Sinaasappel chocolaatjes

Het kriebelt bij mij altijd om meer te leren, er is nog zoveel wat er te ontdekken valt, daarmee ben je nooit klaar. Helaas zit er nog wel eens een (groot) verschil tussen wat je wilt en wat de beschikbare tijd overlaat aan mogelijkheden. De wintermaanden zijn voor mij altijd ontzettend druk met het geven van de workshops. Ontzettend leuk, maar het zijn meestal niet de maanden waarin ik veel toe kom aan nieuwe dingen ontdekken. De kerstvakantie neem ik dan ook altijd even écht vrij. De kinderen en manlief zijn gezellig thuis en niets moet. De dag voor de kerstvakantie moest ik nog even bij de Hanos zijn. Een groothandel die hier op ruim een half uur rijden vandaan zit, en waar ik dus niet alle dagen kom. Fijn is daar de geweldige groente- en fruitafdeling en een enorme keus op patisseriegebied. Struinend door de winkel kwam ik bij de zakken Callebaut chocolade callets en voor ik het wist lag er een zak in mijn kar (nee geen karretje, want bij een groothandel krijg je een grote kar). Toen door naar de mallen… Een grote stelling vol mooie mallen maakte het mij lastig…welke moest ik kiezen? Al lange tijd ligt bij mij de wens om meer ervaring met chocolade op te doen. Dan kon ik de halfronde malletjes toch niet laten liggen? Daarnaast kocht ik een mal met siliconenbolvormen die voor diverse bereidingswijzen te gebruiken zijn. Glacage heb ik al eens een half jaar terug op een bolgebakje geprobeerd, maar ook dat zou ik qua ervaring best willen uitbreiden. Nieuw speelgoed dus en een kerstvakantie voor mij om lekker te experimenteren! Werken met chocolade komt best precies, temperaturen e.d. zijn van groot belang voor een goed eindresultaat. Voor sinterklaas had manlief een doos met sinaassnippers gehaald en die diingen waren zo ontzettend vies, dat dat mijn inspiratie werd voor een nieuw chocoladeproject. De sinaasappel chocolaatjes waren geboren! Het versgeperste sinaasappelsap is lekker fris en niet al te zoet gemaakt. De knapperige chocolade geeft een lekkere bite. Ik gebruikte voor het maken een siliconenvorm met halve bollen van 3 cm doorsnede. Natuurlijk kan je ook andere vormen gebruiken. Ik maakte met mijn mal ongeveer 30 sinaasappel chocolaatjes.

Ingrediënten:

  • 250 gram vers sinaasappelsap
  • 50 gram zelfgemaakte vanillesuiker (dit maak je door gebruikte vanillepeulen een paar weken in een pot met fijne kristalsuiker te laten staan)
  • 3 blaadjes gelatine
  • 150 gram melkchocolade

Werkwijze:

  • Pers de sinaasappels en zeef het sap.
  • Laat ondertussen de blaadjes gelatine in koud water weken tot ze zacht zijn.
  • Verwarm in een steelpan al roerend het sinaasappelsap samen met de zelfgemaakte vanillesuiker.
  • Los al roerend de blaadjes gelatine op in de warme sinaasappelsap.
  • Laat afkoelen in de koelkast tot het lobbig begint te worden.
  • Smelt ondertussen de chocolade au bain marie. Laat deze niet te heet worden, chocolade verbrandt snel! (Het wordt dan rubberachtig). Houd een temperatuur tussen de 40 en 45 graden Celsius aan.
  • Giet 2/3 van de chocolade uit over een marmeren plaat en houd dit met een plaatmes of andere rechte spatel in beweging tot de chocolade 28 graden Celsius is. Giet de overige chocolade erbij en meng tot de chocola 30-31 graden Celsius is.
  • Giet de getempereerde chocolade in de mal en zorg dat de hele vorm bedekt is.
  • Giet de overtollige chocolade eruit, zodat er een “bakje” van chocolade over is.
  • Zet 10 minuten in de koelkast en laat verder hard worden op kamertemperatuur.
  • Houd de chocolade die over is bij de hand in een au-bain marie pannetje.
  • Giet een beetje van de lobbige sinaasappelvulling in de vorm. Houd ruimte over voor een bodem van chocolade.
  • Dek dit af met de overgebleven chocolade en strijk voorzichtig recht af.
  • Zet weg in de koelkast om verder op te laten stijven.
  • Haal de chocolaatjes vlak voor gebruik uit de vorm.

