Banketletter

Dit is een last-minute blogpost met een recept voor wie last-minute nog wat moet maken. Deze banketletter is namelijk supersimpel en supersnel op tafel te zetten. Erg fijn als je volop in de Sinterklaas stress zit omdat je surprises nog gemaakt moeten worden, je sinterklaasgedichten zulke kromme rijmwoorden bevatten dat je er eigenlijk niet onderuit kan om ze compleet te herschrijven en je ook nog eens de verlanglijstjes van iedereen door elkaar hebt gehaald en je voor oma een hippe sneakers blijkt te hebben gekocht en je zoon van 16 een abonnement op 65+magazine krijgt. Deze banketletter is niet alleen prachtig goudkleurig, hij is ook lekker bros door het bladerdeeg en goed op smaakt door de zelfgemaakte amandelspijs. Wie nog makkelijker wil doen kan natuurlijk ook een pakje amandelspijs uit de winkel halen en mengen met ei. Voor de variatie zou je ook eens een hartige letter kunnen maken met gekruid gehakt. Dit recept is goed voor 1 banketletter, in dit geval de letter S van Sint!

Ingrediënten:

  • 5 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 125 gram amandelmeel (of ontvliesde amandelen die je zelf even fijnmaalt)
  • 125 gram kristalsuiker
  • 6 gram citroenrasp (van Dr. Oetker)
  • 45 gram losgeklopt ei
  • wat losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 235 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Leg de plakjes naast elkaar op het aanrecht te ontdooien.
  • Doe amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom en roer door elkaar.
  • Meng het ei erdoor en knijp samen tot een samenhangede bal. Is het nog iets te droog, voeg dan nog een beetje ei toe.
  • Haal het plastic van de plakjes en leg ze in een rij.
  • Leg de plakjes dakpansgewijs neer met een overlap van een kleine centimeter.
  • Druk de naden goed plat.
  • Rol de amandelspijs uit tot een lange rol die twee cm korter is dan de breedte van het deeg.
  • Leg de rol op het deeg, sla aan één kant het deeg eromheen en bestrijk de kant die nog plat ligt, licht met ei.
  • Vouw deze er ook omheen zodat de spijs goed ingepakt zit en vouw de uiteinden goed toe en druk deze vast.
  • Leg de rol met de naad naar beneden in de gewenste lettervorm op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk met ei en laat dit aandrogen. Bestrijk dan nog een keer met ei.
  • Bak de banketletter in het midden van de oven gedurende ongeveer 24 minuten tot deze goudbruin en gaar is.
  • Ik wens jullie een fijne Sinterklaas!

Bron: eigen recept

Marsepein

Nu Sinterklaas met zijn gevolg eindelijk weer voet aan wal heeft gezet, is het ook weer tijd voor alle sinterklaaslekkernijen die bij deze tijd horen. Een recept dat nog op deze site ontbrak was een recept voor het zelf maken van marsepein. Welke sinterklaasrecepten er al op de site staan kan je hier vinden. Het maken van marsepein is absoluut niet moeilijk, raar dus eigenlijk dat dit mijn eerste keer was dat ik zelf marsepein maakte! Er zijn verschillende methodes om marsepein te maken. Zo is er een koude methode waarbij de ingrediënten koud met elkaar vermengd worden. Het vocht kan hierbij eiwit (uiteraard liefst gepasteuriseerd!), water of kouder suikersiroop. Bij de warme methode wordt een deel van de suiker tot suikerstroop gekookt met wat water en dan door de overige ingrediënten gemengd. Voordeel van deze methode is dat je gisting tegengaat. Tot slot is er nog de Lübekcermethode waarbij het proces grotendeels verloopt zoals bij de warme methode, maar het geheel wordt hierbij verhit door stoom. Dit geeft een zoetere smaak met een lichte hint van karamel. Als smaakstof kan bijvoorbeeld een beetje citroensap, citroenrasp, marasquinlikeur of cacaopoeder toegevoegd worden. Let wel op dat de toegevoegde smaken niet zo gaan overheersen dat de amandelsmaak wegvalt. Werk altijd zorgvuldig en schoon, dan blijft je marsepein zo lang mogelijk houdbaar. Ik maakte met dit receptje 5 kleine figuurtjes. Deze marsepein is ook geschikt om een taart mee te bekleden.

marsepein

Ingrediënten:

  • 50 gram gezeefde poedersuiker
  • 60 gram gezeefd amandelmeel (dit kan je kant en klaar kopen of zelf van ontvliesde amandelen in de keukenmachine malen)
  • 10 gram poedersuiker
  • 30 gram water
  • 3 gram marasquinlikeur (ook andere smaakstoffen zijn mogelijk)
  • Levensmiddelenkleurstof, liefst sterk geconcentreerde gel.

Werkwijze:

  • Doe de gezeefde poedersuiker en het gezeefde amandelmeel in een kom en roer even door elkaar.
  • Kook in een steelpannetje de poedersuiker met het water tot het plakkerig begint te worden.
  • Giet dit bij het suiker-amandelmengsel en roer goed door met een spatel.
  • Voeg de gewenste smaakstof toe en kneed tot een samenhangend geheel.
  • Verpak in huishoudfolie en leg minstens een uur in de koelkast tot het geheel wat is opgesteven.
  • Nu kan het boetseren beginnen!

