cheesecake heel dicht benaderd. Ik heb het recept een tikje aangepast ten opzichte van het recept in het boekje. Dit recept is goed voor 1 taart van 22 cm, waar met gemak 16 stukjes uit kunnen worden gesneden. De taart is naast erg lekker, namelijk ook best machtig. Laat je dus niet verleiden om té grote punten te snijden!

Het leuke is dat ik van uitgeverij Becht een exemplaar van “Vegan taart” mag weggeven. Hoe maak je kans op dit boekje? Like en volg de Facebookpagina van Baksels.net en/of volg @baksels_net op Instagram en tag iemand voor wie jij een lekkere vegan taart gaat maken als je dit boekje wint! Op maandag 3 juli 2017 wordt de winnaar bekend gemaakt. Het boek is gewonnen door “mooi van Jet” die een reactie achterliet op Facebook. Gefeliciteerd! Stuur je gegevens even in een pb via Facebook, dan zorg ik ervoor dat het boek naar je toe komt!

Ingrediënten:

Bodem:

  • 180 gram amandelmeel
  • 50 gram sultana rozijnen
  • 20 geraspte kokos
  • 15 gram water
  • 1 el zachte kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Crème:

  • 375 gram cashewnoten (niet geroosterd en niet gezouten!)
  • 180 gram kokosroom
  • 160 gram agavesiroop
  • 160 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)

Mangocoulis:

  • 650 gram verse mango, geschild en in stukken gesneden
  • 15 gram citroensap
  • 100 gram gesmolten kokosolie (ik gebruikte ontgeurde kokosolie)
  • 30 gram agavesiroop

Decoratie:

  • stukjes of sliertjes verse mango
  • kokosrasp

Werkwijze:

  • Laat de cashewnoten 12 uur weken (niet veel langer en niet veel korter) in een ruime bak met water.
  • Bekleed de bodem van een springvorm met bakpapier, doe dit door het papier over de bodem heen te leggen, de rand erop te zetten en te sluiten.
  • Bekleed de rand met acetaatfolie (als je dit hebt). Ook zonder deze folie komt de taart uit de vorm, zij het iets minder strak.
  • Mix met een staafmixer alle ingrediënten voor de bodem tot een kruimelig mengsel.
  • Verdeel de kruimels over de bodem en druk goed aan.
  • Zet de vorm in de koelkast.
  • Laat de geweekte cashewnoten goed uitlekken en meng deze met de staafmixer met de overige ingrediënten voor de crème tot een gladde puree.
  • Maak vervolgens de mangocoulis in een andere kom.
  • Pureer de mango samen met het citroensap, de kokosolie en de agavesiroop.
  • Giet de helft van de crème op de kruimelbodem en verdeel egaal.
  • In het boekje staat dat men 4 eetlepels mangocoulis eroverheen moet verspreiden. Ik heb dit aangehouden, maar het laagje werd wel heel erg dun. als ik deze taart nog eens maak zal ik denk ik 1/3 tot 1/2 deel van de mangocoulis erop gieten.
  • Zet een kwartier in de koelkast.
  • Giet nu de rest van de crème over de taart en verdeel weer goed.
  • Verdeel de rest van de mangocoulis over de taart.
  • Laat de taart 12 uur in de koelkast staat zodat deze goed stevig kan worden en de smaken kunnen intrekken.
  • Versier de taart met blokjes of reepjes mango en bestrooi met wat kokosrasp.
  • Haal voorzichtig uit de vorm en snijd in kleine puntjes.
  • Wij vonden de taart na 1,5 dag nog lekkerder dan toen hij net gemaakt was.

Bron: iets aangepast recept uit het boekje “Vegan taart, 31 feestelijke taartjes” geschreven door Audrey Fitzjohn

 

Boltaartjes met glaçage

Wie tegenwoordig een beetje mee wil doen, heeft op zijn minst een Facebook account, maar liever nog ook een Twitter, Snapchat, Instagram, Welke.nl, Pinterest en Linked-in account. Ook Baksels.net zit op Facebook, Twitter, Pinterest, Welke.nl en Instagram. Op die laatste volg ik veel patissiers. Regelmatig zie ik de meest geweldige gebakjes en taarten voorbij komen met een strakke, glimmende laag. Mirror glaze in het Engels of glaçage miroir in sjiek Frans. Als ik het goed heb wordt het in Nederland gewoon glazuur genoemd, maar deze glimmende laagjes zijn toch echt heel wat anders dan het zoete glazuurlaagje op je donut of tompouce dat enkel uit water en poedersuiker bestaat. Deze glimmende lagen zijn op basis van chocolade en geven echt een waanzinnig effect aan je gebak. Zorg ervoor dat je ondergrond super strak is en werk netjes, dan is het eindresultaat dat ook. Ik maakte voor deze gebakjes een brosse bodem met wat amandelspijs voor extra smaak en structuur. Daarop komt een half bolletje met sinaasappelbavaroise welke overgoten is met de mirror glaze. Monteer het geheel en je hebt iets waarvan iedereen (terecht) “Wauw!” zal roepen. De mirror glaze glimt het mooiste als deze er nog niet zo heel lang op zit. Het recept kan je dus prima een tijd van tevoren maken, maar wacht met het overgieten van het glazuur tot een niet al te lange tijd voor gebruik. Het glazuur zal wat doffer worden naarmate hij langer staat. Dit recept is goed voor 6 bolgebakjes, gemaakt met bakringen van 8 cm in diameter en een siliconenvorm met 6 halve bollen met een diameter van 7 cm.