Bron: eigen recept

 

Kerstkransjes met greinsuiker

Hier (en vast bij veel andere gezinnen met schoolgaande kinderen) is het elk jaar weer hetzelfde liedje: wat ga je bijdragen aan het kerstdiner op school? Uiteraard wordt er van ons verwacht dat wij iets meebrengen dat gebakken is. Al meerdere keren ging er een broodkerstboom mee, sterbroodjes waren ook al een aantal keren een groot succes evenals de mini kerststolletjes. Maar na al die jaren moest er toch weer eens wat nieuws verzonnen worden. De kinderen hebben dit jaar beiden ingetekend voor het nagerecht en vonden dat je daarbij best kerstkransjes kan eten. Aangezien zo’n kerstdiner meestal toch een heerlijke kakofonie is van wat iedereen meebrengt, kan dit er ook best bij. Gistermiddag maakte ik met de kinderen deze leuke kerstkransjes. Leuk voor in de kerstboom en lekker om te eten! Ze werden bestrooid met greinsuiker (de suiker die je ook op Janhagel vindt), dit is onder andere te koop bij bakwinkels en molens. Mocht je dit niet in huis hebben, dan zou je ook (grove) kristalsuiker kunnen gebruiken.  Ik stak de kransjes uit met een sconesteker omdat deze een mooie geribbelde rand heeft. Je kan ook een stervorm of sneeuwvlokvorm gebruiken. De binnenkant stak ik met een glad, rond klein vormpje uit. Trek hier eventueel een rood lintje door voor het ophangen. Dit recept is goed voor ca. 25-30 kransjes.

Ingrediënten:

  • 200 gram (evt. Zeeuwse) bloem
  • 120 gram ongezouten, koude roomboter, in kleine blokjes
  • 80 gram witte basterdsuiker
  • 4 citroenrasp (ik gebruikte uit een potje van Dr. Oetker)
  • 1 gram baking soda
  • 1 gram zout
  • beetje eidooier
  • losgeklopt ei voor het bestrijken
  • greinsuiker

Werkwijze:

  • Doe de  bloem in een kom, doe hier de blokjes roomboter bij en wrijf tussen je vingers tot een zanderig mengsel.
  • Meng de basterdsuiker, citroenrasp, baking soda en zout door het mengsel.
  • Voeg beetje bij beetje wat eidooier toe tot het mengsel tot een samenhangende bal geknepen kan worden.
  • Druk het deeg wat plat en verpak het in huishoudfolie.
  • Laat het deeg in ieder geval een half uur rusten in de koelkast.
  • Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius, conventioneel, met onder- en bovenwarmte.
  • Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot ca. 3 á 4 mm.
  • Steek de koekjes uit en steek precies in het midden met een kleine steker het gat uit.
  • Leg ze op voldoende afstand van elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk het deeg licht maar dekkend met losgeklopt ei.
  • Bestrooi met greinsuiker en bak direct in het midden van de oven tot de koekjes mooi goudbruin en gaar zijn. Dit duurt ca. 15 minuten.

Bron: dit recept is geïnspireerd op een recept uit het boek Banketbakkersproducten van het NBC

 

kerstmuts broodjes

Iemand vroeg met laatst tijdens een workshop hoe je triangelbroodjes maakt. Dit zijn driehoekige broodjes. Hoewel ik het toen door de vele workshops te druk had om mijn idee direct vorm te geven, bleef het maar in mijn hoofd rondwaren. Met die driehoekige vorm was wat leuks te doen! Ik heb verschillende varianten geprobeerd: met sesamzaad, geplette tarwevlokken en met greinsuiker op de “bont”rand van de kerstmuts. Uiteindelijk bleken de broodjes zonder decoratie het leukste. Het eistrijksel geeft het broodje een mooie roodbruine glans, zonder dat je kleurstoffen hoeft te gebruiken. Je zou de bontrand onbestreken kunnen laten zodat deze wat lichter blijft en het contrast nog groter is dan hoe ik ze nu heb gemaakt. Als je de rand niet instrijkt met ei, dan moet je deze na het bakken even met geklaarde boter bestrijken zodat deze lekker zacht wordt en toch wat glans krijgt. Dit recept is goed voor 8 kerstmuts broodjes.

Ingrediënten:

Volkorendeeg:

  • 400 gram volkoren tarwemeel
  • 6 gram (bakkers)zout
  • 4,5 gram instant gist
  • 24 gram vloeibare honing
  • 24 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 240 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 40 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur

Wit deeg:

  • 150 gram bloem, geschikt voor broodbakken
  • 2,25 gram (bakkers)zout
  • 1,3 gram instant gist
  • 20 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 10 gram vloeibare honing
  • 85 gram volle melk op kamertemperatuur

Voor de afwerking:

  • losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Doe het volkorenmeel, zout en gist bij elkaar in een kom en roer goed door.
  • Voeg de honing, boter, melk en het ei toe en kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken. Op mijn instagrampost van 22 december 2017 kan je zien dat je ook van volkorendeeg een prachtig vliesje kan trekken! ( https://www.instagram.com/baksels_net/ )  Het deeg zal in het begin erg plakkerig zijn, maar dit gaat over naarmate je meer kneedt.
  • Bol het deeg op en leg het in een licht met bakspray of olie ingevette kom. Dek af met een deksel en zet ca. 60 minuten weg bij 29 graden Celsius. Je kan het ook op kamertemperatuur wegzetten, maar dan duurt het wat langer voordat het deeg gerezen is.
  • Doe nu de bloem, het zout en de gist in een kom en roer goed door.
  • Voeg boter, honing en melk toe en kneed wederom tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Bol ook dit deeg op leg het in een andere licht met olie ingevette kom en dek ook af met een deksel. Zet deze kom gezellig naast de andere kom.
  • Als het volkorendeeg in volume verdubbeld is en de afdruk blijft staan als je met je vinger erin drukt.
  • Druk het deeg met de vlakke hand plat en bol op tot een mooie ronde, gespannen bol.
  • Doe het zelfde met het witte deeg.
  • Dek af met huishoudfolie, zet de kom waarin je het hebt laten rijzen er op de kop overheen en laat 30 minuten rusten op je aanrecht.
  • Druk het volkoren deeg met de vlakke hand plat, zorg er wel voor dat het een ronde vorm blijft!
  • Snijd het deeg in 8 gelijke punten.
  • Leg op 2 met bakpapier beklede bakplaten elk 4 punten.
  • Druk het witte deeg plat en verdeel in 2 gelijke stukken.
  • Van de ene helft snijd je 8 gelijke stukken en deze bol je op, net als met bolletjes. Zet je hand er als een kooitje overheen en draai het deeg rond. De onderkant blijft onder, daar vormt zich een naveltje. Als je het goed doet zie je het deeg aan de bovenkant strak en glad trekken en het bolletje een mooie ronde vorm krijgen.
  • Druk het langste puntje van het volkorendeeg iets plat, bevochtig deze iets met wat water en leg het witte bolletje erop.
  • Verdeel het overgebleven witte deeg in acht gelijke stukjes en rol deze uit tot 8 rechthoekige reepjes.
  • Bevochtig elk reepje aan de onderkant met iets water en leg deze op de onderste rechte rand van het driehoekje.
  • Vouw de randjes onder het volkorendeeg.
  • Bestrijk alle broodjes met eistrijksel, bekijk even zoals in de inleiding genoemd, of je het bontrandje ook meeneemt of niet.
  • Laat ca. 30 minuten rijzen in een vochtige, tochtvrije omgeving van 29 graden Celsius.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel, onder- en bovenwarmte.
  • Bak bij voorkeur met één plaat tegelijk. Zet deze in het midden van de oven en bak gedurende 15 minuten tot de broodjes goudbruin en gaar zijn.

Bron: eigen recept.

Kerststol

Van december heb ik altijd het gevoel dat deze maand te snel gaat en er te veel in gebeurt. Is het voor mijn gevoel nog maar net herfst, begint men om mij heen ineens kruidnoten te bakken en niet veel later de kerstboom op te tuigen… De herfst- en wintermaanden zijn voor mij met de bakworkshops ook altijd stampvol, dus even rustig afremmen voor kerst is er voor mij meestal niet bij, ik kom met gierende banden tot stilstand op eerste kerstdag. Dit jaar heb ik iets eerder vrij gepland, dan kan ik nog fijn wat lekkere kerstdingen bakken. Zoals deze heerlijke kerststol bijvoorbeeld. Hij zit bomvol fruit en noten. Houd je niet zo van noten? Dan kan je deze ook makkelijk weglaten. Dit recept is goed voor 1 kerststol. Wat gaan jullie bakken voor de kerst?

Ingrediënten:

Deeg:

  • 200 gram tarwebloem met ten minste 12% eiwit. Koop dit bij een molen of je bakker
  • 8 gram tarwegluten poeder
  • 3 gram (bakkers)zout
  • 25 gram suiker
  • 10 gram instant gist
  • 10 gram citroenrasp (Dr. Oetker)
  • 3 gram verse sinaasappelrasp
  • 113 gram volle melk op kamertemperatuur
  • 25 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 40 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur

Vulling:

  • 65 gram krenten (nog niet geweld)
  • 65 gram sultana rozijnen (nog niet geweld)
  • 15 gram grofgehakte, geroosterde amandelen
  • 15 gram grofgehakte en geroosterde hazelnoten
  • 8 gram sukade

Spijs:

  • 75 gram amandelmeel
  • 75 gram suiker
  • 28 gram losgeklopt ei
  • 5 gram citroenrasp (dr. Oetker)

Afwerking:

  • ongezouten roomboter
  • decoratiepoeder of poedersuiker

Werkwijze:

  • Doe een avond voor je gaat bakken de rozijnen en krenten in een bak en laat ze een half uur wellen in warm water.
  • Giet ze af en laat ze aan de lucht drogen gedurende een nacht.
  • Doe bloem, glutenpoeder, zout, suiker, instant gist, citroenrasp en sinaasappelrasp bij elkaar in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg melk, ei en roomboter toe en kneed het geheel met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg waar je een vlies van kan trekken tussen je vingers. Het deeg blijft lang plakkerig, maar uiteindelijk trekt het deeg zo glad dat je het kan knuffelen. Voeg dus geen extra bloem toe tijdens het kneden!
  • Bol het deeg licht op en dek af met een kom.
  • Laat 10 minuten rusten.
  • Meng ondertussen de vulling: de gewelde rozijnen, krenten, de grofgehakte en gebruineerde amandelen en hazelnoten en de sukade.
  • Duw het deeg met de vlakke hand uit tot een rechthoekige lap. Probeer niet opzij te wrijven of duwen, je deeg gaat dan kapot.
  • Neem iets meer dan de helft van de aangemaakte vulling en verdeel dit over tweederde van de deeglap.
  • Vouw het deel dat niet bedekt is voor de helft over het met vulling bedekte deel. Vouw de helft die nog niet gevouwen over de al gevouwen lagen heen. In totaal heb je het deeg dus in drieën gevouwen.
  • Draai het deeg een kwartslag en herhaal hetzelfde met de resterende vulling.
  • Leg het deeg met de naad naar onderen en vouw de open kanten iets naar onderen en bol het deeg op door dit rond te draaien op je aanrecht en tegelijkertijd het deeg iets naar beneden te trekken. Je krijgt nu een stevige bol deeg.
  • Leg het deeg in een licht met olie ingevette kom en dek af met een deksel.
  • Laat op 29 graden ca. een uur rijzen tot dubbel volume op een tochtvrije plek. Laten rijzen kan ook prima op kamertemperatuur, het rijsproces duurt dan wel langer.
  • Maak tijdens het rijzen de amandelspijs. Meng amandelmeel, suiker, citroenrasp en ei met elkaar tot een smeuïge massa. Dek af en laat rusten tot gebruik.
  • Druk na het rijzen met de vlakke hand de lucht uit het deeg.
  • Bol het deeg op tot er spanning in zit.
  • Dek af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol met een rolstok een grote gleuf in het midden van de bol deeg. Aan twee uiteinden houdt je een bolling, dit zijn de “lippen” van de stol.
  • Rol een spijspil (een worstvorm) van het spijs en leg dit in het midden van het deeg. Aan de beide zijkanten moet een centimeter overblijven.
  • Vouw het deeg over het spijs heen, een stukje over de onderste flap.
  • Duw met de zijkant van je hand het deeg goed vast rondom de spijs. Doe je dit niet goed, dan zal de spijs uitbakken.
  • Leg de stol op zijn kop op een met bakpapier beklede bakplaat. De onderste lip steekt nu verder uit dan de bovenste.
  • Laat in een vochtige ruimte (zet er een bakje dampend water bij) op 29 graden Celsius gedurende 20 minuten rijzen.
  • Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Bak de stol net onder het midden in de oven. Giet iets water op de metalen opvangplaat onderin. Dit geeft stoomvorming.
  • Zet de temperatuur na 10 minuten terug naar 180 graden Celsius en bak nog 32 minuten tot de stol een kerntemperatuur heeft van 95 graden Celsius.
  • Bestrijk de stol direct na het uit de oven halen flink met gesmolten roomboter.
  • Laat afkoelen op een rooster.
  • Bestrooi met gezeefd decoratiepoeder (neemt minder snel vocht op en blijft als een wit laagje liggen) of met poedersuiker.

Bron: eigen recept

Banketletter

Dit is een last-minute blogpost met een recept voor wie last-minute nog wat moet maken. Deze banketletter is namelijk supersimpel en supersnel op tafel te zetten. Erg fijn als je volop in de Sinterklaas stress zit omdat je surprises nog gemaakt moeten worden, je sinterklaasgedichten zulke kromme rijmwoorden bevatten dat je er eigenlijk niet onderuit kan om ze compleet te herschrijven en je ook nog eens de verlanglijstjes van iedereen door elkaar hebt gehaald en je voor oma een hippe sneakers blijkt te hebben gekocht en je zoon van 16 een abonnement op 65+magazine krijgt. Deze banketletter is niet alleen prachtig goudkleurig, hij is ook lekker bros door het bladerdeeg en goed op smaakt door de zelfgemaakte amandelspijs. Wie nog makkelijker wil doen kan natuurlijk ook een pakje amandelspijs uit de winkel halen en mengen met ei. Voor de variatie zou je ook eens een hartige letter kunnen maken met gekruid gehakt. Dit recept is goed voor 1 banketletter, in dit geval de letter S van Sint!

Ingrediënten:

  • 5 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 125 gram amandelmeel (of ontvliesde amandelen die je zelf even fijnmaalt)
  • 125 gram kristalsuiker
  • 6 gram citroenrasp (van Dr. Oetker)
  • 45 gram losgeklopt ei
  • wat losgeklopt ei voor het bestrijken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 235 graden, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Leg de plakjes naast elkaar op het aanrecht te ontdooien.
  • Doe amandelmeel, suiker en citroenrasp in een kom en roer door elkaar.
  • Meng het ei erdoor en knijp samen tot een samenhangede bal. Is het nog iets te droog, voeg dan nog een beetje ei toe.
  • Haal het plastic van de plakjes en leg ze in een rij.
  • Leg de plakjes dakpansgewijs neer met een overlap van een kleine centimeter.
  • Druk de naden goed plat.
  • Rol de amandelspijs uit tot een lange rol die twee cm korter is dan de breedte van het deeg.
  • Leg de rol op het deeg, sla aan één kant het deeg eromheen en bestrijk de kant die nog plat ligt, licht met ei.
  • Vouw deze er ook omheen zodat de spijs goed ingepakt zit en vouw de uiteinden goed toe en druk deze vast.
  • Leg de rol met de naad naar beneden in de gewenste lettervorm op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk met ei en laat dit aandrogen. Bestrijk dan nog een keer met ei.
  • Bak de banketletter in het midden van de oven gedurende ongeveer 24 minuten tot deze goudbruin en gaar is.
  • Ik wens jullie een fijne Sinterklaas!