Aanwijzingen voor het Pietje:

  • Kleur een balletje marsepein met wat cacaopoeder.
  • Druk met beide duimen het balletje iets plat, je hebt nu direct de oogkassen.
  • Maak voor de hoed een dik worstje en bol de linkerkant iets hoger op dan de andere kant.
  • Plak de hoed op het hoofd.
  • Neem een dun gekleurd strookje en rol dit uit tot een koordje, druk het wat plat tot een lint en dek hier de naad tussen de hoed en het hoofd af.
  • Maak met dezelfde kleur een veer voor op de hoed. Maak hier wat groefjes in met een mesje.
  • Kleur ene beetje marsepein zwart. Maak twee kleine balletjes, druk dit ene beetje plat en maak in het midden een ronde inkeping. Dit is het haar. Plak het aan weerszijden van het hoofd direct tegen de hoed aan.
  • Maak met een bolvormig boetseerstaafje de oogkassen nog iets ronder en leg hier twee blanke marsepeinen bolletjes in. Leg op beide ogen een piepklein zwart bolletje marsepein en druk licht aan. Maak met het zwart ook twee wenkbrauwen.
  • Druk de neus van piet iets omhoog met een boetseerstaafje en geef hem neusgaten. Kerf ook een streepje waar de mond moet komen. Leg hier een dun rood streepje marsepein in.
  • Maak een halve cirkel van blanke marsepein. Maak een uitsparing voor het hoofd. Maak aan de ronde zijde verticale groeven en druk het geheel onder het hoofd. Klaar is Piet!

Aanwijzingen voor Sinterklaas:

  • Kleur een stukje marsepein met ivoorkleur. Maak er een balletje van en druk met beide duimen op het bolletje zodat dit wat platter wordt en er een neus en oogkassen ontstaan.
  • Maak met een bol boetseerstaafje de ogen iets dieper en de neus wat scherper en geef sint neusgaten.
  • Geef sint ogen met twee blanke balletjes marsepein en maak van twee piepkleine balletjes zwartgekleurde marsepein sinterklaas pupillen. Geef sint ook twee wenkbrauwen door twee dunne sliertjes blanke marsepein te rollen en deze boven de ogen te plakken.
  • Maak met blanke marsepein een snor en een baard. Kras hier met een mesje in zodat het net echte haren zijn.
  • Kleur een stukje marsepein rood en vorm dit tot een mijter. Kerf een kruis in de mijter en leg dit in met dunne sliertjes blanke marsepein en strijk het geheel glad. Maak van dezelfde rode kleur rode linten die aan de mijter hangen.
  • Klaar is Sinterklaas!

Aanwijzingen voor de wortel:

  • Kleur wat marsepein met oranje voedingskleurstof.
  • Rol het met je vingers een dikke rol, de afdrukken van je vingers mogen best zichtbaar zijn, een wortel bestaat immers ook uit een soort van banden. Rol de ene kant iets dunner dan de andere kant.
  • Maak met een mesje insnijdingen in de wortel.
  • Kleur een klein stukje marsepein groen. Maak een balletje en druk dit plat. In het midden snijd je het platte schijfje in en kras met een mesje wat structuur in het wortelloof. Druk het loof vast in de wortel.

Aanwijzingen voor het varkentje (varkentjes zijn verbonden geraakt aan sinterklaas omdat het in november slachttijd was en het net even iets meer mocht zijn, rond deze tijd kwamen er luxe marsepeinen vormpjes van worsten, speklapjes en varkentjes in de bakkerijetalages te liggen en dit was natuurlijk ook net de tijd van sinterklaas) :

  • Kleur een flinke hoeveelheid marsepein roze. Maak een groter (lijf) en een wat kleiner (kop) balletje en zet deze met iets verloop op elkaar.
  • Maak vier kleine balletjes en zet deze onder het lijf van het varkentje. Maak een klein balletje en druk deze plat tot een schijf.
  • Maak met een kogelvormig boetseerstaafje twee gaatjes in dit schijfje en plak het op de kop van het varkentje.
  • Maak twee kleine balletjes van blanke marsepein en plaats deze op de kop van het varkentje.
  • Maak twee piepkleine balletjes van zwarte marsepein en duw deze op de oogjes.
  • Maak twee driehoekjes van roze marsepein en plak de oortjes op het kopje.
  • Natuurlijk mag het staartje niet ontbreken; maak een lief krulletje aan de achterkant van het varkentje.

Bron: eigen recept.

marsepein achterkant varkentje

Oud Hollandse pepernoten

Vinden jullie ze ook zo lekker, die zacht-taaie brokken oud-Hollandse pepernoot met die heerlijke anijssmaak? En dan bedoel ik absoluut niet die uitgedroogde dingen die je soms in de winkel koopt en die met een beetje pech al zo lang geleden zijn gebakken dat ze piepen langs je tanden…brrr!
Ik durf met zekerheid te zeggen dat je deze zelfgebakken pepernoten (ja, dít zijn pepernoten, en dít zijn kruidnootjes: kruidnootjes) niet kan weerstaan en ze niet eens de kans krijgen om goed af te koelen! Toen we bezoek kregen en we een schaal vol pepernoten tijdens een gezellige spelletjesmiddag presenteerden, bleek dat ik wel drie keer zoveel had mogen maken… Gelukkig maar dat ze eenvoudig opnieuw te maken zijn! Mocht je zin hebben gekregen om nog meer Sinterklaaslekkers te bakken, boek dan een Sinterklaas workshop waarbij we heerlijke taaitaai, speculaasjes en banketstaaf maken.