Ingrediënten:

Deeg:

  • 70 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 97 gram tarwebloem
  • 35 gram kristalsuiker
  • 35 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 2,8 gram bakpoeder
  • 0,5 gram zout
  • 0,4 gram baking soda
  • 1,6 gram verse citroenrasp
  • 7 gram eidooier

Vulling voor het deeg:

  • 30 gram amandelmeel
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 20 gram eidooier
  • 12 gram water

Bavaroise:

  • 130 gram versgeperst sinaasappelsap
  • 30 gram versgeperst citroensap
  • 45 gram kristalsuiker
  • 10 gram bladgelatine
  • 65 gram (gepasteuriseerd) eiwit
  • 150 gram slagroom

Glaçage:

  • 7 gram gelatinepoeder
  • 45 gram water
  • 75 gram gecondenseerde melk
  • 113 gram kristalsuiker
  • 56 gram water
  • 131 gram witte chocolade, in kleine brokjes gehakt
  • oranje kleurstof

Werkwijze:

  • Maak eerst het deeg.
  • Doe alle ingrediënten, behalve de eidooier, bij elkaar en meng tot een egaal, kruimelig mengsel.
  • Voeg nu de eidooier toe en knijp het deeg tot een samenhangend geheel.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een half uur in de koelkast.
  • Maak nu de vulling voor het deeg:
  • Meng amandelmeel en suiker door elkaar, voeg eidooier en water toe en meng tot een klontvrij geheel. Dek af tot gebruik.
  • Maak de bavaroise.
  • Pers de sinaasappel en citroen.
  • Leg de blaadjes gelatine in koud water te weken.
  • Klop het eiwit in een absoluut vetvrije, schoonmaakmiddel vrije en zetmeelvrije kom op onder geleidelijk toevoegen van de suiker. Het eiwitschuim is klaar als het in stijve, glimmende pieken omhoog blijft staan.
  • Klop in een andere kom de slagroom stijf.
  • Knijp de gelatine uit en verwarm op een laag vuurtje tot deze smelt.
  • Haal van het vuur en voeg al roerend de sinaasappel- en citroensap toe.
  • Laat afkoelen tot kamertemperatuur en het een klein beetje lobbig begint te worden.
  • Meng voorzichtig (maak eerst even familie door een beetje slagroom door het eiwit te spatelen en dan pas de rest) de slagroom door het eiwit. Probeer zoveel mogelijk lucht te bewaren.
  • Spatel dan de lobbige sinaasappelmix door het eiwit-slagroommengsel.
  • Giet het mengsel voorzichtig in de siliconen vorm tot alle bollen geheel gevuld zijn.
  • Strijk strak af met een glaceermes.
  • Zet de vorm op een plank of bakplaatje in de vriezer en laat staan tot deze goed opgesteven en bevroren is.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bedek een bakplaat met bakpapier.
  • Vet de bakringen in met bakspray
  • Als het deeg in de koelkast erg hard is geworden, knijp het dan even door tot het soepel genoeg is om uitgerold te worden.
  • Rol het deeg uit tot 7 mm dikte.
  • Steek het deeg uit met de bakringen en leg het uitgestoken deegplakje met ring en al op de bakplaat.
  • Bestrijk het midden (laat rondom een rand van 5 mm over) met amandelspijs.
  • Bak in het midden van de voorverwarmde oven gedurende 16 á 17 minuten.
  • Laat afkoelen in de ringen.
  • Maak de glaçage.
  • Meng de 45 gram water met het gelatinepoeder en laat even staan.
  • Verwarm de gecondenseerde melk, suiker en water in een pannetje tot de damp er goed af komt.
  • Haal de pan van het vuur.
  • Roer de gelatine door de melk tot deze goed opgelost is.
  • Roer de blokjes chocolade door het mengsel tot alles gesmolten is.
  • Voeg naar behoefte de kleurstof toe.
  • Laat afkoelen tot 33 graden Celsius.
  • Haal de bollen uit de vriezer en zet ze op een rooster boven een schaal om de glaçage op te vangen of zet ze op een smal glas in een schaal.
  • Giet door een zeef tegen eventuele klontjes en giet dan met een ronddraaiende beweging over de net uit de vorm gehaalde bavaroisbollen. Zorg dat de bollen overal bedekt zijn!
  • Indien nodig kan je dit nog eens herhalen voor een meer dekkend effect. Doe het echter niet te vaak, dan wordt de laag te dik en rubberachtig.
  • Merk je dat je glazuur te stevig wordt? Verwarm deze dan nog even terug naar ca. 30 graden Celsius.
  • Snijd met een nat, zeer scherp mes voorzichtig de druppels van de onderkant van de bollen.
  • Hevel met twee vorken over naar de koekbodem.
  • Plaats de bol op de koekbodem.
  • Werk af met een blaadje munt.
  • Zorg dat het gebak niet gaat condenseren.
  • Pronken en smullen maar!