Bron: eigen recept

Verjaardagen 2017

Daar was hij dan alweer: de maand maart. Altijd een erg drukke maand voor ons omdat we hier dan drie jarigen hebben. Dat veel mensen al langer meelezen kon ik merken: ik kreeg her en der de vraag of er nog een blogpost kwam met al het lekker wat ik aan taarten en traktaties had gemaakt! Leuk dat dat gewaardeerd wordt! We begonnen het rijtje (zoals altijd 😉 ) met de verjaardag van onze jongste die 8 jaar werd. Hij mocht trakteren op de muizencakejes die je misschien al eerder voorbij hebt zien komen. Ze vielen erg in de smaak! Het recept voor de muizencakjes vind je hier.

Voor de visite maakte ik een lekkere frisse vruchtenvlaai. De bonte kleuren van al dat fruit zien er altijd ontzettend feestelijk uit en al dat fruit smaakt uiteraard ook erg lekker!

Daarna gingen we eerst op mijn verjaardag aan. De dag ervoor gaf ik de workshop bladerdeeg waarbij we croissantjes, tompouces en kaasvlinders maakten. Ik bak bijna altijd mee zodat de cursisten de handelingen voor het maken van de producten kunnen afkijken bij mij en direct op hun eigen deeg kunnen toepassen. Dat betekende dat ik op mijn eigen verjaardag een doos vol met heerlijke, zelfgemaakte tompouces kon presenteren aan de visite. Ze gingen schoon op!

De dag na mijn verjaardag moest ik flink aan de bak. De dag daarop zou onze oudste een tiener worden en zouden we al onze verjaardagen in een keer vieren. Ik maakte 50 cupcakejes voor de traktatie van onze oudste. Hij had op pinterest een cupcakje uitgezocht met daarop een palmboom van een giraffennek koekje, een apenkop snoepje en bladeren uit papier geknipt. Ik zag de bui al hangen dat dit een zeer bewerkelijke traktatie zou worden (en bovendien wel erg veel te eten) en die tijd had ik met al het bezoek op zondag en het moeten trakteren op maandag niet. Gelukkig bedacht manlief dat je bij de groothandel prikkers kan kopen met het uiterlijk van een palmboom. Zo gezegd, zo gedaan en bij de tweede groothandel vonden we uiteindelijk de gewenste groene prikkers. Nu was het enkel een kwestie van apenkop op de prikker prikken en deze in het cakeje zetten, ideaal en met een hartstikke leuk resultaat! Bovendien sloot deze traktatie ook nog eens precies aan bij het thema waar op school aan gewerkt werd, dus dat trof!

Die zaterdag maakte ik voor de visite ook nog hazelnootschuimgebakjes, een appelkruimelvlaai en Friese oranjekoek.

En nu? We genieten even van onze rust en puzzelen nog even uit wat we voor de kinderfeestjes gaan doen. Leuke, creatieve suggesties zijn welkom!

 

 

Cupcakes met een muisje

Gisteren was het dan eindelijk zover, onze jongste zoon werd 8 jaar. Al wekenlang had hij naar deze dag uitgekeken. Cadeautjes uitgezocht, bedacht wat hij wilde eten, wie er op zijn verjaardag moest komen, wat hij op zijn feestje wil doen, waar hij op wilde trakteren enz. Het kinderfeestje moet nog komen, maar met alle andere dingen is het dik in orde gekomen en dus zijn de meeste zorgen voorbij. Hij had een geweldige dag en met deze super traktatie veroorzaakte hij een tijdelijke muizenplaag op zijn school. Gelukkig wisten de kinderen uit zijn klas heel goed wat ze tegen muizen moesten doen en was de plaag snel voorbij! Omdat je een paar simpele basisvormen gebruikt bij het boetseren hoef je geen kunstenaar te zijn om dit recept te kunnen maken. Dit recept is goed voor ca. 25 cakejes.

Ingrediënten:

  • 250 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 250 gram fijne kristalsuiker
  • 250 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram ongezouten, zachte roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1 pakje á 250 gram gele fondant
  • 1 pakjes á 250 gram witte fondant
  • klein beetje zwarte fondant (ca. 25 gram)
  • water en evt. wat tylopoeder voor het vastplakken

Werkwijze:

  • Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Klop de boter met de suiker met een (stand)mixer met garden goed luchtig op tot deze licht van kleur is.
  • Voeg beetje bij beetje de eieren toe en klop na elke keer ei toevoegen goed verder tot alles goed is opgenomen.
  • Klop als al het ei erbij zit nog goed door tot alles echt goed is opgenomen.
  • Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en spatel dit door het mengsel tot het goed verdeeld is.
  • Gebruik cupcaketrays die je vult met papieren vormpjes. Vul deze vormpjes voor 3/4 met beslag.
  • Ik bak liever na elkaar, dan meerdere lagen tegelijk.
  • Zet de cupcaketray net iets onder het midden van de oven op een rooster en bak gedurende ca. 25 minuten tot ze gaar zijn. Als je in het midden drukt veert de cupcake weer omhoog of als je er een prikker in steekt, komt deze er droog uit.
  • Laat afkoelen op een rooster en bak door tot het beslag op is.
  • Klop de boter voor de botercrème los en voeg dan de poedersuiker toe en klop door tot de boter helemaal wit geworden is. Dit kloppen kan best een tijdje duren.
  • Smeer op elk cakeje een dun laagje botercrème.
  • Rol op een licht met poedersuiker bestoven werkblad gele fondant uit. Niet al te dun, anders zijn de gaten erg lastig te maken.
  • Steek met een ronde steker die even groot is als de bovenkant van de cupcakes rondjes uit en leg deze op de met botercrème besmeerde cupcakejes.
  • Gebruik een speciale modelling tool met een groot en een klein bolletje erop om de gaten in de kaas te duwen. Pas op dat je er niet doorheen drukt! Deze modelling tools (of boetseerstaafjes) zijn vrij goedkoop bij o.a. xenos en blokker te krijgen.
  • Maak van de witte fondant bolletjes van ca. 7 á 8 gram door deze tussen je handen te rollen.
  • Plat een kan wat af, leg op de zijkant en rol tot een kegel. Houd de basis breed en rol het niet te langwerpig uit.
  • Duw met het smalle bolletje van de modelling tool gaatjes waar de ogen moeten komen en waar het neusje komt.
  • Rol piepkleine zwarte stukjes tot bolletjes voor de oogjes en wat grotere zwarte bolletjes voor het neusje.
  • Smeer met een klein kwastje iets water of water gemengd met tylopoeder op de plek waar de oogjes en het neusje moeten komen en duw deze op hun plek.
  • Rol een plak witte fondant uit op een licht met poedersuiker bestoven werkblad.
  • Steek met een ronde plunge cutter (ook bij o.a. xenos voor een klein bedragje te koop) van ca. 1,4 cm de oortjes uit.
  • Druk elk rondje op een zachte maar toch stevige ondergrond met het grootste bolletje van de modelling tool diepte in elk oortje. Het beste gaat dit als je iets poedersuiker op het oortje stuift en de tool met draaiende bewegingen over het rondje fondant heen haalt. Eindig de ronddraaiende beweging met een beweging aan een kan naar buiten, hier kan je het oor aan het kopje plakken. Doe dit wederom met iets water of water met tylopoeder.
  • Rol staartjes van de witte fondant en plak deze met een kronkel op de gele fondant.
  • Plak vervolgen het kopje met de oortjes op het cakeje en de muizenplaag is compleet! ‘Cheese’cake met muis…wie wil dat nou niet? 😉

Bron: eigen recept



Donuts

Eén keer per jaar staat hier een pan op het fornuis waarin wij frituren. Dat is met oud en nieuw en dat is voor mij dus de enige kans in het jaar om eens wat nieuws uit te proberen op frituurgebied. Naast de gebruikelijke appelbeignets en oliebollen maakte ik dit jaar ook donuts. Donuts blijken er in twee varianten te bestaan, een cake-achtige variant en de variant gemaakt met rijk brooddeeg die minder vet is. Ik heb de laatste variant gemaakt. De oorsprong wordt nogal betwist; er gaan vele verhalen rond over het ontstaan van deze zoete snack. Eén ervan is dat de Nederlanders, toen ze naar Amerika emigreerden, de oliekoek hebben meegebracht en deze in Amerika geëvolueerd is tot donut. Waar de ontstaansgeschiedenis ook moge liggen, heden ten dage is het een zeer populaire snack die ongevuld of gevuld en afgewerkt met chocolade, glazuur, spikkels, hagelslag, kaneel of fijne suiker in de winkels te vinden is. Voor elck wat wils dus! Ik maakte de ongevulde variant waarbij ik de donuts na het bakken door de fijne suiker haalde. Een paar maakte ik met eiwitglazuur en decoratie. Qua smaak is er weinig verschil, qua uiterlijk lijken die met glazuur wel erg feestelijk! Aan jou de keus wat je doet! Dit recept leverde mij 17 donuts op, uitgestoken met een ronde steker van 7 cm.

donuts

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 300 gram patentbloem
  • 4,5 gram zout
  • 30 gram witte basterdsuiker
  • 9,5 gram instant gist
  • 50 gram ei op kamertemperatuur (=1 ei maat M)
  • 45 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 145 gram volle melk op kamertemperatuur
  • frituurolie

Voor de decoratie:

  • fijne kristalsuiker
  • eventueel wat abrikozenjam
  • glazuur: gemaakt van poedersuiker, gepasteuriseerd eiwit, beetje citroensap en evt. kleurstof
  • Sprinkles