Oud-Hollandse pepernoten

Ingrediënten:

Basisdeeg:

  • 250 gram roggebloem (liefst type luxe 00)
  • 200 gram honing
  • 85 gram water

Doorbraken:

  • 3,75 gram gezeefd bakpoeder
  • 0,9 gram gemalen kaneel
  • 1,8 gram koek en speculaaskruiden
  • 1,8 gram gemalen anijs

Overig:

  • roggebloem
  • slaolie

werkwijze:

  • Doe de roggebloem in een hittebestendige kom (liefst van een standmixer).
  • Breng het water en de honing in een steelpan aan de kook.
  • Als het goed borrelt, de inhoud van de pan bij de roggebloem en meng direct door elkaar tot alles is opgenomen.
  • De deegtemperatuur moet ideaal gezien tussen de 63 en 65 graden Celsius liggen.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en koel snel terug.
  • Laat het deeg liefst 24-48 uur in de koelkast liggen.
  • Kneed na de rusttijd de koek- en speculaaskruiden, kaneel en bakpoeder door het deeg tot alles goed is opgenomen.
  • Rol uit tot een plak van 2 cm. dikte. (gebruik eventueel wat roggebloem als strooibloem tegen het plakken)
  • Snijd banen van 2 cm. en rol deze tot het hoekige eraf is.
  • Snijd de rollen op in stukjes van 2 cm.
  • Doe in een schaal en besprenkel met een scheutje olie en schudt goed om zodat elk stukje deeg bedekt is met olie (dit voorkomt het aan elkaar plakken van de pepernoten tijdens het bakken)
  • Bedek een ovenschaal met bakpapier en strooi hier de pepernoten in. De laag moet ongeveer 1,5 pepernoot dik worden. Door het gewicht en het rijzen drukken de pepernoten tegen elkaar aan en krijg je de grillige vormen.
  • Verwarm de oven voor op 185 graden Celsius (conventioneel).
  • Bak de pepernoten in ca. 35-40 minuten gaar en goudbruin.
  • Haal de pepernoten na het bakken los en laat afkoelen.

Bron: eigen recept.

Speculaasstaaf

Als je blogt, maak je weinig dingen meerdere keren. Je zoekt steeds naar nieuwe, lekkere dingen om te maken. Toen ik mijn lijstje met sinterklaaslekkernijen eens bekeek, stonden daar veel “standaard” dingen al op: chocoladeletter, banketstaaf, gevulde speculaas, kruidnootjes en speculaasjes, ik heb het allemaal al eens gemaakt. Maar natuurlijk willen we ook dit jaar weer smullen van wat lekkers op pakjesavond. Toen bleek dat een speculaasstaaf nog ontbrak in het rijtje van “al gemaakte sinterklaasbaksels”. Ik vrees dat hij pakjesavond niet gaat halen, want: te lekker en pakjesavond nog te ver weg, maar we zullen er niet minder om smikkelen, en ik heb meteen iets lekkers om te presenteren bij de sinterklaas bakworkshops die ik deze week geef. Dit recept is goed voor 2 speculaasstaven met een lekker brosse buitenkant en een heerlijk rijke amandelspijsvulling.

Speculaasstaaf

Ingrediënten:

  • 125 gram zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 125 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 2,5 gram zout
  • 250 gram (Zeeuwse) bloem
  • 12,5 gram speculaaskruiden
  • 2 gram dubbel koolzure baksoda
  • 25 gram karnemelk
  • 300 gram amandelspijs
  • 1 ei
  • wat losgeklopt ei om te bestrijken
  • geschaafde amandelen

Werkwijze:

  • Roer in een kom de boter met de suiker en het zout tot een goed gemengd geheel.
  • Zeef in een andere kom de bloem, speculaaskruiden en de baksoda en roer met een garde goed door elkaar.
  • Voeg het bloemmengsel toe aan het botermengsel en kneed tot een zanderig mengsel.
  • Voeg de karnemelk toe en kneed kort tot een samenhangend deeg.
  • Verpak het deeg in huishoudfolie en laat minimaal een uur rusten in de koelkast, het liefst 24 uur zodat de smaken goed in het deeg kunnen trekken.
  • Maak de amandelspijs aan door de spijs in kleine stukjes te snijden, een ei toe te voegen en dit er goed doorheen te prakken tot alle klontjes verdwenen zijn.
  • Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad tot een rechthoekige lap van ca. 25 X 33 cm.
  • Snijd het deeg langs de lange kant in twee gelijke stukken.
  • Verdeel de spijs in twee gelijke porties.
  • Leg op elk stuk deeg een portie spijs en vorm tot een langwerpige worst van gelijkmatige dikte. Laat aan de uiteinden wat ruimte over.
  • Rol het deeg op om het spijs en leg de staag met de naad naar onderen op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk de staven met wat losgeklopt ei en bestrooi met geschaafde amandelen.
  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Zet de staven een kwartier in de koelkast om op te stijven.
  • Bak de staven in 23-25 minuten bruin en gaar.
  • Laat ze afkoelen op een rooster en bewaar in een luchtdicht afgesloten trommel of zak.

Bron: Banketbakkersproducten, NBC.

Pietenkoeken

Onderstaande blogpost is geschreven door mijn vriendin Marjolein. We bakken samen regelmatig en ook als ik wil proefdraaien voor een workshop is ze altijd vrijwillig proefkonijn. Tijdens één van onze bakbijeenkomsten bedacht ze deze pietenkoeken. Te leuk om niet te bloggen, dus heb ik haar gevraagd of een gastblog wilde vertellen hoe je deze Pietenkoeken zelf ook kan maken.