Bron: Bretonse zandbodempjes: vrij naar een recept uit “het bakboek de klassiekers” door Eric van den Hende / PIVA.
Glaçage: http://cookiescupcakesandcardio.com
Bavaroise: eigen recept

 

Cupcakes met een muisje

Gisteren was het dan eindelijk zover, onze jongste zoon werd 8 jaar. Al wekenlang had hij naar deze dag uitgekeken. Cadeautjes uitgezocht, bedacht wat hij wilde eten, wie er op zijn verjaardag moest komen, wat hij op zijn feestje wil doen, waar hij op wilde trakteren enz. Het kinderfeestje moet nog komen, maar met alle andere dingen is het dik in orde gekomen en dus zijn de meeste zorgen voorbij. Hij had een geweldige dag en met deze super traktatie veroorzaakte hij een tijdelijke muizenplaag op zijn school. Gelukkig wisten de kinderen uit zijn klas heel goed wat ze tegen muizen moesten doen en was de plaag snel voorbij! Omdat je een paar simpele basisvormen gebruikt bij het boetseren hoef je geen kunstenaar te zijn om dit recept te kunnen maken. Dit recept is goed voor ca. 25 cakejes.

Ingrediënten:

  • 250 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram fijne kristalsuiker
  • 250 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1 pakje á 250 gram gele fondant
  • 1 pakjes á 250 gram witte fondant
  • klein beetje zwarte fondant (ca. 25 gram)
  • water en evt. wat tylopoeder voor het vastplakken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de boter met de suiker met een (stand)mixer met garden goed luchtig op tot deze licht van kleur is.
  • Voeg beetje bij beetje de eieren toe en klop na elke keer ei toevoegen goed verder tot alles goed is opgenomen.
  • Klop als al het ei erbij zit nog goed door tot alles echt goed is opgenomen.
  • Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en spatel dit door het mengsel tot het goed verdeeld is.
  • Gebruik cupcaketrays die je vult met papieren vormpjes. Vul deze vormpjes voor 3/4 met beslag.
  • Ik bak liever na elkaar, dan meerdere lagen tegelijk.
  • Zet de cupcaketray net iets onder het midden van de oven op een rooster en bak gedurende ca. 25 minuten tot ze gaar zijn. Als je in het midden drukt veert de cupcake weer omhoog of als je er een prikker in steekt, komt deze er droog uit.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak door tot het beslag op is.
  • Klop de boter voor de botercrème los en voeg dan de poedersuiker toe en klop door tot de boter helemaal wit geworden is. Dit kloppen kan best een tijdje duren.
  • Smeer op elk cakeje een dun laagje botercrème.
  • Rol op een licht met poedersuiker bestoven werkblad gele fondant uit. Niet al te dun, anders zijn de gaten erg lastig te maken.
  • Steek met een ronde steker die even groot is als de bovenkant van de cupcakes rondjes uit en leg deze op de met botercrème besmeerde cupcakejes.
  • Gebruik een speciale modelling tool met een groot en een klein bolletje erop om de gaten in de kaas te duwen. Pas op dat je er niet doorheen drukt! Deze modelling tools (of boetseerstaafjes) zijn vrij goedkoop bij o.a. xenos en blokker te krijgen.
  • Maak van de witte fondant bolletjes van ca. 7 á 8 gram door deze tussen je handen te rollen.
  • Plat een kan wat af, leg op de zijkant en rol tot een kegel. Houd de basis breed en rol het niet te langwerpig uit.
  • Duw met het smalle bolletje van de modelling tool gaatjes waar de ogen moeten komen en waar het neusje komt.
  • Rol piepkleine zwarte stukjes tot bolletjes voor de oogjes en wat grotere zwarte bolletjes voor het neusje.
  • Smeer met een klein kwastje iets water of water gemengd met tylopoeder op de plek waar de oogjes en het neusje moeten komen en duw deze op hun plek.
  • Rol een plak witte fondant uit op een licht met poedersuiker bestoven werkblad.
  • Steek met een ronde plunge cutter (ook bij o.a. xenos voor een klein bedragje te koop) van ca. 1,4 cm de oortjes uit.
  • Druk elk rondje op een zachte maar toch stevige ondergrond met het grootste bolletje van de modelling tool diepte in elk oortje. Het beste gaat dit als je iets poedersuiker op het oortje stuift en de tool met draaiende bewegingen over het rondje fondant heen haalt. Eindig de ronddraaiende beweging met een beweging aan een kan naar buiten, hier kan je het oor aan het kopje plakken. Doe dit wederom met iets water of water met tylopoeder.
  • Rol staartjes van de witte fondant en plak deze met een kronkel op de gele fondant.
  • Plak vervolgen het kopje met de oortjes op het cakeje en de muizenplaag is compleet! ‘Cheese’cake met muis…wie wil dat nou niet? 😉

Bron: eigen recept



Eclairs met hazelnootvulling

Ze stonden al heel lang op mijn to-do lijst. Omdat ze zo tot de verbeelding spreken, omdat ze zo veelzijdig gevuld en opgemaakt kunnen worden, omdat ze zo lekker lijken… en toch bleven ze daar lang staan. Tot vandaag! (En nu vraag ik me echt met recht af, waarom heb ik zo lang gewacht met ze te maken?) Zo zie je maar, uitstelgedrag is gewoon niet handig. Gelukkig maar dat er van uitstel geen afstel kwam, want dan hadden we wat gemist! Eclairs worden gemaakt van soezenbeslag (wat een kookdeeg is) en kunnen gevuld worden met allerhande vullingen als slagroom, banketbakkersroom, op smaak gebrachte crème enz. Ook zie je bij de betere patissiers soms ware kunstwerkjes voorbij komen als het om de opmaak gaat. Zoek maar eens op Pinterest, dan zie je wat ik bedoel. De naam eclair betekent trouwens “bliksemschicht”. Als de bliksem aan de slag dus! Dit recept is voldoende voor ruim 20 eclairs.