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en witte basterdsuiker in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door en haal de garde uit de kom.
  • Voeg ei, roomboter en melk toe.
  • Kneed met de hand of met een standmixer tot een soepel deeg dat loslaat van de wanden van de kom.
  • Bol het deeg licht op en doe het in een licht met olie ingevette kom.
  • Dek af met een deksel en zet 30-45 minuten op een warm plekje van ca. 30 graden Celsius weg tot het in volume verdubbeld is.
  • Bestrooi je werkblad met wat bloem en rol het deeg voorzichtig uit tot een lap van ca. 1 cm dik.
  • Steek hier met een ronde steker van 7 cm. cirkels uit en steek daar met een ronde steker van 3 cm in het midden een gat uit. Leg de donutvormen op een bebloemde bakplaat op enige afstand van elkaar.
  • Klop zoveel mogelijk de bloem van de resten deeg af, kneed heel kort samen en rol weer uit tot een lap van 1 cm dik en steek hier weer donuts uit.
  • Laat de donuts op een tochtvrij plekje van ca. 31 graden Celsius rijzen gedurende een half uur.
  • Zorg in die tijd dat je de frituurolie op temperatuur krijgt (175 graden Celsius).
  • Pak de donuts voorzichtig met een vork, een taartschep oid. op van de bakplaat, zorg dat de vorm zoveel mogelijk behouden blijft, en doe ze in de pan.
  • Bak niet te veel donuts tegelijk omdat de temperatuur van de olie anders te veel zakt.
  • Bak ze aan elke kant 1 minuut tot ze mooi goudbruin zijn.
  • Wil je besuikerde donuts hebben, haal ze hier dan direct na het bakken doorheen en laat verder afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Wil je de donuts glazuren, dan laat je ze eerst afkoelen op een met keukenrolpapier beklede schaal.
  • Indien gewenst kan je wat abrikozenjam verdunnen met iets water en verwarmen. Zeef de grote stukken eruit en smeer de overgebleven warme jam voor het glazuren op de donut.
  • Maak de glazuur door poedersuiker met iets gepasteuriseerd eiwit te vermengen tot een dikvloeibare brij. Verdun met een klein kneepje citroensap. Het glazuur moet dikvloeibaar zijn.
  • Giet dit over de donuts en besprenkel direct met musketzaad, sprinkles, hagelslag of andere decoratie.

Bron: eigen recept

Kerstboombrood

Op de laatste dag voor kerst moest er nog heel wat gebakken worden: zes tarwebusbroden en een aantal stokbroden. Omdat ik toch bezig was en ik ineens een wild idee kreeg, ben ik dat direct maar gaan uitproberen. Een kerstboombrood na de kerstdagen bakken, dat heeft immers niet meer zoveel zin. Mijn plannetje pakte behoorlijk goed uit, dus ik zal het direct met jullie delen! Want wie vindt het nu geen leuke verrassing om een kerstboom in je brood te vinden? Gene echte natuurlijk, maar een van chocoladebrooddeeg. Van de cacao zie je overigens meer dan dat je ervan proeft, maar dat is in dit geval juist heel goed denk ik. Dit recept is goed voor 1 busbrood, gebakken in een vorm van 30 x 12 cm. Rest mij enkel nog om iedereen hele fijne, gezellige kerstdagen te wensen!

kerstboombrood

Ingrediënten:

  • 600 gram tarwebloem voor brood
  • 9 gram (bakkers)zout
  • 15 gram fijne kristalsuiker
  • 8 gram instant gist
  • 320 gram water op kamertemperatuur
  • 30 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur
  • 50 gram losgeklopt ei op kamertemperatuur (is ca. 1 ei maat M)
  • 3 gram cacaopoeder
  • 10 gram kokend water

Werkwijze:

  • Doe bloem, zout en suiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door.
  • voeg water, roomboter en ei toe en kneed tot een soepel deeg waar je een vliesje van kan trekken.
  • Verdeel het deeg in 290 gram en 745 gram.
  • Kook wat water en giet tien gram hiervan in een schaaltje bij het cacaopoeder en roer tot alles opgelost is.
  • Bol de 745 gram deeg op en leg deze in een licht met olie ingevette kom en dek deze af met een deksel.
  • Kneed vervolgens het cacaopapje door de 290 gram deeg heen tot alles goed egaal verdeeld is.
  • Bol ook dit deeg op en leg dit in een andere licht ingevette kom en sluit ook af met een deksel.
  • Zet de kommen op een tochtvrij plekje van 29 graden Celsius.
  • Laat ca. een uur staan tot het deeg in volume verdubbeld is.
  • Verdeel het witte deeg in 18 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Verdeel het bruine deeg in 7 gelijke stukjes van 41 gram.
  • Bol alle stukjes op, je brengt ze op spanning. Dit doe je door je hand als een soort kooitje over het deeg heen te zetten. Nu ga je draaien. De pink haalt het deeg naar je toe, de duim duwt het weer van je af. Het stukje deeg dat onder ligt, blijft ook onder. Als je het goed doet, zie je aan de onderkant van je deeg een soort draaikolkje ontstaan en trekt de bovenkant glad. Als je er met je vinger op drukt, veert het deeg direct weer terug.
  • Dek de bolletjes af met huishoudfolie en laat 10 minuten rusten.
  • Rol elk bolletje in etappes uit tot bijna 30 cm (de breedte van je bakblik).
  • Vet je bakblik in met wat bakspray.
  • Nu ga je het patroon van de kerstboom opbouwen, zorg ervoor dat de strengels niet te droog zijn geworden, anders hechten ze niet goed. Bevochtig ze heel licht als ze droog werden, maar maak ze niet te nat anders krijg je juist weer geen hechting.
  • Op de bodem leg je een laag neer van 2 witte strengels, in het midden 1 bruine en dan weer 2 witte strengels.
  • De laag die daarbovenop komt: 1 witte strengel, dan 3 bruine strengels en daarnaast weer 1 witte.
  • De derde laag: 1 witte strengel, 1 halve witte strengel, 2 bruine strengels, 1 halve witte strengel, 1 witte strengel.
  • Vierde laag: 2 witte strengels, 1 bruine strengel, 2 witte strengels.
  • Vijfde en bovenste laag: 5 witte strengels.
  • Knijp de strengels op de bovenste laag goed aan elkaar zodat het een geheel wordt.
  • Zet het bakblik op een vochtige, tochtvrije plek van 31 graden Celsius.
  • Laat ca. 50-60 minuten rijzen.
  • Verwarm tijdig de oven voor op 240 graden Celsius, hetelucht met onderwarmte.
  • Bak het brood op deze stand 20 minuten.
  • Bak vervolgens nog 6 minuten op 190 graden Celsius, conventioneel met onder- en bovenwarmte.
  • Het brood is gaar als de kerntemperatuur 95 graden Celsius heeft bereikt.
  • Haal het brood na het bakken direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster alvorens het aan te snijden.
  • Fijne feestdagen!