“Aankomende zaterdag is het alweer zover… Dan komt de stoomboot met Sinterklaas, Pieten en zijn schimmel weer aan in ons land. Een eeuwenoude traditie waar op dit moment erg veel om te doen is. Voor de kleintjes niet minder spannend, maar voor de volwassenen een ethische discussie die af en toe wel wat kopzorgen met zich meebrengt. Ondanks dat gaan we er zeker voor de kleintjes toch weer een feest van maken! Wat is er nu mooier dan die gezichtjes vol verwachting en spanning, alleen de voorpret al… Natuurlijk kennen we allemaal de chocoladeletters, pepernoten, marsepeinen figuurtjes, borstplaat, speculaaspoppen en al het andere Sinterklaas-snoepgoed. Soms is het leuk om een keer wat anders te doen…  En zo zijn de Pietenkoeken ontstaan… 

Mannin en ik zijn naast vriendinnen ook bakmaatjes. Naast kletsen over alledaagse dingen, kunnen we het ook uren over brood, koekjes, taarten, cakejes en andere baksels hebben. Ik mag nogal graag aan recepten sleutelen en nieuwe dingen uitproberen. Krijg dan ook regelmatig van Mannin te horen: ‘je moet je recepten opschrijven, weet je dat nou nog niet?!’. Euh… ja, ik weet het, maar in the heat of the moment en mijn enthousiasme vergeet ik dan toch een notitie te maken…

Tijdens een avondje kletsen over van alles en nog wat en natuurlijk baksels, ontstonden de Pietenkoeken. Mannin opperde dat ik wel een gastblog kon schrijven, meteen een mooie stok achter de deur om mijn recept op te schrijven. Juist, euh… dat was niet helemaal de bedoeling. Ik dacht ik fantaseer wel wat en laat de expert de uitvoering doen, maar nee, zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. Het werd dus tijd om mijn chaos aan ideeën te organiseren en een uitvoering te maken…

Waarvan hier het resultaat… Een leuke activiteit om met kinderen op een koude winterdag zo vlak voor Sinterklaas te ondernemen. Waarbij de keuze gemaakt kan worden om sommige onderdelen alvast vooruit te maken. Alvast heel veel bak- en knutselplezier en natuurlijk een heel gezellige Sinterklaasavond!

Pietenkoeken

De basis
Als basis heb ik koeken van een cakebeslag gemaakt. Deze heb ik gemaakt in 8 tartelettevormpjes van 10 cm doorsnede. Voor de koeken heb ik zelf gebruik gemaakt van onderstaande variaties, maar natuurlijk zijn er nog veel meer mogelijkheden…

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius. Doe alle afgewogen ingrediënten in een kom en meng alles met de mixer tot een glad en luchtig beslag. Vet de tartelettevormpjes in, zet ze op een rooster of bakplaat en vul ze met het beslag. Zelf heb ik ze per stuk met een paletmes zo afgestreken dat er in het midden een beetje een kuiltje ontstaat. Tijdens het baken zullen de koeken gaan rijzen en om te voorkomen dat het hele bolle Pietjes worden werkte dit bij mij prima. Alles alle vormpjes gevuld zijn kunnen ze in de voorverwarmde oven, een half uur op 160 graden Celsius. Ovens kunnen wat afwijken, dus houd goed in de gaten of ze niet te donker worden. Om te checken of de koeken gaar zijn kan altijd de saté-prikkerproef gedaan worden… Als de saté-prikker schoon uit de koek komt, zijn de koeken gaar.  

Vanille koeken (8 stuks)

  • 200 gram zachte roomboter
  • 200 gram kristalsuiker
  • 200 gram bloem
  • 4 eieren (op kamertemperatuur)
  • merg van een half vanillestokje

 8 tartelettevormpjes

 Boter om de vormpjes in te vetten

Chocoladekoeken (8 stuks)

  • 200 gram zachte roomboter
  • 200 gram kristalsuiker
  • 200 gram bloem
  • 4 eieren (op kamertemperatuur)
  • 100 gram melk (op kamertemperatuur)
  • 50 gram cacao

8 tartelettevormpjes

Boter om de vormpjes in te vetten

Kruidkoeken (8 stuks)

  • 200 gram zachte roomboter
  • 200 gram kristalsuiker
  • 200 gram bloem
  • 4 eieren (op kamertemperatuur)
  • 100 gram melk (op kamertemperatuur)
  • 30 gram koekkruiden

8 tartelettevormpjes

Boter om de vormpjes in te vetten

De vulling

Om de versiering straks goed te laten plakken heb ik een boter crème gemaakt. Hiervoor heb ik eerst zelf banketbakkersroom gemaakt.

Banketbakkersroom

  • 12 gram bloem
  • 1 eidooiers
  • 35 gram suiker
  • 125 gram melk
  • Het merg van een ½ vanillestokje

Halveer het vanillestokje en schraap uit de ene helft het merg. De andere helft kan je gewoon bewaren, mits deze in een goed afgesloten verpakking weggelegd wordt. Doe in een pan 100 gram melk, 20 gram suiker en het vanillemerg en breng dit aan de kook. Roer in een kom de twee eidooiers, de bloem , 15 gram suiker en de overige 25 gram melk goed doorelkaar met een garde. Wanneer het mengsel met de melk, de vanille en de suiker aan de kook is, giet je dit bij het koude mengsel (let op: niet het koude mengsel bij het warme!). Roer het warme en koude mengsel in de kom goed door en schenk daarna terug in de pan. Breng het complete mengsel aan de kook en laat dit op een laag vuur ongeveer 3 minuten garen. Blijf wel voorzichtig roeren, anders blijft alles aan de bodem van de pan plakken. Als het gaar is, merk je ook dat het een stevig mengsel geworden is. Doe de banketbakkersoom in een diep bord en dek af met verhoudfolie (leg dit echt op de banketbakkersoom) om te voorkomen dat er een vel op komt. Laat het nu afkoelen (niet in de koelkast).

Boter crème

  • 125 gram zachte roomboter
  • 30 gram poedersuiker
  • De banketbakkersroom

Klop de boter en de poedersuiker met de mixer tot een luchtig, romig mengsel. Wanneer de banketbakkersroom afgekoeld is, deze even goed doorroeren voordat deze bij het mengsel van boter en poedersuiker gaat. Let op dat het temperatuurverschil tussen de boter en de banketbakkersroom zo klein mogelijk is om schiften en klontjes te voorkomen. Klop nu het botermengsel en de banketbakkersroom tot een gladde crème.