Ingrediënten:

Eclairs:

  • 140 gram volle melk
  • 2,5 gram suiker
  • 0,75 gram zout
  • 60 gram ongezouten roomboter
  • 75 gram patentbloem
  • 195 gram losgeklopt ei

Banketbakkersroom:

  • 150 gram volle melk
  • 35 gram eidooier
  • 35 gram (zelfgemaakte) vanillesuiker
  • 10 gram maïzena

Hazelnootpraline:

  • 60 gram ontvliesde hazelnoten, gebruineerd in de oven (uitgespreid op een bakplaat 15 minuten op 175 graden Celsius)
  • 20 gram kristalsuiker

Overige vulling:

  • 130 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Glazuur:

  • 50 gram poedersuiker
  • 10 gram water
  • 3 gram cacaopoeder

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 165 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Doe de melk, suiker, zout en boter in een pan en breng dit al roerend aan de kook.
  • Doe de bloem erbij en meng tot er een klontvrije massa ontstaan is die je op en middelhoog vuur gaart. Als je een samenhangende massa krijgt die in een laagje aan de bodem van de pan blijft kleven, dan is de bloem goed gegaard.
  • Haal de pan van het vuur en meng er in 4 delen het ei doorheen.
  • Het beslag is goed als het in een hele dikke drup langzaam van je spatel af glijdt.
  • Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 13 mm.
  • Spuit ‘strepen’ van ca. 2 cm breed en 10 cm lang op een met bakpapier beklede bakplaat. Het deeg rijst tijdens het bakken, dus houdt enige afstand tussen het deeg.
  • Werk oneffenheden met een iets vochtige vinger weg.
  • Zet de bakplaat direct in het midden van de oven en bak in ca. 40-45 minuten de eclairs gaar en goudbruin.
  • Open de ovendeur de eerste 2/3 van de baktijd niet en leg de eclairs na het bakken op een rooster.
  • Maak tijdens het bakken de banketbakkersroom.
  • Breng de melk aan de kook in een steelpan.
  • Klop ondertussen de eidooiers wit en luchtig op samen met de suiker.
  • Meng hier vervolgens de maïzena doorheen.
  • Giet de hete melk al roerend(!) bij het eidooiermengsel.
  • Giet het geheel weer terug in de pan en breng al roerend aan de kook tot het indikt en een vloeiende, gebonden massa is geworden.
  • Giet uit op een koude schaal en dek af met huishoudfolie dat je direct op de banketbakkersroom legt.
  • Maak nu de hazelnootpraline.
  • Verwarm de suiker langzaam in een pan met een dikke bodem en doe hier de hazelnoten bij op het moment dat de karamel goudbruin is.
  • Roer de hazelnoten door de karamel en giet dit uit op een met bakpapier beklede bakplaat en laat het geheel daar afkoelen.
  • Doe de met karamel bedekte hazelnoten in een hakmolen en hak ze fijn tot ze aan elkaar beginnen te plakken.
  • Klop de boter in een aparte kom goed luchtig en wit op met de mixer.
  • Als de banketbakkersroom is afgekoeld, klop je deze rustig los met de mixer en mengt deze vervolgens door de opgeklopte boter.
  • Meng dan de hazelnootpraline erdoor.
  • Doe dit in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 6 mm.
  • Snijd de eclairs door met een gekarteld broodmes.
  • Spuit het onderste deel vol met de hazelnootvulling. Het mooiste effect krijg je als je dakpansgewijs rondjes spuit. (Vergelijk het uiterlijk van de gespoten crème met een veertje uit een pen)
  • Maak het glazuur door de poedersuiker en het water en daarna de cacaopoeder met elkaar te mengen.
  • De dikte van het glazuur is goed als een drup even blijft liggen en dan nét glad vloeit.
  • Bestrijk de bovenste helft van de eclair met een streep glazuur. Niet te dik, anders druipt het er aan de zijkanten zo weer af.
  • Werk elke eclair af met een halve hazelnoot.
  • Zet de eclairs in de koelkast zodat de vulling wat kan opstijven.