Bron: eigen recept

 

Schuimkransjes

Deze schuimkransjes waren weer eens een last minute actie van mij. Niet dat dat erg bijzonder is hier, vaak bedenk ik ineens iets en wil dat dan ook direct uitvoeren. Op zich niets mis mee, maar soms loop je daardoor wel eens tegen een probleempje aan. Zo hoopte ik bij de supermarkt nog snel een busje musketzaad te kunnen kopen. Helaas was dit compleet uitverkocht. Thuis had ik nog wel twee kilobussen met wit en roze en wit en blauw musketzaad, maar voor Kerst staat dat natuurlijk een béétje raar! Op naar de groothandel in Leeuwarden…ook daar geen musketzaad in kerstkleuren. Wel een heleboel andere leuke dingetjes, die ik dan weer moeilijk kon laten liggen. Waaronder een bus met 950 gram musketzaad in de gangbare kleuren, die met mij mee naar huis ging. Toch niet helemaal tevreden met dat ik niet de juiste kleuren had, weer terug naar de dorpssupermarkt. Daar kocht ik musketkransjes in kerstkleuren. Al dansend en springend door de kamer viel er een aardige hoeveelheid musketzaad van de kransjes, die ik vervolgens voor mijn eigen kransjes kon gebruiken. Soms moet je creatief in je oplossingen zijn! (En ja, natuurlijk had ik gewoon bij een webwinkel of een andere supermarkt kerstmusketzaad kunnen kopen, maar daar had ik het geduld niet voor en bovendien levert dit een veel leuker verhaal op! 😉 ) Al met al is het helemaal goed gekomen en hangen nu deze leuke kerstkransjes in de boom, deels met kerstkleuren, zodat het een vrolijk geheel wordt! Deze hoeveelheid was bij mij voldoende voor 40 schuimkransjes.

schuimkransjes

Ingrediënten:

  • 100 gram eiwit
  • 300 gram fijne kristalsuiker
  • smaakstof naar wens
  • evt. kleurstof
  • musketzaad

Werkwijze:

  • Bereid twee vellen bakpapier voor door met potlood cirkels in de gewenste grootte erop te tekenen. Ik gebruikte de omtrek van een drinkglas.
  • Leg de vellen bakpapier met het potlood naar beneden op een bakplaat.
  • Verwarm de oven voor op 120 graden Celsius, conventioneel.
  • Maak de kom en de (machine)garde waarmee je gaat werken brandschoon en vetvrij.
  • Doe het eiwit met de fijne kristalsuiker in een metalen kom en hang deze boven een pan met heet water.
  • Verwarm al roerend het eiwit met de suiker tot 45 graden Celsius.
  • Klop vervolgens het eiwit op tot een stevige massa die in pieken blijft staan.
  • Spatel een paar druppels smaakstof en indien gewenst de kleurstof door het eiwit.
  • Doe dit in een spuitzak met een smal, gekarteld spuitmondje.
  • Spuit cirkels op de voorgetekende cirkels op het bakpapier, houdt de spuitzak rechtop, dan krijg je het mooiste resultaat. Druk het spuitmondje niet te dicht tegen het papier, maar houdt het er een stukje boven zodat het eiwit de ruimte krijgt.
  • Bestrooi de gespoten kransjes met musketzaad en zet ze in het midden van de oven.
  • Open af en toe de ovendeur even om het vocht te laten ontsnappen of zet een hittebestendige, dunne spatel tussen de ovendeur.
  • Mijn kransjes hadden een half uur nodig om volledig droog te zijn, maar dit hangt natuurlijk van de dikte van de kransjes af.
  • Laat afkoelen op een rooster en bewaar daarna in een goed afgesloten trommel (of hang ze in de kerstboom).

Bron: eigen recept