De afwerking

Als de koeken afgekoeld zijn kan je ze bestrijken een dun laagje van de boter crème. Dit kan natuurlijk naar smaak. De boter crème is vooral bedoeld om een plaklaagje te creëren voor de fondant en om de oneffenheden in de koeken een beetje weg te werken. Wanneer de koeken heel erg bol geworden zijn, kan je er ook nog voor kiezen eerst  met een scherp mes wat van de bovenkant af te snijden. Wanneer alle koeken bestreken zijn met een laagje boter crème kan je ze het beste even in de koelkast zetten om de crème een beetje op te laten stijven. Dit werkt straks makkelijker bij het versieren.

Nu zijn eigenlijk alle voorbereidingen getroffen en is het tijd om te gaan versieren!

Hiervoor heb ik verschillende kleuren fondant gebruikt. Omdat ik niet zo vaak iets met fondant maak, ben ik creatief geweest en heb verschillende bakgereedschappen uit de kast getrokken om de vormpjes uit te steken. Ook voor het uitrollen heb ik een gewone deegroller gebruikt. Ik geef toe, het is niet ideaal, maar ondanks dat is het resultaat best goed. Het gaat natuurlijk ook om de activiteit en niet te vergeten: de smaak. Daarvoor raad ik aan de fondant zo dun mogelijk uit te rollen, zeker omdat het anders daar waar meerdere lagen zitten wel heel erg zoet wordt.

Voor de basis heb ik een kookring gebruikt die net iets groter is dan de tartelettevormpjes. Voor de Pietenpet heb ik dezelfde ring gebruikt en deze met een scherp mesje golvend afgesneden. Om alles aan elkaar te plakken heb ik een schaaltje met een heel klein laagje water neergezet en alles met mijn vinger (niet te nat) heel voorzichtig ingesmeerd. Voor de oorbellen en het mondje van de middelste Piet heb ik verschillende maten gladde spuitmondjes gebruikt. De veren en de andere mondjes heb ik uit de hand gesneden en het neusje is een gerold bolletje fondant. Voor de oogjes heb ik voor makkelijk gekozen, dit zijn suiker oogjes.

Ik zou zeggen, laat je fantasie de vrije loop, want volgens mij zijn er dit jaar heel veel verschillende variaties van Pietjes mogelijk! Heel veel bak- en knutselplezier!”

Taaitaai met anijs

December lijkt zo’n maand te zijn waarin al mijn langgekoesterde wensen in vervulling gaan. Zo maakte ik de laatste tijd al een chocoladeletter waarvan ik al heel lang op zoek was naar een vorm hiervoor en ook een koekhuisje maken intrigeerde mij al heel lang en dit lukte met behulp van een nieuwe vorm ook eindelijk. Ook dit taaitaai project waar ik je nu over ga vertellen was zo iets wat ik al heel lang wilde maken, maar waar ik geen goede vorm voor kon vinden. Taaitaai planken bleken wel te koop, maar enkel antieke exemplaren die tegen torenhoge prijzen verhandeld (hopen te) worden. Taaitaai wordt nog steeds gebakken, dus ik vond het raar dat ik geen nieuwe taaiplanken kon vinden. Wederom was het lang leve het wereldwijde web, want na rondvragen in de Foodbloggersgroep op Facebook, diverse oproepjes op Twitter te hebben geplaatst en een aantal mensen en bakkerijmusea aangeschreven te hebben bleek dat nieuwe planken niet meer verkrijgbaar zijn. Maar…toen was daar Jan Kemper die ons (de foodbloggers) graag wilde helpen en het maken van een taaiplank een leuke uitdaging vond. Ook hij ging op zoek naar waar een taaiplank aan zou moeten voldoen, won inlichtingen bij een bakkerijmuseum en probeerde het een en ander uit. Kortom: het werd een grote zoektocht waar veel mensen bij betrokken waren. Toen bleek dat Jan de taaiplank wel kon maken was het enige struikelblok nog het ontwerp. Toen bleek Nadine van http://nadinebakes.tumblr.com/ uit de Foodbloggersgroep dit klusje wel op zich te willen nemen, en met een geweldig resultaat! Ze ontwierp een grote taaiman en twee kleinere plankjes met een Pietenhoofd en een Sinterklaashoofd. Het ontwerp werd ingediend en Jan ging ermee aan de slag. Gisteren had ik het resultaat van al die noeste arbeid in mijn brievenbus liggen. Na mijn noeste arbeid kwamen er erg mooie taaitaai-tjes uit de oven die ook nog eens heerlijk smaakten. Weer iets afgerond waar ik al jaren van droomde!  Wil je zien hoe de grote taaipop er uit ziet? Kijk dan even bij het stukje van Nadine over de grote taaipop. De genoemde aantallen zijn goed voor ca. 18 kleine taaitaai-tjes.