Bron: eigen recept



Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Aardbeien-bavaroisetaart

Mijn buurvrouw wilde niet geloven dat deze taart uit een gebrek aan ruimte in mijn koelkast en vriezer is geboren. Diverse dingen zoals een bevroren biscuitbodem, diepgevroren aardbeien, een halve pot aardbeienjam en ruim een liter slagroom versperden de ruimte die ik hard nodig had voor andere dingen. De naam “restjestaart” doet deze mooie taart zeker geen eer aan, de titel “aardbeien-bavaroisetaart” doet dat veel beter! Want mooi is hij zeker geworden. Het strakke uiterlijk deed mij in ieder geval erg blij worden, zeker toen ik de taart open sneed en ook het interieur prachtig strak bleek te zijn! Toen was het natuurlijk proeven, want hoewel het oog ook wat wil, wil een mooi uiterlijk niet zeggen dat de smaak ook goed is. Gelukkig ging een mooi uiterlijk en een heerlijke smaak dit keer hand in hand. Project meer dan geslaagd! Omdat ik diepvriesaardbeien gebruikte, heb ik wat extra Patidess voor meer smaak toegevoegd. Dit is geconcentreerde vruchtenpuree. Ik verwacht dat je deze niet nodig zult hebben als je verse, smaakvolle aardbeien gebruikt. Het recept is goed voor een grote taart van 26 cm doorsnede. Hier kunnen zeker 12 grote stukken uit.

aardbeien-bavaroisetaart

Ingrediënten:

Biscuit:

  • 150 gram eiwit op kamertemperatuur
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 12 gram citroenrasp
  • 150 gram eidooier
  • 150 gram patentbloem

Harde wenerbodem:

  • 200 gram tarwebloem
  • 133 gram ongezouten roomboter, koud, in blokjes
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram citroenrasp
  • 1,5 gram zout
  • 13 gram geklutst ei

Bavaroise:

  • 22 gram gelatineblaadjes
  • 160 gram water
  • 230 gram gepureerde aardbeien (ik gebruikte diepvries, maar geef de voorkeur aan vers)
  • 225 gram magere yoghurt (of kwark)
  • 225 gram poedersuiker
  • 900 gram slagroom
  • 15 gram Patidess aardbei zoet (dit gebruikte ik omdat ik diepvriesaardbeien gebruikte, bij gebruik van verse aardbeien zal de Patidess niet nodig zijn)

Afwerking:

  • 250 gram gepureerde aardbeien (ik gebruikte diepvries, maar gebruik bij voorkeur verse)
  • 6 blaadjes gelatine
  • 20 gram Patidess aardbei zoet (dit gebruikte ik omdat ik diepvriesaardbeien gebruikte, bij verse aardbeien zal de Patidess niet nodig zijn)
  • aardbeienjam
  • hele aardbeien ter decoratie
  • takje munt ter decoratie

Werkwijze:

  • Begin met het maken van de biscuitbodem.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met boven- en onderwarmte.
  • Klop de eiwitten stijf in een brandschone kom. Voeg zodra het eiwit schuimig, wit en vlokkerig begint te worden beetje bij beetje de fijne kristalsuiker toe.
  • Klop door tot het eiwit in glanzende pieken recht omhoog blijft staan.
  • Klop in een andere kom de eidooiers met de citroenrasp op tot deze lichtgeel en schuimig zijn.
  • Spatel heel voorzichtig de opgeklopte eidooiers door het eiwit heen.
  • Als het goed gemengd is, zeef je de bloem in twee keer boven de kom (zo min mogelijk op een hoopje) en spatelt deze door de opgeklopte eiwitten.
  • Alles draait om het behouden van de ingeslagen lucht, dus wees daar voorzichtig mee.
  • Spuit een springvorm van 24(!) cm in met bakspray en hevel het beslag voorzichtig over in de vorm.
  • Strijk voorzichtig glad en bak in ca. 28 minuten gaar in het midden van de oven. Het biscuit is gaar als je aan het einde van de baktijd het biscuit in het midden indrukt, en dit weer omhoog veert.
  • Laat het biscuit op een rooster afkoelen.
  • Meng alle ingrediënten behalve het ei voor de harde wenerbodem in een kom en wrijf de boter fijn tussen je vingers tot je een egaal, zanderig mengsel hebt.
  • Voeg dan het ei toe en kneed heel kort tot een bal.
  • Rol het deeg uit zodat het precies in een springvorm van 26 cm past.
  • Leg het deeg op een bakpapier, klem het bakpapier tussen de vorm en leg het deeg in de vorm.
  • Bak de bodem 25 minuten op 180 graden (conventioneel, boven- en onderwarmte) tot deze goudbruin is.
  • Haal de ring van de vorm en leg de harde wenerbodem samen met de bodem van de springvorm op een hittebestendig vlak om af te koelen.
  • Week de gelatine in het water.
  • Verwarm de gelatine met het water tot 70 graden Celsius.
  • Meng de gelatine al roerend door de aardbeienpuree.
  • Als de aardbeienpuree begint op te stijven, meng je de yoghurt erdoor.
  • Klop de slagroom op tot deze lobbig begint te worden, voeg dan de poedersuiker toe en klop verder tot de slagroom nét stijf is.
  • Meng de slagroom door de licht stijve aardbeienmengsel heen tot alles goed verdeeld is.
  • Bekleed de springvorm van 26 cm met folieband.
  • Giet een deel van de bavaroise in de vorm.
  • Snijd de biscuit in plakken van 1,2 cm dik.
  • leg een plak biscuit op de bavaroise en druk deze goed aan.
  • Giet de rest van de bavaroise tot net onder de rand van de springvorm.
  • Druk een tweede plak biscuitdeeg op de bavaroise. (je houdt wat biscuit over, maar dat is geen straf, hier vinden de kinderen het heerlijk als snoeperijtje)
  • Besmeer de harde wenerbodem met een dikke laag aardbeienjam en leg deze met de jamlaag naar onderen op de laatste biscuitlaag.
  • Druk de laatste laag ook even goed aan en laat de taart opstijven in de koelkast.
  • Zet de taart op de kop op een rooster (met de harde wenerbodem naar onderen.
  • Haal de vorm van de taart, maar laat het folieband nog even zitten.
  • Week de gelatine in wat koud water.
  • Knijp deze uit en verwarm in een pannetje tot deze smelt.
  • Roer met ferme slagen de gelatine door de aardbeienpuree (en evt. de patidess)
  • Giet dit over de koude taart heen en verdeel over de taart.
  • Zet de taart weer terug in de koelkast en laat dit laagje (de spiegel) opstijven.
  • Haal het folieband voorzichtig van de taart.
  • Decoreer de taart met wat aardbeien en een takje munt.
  • Dien de taart op, eet smakelijk!