Taaitaai vorm

 

Ingrediënten:

  • 190 gram bruine basterdsuiker
  • 140 gram honing
  • 100 gram water
  • 230 gram Zeeuwse bloem
  • 200 gram roggebloem
  • 4 gram zout
  • 15 gram gemalen anijszaad
  • 35 gram honing
  • 10 gram bakpoeder
  • 10 gram azijn
  • 1 losgeklopt ei

Werkwijze:

  • Meng in een kom de Zeeuwse bloem, het roggemeel en het zout.
  • Doe de basterdsuiker, de honing en het water in een steelpan en breng dit aan de kook.
  • Voeg dit kokende mengsel bij het bloemmengsel en roer goed door elkaar tot een egale massa.
  • Verpak in huishoudfolie en zet een dag in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius, conventioneel.
  • Kneed het anijspoeder, de honing en het  gezeefde bakpoeder door het deeg.
  • .Kneed tot slot de azijn door het deeg. doe dit vooral niet direct, anders gaat de werking van het bakpoeder verloren.
  • Bebloem de plankjes en tik de overtollige bloem eruit.
  • Druk het deeg in het vormpje, tot het tot de rand gevuld is.
  • Haal het deeg uit het vormpje en leg op een vel bakpapier of op een siliconen bakmatje.
  • Herhaal dit tot het matje vol is.
  • Bestrijk de figuurtjes met losgeklopt ei.
  • Laat het ei aandrogen.
  • Bestrijk nog een keer met losgeklopt ei en doe de koekjes in de oven.
  • Bak de taaitaaifiguurtjes ca. 11 minuten in de voorverwarmde oven.
  • Laat kort afkoelen op een rooster en bewaar in een goed afgesloten trommel.

Bron: aangepast recept met als inspiratie een recept uit “De banketbakker” van Cees Holtkamp

Roomborstplaat

Eén van de sinterklaas lekkernijen die nog ontbrak op baksels.net was borstplaat. Omdat we morgen sinterklaas vieren én omdat er een vriendin op bezoek kwam die ook graag in de keuken vertoefd, leek me dit een mooie gelegenheid om dit zoete goedje te maken. Maar niet zonder me afgevraagd te hebben waar de naam “borstplaat” eigenlijk vandaan komt. Na een zoektocht op het internet kwam ik uit bij het “Genootschap van onze taal”. Volgens dit genootschap werd dit zoete snoepje in vroegere tijden gebruikt als middeltje tegen de hoest gebruikt. Het beschermde de borst en het hart. Pas later werd het medicijn gekoppeld als snoepgoed bij het Sinterklaasfeest. De snoepjes komen in diverse vormen voor, maar zijn altijd plat, vandaar ook de naam “plaat”. Daarnaast is er ook een deel van het harnas dat borstplaat heet en het hart beschermde. Zowel het “snoepje” en de metalen plaat van het harnast beschermden dus de borst. Er bestaan 3 soorten borstplaat: zachte-, harde- en roomborstplaat. Ik maakte vandaag roomborstplaat. Mijn vriendin en ik hadden verwacht dat het een heel simpel klusje zou zijn, maar uiteindelijk hadden we meer dan 1 poging nodig om het goed te krijgen. De eerste keer kwam de borstplaat bijv. niet goed uit de vormpjes. Maar met 2 kleine testertjes in de keuken die ons maar al te graag hielpen, werd ons snel duidelijk dat onze pogingen in ieder geval smakelijk waren. Geen kruimpje bleef er over en handen en gezichten kleefden. Heerlijk die gezelligheid!

Roomborstplaat

Ingrediënten:

  • 500 gram poedersuiker
  • 100 gram slagroom
  • 1 zakje (8 gram) vanillesuiker

Werkwijze:

  • Leg heel licht met olie ingevette uitsteekvormpjes of een natgemaakte en afgeschudde borstplaatmat op een siliconen bakmat.
  • Roer de poedersuiker, slagroom en vanillesuiker door elkaar tot een stroperige, klontvrije massa.
  • Neem een 1/3 van de massa en doe dit in een steelpan met dikke bodem.
  • Verwarm dit geheel al roerend op een matige warmtebron tot ca. 95 graden Celsius. Het mag beslist niet koken!
  • Vanaf nu moet je snel werken: neem de pan van de warmtebron en giet zo snel mogelijk het borstplaatmengsel in de koekvormpjes of de borstplaatmat. Het is ook mogelijk om zonder vormpjes kleine ronde plaatjes te gieten op de bakmat. Werk snel, want zodra het mengsel afkoelt is het niet meer te gieten.
  • Laat de borstplaat goed hard worden. Keer, indien je koekvormpjes gebruikt, de vormpjes na 15 minuten om en laat verder uitharden.
  • Zodra de borstplaat goed is uitgehard, kan je deze voorzichtig ontvormen.
  • Herhaal met de overige 2/3 van het suikergoedje nog 2 keer het proces van verwarmen, gieten en opstijven.

p.s. in plaats van vanillesuiker is ook een drup limonadesiroop en iets kleurstof te gebruiken voor borstplaat met een smaakje naar keuze. Ook cacaopoeder en instantkoffie worden wel gebruikt om borstplaat op smaak en kleur te brengen.

Dit recept komt uit: “Banketbakkersproducten” van het NBC.

Pebernødder (Deense pepernoten)

Pepernoten blijken wijd verspreid te zijn over Europa, tot mijn verbazing kent ook Denemarken deze koekjes, al zijn ze daar niet gekoppeld aan het Sinterklaasfeest, maar aan Kerstmis. Het was een donkere, druilerige vrijdagmiddag en onze jongste had een vriendje te spelen. Het vriendje vond het bar interessant wat ik allemaal in de keuken aan het doen was en stak overal (letterlijk) zijn neus in, want hij vond het overal zo lekker ruiken! Op zijn hurken zat hij voor de oven te kijken naar hoe ik brood aan het bakken was, iets dat onze kinderen allang niet meer doen, zij weten inmiddels wel wat daar binnen gebeurt! Maar zodra de ovendeur open gaat, zijn ook zij er als de kippen bij, want dan wordt het pas écht interessant naar hun mening! Met Sinterklaas weer in het land, vond ik het wel een leuk idee om pepernoten met de kinderen te gaan bakken. Wie mijn stukje over de Pratie cake heeft gelezen, weet inmiddels dat een foodblogger liever niet 2X hetzelfde recept maakt, en kruidnoten, díe stonden al op baksels.net! Dit keer bracht mijn Deense bakboek uitkomst: er bleek een recept voor échte pepernoten in te staan! Gezellig stond ik even later met de kinderen in de keuken te kneden, balletjes te rollen en te bakken. Het leuke is dat ze bij zo’n recept veel zelf kunnen doen en de baktijd niet al te lang is, zodat het voor kinderen van 4 en 6 jaar goed te overzien is. Na het afkoelen bleek dat de pepernoten hun naam hun eer aan deden, ze waren heerlijk, maar met een erg peperige nasmaak. (Ondanks dat ik het recept had aangehouden). De kinderen leken het niet erg te vinden, weliswaar met een glas water erbij in de aanslag, hadden ze de pepernoten snel op. De dag erop maakten we ze nog een keer en die versie bleek helemaal goed te zijn. Het recept is goed voor zo’n 80 pepernoten.

Pebernodder

 

Ingrediënten:

  • 125 gram zachte boter op kamertemperatuur (niet smelten!)
  • 110 gram fijne kristalsuiker
  • 1 ei (M)
  • 250 gram bloem
  • 1/2 theelepel gemberpoeder (1,2 gram)
  • 1/2 theelepel kardemompoeder (1,3 gram)
  • 1/2 theelepel gemalen kaneel (1,4 gram)
  • 2 gram gemalen witte peper
  • 8 gram bakpoeder

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, hetelucht.
  • Roer de boter en de suiker goed door elkaar heen tot een zachte, romige massa.
  • Voeg het ei toe en roer nog eens goed.
  • Zeef de bloem en specerijen bij het botermengsel.
  • Zeef met een fijn theezeefje de bakpoeder erbij.
  • Kneed alles kort door elkaar tot een glad, samenhangend deeg.
  • Maak kleine bolletjes van het deeg.
  • Leg deze op enige afstand van elkaar op een met bakpapier of een siliconenbakmatje beklede bakplaat.
  • Druk ieder bolletje iets plat tot het de vorm van een pepernoot heeft.
  • Bak de pepernoten in ca. 6-7 minuten licht-goudbruin en gaar.
  • Laat afkoelen op de bakplaat en bewaar in een luchtdichte trommel.

Bron: het Deense boek: “Grigos Hjemmebag – i tykke skiver og store mundfulde” van Markus Grigo.

Chocoladeletter

Vandaag weer een realisatie van iets waar ik al jaren van droomde: zelf chocoladeletters maken. Natuurlijk kan je een kant en klare letter kopen en deze verder versieren, maar dat voelde toch niet “echt”. Nog een mogelijkheid is om de chocoladeletter met een spuitzak te spuiten en deze te laten uitharden, maar ook dat was niet helemaal wat ik in mijn hoofd had, ik wilde het “echte werk”. Dus op zoek naar een vorm…zie die maar eens te vinden, bij maar weinig winkels zit zoiets in het assortiment. Specialistische bakkerijgroothandels hebben deze “blokvormen” vaak wel, maar om nou direct het hele alfabet af te nemen tegen een prijs van €25,- excl. was mij iets te gortig. Gelukkig liep ik vorig jaar tegen deze blokvormen aan bij www.bouwhuis.com uit Rijssen. Het zijn geen goedkope vormen, maar ik kon ze daar tenminste per letter bestellen. Dus wat doet een vrouw die graag iets wil kopen: die zegt tegen zichzelf dat ze het écht nodig heeft en als ze zichzelf daarvan overtuigd heeft (wat meestal weinig moeite kost) is de koop gesloten. Zo geschiedde het ongeveer ook bij mij. Blij als een kind nam ik vorig jaar net na Sinterklaas de letter van de postbode in ontvangst. Helaas was Sinterklaas al voorbij en de zin om chocoladeletters te maken ook, kerst stond immers alweer op de stoep! Dit jaar kwam de vorm dan echt uit de kast om daadwerkelijk gebruikt te worden. Een spannend karweitje was het wel, want chocolade is een goedje dat alleen bij de juiste behandeling goed uit de vorm komt, blijft glimmen en een goede structuur krijgt. Ontzettend handig bleek in deze mijn couverture smeltbak van Städter. Deze bak smelt de chocolade en houdt deze op de juiste ingestelde temperatuur. Het is handiger dan au-bain marie verwarmen omdat chocolade snel aanbrandt en slecht tegen vocht kan. Bovendien heb ik op die manier al een aantal digitale thermometers kapot gekregen omdat deze niet tegen het magnetische veld van een inductieplaat blijken te kunnen. Dat mijn smeltbak zijn werk goed had gedaan bleek toen ik de letter uit de vorm haalde: de letter kwam makkelijk en glimmend uit de vorm en bleef ook na een paar dagen nog mooi. (Dat was een klein rondedansje waard, want ik heb al vele malen chocolade proberen te gieten, maar vaak was het resultaat niet naar tevredenheid). De letter kan naar eigen inzicht versierd worden met een contrasterende kleur chocolade, vormpjes van gegoten chocolade, suikerfiguurtjes enz.