Bron: Geïnspireerd op een recept uit “Banketbakkersproducten” van het NBC

 

Noorse Lefse

Lefse is een typisch Noors baksel. Het is een soort flatbrød dat in zeer veel verschillende verschijningsvormen in Noorwegen gevonden wordt. In centraal Noorwegen eet men de tynnlefse. een soort dunne pannenkoek die opgerold met boter, suiker en kaneel gegeten wordt. Tykklefse zijn dikker en worden bij de koffie gegeten. Ook deze worden vaak besmeerd met boter, suiker en kaneel. Dan heb je ook nog de potetlefse en lomper die met aardappelmeel gemaakt worden. De meeste lefse rijzen door chemische rijsmiddelen, maar de Hardangerlefse bevatten juist gist. Je ziet het, ik heb hier al een hele opsomming staan en nog heb ik ze lang niet allemaal genoemd. Ooit kwam ik in Noorwegen het “Lefseboka” van Bodil Nordjore tegen. Een boek van ruim 300 pagina’s dat enkel over lefse gaat. Dat boek heb ik toen laten liggen, omdat ik ook al haar Brødboka had gekocht en boeken (net als al het overige)  in Noorwegen niet goedkoop zijn. Het recept voor deze lefse vond ik op de site van het Noorse zuivelbureau. Het is erg eenvoudig te maken en ze smaken precies zoals ik het in Noorwegen gewend ben. Het recept is goed voor 6 lefse. Verkijk je niet op de porties, door de roomboter is het een machtig (maar heerlijk) hapje.

Noorse lefse

Ingrediënten:

Lefse:

  • 250 gram zure room
  • 175 gram fijne kristalsuiker
  • 63 gram ongezouten roomboter
  • 5 gram hertshoornzout (in Nederland bekend als E503, ammoniumbicarbonaat of bakammonium, o.a. te koop bij De Zuidmolen)
  • 2 gram gemalen kardemom
  • 400 gram bloem (uit de supermarkt)

Vulling:

  • 125 gram zachte, ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram fijne kristalsuiker
  • 3 tl kaneel (=ca. 9 gram)

Werkwijze:

  • Meng de zure room met de suiker.
  • Smelt de boter voorzichtig op een lage hittebron.
  • Laat afkoelen tot in ieder geval onder de 30 graden Celsius en giet de boter bij het zure room mengsel.
  • Roer de boter goed door het roommengsel.
  • Voeg het hertshoornzout, kardemom en bloem toe en meng tot een kort deeg.
  • Verpak het deeg en leg het 2 uur in de koelkast of 3 kwartier in de vriezer.
  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Verdeel het deeg in zes gelijke stukken en rol op een licht met bloem bestoven werkblad uit tot rechthoekige of ronde plakken van ca. 2-3 mm dik.
  • Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat en bak gedurende 8-10 minuten tot ze heel licht beginnen te kleuren. De lefse moeten droog, maar wel goed buigzaam zijn.
  • Laat de lefse afkoelen op een rooster.
  • Meng in een kom de boter, de suiker en de kaneel met elkaar.
  • Snijd rechthoeken van gelijke grootte en bestrijk de helft met het kaneel-botermengsel.
  • Leg op elke besmeerde plak een tweede plak.
  • Als je de lefse helemaal strak wilt hebben, snijd dan nog even de randjes bij.
  • God appetit!

Bron: http://www.melk.no/oppskrifter/kaker-bakst/tradisjonsbakst/lefser/

Appelslof met karamelsaus of karamelslagroom

Morgen is het weer zover, dan is manlief jarig. In combinatie met de overmatige oogst  (20 kg Elstar appelen en 10 kg Royal Gala appelen) die twee van onze appelboompjes ons schonken resulteerde dat in een feestelijke en heerlijke appelslof. Ik maakte een variant met karamelsaus en een variant met karamelslagroom. De zoete karamelsaus en de karamelslagroom combineerden fantastisch met de friszure Elstar appels die ik gebruikte. Ik raad aan om geen al te zoete appel te gebruiken omdat ik denk dat het geheel dan te zoet zal worden. Dit recept is goed voor 2 appelsloffen met een lengte van 25 cm.

appelslof met karamelsaus

appelslof met karamelslagroom

Ingrediënten:

Slof:

  • 300 gram patentbloem
  • 115 gram witte basterdsuiker
  • 115 gram fijne kristalsuiker
  • 5 gram bakpoeder
  • 1,5 gram baking soda/dubbelkoolzure soda
  • 10 gram citroenrasp (uit potje van Dr. Oetker)
  • 2 gram zout
  • 210 gram zachte, ongezouten roomboter
  • 25 gram losgeklopt ei

Spijs:

  • 100 gram amandelmeel
  • 100 gram kristalsuiker
  • 33 gram ei
  • 10 gram citroenrasp (uit potje van Dr. Oetker)

Vulling:

  • 50 gram ongezouten roomboter
  • 550 gram geschilde en in blokjes gesneden Elstar appel, of een andere appel die friszuur is en stevig blijft bij verhitting.
  • 55 gram rietsuiker
  • 5,5 gram gemalen kaneel

Karamel:

  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • beetje citroensap
  • 100 gram slagroom
  • 50 gram roomboter

Afwerking:

  • 250 ml slagroom
  • 20 gram poedersuiker
  • cacaopoeder

Werkwijze:

  • Meng bloem, basterdsuiker, fijne kristalsuiker, bakpoeder, baking soda, citroenrasp en zout met elkaar in een kom.
  • Meng de boter door dit droge mengsel
  •  Meng dan het ei door het deeg en kneed kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en leg minimaal een uur in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden (conventioneel)
  • Verdeel het deeg in tweeën en rol op een licht met bloem bestoven werkblad twee plakken uit die precies groot genoeg zijn om met de slofringen twee plakken uit te steken.
  • Vet de slofringen in met wat bakspray en zet deze op een met bakpapier beklede bakplaat en leg het deeg er weer in.
  • Maak de amandelspijs door amandelmeel met de suiker te vermengen en vervolgens het ei erdoor te doen. Als je de spijs een dag van tevoren maakt, kunnen de smaken nóg beter intrekken.
  • Verdeel de spijs in tweeën en breng op elke deegplak de spijs gelijkmatig aan. Houd een rand vrij van 1 cm rondom.
  • Zet de bakplaat in het midden van het oven en bak in ca. 26 minuten goudbruin en gaar.
  • Haal de slofring na het bakken van de slof en laat een beetje afkoelen op de bakplaat. Vlak na het bakken is de slof nog zeer breekbaar. Hevel de slof voorzichtig over naar een rooster met behulp van een taartschep of iets anders waarmee je de slof kan steunen. Laat op het rooster verder afkoelen.
  • Smelt in een ruime koekenpan de roomboter.
  • Meng de appelblokjes met de rietsuiker en de kaneel.
  • Bak de appelblokjes op een middelhoge warmtebron in de koekenpan tot ze zacht beginnen te worden, maar nog wel een “bite hebben” Dit kan even duren.
  • Verdeel de appelvulling over de twee sloffen.
  • Smelt op een laag vuur de suiker met een paar druppels citroensap voor de karamel.
  • Verwarm ondertussen in een andere pan de slagroom.
  • Als de suiker gesmolten is en goudbruin gekleurd is, voeg je al roerend de hete slagroom toe. (Pas op voor spetters, want de karamel is erg heet!)
  • Haal de pan van de warmtebron en voeg al roerend de boter toe.
  • Mocht je merken dat er wat suikergruis in je saus zit, haal het dan door een zeef.
  • De ene slof kan je met een deel van de karamelsaus bedruipen.
  • Laat de rest van de karamelsaus goed afkoelen.
  • Klop de slagroom met de poedersuiker stijf.
  • Roer er naar smaak de goed afgekoelde karamelsaus door met een spatel. Het mooiste is als niet alle karamel oplost in de slagroom, maar als er mooie strepen karamel zichtbaar blijven.
  • Doe de slagroom in een spuitzak en spuit de slagroom op de andere appelslof.
  • Zeef eventueel een klein beetje cacaopoeder over de slagroom ter decoratie.

Bron: sloffendeeg geïnspireerd op een recept uit “Banketbakkersproducten” van het NBC, overige: eigen recept

 

 

 

Magische citroen-maanzaadtaart

Onlangs kreeg ik de vraag van Uitgeverij Becht/Gottmer of ik twee nieuwe boeken van hen wilde reviewen. Nu doe ik dat bijna nooit, maar deze boeken leken me toch wel erg interessant: “Hoe bak ik zuurdesembrood” van Emmanuel Hadjiandreou en het boekje “Magische taarten, 1 beslag – 3 lagen” van Christelle Huet-Gomez. De review over het zuurdesemboek laat nog even op zich wachten, aangezien ik mijn desem “Prutteltje” voor de vakantie vaarwel heb gezegd. Ik moet dus eerst een nieuw desem starten voordat ik met het boek aan de slag kan. En natuurlijk wil ik eerst een recept uit zo’n boek proberen voordat ik er iets zinnigs over wil en kan zeggen. In ieder geval is de eerste indruk van het zuurdesemboek goed, maar hierover dus later meer.