Chocoladeletter

Ingrediënten:

  • 200 + gram (melk)chocolade (Ik gebruikte een blokvorm voor een letter van 200 gram)
  • Witte chocolade
  • Voedingskleurstof

Werkwijze:

  • Zorg voor een schone vorm.
  • Smelt de chocolade au-bain marie of in een couverture smeltbak tot 47 Graden Celsius (probeer hier niet bovenuit te komen, chocolade verbrandt bij een lage temperatuur en wordt dan onbruikbaar).
  • Koel terug naar 30 graden Celsius,
  • Giet de chocolade in de vorm.
  • Tik de vorm een paar keer op het werkblad (dribbelen) om de luchtbelletjes eruit te krijgen.
  • Zet de vorm in de koelkast en koel de chocolade terug tot deze 12 graden is. Dit veroorzaakt de nodige krimp die het makkelijker maakt de chocolade straks uit de vorm te krijgen.
  • Als de chocolade de 12 graden heeft bereikt en hard is, de vorm uit de koelkast halen, de chocolade uit de vorm halen.
  • Smelt witte chocolade op dezelfde manier als de melkchocolade, alleen is bij witte chocolade de verwerkingstemperatuur 29 graden.
  • Doe de witte chocolade in een wergwerpspuitzak of een stevige diepvrieszak en knip hier een puntje af.
  • Versier de letter met witte lijntjes.
  • Kleur de overgebleven witte chocolade met kleurstof die geschikt is voor chocolade. Gebruik het liefst een kleurpoeder of een speciale gel die weinig vocht bevat.
  • Giet de chocolade in de (in mijn geval) mijtervormpjes of spuit een mijtervorm (of elke andere toepasselijke vorm die je maar wilt) op een vel bakpapier. Gebruik hiervoor ongekleurde witte chocolade voor de dwarsstrepen en de roodgekleurde witte chocolade voor de rest van de mijter.
  • Behandel deze gegoten of gespoten vormpjes hetzelfde als de eerder gemaakte chocoladeletter.
  • Als de mijters hard zijn kan je ze vastzetten op de letter met een dotje gesmolten chocolade. Zo kan je ook suikerfiguurtjes (Xenos heeft leuke sinterklaasfiguurtjes van suiker te koop) of snoepjes vastzetten.
  • Bewaar de versierde letter op een koele plek of op kamertemperatuur in een vochtvrije verpakking.

Leuk om te maken en aan iemand te geven als schoencadeau met een persoonlijke touch!

Taaitaai

Naast kruidnoten, pepernoten, banketstaven, speculaasjes, schuimpjes, chocoladeletters en gevulde speculaas hoort taaitaai natuurlijk ook helemaal bij het Sinterklaasfeest. (Wat een lange rij lekkernijen speciaal voor een feest dat feitelijk maar 1 dag duurt!)
In voorgaande jaren heb ik al een aantal pogingen gewaagd om taaitaai te maken. Diverse recepten passeerden de revue, maar ik bleef ruzie houden met deze sinterklaaslekkernij. Tot een tijdje geleden “Het Nederlands bakboek” geschreven door Gaitri Pagrach-Chandra op de mat plofte. Een boek met vele Nederlandse baksels, waaronder taaitaai. Ik besloot nog één keer te proberen om taaitaai te maken. Gelukkig maar, want deze keer blijkt het wonderwel gelukt. Het was wel weer even stoeien met de noteringen in 1/4 of 1/8 theelepel, doe mij maar de aanduiding in grammen. Voor de bezitters van een lepelweegschaal of een andere precieze weegschaal heb ik de grammen erbij gezet.

Taaitaai

Ingrediënten:

  • 125 gram fijn roggemeel
  • 125 gram tarwebloem
  • 1 1/8 theelepel baksoda (5,5 gram) (ook wel zuiveringszout, maagzout, dubbelkoolzure soda of natriumbicarbonaat genoemd en o.a. te krijgen bij De Zuidmolen, drogist of apotheek)
  • 3/4 theelepel kaneel (2,5 gram)
  • 3/4 theelepel gemalen anijszaad (3,0 gram)
  • 1/4 theelepel gemberpoeder (0,7 gram)
  • 1/8 theelepel nootmuskaat (0,3 gram)
  • 125 gram honing
  • 125 gram keukenstroop
  • 2 eetlepels water
  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.
  • Zeef het roggemeel en de tarwebloem met de baksoda boven een kom.
  • Zeef de specerijen erbij.
  • Doe de honing, stroop en water in een steelpan en verhit langzaam onder af en toe roeren tot het kookt.
  • Haal van de warmtebron zodra het mengsel begint te borrelen en laat het afkoelen tot het lauwwarm is.
  • Schenk het dan over het meelmengsel.
  • Kneed grondig tot een deeg. Ik heb het gedurende 10 minuten in de standmixer gekneed.
  • Maak een platte schijf van het deeg en leg deze op een met bloem bestoven werkblad.
  • Bestuif de bovenkant met een beetje bloem en rol het deeg met een deegrol uit tot een rechthoek van 28X20 cm.
  • Snijd met een scherp mes zestien rechthoeken van 7X5 cm uit. Het makkelijkst is als je het deeg eerst in vier banen snijd en daarna elke baan in vier gelijke stukken snijdt.
  • Leg ze op een met een siliconen bakmatje of bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk ze licht met losgeklopt ei.
  • Bak ze in circa 7 minuten bruin en gaar. (Die van mij waren met 7 minuten nog wel heel zacht, maar met 1,5 minuut langer waren ze goed)
  • Trek het bakpapier of het bakmatje voorzichtig weg en laat de taaitaai afkoelen op een rooster.
  • Leg ze vervolgens minstens 24 uur in een luchtdichte trommel zodat de smaken en de taaie textuur zich kunnen ontwikkelen. In de trommel blijven ze ongeveer 2 weken goed, daarna drogen ze iets uit.

In dit recept worden er vierkante stukken van de taaitaai gesneden. Wie in het bezig is van een taaitaai- of een speculaasvorm kan deze gebruiken. Bestrooi goed met bloem. Houd er rekening mee dat het deeg slap is en uitzet bij het bakken waardoor de meeste details verloren zullen gaan.