“Magische taarten” is een compact boekje dat voor €9,95 in de winkels ligt. Een uitstekend cadeautje om aan iemand te geven die van bakken houdt dus, of misschien wel een cadeautje aan jezelf! Het boekje bevat veel foto’s, iets waar een beelddenker als ik altijd erg blij van wordt. De eerste paar bladzijden zijn gewijd aan een heldere uitleg over de do’s and don’ts voor het maken van magische taarten. Wat maakt zo’n taart magisch zal je misschien denken? Het grappige is dat met dit beslag, gemaakt met ingrediënten die je veelal standaard in je keukenkastje zult hebben staan, zich tijdens het bakken in drie verschillende lagen scheidt: een vochtige, compacte bodem, een romige, custardachtige middenlaag en een luchtige, angelfoodcake-achtige toplaag. Hoe dat allemaal in zijn werk gaat en waar je op moet letten moet je zelf maar lezen in dit leuke boekje. Nog een laatste positieve opmerking: ik heb een allergie voor boeken waarin bijna alles in eet- en theelepels, snufjes enz. wordt aangeduid. Gelukkig hebben ze het in dit boek enkel hier en daar over een eetlepel water en een enkel snufje zout, de rest staat netjes in grammen.
Ik maakte uit dit boek de citroen-maanzaadtaart, maar ik had net zo goed kunnen kiezen voor de magische vanilletaart, de gezouten boter-karameltaart, de peer-speculaastaartjes of de abrikozen-oranjebloesemtaart. En dat waren natuurlijk niet de enige recepten waar ik uit kon kiezen. Ik vond het spannend of het beoogde proces goed zou gaan, maar gelukkig was dit het geval. Uiteindelijk was het niet eens moeilijk, maar wel anders dan ik gewend ben, dus dat was even goed lezen. Gelukkig is de beschrijving duidelijk. Het resultaat was een magische taart mét de beoogde laagjes die lekker fris en romig, maar niet heel uitgesproken smaakte. Het uiterlijk van de taart is prachtig, echt iets dat je vol trots op tafel kan zetten. Enige nadeel van deze taart is dat je na het eten ervan even de aanwezigheid van maandzaadjes tussen je tanden moet controleren voordat je iemand je breedste glimlach schenkt. Deze taart wordt gemaakt in een springvorm met een diameter van 24 cm

citroen-maanzaadtaart

Ingrediënten:

Taart:

  • 120 gram eiwit van 4 eieren maat M
  • 80 gram eigeel van 4 eieren maar M
  • 150 gram fijne kristalsuiker
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 125 gram bloem
  • 30 gram maanzaad
  • 1 gram zout
  • 400 gram melk op kamertemperatuur
  • 100 gram citroensap (sap van ca. 2 citroenen)
  • 3 gram citroenrasp (van ca. 2 citroenen)

Afwerking:

  • 300 gram slagroom
  • 150 gram mascarpone
  • 45 gram fijne kristalsuiker
  • 1 citroen, geschild en in partjes gesneden
  • maanzaad ter decoratie
  • blaadjes munt ter decoratie

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 150 graden, conventioneel
  • Bekleed een springvorm met bakpapier op de bodem en klem dit vast tussen de ring en de bodem tegen het lekken.
  • Doe de eidooiers met de suiker in een kom en klop dit op met de mixer tot het mengsel luchtig en licht van kleur wordt.
  • Smelt de boter op een laag vuur en giet de nét gesmolten boter (je wilt geen roerei!) over het opgeklopt eigeel.
  • Roer de bloem, het maanzaad en het zout door het mengsel en klop het vervolgens op tot een klontvrij beslag.
  • Voeg scheutje voor scheutje de melk erbij en klop tot het een glad beslag is.
  • Roer het citroensap en de citroenrasp door het beslag.
  • Klop in een andere, compleet vet- afwasmiddel- en zetmeelvrije kom de eiwitten op tot deze luchtig zijn en in pieken blijven staan.
  • Roer de eiwitten voorzichtig met de garde door het beslag. De bedoeling is dat het eiwit in vlokjes in het beslag zichtbaar blijft.
  • Vet de springvorm in met wat bakspray.
  • Giet het beslag in de vorm en strijk dit aan de bovenkant voorzichtig glad.
  • Bak de taart in 50 minuten gaar.
  • Als de taart uit de oven komt is deze in het midden nog wat wiebelig.
  • Laat de taart in de vorm afkoelen en zet deze dan nog 1,5 in de vriezer of 2 uur in de koelkast om op te stijven.
  • Klop de koude slagroom stijf samen met de mascarpone.
  • Voeg de suiker toe als het geheel lobbig begint te worden.
  • Bestrijk de taart met de opgeklopte slagroom.
  • Ik heb de zijkant redelijk vol gezet met maanzaad. De hoeveelheid hiervan kan je natuurlijk zelf bepalen.
  • De bovenkant heb ik versierd met van schil ontdane partjes citroen die ik in een waaier legde. Helaas merkte ik wel dat de slagroom na een dag hierdoor bitter werd, warschijnlijk door enzymen die een reactie met de room aan gaan. Verstandig is om de citroen eerst even door (bijv. Taartina) afdekgelei te halen alvorens deze op de taart te leggen.
  • Met blaadjes munt maakte ik het geheel af.

Magische-taarten

Bron: “Magische taarten” door Christelle Huet-Gomez